Posts tonen met het label emoties. Alle posts tonen
Posts tonen met het label emoties. Alle posts tonen

zaterdag 6 juni 2026

Dharma’s

Nagarjuna 10 
 
De ‘werkelijkheid’ bestaat uit een aaneenschakeling van losse momenten.
Alle dharma's (fenomenen) bestaan tegelijk in het verleden, heden en de toekomst. De essentie van de werkelijkheid is permanent, zelfs als verschijnselen veranderen. Dat is de mening van de Sarvastivadins, een boeddhistische stroming waar Nagarjuna zich speciaal tot richt. In de vorige blogpost kwamen ze ter sprake.

Die drie genoemde dharmas bestaan op één manier tegelijk, maar het zijn geen identieke kopieën, ze verschillen per tijdspositie. Alles bestaat maar héél even (momentariteit) en verandert continu, alles ontstaat en vergaat onmiddellijk. Er is geen blijvende essentie of continuïteit tussen verleden, heden en toekomst. Een dharma volgt wel direct uit de voorgaande dharma, maar volgens het principe van afhankelijk ontstaan. Dus gebeurtenissen voorafgaand aan de dharma ‘van nu’ hebben geen invloed meer, en er wordt ook niet vooruitgelopen op hiernavolgende gebeurtenissen.

Deze uitgangspunten leveren wel problemen op. Bijvoorbeeld karma zou niet kunnen bestaan. En je eigen emoties observeren kan ook niet. Observatie en emotie spelen zich beiden in je eigen hoofd af en kunnen niet tegelijkertijd plaatsvinden. Daar werd het volgende op gevonden. Naast de dharma ‘van nu’ (het heden) bestaan er ook dharma’s uit het niet-heden, dus verleden en toekomst (andere scholen namelijk verwierpen dat). En dat maakt dan weer oorzakelijke samenhang en karmische verantwoording mogelijk. Een handeling in het verleden (een dharma) blijft “aanwezig” als opgeslagen karmisch potentieel. En een toekomstig potentieel kan al een bepaalde stemming of opvatting veroorzaken (zijn schaduw vooruit werpen!).

Een interessant, maar ook merkwaardig en ingewikkeld verhaal. Er wordt wel een soort tijdlijn geïntroduceerd, maar verleden – heden – toekomst beïnvloeden elkaar niet. Geen oorzaak en gevolg hier. Toch zijn er eventuele karmische gevolgen. En de toekomst, ligt die vast?


Helaas besteedt Eric Hoogcarspel in zijn inleiding niet veel aandacht aan de Sarvastivadins. Misschien komt dat later nog? Bij vers 3 vermeldt hij dat ze een dualistisch wereldbeeld hebben, waarin geest en materie absoluut verschillend zijn. En daarom kan materie niet iets geestelijks veroorzaken. Dat vind ik interessant, want zegt Spinoza dat ook niet? De ‘attributen’ materie en geest, waarmee de enige substantie (God) zich uitdrukt in eindeloos veel ‘modi’, gaan parallel aan elkaar, maar kunnen elkaar niet beïnvloeden. Het zijn twee kanten van dezelfde zaak (God), één en dezelfde substantie, maar dan vanuit verschillende standpunten gezien (dus hier géén dualiteit!). Gods denken is gelijk aan zijn handelen, alles wat op gebied van de materie gebeurt heeft z’n parallel op het gebied van de geest (en omgekeerd).
 
 
 
 
Bronnen:
diversen op internet
 
Jan Knol
En je zult spinazie eten
Wereldbibliotheek 2016, tiende druk
 
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005

vrijdag 17 april 2026

De uitvinding van onsterfelijkheid

Het hiernamaals is verzonnen door de Victorianen. In The Green Man (1969) lees ik een passage, waarin een lokale geestelijke afrekent met het idee van onsterfelijkheid.


The Green Man
, geschreven door Kingsley Amis, is een ghost story en comedy tegelijk. Hoofdpersoon Maurice Allington (alcoholist en womanizer) heeft een eeuwenoude pub waar het spookt. Als zijn vader overleden is, drinkt Maurice na de begrafenis nog een borrel met Tom Rodney Sonnenschein, de verwijfde en eigenwijze Reverend van St. James, Fareham. De verveelde dominee is duidelijk toe aan een uitdagender parochie ergens in Londen.

