Posts tonen met het label onwetendheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onwetendheid. Alle posts tonen

zaterdag 4 januari 2025

Wie geniet in nirvana?

In een eerdere blogpost had ik het over Longchenpa en de tekst die bekend staat als zijn ‘laatste testament’. De belangrijke leraar verheugt zich hier op de dood, om dan zijn ‘intrek te kunnen nemen in het bolwerk van de grote gelukzaligheid’. Dat riep vragen op bij mij. Wilde Longchenpa dan niet liever opgaan in het Heldere Licht? En wordt hier een vorm van bewustzijn gehandhaafd die deze grote gelukzaligheid gaat ervaren?

Die laatste vraag wordt min of meer beantwoord in De Sutra van Hui-neng, zie ik nu. Daar is sprake van ene Chih-tao, een bhiksu (boeddhistische monnik) uit Kwantung. Hij bestudeert al tien jaar de Nirvana Sutra, maar begrijpt deze nog steeds niet, zegt hij zelf. En of Hui-neng het misschien kan uitleggen.

Chih-tao: Alles is vergankelijk, maar zodra ontstaan en vernietiging ophouden te functioneren zal nirvana zich manifesteren. Eindelijk de zaligheid van absolute rust en het wegvallen van veranderingen. Maar (en daar is hij): wie ervaart dan die zaligheid? Want alle wezens hebben twee lichamen, een fysiek (dat ontstaat en afsterft) en de dharmakaya, die eeuwig is, niets kent en niets weet. Het fysieke valt uiteen (puur lijden is dat). En als de dharmakaya zou ophouden te bestaan, dan zou dit lichaam zich in dezelfde staat bevinden als onbezielde voorwerpen zoals gras, stenen enz. Dus welk lichaam ervaart de zaligheid?

De essentie van ontstaan en vernietiging (de dharma-aard) manifesteert zich in vijf functies: de vijf skandha's. Een proces dat steeds maar doorgaat. Als een activiteit of functie oprijst vanuit de essentie, dan ontstaat ze. En als ze weer door de essentie geabsorbeerd wordt, dan houdt ze op te bestaan. Als reïncarnatie bestaat, is er geen stopzetting van deze veranderingen (de levende wezens). Als er geen reïncarnatie is, dan blijven de dingen eeuwig in een staat van levenloze essentie (de onbezielde objecten). Als dit klopt, dan zou binnen de beperkingen van het nirvana geen enkel wezen kunnen bestaan. Welke zaligheid kan er dan zijn?

Hui-neng reageert knorrig. Met deze redenering zondigt Chih-tao tegen de leer en beledigt hij de Boeddha. Dit zijn precies de verkeerde inzichten waardoor mensen gaan verlangen naar een zintuiglijk bestaan met de ervaring van werelds genot. En juist voor deze mensen, slachtoffers van onwetendheid, die het samengaan van de vijf skandha's identificeren met het zelf en alle andere dingen zien als het niet-zelf, die verlangen naar een individueel bestaan en de dood verafschuwen, zonder besef van de leegheid van het werelds bestaan (een droom en een illusie), onnodig lijdend door hechting aan het wiel van de reïncarnatie, die een bewustzijnsstaat vol lijden verwarren met de staat van eeuwige zaligheid van het nirvana, en die voortdurend achter zintuiglijk plezier aan hollen, het is voor hen dat de Boeddha vol mededogen de echte zaligheid van het nirvana predikt.

Nirvana is perfect, eeuwig, kalm en helder. Onwetende mensen beschouwen dit als de dood, terwijl ketters denken dat het vernietiging is. Begrijp wat nirvana is, je moet er geen bepaalde opvatting over hebben. Het is voorbij alles. Ontkenning,  bevestiging, verleden, heden of toekomst. Alle zintuiglijke objecten en vormen, al de verschillende fenomenen als geluiden en stemmen zijn net zo onwerkelijk als een droom of een illusie. Inclusief de vijf skandha’s en het zogenaamde ego (de vijf tezamen).

Op geen enkel ogenblik is er in het nirvana sprake van ontstaan of vernietiging, en ook niet van het stilvallen van een dergelijk proces. Het is inderdaad de manifestatie van absolute rust en het ophouden van alle veranderingen, maar op het ogenblik dat het zich manifesteert is er zelfs geen concept van manifestatie meer. Daarom wordt het de eeuwigdurende zaligheid genoemd, zonder genieter of niet-genieter. 
 
