Posts tonen met het label zelf. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zelf. Alle posts tonen

zaterdag 24 oktober 2026

Zonder ons

bron afb: Pieter Geenen, Trouw

 (klik op het plaatje voor een betere weergave)

vrijdag 12 juni 2026

Mind the Gap

Nagarjuna 12
 
Vier soorten oorzaken noemt Nagarjuna in de vorige blogpost.
De meest interessante daarvan vind ik de ‘precedente oorzaak’, dat is (volgens vertaler Erik Hoogcarspel) “het verdwijnen van de vorige gedachte of bewustzijnsmoment dat het ontstaan van het volgende veroorzaakt”. Misschien is “gelegenheid biedt tot” hier een betere omschrijving?

Nagarjuna spreekt van dharma’s (fenomenen), in dit geval alles wat zich in het bewustzijn manifesteert. Voorstellingen, verschijnselen en dus gedachten. Die zijn héél vluchtig. Ze verschijnen en verdwijnen continu, een gedachte is al bezig te verdwijnen als hij net is verschenen. We kunnen middels een gedachte ook niet een volgende gedachte sturen of juist voorkomen. Want een gedachte veroorzaakt niet de daaropvolgende gedachte, die komt namelijk vanzelf door (bij wijze van spreken) de “zuigende werking” van de verdwijnende voorgaande gedachte. Prachtig en beeldend geformuleerd!


Volgens de Sarvastivadins kun je door het vasthouden van een aanwezige gedachte het beste concentratie bereiken. Ik denk nu aan Sogyal Rinpoche. Bij hem las ik eerder dat je in meditatie je gedachtenstroom vertraagt, waardoor ‘de opening’ steeds duidelijker wordt. Gedachten nemen wij als ononderbroken waar, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is. Ontdek dat er na elke gedachte een ruimte is, zegt Sogyal. Als de ene gedachte verdwenen is, en de volgende nog niet verschenen, is er altijd een pauze, een opening waarin de pure natuur van de geest (Rigpa) zich openbaart.

Een ruimte, een pauze, een opening. Een bardo dus!
In de eerste instantie denk je dan misschien aan de tussenfasen na de dood, maar bardo ervaringen doen zich ook tijdens ons leven continu voor. Volgens Sogyal zijn ze een fundamenteel deel van onze psychologische structuur. Het leven is niets anders is dan een onophoudelijke schommeling van geboorte, dood en overgang. Maar meestal letten wij niet op de bardo’s en openingen en overgangen, maar gaat onze geest van de ene zogenaamde ‘vaste’ situatie naar de volgende. Eigenlijk is elk moment van onze ervaring een bardo, want elke gedachte en elk gevoel komen op uit de essentie van de geest, en lossen daar weer in op.

Precies op momenten van grote veranderingen en sterke overgangen krijgt de ware, oorspronkelijke natuur van onze geest (“die is als de hemel”, zegt Sogyal Rinpoche) een kans zich te openbaren. Ik denk dan natuurlijk onmiddellijk aan het sterfmoment, Chikai bardo! Waarschijnlijk de belangrijkste ‘gap’ in een mensenleven. De lichamelijke dood, het ene moment leef ‘je’ nog, het andere ben je ‘dood’. Daartussenin een onderbreking, hoe kort ook. Het heldere licht doet zich voor. Een zeer krachtige kans op bevrijding. Herken de ruimte en de eenheid, en de illusie van je ‘zelf’ of ‘ego’.

Ruimte tussen dharma’s klinkt wel prettiger dan opening, pauze of onderbreking. Minder lineair ook. Al die losse momenten, de ontelbare kleine elementen, dharma’s, verenigd in een eeuwige en oneindige oceaan van ‘ruimte’. Als in een onmetelijk pointillistisch schilderij. Losse stippen vlak naast elkaar, maar het oog van de kijker laat ze samensmelten. Een illusie.

Wordt vervolgd.

 
 
bronnen:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005
 
Sogyal Rinpoche
Dagend inzicht
Servire, 1995

maandag 10 november 2025

Frozen sky

Wij zijn sterrenstof. Letterlijk. Destijds al een bekende hippie slogan (denk aan Crosby Stills Nash & Young), maar hij komt ook nu nog vaak voorbij. In de vorige blogpost bijvoorbeeld, benadrukt sterrenkundige Margot Brouwer het feit dat wij gemaakt zijn van atomen die gesmeed zijn in het centrum van sterren. Voor Margot een basis voor inzicht en troost en een demping van haar (doods)angsten.

In een andere aflevering van dezelfde podcastserie (De Verwondering) kwam de dichter Ingmar Heytze aan het woord. Ook hij wordt geplaagd door vele angsten, die hij bestrijdt met een mooie en (voor hem) troostrijke gedachte: wij zijn niet alleen maar stof, maar op de een of andere manier ook van licht. Mooi gezegd, zelf zou ik het energie noemen.


En Jonathan Richman heeft weer een andere metafoor. Op de titeltrack van zijn nieuwe album zingt deze leeftijdloze rock’n’roll optimist “I was only just frozen sky anyway”. Uncut magazine vroeg hem om deze beeldspraak nader toe te lichten. Het komt uit de poetry van de Indiase guru Paramahansa Yogananda (1893-1952), vertelt Richman. Die schreef: “I am the vast blue ocean of sky… frozen sky…” Naar het schijnt was een vriend van hem net overleden en Yogananda reageerde met dit gedicht om aan te geven dat dood alleen een verandering is, van de ene manier van zijn in het universum naar een andere.

Dat is wel een beetje kort door de bocht van Jonathan. Het betreffende citaat komt uit een gezang van Yogananda, een meditatie over het identificeren van het zelf met het oneindige (gesymboliseerd door de sky). "I am a little drop of the sky — frozen sky" suggereert dat individueel bewustzijn (de “druppel”) een manifestatie van het goddelijke is, en een deeltje van de onmetelijke onstoffelijke realiteit. Een deeltje dat vanwege onze beperkte zienswijze vast lijkt te zijn (“bevroren”).

