Posts tonen met het label prana. Alle posts tonen
Posts tonen met het label prana. Alle posts tonen

zondag 13 juni 2021

Sterven volgens Steiner

Hans Stolp (1942) is theoloog en schrijver. Ik las zijn boek met de intrigerende titel Wat gebeurt er als je doodgaat? Volgens Stolp is de dood niet het einde, maar een overgang naar een hogere wereld, een leven in een hoger bewustzijn. Zijn uitgangspunt is, dat de vraag van de titel ruimschoots beantwoord wordt door alles wat Rudolf Steiner over dit onderwerp beweerd heeft. 

Rudolf Steiner (1861-1925) was een Oostenrijkse esotericus, in Nederland misschien vooral ‘bekend’ vanwege de Vrije scholen. Steiner was ooit een kopstuk van de Theosofische Vereniging, maar na onenigheid binnen het bestuur ging hij in 1912 verder met zijn eigen (antroposofische) beweging. Steiners missie was: laten zien dat er een geestelijke wereld is, die ook doorwerkt in de mens en in de materiële wereld. 


In de eerste drie eeuwen van het christendom was er nog duidelijk inzicht over de geestelijke werelden na de dood. Helaas veranderde dit na een splitsing in twee groepen christelijke stromingen: 1. de bouwers van het instituut (de kerk), en 2. spirituele christenen bij wie eigen autoriteit en innerlijk weten een rol spelen. Het esoterisch christendom van groep 2 is bijna vernietigd door groep 1, maar verborgen verder gegaan en uiteindelijk door Rudolf Steiner opnieuw aan het licht gebracht, op een nieuwe manier. Aldus Stolp.

In het verhaal van Stolp/Steiner legt de overledene aan de overkant een schier eindeloos traject af, waarin hij door een voortdurende transformatie heengaat. Hij moet van alles leren, erkennen, verwerken en verbeteren. Het kan nuttig zijn om je daar nu, tijdens leven, al op voor te bereiden en bewust te worden van die hogere wereld. Want hoe groter je inzicht, hoe meer je daar zult zien.

Niemand gaat alleen door de poort van de dood. De stervende wordt begeleid door engelen en gestorven geliefden, maar hij kan ze alleen zien als hij genoeg liefdeskracht heeft opgebouwd. Er is sprake van diepe vreugde en een bijzonder lichtwezen (eventueel Jezus Christus), dat liefde uitstraalt. Het is een ervaring als thuiskomen. Dit kennen we ook uit verslagen van bijna-doodervaringen.

De stervende voelt hoe zijn geestelijke lichamen (het etherische en astrale) zich losmaken van zijn fysieke lichaam. Een mens heeft drie lichamen: 1. fysiek, 2. etherisch (energielichaam, prana, om en door het fysiek lichaam), 3. astraal (de basis van de drager van ons bewustzijn: de ziel). Dit astraal lichaam vormt een twee-eenheid met de ziel, het overlapt en omhult in een schitterende kleurenpracht. Hierin leeft het Ik, dat uit twee delen bestaat: 1. het lagere ik (ego), en 2. het hogere Ik. Hier doorheen werkt de geest, waarbij het hogere Ik en de geest nauw verbonden zijn. Ook zij vormen een twee-eenheid.

Op het sterfmoment verlaten het etherisch en astraal lichaam het fysiek lichaam via de kruinchakra, maar zij blijven via een zilveren koord met het fysiek lichaam verbonden. Zolang het koord heel blijft, is terugkeer mogelijk. Dit is een bekend gegeven bij bijna-doodervaringen. Als deze ‘navelstreng’ verbroken wordt, treedt de dood definitief in.

In een volgende blogpost meer over de etherische wereld volgens Steiner.

 

Voornaamste bron:
Hans Stolp 
Wat gebeurt er als je doodgaat? 
AnkhHermes 2021, 10e druk

maandag 22 februari 2021

De bardo van het ogenblik voor de dood [2]

Als de (uiterlijke) ademhaling is opgehouden, lost de prana zich op in het centrale energiekanaal, en verliest de overledene het bewustzijn. Het staat niet vast hoelang dit duurt, het is afhankelijk van de spirituele ontwikkeling van het individu. Bij aanzienlijke beoefening, concentratie en gevoeligheid, kan de innerlijke adem lange tijd aanwezig blijven. In dat geval moeten de instructies uit het Bardo Thödol herhaald worden “totdat etter uit de lichaamsopeningen vloeit”. Voor grote zondaars en ongevoelige types duurt het niet langer dan een vingerknip. Voor weer anderen duurt het ongeveer even lang als een maaltijd nuttigen. De meeste geschriften leren dat overleden personen (in en om hun centrale energiekanaal) viereneenhalve dag bewusteloos blijven. Al die tijd moet de voorlezer het heldere licht aan hen beschrijven. Als de overledene een spiritueel gevorderde was, vertel je hem dat hij nu het heldere licht ziet, en dat hij dit moet herkennen. Aan de anderen moet je het uitleggen.

