Posts tonen met het label nirmanakaya. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nirmanakaya. Alle posts tonen

maandag 28 april 2025

Wat ziet een boeddha in sambhogakaya?

In een vorige blogpost vroegen wij (de twijfelachtige bhiksu Chih-tao en ik) ons af wie er dan zo enorm geniet van die grote gelukzaligheid in nirvana? Nou, niemand dus, legde Hui-neng uit. Er is geen genieter of niet-genieter, er is geen zelf, er is geen dualiteit. Nirvana is voorbij alles. Hier geen ontstaan of vernietiging, maar de manifestatie van absolute rust. Klinkt goed nietwaar? Maar ‘je’ zult het dus nooit ‘ervaren’. Misschien kan een boeddha in sambhogakaya het ‘zien’? Op de drempel van nirvana doorziet hij volledig hoe de illusie tot stand komt, is tot verlichting gekomen, maar ook weer niet helemaal. Een verlichting light. Wat moet ik me daar bij voorstellen? En waar bevindt die boeddha zich?

Een overledene die het eerste en het tweede heldere licht niet begrepen heeft, beschikt weer over een (illusionair) lichaam. Zal de situatie waarschijnlijk niet herkennen en vraagt zich af of hij nu wel of niet overleden is. Vergelijkbaar misschien met het dagelijks leven. In theorie erken je dat dualiteit illusie is, maar helaas rijst telkens weer opnieuw de vraag of het wel écht zo is. In de bardo van dharmata zit een ‘totale’ bevrijding (opgaan in absolute eenheid) er niet meer in. De energie versnippert en dualiteit doet zijn intrede. Voor de boeddha in sambhogakaya speelt alles wat volgt zich op een bepaalde ‘plaats’ af, namelijk in een van de vijf boeddhagebieden. Bijvoorbeeld in het middenrijk, het Samengebalde Rijk. ‘Plaats’ is hier natuurlijk beeldspraak. De drie kaya’s zijn ook drie verschillende bewustzijnsniveaus, altijd gelijktijdig aanwezig. In sambhogakaya is de dualiteit volmaakt in evenwicht, waarbij de tegendelen elkaar als het ware neutraliseren. Het houdt alles wat ooit zal bestaan in zichzelf besloten. Een onvoorstelbaar potentieel van mogelijkheden, dat uiteenspat in de ‘tienduizend wezens’ van nirmanakaya.

Maar wat ziet nu die boeddha in sambhogakaya? Hij heeft de illusie door, staat op de rand van nirvana, maar blijft toch een beetje plakken in de dualiteit. Ziet hij hier de mogelijke toekomst? En staat die vast of kunnen de elementen nog gehutseld worden. Denk aan die puzzel metafoor laatst: is de hele puzzel gelegd, de 10.000 stukjes keurig geordend op hun eigen plek? Of zitten al die stukjes nog in de doos en is de afbeelding zelfs nog niet definitief? Volgens Sogyal Rinpoche zijn al de mogelijke verschijnselen in samsara of nirvana altijd al volmaakt en volledig geweest en zullen zij dat altijd zijn. De essentie van alles is leeg en zuiver, maar de natuur van alles is rijk aan kwaliteiten, ‘zwanger van elke mogelijkheid’. Een onophoudelijk scheppend veld, oneindig en dynamisch, altijd spontaan volmaakt.

dinsdag 26 november 2019

De bardo van de toornige godheden

Het wordt er niet bepaald makkelijker op voor de overledene die zich na de ontmoeting met de vredige boeddhavormen en de vidyadhara’s en de dakini’s nog steeds in de bardo van dharmata bevindt. Nu doemt namelijk de tussenstaat van de toornige godheden op.

Het had niet zover hoeven komen. Het pad, zeven fasen tot nu toe, was dan wel riskant, maar er waren volop kansen op bevrijding en het Bardo Thödol heeft genoeg aanwijzingen gegeven. Veel mensen zijn hier succesvol, maar veel anderen ook niet. Die dwalen steeds verder naar beneden, hoeveel instructies ze ook krijgen. Het Bardo Thödol somt de oorzaken op: het oneindige aantal wezens, sterk en slecht karma, zware neurotische sluiers, langdurige onbewuste neigingen en de cyclus van verwarring en onwetendheid, die nooit afneemt.

In de toornige bardo verschijnt een groep van achtenvijftig vlammende, bloeddrinkende toornige godheden (Heruka’s). Eigenlijk zijn dit de voorheen vredige godheden, maar ze zien er nu heel anders uit en herkennen wordt moeilijker. Bevangen door enorme angst, schrik en paniek verlies je alle controle over je geest en voel je je zwak en duizelig. Toch ziet het altijd optimistische Bardo Thödol nog mogelijkheden. De overweldigende angst kan hier juist een voordeel zijn! Je geest heeft geen gelegenheid om afgeleid te raken en is gedwongen om zich eenpuntig te concentreren. Bevrijding is gemakkelijk als je het heldere licht een beetje kunt herkennen.


Hier wordt in de tekst van het Bardo Thödol een soort pauze ingelast om tantra te promoten, en dit een beetje snerend af te zetten tegen de beoefenaars van meer mainstream boeddhisme. Want die zullen, aanbeland op dit punt in de bardo, grote fouten maken. Zelfs leraren, meesters en grote wijsgeren zullen het heldere licht niet herkennen, laat staan gewone mensen. Al heb je een oceaan aan kennis, allemaal nutteloos! Hier komt het aan op de juiste instructies (het Bardo Thödol bijvoorbeeld). En anders zul je verder dwalen in het cyclische bestaan (samsara). Je zult angstig wegvluchten en in een lagere bestaanswereld terechtkomen, met alle onbeschrijfelijke narigheid van dien.