Pas toen de hele elpee af was en Jonathan Richman al het materiaal gehoord had, realiseerde hij zich dat dit album een thema heeft, namelijk (de) dood. En dat terwijl heel veel van zijn songs juist over jeugdigheid en levensgenieten gaan, merkt Uncut nog op. Klopt, zegt Richman, maar er is niks mis met contrast. Het zal ook de ‘ouwe dag’ wel zijn, vermoed ik. Jonathan is ook al weer 74.

 
bron: uncut 345, 2025
 

woensdag 16 juli 2025

Severance en de bardo’s (2 van 2)

Vervolg van de vorige blogpost, waarin aflevering 7 van het tweede seizoen Severance behandeld wordt. Die is erg belangrijk voor de ontknoping, en de kijker krijgt een stortvloed aan niet chronologische beelden en indrukken te verwerken, waarin Gemma en Mark centraal staan. De episode heet chikai bardo en ego death komt ter sprake.

Severance vergt veel van de kijker, maar met enige inspanning is het (voor mij) nog net te volgen. Als je vervolgens wat rondkijkt op internet, zie je dat veel kijkers er mee bezig zijn en vragen hebben. Er zijn allerlei ideeën en theorieën.

Gemma probeerde te ontsnappen aan haar eigen cyclus van lijden en wedergeboorte, stelt iemand, maar werd verpletterd door de gehoorzaamheid van haar innie. Haar andere persoonlijkheden vertonen echter wel tekenen dat ze beginnen te breken.

Een ander vraagt zich af of Gemma de eerste ‘gescheiden’ persoon was? Maar komt tot de conclusie dat dit alles misschien al twintig jaar aan de gang is. Zij is mogelijk wel de eerste gescheiden persoon die meerdere gescheiden persona’s lijkt te hebben. Bijvoorbeeld Mevrouw Casey op de Severed Floor, maar ook een paar dieper in het Lumon gebouw, daar waar geen gescheiden verdiepingen zijn, maar gescheiden kamers. En het lijkt alsof die verschillende kamers verschillende persoonlijkheden naar voren kunnen brengen.
 
 
Weer een ander noemt de zes staten (bardo’s) uit het Tibetaans boeddhisme, chickai bardo is de vierde. Maar spelen de andere bardo’s misschien ook een rol in het verhaal? Er zijn scènes waarin Gemma opmerkt dat ze zes kamers heeft bezocht (op een slechte dag), en het lijkt er dan op dat elke kamer een bijbehorende bardo heeft. Datgene wat de Eagans van plan zijn, is wezenlijk verbonden met het boeddhisme, maar dan wel met een verdraaiing van de beginselen voor hun eigen doeleinden. Er zou een meesterplan kunnen zijn om Kier Eagon te helpen een eeuwig leven voort te zetten. 
 
Dit zijn de zes bardos:
 
Kyenay Bardo (Leven)
Samten Bardo (Meditatie)
Milam Bardo (Droom)
Chikhai Bardo (Dood)
Chonyid Bardo (Dharmata)
Sidpa Bardo (Wording) 
 
En dit zijn de zes kamers die Gemma die dag is binnengegaan:
 
Billings
Locknau
St. Pierre
Cairns
Zürich
Wellington 
 
(Meestal wordt Droom als nummer twee vóór Meditatie (nummer drie) gezet in het rijtje bardo’s. -RR) Ik vind de theorie van deze kijker erg interessant, maar de onderbouwing niet zo sterk. Toch denk ik dat er iets van klopt. In ieder geval 'mikt' het boeddhisme op bevrijding natuurlijk, en niet op een 'eeuwig leven'. In de basisverzen van de zes bardo’s (onderdeel van de gebeden voor de tussenstaat, die aan het Bardo Thödol zijn toegevoegd) worden de zes tussenstaten opgesomd, waarbij elk vers de inzichten en voornemens formuleert die uiteindelijk leiden tot bevrijding en verlichting. Maar met ‘zes’ kun je wat betreft het Bardo Thödol ook wel meerdere kanten op. Met de zes bestaanswerelden bijvoorbeeld, als het om wedergeboorte gaat. Of denk aan de serie 'speciale leringen' in Karma Lingpa’s ontdekte schat, gericht op de ervaringen in de bardo’s, met zes soorten van bevrijding: door horen (Bardo Thödol), dragen, zien, herinneren,  proeven en door aanraken. 

Er is nog een Tibetaanse link. De actrice Dichen Lachman (1982), die Gemma speelt, is geboren in Nepal en heeft een Tibetaanse moeder.

zondag 13 juli 2025

Severance en de bardo’s (1 van 2)

Severance is (volgens mij) veruit de beste serie van dit moment, ik wacht met ongeduld op het derde seizoen. Waarschijnlijk ken je het verhaal, ik ga het hier niet verder toelichten. Deze blogpost gaat over aflevering zeven van seizoen twee, met de titel Chikai Bardo. (Er zijn dus SPOILERS.)

Chikai bardo kennen wij natuurlijk uit het Bardo Thödol, het is het sterfpunt, waar het Heldere Licht verschijnt. Een extreem belangrijk moment voor de overledene, maar velen raken tijdens het proces buiten bewustzijn. In plaats van bevrijding worden zij teruggetrokken in de cyclus van wedergeboorten. Zij hebben de Eenheid niet herkend, en blijven in de ban van illusie en dualiteit. De personages in Severance zijn ook nog eens gesplitst in twee persoonlijkheden, de outtie en de innie.


In aflevering 7 staat het huwelijk van Mark en Gemma onder druk, want Gemma wordt maar niet zwanger. Ze zijn behandeld in een kliniek van Lumon, maar de drie rondes IVF waren geen succes. Gemma staat nu kennelijk op een mailinglijst van de kliniek en ontvangt vreemde ideografische kaarten met de post, een daarvan is een afbeelding van chikai bardo. Een soortgelijk kaartje was ooit gestolen van O&D (Optics and Design) door innie Dylan. Het lijkt op twee kerels die vechten, vindt Mark. Maar Gemma antwoordt dat het hier dezelfde vent is, die tegen zichzelf vecht, om zijn eigen psyche te verslaan, ego-dood.

