Posts tonen met het label illusie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label illusie. Alle posts tonen

zondag 19 juli 2026

Pluriversum als Jazz improv

Liquid Days (2 van 4)

(vervolg van vorige blogpost)

Fuchs en collega’s bekeken de zaken vanuit een First-person standpunt,  met een methode om de wereld van binnenuit te begrijpen. In plaats van uitspraken te doen over ‘hoe de dingen zijn’ werk je je voorspellingen voor toekomstige gebeurtenissen voortdurend bij op basis van wat je hebt meegemaakt in het verleden. Waarschijnlijkheden (in de kwantumfysica) zijn dan een optelsom van wat iemand weet, en hebben geen betrekking op iets buiten ons. Hoe het ‘verder’ gaat is voor ieder individu verschillend. Iemand anders met zijn/haar patroon van ervaringen en overtuigingen zou tot heel andere conclusies kunnen komen. Kwantumfysica als een gids voor persoonlijke ervaring, en niet voor objectieve realiteit. Onze keuzes en acties geven vorm aan wat er gebeurt, en de vragen die we stellen bepalen wat voor ons persoonlijk ‘waar’ is.

En eigenlijk komen neurowetenschappers nu tot vergelijkbare conclusies over hoe we onze omgeving in het algemeen waarnemen. Er is meer bewijs dat we de buitenwereld niet rechtstreeks ervaren, maar als persoonlijk en voortdurend bijgewerkt model, of voorspelling. Dit wordt “predictive coding” genoemd. Als er nieuwe zintuiglijke info binnenkomt actualiseert het brein wat het over de wereld gelooft. De dingen (voorwerpen) die we waarnemen zijn de “beste gissingen” van de hersenen, afhankelijk van onze persoonlijke geschiedenis en overtuigingen. Daarom zullen we de dingen nooit zien zoals ze “echt” zijn. Het is een gepimpte benadering van ervaring, geen objectief venster op het universum daarbuiten.

Maar er is wel een belangrijk verschil. Die neurowetenschappers en ook de meeste natuurkundigen hebben de neiging om aan te nemen dat er (ondanks de verschillen in kijk op wereld) nog steeds een ‘solide echt landschap’ is dat onze perceptie te boven gaat. De ingeschatte modellen van de wereld in ons hoofd (onze bewuste ervaring) zijn ook maar een “gecontroleerde hallucinatie”. We leven in wezen nog steeds in een illusie, niet in staat om de echte wereld te bereiken.

Maar stel, er is geen solide landschap ‘daarbuiten’, dan verandert dat de betekenis van predictive coding volledig. Er is geen transcendente waarheid, zegt Fuchs. Niets bestaat vanuit een ‘Gods-eye’ perspectief, het maakt niet uit op welke individuele manieren we kijken. Daarom zou je, in plaats van onze persoonlijke werelden te behandelen als hallucinaties of modellen van de fysieke wereld, onze ervaringen ook eens kunnen bekijken als componenten van een ander soort realiteit, met eigen oorzakelijke krachten.

Waar Wheeler een universum zag ‘gemaakt van informatie’, praat Fuchs in termen van acties en gevolgen. Als je de actie niet onderneemt heb je een ander universum dan wanneer je dat wel zou doen, zegt hij. En dan hangt het ook nog af van welke soort actie je onderneemt. Dit is het Pluriverse, een dynamische “tapestry” van “interacting perspectives” dat Fuchs beschrijft als een “living community of NOWs”. Een pluriversum dat niet is samengesteld uit afzonderlijke dingen die al bestaan, maar uit patronen van ervaringen, die continu tot stand komen door keuzes en acties. Het omvat alle kenmerken van onze persoonlijke werelden die van invloed zijn op wat we waarnemen en hoe we handelen. Bijvoorbeeld alles op het gebied van de natuurkunde, maar ook elke onlogische geloofsovertuiging of eenmalig ervaring. In het artikel worden hier zeer uiteenlopende voorbeelden genoemd, zoals “clicking particle detectors” en monsters onder het bed en krakende herfstbladeren.

Niet bepaald Einsteins relativiteitstheorie. Vergelijk het pluriversum maar met een jazz improvisatie of een jungle of een uitbundige menigte die los gaat. Het is een onhandelbaar, steeds veranderend, zich continu ontwikkelend samenwerkingsproject zonder masterplan maar met de vrijheid zijn eigen toekomst te vormen. Het is constante schepping, zegt Fuchs, “nature is being hammered out, as we speak”.

Wordt vervolgd.

 
 
bron:
Jo Marchant
New Scientist
21 maart 2026

vrijdag 12 juni 2026

Mind the Gap

Nagarjuna 12
 
Vier soorten oorzaken noemt Nagarjuna in de vorige blogpost.
De meest interessante daarvan vind ik de ‘precedente oorzaak’, dat is (volgens vertaler Erik Hoogcarspel) “het verdwijnen van de vorige gedachte of bewustzijnsmoment dat het ontstaan van het volgende veroorzaakt”. Misschien is “gelegenheid biedt tot” hier een betere omschrijving?

Nagarjuna spreekt van dharma’s (fenomenen), in dit geval alles wat zich in het bewustzijn manifesteert. Voorstellingen, verschijnselen en dus gedachten. Die zijn héél vluchtig. Ze verschijnen en verdwijnen continu, een gedachte is al bezig te verdwijnen als hij net is verschenen. We kunnen middels een gedachte ook niet een volgende gedachte sturen of juist voorkomen. Want een gedachte veroorzaakt niet de daaropvolgende gedachte, die komt namelijk vanzelf door (bij wijze van spreken) de “zuigende werking” van de verdwijnende voorgaande gedachte. Prachtig en beeldend geformuleerd!