 

 
 
Bron:
De Sutra van Hui-neng
Ankh-Hermes, 2001

maandag 8 april 2024

Dier en ziel


Volgens deze cartoon gaan dieren rechtstreeks naar ‘de hemel’. Veel mensen zullen het daar (heimelijk) wel mee eens zijn, al hangt dat natuurlijk wel af van de aaibaarheid van hun lievelingen. De rest schuiven ze net zo makkelijk de oven of braadpan in.

Hebben dieren dan ‘een ziel’? Architect H.P. Berlage, onderwerp van de vorige blogpost, was daar stellig van overtuigd. (Maar planten werden door hem toch net iets hoger aangeslagen). En in de film Samsara van de Spaanse regisseur Lois Patiño reïncarneert een zieke vrouw in Laos als een geitje op Zanzibar. 

De dierenwereld is een van de zes bestaansrijken (bewustzijnstoestanden) waar je in terecht kunt komen. Het staat niet bepaald hoog aangeschreven. In het Bardo Thödol komt deze bestaanswereld twee keer ter sprake. Helemaal aan het eind als de overledene 'gefaald' heeft, en door de enorm dwingende kracht van karma toch een wedergeboorte moet accepteren. Hij kan dan nog proberen een gunstige moederschoot te kiezen. Als hij als dier geboren dreigt te worden, ziet hij in een soort mist holen in de grond, grotten en strohutten. Niet binnengaan, is hier het advies. 

De dierenwereld wordt voor het eerst genoemd op de zevende dag in de bardo van dharmata. Dat is een vreselijke en intense dag vol angstaanjagende verschijningen, verschrikkelijk kabaal en priemende lichten. Het is onverdraaglijk en daarom wil de overledene wegvluchten naar het aantrekkelijk milde groene licht van het dierenrijk. Trap daar niet in! Het Bardo Thödol is duidelijk. Want je zult vallen en in een door onwetendheid gedomineerde bestaanswereld terechtkomen. Daar zul je de oneindige ellende van domheid, verdoving en slavernij ondergaan, zonder ook maar enige kans op ontsnapping. Ook hier beter van niet dus. 

donderdag 24 november 2022

Petri Pong

Pong is een oeroude Atari videogame uit 1972, maar wordt nog steeds gespeeld. Onder andere door 800.000 levende hersencellen in een petri-schaaltje, ergens  in Australië. 

In het blad BBC Science Focus van deze maand staat een artikel over een internationaal team neurowetenschappers dat voor dit doel hersencellen (zowel menselijke, ontstaan uit stamcellen, als cellen afkomstig van muizenembryo’s) heeft gekweekt in een petri-schaaltje, op een speciale siliconenchip, aangesloten op een systeem dat het mogelijk maakte om ze Pong te leren spelen.

bron afb: BBC Science Focus

Hiermee werd bewijs geleverd dat hersencellen tekenen van intelligent gedrag kunnen vertonen, ook als ze geen onderdeel zijn van een volledig ontwikkeld orgaan. Volgens professor Karl Friston, een van de wetenschappers, is dit onderzoek zo vernieuwend omdat de neuronen worden voorzien van ervaringen en gevoelens en (hier cruciaal) het vermogen om te reageren op hun omgeving. Meest opvallend was dat de kweeksels leerden hoe ze hun wereld meer voorspelbaar konden maken, door er op te reageren. Hoofdonderzoeker Dr. Brett Kagan (links op foto) voegt daaraan toe: we hebben laten zien dat we kunnen interacten met levende neuronen, op een manier die ze dwingt om hun activiteiten aan te passen, zodat het uiteindelijk leidt tot een vorm van intelligentie. 
 
Dit doet mij denken aan het onderwerp van de vorige blogpost: het ontstaan van bewustzijn en de ontwikkeling van skandha’s. Heeft Dr. Kagan intelligentie gecreëerd of onwetendheid? Is er sprake van onzekerheid en angst? De kweeksels proberen hun omgeving meer voorspelbaar te maken, want dat lijkt natuurlijk veiliger. Je vraagt je ook af waar dit gaat eindigen, in welke categorie valt dit ‘bewustzijn’ dan? En is er ook bevrijding mogelijk? Tenzin Wangyal Rinpoche: ‘gewaarzijn kan zich alleen manifesteren in de geest van levende, wetende wezens, die het vermogen bezitten het te reflecteren’.

