Posts tonen met het label bardo van dharmata. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bardo van dharmata. Alle posts tonen

zondag 26 juli 2026

Kies NIET

Liquid Days 4 (slot)

(vervolg van vorige blogpost)

En hier sluit Jo Marchant haar artikel in de New Scientist af, maakt de cirkel rond en brengt ons weer terug naar het idee van NU. Bij de QBists en enactivisten geen realiteit die lang geleden in één oerknal is gecreëerd en vervolgens losgelaten. Het komt voortdurend tot stand, zoals Wheeler ooit al suggereerde, “in miljarden en miljarden” kleine scheppende flitsen die overal om ons heen resoneren. Dit is een visie waarin we niet simpelweg realiteit observeren, maar er in ondergedompeld zijn. Door onze keuzes en acties, van moment tot moment, beïnvloeden we wat bestaat en wat daarna komt.

Een zeer interessant artikel dat, zoals gezegd, mooi aansluit bij de blogposts over Nagarjuna, veel stof tot nadenken geeft en tegelijk weer allerlei vragen oproept. Niet alleen over oorzaak en gevolg en leegte bijvoorbeeld, maar ook met betrekking tot het creëren van een persoonlijke hemel, het eventueel praktisch nut van manifesteren, het afkloppen van voorspoed en bezwerend zwijgen over mogelijke tegenspoed. En is er dan toch zoiets als vrije wil? Of juist niet? Bovendien lijkt het er op dat (net als in het ‘gewone’ dagelijks leven) de denkbeelden en het handelen van de een onherroepelijk ten koste gaan van de ander.

En (dit is tenslotte het bardoblog!) wat zegt het Bardo Thödol over persoonlijke zienswijzen, keuzes en het creëren van ‘realiteit’? De teksten staan vol met keuzemogelijkheden op allerlei momenten. In een blogpost van lang geleden over de zes bestaanswerelden bijvoorbeeld, kun je lezen hoe in de bardo van dharmata de dualiteit (weer) haar intrede doet. Bij de overledene ontwikkelt zich de een of andere fundamentele neiging om iets vast te grijpen, en daaruit ontstaat de ervaring van de zes rijken van de wereld. Er komen negatieve emoties op, die zich verharden tot de verschillende (‘gekleurde’) waarnemingen die samen de zes illusoire rijken van de wereld (samsara) creëren, die ons gevangen houden in de kringloop van geboorte en dood. Tijdens deze visionaire ervaringen verschijnt elk rijk samen met zijn tegenhanger (een van de dhyani-boeddha’s), die de overledene dan de mogelijkheid biedt om die speciale dwangvoorstelling los te laten en op te houden met zich vastklampen aan een vals veiligheidsgevoel, maar juist op te lossen in de overeenkomstige manifestatie van wijsheid. Helaas worden we meestal instinctief naar de zwakke lichten van die zes bestaanswerelden toegetrokken. Onze gewoontepatronen lokken ons in een wedergeboorte die bepaald wordt door de specifieke negatieve emotie die ons karma en onze bewustzijnsstroom domineert.


Ook op een ander belangrijk keuzemoment (de juiste moederschoot) in de bardo van wording, wordt de overledene als het ware voortgestuwd door de kracht van zijn karma en stevent hij rechtstreeks op de zes bestaansrijken af. Karma is in de populaire volksmond iets (geworden) van rechtvaardigheid, evenwicht, boetedoen en inlossen van schuld. Maar het lijkt toch meer op een intens dwingende macht, een optelsom van persoonlijke voorkeuren, gewoonten en keuzes, die onherroepelijk jouw toekomst bepaald.

Op het sterfmoment is er een belangrijke kans op bevrijding. Verlost van het lichaam is de karmische visie van een leven volledig uitgeput, en al het karma dat in de toekomst gecreëerd zou kunnen worden, heeft nog geen vaste vorm aangenomen. Op het moment van de dood is er een 'gat', een ruimte zwanger van onmetelijk veel mogelijkheden; het is een moment geladen met enorme kracht, waarin het enige dat echt telt is hoe onze geest dan is. Zonder lichaam onthult de geest zich als wat hij altijd al was: schepper van onze werkelijkheid.

 
De oorsprong van alle verschijnselen is je geest.
Als je niet goed op hem let snelt hij ervaringen achterna,
vindingrijk in de spelletjes van misleiding.
Als je er direct in kijkt, is hij vrij van enige basis of
oorsprong,
In wezen vrij van enig komen, blijven of gaan. 