Maurice is tamelijk geschokt een geestelijke te ontmoeten die in feite goddelozer is dan hijzelf, toch een behoorlijk geharde ongelovige. Hij vindt dit niet prettig. Zoals verwacht komt het gesprek op de dood, die we volgens de predikant veel te serieus nemen. Het is tenslotte al van de geboorte af een integraal onderdeel van het leven. En zeker geen toegang tot een andere wijze van bestaan of iets dergelijks, of een deel van ‘Gods plan’ (want dat is er niet).

Het hele onsterfelijkheidsgedoe is trouwens al behoorlijk uitgemolken, vindt dominee Sonnenschein. Je moet het historisch bekijken, als een voorbijgaande fase en eigenlijk bedacht door de (vroege) Victorianen vanuit een soort schuldgevoel. Zij hadden de kwaadaardigheden van de Industriële Revolutie gecreëerd, en zij konden al aanvoelen wat een afschuwelijk monster het kapitalisme zou gaan worden. Een hel op aarde. En het enige toevluchtsoord wat ze konden verzinnen om hier tegenover te zetten, was een nieuw leven. Weg van de rook en de stank en het gejammer van verhongerende kinderen. Maar nu inmiddels begint door te dringen dat kapitalisme gewoon niet voldoet en niet deugt, en dat we de maatschappij kunnen veranderen, zodat iedereen hier op aarde een zinvol en organisch bestaan krijgt, kan de onsterfelijkheid opgeruimd naar zolder.

Maar, werpt Maurice nog tegen, als die Victorianen dan zo dol waren op het idee van een hiernamaals en tegelijk verteerd werden door schuldgevoelens, zou je toch denken dat ze juist veel meer geneigd waren in de hel te belanden? Precies! De dominee is het helemaal met hem eens. Ze waren compleet weg van de hel, en die zou precies worden als hun kostschool, met de enige echt intens emotionele ervaringen die ze aankonden. Slaan, geseling, afbeulen, koude baden, roeien en een angstaanjagende almachtige oude man die je voortdurend vertelde hoe nietig en waardeloos je was. Ze waren er gek op. Niet toevallig was dit het grote tijdperk van masochisme, vooral in Engeland. Het hele gebeuren is absoluut fundamenteel voor de kapitalistische psyche: liefde voor pijn en straf en ellende in het algemeen, allemaal protestantse eigenschappen. Je zou kunnen zeggen dat de onsterfelijkheid van de ziel is uitgevonden door Thomas Arnold.

 
bron:
Kingsley Amis
The Green Man
Penguin, 1988

dinsdag 1 april 2025

Kort lontje?

“We kunnen niet verwachten in vrede te sterven als onze levens gewelddadig zijn geweest, of als onze geest voornamelijk beheerst wordt door emoties als woede, gehechtheid, of angst. Als we goed willen sterven, moeten we dus leren goed te leven; als we hopen op een vredige dood, moeten we zorgen voor vrede in ons hart en in ons bestaan.” (Dalai Lama)

zaterdag 16 november 2024

Familie in de bardo

In Montaillou was sprake van een dodencultus, zagen we in de vorige blogpost. Nabestaanden die geesten raadplegen, het vereren en te vriend houden van de voorouders, hun situatie in het hiernamaals verbeteren door middel van offers en missen, en overledenen die zich blijven bemoeien met het huishouden van hun levende verwanten. Het is opmerkelijk dat de denkwijze in dit dorpje (Franse Pyreneeën, 14e eeuw) heel goed vergelijkbaar is met die in bijvoorbeeld China of op de Polynesische eilanden. Sommige ideeën zijn overal ter wereld hetzelfde, denk hierbij ook aan Jung met zijn archetypen van het collectieve onbewuste.

En wat kunnen we in het Bardo Thödol hierover vinden? Die tekst wordt door achterblijvers hardop aan de dode voorgelezen. Naast uitleg over de bardo en zijn eventuele positie aldaar, krijgt hij ook veel tips om deze te verbeteren (of beter nog: af te ronden). Zo moet de dode zich bijvoorbeeld absoluut niet ergeren aan zijn nabestaanden, ook niet als zij er een potje van maken. Vooral positief blijven, staat er in het gedeelte over de bardo van wording, en je niet laten afleiden door allerlei aardse zaken. Laat het los! Laat je niet meeslepen door emoties als woede, juist als hier de zes bestaanswerelden weer opkomen. De kans is dan groot dat je in een lager rijk terecht komt. Word ook niet boos of verdrietig als de voor jou bedoelde ceremonies slordig en ongeïnteresseerd worden uitgevoerd, en word niet kwaad op de nieuwe gebruikers van je ex-bezittingen. Wat moet jij er nog mee? En die rituelen kunnen (door jouw blije positiviteit) ook nog goed voor je uitpakken met een wedergeboorte in een hoger rijk.

