Posts tonen met het label weerzien. Alle posts tonen
Posts tonen met het label weerzien. Alle posts tonen

woensdag 12 augustus 2026

Troostdromen


In de Engelse New Scientist stond laatst een kort artikel van Alice Klein over geruststellende dromen, die vaak zouden voorkomen bij terminale patiënten. Prettige en levendige dromen en visioenen met overleden geliefden, wachtende familieleden, huisdieren en allerlei symbolen. Een bron van troost en opluchting voor de zieken die een spoedig levenseinde onder ogen moeten zien. Hun angst voor de dood vermindert en er zijn gevoelens van innerlijke vrede. Het helpt de mensen om de dood te accepteren, zeggen de onderzoekers van een recente (?) Italiaanse studie.

Deze intense dromen in een ongewisse periode lijken mij toch vooral veroorzaakt en gekleurd te worden door wat mensen doorgaans verwachten of hopen, wat betreft overgang en hiernamaals. In een eerdere blogpost zagen we al dat dit (net als bij bijna-doodervaringen) ook nog cultureel bepaald kan zijn. In India bijvoorbeeld zijn het vaker religieuze figuren die de ontvangst aan gene zijde voor hun rekening nemen. En misschien is het zelfs mogelijk dat in tijden van crisis de menselijke geest zelfbeschermend ingrijpt en verlammende doodsangst probeert te dempen met allerlei kalmerende kunstgrepen.

Toch is het niet zo dat al deze eind-van-het-leven dromen en visioenen kalm en vredig verlopen. Ongeveer tien procent is behoorlijk verontrustend. Eén van de ondervraagde patiënten kreeg te maken met een monster met haar moeders gezicht, dat haar meesleepte. Bij bijna-doodervaringen schijnt ongeveer 20 procent angstwekkend te zijn. Meer symbolisch zijn de dromen met deuren, trappen of licht. Een persoon beschrijft een barrevoetse klim naar een open deur gevuld met wit licht.

Alice Klein noemt in haar artikel ook nog een soortgelijk onderzoek van de Amerikaan Christopher Kerr, die al jaren met dit onderwerp bezig is en er regelmatig over publiceert. Hij zegt het vooral interessant te vinden dat het niet willekeurig is wie er naar je toekomt, maar dat het altijd de mensen zijn die echt van je hielden en je beschermden. Omgekeerd kan ook nog. Er is een voorbeeld van een vrouw van 70 met visioenen van haar doodgeboren eerste kind. Zij bewoog daarbij haar armen of ze een baby wiegde. Het verlies vond ze te moeilijk om over te praten, maar zijn bovennatuurlijke terugkeer bracht haar uiteindelijk troost.

De frequentie van de dromen en visioenen neemt toe naarmate de dood nadert want “dying is progressive sleep”, zegt Kerr. Sterven is een geleidelijk slaapproces. Met progressive sleep wordt hier een geleidelijk, dieper wordend slaap- of bewustzijnsverlagingproces bedoelt. Kernidee hierbij is dat mensen meestal niet sterven in een wakkere of helder bewuste toestand, maar geleidelijk wegglijden in diepe slaap en rust waarin het leven losgelaten wordt. Volgens Kerr worden de dromen levendiger en opvallender omdat de mensen voortdurend in en uit slaap zijn.

Het levenseinde heeft vaak een droevig en afschrikwekkend imago omdat er "diep ingebakken in onze overleving een instinctieve reactie op dreiging zit”. Dat de gedachte aan de dood ons kennelijk banger maakt dan de dood zelf, zagen we al in een eerdere blogpost. Maar de laatste weken van een terminale ziekte kunnen rijk zijn in liefde en betekenis, en mensen “komen onvermijdelijk tot iets van accepteren”, zegt Kerr. “Eén van de meest opvallende dingen is de afwezigheid van angst”. 

 

Bron:
Alice Klein
New Scientist
april 2026

vrijdag 19 juni 2026

Paradijs Van Het Grote Niets

De hemel van…  Frank Boeijen

(De hemel van… Afl.31)

Dit jaar verscheen Paradijs Van Het Grote Niets, een nieuw album van Frank Boeijen. Vier jaar mee bezig geweest, vertelt hij op zijn website, en veel materiaal niet gebruikt. Er is een terugkerend thema: ‘de vergankelijkheid’, want ja “uw zanger wordt ouder”, zegt Frank zelf. Volgend jaar zeventig, het verbaast hem, voelt zich nog ongemakkelijk de koorknaap in het kerkelijke priesterkoor. Hij wil gewoon doorgaan zolang het kan, maar toch “Wie weet... het laatste woord…”. Luister maar naar het album, zegt Frank, “beter wordt het niet”. En inderdaad, dit is waarschijnlijk het mooiste album uit de carrière van Frank Boeijen, inclusief de periode Frank Boeijen Groep. Erg goed!