                                                 (Jamyang Khyentse Chökyi Lodrö)

 
Je bekrompen persoonlijke zienswijze en geschiedenis bepaalt je keuze.
Maar waarom zou je ‘kiezen’?
Geen begeerte of afkeer.
Naar ‘buiten’ kijken leidt meestal tot betrokkenheid of deelname.
Kijk dus naar ‘binnen’.
Geen oordeel, geen keuze.
 
 
Diepzinnig en stil, vrij van complexiteit,
Natuurlijke, stralende helderheid,
De geest van conceptuele ideeën voorbij;
Dit is de diepte van de geest der Overwinnaars.
 
Hier valt niets te verwijderen,
Niets toe te voegen.
Het is enkel het ongerepte
Dat spontaan naar zichzelf kijkt. 

                                                (Nyoshul Khen Rinpoche)

 

 
bronnen:
Jo Marchant
New Scientist
21 maart 2026
 
Sogyal Rinpoche
Dagend Inzicht
Servire, 1995

zaterdag 16 november 2024

Familie in de bardo

In Montaillou was sprake van een dodencultus, zagen we in de vorige blogpost. Nabestaanden die geesten raadplegen, het vereren en te vriend houden van de voorouders, hun situatie in het hiernamaals verbeteren door middel van offers en missen, en overledenen die zich blijven bemoeien met het huishouden van hun levende verwanten. Het is opmerkelijk dat de denkwijze in dit dorpje (Franse Pyreneeën, 14e eeuw) heel goed vergelijkbaar is met die in bijvoorbeeld China of op de Polynesische eilanden. Sommige ideeën zijn overal ter wereld hetzelfde, denk hierbij ook aan Jung met zijn archetypen van het collectieve onbewuste.

En wat kunnen we in het Bardo Thödol hierover vinden? Die tekst wordt door achterblijvers hardop aan de dode voorgelezen. Naast uitleg over de bardo en zijn eventuele positie aldaar, krijgt hij ook veel tips om deze te verbeteren (of beter nog: af te ronden). Zo moet de dode zich bijvoorbeeld absoluut niet ergeren aan zijn nabestaanden, ook niet als zij er een potje van maken. Vooral positief blijven, staat er in het gedeelte over de bardo van wording, en je niet laten afleiden door allerlei aardse zaken. Laat het los! Laat je niet meeslepen door emoties als woede, juist als hier de zes bestaanswerelden weer opkomen. De kans is dan groot dat je in een lager rijk terecht komt. Word ook niet boos of verdrietig als de voor jou bedoelde ceremonies slordig en ongeïnteresseerd worden uitgevoerd, en word niet kwaad op de nieuwe gebruikers van je ex-bezittingen. Wat moet jij er nog mee? En die rituelen kunnen (door jouw blije positiviteit) ook nog goed voor je uitpakken met een wedergeboorte in een hoger rijk.

Ook in China worden overleden voorouders vereerd en te vriend gehouden, misschien kunnen ze nog iets voor je doen ‘aan de andere kant’. Advies vragen aan gestorven familieleden zou een gelukkig gevoel bij hen veroorzaken. De dode wordt ondersteund en begeleid in zijn nieuwe situatie. Het hoeft niet moeilijk te zijn, offers en positieve gedachten en handelingen brengen de gestorvenen rust en tevredenheid. In het Bardo Thödol lezen we bij de bardo van wording hoezeer de overledene de zekerheid van vrienden mist. Hij heeft geen eten meer, alleen wat de achterblijvers speciaal voor hem neerzetten. Natuurlijk is deze ervaring van honger en zwakte verbeelding, want hij heeft alleen een mentaal lichaam. Maar het ritueel aangeboden voedsel kan hem in de bardo een gevoel van voeding geven. In Montaillou zijn de doden rusteloos en hebben het koud, net als in de bardo van wording. ’s Nachts hangen ze vooral rond in kerken. Door het ontbreken van een echt thuis hebben ze een sterker besef te horen bij hun voormalige de parochiegemeenschap, een rekbare maar onverbrekelijke bond. In de bardo van wording schuilt de wanhopige dode bij bruggen, hutten en kloosters. Het wordt hem afgeraden, wat moet je daar nog? Maak je geen zorgen en laat je geest tot rust komen!