Ook in China worden overleden voorouders vereerd en te vriend gehouden, misschien kunnen ze nog iets voor je doen ‘aan de andere kant’. Advies vragen aan gestorven familieleden zou een gelukkig gevoel bij hen veroorzaken. De dode wordt ondersteund en begeleid in zijn nieuwe situatie. Het hoeft niet moeilijk te zijn, offers en positieve gedachten en handelingen brengen de gestorvenen rust en tevredenheid. In het Bardo Thödol lezen we bij de bardo van wording hoezeer de overledene de zekerheid van vrienden mist. Hij heeft geen eten meer, alleen wat de achterblijvers speciaal voor hem neerzetten. Natuurlijk is deze ervaring van honger en zwakte verbeelding, want hij heeft alleen een mentaal lichaam. Maar het ritueel aangeboden voedsel kan hem in de bardo een gevoel van voeding geven. In Montaillou zijn de doden rusteloos en hebben het koud, net als in de bardo van wording. ’s Nachts hangen ze vooral rond in kerken. Door het ontbreken van een echt thuis hebben ze een sterker besef te horen bij hun voormalige de parochiegemeenschap, een rekbare maar onverbrekelijke bond. In de bardo van wording schuilt de wanhopige dode bij bruggen, hutten en kloosters. Het wordt hem afgeraden, wat moet je daar nog? Maak je geen zorgen en laat je geest tot rust komen!

In Polynesië blijven sommige geesten op aarde rondhangen en mengen zich in de aangelegenheden van levenden, net als in Montaillou. Uiteindelijk worden ze vergoddelijkt tot beschermende familiegoden. Je kunt ze maar beter te vriend houden, met een behoorlijke ceremonie bijvoorbeeld. Anders gaan ze dwalen en zwerven langs het strand tussen zonsondergang en zonsopgang, en worden na verloop van tijd kwaadaardige demonen. De ‘normale’ geesten in de onderwereld zijn onzichtbaar voor mensen, behalve voor een enkeling met speciale talenten. Dit komt overeen met de overledenen in de bardo van wording, die waargenomen kunnen worden door helderzienden, volgens het Bardo Thödol. Eindeloze aantallen doden doorkruisen de bardo. De overledenen kunnen hun familieleden en geliefden zien, maar zij zien hen niet. Rechtstreekse communicatie is niet mogelijk. Het geeft enorm lijden, wat ook beschreven wordt bij de bardo van dharmata. De gevoelens van verlatenheid en wanhoop komen hier nog bovenop de confrontatie met de bardoverschijnselen zoals geluiden en lichten (en de twijfel of je echt dood bent). Treurige en eenzame passages in het Bardo Thödol zijn dit. ‘Wees niet gehecht aan je geliefden, dat heeft geen enkel nut’, wordt hier aangeraden. Maar wat moet je daar mee? Misschien kun je je beter bewust zijn dat alles illusie is, dat er geen dualiteit is, en dat jouw diepste wezen en dat van je nabestaanden één zijn.
 

dinsdag 18 juni 2024

Schaduwwerk

 
Heer Bommel en zijn iksel is een verhaal van Marten Toonder uit 1953, waarin Bommel de duistere zijde van zijn karakter ontmoet. Dit ‘spiegelbeeld’, gehuld in een zwart jasje, zet hem aan tot agressief gedrag. Toonder had grote interesse in het werk van de Zwitserse psychiater en psycholoog Carl Gustav Jung (1875-1961), voor wie de ‘schaduw’ een van de belangrijkste archetypen was. Het is het onbewuste deel van iemands persoonlijkheid dat bestaat uit onderdrukte en verdrongen zwakheden, tekortkomingen en emoties. Jung noemt de schaduw voor het eerst in zijn boek Psychologische Typen, gepubliceerd in 1921.
 
Bommel bekijkt een egoprojectie van zijn innerlijk landschap.
 
Het lijkt erop dat Jung en zijn denkbeelden en theorieën tegenwoordig wat minder in de belangstelling staan dan voorheen, maar dat gaat in ieder geval niet op voor het ‘schaduwwerk’. In het aprilnummer van BBC Science Focus dit jaar, vraagt iemand in de Q&A rubriek ‘What is shadow work? And could embracing my shadow self boost my mental health?’ Deze vraag (eigenlijk twee) wordt beantwoord door Dr Christian Jarrett.

