Posts tonen met het label bardo van wording. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bardo van wording. Alle posts tonen

zondag 26 juli 2026

Kies NIET

Liquid Days 4 (slot)

(vervolg van vorige blogpost)

En hier sluit Jo Marchant haar artikel in de New Scientist af, maakt de cirkel rond en brengt ons weer terug naar het idee van NU. Bij de QBists en enactivisten geen realiteit die lang geleden in één oerknal is gecreëerd en vervolgens losgelaten. Het komt voortdurend tot stand, zoals Wheeler ooit al suggereerde, “in miljarden en miljarden” kleine scheppende flitsen die overal om ons heen resoneren. Dit is een visie waarin we niet simpelweg realiteit observeren, maar er in ondergedompeld zijn. Door onze keuzes en acties, van moment tot moment, beïnvloeden we wat bestaat en wat daarna komt.

Een zeer interessant artikel dat, zoals gezegd, mooi aansluit bij de blogposts over Nagarjuna, veel stof tot nadenken geeft en tegelijk weer allerlei vragen oproept. Niet alleen over oorzaak en gevolg en leegte bijvoorbeeld, maar ook met betrekking tot het creëren van een persoonlijke hemel, het eventueel praktisch nut van manifesteren, het afkloppen van voorspoed en bezwerend zwijgen over mogelijke tegenspoed. En is er dan toch zoiets als vrije wil? Of juist niet? Bovendien lijkt het er op dat (net als in het ‘gewone’ dagelijks leven) de denkbeelden en het handelen van de een onherroepelijk ten koste gaan van de ander.

En (dit is tenslotte het bardoblog!) wat zegt het Bardo Thödol over persoonlijke zienswijzen, keuzes en het creëren van ‘realiteit’? De teksten staan vol met keuzemogelijkheden op allerlei momenten. In een blogpost van lang geleden over de zes bestaanswerelden bijvoorbeeld, kun je lezen hoe in de bardo van dharmata de dualiteit (weer) haar intrede doet. Bij de overledene ontwikkelt zich de een of andere fundamentele neiging om iets vast te grijpen, en daaruit ontstaat de ervaring van de zes rijken van de wereld. Er komen negatieve emoties op, die zich verharden tot de verschillende (‘gekleurde’) waarnemingen die samen de zes illusoire rijken van de wereld (samsara) creëren, die ons gevangen houden in de kringloop van geboorte en dood. Tijdens deze visionaire ervaringen verschijnt elk rijk samen met zijn tegenhanger (een van de dhyani-boeddha’s), die de overledene dan de mogelijkheid biedt om die speciale dwangvoorstelling los te laten en op te houden met zich vastklampen aan een vals veiligheidsgevoel, maar juist op te lossen in de overeenkomstige manifestatie van wijsheid. Helaas worden we meestal instinctief naar de zwakke lichten van die zes bestaanswerelden toegetrokken. Onze gewoontepatronen lokken ons in een wedergeboorte die bepaald wordt door de specifieke negatieve emotie die ons karma en onze bewustzijnsstroom domineert.


Ook op een ander belangrijk keuzemoment (de juiste moederschoot) in de bardo van wording, wordt de overledene als het ware voortgestuwd door de kracht van zijn karma en stevent hij rechtstreeks op de zes bestaansrijken af. Karma is in de populaire volksmond iets (geworden) van rechtvaardigheid, evenwicht, boetedoen en inlossen van schuld. Maar het lijkt toch meer op een intens dwingende macht, een optelsom van persoonlijke voorkeuren, gewoonten en keuzes, die onherroepelijk jouw toekomst bepaald.

Op het sterfmoment is er een belangrijke kans op bevrijding. Verlost van het lichaam is de karmische visie van een leven volledig uitgeput, en al het karma dat in de toekomst gecreëerd zou kunnen worden, heeft nog geen vaste vorm aangenomen. Op het moment van de dood is er een 'gat', een ruimte zwanger van onmetelijk veel mogelijkheden; het is een moment geladen met enorme kracht, waarin het enige dat echt telt is hoe onze geest dan is. Zonder lichaam onthult de geest zich als wat hij altijd al was: schepper van onze werkelijkheid.