Volgens de Sarvastivadins kun je door het vasthouden van een aanwezige gedachte het beste concentratie bereiken. Ik denk nu aan Sogyal Rinpoche. Bij hem las ik eerder dat je in meditatie je gedachtenstroom vertraagt, waardoor ‘de opening’ steeds duidelijker wordt. Gedachten nemen wij als ononderbroken waar, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is. Ontdek dat er na elke gedachte een ruimte is, zegt Sogyal. Als de ene gedachte verdwenen is, en de volgende nog niet verschenen, is er altijd een pauze, een opening waarin de pure natuur van de geest (Rigpa) zich openbaart.

Een ruimte, een pauze, een opening. Een bardo dus!
In de eerste instantie denk je dan misschien aan de tussenfasen na de dood, maar bardo ervaringen doen zich ook tijdens ons leven continu voor. Volgens Sogyal zijn ze een fundamenteel deel van onze psychologische structuur. Het leven is niets anders is dan een onophoudelijke schommeling van geboorte, dood en overgang. Maar meestal letten wij niet op de bardo’s en openingen en overgangen, maar gaat onze geest van de ene zogenaamde ‘vaste’ situatie naar de volgende. Eigenlijk is elk moment van onze ervaring een bardo, want elke gedachte en elk gevoel komen op uit de essentie van de geest, en lossen daar weer in op.

Precies op momenten van grote veranderingen en sterke overgangen krijgt de ware, oorspronkelijke natuur van onze geest (“die is als de hemel”, zegt Sogyal Rinpoche) een kans zich te openbaren. Ik denk dan natuurlijk onmiddellijk aan het sterfmoment, Chikai bardo! Waarschijnlijk de belangrijkste ‘gap’ in een mensenleven. De lichamelijke dood, het ene moment leef ‘je’ nog, het andere ben je ‘dood’. Daartussenin een onderbreking, hoe kort ook. Het heldere licht doet zich voor. Een zeer krachtige kans op bevrijding. Herken de ruimte en de eenheid, en de illusie van je ‘zelf’ of ‘ego’.

Ruimte tussen dharma’s klinkt wel prettiger dan opening, pauze of onderbreking. Minder lineair ook. Al die losse momenten, de ontelbare kleine elementen, dharma’s, verenigd in een eeuwige en oneindige oceaan van ‘ruimte’. Als in een onmetelijk pointillistisch schilderij. Losse stippen vlak naast elkaar, maar het oog van de kijker laat ze samensmelten. Een illusie.

Wordt vervolgd.

 
 
bronnen:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005
 
Sogyal Rinpoche
Dagend inzicht
Servire, 1995

zondag 10 mei 2026

Taal

Nagarjuna 7

Vervolg van de vorige blogpost, waarin de voorzichtige conclusie getrokken werd dat vertaler Hoogcarspel’s substanties (in dit geval) hetzelfde zijn als Spinoza’s modi, waarvan zowel Nagarjuna als Spinoza lijken te beweren dat zij niet uit zichzelf bestaan. Maar bedoelen zij ook hetzelfde? Volgens Spinoza bestaat alleen God (Substantie), die eindeloos veel tijdelijke verschijningsvormen (modi) veroorzaakt, die allemaal van elkaar afhankelijk zijn.

Nagarjuna zegt dat alle dingen ontstaan in wederzijdse afhankelijkheid. En hij gaat nog veel verder, want volgens hem bestaan al die dingen eigenlijk niet eens. Hij toont aan dat die zogenaamde ‘zelfstandigheden’ (Hoogcarspel: ‘substanties’) onhoudbaar zijn. De dingen zijn duidelijk alleen maar wat ze zijn in onze ogen. Het is een kwestie van taal eigenlijk, en taal is geen afbeelding van de werkelijkheid, maar een benoemen ‘bij wijze van spreken’. Conventies, gewoonten, afspraken, de zogenaamde werkelijkheid is het speelveld van de taal, en daarom leeg van substantie/ zelfbestaan. Wat de taal noemt bestaat niet, maar is een inbeelding. Het belangrijkste obstakel voor inzicht is het geloof dat woorden naar op zich bestaande dingen verwijzen. (Zelfs de term ‘leegte’ is in sommige commentaren tot een nieuw soort substantie geworden!)
 

We moeten ons losmaken van de taal. Dat lijkt onmogelijk want er zijn altijd gedachten bijvoorbeeld, maar Nagarjuna verwijst naar momenten van diepe innerlijke vrede, waarin de dingen zijn opgehouden te bestaan. Maak de zaak eens wat transparanter door het lezen van (zijn) geschriften, denk er over na. Hopelijk leidt dat dan tot transcendente wijsheid: een totale omslag van jouw manier van denken, en waarbij je niet langer het spel van de wereld voor absoluut aanneemt. Uiterlijk zal er weinig veranderen, maar je ziet het als een spel en investeert niet meer. De begeerte naar zijn of niet zijn is weg, de illusie van de wereld, het idee dat je iets kunt gewinnen of verliezen is doorbroken. Meer esthetisch plezier, minder bezig zijn met nut en voordeel. Een heel andere manier van leven.

Wordt vervolgd.

 
 
bron:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005

zondag 12 april 2026

Oorzakelijkheid

Nagarjuna 3

Na de inleiding HIER en HIER door Erik Hoogcarspel ben ik bij Hoofdstuk 1 (“Oorzakelijkheid”) beland van zijn vertaling van Nagarjuna’s Grondregels… Dit bestaat uit 14 verzen of karika’s.

En ik moet eerlijk bekennen: dat valt niet mee, in de eerste instantie. Nu schijnt Nagarjuna algemeen erkend ‘moeilijk’ te zijn, maar toch. En dan een heel ander moeilijk dan het Tibetaans Dodenboek, met z’n situaties, taferelen en figuren. Dit zijn korte bondige stellingen en vragen, kortom filosofie. Het geheel komt op mij over als een spel met taal (en de lezer). Hoe moet ik dit ooit in blogvorm gaan gieten? Waar ben ik aan begonnen en wat een overmoed. Ik zie dat de onderwerpen van sommige hoofdstukken mij extra aanspreken, maar ik besluit toch maar de gebruikelijke volgorde aan te houden, hopelijk wordt alles dan langzamerhand toch duidelijker. En misschien is het beter om een aantal kortere blogposts achter elkaar te plaatsen in plaats van één enorme lap tekst.