Zo niet de beoefenaar van tantra, die heeft hier een enorme voorsprong. Zelfs de allerminste kent de afbeeldingen van de toornige godheden, hij heeft ze namelijk al gevisualiseerd en eerbied betoond in de mensenwereld. Daardoor zal hij de groep Heruka’s die hier verschijnt onmiddellijk herkennen als zijn yidams (archetypische boeddhavormen). Het is alsof hij oude vrienden ontmoet, hij zal hen volledig vertrouwen en niet-dualistisch met ze samensmelten en zo een boeddha worden.

Maar die wijsgeren en leraren met al hun inspanning en regeltjes kunnen dit wel vergeten. Toen zij nog in leven waren, hadden ze kritiek op de tantra’s en wilden ze niets weten van de tantrische boeddhavormen. En nu in de bardo zien ze ineens iets wat ze nooit eerder gezien hebben. Ze zullen denken dat het vijanden zijn, afkeer voelen en daardoor in een ellendige bestaanswereld vallen. Terwijl zelfs de allerlaagste tantrische beoefenaar op dit punt bevrijding zal bereiken. Misschien was hij ooit lomp en grof en snapte hij helemaal niets van de tantrische leer, het gaat erom dat hij vertrouwen heeft. Vertrouwen in de tantra’s, en totaal géén twijfel of wantrouwen. En de gemiddelde tantrische beoefenaar (en hoger) is zelfs nog beter af. Die hoeft niet eens door de bardo van dharmata te dwalen. Zodra z’n ademhaling stopt zullen de vidyadhara’s, krijgers en dakini’s hem uitnodigen tot het Zuivere Rijk van Ruimte.

De ‘grote mediterenden’ zullen het heldere licht op het moment van sterven herkennen en de dharmakaya bereiken. Zij hebben de “Grote bevrijding door horen” (het Bardo Thödol) helemaal niet nodig. En met herkenning tijdens de bardo van dharmata zullen ze de sambhogakaya bereiken, en als ze herkennen tijdens de bardo van wording zullen zij de nirmanakaya bereiken. Daar zullen ze, met het oog op een herkansing, herboren worden in betere omstandigheden, waarin ze met deze leer in aanraking zullen komen.

En hopelijk zullen zij dan het Bardo Thödol goed bestuderen en inprenten! Want deze Grote bevrijding door horen is de meest perfecte instant-leer die er is! Het is een leer die verlichting brengt zonder meditatie, een leer die bevrijdt door slechts gehoord te worden, bevrijding door alleen maar een eerste begrip. Het is het onderricht dat grote zondaars over het geheime pad leidt, het onderricht dat onmiddellijk verschil maakt. Daarom hebben deze wijsgeren en meesters en alle gewone mensen (en alle volgelingen van tantra die hun beoefening hebben verwaarloosd) geen betere methode dan deze Grote bevrijding door horen.


Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek
Mirananda, 1985

vrijdag 31 mei 2019

Dharmakaya, sambhogakaya en nirmanakaya

De absolute werkelijkheid is onvoorstelbaar en niet in woorden te vatten. Zij is voor het menselijk denken versluierd. Deze sluier wordt dharmakaya genoemd. Dharmakaya is zuiver bestaan, zonder attributen. Die horen thuis in de wereld van de dualiteit, waar elke eigenschap haar tegenhanger heeft.

Om het ontstaan van de tweeheid te verklaren heeft de Tibetaanse filosofie een symbolisch proces ontworpen. Zoiets als de geboorte van het heelal, de oerknal. In dharmakaya had een mysterieuze samentrekking plaats. Het onbeperkte beperkte zich en er ontstond een onvoorstelbaar iets dat alle attributen die ooit zouden bestaan in zichzelf opgesloten hield. In deze fase was alles nog volmaakt in evenwicht en vreugdevol. Deze eigenlijk onbeschrijfelijke situatie wordt aangeduid met de naam sambhogakaya, de sluier van vreugdevol ervaren.

Natuurlijk spatte sambhogakaya uiteen en vormde de ‘tienduizend wezens’. Ook dat proces is onbegrijpelijk en versluierd. Deze sluier van de schepping wordt nirmanakaya genoemd.

Dharmakaya, samboghakaya en nirmanakaya zijn altijd gelijktijdig aanwezig, tijd bestaat alleen maar in onze waarneming. De drie kaya’s symboliseren ook drie verschillende bewustzijnsniveaus. In zijn Engelse vertaling van het Bardo Thödol heeft Lama Kazi Dawa-Samdup het over body, lichaam dus, in plaats van sluier of gewaad. De drie sluiers (lichamen) samen worden de trikaya genoemd, een soort heilige Drievuldigheid.

Dharmakaya wordt vaak gesymboliseerd door een boeddhafiguur, meestal de Boeddha Amitabha (de boeddha van het grenzeloze licht). Sambhogakaya wordt verbeeld door de vijf dhyani-boeddha’s. Elk van deze boeddha’s, voorgesteld op een troon die bij zijn functie past, duidt een bepaald aspect van sambhogakaya aan. Hij wordt vergezeld door zijn vrouwelijke partner, een of meerdere bodhisattva’s en een hele menigte andere wezens.

Hoewel deze boeddha’s en hun entourage natuurlijk zuiver symbolisch bedoeld worden, zijn het ook weer niet totaal verzinsels. Ze beelden krachten uit die in ons en in de kosmos werkzaam zijn, energiestromen die binnen het kader van de dualiteit wel degelijk ervaren kunnen worden. De werking van sambhogakaya zal zich in verschillende gedaanten manifesteren, net hoe iemands godsdienst is.




Bron:
Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek      
Mirananda, 1985