 
De oorsprong van alle verschijnselen is je geest.
Als je niet goed op hem let snelt hij ervaringen achterna,
vindingrijk in de spelletjes van misleiding.
Als je er direct in kijkt, is hij vrij van enige basis of
oorsprong,
In wezen vrij van enig komen, blijven of gaan. 

                                                 (Jamyang Khyentse Chökyi Lodrö)

 
Je bekrompen persoonlijke zienswijze en geschiedenis bepaalt je keuze.
Maar waarom zou je ‘kiezen’?
Geen begeerte of afkeer.
Naar ‘buiten’ kijken leidt meestal tot betrokkenheid of deelname.
Kijk dus naar ‘binnen’.
Geen oordeel, geen keuze.
 
 
Diepzinnig en stil, vrij van complexiteit,
Natuurlijke, stralende helderheid,
De geest van conceptuele ideeën voorbij;
Dit is de diepte van de geest der Overwinnaars.
 
Hier valt niets te verwijderen,
Niets toe te voegen.
Het is enkel het ongerepte
Dat spontaan naar zichzelf kijkt. 

                                                (Nyoshul Khen Rinpoche)

 

 
bronnen:
Jo Marchant
New Scientist
21 maart 2026
 
Sogyal Rinpoche
Dagend Inzicht
Servire, 1995

zaterdag 16 november 2024

Familie in de bardo

In Montaillou was sprake van een dodencultus, zagen we in de vorige blogpost. Nabestaanden die geesten raadplegen, het vereren en te vriend houden van de voorouders, hun situatie in het hiernamaals verbeteren door middel van offers en missen, en overledenen die zich blijven bemoeien met het huishouden van hun levende verwanten. Het is opmerkelijk dat de denkwijze in dit dorpje (Franse Pyreneeën, 14e eeuw) heel goed vergelijkbaar is met die in bijvoorbeeld China of op de Polynesische eilanden. Sommige ideeën zijn overal ter wereld hetzelfde, denk hierbij ook aan Jung met zijn archetypen van het collectieve onbewuste.

En wat kunnen we in het Bardo Thödol hierover vinden? Die tekst wordt door achterblijvers hardop aan de dode voorgelezen. Naast uitleg over de bardo en zijn eventuele positie aldaar, krijgt hij ook veel tips om deze te verbeteren (of beter nog: af te ronden). Zo moet de dode zich bijvoorbeeld absoluut niet ergeren aan zijn nabestaanden, ook niet als zij er een potje van maken. Vooral positief blijven, staat er in het gedeelte over de bardo van wording, en je niet laten afleiden door allerlei aardse zaken. Laat het los! Laat je niet meeslepen door emoties als woede, juist als hier de zes bestaanswerelden weer opkomen. De kans is dan groot dat je in een lager rijk terecht komt. Word ook niet boos of verdrietig als de voor jou bedoelde ceremonies slordig en ongeïnteresseerd worden uitgevoerd, en word niet kwaad op de nieuwe gebruikers van je ex-bezittingen. Wat moet jij er nog mee? En die rituelen kunnen (door jouw blije positiviteit) ook nog goed voor je uitpakken met een wedergeboorte in een hoger rijk.

Ook in China worden overleden voorouders vereerd en te vriend gehouden, misschien kunnen ze nog iets voor je doen ‘aan de andere kant’. Advies vragen aan gestorven familieleden zou een gelukkig gevoel bij hen veroorzaken. De dode wordt ondersteund en begeleid in zijn nieuwe situatie. Het hoeft niet moeilijk te zijn, offers en positieve gedachten en handelingen brengen de gestorvenen rust en tevredenheid. In het Bardo Thödol lezen we bij de bardo van wording hoezeer de overledene de zekerheid van vrienden mist. Hij heeft geen eten meer, alleen wat de achterblijvers speciaal voor hem neerzetten. Natuurlijk is deze ervaring van honger en zwakte verbeelding, want hij heeft alleen een mentaal lichaam. Maar het ritueel aangeboden voedsel kan hem in de bardo een gevoel van voeding geven. In Montaillou zijn de doden rusteloos en hebben het koud, net als in de bardo van wording. ’s Nachts hangen ze vooral rond in kerken. Door het ontbreken van een echt thuis hebben ze een sterker besef te horen bij hun voormalige de parochiegemeenschap, een rekbare maar onverbrekelijke bond. In de bardo van wording schuilt de wanhopige dode bij bruggen, hutten en kloosters. Het wordt hem afgeraden, wat moet je daar nog? Maak je geen zorgen en laat je geest tot rust komen!