Maar na aandachtig lezen en overpeinzen merk ik dat de tekst eigenlijk best goed te begrijpen is. Bloggen om het voor mijzelf duidelijk te krijgen is dus eigenlijk niet meer nodig. Een ‘samenvatting’ dan? Dat is onmogelijk, Nagarjuna’s tekst is al enorm ingedikt en ter zake, korter kan niet. Toch wil ik graag een aantal blogpost maken over dit belangrijke boek. Ik zal er wat dingen uitlichten die me opvallen of me extra bezig houden.
 
 
Nagarjuna is dus nogal ‘ter zake’, dat wordt al duidelijk bij het eerste vers van dit eerste hoofdstuk. Hij begint hier plompverloren en zonder verdere intro met een kritiek op ‘oorzakelijkheid’, kennelijk belangrijk. Voor ons bestaat iets alleen als het een oorzaak of gevolg heeft. Onze ‘werkelijkheid’ is een structuur van oorzaken en gevolgen. Iedereen gelooft dat en vaak ten onrechte. Nagarjuna is van mening dat we ons hierdoor in het dagelijks leven telkens laten beetnemen. Reclame maakt daar trouwens ook handig misbruik van.

Er is nooit iets ontstaan, zegt Nagarjuna, helemaal niets, wat dan ook en hoe dan ook, niet uit zichzelf of uit iets anders, en ook niet zonder een oorzaak. Hij gaat door met redeneren, schrappen en vragen stellen, en komt bij vers 14 met een soort conclusie tot nu toe. Het ontstaan en dus bestaan van gevolgen is niet houdbaar, omdat iets ofwel een oorzaak is, ofwel niet, en bewezen is dat oorzaken niet kunnen voortkomen uit één van beide soorten dingen. En als er dus geen gevolgen bestaan, zijn er ook geen oorzaken, en dus ook geen dingen die geen oorzaak zijn. Is dit een cirkelredenering? Volgens Hoogcarspel ontkent Nagarjuna niet dat er zoiets bestaat als oorzaak en gevolg , want hij verwijst regelmatig naar dagelijkse dingen waarin ze een rol spelen, maar verwijt Nagarjuna zijn tegenstanders (en ons!!) oorzaak en gevolg te zien als iets met zelfbestaan. Erik Hoogcarspel gebruikt hier het woord substanties. Dat vind ik erg verwarrend. Daarover volgende keer meer.

 
 
bron:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005

woensdag 18 maart 2026

Mulamadhyamakakarikah


Nagarjuna 1

Zoals gezegd ben ik begonnen met het herlezen van Nagarjuna’s Grondregels van de filosofie van het midden, vertaald en uitgelegd door Erik Hoogcarspel. Ik ben netjes begonnen bij de inleiding. Voor deze blogpost heb ik ook gebruik gemaakt van een interview in Filosofie Magazine met een andere, meer recente vertaler van dit werk: Michiel Leezenberg. In 2024 verscheen zijn versie onder de titel Basisverzen van het middenpad. Het lijkt me leuk en leerzaam om ooit beide vertalingen eens te vergelijken, zoals ik dat eerder ook wel met het Tibetaans Dodenboek  heb gedaan.

In zijn inleiding geeft Hoogcarspel aan dat er veel mythen in omloop zijn over het leven van Nagarjuna, meestal Tibetaans. Aan alles zit een sterk verhaal vast, leeftijd, naam, geboorte. Er is eigenlijk niets met zekerheid bekend. Algemeen wordt aangenomen dat Nagarjuna ergens in het midden van de tweede eeuw geboren is in Zuid-India. Zijn vader zou een rijke brahmaan zijn geweest.

Volgens sommige biografieën heeft Nagarjuna zich met tovenarij bezig gehouden, voordat hij zich overgaf aan boeddhistische studie. Hij heeft veel gereisd en geschreven, en geldt als de belangrijkste filosoof van de Indiase boeddhistische traditie. De Mulamadhyamakakarikah (Grondregels van..) is Nagarjuna’s bekendste werk. Deze tekst bestaat uit 27 hoofdstukken van 6 tot 40 verzen (karika’s) van 4 regels, waarbij overpeinzing ervan zou helpen bij het ontdekken van ‘de’ leegte. De stellingen zijn soms raadselachtig en worden nauwelijks uitgelegd. Het zijn werktuigen om nieuw inzicht te bereiken, meer niet, na gebruik gooi je deze ‘ladder’ ook weg.

Nagarjuna probeert mensen te bevrijden van hun gebruikelijke manier van denken en begripsvorming. Die liggen op het vlak van de mentale voorstelling en zijn dus fantasie. Alle dingen die je ziet zijn eigenlijk illusies. Ze bestaan niet echt, maar zijn leeg. (En wijzelf?) Terwijl de werkelijkheid wordt ervaren, en juist daarom niet gedacht kan worden.

Nagarjuna’s  ideeën zijn behoorlijk radicaal en in de eerste instantie erg ingewikkeld. En waarom zou dat idee van leegte bevrijdend zijn? Omdat het verder gaat dan het traditionele boeddhisme? Je maakt je niet alleen los van de personen en de dingen om je heen (geen gehechtheid en begeerte, dus ook geen lijden meer bij verlies), maar ook van de begrippen waarmee je denkt (tijd, ruimte, causaliteit), want ook die bestaan niet echt. Het zijn slechts hulpmiddelen om je leven te kunnen leiden. Alles is leeg. Nagarjuna laat stapsgewijs zien dat élke vorm van logisch of conceptueel denken uiteindelijk onhoudbaar is. En dat geldt net zo goed voor het begrip ‘leegte’! Dat is ook maar een hulpmiddel om je gehechtheid los te laten.