Aan ego death wil ik ooit een aparte blogpost wijden. Het is "compleet verlies van subjectieve zelf-identiteit" (Wikipedia). Er zijn meerdere contexten, met gerelateerde betekenissen. De connectie ego death/chikai bardo is al eerder gemaakt. In 1964 bijvoorbeeld, verscheen The Psychedelic Experience, een gids voor lsd trips, geschreven door Timothy Leary, Ralph Metzner en Richard Alpert (Ram Dass). Zij baseerden het op het Tibetaans Dodenboek (Bardo Thödol) en onderscheidden drie fasen. De eerste, "ego loss, a complete transcendence of the self and game", noemen ze chickai bardo want volgens de schrijvers is deze zogenaamde ego-death (zoals ervaren onder invloed van LSD en andere psychedelische drugs) in essentie gelijk aan het stervensproces en heeft deze een soortgelijke begeleiding nodig.

Verder met Mark en Gemma. Op een avond hoort Mark van de politie dat Gemma is overleden bij een auto-ongeluk. Wij weten niet of dit een nepverhaal is, maar Gemma is dus wel verdwenen. De kijkers weten inmiddels dat zij wordt vastgehouden bij Lumon en allerlei experimenten ondergaat. In de eerste instantie waarschijnlijk vrijwillig, later dubieus. Zij is figuurlijk ‘dood’, gedoemd om gefragmenteerd en ‘herboren’ te worden in meerdere (innie) persoonlijkheden.  Ondertussen ervaart Mark ook een soort ‘dood’ in een proces dat op den duur zijn innie en zijn outie zal doden en een nieuwe (samengevoegde) zal scheppen.

Deze Severance aflevering is enorm desoriënterend, vooral door de ogenschijnlijk random montage van terugblikken en momenten in het nu. Een caleidoscoop van indrukken en beelden van Mark en Gemma samen, of hun belevenissen apart.

Wordt vervolgd in de volgende blogpost.

vrijdag 10 januari 2025

Advaita en stereoscoop

bron afb: wikipedia

Neo-advaita
. Tot voor kort had ik daar nog nooit van gehoord. 
Het zou een relatief nieuwe religieuze beweging zijn, die benadrukt dat ego of ik of zelf of dualiteit niet bestaan. En dat allemaal zonder poespas vooraf. Hier geen voorbereiding of training, inzicht is voldoende.

Ik bespeur, wat mij betreft, wel enige affiniteit. Want, zo blijkt, minstens drie interessante schrijvers (Eckhart Tolle, Byron Katie en Tony Parsons) worden met neo-advaita geassocieerd. Of geclaimd misschien, dat weet ik niet precies, want rondkijkend op internet word ik niet per se blij van sommige vage en zelfbenoemd verlichte figuren die zich (ook) met de ‘nieuwe’ boodschap en praktijk bezighouden. Jammer ook dat alles weer in een bepaald hokje ingedeeld moet worden. Voor je het weet hoor je bij een bepaalde religie. Maar, als je het kaf van het koren weet te scheiden, is er gelukkig ook veel nuttige informatie te vinden.

Vanwaar mijn interesse in dualiteit? Dat heeft vooral te maken met de Bardo Thödol tekst. De overledene moet zo snel mogelijk beseffen dat dualiteit illusie is, op het sterfmoment kan hij opgaan in het Heldere Licht, de absolute eenheid.

Wat betreft neo-advaita zou er een relatie zijn met de advaita vedanta, maar die willen daar niets van weten. Het gebrek aan training en de verlichtingservaringen van hun ‘snelle versie’ worden als oppervlakkig gezien. Bij de boeddhisten hetzelfde verhaal. Is de verlichting van de neo-advaita hetzelfde als nirvana? Heeft het boeddhisme meer in de aanbieding? Of is bevrijding makkelijk bereikbaar via alternatieven? Volgens Tony Parsons is er niets te bereiken, de werkelijkheid is eenvoudig en direct. Op een gegeven moment kan het kwartje zomaar vallen. Instant-verlichting.

Ik moest ineens denken aan de stereoscoop. Jaren geleden had ik een boek waarin oude stereofoto’s waren afgedrukt. Met het bijgeleverde brilletje, ‘de stereoscoop’, zou diepte bereikt kunnen worden. Er was wel een bepaalde ontspannen manier van kijken vereist, maar de voor elk oog afzonderlijke afbeeldingen zouden ineens samensmelten. Prachtig en levensecht zou het zijn, je moest het alleen even doorhebben en sommige mensen konden het zelfs zonder stereokijker af. Mij is het nooit gelukt, het bleven gewoon twéé foto’s.

zaterdag 4 januari 2025

Wie geniet in nirvana?

In een eerdere blogpost had ik het over Longchenpa en de tekst die bekend staat als zijn ‘laatste testament’. De belangrijke leraar verheugt zich hier op de dood, om dan zijn ‘intrek te kunnen nemen in het bolwerk van de grote gelukzaligheid’. Dat riep vragen op bij mij. Wilde Longchenpa dan niet liever opgaan in het Heldere Licht? En wordt hier een vorm van bewustzijn gehandhaafd die deze grote gelukzaligheid gaat ervaren?

Die laatste vraag wordt min of meer beantwoord in De Sutra van Hui-neng, zie ik nu. Daar is sprake van ene Chih-tao, een bhiksu (boeddhistische monnik) uit Kwantung. Hij bestudeert al tien jaar de Nirvana Sutra, maar begrijpt deze nog steeds niet, zegt hij zelf. En of Hui-neng het misschien kan uitleggen.

Chih-tao: Alles is vergankelijk, maar zodra ontstaan en vernietiging ophouden te functioneren zal nirvana zich manifesteren. Eindelijk de zaligheid van absolute rust en het wegvallen van veranderingen. Maar (en daar is hij): wie ervaart dan die zaligheid? Want alle wezens hebben twee lichamen, een fysiek (dat ontstaat en afsterft) en de dharmakaya, die eeuwig is, niets kent en niets weet. Het fysieke valt uiteen (puur lijden is dat). En als de dharmakaya zou ophouden te bestaan, dan zou dit lichaam zich in dezelfde staat bevinden als onbezielde voorwerpen zoals gras, stenen enz. Dus welk lichaam ervaart de zaligheid?