In Polynesië blijven sommige geesten op aarde rondhangen en mengen zich in de aangelegenheden van levenden, net als in Montaillou. Uiteindelijk worden ze vergoddelijkt tot beschermende familiegoden. Je kunt ze maar beter te vriend houden, met een behoorlijke ceremonie bijvoorbeeld. Anders gaan ze dwalen en zwerven langs het strand tussen zonsondergang en zonsopgang, en worden na verloop van tijd kwaadaardige demonen. De ‘normale’ geesten in de onderwereld zijn onzichtbaar voor mensen, behalve voor een enkeling met speciale talenten. Dit komt overeen met de overledenen in de bardo van wording, die waargenomen kunnen worden door helderzienden, volgens het Bardo Thödol. Eindeloze aantallen doden doorkruisen de bardo. De overledenen kunnen hun familieleden en geliefden zien, maar zij zien hen niet. Rechtstreekse communicatie is niet mogelijk. Het geeft enorm lijden, wat ook beschreven wordt bij de bardo van dharmata. De gevoelens van verlatenheid en wanhoop komen hier nog bovenop de confrontatie met de bardoverschijnselen zoals geluiden en lichten (en de twijfel of je echt dood bent). Treurige en eenzame passages in het Bardo Thödol zijn dit. ‘Wees niet gehecht aan je geliefden, dat heeft geen enkel nut’, wordt hier aangeraden. Maar wat moet je daar mee? Misschien kun je je beter bewust zijn dat alles illusie is, dat er geen dualiteit is, en dat jouw diepste wezen en dat van je nabestaanden één zijn.
 

zondag 17 september 2023

Andersom

Commentaar van C.G. Jung bij het Tibetaans Dodenboek  (2/5)
 
Vervolg van vorige blogpost
In 1935 verscheen de eerste Duitstalige uitgave van het Tibetaans Dodenboek en C.G. Jung schreef er de uitvoerige inleiding voor. Hij was erg enthousiast.
 
Het lijkt er op dat Evans-Wentz met zijn Engelse vertaling de tekst van het Bardo Thödol ‘gebruikt’ heeft om bepaalde theosofische denkbeelden wat extra gezag te geven (volgens Lopez heeft hij hierbij speciaal naar overeenkomsten gezocht). En, o ironie, nu doet Jung hier, in zijn inleiding, in feite hetzelfde met Evans-Wentzs boek! Hij gebruikt de gelegenheid om vooral zijn eigen theorieën nog eens flink te onderstrepen (en terloops Sigmund Freud (1856-1939) af te kraken). Ooit werkten de heren samen aan de psychoanalyse, maar Jung vormde later zijn eigen stroming. Na allerlei persoonlijke en theoretische meningsverschillen ging ieder zijn eigen weg, en in 1913 kwam het tot een definitieve breuk.
 
 
Jung noemt het perspectief van het Bardo Thödol uiterst psychologisch. De Tibetaanse termen voor de stadia van dood en wedergeboorte neemt hij over (chikai bardo, chönyid bardo en sidpa bardo), maar hij raadt ‘de Westerling’ aan om de tekst in een andere volgorde te lezen, namelijk van achteren naar voren. Dus van wedergeboorte via de tussenstaat terug naar de dood. Begin niet met het belangrijkste, het hoogtepunt, want dat is ‘typisch Oosters’, maar zet dat juist aan het eind en werk er dan naar toe. Niet als een voorbereiding op reïncarnatie, maar als (christelijk) ‘initiatieproces’ gericht op de dood. De diverse godheden kunnen daarbij naar eigen goeddunken door christelijke symbolen vervangen worden.