Volgens zijn artikel moet je op TikTok maar eens door de hashtag mental health browsen, en je vindt een overvloed aan video's over schaduwwerk. Samen zijn die meer dan een miljard (!) keer bekeken. Een commerciële TikTok mevrouw heeft (daardoor) ruim een miljoen exemplaren van haar zelfhulpboek kunnen verkopen. Bravo Jung! Want het is zijn idee, dat we allemaal een schaduw hebben, dat hier handig gerecycled wordt. Volgens Jarrett is de hele schaduwwerk rage eigenlijk een moderne kijk op Jungs geloof in het diepe belang van het onbewuste voor de menselijke psychologie.

De verdrongen eigenschappen zijn er altijd, we kunnen er niet aan ontsnappen. Daarom werd dit deel van onszelf door Jung ‘schaduw’ genoemd, maar ook omdat we het als donker en ongewenst zien. Volgens Jung kan je schaduwzelf zich manifesteren in dromen, of door een onbewaakte opmerking of impulsief handelen. Via schaduwwerk kun je het beter leren kennen, en integreren in wie je bent. Dat is het doel. Want door erkenning en verwerking van die kant van je zelf, voel je je authentieker en meer heel. Daarnaast kan de schaduw ook heel waardevol zijn, zegt Jung. Aspecten als ruwe kracht en inzicht helpen je creativiteit, persoonlijk begrip en veerkracht te vergroten.

Schaduwwerk bestaat meestal uit reflectieve oefeningen, die zijn ontworpen om in contact te komen met je schaduw. De TikTok mevrouw bijvoorbeeld raadt aan om wat tijd door te brengen in een rustige, vaag verlichte ruimte, af te stemmen op je schaduw en na te denken over welke woorden in je opkomen als je naar je innerlijke stem luistert. Er zijn ook allerlei visualisatieoefeningen. Bijvoorbeeld over twee deuren, waarbij de ene je naar je ideale zelf leidt, en de andere naar je schaduwzelf. Hoe voelt dat? Andere therapeuten komen met spontane kunst of een droomdagboek.

Niet alle Jungiaanse psychoanalytici zijn blij met de hernieuwde aandacht voor hun vakgebied. Zij vinden de manier waarop het schaduwconcept op sociale media wordt besproken vaak oppervlakkig, en zonder de diepte van de echte Jungiaanse psychologie. Een andere zorg is dat de oefeningen moeilijke emoties kunnen uitlokken bij mensen met een traumatisch verleden. Dat kan beter in een veilige therapeutische ruimte plaatsvinden. Voor wetenschappelijk ingestelde psychologen waren de theorieën van Jung (en Freud) altijd al controversieel. Zij missen hier de empirische ondersteuning, en vrezen zelfs psychische schade.

Zelf ben ik van mening dat schaduwwerk erg nuttig en misschien wel noodzakelijk kan zijn, in verband met de aanwijzingen die het Bardo Thödol ons geeft. De verdrongen en duistere kant van je psyche kan voor angstaanjagende momenten zorgen in de bardo van dharmata. Het is dus heel zinvol om daar tijdens je leven al aandacht aan te besteden. Daarover meer in een volgende blogpost.

 
 
Bron:
Christian Jarrett
BBC Science Focus
April 2024

zaterdag 4 februari 2023

Doodsangst

In de vorige blogpost zagen we hoe de Franse schrijver Roger Martin du Gard probeerde te ontsnappen aan zijn doodsangst. Een zekere angst voor de dood zal bij de meeste mensen wel aanwezig zijn, maar er zijn ook extreme gevallen bekend. Lev Tolstoj bijvoorbeeld, en Sigmund Freud, om nog maar eens een grote naam te noemen. 
 
Maar uit recente studies zou nu blijken dat ‘we’ de dood juist opvallend positief tegemoet treden. Volgens een artikel in Trouw* zouden veel mensen positief gestemd zijn, en liefde en dankbaarheid voelen, als het zover is. Gevoelens van angst en verdriet bij de gedachte aan je laatste uur zijn dus helemaal niet nodig, zeggen Amerikaanse en Duitse wetenschappers. Zij hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar de emoties van mensen die denken aan hun toekomstige dood, tegenover mensen die werkelijk voor hun dood staan. Die laatste groep was meestal niet zo somber als verwacht, maar juist positiever en optimistischer. Ze voelden meer vrede.

