Posts tonen met het label hiernamaals. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hiernamaals. Alle posts tonen

woensdag 16 september 2026

Droomvlucht

bron afb: Efteling promotie

Laatst las ik bij Omroep Brabant dat het af en toe voorkomt dat nabestaanden as van overledenen uitstrooien in de Efteling! Niet zo heel vaak, maar toch. Vooral het Sprookjesbos en de Droomvlucht schijnen hierbij populair te zijn. Wat een gehannes zal dat zijn met zo'n urn, en dan ook nog stiekem, want niet toegestaan natuurlijk. Hoe dan ook, een merkwaardige wens van nabestaanden en/of overledene. Waarom doen mensen zoiets? Ik kan mij drie situaties voorstellen.

1. Bij wijze van grap, of geëtaleerde minachting van sterven en dood.
2. Ooit gelukkige momenten op, of een bijzondere band met de Efteling.
3. De veronderstelling dat je hier, op deze attractie, dan na je dood op de een of andere manier permanent en 'voor eeuwig' rondhangt. Weliswaar niet fysiek, maar dan toch 'geestelijk' of iets dergelijks.

Categorie 3 is (voor dit blog) veruit de meest interessante natuurlijk. Voor eeuwig rondhangen in dat oubollige sprookjesbos of die rare droomvlucht, deel uitmaken van deze fantasy-sferen met al die bizarre en wazige figuren en archetypen. Een bardo op zichzelf. En inderdaad vergelijkbaar, sterk leunend op de verbeelding van de bezoeker zelf. Zijn eigen wensen, angsten en onderbewustzijn.

Maar toch, een nepwereld. Allemaal fake! Een loze facade. Ineens, aan het eind van de dag, staat die hele machinerie stil en gaan de harde lichten aan. De complete poppenkast open en bloot, snoeren, stekkers, kasten met apparatuur en heel veel plastic. Niksigheid, Leegte.

Een mooie metafoor voor talloze situaties in het dagelijks leven (en daarna). En de Efteling fantasiewereld blijkt ineens extra realistisch en alledaags, als een medewerker vertelt dat de as altijd wordt opgeruimd aan het einde van de dag. Een stofzuiger er op, en vervolgens geleegd in de Kliko.
 

woensdag 5 augustus 2026

Kaware


Dit ceremoniële masker, afkomstig uit Papoea, kun je bekijken in het Wereldmuseum (voorheen Volkenkunde) in Leiden.
 
 
Het Kaware masker wordt gebruikt bij een ritueel (mannen)feest van de Kamora-Papoea’s, waarmee het leven na de dood wordt gevierd. Er wordt heel uitbundig mee gedanst als een soort eerbetoon, waarbij het masker de geest van de dode ‘bedekt’. Door de dans en het respect (waarvan de overledene geniet), kunnen de geesten rustig vertrekken naar de geestenwereld ver weg in de bergen.

Deze ceremonie benadrukt de rol van mannen in het onderhouden van de relatie met geesten en bovennatuurlijke wezens. Behalve maskers wordt er ook gebruik gemaakt van prauwen, peddels en traditionele houten gedenkpalen (mbitoro) met rituele houtsnijkunst.  Deze voorouderpalen worden tijdens het kaware-ritueel opgericht om de overdracht van levenskracht en vruchtbaarheid van de voorouders naar de levende gemeenschap te symboliseren. De palen belichamen de geesten van recent overleden stamleden en mythologische helden. Hierbij staat het mythische verhaal van Mamirima en zijn dood en wederopstanding centraal.

Mamirima raakt door een conflict te water, verdrinkt in zee en zijn lichaam spoelt aan op een eiland bij de monding van een rivier. Een zwerm vogels pikt en raakt de levensaders en ledematen van zijn lijk aan, waardoor hij symbool voor symbool en bot voor bot weer tot leven wordt gewekt. Tijdens de rituelen wordt de wederopstanding van Mamirima nagebootst door deelnemers die elkaars vitale punten (zoals knieën, ellebogen en het hoofd) aanraken om levenskracht over te dragen.