De essentie van ontstaan en vernietiging (de dharma-aard) manifesteert zich in vijf functies: de vijf skandha's. Een proces dat steeds maar doorgaat. Als een activiteit of functie oprijst vanuit de essentie, dan ontstaat ze. En als ze weer door de essentie geabsorbeerd wordt, dan houdt ze op te bestaan. Als reïncarnatie bestaat, is er geen stopzetting van deze veranderingen (de levende wezens). Als er geen reïncarnatie is, dan blijven de dingen eeuwig in een staat van levenloze essentie (de onbezielde objecten). Als dit klopt, dan zou binnen de beperkingen van het nirvana geen enkel wezen kunnen bestaan. Welke zaligheid kan er dan zijn?

Hui-neng reageert knorrig. Met deze redenering zondigt Chih-tao tegen de leer en beledigt hij de Boeddha. Dit zijn precies de verkeerde inzichten waardoor mensen gaan verlangen naar een zintuiglijk bestaan met de ervaring van werelds genot. En juist voor deze mensen, slachtoffers van onwetendheid, die het samengaan van de vijf skandha's identificeren met het zelf en alle andere dingen zien als het niet-zelf, die verlangen naar een individueel bestaan en de dood verafschuwen, zonder besef van de leegheid van het werelds bestaan (een droom en een illusie), onnodig lijdend door hechting aan het wiel van de reïncarnatie, die een bewustzijnsstaat vol lijden verwarren met de staat van eeuwige zaligheid van het nirvana, en die voortdurend achter zintuiglijk plezier aan hollen, het is voor hen dat de Boeddha vol mededogen de echte zaligheid van het nirvana predikt.

Nirvana is perfect, eeuwig, kalm en helder. Onwetende mensen beschouwen dit als de dood, terwijl ketters denken dat het vernietiging is. Begrijp wat nirvana is, je moet er geen bepaalde opvatting over hebben. Het is voorbij alles. Ontkenning,  bevestiging, verleden, heden of toekomst. Alle zintuiglijke objecten en vormen, al de verschillende fenomenen als geluiden en stemmen zijn net zo onwerkelijk als een droom of een illusie. Inclusief de vijf skandha’s en het zogenaamde ego (de vijf tezamen).

Op geen enkel ogenblik is er in het nirvana sprake van ontstaan of vernietiging, en ook niet van het stilvallen van een dergelijk proces. Het is inderdaad de manifestatie van absolute rust en het ophouden van alle veranderingen, maar op het ogenblik dat het zich manifesteert is er zelfs geen concept van manifestatie meer. Daarom wordt het de eeuwigdurende zaligheid genoemd, zonder genieter of niet-genieter. 
 
 

 
 
Bron:
De Sutra van Hui-neng
Ankh-Hermes, 2001

zaterdag 12 oktober 2024

Levende wezens in je geest

De vorige blogpost ging over de ketters van Montaillou, dit keer wil ik het weer hebben over zenpatriarch Hui-neng. Er is een bruggetje, want ooit werd ook zen als een soort ketterij beschouwd, een oneerbiedige doctrine die onderwees dat er een speciale overbrenging buiten de soetra’s bestaat. Hui-neng (638-713) benadrukte dat we het pad op eigen kracht moeten volgen. Een mooi voorbeeld daarvan vond ik in De Sutra van Hui-neng. In dit boekje staan behalve een korte autobiografie ook enkele diepzinnige lessen.

In hoofdstuk 6 preekt Hui-neng over de essentie van de geest. We moeten onze dharmakaya verwerkelijken, de Boeddha in onze geest realiseren en onszelf bevrijden. Hui-neng vertelt hoe wij onze geest kunnen bevrijden van de smet van misdaden, boosheid, jaloersheid, hebzucht, valsheid, diefstal en haat. Hij vervolgt met een gedicht over berouw over ons gedrag in zowel verleden als toekomst, daarna volgen de vier grote beloften.

Als eerste moet zijn publiek (wij) beloven een oneindig aantal levende wezens in onze geest te bevrijden. Dat klinkt raar, maar ook weer niet. Boeddhisten geloven dat alle dingen alleen maar verschijnselen zijn die door de geest worden voortgebracht. Hui-neng legt uit wat deze belofte ‘een oneindig aantal levende wezens bevrijden’ betekent. In ieder geval niet dat hij, Hui-neng, ze zal bevrijden. En wie zijn dat dan, die levende wezens in onze geest? Hij noemt de misleidende geest, de verraderlijke geest, de boosaardige geest en nog veel meer van dat soort geesten. Dat zijn die levende wezens. Iedereen moet zichzelf bevrijden door de essentie van de geest. Dan is er sprake van echte bevrijding. Die onwetende, misleidende en ergerlijke wezens in onze geest worden bevrijd door het juiste inzicht. Daarmee (plus prajna-wijsheid) kunnen de door hun opgeworpen obstakels verwijderd worden, zodat iedereen in staat is zichzelf op eigen kracht te bevrijden.

Hui-neng heeft niks met ‘anderen’, eigenlijk bestaan ze niet eens. Zelfs het oneindig aantal te bevrijden ‘levende wezens’ is slechts een dwaling in je eigen geest. Tekortkomingen van anderen moeten we negeren, lazen we al eerder. We moeten onverschillig zijn wat betreft hun goede en slechte daden, kwaliteiten of zwakheden. Bemoei je met ‘je zelf’ en besef dat ook die een illusie is.
 


 
Bron:
De Sutra van Hui-neng
vertaling Wong Mou-lam, 1929
Ankh-Hermes, 2001

zaterdag 7 september 2024

Nog meer gelukzaligheid

Ik blijf nog even hangen in gelukzaligheid (als onderwerp). Het wordt ook genoemd in een tekst die bekend staat als “Het laatste testament van Longchenpa”.
 
Longchenpa (1308-1364/69) verheugt zich hier op zijn dood, of eigenlijk het hiernamaals. Hij zal zijn “intrek nemen in het bolwerk van de grote gelukzaligheid”. 
Dit roept bij mij vragen op. Een zeer belangrijke leraar uit het Tibetaans boeddhisme streeft hier kennelijk niet naar bevrijding door op te gaan in het Heldere Licht, maar handhaaft een vorm van bewustzijn dat (na realisatie van zelfloosheid?) grote gelukzaligheid gaat ervaren in een veilige ruimte/toestand. 
Is hier sprake van tukdam? Is er verwarring ontstaan door de vertaling?
 