De gedachte aan de dood maakt ons kennelijk banger dan de dood zelf. Hoe kan dat? Daar zijn een aantal psychologische verklaringen voor. Zo hebben mensen de neiging een ongunstige gebeurtenis uit zijn context te halen en te isoleren. Deze negatieve focus is er vooral als we denken aan een (slechte) gebeurtenis in de toekomst. We kunnen er de context moeilijk bij indenken, terwijl deze ook positief kan zijn. Daar komt bij dat onze eerdere herinneringen aan de dood (uiteraard van een ander) zelden goed zijn. Emoties als angst en verlatenheid domineren, en deze treurige gevoelens bepalen vervolgens de gedachten aan onze eigen dood. Maar in de praktijk blijken we ons uiteindelijk op de hoopgevende kanten van een gebeurtenis te richten, ook als het gaat om de dood. Als er tijd is om dat vooruitzicht te verwerken, kunnen mensen hun sterven aanvaarden en zelfs als een positieve gebeurtenis beschouwen. Of in ieder geval minder slecht dan ze eerst dachten. Tijd is dus wel belangrijk, de wetenschappers betwijfelen of mensen zonder verwerkingstijd ook zo gelukkig zijn.
 

De Terror Management Theory (TMT) zegt dat het handelen van de mens wordt bepaald door zijn omgang met (en angst voor) de dood. Een factor in die omgang kan religie zijn. Er zijn bijvoorbeeld studies gepubliceerd, waaruit zou blijken dat religieuze mensen minder bang zijn om te sterven. Maar daar staan weer studies tegenover die juist het tegendeel laten zien. Ook leeftijd kan een rol spelen. Jonge mensen zouden meer focus hebben op negatieve informatie, terwijl ouderen zich meer richten op positiviteit. Deze positieve focus heeft onder meer tot gevolg dat ook het naderend einde minder negatief wordt beschouwd door ouderen dan door jongeren. Maar als de dood eenmaal nadert, lijkt dit verschil te verdwijnen. Jonge mensen treden het einde net zo positief tegemoet als ouderen. Al deze studies hebben niet veel bewijs opgeleverd voor de suggestie van de TMT dat doodsangst het handelen van de mens bepaalt. De menselijke geest heeft de bijzondere gave om een situatie, hoe verschrikkelijk ook, een plaats te geven en te verwerken en zo de angst voor het eigen sterven overwinnen. In veel gevallen is het erger iemand van wie je houdt te verliezen dan zelf te sterven.
 

*Bron:
  Trouw, 11 december 2022 
  Monique Siemsen

maandag 16 augustus 2021

Astraal reizen met Robert Monroe

De Amerikaanse zakenman Robert A. Monroe (1915-1995) had een speciaal paranormaal talent: hij kon naar believen zijn lichaam tijdelijk verlaten, en bewust door verschillende aardse en astrale dimensies reizen. Als pionier op het gebied van astrale projecties schreef hij daar drie boeken over. 
 
De eerste uittreding* was Monroe spontaan overkomen, maar later ontwikkelde hij bepaalde technieken om deze ervaringen, die ook wel op lucide dromen lijken, bewust op te wekken. Met zijn niet fysieke, astraal lichaam verplaatst Monroe zich dan in de astrale wereld. Hijzelf spreekt liever over een tweede lichaam** en een tweede staat. Astraal vindt hij een vaag begrip, meer iets voor occult gedoe en bijgelovige dwaasheden uit een ver verleden.
 
 
In zijn eerste boek (1971) beschrijft Robert Monroe de drie omgevingen die, naar zijn mening, in deze tweede staat schijnen te bestaan. Omgeving I komt hem daarbij het meest geloofwaardig voor. Het is een soort hier en nu, zonder vreemde gebeurtenissen, wezens of plaatsen. Een wereld die wij kennen via onze zintuigen, met mensen en plaatsen die ook feitelijk bestaan in de stoffelijke wereld. Omgeving III is een merkwaardige wereld, bíjna identiek aan de onze, maar met een rare, onbegrijpelijke twist.