Het masker is gemaakt van onder andere rotan, bast, veren en gevlochten plantvezels.
 

bronnen: 
Wereldmuseum Leiden 

diversen internet

vrijdag 19 juni 2026

Paradijs Van Het Grote Niets

De hemel van…  Frank Boeijen

(De hemel van… Afl.31)

Dit jaar verscheen Paradijs Van Het Grote Niets, een nieuw album van Frank Boeijen. Vier jaar mee bezig geweest, vertelt hij op zijn website, en veel materiaal niet gebruikt. Er is een terugkerend thema: ‘de vergankelijkheid’, want ja “uw zanger wordt ouder”, zegt Frank zelf. Volgend jaar zeventig, het verbaast hem, voelt zich nog ongemakkelijk de koorknaap in het kerkelijke priesterkoor. Hij wil gewoon doorgaan zolang het kan, maar toch “Wie weet... het laatste woord…”. Luister maar naar het album, zegt Frank, “beter wordt het niet”. En inderdaad, dit is waarschijnlijk het mooiste album uit de carrière van Frank Boeijen, inclusief de periode Frank Boeijen Groep. Erg goed!

Een album bedoeld als troost en verzachting, en dat is natuurlijk mooi meegenomen bij elke vorm van vergankelijkheid. En die komt hier breed aan bod: verdriet, verlies, oude vrienden, familie, naderend einde, dementie. Zoals altijd zijn de teksten van Frank hier redelijk toegankelijk, soms wat flarderig abstract en kun je er meerdere kanten mee op, afhankelijk van je stemming.

De mooiste song is zonder twijfel het titelnummer Paradijs van het grote niets. Lijkt mij erg persoonlijk, zelfs voor Frank Boeijen. Hij beschrijft een hiernamaals, een ideale plek, die hij ‘paradijs’ noemt, maar die van hem net zo goed ‘nirvana’ of ‘hemel’ mag heten. In de loop der jaren vertelde Frank in interviews niet in een hiernamaals te geloven. “Het kan gewoon niet waar zijn” en “je komt er toch nooit achter”. Maar misschien doet inmiddels zijn katholieke opvoeding zich toch nog, toch weer, gelden? Zijn uitvaartdienst, te zijner tijd, moet dan ook ‘gewoon’ in een kerk plaatsvinden (zonder muziek).

En hier deelt Frank dus zijn versie van de hemel. Waar hij misschien niet in gelooft, maar wel op hoopt? Hij verwacht dat we elkaar hier weer zullen terugzien, in dit rijk der doden, van onze geliefden. Althans the good guys, want er zijn alleen maar vredelievende begripvolle onbaatzuchtige mensen. Hier geen afkeer, afgunst, oordeel. En zeker geen typisch aardse ongemakken, hij geeft een opsomming: oorlog, macht, geld, tirannen, materie, geweld en dwang. Allemaal afwezig.

Het is het paradijs van mooie dingen. Waar het vrede is. De eeuwige rust van de aanwezigheid, afwezigheid, niet te zien, niet te horen. Waar alleen liefde telt. Waar iedereen mag zijn die hij wil zijn, de anderen (the bad guys) zijn ergens anders. De hel natuurlijk, het vagevuur, het “inferno der schaamtelozen en gewetenlozen”, Frank somt er de nadelen van op, eigenlijk alle zaken die in de hemel afwezig zijn. Want daar heerst genegenheid, vergeving en vrijheid. En vooral samenzijn in het grote niets onder elkaar, met die ene geliefde of dat speciale iemand. Vertrouwd en zacht wonen we in elkaars hart, voorbij het ondraaglijk verdriet, samen in het Paradijs van het grote niets.

We worden er herboren, zien door de ogen van een kind dat alles voor het eerst ziet, daar heerst bewondering, warme omarming, daar is geen einde want dat is al geweest. Liefde zonder einde in ons paradijs. Het is kortom, ondanks de titel, een behoorlijk christelijke aangelegenheid compleet met beloning en straf en weerzien, maar in dit geval zonder opperwezen en dergelijke. De katholieke invloeden zijn duidelijk aanwezig als Frank suggereert dat je er misschien zelfs een “goedgezinde geest” wordt (een beschermengel, een engelbewaarder) die het nieuwe kind de weg wijst onderweg naar die eindeloze liefde.
 

vrijdag 17 april 2026

De uitvinding van onsterfelijkheid

Het hiernamaals is verzonnen door de Victorianen. In The Green Man (1969) lees ik een passage, waarin een lokale geestelijke afrekent met het idee van onsterfelijkheid.


The Green Man
, geschreven door Kingsley Amis, is een ghost story en comedy tegelijk. Hoofdpersoon Maurice Allington (alcoholist en womanizer) heeft een eeuwenoude pub waar het spookt. Als zijn vader overleden is, drinkt Maurice na de begrafenis nog een borrel met Tom Rodney Sonnenschein, de verwijfde en eigenwijze Reverend van St. James, Fareham. De verveelde dominee is duidelijk toe aan een uitdagender parochie ergens in Londen.