In Polynesië blijven sommige geesten op aarde rondhangen en mengen zich in de aangelegenheden van levenden, net als in Montaillou. Uiteindelijk worden ze vergoddelijkt tot beschermende familiegoden. Je kunt ze maar beter te vriend houden, met een behoorlijke ceremonie bijvoorbeeld. Anders gaan ze dwalen en zwerven langs het strand tussen zonsondergang en zonsopgang, en worden na verloop van tijd kwaadaardige demonen. De ‘normale’ geesten in de onderwereld zijn onzichtbaar voor mensen, behalve voor een enkeling met speciale talenten. Dit komt overeen met de overledenen in de bardo van wording, die waargenomen kunnen worden door helderzienden, volgens het Bardo Thödol. Eindeloze aantallen doden doorkruisen de bardo. De overledenen kunnen hun familieleden en geliefden zien, maar zij zien hen niet. Rechtstreekse communicatie is niet mogelijk. Het geeft enorm lijden, wat ook beschreven wordt bij de bardo van dharmata. De gevoelens van verlatenheid en wanhoop komen hier nog bovenop de confrontatie met de bardoverschijnselen zoals geluiden en lichten (en de twijfel of je echt dood bent). Treurige en eenzame passages in het Bardo Thödol zijn dit. ‘Wees niet gehecht aan je geliefden, dat heeft geen enkel nut’, wordt hier aangeraden. Maar wat moet je daar mee? Misschien kun je je beter bewust zijn dat alles illusie is, dat er geen dualiteit is, en dat jouw diepste wezen en dat van je nabestaanden één zijn.
 

dinsdag 18 juni 2024

Schaduwwerk

 
Heer Bommel en zijn iksel is een verhaal van Marten Toonder uit 1953, waarin Bommel de duistere zijde van zijn karakter ontmoet. Dit ‘spiegelbeeld’, gehuld in een zwart jasje, zet hem aan tot agressief gedrag. Toonder had grote interesse in het werk van de Zwitserse psychiater en psycholoog Carl Gustav Jung (1875-1961), voor wie de ‘schaduw’ een van de belangrijkste archetypen was. Het is het onbewuste deel van iemands persoonlijkheid dat bestaat uit onderdrukte en verdrongen zwakheden, tekortkomingen en emoties. Jung noemt de schaduw voor het eerst in zijn boek Psychologische Typen, gepubliceerd in 1921.
 
Bommel bekijkt een egoprojectie van zijn innerlijk landschap.
 
Het lijkt erop dat Jung en zijn denkbeelden en theorieën tegenwoordig wat minder in de belangstelling staan dan voorheen, maar dat gaat in ieder geval niet op voor het ‘schaduwwerk’. In het aprilnummer van BBC Science Focus dit jaar, vraagt iemand in de Q&A rubriek ‘What is shadow work? And could embracing my shadow self boost my mental health?’ Deze vraag (eigenlijk twee) wordt beantwoord door Dr Christian Jarrett.

Volgens zijn artikel moet je op TikTok maar eens door de hashtag mental health browsen, en je vindt een overvloed aan video's over schaduwwerk. Samen zijn die meer dan een miljard (!) keer bekeken. Een commerciële TikTok mevrouw heeft (daardoor) ruim een miljoen exemplaren van haar zelfhulpboek kunnen verkopen. Bravo Jung! Want het is zijn idee, dat we allemaal een schaduw hebben, dat hier handig gerecycled wordt. Volgens Jarrett is de hele schaduwwerk rage eigenlijk een moderne kijk op Jungs geloof in het diepe belang van het onbewuste voor de menselijke psychologie.

De verdrongen eigenschappen zijn er altijd, we kunnen er niet aan ontsnappen. Daarom werd dit deel van onszelf door Jung ‘schaduw’ genoemd, maar ook omdat we het als donker en ongewenst zien. Volgens Jung kan je schaduwzelf zich manifesteren in dromen, of door een onbewaakte opmerking of impulsief handelen. Via schaduwwerk kun je het beter leren kennen, en integreren in wie je bent. Dat is het doel. Want door erkenning en verwerking van die kant van je zelf, voel je je authentieker en meer heel. Daarnaast kan de schaduw ook heel waardevol zijn, zegt Jung. Aspecten als ruwe kracht en inzicht helpen je creativiteit, persoonlijk begrip en veerkracht te vergroten.

Schaduwwerk bestaat meestal uit reflectieve oefeningen, die zijn ontworpen om in contact te komen met je schaduw. De TikTok mevrouw bijvoorbeeld raadt aan om wat tijd door te brengen in een rustige, vaag verlichte ruimte, af te stemmen op je schaduw en na te denken over welke woorden in je opkomen als je naar je innerlijke stem luistert. Er zijn ook allerlei visualisatieoefeningen. Bijvoorbeeld over twee deuren, waarbij de ene je naar je ideale zelf leidt, en de andere naar je schaduwzelf. Hoe voelt dat? Andere therapeuten komen met spontane kunst of een droomdagboek.