 
Het laatste testament van Longchenpa:

Aan een wolkenloze avondhemel staat de volle maan,
‘De Heer van de Sterren’, op het punt op te komen…
Het gezicht van mijn mededogende heer, Padmasambhava,
Trekt mij naar zich toe, en straalt zijn teder welkom uit.
Mijn vreugde in de dood is vele malen groter
Dan de vreugde van kooplui over hun onmetelijke fortuinen,
Of de triomf der goden die zich beroemen op hun overwinningen,
Of het geluk der wijzen die de extase van volmaakte absorptie
zijn binnengegaan.
Net zoals een reiziger die op weg gaat wanneer de tijd is gekomen,
Zo zal ik niet langer in deze wereld verwijlen,
Maar mijn intrek nemen in het bolwerk van de grote gelukzaligheid,
voorbij de dood.

(Vertaling uit het Engels: Rigpa vertaalcollectief)

 

Bron:
Sogyal Rinpoche
Dagend inzicht
Servire, 1995

zondag 25 augustus 2024

Zelfloosheid en gelukzaligheid

In het Bardo Thödol kun je lezen over Het Heldere Licht, dat verschijnt op jouw sterfmoment. Maar volgens de Tibetaans-boeddhistische literatuur zou je daar ook een flits van kunnen ervaren bij niezen, flauwvallen, slapen en seksuele gemeenschap. Dat komt, zo vertelt de dalai lama in de vorige blogpost, omdat je sterke zelfgevoel op deze speciale momenten een beetje minder sterk is. In verband met deze bereidheid onszelf te verliezen, noemt zijn gesprekspartner Joyce McDougall slapen en orgasme hier zelfs “veredelde vormen van sterven”.

Maar het omgekeerde kan ook nog. Realisatie van zelfloosheid kan leiden tot ‘orgastische gelukzaligheid’, schrijft Robert Thurman in een voetnoot bij een van de Gebeden voor de tussenstaat in zijn Tibetaanse Dodenboek. (Om precies te zijn, bij een van de verzen van Het gebed om verlossing van de engten van de tussenstaat:)

Als ik in het cyclische bestaan ronddool, voortgedreven door krachtige instincten,
mogen de Heldhaftige Wetenschappers me leiden op het pad van het heldere licht van orgastische wijsheid!
Mag hun beste groep van partner-engelen me in de rug steunen,
me van de gevaarlijke engten van de tussenstaat verlossen
en me naar het volmaakte Boeddhaschap leiden!


Thurman heeft een nogal eigenzinnige en uitbundige manier van vertalen, die ik steeds meer ga waarderen. In zijn voetnoot legt hij eerst uit waarom hij de Sanskrietterm Vidyadhara (letterlijk ‘kennishouder’) in dit geval vertaalt als Heldhaftige Wetenschapper.  De term verwijst naar de wetenschappers van de geest van het oude India en Tibet, zegt hij. Ze dragen geen witte jassen en hun laboratoria bevinden zich in de innerlijke werelden, alleen toegankelijk door het beheersen van de geest en de mentale factoren. Toch zijn ze de wezenlijke wetenschappers van die niet-materialistische beschaving geweest.

Vervolgens over het Tibetaanse lhan skyes (Sanskriet: sahaja), dat letterlijk betekent ‘geproduceerd door verbinding’. Thurman vertaalt het als ‘orgasme’ of (bijvoeglijk) ‘orgastisch’, terwijl het vaker wordt vertaald als ‘aangeboren’ of ‘natuurlijk’. Maar deze termen vindt hij te algemeen, omdat het specifiek verwijst naar die grote gelukzaligheid van het smelten van zelf-gewoonten die uit de realisatie van zelfloosheid voortkomt en die een gelukzaligheid is waarvoor de wereldlijke metafoor de seksuele gelukzaligheid is. De term ‘orgastisch’ mag in eerste instantie dan misschien schokken, ze is een schot in de roos voor deze totale, orgastische gelukzaligheid die het gewone leven en dood volkomen overstijgen door de onvoorstelbare wijsheid van zelfloosheid.

Hier hetzelfde vers nog eens, maar in de vertaling van Chögyam Trungpa:

Wanneer ik gedreven door sterke onbewuste neigingen voortga in samsara,
Op het stralend lichtend pad van de ingeboren wijsheid,
Mogen de vidyadhara-krijgers voor mij uit gaan,
Hun gezellinnen, de schare van dakini’s, achter mij komen;
Helpt mij het gevaarvolle pad van de bardo te gaan,
En leidt mij naar de volmaakte Boeddhastaat.

Robert Thurman vindt de Gebeden ontzettend belangrijk. Volgens hem vormen ze de ruggengraat van het Bardo Thödol, het kernprogramma van het gehele proces. Er wordt doorheen heel het Bardo Thödol regelmatig aan gerefereerd. De verzen worden (als onderdeel van de tekst) gereciteerd voor de overledene in de bardo. Of, beter nog, tijdens leven alvast uit het hoofd geleerd.

Dit gebed (om verlossing van de engten van de tussenstaat) volgt de volgorde van de ervaringen in de tussenstaat van de realiteit (bardo van dharmata), door te bidden dat alle elementen van het gewone bestaan (hier gepersonifieerd als boeddhavormen en wijsheidwezens) veranderen in onderdelen van de bevrijding (transformatie van de vijf vergiften).

 
 
bronnen:
Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht 2006, 2e druk
 
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire 1991

zondag 18 augustus 2024

La petite mort

In eerdere blogposts kwam het ‘zelf’ al ter sprake, een (vals) concept.
Onze verwarde geest gelooft in een zelf of ego, en ziet zichzelf als een vast en blijvend iets. Een ernstige vergissing. Op het cruciale sterfmoment bijvoorbeeld, hebben wij zo’n angst dit ‘zelf’ te verliezen, dat we geen bevrijding kunnen bereiken door op te gaan in het Heldere Licht. Leven na leven worden wij door onze eigen geest gevangen gehouden in een web van onwetendheid. 
 