Een album bedoeld als troost en verzachting, en dat is natuurlijk mooi meegenomen bij elke vorm van vergankelijkheid. En die komt hier breed aan bod: verdriet, verlies, oude vrienden, familie, naderend einde, dementie. Zoals altijd zijn de teksten van Frank hier redelijk toegankelijk, soms wat flarderig abstract en kun je er meerdere kanten mee op, afhankelijk van je stemming.

De mooiste song is zonder twijfel het titelnummer Paradijs van het grote niets. Lijkt mij erg persoonlijk, zelfs voor Frank Boeijen. Hij beschrijft een hiernamaals, een ideale plek, die hij ‘paradijs’ noemt, maar die van hem net zo goed ‘nirvana’ of ‘hemel’ mag heten. In de loop der jaren vertelde Frank in interviews niet in een hiernamaals te geloven. “Het kan gewoon niet waar zijn” en “je komt er toch nooit achter”. Maar misschien doet inmiddels zijn katholieke opvoeding zich toch nog, toch weer, gelden? Zijn uitvaartdienst, te zijner tijd, moet dan ook ‘gewoon’ in een kerk plaatsvinden (zonder muziek).

En hier deelt Frank dus zijn versie van de hemel. Waar hij misschien niet in gelooft, maar wel op hoopt? Hij verwacht dat we elkaar hier weer zullen terugzien, in dit rijk der doden, van onze geliefden. Althans the good guys, want er zijn alleen maar vredelievende begripvolle onbaatzuchtige mensen. Hier geen afkeer, afgunst, oordeel. En zeker geen typisch aardse ongemakken, hij geeft een opsomming: oorlog, macht, geld, tirannen, materie, geweld en dwang. Allemaal afwezig.

Het is het paradijs van mooie dingen. Waar het vrede is. De eeuwige rust van de aanwezigheid, afwezigheid, niet te zien, niet te horen. Waar alleen liefde telt. Waar iedereen mag zijn die hij wil zijn, de anderen (the bad guys) zijn ergens anders. De hel natuurlijk, het vagevuur, het “inferno der schaamtelozen en gewetenlozen”, Frank somt er de nadelen van op, eigenlijk alle zaken die in de hemel afwezig zijn. Want daar heerst genegenheid, vergeving en vrijheid. En vooral samenzijn in het grote niets onder elkaar, met die ene geliefde of dat speciale iemand. Vertrouwd en zacht wonen we in elkaars hart, voorbij het ondraaglijk verdriet, samen in het Paradijs van het grote niets.

We worden er herboren, zien door de ogen van een kind dat alles voor het eerst ziet, daar heerst bewondering, warme omarming, daar is geen einde want dat is al geweest. Liefde zonder einde in ons paradijs. Het is kortom, ondanks de titel, een behoorlijk christelijke aangelegenheid compleet met beloning en straf en weerzien, maar in dit geval zonder opperwezen en dergelijke. De katholieke invloeden zijn duidelijk aanwezig als Frank suggereert dat je er misschien zelfs een “goedgezinde geest” wordt (een beschermengel, een engelbewaarder) die het nieuwe kind de weg wijst onderweg naar die eindeloze liefde.
 

zondag 15 juni 2025

Een grote zaal met fluwelen gordijnen

De hemel van… Jan Siebelink

(De hemel van… Afl. 29)

Coen Verbraak had een interview met schrijver Jan Siebelink in de podcast Over Leven van 10 mei 2025. Siebelink (87) publiceert al sinds 1975, maar werd pas in 2005 bekend bij het grote publiek met Knielen op een bed violen, een boek over zijn jeugd in een streng gelovig gezin. Er werden maar liefst 800.000 exemplaren van verkocht.

Vorig jaar overleed zijn vrouw Gerda, de grote liefde met wie hij zestig jaar samen was. Nu moet hij alleen verder en dat valt hem zwaar. Er zijn oude vragen en angsten over God, liefde en dood. Jan rekent uit, als hij misschien nog drie jaar zou leven, zijn dat ongeveer duizend dagen alleen. Hoe komt hij ze door? Deze lente bijvoorbeeld, het gemis is enorm. Gerda was niet gelovig, maar mocht wel als enige zijn vader voorlezen op diens sterfbed. Misschien ook omdat ze een heel mooie vrouw was.