Niet alle Jungiaanse psychoanalytici zijn blij met de hernieuwde aandacht voor hun vakgebied. Zij vinden de manier waarop het schaduwconcept op sociale media wordt besproken vaak oppervlakkig, en zonder de diepte van de echte Jungiaanse psychologie. Een andere zorg is dat de oefeningen moeilijke emoties kunnen uitlokken bij mensen met een traumatisch verleden. Dat kan beter in een veilige therapeutische ruimte plaatsvinden. Voor wetenschappelijk ingestelde psychologen waren de theorieën van Jung (en Freud) altijd al controversieel. Zij missen hier de empirische ondersteuning, en vrezen zelfs psychische schade.

Zelf ben ik van mening dat schaduwwerk erg nuttig en misschien wel noodzakelijk kan zijn, in verband met de aanwijzingen die het Bardo Thödol ons geeft. De verdrongen en duistere kant van je psyche kan voor angstaanjagende momenten zorgen in de bardo van dharmata. Het is dus heel zinvol om daar tijdens je leven al aandacht aan te besteden. Daarover meer in een volgende blogpost.

 
 
Bron:
Christian Jarrett
BBC Science Focus
April 2024

donderdag 28 september 2023

De wereld van goden en geesten

Commentaar van C.G. Jung bij het Tibetaans Dodenboek  (4/5)
 
Vervolg van de vorige blogpost.
Omkeren in sidpa bardo kan niet, vanwege karma en risico’s. Jung geeft het toe. Ons doel is dus proberen het chöniyd bardo te begrijpen.

Dit is de bardo van dharmata, ‘de tussenstaat van de realiteit’. Een werkelijkheid van projecties uit de eigen verwarde gedachtenwereld. Hier wordt de overledene gekweld door gruwelvisioenen. Hij geeft zich over aan fantasie en verbeelding, niet geremd door de bewuste geest. De psychische restjes van het vorige leven vormen deze karmische illusie. En karma, daar heeft Jung niets mee. Een soort psychische erfelijkheidsleer uit ‘het Oosten’, gebaseerd op de hypothese van reïncarnatie. Onmogelijk te bewijzen, en wij (kennis en verstand) weten wel beter.

Vervolgens komt Jung met zijn archetypen van het collectieve onbewuste aanzetten, een bijzondere groep universele instellingen van de geest. 'Kenmerkende beelden', constructies van de fantasie, afgeleid van de meest transcendente emotionele momenten van de mensheid, en niet door familie of ras bepaald. Sommige ideeën zijn overal ter wereld hetzelfde, bijvoorbeeld ‘doden weten niet dat ze dood zijn’. Donald Lopez wijst erop dat Jung hier blijkbaar, in tegenstelling tot Evans-Wentz, geen historische beïnvloeding ziet tussen Griekse mysterie sekten en Aziatische yogi’s.


De chönyid toestand kun je vergelijken met een opzettelijk veroorzaakte psychose, waarschuwt Jung. En kijk ook maar uit met yoga, ‘met name de beruchte koendalini-yoga’. Dit punt maakt hij in bijna al zijn geschriften en commentaren over Azië. Vaak inclusief dezelfde culturele oost-west stereotypen, en dezelfde poging om "Oosters" bewustzijn te interpreteren in het licht van zijn theorie van het onbewuste. En ook nu weer probeert Jung Aziatische wijsheid in te lijven in zijn eigen psychologische theorie. Zelfverzekerd reduceert hij een complex religieus systeem, met een eigen lange traditie van exegese, naar zijn eigen psychologische systeem. Initiatie is psychoanalyse en “de wereld van goden en geesten is ‘alleen maar’ het collectief onbewuste binnen in mij”.

Volgende keer verder.


 

Voornaamste bronnen:
Psychologisch commentaar door Carl Gustav Jung
Het Tibetaanse Dodenboek
Walter Evans-Wentz
Ankh Hermes, 2017

Donald S. Lopez, Jr.
The Tibetan Book of the Dead; A Biography 
Princeton University Press, 2011

vrijdag 14 april 2023

Karma Lingpa’s schat (2)

Karma Lingpa’s ontdekking bevatte een verzameling teksten, gericht op bevrijding in de bardo. Dit onderricht werd samengesteld door Padmasambhava, tezamen met de sadhana van de twee mandala’s van 42 vredige en 58 toornige godheden (de Guhyagarbha Tantra). 
 