Maurice is tamelijk geschokt een geestelijke te ontmoeten die in feite goddelozer is dan hijzelf, toch een behoorlijk geharde ongelovige. Hij vindt dit niet prettig. Zoals verwacht komt het gesprek op de dood, die we volgens de predikant veel te serieus nemen. Het is tenslotte al van de geboorte af een integraal onderdeel van het leven. En zeker geen toegang tot een andere wijze van bestaan of iets dergelijks, of een deel van ‘Gods plan’ (want dat is er niet).

Het hele onsterfelijkheidsgedoe is trouwens al behoorlijk uitgemolken, vindt dominee Sonnenschein. Je moet het historisch bekijken, als een voorbijgaande fase en eigenlijk bedacht door de (vroege) Victorianen vanuit een soort schuldgevoel. Zij hadden de kwaadaardigheden van de Industriële Revolutie gecreëerd, en zij konden al aanvoelen wat een afschuwelijk monster het kapitalisme zou gaan worden. Een hel op aarde. En het enige toevluchtsoord wat ze konden verzinnen om hier tegenover te zetten, was een nieuw leven. Weg van de rook en de stank en het gejammer van verhongerende kinderen. Maar nu inmiddels begint door te dringen dat kapitalisme gewoon niet voldoet en niet deugt, en dat we de maatschappij kunnen veranderen, zodat iedereen hier op aarde een zinvol en organisch bestaan krijgt, kan de onsterfelijkheid opgeruimd naar zolder.

Maar, werpt Maurice nog tegen, als die Victorianen dan zo dol waren op het idee van een hiernamaals en tegelijk verteerd werden door schuldgevoelens, zou je toch denken dat ze juist veel meer geneigd waren in de hel te belanden? Precies! De dominee is het helemaal met hem eens. Ze waren compleet weg van de hel, en die zou precies worden als hun kostschool, met de enige echt intens emotionele ervaringen die ze aankonden. Slaan, geseling, afbeulen, koude baden, roeien en een angstaanjagende almachtige oude man die je voortdurend vertelde hoe nietig en waardeloos je was. Ze waren er gek op. Niet toevallig was dit het grote tijdperk van masochisme, vooral in Engeland. Het hele gebeuren is absoluut fundamenteel voor de kapitalistische psyche: liefde voor pijn en straf en ellende in het algemeen, allemaal protestantse eigenschappen. Je zou kunnen zeggen dat de onsterfelijkheid van de ziel is uitgevonden door Thomas Arnold.

 
bron:
Kingsley Amis
The Green Man
Penguin, 1988

zondag 12 oktober 2025

Logisch en rechtvaardig

De ongelooflijke podcast – 17 aug. (2)

In de vorige blogpost had ik het over een aflevering van De ongelooflijke podcast, met als onderwerp bijna-doodervaringen. Inmiddels heb ik ook het tweede uur daarvan beluisterd.

Naast de presentator zitten aan tafel schrijver en theoloog Reinier Sonneveld, en de vaste theoloog van deze EO produktie, Stefan Paas, die er voor moet zorgen dat de zaak niet te veel uit de christelijke bocht vliegt. Over bde gaat het allang niet meer, de twee ‘schriftgeleerden’ (een vrijzinnig en een orthodox exemplaar) gaan uitgebreid met elkaar in de slag over het al dan niet bestaan van een eeuwige hel. Het gesprek verzandt in een eindeloze discussie, waarbij allerlei kerkvaders worden geciteerd en vertalingen die het beste in ieders straatje passen. De heren proberen elkaar af te troeven. Het gaat allang niet meer om de luisteraar, en elke eventuele vleug spiritualiteit wordt kapot geredeneerd.

Gezamenlijk standpunt is dat het verhaal van de hel (en de rest) ‘logisch en rechtvaardig’ moet zijn, liefst ook naar de huidige maatstaven. Dat blijkt nog een hele toer voor beide theologen (bijbel en christendom zijn vaak helemaal niet logisch en rechtvaardig), maar zij zitten nu eenmaal vast aan het toch wel merkwaardige christelijke verhaal dat zij ooit als basis en uitgangspunt gekozen hebben. Alle rare oosterse godsdiensten en theorieën zijn in het eerste uur van de podcast al van tafel geveegd.