Als je bevrijd bent van dogmatisch denken, in welke vorm ook (dus inclusief boeddhistische concepten), sta je open en los in het leven. Open voor de vrijheid van het ervaren. (Het menselijk verstand heeft sowieso zijn grenzen).

 
 
 
bronnen:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005
 
Michiel Leezenberg
interview door Femke van Hout
Filosofie Magazine, 9 sept 2024

maandag 28 april 2025

Wat ziet een boeddha in sambhogakaya?

In een vorige blogpost vroegen wij (de twijfelachtige bhiksu Chih-tao en ik) ons af wie er dan zo enorm geniet van die grote gelukzaligheid in nirvana? Nou, niemand dus, legde Hui-neng uit. Er is geen genieter of niet-genieter, er is geen zelf, er is geen dualiteit. Nirvana is voorbij alles. Hier geen ontstaan of vernietiging, maar de manifestatie van absolute rust. Klinkt goed nietwaar? Maar ‘je’ zult het dus nooit ‘ervaren’. Misschien kan een boeddha in sambhogakaya het ‘zien’? Op de drempel van nirvana doorziet hij volledig hoe de illusie tot stand komt, is tot verlichting gekomen, maar ook weer niet helemaal. Een verlichting light. Wat moet ik me daar bij voorstellen? En waar bevindt die boeddha zich?

Een overledene die het eerste en het tweede heldere licht niet begrepen heeft, beschikt weer over een (illusionair) lichaam. Zal de situatie waarschijnlijk niet herkennen en vraagt zich af of hij nu wel of niet overleden is. Vergelijkbaar misschien met het dagelijks leven. In theorie erken je dat dualiteit illusie is, maar helaas rijst telkens weer opnieuw de vraag of het wel écht zo is. In de bardo van dharmata zit een ‘totale’ bevrijding (opgaan in absolute eenheid) er niet meer in. De energie versnippert en dualiteit doet zijn intrede. Voor de boeddha in sambhogakaya speelt alles wat volgt zich op een bepaalde ‘plaats’ af, namelijk in een van de vijf boeddhagebieden. Bijvoorbeeld in het middenrijk, het Samengebalde Rijk. ‘Plaats’ is hier natuurlijk beeldspraak. De drie kaya’s zijn ook drie verschillende bewustzijnsniveaus, altijd gelijktijdig aanwezig. In sambhogakaya is de dualiteit volmaakt in evenwicht, waarbij de tegendelen elkaar als het ware neutraliseren. Het houdt alles wat ooit zal bestaan in zichzelf besloten. Een onvoorstelbaar potentieel van mogelijkheden, dat uiteenspat in de ‘tienduizend wezens’ van nirmanakaya.

Maar wat ziet nu die boeddha in sambhogakaya? Hij heeft de illusie door, staat op de rand van nirvana, maar blijft toch een beetje plakken in de dualiteit. Ziet hij hier de mogelijke toekomst? En staat die vast of kunnen de elementen nog gehutseld worden. Denk aan die puzzel metafoor laatst: is de hele puzzel gelegd, de 10.000 stukjes keurig geordend op hun eigen plek? Of zitten al die stukjes nog in de doos en is de afbeelding zelfs nog niet definitief? Volgens Sogyal Rinpoche zijn al de mogelijke verschijnselen in samsara of nirvana altijd al volmaakt en volledig geweest en zullen zij dat altijd zijn. De essentie van alles is leeg en zuiver, maar de natuur van alles is rijk aan kwaliteiten, ‘zwanger van elke mogelijkheid’. Een onophoudelijk scheppend veld, oneindig en dynamisch, altijd spontaan volmaakt.

donderdag 27 februari 2025

Als goden in hun schepping

Tony Parsons wordt vaak gelinkt aan de neo-advaita. Er zijn een paar boeken van hem in het Nederlands verschenen. Zijn boodschap in een korte flaptekst: “Er is geen ‘jij’ of ‘ik’, er is geen zoeker, geen verlichting en geen goeroe. Er is geen beter of slechter, er is geen pad en er valt niets te bereiken. Alles wat verschijnt is bron. Alles wat zich schijnbaar manifesteert – de wereld, het levensverhaal, de hypnotische droom van afgescheidenheid, de zoektocht naar huis – is het ene verschijnend als twee, het niets verschijnend als alles, het absolute verschijnend als het specifieke. Er is geen afgescheiden intelligentie die een bestemming weeft en er is nergens ook maar enige mogelijkheid om te kiezen. Er gebeurt helemaal niets, maar dit, zoals het is, nodigt de ogenschijnlijke zoeker uit om dat wat er al is opnieuw te ontdekken… de altijd aanwezige, onveroorzaakte, onveranderlijke onpersoonlijke stilte van waaruit onvoorwaardelijke liefde overvloeit en feestviert. Het is een wondermooi mysterie.”

De boeken zijn geschreven in dialoogvorm. Het zijn vragen uit de zaal en Parsons reacties daarop, tijdens spreekbeurten bijvoorbeeld in Amsterdam of  Berlijn.
Bijvoorbeeld deze: “Hoe komt het dat we allemaal betrokken zijn bij dezelfde droom?” In zijn antwoord zegt Parsons dat we niet dezelfde droom hebben, dat is het wonderbaarlijke, elke verschijningsvorm beschouwt ‘de muur’ als zijn unieke muur. Niemand anders in dit schijnbare bestaan ziet die muur zoals jij hem ziet. Die specifieke muur is jouw uitnodiging. Het is niet in woorden uit te leggen, meent Parsons. Wij zijn goden die rondlopen in onze eigen schepping, gelovend dat we afgescheiden mensen zijn. En als er een gevoel van afscheiding is, is er meteen ook tijdsbesef, een beweging ergens naar toe. Als je denkt dat wat je zoekt daar is, ontwijk je wat is. Je vermijdt het, want dit kan het toch zeker niet zijn? Alleen maar dit? Zo zit dat spel in elkaar.