Beste die en die! Nu straalt het zuivere heldere licht van de realiteit (dharmata) voor je. Herken het! Op dit ogenblik is je staat van geest van nature zuivere leegte, zonder eigenschappen of substantie, teken of kleur. Het is de realiteit, de Moeder, de Boeddha de Algoede! En het is niet zomaar blinde leegte, maar eindeloos, sprankelend en zinderend, het is de Vader, de Boeddha de Algoede. Het onafscheidelijke stel Samantabhadra en Samantabhadri, dit is de dharmakaya! Eén ogenblik verblijft je bewustzijn nu in deze uitgestrekte massa van licht. Je bent vrij van geboorte of sterven. Het is voldoende dit alles te herkennen!

Dit moet drie of zeven maal duidelijk en nauwkeurig herhaald worden. De overledene zal dan zeker bevrijding bereiken. Hij zal zich (vroeg of laat) de lessen van zijn leraar herinneren, zijn eigen blanco geest herkennen als het heldere licht en daar ondeelbaar mee verenigd worden. Met het binnengaan in het heldere licht verdwijnt het bestaan in de dualiteit. (De term licht is natuurlijk een metafoor.) Als het primaire heldere licht niet herkend wordt, of niet uit te houden is, straalt het tweede heldere licht. De overledene ziet dan een soort gefilterde versie van het eerste heldere licht.

Even de puntjes op de i: hier wordt de bardo van het ogenblik voor de dood opnieuw in twee bardo’s ingedeeld. De eerste (‘de tussenstaat van het sterfpunt van de helder-licht-realiteit’ ) heeft de overledene net meegemaakt: toen zijn bewustzijn zich in het centrale energiekanaal bevond. De tweede heeft geen naam (maar Thurman noemt het ‘de tussenstaat van het sterfpunt van de helder-licht-realiteit buiten het lichaam’). Deze bardo vindt plaats, net nadat het bewustzijn langs een ander pad dan de kruin het lichaam verlaten heeft. De prana (uit het centrale energiekanaal) is ontsnapt via het linker of rechter energiekanaal en komt uit de lichaamsopeningen naar buiten. Het bewustzijn wordt plotseling helder: dit wordt het ‘onzuivere denkbeeldige lichaam’ genoemd. Als de dode op dit moment de leer begrijpt, ontmoeten de “moeder- en kind-dharmata” elkaar, en wordt hij niet langer door karma beheerst, hij is bevrijd! “Zoals zonlicht duisternis overwint”.  

Het is het beste als de overledene het begrijpt in de eerste bardo, maar als hij de instructies hoort in de tweede bardo gaat het ook nog lukken. Een spiritueel gevorderde mediteert nu op zijn yidam, en gewone mensen mediteren op de Boeddha van Mededogen (Avalokiteshvara).

Hierna wordt alles veel moeilijker. De absolute energie van het heldere licht zal uiteenvallen tot verschillende vormen van afgezwakte energie. De vrijgelaten prana manifesteert zich dan als lichten en kleuren en visioenen. Een fundamentele neiging om iets vast te grijpen begint zich in deze staat te ontwikkelen, en daaruit ontstaat de ervaring van de zes bestaanswerelden.

 

Bronnen:  
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa  
Het Tibetaans Dodenboek  
Servire, 1991 
 
Robert A.F. Thurman  
Het Tibetaanse Dodenboek  
Altamira-Becht,  2006 
 
Ilse Dorren  
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek  
Mirananda, 1985

zondag 31 januari 2021

Bardo Thödol: voorlezen op het sterfmoment

Het Bardo Thödol is (eigenlijk) bedoeld voor “yogi’s met gemiddelde vermogens”. In de tekst wordt regelmatig verwezen naar yogabeoefening. Volgens de yogatheorie hebben wij, behalve een fysiek organisme, ook een pranisch lichaam. Dat is het totaal aan energie waardoor een mens bezield wordt.

Prana (basisenergie, levensenergie) stroomt door talloze fijne kanalen, die zich verenigen tot grotere vaten. Midden door het lichaam lopen de drie belangrijkste kanalen: het centrale energiekanaal, met rechts en links een kanaal voor respectievelijk positieve en negatieve krachten. Met negatief wordt hier bedoeld: vormgevend (maar dus ook beperkend). De positieve energie is creatief en tegelijk verwoestend. Als deze beide krachten zich aan het uiteinde van hun kanalen verenigen, en de dualiteit van positief en negatief is versmolten tot één geheel, ontstaat er een  soort flauwe afspiegeling van het heldere licht. De nu gevormde oerkracht stijgt door het centrale kanaal omhoog. Er zijn bepaalde meditatietechieken waarbij een yogi die vitale stroom, het slangenvuur (kundalini), naar buiten kan laten breken.

Iets dergelijks gebeurt ook op het sterfmoment. Daarom is het van groot belang dat de instructies van het Bardo Thödol op het juiste tijdstip voorgelezen worden. De tekst hamert er op dat dit nauwkeurig gebeurt, ‘in de periode tussen het ophouden van het ademen, en het tot stilstand komen van de polsslag in de aderen’. Want juist op dat moment gebeurt er van alles met het fysiek organisme en met het pranisch lichaam.