Opvallend is dat Robert Thurman maar één mandala noemt. Hij beschrijft het zo: "Geheel geschikt voor de omstandigheden was het nu ontdekte werk, dat de mandala gebruikte (het gezuiverde zonnestelsel) van de Guhyagarbha Tantra, een van de belangrijkste ‘oude tantra’s’ (vertaald in de achtste en negende eeuw). Deze mandala veranderde de gewone menselijke wereld in een volmaakte omgeving van verheven gelukzaligheid, die werd bewoond door een gemeenschap van honderd vreedzame en toornige archetypische boeddhavormen, die de elementen van het menselijke psychologische bestaan in hun volledig ontwikkelde vorm vertegenwoordigden. Deze boeddhavormen drukten het volledig vrij zijn van enig dwangmatig bestaan uit, volmaakt gelukkig in hun gekozen functies met het even volmaakte vermogen hun geluk met alle anderen te delen, overeenkomstig de capaciteit van die anderen om aan dat delen deel te nemen. Ze dienden als de mal van het doel van de menselijke evolutie en zijn om die reden archetypes van het verlichte resultaat van alle menselijke fysieke en spirituele energieën. Deze mandala is door ingewijden lang gebruikt voor hun eigen creatieve en transcendente meditaties.”
 

De iconografie en symbolisme van de honderd godheden brachten vervolgens een heel genre aan geschriften op gang, in Tibet bekend als de Cycles of the Peaceful and Wrathful Deities (zhi-khro). Het Tibetaans Dodenboek (Bardo Thödol) zou ook zo’n zhi-khro tekst zijn. Donald Lopez bijvoorbeeld schrijft over het Chönyid Bardo (bardo van dharmata): “The disintegration of the personality brought on by death reveals reality, but in this case, not as the the clear light, but in the form of a mandala of forty two peaceful deities and a mandala of fifty-eight wrathful deities. These deities appear in sequence to the consciousness of the deceased in the days immediately following death.”
  
De bijzondere bijdrage van Karma Lingpa’s ontdekking lag in de uitbreiding van de toegang tot de mandalawereld van deze meditatieve archetypen. Hier was geen initiatie of studie vereist. Ook voor de ‘gewone man’, zonder levenslange spirituele opleiding in een klooster, was er nu de mogelijkheid om deze mandalagemeenschap van honderd boeddhavormen (van zijn eigen geperfectioneerde energieën) tegemoet te treden tijdens zijn hevigste crisis: het sterfmoment en de oversteek daarna. (Hoewel het onderricht hem van alle kanten aanspoort om niet op dat kritieke ogenblik te wachten.) Hij had nu onmiddellijke toegang tot de hoogste techniek van ‘ruimtereiziger’, om vrij en gemakkelijk door de bardo te reizen. Met een intelligentie die tijdelijk negen maal sterker is, dus met een beter begrip van de realiteit en de geboden kansen.

Lees in een volgende blogpost hoe Karma Lingpa’s schattekst een aantal keer werd aangepast, en uiteindelijk in 1927 gepubliceerd als het Tibetaans Dodenboek.
 
 

Voornaamste bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht, tweede druk 2006

Donald S. Lopez, Jr.
The Tibetan Book of the Dead; A Biography 
Princeton University Press, 2011

donderdag 21 mei 2020

Yama en Mahakala

Na de achtenvijftig Heruka-boeddhavormen verschijnen aan het eind van de bardo van dharmata zowel de toornige als de vredige godheden nog één keer aan de overledene.

Het Bardo Thödol herinnert ons: De dharmakaya ontstaat uit een deel van de leegte als de vredige godheden. Herken het! De sambhogakaya ontstaat uit een deel van de helderheid als de toornige godheden. Herken het!

Nu ga je alle heruka’s (de toornige godheden) waarnemen alsof het Yama’s zijn, Heren van de Dood. Je zult ontzettend bang voor ze zijn, in paniek raken, flauwvallen. Je zult ze haten. Je eigen visioenen zijn demonen geworden en je zult in het cyclische bestaan (samsara) ronddwalen. En zelfs alle vredige godheden zullen nu als demonische beschermers verschijnen, in de verschrikkelijke en beangstigende vorm van Mahakala!*

Robert Thurman merkt hier op dat de stervende dus niet alleen op vreedzame en milde visioenen voorbereid moet worden, maar ook op de wilde en intense taferelen die in zijn geest zullen ontstaan. Als de Tibetaanse beelden te exotisch lijken, kunnen ook lokale beelden van toornige engelen of totems worden gebruikt.
Het Bardo Thödol onderstreept op dit punt nog eens hoe belangrijk het is dat je al tijdens leven en welzijn oefent en de teksten bestudeert.