Stefan Paas houdt vast aan De Geschriften, en Reinier Sonneveld probeert al redenerend een eigen variant te vinden, waar hij vrede mee kan hebben. In zijn laatste boek heeft hij daartoe de hel helemaal afgeschaft, en gaat iedereen standaard naar ‘de hemel’ (die dan eigenlijk gewoon ‘hiernamaals’ zou moeten heten, als er toch verder niets anders is). Waarbij de geneugten van de ouderwetse hemel gelukkig nog wel worden gehandhaafd. Het is er prettig toeven, met veel oude bekenden. De boodschap is dus weer: hierna wordt het leuk. Daarmee worden gelovigen al eeuwenlang zoet gehouden.

Aan het slot van de podcast wordt Sonneveld met zijn boek gecomplimenteerd via een citaat daaruit over ‘de dood’, die hij een vreselijke belediging vindt voor het leven. Er deugt helemaal niets van, totaal niet logisch of rechtvaardig.
 

zondag 15 juni 2025

Een grote zaal met fluwelen gordijnen

De hemel van… Jan Siebelink

(De hemel van… Afl. 29)

Coen Verbraak had een interview met schrijver Jan Siebelink in de podcast Over Leven van 10 mei 2025. Siebelink (87) publiceert al sinds 1975, maar werd pas in 2005 bekend bij het grote publiek met Knielen op een bed violen, een boek over zijn jeugd in een streng gelovig gezin. Er werden maar liefst 800.000 exemplaren van verkocht.

Vorig jaar overleed zijn vrouw Gerda, de grote liefde met wie hij zestig jaar samen was. Nu moet hij alleen verder en dat valt hem zwaar. Er zijn oude vragen en angsten over God, liefde en dood. Jan rekent uit, als hij misschien nog drie jaar zou leven, zijn dat ongeveer duizend dagen alleen. Hoe komt hij ze door? Deze lente bijvoorbeeld, het gemis is enorm. Gerda was niet gelovig, maar mocht wel als enige zijn vader voorlezen op diens sterfbed. Misschien ook omdat ze een heel mooie vrouw was.

Jan vraagt zich af hoe het nu met haar gaat. Het omhulsel is verdwenen, maar wat gebeurt er met haar geest en haar ziel? Volgens Paulus wordt ons een onvergankelijk lichaam toegedacht, zijn vader las dat heel vaak voor. Maar hoe zou dat dan zijn? Zij is nog wel ergens, denkt Jan. Hij is nieuwsgierig, want binnenkort zal hij daar zelf bijkomen. En ziet hij Gerda dan terug? Hij hoopt vurig van wel. Waarschijnlijk zit zij met zijn vader ter rechter hand Gods. En hij ziet zichzelf die grote zaal met fluwelen gordijnen binnenlopen, hij wordt verwacht, hij mag doorlopen van God. Althans, dat hoopt hij. Dan is hij daar en ze wenken naar hem. Maar hoe het er dan verder aan toe zal gaan, dat heeft hij allemaal nog te bedenken.

Hij piekert wel over het moment van de overgang, hoe zal dat gaan? Een fractie van een moment ben je er wel én je bent er niet. Maar Jan is vooral bang voor het oordeel, wat misschien op hem wacht na zijn dood. Hij heeft wellicht teveel aan zichzelf gedacht, maar toch ook wel veel goede dingen gedaan. En al die mooie boeken die hij geschreven heeft, die zullen toch ook mensen getroost hebben. Je wordt ‘gewogen’, dat is hem bijgebracht, en hij hoopt maar dat de weegschaal redelijk in evenwicht is. Hoewel zijn maatstaven maar burgerlijk zijn natuurlijk, God is veel groter.

Jan had het geloof uit zijn jeugd afgezegd en literatuur kwam ervoor in de plaats. Maar toen hij Knielen schreef ging hij zich weer helemaal verdiepen in zijn vaders boeken. En ja, de angsten van het geloof blijven toch wel heel diep in je zitten. Hij is ook wel jaloers op zijn vader die een directe band met God had. Dat zou je redding kunnen zijn als er verlossing bestaat. Toch was zijn vader ook angstig op zijn sterfbed, bang voor het oordeel. God hield zich afzijdig. Jan hoopt in ieder geval dat hij zelf de genade ontvangt om te kunnen geloven.