Jan vraagt zich af hoe het nu met haar gaat. Het omhulsel is verdwenen, maar wat gebeurt er met haar geest en haar ziel? Volgens Paulus wordt ons een onvergankelijk lichaam toegedacht, zijn vader las dat heel vaak voor. Maar hoe zou dat dan zijn? Zij is nog wel ergens, denkt Jan. Hij is nieuwsgierig, want binnenkort zal hij daar zelf bijkomen. En ziet hij Gerda dan terug? Hij hoopt vurig van wel. Waarschijnlijk zit zij met zijn vader ter rechter hand Gods. En hij ziet zichzelf die grote zaal met fluwelen gordijnen binnenlopen, hij wordt verwacht, hij mag doorlopen van God. Althans, dat hoopt hij. Dan is hij daar en ze wenken naar hem. Maar hoe het er dan verder aan toe zal gaan, dat heeft hij allemaal nog te bedenken.

Hij piekert wel over het moment van de overgang, hoe zal dat gaan? Een fractie van een moment ben je er wel én je bent er niet. Maar Jan is vooral bang voor het oordeel, wat misschien op hem wacht na zijn dood. Hij heeft wellicht teveel aan zichzelf gedacht, maar toch ook wel veel goede dingen gedaan. En al die mooie boeken die hij geschreven heeft, die zullen toch ook mensen getroost hebben. Je wordt ‘gewogen’, dat is hem bijgebracht, en hij hoopt maar dat de weegschaal redelijk in evenwicht is. Hoewel zijn maatstaven maar burgerlijk zijn natuurlijk, God is veel groter.

Jan had het geloof uit zijn jeugd afgezegd en literatuur kwam ervoor in de plaats. Maar toen hij Knielen schreef ging hij zich weer helemaal verdiepen in zijn vaders boeken. En ja, de angsten van het geloof blijven toch wel heel diep in je zitten. Hij is ook wel jaloers op zijn vader die een directe band met God had. Dat zou je redding kunnen zijn als er verlossing bestaat. Toch was zijn vader ook angstig op zijn sterfbed, bang voor het oordeel. God hield zich afzijdig. Jan hoopt in ieder geval dat hij zelf de genade ontvangt om te kunnen geloven.

Hij heeft altijd een mystieke band met zijn vader gehad, en voelt zich schuldig dat hij diens verhaal gebruikt heeft voor zijn bestseller. Hij heeft daar veel geld mee verdiend, terwijl het boek misschien niet eens een duidelijk beeld geeft van dat geloof, dat hij zelf eigenlijk ook niet helemaal snapt.

Jan geniet nog wel van het leven en wil het nog niet loslaten, juist omdat hij zo bang is om dood te gaan. Maar hij voelt dat de eindigheid nu ook voor hem naderbij komt, en daarom wil hij zijn tijd zo goed mogelijk besteden. Hij moet trachten God te vinden om zo misschien nog de zaligheid te beërven. En vooral geen tijd vermorsen met voetbal kijken (op zondag nota bene) of in de zon zitten. Een bijbels schuldgevoel zegt hem dat hij dat niet verdiend. Maar met zijn veertig boeken zal hij toch niet snel beschuldigd worden van ledigheid, daar aan die hemelpoort. Hij heeft zijn talenten gebruikt en niet onder de korenmaat gezet. Maar je mag niet opscheppen, je moet nederig zijn.

vrijdag 14 maart 2025

Met Jack op de Grand Staircase

De hemel van... Rose Dawson

(De hemel van... Afl. 28)

Vorige week zag ik (voor het eerst!) de film Titanic (1997). Die kent iedereen natuurlijk allang, dus ik doe hier niet moeilijk over spoilers. Aan het eind van de film gaat de stokoude hoofdpersoon dood, of slaapt en droomt, dat wordt aan de kijker overgelaten. Niet dat het veel verschilt, maar volgens mij overlijdt ze en belandt vervolgens in haar ideale hemel. Twee dingen vind ik daarbij opvallend, daarover straks meer.

Hoofdpersoon van de film is Rose Dawson, later Rose Calvert, maar in 1895 geboren als Rose DeWitt Bukater. In 1912 keert zij met de Titanic terug naar Amerika. Haar rijke maar onuitstaanbare verloofde is ook aan boord, en hij schenkt haar een extreem kostbaar juweel met een blauwe diamant ‘the Heart of the Ocean’, maar helaas is de romantiek ver te zoeken. Tijdens de reis worden Rose (gespeeld door Kate Winslet) en derde klasse passagier Jack Dawson, een arme jonge kunstenaar, verliefd op elkaar. Samen beleven ze van alles, zowel voor als tijdens de scheepsramp, die Rose wel overleeft maar Jack niet.