Maar misschien valt het nog wel mee, leven in dat Frankenstein-schaaltje. De neurowetenschappers gaan nu proberen om de hersencellen dronken te krijgen, om zo meer te weten over de gevolgen van drugs voor de hersenen. Continu gamen en boozen dus, voor sommigen de hemel.
 

Bron: 
BBC Science Focus 
November 2022

maandag 14 november 2022

De ontwikkeling van de vijf skandha’s

In het Bardo Thödol heb je de beeldspraak van een kind dat zijn moeder weer ontmoet en herkent. Erg mooi vind ik dat. Het kind is in dit geval de overledene voor wie het Heldere Licht (de Moeder) een ogenblik straalt. Het is zijn kans op bevrijding, het ondeelbaar oplossen in de essentie, de Eenheid. En in feite het einde van een langlopend tragisch misverstand, want die lange reeks pijnlijke reïncarnaties was helemaal niet nodig geweest. Het is het gevolg van een foute mindset van onze verwarde geest, die gelooft in dualiteit, zelf en ego. Wij zien onszelf als een vast en blijvend iets, maar zijn slechts een verzameling neigingen: de vijf skandha’s. 
 
De ontwikkeling daarvan wordt door Chögyam Trungpa Rinpoche in een van zijn boeken* heel mooi uitgelegd. Hij laat zien hoe de open ruimte, intelligentie en eenheid die wij werkelijk zijn, transformeert tot misvattingen en het ontstaan van onwetendheid. Onze ‘dans’ in de open ruimte wordt veel te wild en energiek, waardoor wij zelfbewust worden. De openheid zien we niet langer meer, we hebben alles massief gemaakt. We nemen de ruimte waar als vast en zien onszelf apart van alles. Dit is de eerste skandha, het creëren van Onwetendheid Vorm. Hierover ging een vorige blogpost.
 

De eerste skandha heeft drie stadia. In zijn boek maakt Trungpa de vergelijking met een woestijn, een volledig open vlakte (de open ruimte die wij zijn), waar een van de zandkorrels ineens gaat rondkijken en tot de foute conclusie komt dat hij iets aparts is. Het begin van dualiteit, de ‘geboorte van onwetendheid’, stadium één.

Het tweede stadium van Onwetendheid Vorm wordt ‘van binnen geboren onwetendheid’ genoemd. Je staat apart, een individuele zandkorrel, en dat is altijd al zo geweest. Denk je. Zelfbewust ben je, maar niet erg op je gemak. Daarom probeer je een schuilplaats voor jezelf te creëren. Je bent verward en staat alleen. Je ziet jezelf los van het elementaire landschap van ruimte en openheid.

Het derde stadium heet ‘zichzelf-observerende onwetendheid’. Je loert zo’n beetje naar jezelf, als een ding buiten jezelf, en dit leidt tot een eerste besef van ‘het andere’. Je gaat je nu bezig houden met een zogenaamde ‘buiten’-wereld, en begint de wereld van vormen te creëren. En in plaats van gewoon te zien wat is, reageer je alleen nog maar op je projecties. Er is helemaal geen situatie van ‘laten zijn’, je negeert voortdurend wat je bent. Dit is onwetendheid.

De tweede skandha is Gevoel, het verdedigingsmechanisme dat wordt opgezet om onze onwetendheid te beschermen. We beginnen ons naar buiten te richten en de kwaliteiten van ‘het andere’ te voelen. Hierdoor stellen we onszelf gerust dat we bestaan, want als ik dat daar kan voelen, dan moet ik hier wel zijn.

De derde skandha, Waarneming-Impuls, moet ego nog wat steviger in het zadel helpen. We raken gefascineerd door onze eigen schepping, die we geleidelijk gaan verkennen. En per situatie vormen we ons een oordeel, voor of tegen of onverschillig. Dit zijn de drie soorten impulsen: haat, verlangen, domheid.

De vierde skandha is Begrip. Je gaat de dingen benoemen en in categorieën indelen. Etiketjes plakken.

