Vandaag
is het Allerzielen, volgens Wikipedia 'een dag om speciaal te bidden voor alle
zielen die nog niet in de hemel zijn, maar in het vagevuur.' In Het boek Henry kwam ik een passage tegen
die leuk aansluit bij mijn vorige blogpost over voorouderverering.
Het boek Henry is het tweede deel van de meeslepende
trilogie, geschreven door Hilary Mantel, over de Britse staatsman Thomas
Cromwell (1485-1540). Hij was, ondanks zijn lage komaf, de belangrijkste
raadsheer van koning Henry VIII tijdens de Engelse reformatie (een periode van
grote politieke onrust). Henry had afstand genomen van Rome en zichzelf
uitgeroepen tot hoofd van de Anglicaanse kerk, omdat de paus zijn eerste
huwelijk niet wilde ontbinden. In de boeken van Hilary Mantel (1952) worden
vooral de innerlijke conflicten van haar personages tot leven gewekt. Zij is
gefascineerd door de raakvlakken tussen psychologie en het bovennatuurlijke. Op
haar zevende had ze een spiritueel visioen in de tuin.
Op
bladzijde 128 van Het boek Henry is
het avond, en buiten dwarrelen er sneeuwvlokken naar beneden. Een geschikt moment
voor overpeinzing. Cromwells zoon Gregory vraagt zich af: ‘Waar wonen de doden tegenwoordig? Hebben we
nu een vagevuur of niet? Ze zeggen dat het geen zin heeft om voor de lijdende
zielen te bidden. We kunnen ze er niet uit bidden, zoals vroeger.’ Hij vindt
het heel erg dat hij niet (meer) voor zijn moeder kan bidden. Dat ze tegen hem
zeggen dat hij zijn adem verspilt omdat toch niemand hem hoort. Cromwell weet
het ook niet. Hij heeft al meerdere gezinsleden verloren, en toen ze stierven
had hij alles gedaan volgens de gebruiken van die tijd, dus inclusief offergaven
en missen. Maar nu ligt het heel gevoelig, de koning staat zelfs geen preek
over het vagevuur toe. Gregory moet dus maar eens bij de aartsbisschop
informeren.
Leerstellingen
komen en gaan (in 2007 nog werd ineens het bestaan van een andere zielenplaats,
het zogenaamde voorgeborchte of limbo, door de Rooms-Katholieke Kerk
ontkend), maar het plotselinge wegvallen van het vagevuur als tussentoestand
zal bij de gemiddelde gelovige voor vraagtekens zorgen. In Mantels boek volgen
wij de gedachtegang van Cromwell:
“Stel je
voor hoe stil het er nu is, op die plek die geen plek is, in die wachtkamer van
God waar elk uur duizend jaar duurt. Vroeger stelde je je de zielen voor in een
geweldig groot net, een door God gesponnen web, waar ze veilig werden bewaard
tot ze werden toegelaten tot Zijn schittering. Maar als het net wordt
doorgesneden, het web verbroken, tuimelen ze dan in een ijskoud niets, vallen ze
elk jaar verder weg in de leemte, totdat alle sporen zijn uitgewist?”
En op
dezelfde bladzijde nog zo’n prachtig, typisch Mantel-moment (als Cromwell naar
pauwenveren kijkt): “In hun weerkaatsing spreken de pauwenogen tot hem. Vergeet
ons niet. Bij de wisseling van het jaar zijn we er: een fluistering, een zucht,
een vederstreling bij je vandaan.” In de
boeken van Hilary Mantel zijn schimmen en geesten nooit ver weg. Terloops
worden ze gesignaleerd. In boek drie van de trilogie bijvoorbeeld, ziet Thomas Cromwell
de geest van Thomas Moore in de Tower.
Thomas
More (1478-1535), de beroemde humanist en geleerde vriend van Erasmus, staat
bekend als een wijs en fijnzinnig mens. Hij schreef Utopia, waarin hij
ondermeer pleit tegen doodstraf en voor godsdienstvrijheid. Maar zelf, als gehaaide
en keiharde minister, liet hij mensen vervolgen, martelen en verbranden omwille
van hun religie. Zo veroordeelde hij o.a. John Frith, vertaler van een
Lutheraanse bijbel, tot de brandstapel. Uiteindelijk ging Moore zelf (letterlijk)
voor de bijl, na meningsverschillen met Henry VIII. In 1935 werd hij heilig
verklaard door de paus en in 2000 werd Sint-Thomas More de beschermheilige van
staatslieden en politici. Heel toepasselijk!
Bronnen:
Hilary
Mantel
Het boek
Henry
Vertaling
Ine Willems
Signatuur
2012, tweede druk
The
Sunday Times, 1 april 2020
Wikipedia