Als de uiterlijke ademhaling stopt, lost de prana op in het centrale energiekanaal en straalt de helderheid (het heldere licht) ‘duidelijk en vrij van verwikkelingen’ in het bewustzijn. De ‘innerlijke adem’ blijft nu ongeveer ‘even lang als het duurt om een maaltijd te eten’ binnen in het centrale energiekanaal. NU moet het voorlezen plaatsvinden, voordat de prana wordt omgekeerd en door het rechter of linker energiekanaal ontsnapt, waardoor de bardostaat zich plotseling voordoet, en de visioenen van de bardo uitnodigend opkomen.

Het Bardo Thödol adviseert op dit punt een nogal krachtdadig hulpmiddel om de samenvloeiing van positieve en negatieve krachten doelbewust te sturen. Als de ademhaling stopt, wordt de stervende in leeuwhouding (met rechterzijde op de grond) gelegd, en de twee kloppende aderen in de hals worden dichtgedrukt. Zo wordt de bloedtoevoer naar de hersenen en daarmee de zuurstoftoevoer geblokkeerd, en de dood op milde wijze bespoedigd. Angstige gedachten stoppen, en de stervende wordt helder. Hij kan nu bewust de levensstroom laten ontsnappen. In plaats van omkeren in het centrale energiekanaal, zal de prana nu via de brahma-opening (fontanelopening vooraan de kruin van het hoofd) naar buiten gaan. De ziel, die in deze levensdruppel van subtiele energie is belichaamd, wordt op dezelfde manier uitgeworpen als in de beoefening van phowa.

 

Bronnen:  
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa  
Het Tibetaans Dodenboek  
Servire, 1991 
 
Robert A.F. Thurman  
Het Tibetaanse Dodenboek  
Altamira-Becht,  2006 
 
Ilse Dorren  
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek  
Mirananda, 1985

zondag 26 augustus 2018

Manifestaties van prana in de bardo

In een eerdere blogpost had ik het over de “vloeiende, vibrerende wereld van geluid, licht, kleur” die je in de bardo’s kunt verwachten, allemaal heftige manifestaties van energie.

Energie speelt ook een rol in het zeer lezenswaardige boek van Tenzin Wangyal Rinpoche over droomyoga. Hij beschrijft hierin onder meer ons energielichaam en de rol van prana (basisenergie, levensenergie). De serieuze beoefenaars van yoga zullen met deze termen en begrippen bekend zijn: “Energiebanen, prana en chakra’s spelen zowel in de dood als in het leven een rol. De meeste mystieke ervaringen en ook ervaringen in de tussentoestand na de dood zijn het gevolg van het open– en dichtgaan van energiepunten".

"Veel verhalen over de verschijnselen van bijnadoodervaringen bevatten beschrijvingen van allerlei lichten en visioenen die mensen hebben als het stervensproces begint. Volgens de Tibetaanse traditie hebben deze verschijnselen te maken met de beweging van prana. De energiekanalen worden geassocieerd met verschillende elementen; wanneer bij het sterven de elementen oplossen en de energiekanalen uiteenvallen, manifesteert de vrijgelaten energie zich als licht en kleur. De leer beschrijft heel gedetailleerd welk gekleurd licht correspondeert met het oplossen van welk kanaal, waar het zich in het lichaam bevindt en met welke emotie het te maken heeft.

Er bestaat aanzienlijk veel variatie hoe deze lichten zich aan mensen voordoen bij hun dood, omdat ze zowel gerelateerd zijn aan de negatieve emotionele aspecten als de positieve wijsheidsaspecten van het bewustzijn. Over het algemeen ervaart de mens emoties als hij sterft, en de emotie die de overhand heeft bepaalt de lichten en kleuren die zich manifesteren. Dikwijls is er in het begin alleen een ervaring van gekleurde lichten waarin één kleur dominant is, maar het kan ook voorkomen dat er een paar kleuren de boventoon voeren of dat of dat er een combinatie is van vele kleuren.

Vervolgens begint het licht verschillende beelden te vormen, net als in een droom: van huizen, kastelen, mandala’s, mensen, godheden, of wat dan ook; alles is mogelijk. Wanneer we sterven kunnen we dat soort visioenen in verband brengen met entiteiten uit samsara, en in dat geval worden we door onze reacties erop naar een nieuwe geboorte gevoerd; of we zien ze als meditatieve ervaringen, waardoor we een kans op bevrijding hebben of tenminste de mogelijkheid om onze volgende geboorte bewust in een positieve richting te sturen.”

Tenzin Wangyal Rinpoche


Dit zou zo de flaptekst of een korte introductie van het Bardo Thödol kunnen zijn! Tenzin Wangyal Rinpoche geeft ons hier een prachtige en heldere samenvatting van het stervensproces en daarna.


Bron:
Tenzin Wangyal Rinpoche
De werkelijkheid van slapen en dromen
Elmar, 1999