Bij de vijfde skandha, Bewustzijn, vindt een samensmelting plaats. Intuïtieve intelligentie (tweede skandha), energie (derde) en intellectualisering (vierde) worden gecombineerd om gedachten en emoties voort te brengen. Op dit niveau vinden we, naast oncontroleerbare en onlogische patronen van ronddwalende gedachten, ook de Zes Rijken.

Dit is het volledige beeld van ego. Als we overlijden vallen alle bestanddelen van ons lichaam en onze geest uiteen en lossen op. Alles wat de verlichte geest tijdens het leven heeft verduisterd valt weg en er is niets meer dat onze ware natuur verhult.

 

*Bron: 
Spiritueel materialisme doorsnijden 
Chögyam Trungpa 
Servire, tweede druk 1999

dinsdag 25 oktober 2022

Het ontstaan van zelf-bewustzijn en dualiteit

Reïncarnatie lijkt een eindeloze keten opeenvolgende wedergeboorten te zijn. Er is continuïteit van bewustzijn, maar hoe is dat dan ontstaan? Dat was het onderwerp van een vorige blogpost. De oorsprong van bewustzijn is een bijzondere energie, het Heldere Licht, dat ook een ogenblik straalt op het moment van sterven. Een krachtige gelegenheid tot bevrijding, want als je dit Heldere Licht herkent, zul je er (weer) ondeelbaar mee verenigd worden.

Maar helaas, waarschijnlijk zul je opnieuw afglijden naar een volgende wedergeboorte. Want op dit uiterst belangrijke moment, als de oorspronkelijke grond van onze absolute natuur zich openbaart, zullen de meesten van ons het zuivere heldere licht van de realiteit (dharmata) niet herkennen. Onze verwarde geest namelijk, is geneigd zichzelf te zien als een vast en blijvend iets, terwijl hij toch alleen maar bestaat uit een verzameling neigingen: de Vijf Skandha’s (opeenhopingen). Wij zien niet wat we werkelijk zijn, wij leven in een vergissing. In plaats van de open ruimte en vrijheid, de elementaire grond, onze meest fundamentele staat van geest, was er een imaginaire ontwikkeling, het geloof in een ‘zelf’ of ‘ego’.

Hoe kon dit gebeuren? Hier begeven wij ons op nogal vaag terrein, maar in een van zijn boeken* legt Chögyam Trungpa de ontwikkeling van de Vijf Skandha’s heel mooi uit. Je ziet het bijna voor je. Hij vergelijkt de open ruimte met een ruime hal waar genoeg plaats is om te dansen. Er is geen enkel gevaar dat je er dingen omverloopt of ergens over struikelt, het is een volledig open ruimte. En (heel mooi) wij zijn die ruimte, we zijn er één mee. En ook met de daaraan verbonden Vidya, dat is oorspronkelijke intelligentie. Het is precisie en scherpte, scherpte verbonden met ruimte, scherpte met de mogelijkheid er dingen in te plaatsen en te wisselen.
 
 
Maar als we dat de hele tijd al waren, waar kwam de verwarring dan vandaan? Waar is de ruimte gebleven, wat is er gebeurd? In feite niets, zegt Trungpa, we zijn alleen veel te actief geworden in die ruimte. Die is zo wijds, dat inspireert ons om er in rond te dansen. Uiteindelijk zelfs een beetje te wild, we begonnen meer rond te tollen dan nodig was om de ruimte te laten uitkomen. Op dat moment werden we zelf-bewust, bewust dat ‘ik’ aan het dansen ben in de ruimte. En dan is de ruimte niet langer ruimte, want die wordt vast. Vaste ruimtelijkheid, die wij beleven als iets tastbaars, een vast apart ding. We zijn er niet langer één mee. Het is nu de ruimte en ik, ik dans in deze ruimte. Dat is de eerste ervaring van dualiteit. Dualiteit betekent hier ‘de ruimte en ik’, niet langer volledig één zijn met de ruimte. Hier ontstaat ‘vorm’, ‘het andere’.