Goden die hun eigen wereld scheppen dus. Onwillekeurig denk ik aan de overledene in de godenwereld, een van de zes bestaansrijken genoemd in het Bardo Thödol. Op het sterfmoment heeft hij de kans gehad de eenheid te herkennen, maar is daar op de een of andere manier niet in geslaagd. En nu is hij in de bardo van dharmata beland, waar de absolute energie van het heldere licht uiteenvalt en de dualiteit haar intrede doet. De zes bestaanwerelden zijn verschenen en de overledene heeft zich laten verlokken tot een wedergeboorte in de godenwereld. Niet geheel onprettig natuurlijk, maar toch weer gevangen in de kringloop van samsara.

Parsons metafoor, wij als goden in een eigen schepping, laat zien dat de valkuilen in leven en dood eigenlijk steeds dezelfde zijn. In plaats van in te zetten op het herkennen van de eenheid, creëren we onze eigen schijnwereld vol oppervlakkige afleiding. Uit gemakzucht, uit gewoonte, voor de gezelligheid. Maar vooral voor de illusie van veiligheid.

 
 
bron:
Tony Parsons
Niemand daar; Dialogen
Samsara Uitgeverij, 2004

vrijdag 10 januari 2025

Advaita en stereoscoop

bron afb: wikipedia

Neo-advaita
. Tot voor kort had ik daar nog nooit van gehoord. 
Het zou een relatief nieuwe religieuze beweging zijn, die benadrukt dat ego of ik of zelf of dualiteit niet bestaan. En dat allemaal zonder poespas vooraf. Hier geen voorbereiding of training, inzicht is voldoende.

Ik bespeur, wat mij betreft, wel enige affiniteit. Want, zo blijkt, minstens drie interessante schrijvers (Eckhart Tolle, Byron Katie en Tony Parsons) worden met neo-advaita geassocieerd. Of geclaimd misschien, dat weet ik niet precies, want rondkijkend op internet word ik niet per se blij van sommige vage en zelfbenoemd verlichte figuren die zich (ook) met de ‘nieuwe’ boodschap en praktijk bezighouden. Jammer ook dat alles weer in een bepaald hokje ingedeeld moet worden. Voor je het weet hoor je bij een bepaalde religie. Maar, als je het kaf van het koren weet te scheiden, is er gelukkig ook veel nuttige informatie te vinden.

Vanwaar mijn interesse in dualiteit? Dat heeft vooral te maken met de Bardo Thödol tekst. De overledene moet zo snel mogelijk beseffen dat dualiteit illusie is, op het sterfmoment kan hij opgaan in het Heldere Licht, de absolute eenheid.

Wat betreft neo-advaita zou er een relatie zijn met de advaita vedanta, maar die willen daar niets van weten. Het gebrek aan training en de verlichtingservaringen van hun ‘snelle versie’ worden als oppervlakkig gezien. Bij de boeddhisten hetzelfde verhaal. Is de verlichting van de neo-advaita hetzelfde als nirvana? Heeft het boeddhisme meer in de aanbieding? Of is bevrijding makkelijk bereikbaar via alternatieven? Volgens Tony Parsons is er niets te bereiken, de werkelijkheid is eenvoudig en direct. Op een gegeven moment kan het kwartje zomaar vallen. Instant-verlichting.

Ik moest ineens denken aan de stereoscoop. Jaren geleden had ik een boek waarin oude stereofoto’s waren afgedrukt. Met het bijgeleverde brilletje, ‘de stereoscoop’, zou diepte bereikt kunnen worden. Er was wel een bepaalde ontspannen manier van kijken vereist, maar de voor elk oog afzonderlijke afbeeldingen zouden ineens samensmelten. Prachtig en levensecht zou het zijn, je moest het alleen even doorhebben en sommige mensen konden het zelfs zonder stereokijker af. Mij is het nooit gelukt, het bleven gewoon twéé foto’s.

zaterdag 12 oktober 2024

Levende wezens in je geest

De vorige blogpost ging over de ketters van Montaillou, dit keer wil ik het weer hebben over zenpatriarch Hui-neng. Er is een bruggetje, want ooit werd ook zen als een soort ketterij beschouwd, een oneerbiedige doctrine die onderwees dat er een speciale overbrenging buiten de soetra’s bestaat. Hui-neng (638-713) benadrukte dat we het pad op eigen kracht moeten volgen. Een mooi voorbeeld daarvan vond ik in De Sutra van Hui-neng. In dit boekje staan behalve een korte autobiografie ook enkele diepzinnige lessen.

In hoofdstuk 6 preekt Hui-neng over de essentie van de geest. We moeten onze dharmakaya verwerkelijken, de Boeddha in onze geest realiseren en onszelf bevrijden. Hui-neng vertelt hoe wij onze geest kunnen bevrijden van de smet van misdaden, boosheid, jaloersheid, hebzucht, valsheid, diefstal en haat. Hij vervolgt met een gedicht over berouw over ons gedrag in zowel verleden als toekomst, daarna volgen de vier grote beloften.

Als eerste moet zijn publiek (wij) beloven een oneindig aantal levende wezens in onze geest te bevrijden. Dat klinkt raar, maar ook weer niet. Boeddhisten geloven dat alle dingen alleen maar verschijnselen zijn die door de geest worden voortgebracht. Hui-neng legt uit wat deze belofte ‘een oneindig aantal levende wezens bevrijden’ betekent. In ieder geval niet dat hij, Hui-neng, ze zal bevrijden. En wie zijn dat dan, die levende wezens in onze geest? Hij noemt de misleidende geest, de verraderlijke geest, de boosaardige geest en nog veel meer van dat soort geesten. Dat zijn die levende wezens. Iedereen moet zichzelf bevrijden door de essentie van de geest. Dan is er sprake van echte bevrijding. Die onwetende, misleidende en ergerlijke wezens in onze geest worden bevrijd door het juiste inzicht. Daarmee (plus prajna-wijsheid) kunnen de door hun opgeworpen obstakels verwijderd worden, zodat iedereen in staat is zichzelf op eigen kracht te bevrijden.