Hij heeft altijd een mystieke band met zijn vader gehad, en voelt zich schuldig dat hij diens verhaal gebruikt heeft voor zijn bestseller. Hij heeft daar veel geld mee verdiend, terwijl het boek misschien niet eens een duidelijk beeld geeft van dat geloof, dat hij zelf eigenlijk ook niet helemaal snapt.

Jan geniet nog wel van het leven en wil het nog niet loslaten, juist omdat hij zo bang is om dood te gaan. Maar hij voelt dat de eindigheid nu ook voor hem naderbij komt, en daarom wil hij zijn tijd zo goed mogelijk besteden. Hij moet trachten God te vinden om zo misschien nog de zaligheid te beërven. En vooral geen tijd vermorsen met voetbal kijken (op zondag nota bene) of in de zon zitten. Een bijbels schuldgevoel zegt hem dat hij dat niet verdiend. Maar met zijn veertig boeken zal hij toch niet snel beschuldigd worden van ledigheid, daar aan die hemelpoort. Hij heeft zijn talenten gebruikt en niet onder de korenmaat gezet. Maar je mag niet opscheppen, je moet nederig zijn.

vrijdag 7 februari 2025

Annemiek Schrijver en de Cloud

Annemiek Schrijver (1964) vind ik een interessant en veelzijdig persoon. Ik heb nooit iets van haar gelezen, maar ken haar vooral als maakster van inspirerende televisieprogramma’s die ook als podcast te beluisteren zijn. De onderwerpen zijn meestal gewichtig, maar worden op schijnbaar lichtvoetige wijze aangesneden in vaak verrassende interviews.

Afkomstig uit een min of meer streng gereformeerd gezin, waarvan ze zich op een gegeven moment heeft losgeweekt, is Annemiek andere religies gaan bestuderen, met speciale aandacht voor het boeddhisme. Ze benadrukt dat ze geen boeddhist ís en lijkt vooral wat moeite te hebben met ‘gelijkmoedigheid’, een van de vier hartkwaliteiten* van het boeddhisme. Kalmte en onverschilligheid zouden te vaak worden gebruikt als een soort schijntroost, dat het niet zou uitmaken allemaal. Maar het maakt wél uit, vindt Schrijver.

Ik had graag een aflevering De hemel van… over haar willen maken, maar kon helaas  nergens informatie vinden over Schrijvers verbeelding van hemel of hiernamaals. Wel veel over haar godsbeeld, dat in de loop der jaren geleidelijk iets lijkt te verschuiven. In haar programma De verwondering gaat het ook vaak over het godsbeeld van de gasten. Zelf vindt ze haar godsbeeld ook erg veranderd. In de gereformeerde jeugdjaren bijvoorbeeld was dit heel nauw, maar ze weet niet meer precies hoe ze het toen zag.

In 2017 was ze te gast bij Tijs van den Brink voor een interview. In zijn programma Adieu God praat hij met ‘kerkverlaters’. Schrijver heeft inderdaad ooit de kerk verlaten, maar haar interesse voor God is bleef overeind. Zelf heeft ze het over haar ‘relatie met God’, een uitdrukking die ik bijna niet meer kan aanhoren, daar word ik heel jeukerig van. Zij kan wel beter denk ik dan. God is een moeilijk woord, zegt ze. Haar grote passie is ‘leeg worden voor God', een ontvangstzaal, een lege ruimte in haar die steeds meer opgevuld wordt door God die in haar opstaat. Dat doet hij in bepaalde moeilijke situaties.

We zijn acht jaar verder, een interview in de Varagids door Clementine van Wijngaarden. Gevraagd naar haar godsbeeld constateert Schrijver dat er tegenwoordig twee opvattingen zijn. De ene is dat bewustzijn in ons zit en als we doodgaan is het verdwenen. De andere opvatting is dat onze hersens als het ware een radio-ontvanger zijn en dat bewustzijn iets buiten ons is wat we kunnen ontvangen. Een beetje zoals de computer en de cloud. Als we doodgaan is de ontvanger er niet, maar de cloud is er wel. Dat laatste is haar godsbeeld. Dat er een collectief bewustzijn is, een soort helderheid, waar we ons op aan kunnen sluiten. Ze vindt het vreemd dat wij dat niet doen. Onbegrijpelijk dat we niet eens wakker worden. Waarom geloven we onze gedachten? En waarom nemen we het zo serieus?