Als Rose uiteindelijk in New York arriveert, gaat ze verder onder de naam Dawson (Jacks achternaam). Zo ontwijkt ze waarschijnlijk ook haar ex verloofde en haar moeder. Haar verdere leven doet ze allerlei avontuurlijke dingen die ze Jack beloofd had te doen, en ze wordt actrice en een bekend society figuur. (Dit alles komt niet in de film voor.) Ene Mr. Calvert wordt genoemd als Rose Dawson’s echtgenoot. Daar weten we verder niets van, behalve dat hij overleden is. Als kijker kun je herleiden dat ze samen minstens twee kinderen hebben, en een kleindochter Lizzy Calvert. Rose heeft Mr. Calvert nooit verteld over Jack Dawson, op wie ze haar hele leven verliefd was. Maar het lijkt erop (gezien de foto’s en de manier waarop ze over hem spreekt) dat Rose ook van haar man Mr. Calvert hield, ze was met hem getrouwd tot zijn overlijden.

De film maakt een sprong naar 1996, 84 jaar na het zinken, als schatjagers op zoek gaan naar de beroemde blauwe diamant. Zonder succes. Rose Calvert meldt zich, en als 100 jarige surviver wordt ze op het onderzoeksschip uitgenodigd. (Deze oude Rose wordt gespeeld door Gloria Stuart, in 2010 overleden als 100 jarige.) Oude Rose vertelt haar verhaal aan de bemanning en haar kleindochter Lizzy. Als ze weer alleen is gooit ze het blauwe juweel (ja zij had hem al die tijd) in de oceaan en gaat naar bed voor de nacht. De camera glijdt langs een aantal uitgestalde fotolijstjes, als een soort samenvatting van haar leven. Rose ligt stil in bed. Ze keert terug, als geest of in een droom, naar de Titanic in de glorietijd. Gangen door, richting het A deck, linksaf en een steward opent uitnodigend de deur. Ze wordt verwacht. We zien de Grand Staircase, veel hout en glamour , waar ze ooit met Jack afsprak, en ook nu staat hij daar op haar te wachten. Rose heeft weer haar jeugdige verschijning, en de trap wordt omringt door mensen die omgekomen zijn en haar nu begroeten. Iedereen is er en ziet er mooi uit, glimlachjes en knikjes. Bovenaan de trap omhelzen Rose en Jack elkaar onder applaus.

Heel mooi allemaal, maar waar is Mr. Calvert? Rose beleeft een hereniging met Jack, haar grote liefde. En niet met de man met wie ze waarschijnlijk jarenlang getrouwd is geweest. Een gelukkig huwelijk, met kinderen en kleinkinderen. Veel mensen verwachten na hun dood een weerzien met familie en of geliefden. Dat kan dus ingewikkeld worden, althans naar aardse maatstaven. In de bijbel wordt een paar keer op dit vraagstuk ingegaan.

Welbeschouwd is dit natuurlijk niet de hemel, maar de hemel van Rose. Het is haar momentje op haar ideale plek. Zij heeft het gecreëerd, de anderen zijn niet meer dan figuranten. Wat te denken van die steward bijvoorbeeld? Gaat die nu echt na zijn dood nog eens tot in eeuwigheid de knecht uithangen? In de hemel van een ander? Die heeft natuurlijk zijn eigen hemel gecreëerd, net als de rest van de overledenen. “Wij zijn goden die rondlopen in onze eigen schepping.” 
 

dinsdag 21 mei 2024

A place where nothing ever happens

De hemel van… David Byrne

(De hemel van… Afl.25)

David Byrne (1952) ken je misschien (nog) als de zanger van Talking Heads, de avant-garde band uit de jaren 70 en 80. En anders misschien als schrijver of beeldend kunstenaar of iets anders, de man is erg veelzijdig. In 1979 schreef hij samen met gitarist Jerry Harrison het nummer Heaven, voor het album Fear of Music.