Sidpa bardo (de laatste fase van het Bardo Thödol) heeft trouwens, vindt Jung, dankzij de psychoanalyse allang geen geheimen meer voor de westerse rationalistische geest. Het dwalende bewustzijn van de overledene valt er ten prooi aan seksuele fantasieën, wordt aangetrokken door de aanblik van copulerende paren, raakt gevangen in een moederschoot en komt weer op het aardse niveau ter wereld. En seksuele fantasieën, dat is nou precies het terrein van de freudiaanse psychoanalyse, ‘de analyse van het onbewuste’, het enige ‘initiatieproces’ dat in de westerse cultuur nog leeft. En mét een actieve rol voor het Oedipuscomplex.

Volgende keer verder.

 

Voornaamste bronnen:
Psychologisch commentaar door Carl Gustav Jung
Het Tibetaanse Dodenboek
Walter Evans-Wentz
Ankh Hermes, 2017
 
Donald S. Lopez, Jr.
The Tibetan Book of the Dead; A Biography 
Princeton University Press, 2011

maandag 24 april 2023

Geesten in Polynesië

Een vorige blogpost ging over Manao Tupapau, een schilderij van Paul Gauguin uit 1892, ook wel Spirit of the Dead Watching genoemd. Volgens Gauguin wilde hij met dit mysterieuze werk de Polynesische angst voor de tupapau (geesten van doden) verbeelden. Geloof in geesten was en is wijdverspreid in de Polynesische cultuur, maar tegenwoordig toch wat minder. Het woord qaitu verwijst naar de geest van een overledene, en tupuqua heeft een wat bredere betekenis, daarmee worden alle bovennatuurlijke wezens bedoeld. In veel legenden zijn geesten betrokken bij aangelegenheden van levenden. Ze zouden ook ziekte kunnen veroorzaken of zelfs je lichaam binnendringen. Bij bezetenheid spreekt het slachtoffer vaak met de stem van een overledene. Er wordt geprobeerd de geest te bepraten of uit te drijven met sterke medicijnen van planten. Die worden ook gebruikt als de genezing van een patiënt vertraagd wordt door een kwade geest. Sommige van de oude legendes gaan uit van een dubbelziel die in het lichaam woont. Eentje die je nooit verlaat, en een andere die door bezweringen kan worden weggetoverd van het lichaam. 
 
 
Na de dood reist een geest normaal gesproken naar de sky world of naar de onderwereld, maar sommigen blijven op aarde. De Hawaïanen geloofden in aumakua, geesten van voorouders die bij de levenden bleven. Zij werden vergoddelijkt tot beschermende familiegoden, die soms fysieke vormen aannamen (dieren, planten, rotsen). Voor de Polynesiërs was de onderwereld de plek waar de zielen van gewone mensen naar toe gingen. Het was een dorre woestenij zonder water, gras, bloemen of bomen. Een rijk van schemering en schaduwen. Ik moet hierbij denken aan de bardo van wording met zijn grijze nevel: “grijs als het licht van morgenschemering in het najaar, niet dag en niet nacht”. Geesten die in de onderwereld verbleven waren onzichtbaar voor mensen, behalve voor een enkeling met buitengewone talenten. En ook dat komt overeen met de overledenen in de bardo van wording, die waargenomen kunnen worden door helderzienden of yogi’s en goden die dit soort vermogens hebben ontwikkeld.
 
 
Zielen die achterbleven op aarde konden aan mensen verschijnen. Soms overdag, meestal ’s nachts. Ze zwerven langs het strand tussen zonsondergang en zonsopgang. Ronddwalend omdat ze geen behoorlijke ceremonie hebben gehad, of omdat demonen ze iets aangedaan hebben toen ze wilden oversteken naar de andere wereld. Na verloop van tijd worden deze zwervende geesten zelf ook kwaadaardige demonen. Ze gaan dwalen rond speciale plaatsen, zoals de geboorteplek of sterfplek, om daar hun kans af te wachten om een onschuldige levende ziel kwaad te doen.
 
 

Voornaamste bronnen:
diverse Wikipedia

maandag 16 augustus 2021

Astraal reizen met Robert Monroe

De Amerikaanse zakenman Robert A. Monroe (1915-1995) had een speciaal paranormaal talent: hij kon naar believen zijn lichaam tijdelijk verlaten, en bewust door verschillende aardse en astrale dimensies reizen. Als pionier op het gebied van astrale projecties schreef hij daar drie boeken over. 
 