Omgeving II lijkt veel op het traditionele gene zijde, waar mensen naar toe gaan wanneer ze sterven. Er zijn allerlei wezens met wie je in contact kunt treden, en Monroe ontmoet er soms personen die overleden zijn. Hij beschrijft parkachtige landschappen, waar nieuw aangekomen doden worden opgewacht door vrienden. Sommige overledenen creëren allerlei aardse voorwerpen, waar ze kennelijk aan gehecht zijn, om hun nieuwe omgeving op te leuken. Dat kan gemakkelijk, want gedachten vormen hier de bron van bestaan. Zij veroorzaken energie, leven, figuren. Je bent zoals je denkt, en voorzien van een zeer soepel en rekbaar tweede lichaam, dat elke vorm kan aannemen die je maar wil. Het doet sterk denken aan de bardo van wording, zoals beschreven in het Bardo Thödol. Monroe vermoedt dat het wezenlijke zelf (de ziel) in omgeving II “slechts een georganiseerde werveling of verdraaiing vormt van het basismateriaal”.

In deze sfeer is het constant opletten geblazen. Elke hardnekkige emotie, of zelfs een kleine terloopse gedachte op een verkeerd moment, buigt je reis af in een daarmee samenhangende richting. Je constante drijfveren, gevoelens en verlangens, hebben je bestemming volledig vastgelegd (karma!). En, net als in de bardo, is angst hier een terugkerend motief. Angst voor het onbekende, voor vreemde (niet-stoffelijke) wezens, voor de dood, voor God, voor het overtreden van regels, voor pijn. Je wordt voortdurend opgejaagd door je diepste verlangens en meest panische angsten. Emoties die in de stoffelijke wereld zorgvuldig onderdrukt worden, razen hier onverhuld op volle kracht. Het is overdonderend. En alles ook nog open en bloot, zichtbaar voor ‘de anderen’. Hier geen afgeschermd innerlijk ik, of verhulling in de vorm van aanpassing of remmingen. Geen geheimen, maar transparantie.

Uiteindelijk kan de overledene toch weer verder. Er zijn ontelbare mogelijkheden in omgeving II, maar het is dan wel ‘soort zoekt soort’ (net als in de bardo). Ben je een zeer slecht mens, dan beland je in een sector met gelijkgezinden. Er zijn talloze denkbare variaties, de onmetelijkheid en dimensies van omgeving II gaan ons voorstellingsvermogen te boven. Wat hemel en hel genoemd wordt, is maar een onderdeel van deze uitgestrektheid. Daarover meer in een volgende blogpost.
 

 * Er bestaat (nog) geen algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs dat uittredingen ook daadwerkelijk plaatsvinden.

**Monroe vermeldt het bestaan van een koord, dat de verbinding van het stoffelijke met het tweede lichaam onderhoudt. Het wordt vaak genoemd bij bijna-doodervaringen en in de esoterische literatuur

 

Voornaamste bron: 
Robert A. Monroe 
Uittredingen; Experimenten buiten het lichaam 
Ankh-Hermes 1978, derde druk

zondag 6 juni 2021

De dood in het leven van alledag

Bron afb. sigmund.nl
 
Onzekerheid, onduidelijkheid en veranderingen, ik houd er óók niet van en probeer het zoveel mogelijk te vermijden. Maar je moet je leven ook weer niet kapot-regelen, alles zo strak organiseren dat alle leven(digheid) eruit geperst wordt.

In een van haar boeken noemt de Amerikaanse boeddhistisch leraar Pema Chödrön (of eigenlijk haar leraar Chögyam Trungpa) dit ‘de dood in het leven van alledag’. Zij bedoelt hiermee alle ervaringen die we niet willen. Ons slechte huwelijk, die onbevredigende baan, alle vormen van teleurstelling en dingen die niet lukken. En alles wat maar voortdurend verandert. Het zijn de zaken die wij proberen te ontwijken en te ontkennen. We weren alles af wat naar problemen neigt.We hebben het prima voor elkaar, denken we, en willen dat vooral zo houden. Een goed leven en alles klopt. We mediteren en sporten genoeg, en eten gezond. Alles op een rijtje, het is klaar, er mag niets veranderen. We zijn gelukkig, dit is leven.

Maar in feite is dit een dood. Hier stroomt geen frisse lucht en energie meer door. Er is geen ruimte om dingen binnen te laten die alles ontregelen. Door de ervaring te beheersen of zelfs af te wijzen, wordt het moment vermoord. De dood, dat is vast willen houden aan wat je hebt, en ervoor zorgen dat iedere beleving jou bevestigt en het gevoel van perfectie geeft. Natuurlijk gaan we hierin falen, want vroeg of laat komt er een ervaring die we niet kunnen beheersen. Er gebeurt totaal onverwacht iets ongemakkelijks, of echt heel naars. De essentie van het leven is de uitdaging, soms zoet, soms bitter. Elk moment als helemaal nieuw en fris ervaren, volkomen bewust zijn.