Yama is de Indiase en Tibetaanse Heer van de Dood. Hij is de rechter die de goede en slechte daden van de overledene beoordeelt en zijn bestemming in het hiernamaals bepaalt. Yama waarnemen is het sterven ontmoeten. Het sterven gezien als een vreemd en vijandig wezen, dat ons dreigt met zijn absolute macht over leven en dood. Want zo ervaart de overledene die geen raad weet met de onderdrukte** beelden van zijn onderbewustzijn de toornige boeddhavormen: vreemd en vijandig. De macht en schittering van zijn eigen bewustzijn wil hij niet erkennen, daardoor levert hij zichzelf over aan angst en haat.

De kleinste Yama’s die aan je verschijnen zijn achttien keer zo groot als jijzelf, anderen zijn zo groot als een berg. De grootste Yama’s vullen het hele universum. Met hun reusachtige buiken en dunne halzen, hun scherpe hoektanden, glazige ogen en opgebonden haar. Ze houden de karma-kronieken in de hand en schreeuwen: sla neer! en sla dood! Ze trekken je hoofd van je lichaam en rukken je inwendige organen uit. Ze likken je hersenen op.

Wat een angstwekkend en vreselijk visioen! Toch moet je nu absoluut niet bang zijn, benadrukt het Bardo Thödol. Want waarom zou je? Je kunt immers niet sterven, je bent al dood! Al wordt je in stukken gehakt of wat dan ook, je hebt nu een mentaal lichaam van instincten. In werkelijkheid ben je de natuurlijke vorm van leegte, en ook die Yama’s bezitten geen vaste substantie. Leegte kan leegte niet verwonden!



Besef dat alles wat je ziet, echt alles, de vreedzame boeddhavormen, de Heruka’s, de godheden met dierenkoppen, de regenbooglichten, de Yama’s enzovoort, géén substantie bezitten. Ze zijn maar een illusie die opkomt uit de energie van je eigen geest. Het gruwelijke zit niet in de projectie, maar in de projector. Wat een kans voor de overledene, ook hier nog! Als je nu inziet dat Yama in feite één is met je eigen bewustzijn, wordt je onmiddellijk van alle angst en verschrikking bevrijd (‘de zuivere onmiddellijke verlichting’). Je eigen energie zal in niet-dualiteit met de lichten en beelden samensmelten en je zult een boeddha worden, zeker weten!

En als je ze herkent, voel dan ook een intens vertrouwen. Het zijn je yidams! Ze zijn gekomen om je door de gevaarvolle bardo te escorteren. Neem je toevlucht tot hen. Concentreer je op je yidam, roep zijn of haar naam, smeek om hulp. Roep de naam van je leermeester en smeek om hulp. Concentreer je op de Drie Juwelen. Zeg met intense toewijding het gebed uit het Bardo Thödol, dat is heel belangrijk.

De achterblijvers moeten deze instructies drie maal, of zelfs zeven maal herhalen. En dan maakt het niet uit hoe slecht en zondig de overledene ook zijn mag, hij wórdt bevrijd! Maar als hij het niet herkent, ondanks alles wat er voor hem gedaan wordt, gaat hij door naar de derde bardo, de tussenstaat van het nieuwe bestaan, de bardo van wording.

Hier eindigen de instructies voor de bardo van dharmata.




* Toornige boeddhavorm die beoefenaars tijdens hun reis naar verlichting beschermt.

**schuldgevoel en spijt over slechte daden en onderdrukte impulsen.



Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek      
Mirananda, 1985

dinsdag 12 mei 2020

Bereid je voor

Aan het eind van de bardo van dharmata ziet het er niet gunstig uit voor de dolende dode. De achtenvijftig Heruka-boeddhavormen (zijn eigen projecties) zijn verschenen, maar hij heeft ze niet herkend en is angstig weggevlucht. ‘Opnieuw buitensporige ellende tegemoet’, wrijft het Bardo Thödol nog eens extra in. Want al zou je een miljoen jaar de dharma beoefend hebben, en al zou je een expert zijn in alle soetra’s en tantra’s, déze kans op boeddhaschap heb je echt gemist! En had ze nu maar wél herkend, met een sleutel of een woord, dan had het plaatje er toch heel anders uitgezien. Tja.

En of het niet genoeg is verschijnen hier ook de toornige en de vredige godheden nog één keer aan de overledene, en dat in de meest afschrikwekkende vorm: Yama en Mahakala! De kans is nu wel heel groot dat de overledene in de volgende tussenstaat (de bardo van wording) zal belanden. Een wedergeboorte is dan vrijwel onafwendbaar. Terug naar af.