Hui-neng heeft niks met ‘anderen’, eigenlijk bestaan ze niet eens. Zelfs het oneindig aantal te bevrijden ‘levende wezens’ is slechts een dwaling in je eigen geest. Tekortkomingen van anderen moeten we negeren, lazen we al eerder. We moeten onverschillig zijn wat betreft hun goede en slechte daden, kwaliteiten of zwakheden. Bemoei je met ‘je zelf’ en besef dat ook die een illusie is.
 


 
Bron:
De Sutra van Hui-neng
vertaling Wong Mou-lam, 1929
Ankh-Hermes, 2001

zondag 1 september 2024

Zuiverheid en de essentie van de geest

De interviews van Duncan Trussell in zijn podcast verlopen vaak erg chaotisch. Toch levert het vaak iets op, althans voor mij. Dat was ook weer het geval bij zijn gesprek met Robert Thurman. Na zo’n drie kwartier gewauwel over politiek (wat naar mijn mening niet in deze podcast thuishoort) slaagde Trussell er in om het interview alsnog een boeddhistische wending te geven. En aan het slot riep Thurman nog iets over onze basis ‘realiteit’ die (in tegenstelling tot het leven=lijden uit de vier edele waarheden) uitermate plezierig en vreugdevol is. Gelukzalig, zeg maar.

Dit trof mij, want iets dergelijks (maar dan anders) was ik ook net tegengekomen in het boekje De Sutra van Hui-neng: ‘De essentie van de geest is intrinsiek zuiver, laat dit nu voor eens en voorgoed tot je doordringen.’ De zenpatriarch roept ons op dit zelf te beoefenen en (zo) op eigen kracht het Boeddhaschap te verwerven. Zijn subtip is hier: houdt je geest onverstoorbaar, laat je vooral niet meeslepen door de omstandigheden, met als sub-subtip: negeer de tekortkomingen van anderen. Wees onverschillig wat betreft hun goede en slechte daden, kwaliteiten of zwakheden.


Hui-neng (638-713), de Zesde Patriarch van Zen in China, wordt vaak beschouwd als dé geestelijke vader van de zentraditie. Hij neemt in de geschiedenis van Zen een unieke plaats in omdat hij sterk benadrukte dat men vooral door prajna de verlichting bereikt, en niet alleen door de absorptie in het stil neerzitten (dhyana). Als arme ongeletterde houthakker zou Hui-neng de verlichting bereikt hebben toen hij iemand de Diamant-Sutra hoorde opzeggen. De Sutra van Hui-neng (ook: Platform Sutra) bevat een korte autobiografie en enkele diepzinnige lessen, en is net als de Diamant Sutra een centrale lering van de Boeddhistische traditie.

Hui-neng benadrukt overigens dat we ook weer niet moeten vastlopen in al die zuiverheid. Aandacht besteden aan de geest en aan zuiverheid is namelijk een struikelblok op het pad. Want de geest is voornamelijk misleidend, een illusie, we moeten we er geen aandacht aan besteden. En ook niet aan zuiverheid dus. Zoals gezegd: onze ware aard is intrinsiek zuiver, en als we erin slagen alle begoochelingen van ons af te schudden, dan zal er in onze aard niets dan zuiverheid zijn, omdat het onze illusies zijn die tathata (‘zo-heid’) verbergen. Als we onze geest speciaal gaan opdragen aandacht te besteden aan zuiverheid, dan creëren we alleen maar een extra illusie, namelijk de illusie van zuiverheid.

 
 
 
Bron:
De Sutra van Hui-neng
vertaling Wong Mou-lam, 1929
Ankh-Hermes, 2001

woensdag 14 december 2022

Een druppel in de oceaan

De vorige blogpost ging over de onverbrekelijke eenheid van leven en dood. Bij de geboorte komen we vanuit ongevormde eenheid in een bepaalde levensvorm terecht, en als we sterven verlaten we deze vorm weer en keren terug naar de ongevormde eenheid van de bron. Terugkeer, bron en eenheid, drie uiterst geruststellende begrippen. 
 
Laatst stond in de Volkskrant een interview met topadvocaat Barend Post (55). Daarin vertelt hij over de intense ervaring van eenheid, die hij had tijdens een operatie waarbij een hersentumor werd verwijderd. Hij werd volledig uit zijn lichaam gekatapulteerd, en kwam terecht in een andere dimensie zonder tijd en plaats. Post voelde zich een druppeltje in een oceaan, opgaand in een groter geheel, waarin alles via bewustzijn met elkaar verbonden was. Hij was alles en iedereen tegelijk, besefte dat ons ego een illusie is, en dat wij helemaal niet van elkaar afgescheiden zijn. Het extatische gevoel van liefde waarmee hij vervuld was, voelde als een goddelijke ervaring maar dan zonder opperwezen of regeltjes. Het goddelijke was overal, ook in hemzelf, een innerlijke bron die iedereen heeft. Hij voelde zich dankbaar voor het feit dat hij bestond, met een diep besef hoe bijzonder het is dat je een tijdje mens mag zijn, en hoe klein dat mensenleven is ten opzichte van de oneindigheid van ruimte en tijd.

