woensdag 16 september 2026

Droomvlucht

bron afb: Efteling promotie

Laatst las ik bij Omroep Brabant dat het af en toe voorkomt dat nabestaanden as van overledenen uitstrooien in de Efteling! Niet zo heel vaak, maar toch. Vooral het Sprookjesbos en de Droomvlucht schijnen hierbij populair te zijn. Wat een gehannes zal dat zijn met zo'n urn, en dan ook nog stiekem, want niet toegestaan natuurlijk. Hoe dan ook, een merkwaardige wens van nabestaanden en/of overledene. Waarom doen mensen zoiets? Ik kan mij drie situaties voorstellen.

1. Bij wijze van grap, of geëtaleerde minachting van sterven en dood.
2. Ooit gelukkige momenten op, of een bijzondere band met de Efteling.
3. De veronderstelling dat je hier, op deze attractie, dan na je dood op de een of andere manier permanent en 'voor eeuwig' rondhangt. Weliswaar niet fysiek, maar dan toch 'geestelijk' of iets dergelijks.

Categorie 3 is (voor dit blog) veruit de meest interessante natuurlijk. Voor eeuwig rondhangen in dat oubollige sprookjesbos of die rare droomvlucht, deel uitmaken van deze fantasy-sferen met al die bizarre en wazige figuren en archetypen. Een bardo op zichzelf. En inderdaad vergelijkbaar, sterk leunend op de verbeelding van de bezoeker zelf. Zijn eigen wensen, angsten en onderbewustzijn.

Maar toch, een nepwereld. Allemaal fake! Een loze facade. Ineens, aan het eind van de dag, staat die hele machinerie stil en gaan de harde lichten aan. De complete poppenkast open en bloot, snoeren, stekkers, kasten met apparatuur en heel veel plastic. Niksigheid, Leegte.

Een mooie metafoor voor talloze situaties in het dagelijks leven (en daarna). En de Efteling fantasiewereld blijkt ineens extra realistisch en alledaags, als een medewerker vertelt dat de as altijd wordt opgeruimd aan het einde van de dag. Een stofzuiger er op, en vervolgens geleegd in de Kliko.
 

dinsdag 8 september 2026

Uriël

Van Hans Stolp las ik (diagonaal) het boek Leven met Engelen. Theoloog en veelschrijver Stolp (1942) lijkt mij een beste man, maar ik vind dat hij meestal wel erg doorschiet met zijn Rudolf Steiner idolatie en esoterisch christendom. Dat lijkt ook nu weer het geval. Stolp en Steiner houden erg van overzichtelijke rangordes, hiërarchieën, tijdperken en stadia. En dan zit je goed met het onderwerp engelen, want daar zijn veel soorten van, zegt Stolp.

Toch lees ik nog iets interessants in het gedeelte dat handelt over de Aartsengelen. In het jaar 746 werd Uriël door de katholieke Kerk zomaar geschrapt als erkende Aartsengel, een onderwerp dat Stolp naar eigen zeggen "mateloos intrigeert". Volgens de schrijver vermeldt de bijbel dat er zeven Aartsengelen zijn. Maar slechts vier daarvan worden hier (of in de apocriefe geschriften) met de naam genoemd: Michaël, Rafaël, Gabriël en Uriël. 


Stolp legt uit dat Uriël ("Vlam Gods") verbonden is met vuur, hij ís het of symboliseert het. Maar vuur is ook een symbool van de (Heilige) Geest, denk aan de 'tongen als van vuur' op het Pinksterfeest. Vuur als het zichtbaar teken van de Geest. En zo is Uriël dus ook nog verbonden met de Heilige Geest. Stolp voegt daar aan toe: "ons hogere Ik, die goddelijke vonk of die geest in ons, is een stukje van die Heilige Geest en wordt door de Heilige Geest tot leven geroepen." Maar zowel de geest in ons, als Uriël, werden dus geschrapt door de kerkelijke traditie! Stolp kan er niet over uit: "Kennelijk moest alles wat aan de Geest herinnerde en wat de Geest symboliseerde het veld ruimen!" 

Hij vertelt hoe dat ging met Uriël. In 746 werd op het concilie van Rome besloten dat er maar drie Aartsengelen zijn, de andere namen die circuleerden waren niet echt en moesten gecanceld worden, inclusief Uriël. Hij verdween zowel uit het lijstje van zeven, als dat van vier Aartsengelen. Alleen Michaël, Gabriël en Rafaël bleven over. Maar, zoals dat gaat, de naam Uriël bleef hardnekkig op allerlei manieren doorwerken, in de schilderkunst bijvoorbeeld (iconen). Tegelijk met Uriël moest ook de geest zelf, waarvan hij het symbool was, het veld ruimen. Stolp legt uit hoe dat in zijn werk ging. Volgens de bijbelse traditie bestaat een mens uit een lichaam, een ziel en een geest. Paulus bedoelt met "ziel" ons "ego", en met "geest" bedoelt hij de "goddelijke vonk" in ons. Maar op het concilie in 869, dit keer in Constantinopel, werd bepaald dat een mens alleen maar bestaat uit een lichaam en een ziel. Dus de geest in de mens werd hier geschrapt, voortaan bestond die slechts uit een fysiek lichaam en een ego.

Exit Uriël en exit geest in de mens. Wat zit daar achter?, vraagt Stolp zich af. Wat is hier de bijzondere reden van? Er gebeurt immers niets voor niets op aarde. Stolp meent de verklaring gevonden te hebben, en komt dan met een typisch Steiner verhaal. In de tijd van die twee concilies was de mens nog maar net begonnen aan het ontwikkelen van het verstandelijk denken in zichzelf. Daar lag alle nadruk op. Het was de eeuw waarin de mensheid de kosmische intelligentie tot zich mocht gaan nemen, en omvormen tot menselijk denken en intelligentie. De innerlijke aandacht werd geleid naar het denken en niet naar de geest. Tegenwoordig zijn we alweer een stuk verder in onze menselijke ontwikkeling. Het is de tijd waarin we weer mogen beseffen dat wij eigenlijk geestelijke en goddelijke wezens zijn, ons bewustzijn komt tot volle ontplooiing. Het is belangrijk dat we ons weer bewust worden van het werk van Uriël en van de goddelijke geest in ons. Dat we niet alleen een lichaam (fysiek en etherisch) hebben, en een ziel (astraal lichaam of ego), maar dat we ook de geest (het hogere Ik) met ons meedragen.

Een interessant verhaal, en even dacht ik iets van een eenheidsgedachte te bespeuren. De goddelijke vonk in ons als een stukje van de (Heilige) Geest, en door de Heilige Geest tot leven geroepen. Maar uiteindelijk verzandt alles natuurlijk weer in dualiteit.

 
 
bron:
Hans Stolp
Leven met Engelen
Ankh-Hermes, 2008