Maar zover is het nog niet, er zijn nog steeds kansen op bevrijding! Bijvoorbeeld als de overledene zou inzien dat de goden in de bardo een eenheid met zijn eigen bewustzijn vormen. Natuurlijk komt dit soort inzicht niet zomaar aanwaaien, daar moet je bij leven en welzijn al iets van opgestoken hebben. Het Dodenboek blijft erop hameren hoe ontzettend belangrijk het is om grondig te oefenen* terwijl je nog leeft. De voordelen zijn enorm. De meeste mensen zijn op het sterfmoment vreselijk verward en angstig. Het maakt dan niet uit of je veel of weinig ervaring hebt in meditatie, je hebt eigenlijk niets anders tot je beschikking dan de Bardo Thödol. Ontwikkel dus in de loop van je leven je geest met deze teksten.

Lees de teksten hardop, repeteer ze drie keer per dag, begrijp ze, leer ze uit je hoofd en vergeet ze niet, al zou je door honderd moordenaars tegelijk achterna gezeten worden! Want dit is de Bardo Thödol, De grote bevrijding door horen.** Zelfs de grootste zondaars zullen absoluut bevrijd worden, als ze deze tekst alleen maar horen. Het moet gelezen worden naast het ziekbed of naast de lichamen van alle doden. Het moet op grote schaal verspreid worden en aan menigten worden voorgelezen. Want zelfs als je het maar éénmaal gehoord hebt zonder er iets van te snappen, zul je je de complete tekst in de bardo wel herinneren. Want in de bardo wordt je geest negen maal zo helder.

Deze tekst laat de kern van de hele dharma zien. Het is de essentie van alle leringen. Het is buitengewoon gunstig om ermee in aanraking te komen, dat is normaal alleen weggelegd voor hen die hun duisternis hebben opgehelderd en verdiensten verzameld. Maar je moet de tekst wel in hoge mate waarderen, want je wordt alleen bevrijd als je hem niet in twijfel trekt.



*Visualiseer en bestudeer de tantrische goden nu alvast, mediteer en raak bekend met de helder licht realiteit. Dan sta je sterk als heldere licht opkomt op je sterfmoment, en als de visioenen verschijnen in de bardo van dharmata.
**In de vertaling van Robert Thurman:  De Grote Natuurlijke Bevrijding door te Begrijpen in de Tussenstaat.



Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek
Mirananda, 1985

zondag 12 april 2020

De gauri's, pishachi's en yogini's [2]

De twaalfde dag in de bardo van dharmata is een dramatische dag voor de overledene. Na de ontmoeting met de Karma-Heruka wordt hij ook nog ‘getrakteerd’ op de gauri's, pishachi's en yogini’s!  Toornige vrouwelijke wezens zijn het, oerkrachten die de sterk onderdrukte elementen van je psyche vertegenwoordigen. En omdat je ze ontkent, zijn ze angstaanjagend.

Ieder op hun beurt verschijnen er maar liefst achtenveertig* van deze Heruka boeddhavormen uit je hersenen. Het is verschrikkelijk, maar ook een kans! Want als je op dit moment beseft dat alles wat zich voordoet uit je eigen stralende inzicht is ontstaan, zul je onmiddellijk een boeddha in sambhogakaya worden!

Het is een bont en gevarieerd gezelschap,  maar zonder uitzondering afschrikwekkend. Het Bardo Thödol drukt de overledene nog eens op het hart om vooral niet bang te zijn. Dat zal niet meevallen, denk ik. Maar wat er ook verschijnt, het zijn toch echt je eigen projecties! Dit alles is het spel van je eigen geest. Herken dit! Herinner je op dit belangrijke en beslissende punt de instructies van je leraar!

De tekst van het Bardo Thödol geeft de dode een complete opsomming van deze achtenveertig toornige wezens, met daarbij hun naam, eventuele bijnaam, kleur, met welk dierenhoofd en het deel van je hersenen waaruit ze oprijst. Verder wordt de specifieke activiteit van elke godin genoemd en het eventueel daarbij betrokken attribuut (symbool). Denk daarbij aan knotsen, schedelnappen, haken, stroppen, ketens en vajra's. Er wordt veel met lijken rondgesjouwd, lichaamsdelen worden afgerukt en opgegeten en er wordt bloed gedronken.


De gauri’s (W.Y. Evans-Wentz noemt ze de kerima) zijn een groep van acht godinnen met mensachtige hoofden en gezichten met drie ogen, waarvan een verticaal in het midden van het voorhoofd. Ze hebben twee armen en twee benen. Ze verschijnen uit je eigen hersenen in de vorm die precies jou het meest angst aanjaagt. Ze omringen de vijf heruka’s. Het zijn indrukwekkende bewakers van heilige (begraaf)plaatsen en van krachtpunten in het land. Gauri’s betekent witten, maar ze hebben allemaal een andere kleur. Als groep zijn ze vernoemd naar de eerste: Gauri, en dat is de enige die wit is.