Everyone is trying
To get to the bar
The name of the bar
The bar is called heaven

Heaven is a place
A place where nothing
Nothing ever happens

It's hard to imagine that
Nothing at all
Could be so exciting
Could be this much fun

There is a party
Everyone is there
Everyone will leave
At exactly the same time

(fragment)

Ik heb het vaak gedraaid, en ben er altijd vanuit gegaan dat hier iemands ideale hemel wordt beschreven, en dat het positief bedoeld is allemaal. Niet vanwege die bar, maar omdat iedereen er is, en vooral omdat er geruststellend weinig gebeurd. Maar dat zegt meer iets over mij natuurlijk, ik weet niet of dit echt David Byrne’s hemelse wens is. Waarschijnlijk vindt hij het maar een saaie boel, misschien is het zelfs sarcastisch bedoeld. Het is het algemene beeld van de hemel, een plaats waar je verder leeft met je favoriete bezigheden, tot in de eeuwigheid.

Bij nadere beschouwing hoeft de song ook helemaal niet over de hemel te gaan, maar over een bar die De Hemel heet. Die zijn er, en de tekst klopt dan nog steeds. David zou ooit gezegd hebben dat dit lied over een bestaande gaybar handelt, genaamd Heaven. Maar dat heb ik verder nergens kunnen vinden. En ‘bar’ kan in het Engels ook nog een blokkade of hindernis betekenen, die je bereikt of passeert. Dan wordt het verhaal weer anders. Behalve ‘a place where nothing ever happens’ en een bar, is de hemel in dit nummer ook nog een feest, en een zelfde kus die telkens opnieuw begint.

Drummer van de band Chris Frantz vindt de filosofische tekst maar zozo. Hij heeft er niets mee, met het idee dat de hemel een plaats zou zijn waar helemaal nooit iets gebeurd. “I understand it’s kind of a zen thing, but I didn’t really connect with it.” Maar de muziek vindt hij prima, en hij vergelijkt het zelfs met Neil Young. En inderdaad, het heeft wel iets van zijn countryrock.

Ik weet niet of David Byrne religieus is opgevoed. Zijn vaders familie was katholiek en die van zijn moeder Presbyteriaans. David denkt dat sektarische conflicten misschien een rol hebben gespeeld bij de emigratie van het gezinnetje Byrne (hij was drie) van Schotland naar de USA. Natuurlijk wilden ze economische verbetering, maar waarschijnlijk ook vrij zijn van al dat religieus gemengde huwelijk gedoe. Het was behoorlijk benauwend, volgens David. Zijn antwoord op de vraag Is there a God? luidt: “I would say yes, but in a form so strange and so convoluted and so unusual for us that we will never, ever comprehend it.”

 
Hieronder de complete tekst van Heaven: 
 
Everyone is trying
To get to the bar
The name of the bar
The bar is called heaven

The band in heaven
They play my favorite song
Play it one more time
Play it all night long

Heaven
Heaven is a place
A place where nothing
Nothing ever happens
Heaven
Heaven is a place
A place where nothing
Nothing ever happens

There is a party
Everyone is there
Everyone will leave
At exactly the same time

It's hard to imagine that
Nothing at all
Could be so exciting
Could be this much fun

Heaven
Heaven is a place
A place where nothing
Nothing ever happens
Heaven
Heaven is a place
A place where nothing
Nothing ever happens

When this kiss is over
It will start again
It will not be any different
It will be exactly the same

It's hard to imagine
That nothing at all
Could be so exciting
Could be this much fun

Heaven
Heaven is a place
A place where nothing
Nothing ever happens
Heaven
Heaven is a place
A place where nothing
Nothing ever happens

Tekst: Jerry Harrison David Byrne 


bronnen:
diverse muziekrubrieken op internet

maandag 23 mei 2022

Boerenstoïcisme

Gaan overleden kinderen rechtstreeks naar de hemel? Hebben ze een speciale status in een eventueel hiernamaals? Worden ze daar alsnog ouder? Er zijn veel mensen die zich dit soort dingen afvragen, zoals we al zagen in de vorige blogpost. Ook in de literatuur kom je dergelijke onderwerpen regelmatig tegen. Zoals redelijk recent nog bij George Saunders met Lincoln in de bardo (2017), maar bijvoorbeeld ook al in de Russische klassieker De gebroeders Karamazov (1880), de laatste roman van Fjodor Dostojevski. In een van de eerste hoofdstukken lezen we hoe een wanhopige boerenvrouw wordt getroost door een wat oudere priestermonnik. Zij rouwt om het verlies van haar zoontje van twee, en om haar andere drie kinderen die al eerder waren overleden. 