Geen (traditionele) bijna-doodervaring, Barend Post noemt het zelf een uittreding. Het heeft zijn leven totaal op de kop gezet. Post heeft geen angst meer voor de dood, zoals vroeger, maar ging anders naar zijn sterfelijkheid kijken. Je bewustzijn blijft bestaan, daar is hij van overtuigd. Dit noemt hij zelf zijn belangrijkste les. Onze ziel gaat over in een eindeloos bewustzijn, wordt opgenomen in liefde, de oorsprong waar we allemaal vandaan komen.

Medici zullen hier waarschijnlijk zeggen dat de illusies zich juist tijdens de operatie voordeden, en dat de werkelijkheid is zoals we die waarnemen. Dat zijn hersenen een spel met hem hebben gespeeld. Barend Post weet het niet, daarvoor was zijn ervaring toch te sterk. Hij blijft de voorkeur geven aan zijn eigen benadering. Na de operatie en de terugkeer van zijn bewustzijn in zijn lichaam, voelde hij een grote afstand ten aanzien van zijn vroegere leven. Hoe moest hij verder? Hoe kon hij zijn ervaring plaatsen? Het was heel moeilijk om aansluiting te houden. Terug op kantoor was hij niet langer de typische “juridische haai” (mijn weergave –R.R.), maar werd zijn kennis voor goede doelen ingezet. Na vier jaar is hij er toch maar weggegaan en voor zichzelf begonnen als advocaat voor initiatieven die hem aanspreken en een sociale impact hebben. Al moet hij soms wel zijn ‘functionele ego’ inzetten om een doel te bereiken, want je ontkomt er in deze wereld niet aan om je ‘rol’ te spelen. Helaas. 


Bron:
De Volkskrant 
Fokke Obbema
28 oktober 2022 

zondag 22 november 2020

Bardo van wording: de juiste moederschoot kiezen (2)

De overledene die, aan het eind van de bardo van wording, er niet in slaagt de moederschoot te blokkeren, moet zijn reïncarnatie maar accepteren. Een verlossing zit er waarschijnlijk niet meer in. Voortgestuwd door de kracht van zijn karma stevent hij rechtstreeks op de zes bestaansrijken af.

Wil je dat niet? Dan heb je pech. Dit kun je niet meer voorkomen, niet op eigen kracht. Je bent hulpeloos en moet gaan, dwars door sneeuwstormen, hagelbuien en orkanen. Er is duisternis en hard geluid. Je wordt achtervolgd door moordenaars en voortgesleept door de wrekers van karma. Je ontsnapt in paniek en verschuilt je waar het maar kan. In de luxueuze huizen, maar ook in grotten of holen in de grond, onder rotsen, in bossen en struikgewassen. Naar buiten durf je niet meer, bang voor de verschrikkingen van de bardo, en bang om je veilige plekje te verliezen. Je bent er aan gehecht geraakt en wilt er nooit meer weg. Je neemt een lichaam aan, hoe inferieur ook, en gaat allerlei vormen van lijden meemaken. Dit alles is een teken dat er demonen en kwade krachten in het spel zijn. Zij vallen je nu lastig. Gelukkig weet het Bardo Thödol daar raad mee. Luister naar deze belangrijke instructie en begrijp hem goed! 


Vraag onmiddellijk weer zo’n machtige archetypische boeddhavorm om hulp. Doe het intens! Je eigen yidam bijvoorbeeld, of anders Chemchoc Heruka of Hayagriva of Vajrapani. Het maakt niet uit wie, als hij maar vooral reusachtig en indrukwekkend is. Zó moet je hem dus visualiseren, in een woedende houding, klaar om alle demonen tot stof te verpulveren. Zet er maar grof geschut tegenover, gebruik je fantasie om fantasie te verjagen. Een machtige serafijn of cherubijn mag ook, het gaat erom dat jij hem kan zien als een welwillende beschermer. Dat is de kern van deze instructie, onthoud dat goed!


Deze hulp biedt dubbel voordeel. Je kunt jezelf van de wrekers bevrijden (je angst- en paniekblokkade doorbreken) en je forceert een korte pauze in de voortgang van de wedergeboorte. Je hebt nu de kans om het verloop te veranderen en een betere moederschoot (reïncarnatie) uit te kiezen.


Het meest ideaal zou nu een contemplatie over het Grote Zegel zijn, maar als je dat niet kunt, neem dan deel aan het spel van illusie en doe daar je voordeel mee. Met verbeeldingskracht en gerichte concentratie kun je zijn wat je maar wilt! Er is veel mogelijk, en het is onbelangrijk of je hierin gelooft of niet. De wereld van de tweeheid is een droom die je kan sturen. En in de toestand na de dood, als de materiële bindingen zijn weggevallen, is dat minder moeilijk. Zelfs lagere wezens zoals preta’s en allerlei demonen verkriigen een lichaam enkel door hun zelfbeeld te veranderen.

En als je ook dat niet kunt, wees dan in ieder geval nergens aan gehecht, maar mediteer over je yidam of Avalokiteshvara, en je zult een sambhogakaya-boeddha in de tussenstaat worden.

 

Bronnen:  
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa  
Het Tibetaans Dodenboek  
Servire, 1991 
 
Robert A.F. Thurman 
Het Tibetaanse Dodenboek  
Altamira-Becht,  2006  
 
Ilse Dorren  
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek  
Mirananda, 1985

zaterdag 31 oktober 2020

Bardo van wording: het blokkeren van de moederschoot (2)

Aan het eind van de bardo van wording moet de overledene alles op alles zetten om een reïncarnatie te voorkomen. Het Bardo Thödol geeft je vijf diepzinnige instructies om de moederschoot te blokkeren. Daar hangt veel van af, dus volg ze goed op en laat je niet afleiden.