Al onze bezorgdheid en teleurstellingen zijn geworteld in onze angst voor de dood. Die angst is, op de achtergrond, altijd aanwezig. Het afweren van de dood is onze voornaamste motivatie. Ontkennen dat het natuurlijk is dat de tijd verstrijkt en dingen veranderen. Oud worden, ziek worden, datgene verliezen waar we van houden. Als we aan de dood herinnerd worden raken we in paniek.

In het boeddhisme is er de leer over de krachten van Mara. Hierin wordt de aard van hindernissen beschreven, en de manier waarop mensen meestal in de war raken en proberen te ontlopen wat er gebeurt. Mara wordt geassocieerd met dood, wedergeboorte en verlangen. Hij is datgene wat de mensen in samsara houdt, hun bevrijding blokkeert. De optelsom van al het kwade (negatief karma), vergelijkbaar met de duivel.

De nacht waarin Boeddha verlicht zou worden, zat hij onder een boom. Daar werd hij aangevallen door de krachten van Mara. Boeddha werd bestookt met pijlen, maar die veranderden van wapens in bloemen. Misschien wordt hiermee bedoeld dat de dingen die we gewoonlijk als hindernissen zien, niet werkelijk onze vijanden zijn, maar eerder onze vrienden. Manieren waarop de wereld en onze hele ervaring ons laten zien waar we vastzitten. Precies die feiten waar wij voor vluchten horen er óók bij, en kunnen ons juist vooruit helpen. Beleef het huidige moment ten volle, hoop niet langer op alternatieven, maar probeer serieus op je gemak te zijn met onzekerheid en paniek en met alle dingen die niet lukken. Weglopen voor de indringendheid van onze ervaring is als het ware de dood prefereren boven het leven. Ervaar je emoties, in plaats van ze te gebruiken om jezelf onwetend te houden. Geef de hoop op dat je ooit volmaakt zal worden.

Er zijn vier (metaforische) vormen van mara. De beschrijving ervan laat ons vier manieren zien waarop we, net als Boeddha, schijnbaar worden aangevallen. En hoe we proberen te ontlopen wat er gebeurt. Alle mara’s wijzen de weg naar een volledig bewuste en levende staat, die bereikt wordt door los te laten. Mara nummer vier is Mrtyu-mara, of Yama-mara, Mara als dood. Waarschijnlijk ontstaan alle mara’s uit doodsangst, maar toch vooral de Yama-mara. Het is angst voor de dood, die eigenlijk dus angst voor het leven is.

 

 
Voornaamste bron en inspiratie: 
Pema Chödrön 
Als je wereld instort 
Ten Have, 2008

zaterdag 27 juli 2019

De zes bestaanswerelden

Geboorte en dood zijn geen eenmalige gebeurtenissen in een mensenleven, ze vinden voortdurend plaats. Elk ogenblik sterft er iets in ons en wordt er iets opnieuw geboren. Deze wereld van geboorte en dood (samsara) is de kringloop van bestaan waarin (door ons karma) de dingen lijken zoals zij zich aan ons voordoen en waarin we ons van het ene emotioneel gekleurde ervaringsniveau naar het andere bewegen.

Boeddhisten onderscheiden zes van deze ervaringsniveaus. De zes rijken, of niveaus van wedergeboorte: dat van de goden, halfgoden, mensen, dieren, hongerige geesten of de hel. Zes mogelijke bestaanswerelden waarin lijden de fundamentele, centrale ervaring van het hele leven is. Niet letterlijk een plek of oord, maar een psychologisch rijk, een bewustzijnstoestand. Wij bevinden ons afwisselend in een van die rijken. In wezen zijn wij een ononderbroken opeenvolging van bewustzijnstoestanden, geboorte en dood zijn hierin besloten. Het Bardo Thödol probeert dit aan ons duidelijk te maken.

Als de overledene het heldere licht en het secundaire heldere licht niet herkend heeft, zal deze absolute energie van helderheid in de bardo van dharmata als het ware uiteenvallen tot verschillende vormen van afgezwakte energie. De dualiteit doet haar intrede. Een of andere fundamentele neiging om iets vast te grijpen (die we gedurende ons leven hebben opgebouwd) begint zich in deze staat van helderheid te ontwikkelen. Daaruit ontstaat al naar gelang de intensiteit ervan, de ervaring van de zes rijken van de wereld. Deze spanning of gespannenheid kan niet alleen uit zichzelf werkzaam zijn, energie is de gangmaker. Er wordt energie verbruikt om te kunnen grijpen.