De monnik vertelt haar dat alle kleintjes in de hemel zijn, en ondeugend van alles doen wat niemand anders zou durven voor Gods troon. Ze spreken hem aan en stellen brutale vragen. Waarom hij hun eerst het leven schenkt bijvoorbeeld, en dat dan heel snel weer afneemt. God geeft ze daarom vlug de rang van engel. Het vrouwtje moet dus niet huilen, maar juist blij zijn. Haar jongetje is nu bij God in het engelenkoor, en hij kijkt vanuit de hemel naar haar en hij maakt God opmerkzaam op haar tranen. Zij moet zijn zaligheid dus niet verstoren, hij is immers in leven? De ziel leeft eeuwig, en al is het kind niet bij haar thuis, hij bevindt zich onzichtbaar aan haar zijde en zorgt ervoor dat ze zoete dromen krijgt.


Waarschijnlijk troost Dostojevski hier vooral ook zichzelf. Want net als deze eenvoudige vrouw, rouwt ook hij om een verloren zoon. Aleksej (Aljosja), zijn favoriet, was kort ervoor overleden. Een heel droevige periode voor Dostojevski, die uiteindelijk naar een klooster reisde voor troost en goede raad, die hij vervolgens verwerkt heeft in deze roman (die eigenlijk over kinderen en kindertijd had moeten gaan). Dostojevski hunkerde naar geloof, maar hij kon niet accepteren dat de dood van kleine kinderen deel uitmaakte van het goddelijk plan. Heel zijn leven, en in al zijn werk worstelde hij met de vraag: hoe kun je in God geloven wanneer de door hem geschapen wereld zo vol lijden is? Hoe kon God een land als Rusland gemaakt hebben?

Het fragment met de getrooste vrouw voert ons mee naar de kern van het Russische (boeren)geloof. Boeren en andere lijfeigenen waren juist door dat lijden beter in staat om met de dood om te gaan. Zij waren er (schijnbaar) niet bang voor, de dood zou immers een bevrijding betekenen. In het hiernamaals (het ‘koninkrijk van vrijheid’) zouden ze beloond worden voor al het lijden, en hun voorouders terugzien. Een eenvoudig geloof stelde hen in staat de dood recht in de ogen te kijken, en ook een stervende veel beter te helpen dan bijvoorbeeld een priester. Deze onbevreesde houding van de boer ten opzichte van de dood kom je vaak tegen in de 19e eeuwse Russische literatuur, schrijvers zoals Dostojevski benijdden hen, maar vonden er ook bemoediging in. Dat ‘de zielen van kleine kinderen regelrecht naar de hemel gaan’ moet voor hem een bijzonder troostrijke gedachte zijn geweest.

Maar anderen zagen deze berusting, dit boerenfatalisme, meer als een vorm van noodzakelijke mentale zelfverdediging. De dood was zo’n dagelijks onderdeel van het boerenleven (de helft van alle kinderen overleed voor het vijfde levensjaar), dat hij zich wel moest harden om met het verdriet om te gaan. Geen emoties tonen, ‘een mond minder te voeden’, en zelfs infanticide als het zo uitkwam.

 
 
 
Voornaamste bron: 
Natasja’s dans 
Rainbow 2022 
Orlando Figes

dinsdag 26 april 2022

Complimenten in de Petrus-bar

De hemel van… Rachel Hazes 

(De hemel van… Afl.19)

Rachel Hazes (1970) is de weduwe van volkszanger André Hazes, die in 2004 overleden is. Zij verwacht na haar overlijden haar man terug te zien in de hemel. Tot zover niets nieuws. Maar dan dit:  ‘André is inmiddels 70, en dus vermoedelijk grijs geworden’, terwijl zij ‘hem natuurlijk donker kent, met van die bakkenbaardjes’. Zoiets had ik nog niet eerder gehoord: tijd en leeftijd tikken gewoon door in het hiernamaals (van Rachel). Het lichaam van André is gecremeerd en zijn as verspreid, afgeschoten met een vuurpijl, gerecycled in tattoos en her en der begraven, maar het verouderingsproces ervan gaat toch gewoon door.

Zoekend op het internet probeer ik meer over mevrouw Hazes’ religieuze achtergrond en haar visie op gene zijde te weten te komen, maar de opbrengst valt tegen. Amper genoeg voor een aflevering van De hemel van… Rachels verbeelding op dit gebied komt nogal kinderlijk over, en vaak nog minder dan dat. Alle clichés uit populaire films en series komen langs. Natuurlijk heb ik hier verder geen oordeel over. Elke persoonlijke mening over en voorstelling van een eventueel hiernamaals is evenveel waard als de andere.