De vorige instructie ging over begeerte en afkeer, en nu wordt uitgelegd hoe onwerkelijk alle zich voordoende verschijnselen in wezen zijn. Die man, die vrouw, de stormen en alle andere enge projecties, het zijn allemaal luchtspiegelingen. Dus waarom zou je bang zijn? Of verlangen hebben? Dat heeft totaal geen nut, sterker nog, dan geef je het een waarde, je doet alsof het echt is. Maar het is slechts verbeelding, een projectie van je geest, en zelfs die bestaat niet eens! Je hebt al ontzettend lang in samsara rondgedwaald omdat je dacht dat alles echt was. En voor je het weet dwaal je er nog langer rond en zul je vreselijk lijden. Het is maar een droom, een illusie! Niet echt, ook niet voor even! Mediteer daarop, concentreer je eenpuntig op deze overtuiging. Vernietig zo je geloof in een zelf en de werkelijkheid van alle verschijnselen. Laat deze vrijheid op je bewustzijnsstroom inwerken en begrijp het niet werkelijk bestaan van de kosmos.

Dat is zware kost wat de opgejaagde, niet geoefende dode hier op de valreep nog even voorgeschoteld krijgt. Meer iets om al bij leven langdurig en grondig te bestuderen. Het is misschien de meest gevorderde lering van Boeddha: het bevrijdende inzicht dat alle dingen waarheid-status missen, en dat daarom onze waarheid-gewoonten (het waarnemen van een ding alsof het een onafhankelijk bestaand ding-op-zichzelf is) begoochelingen zijn. Padmasambhava (de samensteller van het Bardo Thödol) vindt deze gevorderde leringen juist zeer geschikt voor de bardo. Je hebt er een unieke kans, bent extreem buigzaam en negen keer zo slim.

De vijfde instructie is een meditatie op het heldere licht:‘alle dingen zijn mijn eigen geest en mijn geest is leegte, vrij van schepping en vernietiging’. Terwijl je dit denkt, houd je je geest open en ontspannen ‘zoals water dat in water uitgeschonken wordt’. Door je geest natuurlijk en vrij te laten rusten, kun je er zeker van zijn dat de ingang tot de moederschoot afgesloten wordt. Mediteer net zo lang door tot de baarmoederingang gesloten is.

 

Bronnen: 
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa  
Het Tibetaans Dodenboek  
Servire, 1991 
 
Robert A.F. Thurman  
Het Tibetaanse Dodenboek  
Altamira-Becht,  2006
 
Ilse Dorren  
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek  
Mirananda, 1985

zaterdag 17 oktober 2020

Bardo van wording: op het randje

Na het angstwekkende oordeel van Yama kan het snel gaan voor de overledene in de bardo van wording. Hij begrijpt het waarschijnlijk nog steeds niet en stevent rechtstreeks op een wedergeboorte af.

Op dit punt aanbeland, vervaagt je oude lichaam, en je toekomstige lichaam wordt steeds duidelijker. Je wordt verdrietig en ontevreden en bent bereid elk lichaam te accepteren wat zich nu voordoet, het maakt je niet uit, je gaat overal op af. De lichten van de zes bestaanswerelden schijnen weer (wit voor de goden, rood voor de halfgoden, blauw voor de mensen, groen voor de dieren, geel voor de preta’s en rookkleurig voor de hellen), maar het meest helder schijnt het licht van het rijk waar jij geboren zult worden. Het komt op in je bewustzijn, en ook je lichaam neemt die kleur aan. Maar let op! Welk licht hier ook schijnt, mediteer erover alsof het Avalokiteshvara is, en niet een bestaanswereld. Koppel het aan de Boeddha van Mededogen! (Robert Thurman voegt hier aan toe: of Jezus voor de christenen, Krishna voor de hindoes, enzovoort.) Dit is de essentie van de instructies en het blokkeert de wedergeboorte. 

Nu gaat het heel snel. Je hebt een benauwd visioen van beklemmende duisternis en storm en buien. Er wordt jacht op je gemaakt, maar je ontsnapt. Naar een ellendige plaats als je geen verdiensten hebt, en naar een plaats van vreugde als je positieve energie hebt. Alle tekenen van het land en de plaats waar je geboren zult worden komen nu op. De situatie is uiterst penibel, je staat op de rand van een wedergeboorte! Je moet nu echt alles op alles zetten om dat te voorkomen. Luister daarom extra aandachtig naar de instructies. Zelfs jij, met je armzalige beoefening, kan het snappen. Let dus goed op!

Het Bardo Thödol geeft nu een aantal instructies om in te grijpen in het mechanische proces van de wedergeboorte. De moederschoot moet geblokkeerd worden, maar allereerst wordt geprobeerd om de dode er überhaupt van te weerhouden een moederschoot binnen te gaan. Hij moet afrekenen met de verwarrende wereld van de illusie. Dat gaat zo (in het kort): visualiseer nu duidelijk je yidam (of Avalokiteshvara). Hij verschijnt scherp en levendig, maar als een illusie zonder eigen werkelijkheid, zoals de maan in het water. Laat hem dan oplossen, van buiten naar binnen toe. Mediteer over het heldere licht en leegte.

Wat valt hier op? Naast het beeld van de maan, weerspiegeld in water (niet onbekend in de zentraditie), toch vooral hoe het Bardo Thödol nu teruggrijpt op bardodag 1: mediteer op het heldere licht! De dode moet zich hier eerst tot een machtige beschermer wenden, om vervolgens te beseffen dat die welbeschouwd ook maar verbeelding is (of beter: ook ‘maar’ een onscheidbaar onderdeel van het ‘grote geheel’, net als jij!), en zich uiteindelijk opnieuw concentreren op het heldere licht.

In het Tibetaans boeddhisme zijn meer van dit soort vormen van meditatie bekend. Het blijft natuurlijk zeer de vraag of een dode in de bardo dit zonder oefening kan volbrengen.

 

Bronnen: 
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa 
Het Tibetaans Dodenboek 
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman 
Het Tibetaanse Dodenboek 
Altamira-Becht,  2006 
 
Ilse Dorren 
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek 
Mirananda, 1985