De eerste uittreding* was Monroe spontaan overkomen, maar later ontwikkelde hij bepaalde technieken om deze ervaringen, die ook wel op lucide dromen lijken, bewust op te wekken. Met zijn niet fysieke, astraal lichaam verplaatst Monroe zich dan in de astrale wereld. Hijzelf spreekt liever over een tweede lichaam** en een tweede staat. Astraal vindt hij een vaag begrip, meer iets voor occult gedoe en bijgelovige dwaasheden uit een ver verleden.
 
 
In zijn eerste boek (1971) beschrijft Robert Monroe de drie omgevingen die, naar zijn mening, in deze tweede staat schijnen te bestaan. Omgeving I komt hem daarbij het meest geloofwaardig voor. Het is een soort hier en nu, zonder vreemde gebeurtenissen, wezens of plaatsen. Een wereld die wij kennen via onze zintuigen, met mensen en plaatsen die ook feitelijk bestaan in de stoffelijke wereld. Omgeving III is een merkwaardige wereld, bíjna identiek aan de onze, maar met een rare, onbegrijpelijke twist.

Omgeving II lijkt veel op het traditionele gene zijde, waar mensen naar toe gaan wanneer ze sterven. Er zijn allerlei wezens met wie je in contact kunt treden, en Monroe ontmoet er soms personen die overleden zijn. Hij beschrijft parkachtige landschappen, waar nieuw aangekomen doden worden opgewacht door vrienden. Sommige overledenen creëren allerlei aardse voorwerpen, waar ze kennelijk aan gehecht zijn, om hun nieuwe omgeving op te leuken. Dat kan gemakkelijk, want gedachten vormen hier de bron van bestaan. Zij veroorzaken energie, leven, figuren. Je bent zoals je denkt, en voorzien van een zeer soepel en rekbaar tweede lichaam, dat elke vorm kan aannemen die je maar wil. Het doet sterk denken aan de bardo van wording, zoals beschreven in het Bardo Thödol. Monroe vermoedt dat het wezenlijke zelf (de ziel) in omgeving II “slechts een georganiseerde werveling of verdraaiing vormt van het basismateriaal”.

In deze sfeer is het constant opletten geblazen. Elke hardnekkige emotie, of zelfs een kleine terloopse gedachte op een verkeerd moment, buigt je reis af in een daarmee samenhangende richting. Je constante drijfveren, gevoelens en verlangens, hebben je bestemming volledig vastgelegd (karma!). En, net als in de bardo, is angst hier een terugkerend motief. Angst voor het onbekende, voor vreemde (niet-stoffelijke) wezens, voor de dood, voor God, voor het overtreden van regels, voor pijn. Je wordt voortdurend opgejaagd door je diepste verlangens en meest panische angsten. Emoties die in de stoffelijke wereld zorgvuldig onderdrukt worden, razen hier onverhuld op volle kracht. Het is overdonderend. En alles ook nog open en bloot, zichtbaar voor ‘de anderen’. Hier geen afgeschermd innerlijk ik, of verhulling in de vorm van aanpassing of remmingen. Geen geheimen, maar transparantie.

Uiteindelijk kan de overledene toch weer verder. Er zijn ontelbare mogelijkheden in omgeving II, maar het is dan wel ‘soort zoekt soort’ (net als in de bardo). Ben je een zeer slecht mens, dan beland je in een sector met gelijkgezinden. Er zijn talloze denkbare variaties, de onmetelijkheid en dimensies van omgeving II gaan ons voorstellingsvermogen te boven. Wat hemel en hel genoemd wordt, is maar een onderdeel van deze uitgestrektheid. Daarover meer in een volgende blogpost.
 

 * Er bestaat (nog) geen algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs dat uittredingen ook daadwerkelijk plaatsvinden.

**Monroe vermeldt het bestaan van een koord, dat de verbinding van het stoffelijke met het tweede lichaam onderhoudt. Het wordt vaak genoemd bij bijna-doodervaringen en in de esoterische literatuur

 

Voornaamste bron: 
Robert A. Monroe 
Uittredingen; Experimenten buiten het lichaam 
Ankh-Hermes 1978, derde druk

zaterdag 15 mei 2021

De bardo van Saunders en de bardo van wording

De vorige blogpost ging over Lincoln in de bardo, de bekroonde roman uit 2017 van de Amerikaanse schrijver George Saunders. 
 