Dan volgt er een soort pauze, een plotselinge stilstand. Chögyam Trungpa noemt het bewusteloosheid, in de zin dat we vergeten wat we aan het doen zijn. We draaien ons om en ‘ontdekken’ de vaste ruimte (die we nota bene zelf gecreëerd hebben) of we hem voor het eerst zien. We worden er door overweldigd en raken er in verloren. Er valt een gat (bewusteloosheid). En als we dan plotseling weer wakker worden, negeren we volledig de vloeiende luchtigheid van de ruimte. We weigeren haar openheid te zien. We zijn er niet tevreden mee alleen in de ruimte te dansen, maar we willen een partner hebben. De ruimte is onze partner, vinden wij. Wij willen haar bezitten en vastmaken. Vidya is statisch geworden. De verregaande intelligentie is veranderd in het waarnemen van vaste ruimte. En dat heet avidya, a-vidya, dus on-intelligentie oftewel ‘onwetendheid’. Dit is het hoogte punt van de Eerste Skandha, het creëren van Onwetendheid Vorm.

In een volgende blogpost meer over de Vijf Skandha’s.

 

*Bron: 
Spiritueel materialisme doorsnijden 
Chögyam Trungpa 
Servire, tweede druk 1999
 

woensdag 26 mei 2021

Theologie

Een goeie theoloog heeft overal een antwoord op. Maar de echte openbaringen komen 'hierna'.
 
Bron afb.: Pieter Geenen, Trouw


 (klik op het plaatje voor een betere weergave)

 

zaterdag 26 september 2020

Bardo van wording: hulp (2)

De slotfase van de bardo van wording lijkt wel een omgekeerde doodsstrijd. Waar een stervende elke strohalm zal pakken om toch maar in leven te blijven, moet de overledene hier juist alles op alles zetten om, met behulp van de instructies uit het Bardo Thödol, een wedergeboorte te voorkomen.

Aan de meeste doden zal deze worsteling totaal voorbij gaan. Zij zijn onwetend, hebben geen diepgaande meditatie-ervaringen en kennen het Bardo Thödol niet. Onbewust van het heldere licht en de bardo van dharmata, worden ze pas ‘wakker’ in de bardo van wording, de min of meer traditionele geestenwereld. Door hun karmische verlangens en onwetendheid zijn ze maar wat blij met een reïncarnatie, al betekent dat opnieuw een nieuwe ronde van lijden in samsara. Welk van de zes bestaanwerelden gaat het dit keer worden? Hopelijk nog maar eens aanmodderen in de mensenwereld.

Nee, dan kun je beter het verblijf in de bardo van wording nog wat proberen te rekken. Het is absoluut geen fijne plek, maar biedt kansen voor wie de situatie herkent, en de teksten van het Bardo Thödol begrijpt en daarnaar handelt. De bardo is een tussenruimte, een opening waarin heel veel mogelijk is. De overledene heeft er een mentaal lichaam en beschikt over bijzondere geestelijke krachten. Wat op aarde bijna onbereikbaar zal zijn, zou hier eventueel kunnen. Misschien kan hij toch nog verlichting bereiken. Of op z’n minst zijn positie verbeteren.


De overledene raakt er wel steeds meer verstrikt in de wereld van tweeheid, dat is een kenmerk van de bardo van wording. Een nadeel, maar in die sfeer zijn er dus ook krachten (buiten ‘jezelf’) die kunnen helpen. Smeek de boeddha’s en boddhisattva’s om hulp, herhaal de toevluchtsgelofte (de drie juwelen), herinner je leraar en bid tot Avalokiteshvara en je yidam. Zeg de inspiratiebede uit het Bardo Thödol, en doe dit met intense wilskracht. Dat werkt heel goed, maar je moet wel volledig achter de tekst staan natuurlijk, dat is heel belangrijk!

De genade kan zomaar toeslaan. Niet als verlossing door verdienste, maar als gratis gift. Geen genade van buiten ons, maar uit onszelf. Wij zijn de eenheid, wij zijn het kanaal. De genade, het grote bewustzijn, stroomt daar vanzelf doorheen.

De overledene moet wel enig initiatief tonen en vooral niet afwachten in (onbewust) vertrouwen dat de verlichte wezens hem toch wel zullen redden. Juist hier waarschuwt de tekst van het Bardo Thödol om voorzichtig te zijn en je niet langer te laten afleiden. Bij aanhoudende onwetendheid namelijk kan de band met de barmhartige wezens, ‘de draad van mededogen’, zomaar afgesneden worden. De dode gaat dan naar een plaats waar geen bevrijding bestaat.


Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek      
Mirananda, 1985