Negatieve emoties komen op en beginnen zich te verharden tot de verschillende (foutieve) waarnemingen die samen de illusoire bestaanswerelden (samsara) blijven creëren, die ons gevangen houden in de kringloop van geboorte en dood. Tijdens deze visionaire ervaringen verschijnt elk van deze zes rijken samen met zijn tegenhanger (een van de dhyani-boeddha’s), die de overledene dan de mogelijkheid biedt om die speciale dwangvoorstelling los te laten en op te houden met zich vast te klampen aan een vals veiligheidsgevoel, maar juist op te lossen in de overeenkomstige manifestatie van wijsheid.

Helaas zal de geest zich hier waarschijnlijk terugtrekken, overweldigd door de dynamische schittering van wijsheid. We worden dan instinctief naar de zwakke lichten van de zes bestaanswerelden toegetrokken. Deze aangename lichten (de uitnodiging van onze gewoontepatronen) lokken ons in een wedergeboorte die bepaald wordt door de specifieke negatieve emotie die ons karma en onze bewustzijnsstroom domineert.



Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Sogyal Rinpoche
Het Tibetaanse boek van leven en sterven
Servire, 1996, vijfde druk

Erik Bruijn
Leven en dood in zen
Prana 135, 2003

zondag 26 augustus 2018

Manifestaties van prana in de bardo

In een eerdere blogpost had ik het over de “vloeiende, vibrerende wereld van geluid, licht, kleur” die je in de bardo’s kunt verwachten, allemaal heftige manifestaties van energie.

Energie speelt ook een rol in het zeer lezenswaardige boek van Tenzin Wangyal Rinpoche over droomyoga. Hij beschrijft hierin onder meer ons energielichaam en de rol van prana (basisenergie, levensenergie). De serieuze beoefenaars van yoga zullen met deze termen en begrippen bekend zijn: “Energiebanen, prana en chakra’s spelen zowel in de dood als in het leven een rol. De meeste mystieke ervaringen en ook ervaringen in de tussentoestand na de dood zijn het gevolg van het open– en dichtgaan van energiepunten".

"Veel verhalen over de verschijnselen van bijnadoodervaringen bevatten beschrijvingen van allerlei lichten en visioenen die mensen hebben als het stervensproces begint. Volgens de Tibetaanse traditie hebben deze verschijnselen te maken met de beweging van prana. De energiekanalen worden geassocieerd met verschillende elementen; wanneer bij het sterven de elementen oplossen en de energiekanalen uiteenvallen, manifesteert de vrijgelaten energie zich als licht en kleur. De leer beschrijft heel gedetailleerd welk gekleurd licht correspondeert met het oplossen van welk kanaal, waar het zich in het lichaam bevindt en met welke emotie het te maken heeft.

Er bestaat aanzienlijk veel variatie hoe deze lichten zich aan mensen voordoen bij hun dood, omdat ze zowel gerelateerd zijn aan de negatieve emotionele aspecten als de positieve wijsheidsaspecten van het bewustzijn. Over het algemeen ervaart de mens emoties als hij sterft, en de emotie die de overhand heeft bepaalt de lichten en kleuren die zich manifesteren. Dikwijls is er in het begin alleen een ervaring van gekleurde lichten waarin één kleur dominant is, maar het kan ook voorkomen dat er een paar kleuren de boventoon voeren of dat of dat er een combinatie is van vele kleuren.

Vervolgens begint het licht verschillende beelden te vormen, net als in een droom: van huizen, kastelen, mandala’s, mensen, godheden, of wat dan ook; alles is mogelijk. Wanneer we sterven kunnen we dat soort visioenen in verband brengen met entiteiten uit samsara, en in dat geval worden we door onze reacties erop naar een nieuwe geboorte gevoerd; of we zien ze als meditatieve ervaringen, waardoor we een kans op bevrijding hebben of tenminste de mogelijkheid om onze volgende geboorte bewust in een positieve richting te sturen.”

Tenzin Wangyal Rinpoche


Dit zou zo de flaptekst of een korte introductie van het Bardo Thödol kunnen zijn! Tenzin Wangyal Rinpoche geeft ons hier een prachtige en heldere samenvatting van het stervensproces en daarna.


Bron:
Tenzin Wangyal Rinpoche
De werkelijkheid van slapen en dromen
Elmar, 1999