  
In dit boek wordt verteld hoe Willie, het elfjarig zoontje van de Amerikaanse president Lincoln, in februari 1862 overlijdt en in een geestenwereld terechtkomt. Saunders noemt deze tussenstaat de Bardo, maar zijn versie heeft nog maar weinig te maken met de bardo uit het Tibetaans boeddhisme. Met wat goede wil kun je de omstandigheden misschien nog enigszins vergelijken met de bardo van wording, een van de tussenstaten die beschreven worden in het Bardo Thödol (Tibetaans Dodenboek). Het zoeken naar overeenkomsten en verschillen verhoogt het leesplezier van dit toch al opmerkelijke boek. 
 
(Let op: SPOILERS)

De geesten in het boek van Saunders beseffen niet dat ze dood zijn, en dat is (soms) een overeenkomst met de Tibetaanse bardo. In de tekst van het Bardo Thödol wordt de overledene meerdere malen attent gemaakt op zijn hoedanigheid. Hij beschikt nu over een nieuw en flexibel lichaam, en dat is ook het geval in Saunders bardo, maar dan anders. In de Tibetaanse bardo heeft dit lichaam superheldachtige mogelijkheden, maar bij Saunders is het een ware molensteen. Het sterfmoment of gewoonten en zorgen uit het vorige leven beïnvloeden voortdurend de vorm en massa ervan, een meestal bizarre karikatuur met groteske details.

In beide bardo’s is het niet aangenaam toeven, en de overledene ervaart een soms sterke drang om er weg te gaan. In de bardo van wording wordt hij tegen wil en dank voortgestuwd door zijn karma, op weg naar een nieuwe pijnlijke incarnatie in een van de zes bestaanswerelden (of naar bevrijding, als hij de instructies van het Bardo Thödol goed opvolgt). De dode in Saunders bardo wil helemaal niet verder en handhaaft zoveel mogelijk zijn aardse gewoonten. Hij beschouwt de situatie, zijn ‘ziekte’, als een storend intermezzo. Straks gaat hij de draad weer oppakken.

Saunders geesten worden regelmatig bezocht door een soort engelen, die hen liefdevol en behoedzaam proberen over te halen deze plek te verlaten en vooral verder te gaan. Voorafgaand zijn er allerlei tekenen, en dan volgt er een lange, zeer aantrekkelijke stoet die door iedereen anders wordt waargenomen. Deze bezoekjes worden door de geesten ontzettend gevreesd en ze proberen zich er wanhopig voor af te sluiten. Aan het einde van zo’n ‘aanval’, zoals zij het noemen, wordt er geïnventariseerd wie er nu weer bezweken en (met letterlijk een knal en een flits) ‘heengegaan’ is.  

Ook de overledene in de Tibetaanse bardo kan op hulp van allerlei boeddha’s en boddhisattva’s rekenen, maar hij moet er wel zelf om vragen. Daarnaast heeft hij de waardevolle ondersteuning van zijn nabestaanden die de onmisbare instructies van het Bardo Thödol hardop aan hem voorlezen. De dode kan hen wel horen en zien, maar niet met ze communiceren. Zo ook in Saunders bardo, en ook hier veroorzaken achterblijvers soms ergernis en wanhoop. Ze gaan niet goed met de erfenis en de spullen om. Zaken worden vergeten of veranderd of tenietgedaan. En als ze rouwen en snikken, ervaart de dode dit letterlijk als pijnlijk geprik van kleine dolkjes. Hij troost de nabestaanden, maar wordt niet opgemerkt.

De bardo van Saunders is begrensd. Het ijzeren hek van de begraafplaats kan niet overschreden worden. De dode in de bardo van wording is beter af, met zijn superlichaam kan hij zich zonder belemmering overal naar toe bewegen (op twee plaatsen na).