Een heel ander voorbeeld van deze angst kwam ik tegen in het boek Slapen, dromen en sterven, een verslag van een ontmoeting van westerse wetenschappers met de dalai lama, waarbij gediscussieerd werd over bewustzijn. Tijdens het gespreksonderwerp slapen en dromen komt psychoanalytica Joyce McDougall  met een interessante opmerking: “De psychoanalyse kan nog een andere uitleg geven over de relatie tussen slaap en orgasme, die beide in de verbeelding kunnen worden verbonden met het idee van sterven. Mensen die lijden aan slapeloosheid en mensen die geen orgasme kunnen bereiken, kunnen in de loop van de analyse ontdekken dat hun probleem met inslapen of met het in een erotische relatie versmelten met iemand van wie ze houden, voortkomt uit de angst om zichzelf te verliezen.”
 
 
In dit licht bezien vindt McDougall het opmerkelijk dat in Frankrijk het orgasme la petite mort (de kleine dood) wordt genoemd. Ze noemt ook Morpheus en Thanatos, slaap en dood, die in de Griekse mythologie broers zijn van elkaar. McDougall: “Om jezelf in slaap te laten zakken moet je het persoonlijke idee van het zelf loslaten en oplossen in de oorspronkelijke samensmelting met de wereld, of met de moeder of de baarmoeder. Het verliezen van het alledaagse zelf wordt zo gezien als een verlies in plaats van een verrijking. Ditzelfde kun je zeggen van mensen die niet kunnen genieten van het orgasme. Dankzij de bereidheid om onszelf te verliezen teneinde in een diepe slaap te geraken of een orgasme te beleven wordt het ook mogelijk om niet meer bang te zijn voor de dood. We zouden kunnen stellen dat slapen en het orgasme veredelde vormen van sterven zijn.”
 
De dalai lama grapt eerst nog dat in Tibet mensen met dergelijke angsten het beste in het klooster kunnen treden, maar voegt er serieuzer aan toe: “In de Tibetaans-boeddhistische literatuur staat geschreven dat men op verschillende momenten een flits van het heldere licht ervaart, onder andere wanneer men niest, flauwvalt, doodgaat, seksuele gemeenschap heeft en slaapt. Normaal hebben we een zeer sterk gevoel van ons zelf of ego, en vanuit deze subjectiviteit staan we in de wereld. Maar op deze speciale momenten is dit sterke zelfgevoel een beetje minder sterk.”
 
McDougall vraagt zich af of “er een relatie bestaat tussen de moeilijkheid om het zelf los te laten in de wakkere buitenwereld en de onwilligheid of onmogelijkheid om het grofstoffelijke lichaamsbeeld los te laten en het meer spirituele lichaamsbeeld toe te laten? Staat onze gehechtheid aan het grofstoffelijke lichaam dit loslaten niet toe?” De dalai lama denkt  dat hier wel enige overeenkomsten zijn, omdat ons zelfgevoel heel nauw met ons fysieke bestaan is verbonden. “Eigenlijk zijn er twee zelfbeelden, een grofstoffelijk en een subtiel. Het grofstoffelijke zelfgevoel is afhankelijk van het grofstoffelijke fysieke lichaam. Maar als iemand het subtiele zelfgevoel ervaart, wordt het grofstoffelijke zelf minder relevant en de angst om je zelf kwijt te raken verdwijnt.”
 
 
 
 
Bron:
Slapen, dromen en sterven;
Een onderzoek naar het bewustzijn met De Dalai Lama
Francisco J. Varela – red.
Maitreya, 1999

zondag 11 augustus 2024

Evans-Wentz en de Diamant Sutra

Een miljard views voor commerciële ‘schaduwwerkers’ op Tiktok. Wat jammer van al die tijd en aandacht. ‘Contact leggen’ met de duistere kant van je zelf is flauwekul, er is geen zelf, er is geen dualiteit. Verdiep je ook eens in dit interessante uitgangspunt, bijvoorbeeld via de Diamant Sutra. In hoofdstuk 31 (getiteld: ‘Men moet de Conventionele Waarheid Doorprikken’) kun je lezen:
 
[De Boeddha:] ‘Subhuti, als iemand zou beweren dat de Boeddha onderricht dat een individu werkelijk bestaat, denk je dat hij mijn woorden goed begrepen heeft?’ ‘Nee, Alom Vereerde, zo iemand heeft geen goed begrip van de leer van de Tathagata, omdat de Alom Vereerde onderricht dat de termen “zelf”, “persoonlijkheid”, “ego” en “afgescheiden individualiteit” in werkelijkheid niet bestaan en alleen maar concepten zijn’. 
[Daarop sprak de Boeddha:] ‘Subhuti, zij die uitblussing van de onvergelijkbare verlichting wensen te bereiken, moeten goed beseffen dat alle dingen alleen maar concepten zijn en moeten het toekennen van eigenschappen achterwege laten. Subhuti, de Tathagata heeft verklaard dat “eigenschappen” in  werkelijkheid helemaal geen eigenschappen zijn. Ze worden alleen maar zo genoemd.’
                                                                        (NL vertaling: Filip Pieters)


Mijn exemplaar, een uitgave van Ankh Hermes uit 2001, is gebaseerd op de Engelse 1947 vertaling van A.F. Price en biedt een beknopte samenvatting van de Prajnaparamita-geschriften, waarin de ultieme leer van de leegte wordt uitgelegd. Het origineel zou, volgens zeggen, maar liefst 21 boekdelen beslaan.

Ikzelf vind dit boekje extra leuk, omdat het voorwoord werd verzorgd door een vriend van Price, niemand minder dan W.Y. Evans-Wentz, die ik een interessante figuur vindt. Hij noemt de tekst een ‘Waardevol Juweel van Transcendente Wijsheid’, en hamert erop dat we het niet alleen moeten bestuderen via ons intellect, maar vooral ook door het beoefenen van de diepste meditatie.

In de hele tekst wordt sterk de nadruk wordt gelegd op het dogma van het niet bestaan van de ziel of het ego. En dat is ‘strikt boeddhistisch’ meent Evans-Wentz, want volledig in overeenstemming met de prediking van de Boeddha. In de hele sutra komt het ontkennen door de Boeddha van het werkelijk bestaan van alle voorwerpen en concepten, zoals het ego, de ziel, alle uiterlijke verschijnselen, verdienste, en zelfs van begrippen als bevrijding en niet-bevrijding, sterk tot uiting.