Wat betreft Rachel Hazes zijn de overledenen ‘boven’ (in de hemel) en wij ‘beneden’. De doden kijken naar ons dagelijks leven op aarde, en sturen dat hier en daar wat bij door het geven van tekenen. André verhinderde ooit Rachels zelfmoordpoging (omdat hij haar nog niet ‘boven’ wilde hebben) en zij laat zich bij belangrijke beslissingen nog steeds leiden door haar man. Rachel hoopt hiervoor later ‘in de Petrus-bar’ complimenten van hem te ontvangen. In de hemel is het sowieso een gezellige boel, alle dierbaren zitten er bij elkaar, proosten en doen elkaar de groeten met een dikke kus van de mensen ‘beneden’. Rachel schrijft ze nu en dan een brief. Natuurlijk is er ook een hemelpoort. André is ook regelmatig ‘beneden’, hij spookt dan bij zijn weduwe en hun dochter rond.

De hemelse leeftijd, en of kinderen daar wel/niet ouder worden, is een vraagstuk op internet. 33 jaar wordt vaak genoemd, de leeftijd waarop Jezus stierf. Een mevrouw vindt dat een probleem, een moeder in de hemel die permanent 33 is, want zij heeft haar als 6-jarige nauwelijks gekend. Daarbij vind ze het ook niet prettig dat moeder er 60 jaar jonger uitziet dan zijzelf, als ze in de negentig zou zijn. Zij heeft liever dat iedereen het gezicht behoudt van het sterfmoment. Een persoonlijke hemel op maat dus voor haar. Wie weet. De beste hemel maak je toch zelf, en de hemel van de een is de hel van de ander (en omgekeerd). Ieder van ons leeft en droomt in zijn eigen unieke individuele wereldje. Elke waarnemer ervaart zijn eigen waarheid in overeenstemming met zijn karmische patronen. In de hemel, toch ook maar een van de zes bestaanswerelden, zal dat niet anders zijn. 
 

bronnen: 
vele roddel- en human interest rubrieken op internet vanaf 2004

zondag 16 januari 2022

Een spirituele vlakte

De hemel van… Lucinda Willliams

(De hemel van… Afl.18)

In muziekmagazine Heaven (!) staat een kort interview met Lucinda Williams (68). Deze Amerikaanse zangeres gaat binnenkort weer op concerttournee. Dat zal niet meevallen, want ze heeft een pittig jaar achter de rug. In november 2020 heeft ze een herseninfarct gehad, met alle gevolgen van dien. Williams moest opnieuw leren lopen en haar lichaam durven vertrouwen. Ze probeert nu haar leven weer op te pakken en bekijkt het maar van dag tot dag, meestal positief en vastberaden. Er is vooruitgang, maar ze kan nog niet alles doen wat vroeger normaal was, dat is behoorlijk frustrerend. Gitaar spelen bijvoorbeeld, vormt nu haar grootste opgave. Haar brein haalt ook trucs uit, vertelt ze, speelt een spelletje met haar. Het is echt heel raar. Ze ervaart bijvoorbeeld dat iemand zich in de kamer bevindt, terwijl die er niet is. Vreemde dingen zijn het, zoals bij mensen die tijdens een coma iets van een hemel hebben ervaren.

Lucinda is inmiddels weer bezig met wat nieuwe songs, voornamelijk americana. Een daarvan heet Stolen Moments en gaat over het verlies van een dierbare vriend (Tom Petty), en de ervaring die je soms hebt dat je overleden vrienden niet echt zijn verdwenen en dat je hun aanwezigheid nog heel sterk kunt voelen. Lucinda Williams begeeft zich vaker op dit terrein. Op haar album The Ghosts of highway 20 uit 2016 bijvoorbeeld, bezingt ze in het nummer Death Came de dood van een vriend, en het gemis daarna. In het nummer If There's A Heaven (zelfde album) twijfelt ze over het bestaan van een hemel, terwijl ze in Doors of Heaven er juist op rekent dat ze daar eenmaal levensmoe toegelaten zal worden, en iedereen in deze schittering haar verhaal kan vertellen. Het is een prachtplek ergens daarboven, een plaats vol liefde, de locatie ook van een weerzien met haar moeder.

In dit interview komt David Byrne van Talking Heads even ter sprake. Hij zingt alsof hij preekt, vind Lucinda. In de hemel die hij bezingt in Heaven (“Heaven is a place where nothing ever happens”) zou Lucinda om de dooie dood niet willen zijn. Als de hemel al bestaat dan is dat in de vorm van een spirituele vlakte die we vanaf de aarde niet kunnen waarnemen. Hoogstens in onze fantasie. Zoiets. Het is iets etherisch, moeilijk te beschrijven en te bevatten. Net als muziek.