In de Tibetaanse bardo vindt een oordeel plaats. Bij Saunders is dat pas het geval als de overledene de bardo toch verlaten heeft. In een zonovergoten bouwwerk vol kleuren en diamanten wordt gekeken hoe hij geleefd heeft. Er is sprake van een vorst, engelen en een glimp van helse wezens en vuur. Een extra reden om toch maar in de ‘vertrouwde’ bardo te blijven rondhangen, vindt de dode dominee die het overkomen is. Maar tegelijk vraagt hij zich af of deze ervaring vol hoop en angst misschien de vrucht is van zijn religie en zijn eigen geest. 
 
Lincoln in de Bardo 
George Saunders 
De Geus, 2017 
349 blz.
 
                                              

 

zaterdag 24 april 2021

Lincoln in de Bardo (George Saunders)

 
In 2017 verscheen Lincoln in de Bardo, de eerste roman van de Amerikaanse schrijver George Saunders (1958). Hij kreeg er de prestigieuze Booker Prize voor. Saunders was eerst vooral bekend om zijn korte verhalen.

Het is februari 1862. President Abraham Lincoln is ontroostbaar als zijn zoontje Willie (11) overlijdt na een kort ziekbed. Het jongetje wordt bijgezet in een crypte, maar zijn vader kan hem nog niet loslaten en gaat ’s nachts terug naar de begraafplaats om het dode lichaam in zijn armen te nemen. Hij heeft een zware tijd als president (het land is in burgeroorlog), en nu wordt hij ook nog verscheurd door verdriet om zijn kind. Lincolns bezoek veroorzaakt grote opwinding onder de vele geesten die op de begraafplaats rondwaren, maar daar merkt hij niets van.

De dode Willie bevindt zich in de bardo. In het Tibetaans boeddhisme is dat de tussenstaat tussen overlijden en reïncarnatie (of bevrijding), maar Saunders versie van ‘de bardo’ heeft daar niet veel meer mee te maken. In feite heeft hij alleen de naam, het begrip, gekaapt en daar vervolgens zijn eigen fantasie op losgelaten. In interviews geeft hij dit zelf ook toe. Hij heeft elementen ingevoegd uit christelijke en Egyptische hiernamaals, om het wat algemener en minder vastomlijnd te maken. Met de voor velen wellicht exotische term ‘bardo’ wil hij voorkomen dat de (westerse) lezer allerlei ingesleten vooroordelen en verwachtingen wat betreft het hiernamaals mee laat spelen. Persoonlijk vind ik dat een beetje goedkoop effectbejag. Bardo roept bij mij juist allerlei precieze verwachtingen op, die nu niet worden waargemaakt. De titel van het boek is daarmee misleidend, en bovendien is het niet eens Lincoln die in dit hiernamaals verblijft, maar zijn zoontje. Met enige goede wil zou je kunnen zeggen dat de situatie nog het meest lijkt op de bardo van wording, een van de tussenstaten die beschreven worden in het Bardo Thödol (Tibetaans Dodenboek).

In Saunders tussenstaat verblijven de overledenen die niet weten dat ze dood zijn, of dit niet willen erkennen. Ze kunnen het aardse bestaan (nog) niet loslaten en hangen als geest rond op de begraafplaats. Zij denken dat ze ziek zijn, en dat deze situatie maar tijdelijk is. Hun doodskist is een krankenkist, de tombe is een krankenhuis. Deze omgeving is voor kinderen extra schadelijk. Daarom proberen drie goede geesten Willie verder te helpen. Als vader Lincoln hem nu maar zou kunnen loslaten, dan is hij vrij en kan hij deze bardo verlaten.

Lincoln in de bardo is een vreemd, maar prachtig boek over rouw en verwerking. Vol inlevingsvermogen wordt beschreven hoe mensen zich hardnekkig blijven vasthouden aan liefde, terwijl het toch allemaal voorbij is. Een verhaal met (gelukkig) ook veel ruimte voor absurde humor en gestoorde figuren, zoals we dat bij Saunders gewend zijn. Ik kan het iedereen aanraden.

In een volgende blogpost zal ik wat overeenkomsten en verschillen behandelen, tussen George Saunders bardo en de Tibetaanse bardo van wording. 
 
 
Lincoln in de Bardo 
George Saunders 
De Geus, 2017 
349 blz.