Evans-Wentz vindt het fijn dat deze leer nu makkelijk en voor iedereen beschikbaar is, maar moet helaas constateren dat het voor velen, en zeker voor de onwetende massa, in essentie esoterisch blijft. Volgens hem zal dit zo blijven ‘tot het Westen de veronderstelling van intellectuele en spirituele superioriteit ten opzichte van het Oosten laat varen’. Als ik dit lees, vind ik het extra onbegrijpelijk dat hijzelf iemand als C.G. Jung het voorwoord liet verzorgen bij de uitgave van het Tibetaans Dodenboek.

Tot besluit van zijn voorwoord wijst Evans-Wentz op de noodzaak dit onderricht in de praktijk uit te testen, en de volgende raad van de (niet nader genoemde) wijzen te koesteren:

De tijd gaat snel, en er moet veel worden geleerd;
Niemand weet wanneer de dood zal toeslaan:
Pas daarom de kunst van de zwaan toe om melk uit water te halen;
En wijd je helemaal aan het volgen van het Waardevolle Pad.

Zwaan? Melk uit water? Dat zei mij niets. Ik kon daar moeilijk uitleg over vinden, maar uiteindelijk kwam ik terecht op de website van een yogacentrum, waar uitgelegd werd dat de zwaan symbool is van onderscheidingsvermogen. Er wordt beweerd dat als je een zwaan een bakje met water en melk voorzet, zij de melk zal opdrinken en het water laten staan. Want de zwaan weet wat waardevol is en wat niet, weet wat blijvend is en wat voorbij gaat. Viveka heet dat in het Sanskriet.

donderdag 18 juli 2024

Schaduwwerken als Plan B

De twaalfde dag in de bardo van dharmata is behoorlijk heftig voor de overledene, dan ontmoet hij de gauri's, pishachi's en yogini’s. Toornige vrouwelijke wezens, oerkrachten die de sterk onderdrukte elementen van zijn psyche vertegenwoordigen. Heel akelig, maar toch ook weer een kans! Ze zijn angstaanjagend omdat ze ontkend worden. Het Bardo Thödol drukt de overledene nog eens op het hart om vooral niet bang te zijn op dit belangrijke en beslissende moment. Want als hij nu beseft dat alles wat zich voordoet uit zijn eigen stralende inzicht is ontstaan, zal hij onmiddellijk een boeddha in sambhogakaya worden! Wat er ook verschijnt, het zijn toch echt je eigen projecties. Herken dus het spel van je eigen geest.

Het is een mooi voorbeeld van het nut om reeds bij leven met de verdrongen en duistere kant van je zelf in het reine te komen. Zoiets had Rudolf Steiner ook al bedacht. Hij vond het belangrijk om nu al je schaduwzijde te verwerken, want anders krijg je dat allemaal in het hiernamaals op je bord. Daar komen straks al je herinneringen voorbij, in beeld en klank samengevat in een levenspanorama, waarover gereflecteerd moet worden, begeleid door het lichtwezen de Heer van Karma.


Het is dus prima dat schaduwwerken ineens (weer) mateloos populair lijkt te zijn, dankzij nota bene Tiktok. De oude ideeën van C.G. Jung zijn hier opnieuw afgestoft, en met groot commercieel succes.

Maar…

In feite is het allemaal flauwekul natuurlijk, in het beste geval een Plan B. Er is namelijk geen zelf, laat staan een schaduwzijde daarvan. Wij leven in een vergissing, het gevolg van een foute mindset van onze verwarde geest, die gelooft in dualiteit, zelf en ego. Wij zien onszelf als een vast en blijvend iets, maar zijn slechts een verzameling neigingen: de vijf skandha’s.

De oorsprong van bewustzijn is een bijzondere energie, het Heldere Licht, dat ook een ogenblik straalt op het moment van sterven. Een krachtige gelegenheid tot bevrijding, want als je dit Heldere Licht herkent, zul je er (weer) ondeelbaar mee verenigd worden. Het lijkt mij dus verstandig om dáár je aandacht op te richten. Bardo van dharmata, levenspanorama’s, en heel veel andere deining blijft je dan verder bespaard.

dinsdag 18 juni 2024

Schaduwwerk

 
Heer Bommel en zijn iksel is een verhaal van Marten Toonder uit 1953, waarin Bommel de duistere zijde van zijn karakter ontmoet. Dit ‘spiegelbeeld’, gehuld in een zwart jasje, zet hem aan tot agressief gedrag. Toonder had grote interesse in het werk van de Zwitserse psychiater en psycholoog Carl Gustav Jung (1875-1961), voor wie de ‘schaduw’ een van de belangrijkste archetypen was. Het is het onbewuste deel van iemands persoonlijkheid dat bestaat uit onderdrukte en verdrongen zwakheden, tekortkomingen en emoties. Jung noemt de schaduw voor het eerst in zijn boek Psychologische Typen, gepubliceerd in 1921.
 
Bommel bekijkt een egoprojectie van zijn innerlijk landschap.
 
Het lijkt erop dat Jung en zijn denkbeelden en theorieën tegenwoordig wat minder in de belangstelling staan dan voorheen, maar dat gaat in ieder geval niet op voor het ‘schaduwwerk’. In het aprilnummer van BBC Science Focus dit jaar, vraagt iemand in de Q&A rubriek ‘What is shadow work? And could embracing my shadow self boost my mental health?’ Deze vraag (eigenlijk twee) wordt beantwoord door Dr Christian Jarrett.

Volgens zijn artikel moet je op TikTok maar eens door de hashtag mental health browsen, en je vindt een overvloed aan video's over schaduwwerk. Samen zijn die meer dan een miljard (!) keer bekeken. Een commerciële TikTok mevrouw heeft (daardoor) ruim een miljoen exemplaren van haar zelfhulpboek kunnen verkopen. Bravo Jung! Want het is zijn idee, dat we allemaal een schaduw hebben, dat hier handig gerecycled wordt. Volgens Jarrett is de hele schaduwwerk rage eigenlijk een moderne kijk op Jungs geloof in het diepe belang van het onbewuste voor de menselijke psychologie.