Voornaamste bron: 
John Oomkes in Heaven, januari 2022

maandag 16 augustus 2021

Astraal reizen met Robert Monroe

De Amerikaanse zakenman Robert A. Monroe (1915-1995) had een speciaal paranormaal talent: hij kon naar believen zijn lichaam tijdelijk verlaten, en bewust door verschillende aardse en astrale dimensies reizen. Als pionier op het gebied van astrale projecties schreef hij daar drie boeken over. 
 
De eerste uittreding* was Monroe spontaan overkomen, maar later ontwikkelde hij bepaalde technieken om deze ervaringen, die ook wel op lucide dromen lijken, bewust op te wekken. Met zijn niet fysieke, astraal lichaam verplaatst Monroe zich dan in de astrale wereld. Hijzelf spreekt liever over een tweede lichaam** en een tweede staat. Astraal vindt hij een vaag begrip, meer iets voor occult gedoe en bijgelovige dwaasheden uit een ver verleden.
 
 
In zijn eerste boek (1971) beschrijft Robert Monroe de drie omgevingen die, naar zijn mening, in deze tweede staat schijnen te bestaan. Omgeving I komt hem daarbij het meest geloofwaardig voor. Het is een soort hier en nu, zonder vreemde gebeurtenissen, wezens of plaatsen. Een wereld die wij kennen via onze zintuigen, met mensen en plaatsen die ook feitelijk bestaan in de stoffelijke wereld. Omgeving III is een merkwaardige wereld, bíjna identiek aan de onze, maar met een rare, onbegrijpelijke twist.

Omgeving II lijkt veel op het traditionele gene zijde, waar mensen naar toe gaan wanneer ze sterven. Er zijn allerlei wezens met wie je in contact kunt treden, en Monroe ontmoet er soms personen die overleden zijn. Hij beschrijft parkachtige landschappen, waar nieuw aangekomen doden worden opgewacht door vrienden. Sommige overledenen creëren allerlei aardse voorwerpen, waar ze kennelijk aan gehecht zijn, om hun nieuwe omgeving op te leuken. Dat kan gemakkelijk, want gedachten vormen hier de bron van bestaan. Zij veroorzaken energie, leven, figuren. Je bent zoals je denkt, en voorzien van een zeer soepel en rekbaar tweede lichaam, dat elke vorm kan aannemen die je maar wil. Het doet sterk denken aan de bardo van wording, zoals beschreven in het Bardo Thödol. Monroe vermoedt dat het wezenlijke zelf (de ziel) in omgeving II “slechts een georganiseerde werveling of verdraaiing vormt van het basismateriaal”.

In deze sfeer is het constant opletten geblazen. Elke hardnekkige emotie, of zelfs een kleine terloopse gedachte op een verkeerd moment, buigt je reis af in een daarmee samenhangende richting. Je constante drijfveren, gevoelens en verlangens, hebben je bestemming volledig vastgelegd (karma!). En, net als in de bardo, is angst hier een terugkerend motief. Angst voor het onbekende, voor vreemde (niet-stoffelijke) wezens, voor de dood, voor God, voor het overtreden van regels, voor pijn. Je wordt voortdurend opgejaagd door je diepste verlangens en meest panische angsten. Emoties die in de stoffelijke wereld zorgvuldig onderdrukt worden, razen hier onverhuld op volle kracht. Het is overdonderend. En alles ook nog open en bloot, zichtbaar voor ‘de anderen’. Hier geen afgeschermd innerlijk ik, of verhulling in de vorm van aanpassing of remmingen. Geen geheimen, maar transparantie.

Uiteindelijk kan de overledene toch weer verder. Er zijn ontelbare mogelijkheden in omgeving II, maar het is dan wel ‘soort zoekt soort’ (net als in de bardo). Ben je een zeer slecht mens, dan beland je in een sector met gelijkgezinden. Er zijn talloze denkbare variaties, de onmetelijkheid en dimensies van omgeving II gaan ons voorstellingsvermogen te boven. Wat hemel en hel genoemd wordt, is maar een onderdeel van deze uitgestrektheid. Daarover meer in een volgende blogpost.
 

 * Er bestaat (nog) geen algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs dat uittredingen ook daadwerkelijk plaatsvinden.

**Monroe vermeldt het bestaan van een koord, dat de verbinding van het stoffelijke met het tweede lichaam onderhoudt. Het wordt vaak genoemd bij bijna-doodervaringen en in de esoterische literatuur

 

Voornaamste bron: 
Robert A. Monroe 
Uittredingen; Experimenten buiten het lichaam 
Ankh-Hermes 1978, derde druk