De pishachi’s  zijn acht vleesetende godinnen met vogel- en dierenkoppen die (net als hun lichamen) verschillende kleuren hebben. Hun naam betekent gestreept of bont. Het zijn weerzinwekkende kannibalen, maar Thurman noemt ze toch engelen in zijn vertaling. Want het zijn natuurlijk wel je yidams! Herken dat! Verder verschijnen de vier poortwachter-godinnen,  vanuit het noorden, oosten, zuiden en westen van je hersenen. Ook de pishachi’s worden gelinkt aan heilige plaatsen en omringen de vijf heruka’s.

 

De yogini’s worden ook wel de Ishvari-godinnen genoemd. Dat zijn de vrouwelijke tegenhangers van bekende Indiase goden (zoals Brahma, Indra en Kumara), maar hier zijn het boeddhavormen van de subtiele werelden van de innerlijke ervaring van gevorderde ingewijden. Je kunt hier eventueel ook toornige engelen uit je eigen cultuur inpassen. Zie die dan als iconen van de spirituele wezens die in je eigen psyche leven.

De yogini’s hebben dierenhoofden omdat ze ook de machten van de natuur vertegenwoordigen. Als je vrede met ze sluit, kun je een evenwichtige staat bereiken van jouw (cultureel bepaalde) beeld van de goddelijke wereld en van de levende aanwezigheid in je natuurlijke omgeving.

Er verschijnen achtentwintig yogini’s. Zes uit het westen (van je hersenen), zes uit het zuiden, zes uit het oosten, zes uit het noorden en tenslotte nog de vier buitenste poortwachter-yogini’s. 


* De tekst van het Bardo Thödol vermeldt er achtenvijftig. Hier zijn de vijf Heruka’s en hun partners meegeteld.



Bronnen: 
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek       
Mirananda, 1985

zondag 5 april 2020

De gauri's, pishachi's en yogini's

De vorige blogpost over de bardo van dharmata eindigde behoorlijk optimistisch. Op dag twaalf verschenen de angstwekkende Boeddha Karma-Heruka en zijn dito partner, maar de overledene zou natuurlijk in het geheel niet bang zijn. Hij zou hen juist herkennen als vorm van zijn eigen geest, zijn yidam. Volgens plan zou hij dan onmiddellijk bevrijd zijn en zelfs een boeddha worden!

Maar naast optimistisch is het Bardo Thödol vooral ook praktisch en realistisch, de overledene is tenslotte wel helemaal afgedwaald naar dit punt in de bardo. En al zou hij nog zo’n goed mens (geweest) zijn, als hij hier niet de juiste instructies krijgt zal hij het spoor bijster raken en nog verder afdwalen in samsara. Begeleiding is dus meer dan nodig, juist nu.

Want na de vreselijke heruka’s krijgt de dolende dode nu te maken met nóg onheilspellender figuren: de gauri's, pishachi's en yogini's. Hij gaat Mahakala ontmoeten en Yama, de Heer van de Dood. De kans is heel groot dat hij in de volgende tussenstaat zal belanden, de bardo van wording. Een wedergeboorte is dan vrijwel onafwendbaar, en daar moeten we natuurlijk al helemaal niet aan denken. Noem de dode dus weer bij zijn naam en motiveer hem nogmaals met de tekst uit het Bardo Thödol.

Met de introductie van de gauri's, pishachi's en yogini’s zien we duidelijk de grote invloed van het sjamanisme op het Tibetaans boeddhisme. Het zijn wezens uit de voor-boeddhistische tijd, toen de mensen zich nog met de natuur verbonden voelden. Dieren waren symbolen van beschermgeesten. De pishachi’s en yogini’s hebben dierenhoofden, wat aangeeft dat ze de machten van de natuurlijke wereld vertegenwoordigen.

De gauri's, pishachi's en yogini's zijn verschillende soorten toornige, vrouwelijke boeddhavormen. De ontmoeting met deze oerkrachten is ontzettend belangrijk en het is vooral cruciaal dat je de afkeer die je voelt overwint. Je wordt hier geconfronteerd met zeer sterk onderdrukte elementen van je eigen psyche. Ze zijn angstaanjagend omdat ze ontkend worden. Maar hier, op dit punt in de bardo, kun je er niet meer omheen. Je kunt je flatteuze zelfbeeld niet langer volhouden.



Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek    
Mirananda, 1985