De verdrongen eigenschappen zijn er altijd, we kunnen er niet aan ontsnappen. Daarom werd dit deel van onszelf door Jung ‘schaduw’ genoemd, maar ook omdat we het als donker en ongewenst zien. Volgens Jung kan je schaduwzelf zich manifesteren in dromen, of door een onbewaakte opmerking of impulsief handelen. Via schaduwwerk kun je het beter leren kennen, en integreren in wie je bent. Dat is het doel. Want door erkenning en verwerking van die kant van je zelf, voel je je authentieker en meer heel. Daarnaast kan de schaduw ook heel waardevol zijn, zegt Jung. Aspecten als ruwe kracht en inzicht helpen je creativiteit, persoonlijk begrip en veerkracht te vergroten.

Schaduwwerk bestaat meestal uit reflectieve oefeningen, die zijn ontworpen om in contact te komen met je schaduw. De TikTok mevrouw bijvoorbeeld raadt aan om wat tijd door te brengen in een rustige, vaag verlichte ruimte, af te stemmen op je schaduw en na te denken over welke woorden in je opkomen als je naar je innerlijke stem luistert. Er zijn ook allerlei visualisatieoefeningen. Bijvoorbeeld over twee deuren, waarbij de ene je naar je ideale zelf leidt, en de andere naar je schaduwzelf. Hoe voelt dat? Andere therapeuten komen met spontane kunst of een droomdagboek.

Niet alle Jungiaanse psychoanalytici zijn blij met de hernieuwde aandacht voor hun vakgebied. Zij vinden de manier waarop het schaduwconcept op sociale media wordt besproken vaak oppervlakkig, en zonder de diepte van de echte Jungiaanse psychologie. Een andere zorg is dat de oefeningen moeilijke emoties kunnen uitlokken bij mensen met een traumatisch verleden. Dat kan beter in een veilige therapeutische ruimte plaatsvinden. Voor wetenschappelijk ingestelde psychologen waren de theorieën van Jung (en Freud) altijd al controversieel. Zij missen hier de empirische ondersteuning, en vrezen zelfs psychische schade.

Zelf ben ik van mening dat schaduwwerk erg nuttig en misschien wel noodzakelijk kan zijn, in verband met de aanwijzingen die het Bardo Thödol ons geeft. De verdrongen en duistere kant van je psyche kan voor angstaanjagende momenten zorgen in de bardo van dharmata. Het is dus heel zinvol om daar tijdens je leven al aandacht aan te besteden. Daarover meer in een volgende blogpost.

 
 
Bron:
Christian Jarrett
BBC Science Focus
April 2024

zaterdag 4 november 2023

Ego, geest en zelf

In het uitgebreide commentaar (1935) van C.G. Jung op het Tibetaans Dodenboek, kwam ik een citaat tegen van zijn collega Sigmund Freud, die ooit als eerste opgemerkt zou hebben dat ‘het ego de ware locatie van de angst is’. Diezelfde week las ik ergens een quote van de Indiase meester Shantideva (8e eeuw): ‘Alle leed en angst komen voort uit de geest, en het grijpen naar een zelf.’

Ego, geest, zelf? Bedoelen de heren hier nu precies hetzelfde?

Freud bracht met zijn opmerking ‘een ware en diep intuïtieve overtuiging onder woorden’, vond Jung, want ‘diep in elk ego schuilt de angst voor het zelfoffer’. De onbewuste krachten willen zich juist volledig uiten. Iedereen die streeft naar zelfverwerkelijking (individuatie) krijgt onherroepelijk met deze angst te maken, want bij het ‘totale zelf’ hoort natuurlijk ook datgene waar je bang voor bent, en waarvan je misschien dacht verlost te zijn.

De term ego heeft Freud bedacht (het woord komt uit het Latijn en betekent ‘ik’). De menselijke psyche werd door hem verdeeld in drie verschillende bewustzijnsniveaus: ego, id en superego. Het ego is het rationele en praktische deel van onze persoonlijkheid en werkt gedeeltelijk bewust en deels onbewust. Het is wat je denkt over jezelf, je zelfbeeld. Id is dan het primitieve dierlijke instinct, diep in het onderbewuste.

 
In het Tibetaans boeddhisme is ego een ander verhaal. In een vorige blogpost beschrijft Chögyam Trungpa de ontwikkeling van de vijf skandha’s, de vijf ‘aggregaten’. Het zijn de basiselementen van onze ervaring: vorm, gevoel, perceptie, mentale formaties en bewustzijn. Het is maar een verzameling neigingen, maar onze verwarde geest ziet zichzelf als een vast en blijvend iets. Hij gelooft in een zelf of ego. En zo leven wij in een vergissing en zien niet wat we werkelijk zijn. Op het cruciale sterfmoment herkennen wij (daardoor) het Heldere Licht niet, en worden leven na leven (door de geest) in een web van onwetendheid gevangen gehouden. De geest is de schepper van onze werkelijkheid.

Twee versies ego, twee keer zelfbedrog. Niets is wat het lijkt. Je houdt vast, je houdt af, je hebt angst.

De christelijke traditie zet daar iets definitiefs naast: de onsterfelijke ziel. Opgaan in hemelse eenheid bij, met, naast God, is hier het hoogst haalbare. Het boeddhisme doet niet aan ziel. Het bewustzijn (de geest) kan op het sterfmoment volledig samensmelten met het Heldere Licht, de Eenheid (God, zo je wilt). Maar als dit niet lukt, ga je door naar een volgende incarnatie. Er is continuïteit. De gewone neigingen komen dan weer op, in de vorm van gedachten en emoties en hun projecties. In de bardo van dharmata ontvouwen zich de indrukken van de vijf innerlijke elementen. Afhankelijk van je beleving, ervaar je deze beelden en figuren als angstaanjagende bardokrachten, óf als overweldigende energieën van verlichting.

 
 
Voornaamste inspiratie:
Psychologisch commentaar door Carl Gustav Jung
Het Tibetaanse Dodenboek
Walter Evans-Wentz
Ankh Hermes, 2017
 
Sogyal Rinpoche
Dagend inzicht
Servire, 1995