Gaat Schrijver hier de advaita kant op?, vraag ik mij af. Het lijkt er wel op. Vanwege haar christelijke achtergrond blijft ze de term God gebruiken. Ze legt uit iedereen als een uitingsvorm van die God te zien. “Dan kun je zeggen: je bent een schepsel, maar je kunt ook zeggen: jij bent in jouw persoon Clementine, een manifestatie van het bewustzijn. Je hebt bewustzijn wat ik ook heb, daarin kunnen we elkaar ontmoeten, maar jouw vorm is heel individueel. En tijdelijk. Ik kan erg genieten van die gedachte, dat we allemaal een uiting zijn van God die zichzelf via ons wil leren kennen.”
 
 
 
*de andere drie zijn: compassie, liefdevolle vriendelijkheid en vreugde voor de ander.
 
bronnen:
Adieu God, april 2017
Varagids, februari 2025

woensdag 22 januari 2025

Op weg naar de muggenlamp

Deze week zag ik Soul, een Pixar animatiefilm uit 2020 over een muzikant en zijn bijna-doodervaring. Misschien heb je de film nog niet gezien, dan bevat dit stukje spoilers.
 

Joe (46) is een muziekleraar in New York die eigenlijk liever pianist in een jazzclub zou zijn. Op een (on)gelukkige dag krijgt hij die gouden kans, maar overlijdt door een ongeval. Zijn lichaamloze ziel (uitgebeeld als een klein, witblauw figuurtje met veel rondingen) bevindt zich in het hiernamaals tussen duizenden lotgenoten die gelaten (soms opgetogen) als kuddedieren op een lange lopende band staan, schuin omhoog in een donker heelal, richting een enorm en rond wit licht. De zielen die bij het witte licht aankomen gaan daar onmiddellijk in op, met het geluid van een vlieg op een elektrische muggenlamp, zengend. De hele situatie ziet er (in mijn ogen althans) naargeestig uit, bepaald niet het gebruikelijke positieve beeld van het Heldere Licht na overlijden. Het heeft iets van een tweede dood, maar ditmaal definitief. En zo te zien overkomt dit alle zielen, er is geen versie van een hemel of hel te bekennen, en al helemaal geen verwijzing naar een (eventueel oordelende) godheid.
 

Joe wil (nog) niet dood, zeker niet met zijn juist verworven goede vooruitzicht, en probeert hier te ontsnappen. Hij keert om tegen de stroom in, maar door alle commotie belandt hij per ongeluk in een gebied waar nieuwe zielen worden opgeleid en voorbereid op het leven op aarde. Een hiervoormaals dus. De nieuwe zielen zijn net kleine kinderen, ongeleide projectielen. Zij moeten hun spark nog ontdekken, bedoeld wordt hier passie, talent, inspiratie. Het personeel bestaat uit diverse gestileerde figuren, die niet lijken op traditionele engelen. Bij afdeling opleiding zijn ze betweterig (terecht zou ik zeggen), bij de doden zijn het onverbiddelijke boekhouders die het aantal overledenen strikt bijhouden. Ook hier wordt niet echt een positief beeld geschetst. Alles moet volgens de regels, geen ruimte voor vrije geesten. 
 

Joe maakt kennis met 22, een dwarsligger die hier al duizenden jaren rondhangt. Zij/hij wil niet naar aarde. Samen bezoeken ze een derde gebied: the Zone. Dit is een plek voor (aardse) zielen die een flow beleven, maar tegelijk een valkuil voor hen die daar in vastlopen (obsessie). In dit duistere deel bewustzijn ontmoeten ze drie maffe, maar vriendelijke psychonauten, die daar rondreizen en hulp bieden aan ernstig gestrande zielen. Joe slaagt er in op aarde terug te keren, maar helaas in het verkeerde lichaam en met 22. Daarover handelt de rest van de film.
 
Wat vond ik van deze succesvolle, prijzenwinnende film? Amusant en zeer de moeite waard. Jazz en hiernamaals, dat kan al niet stuk natuurlijk. Disney stelt de minimale leeftijd hier op 6 jaar, maar dat is veel te jong. Soul is niet eng, maar de thema’s zijn zwaar: sterfelijkheid, zin van het leven en allerlei existentiële ideeën. Maar niet bepaald spiritueel. De boodschap hier lijkt te zijn ‘Pluk de dag’, alleen het leven op aarde is belangrijk, daarna wacht de dood, onmiddellijk gevolgd door uitdoving. Een uitzichtloze situatie. Daarom heeft deze film, hoe vrolijk ook, een treurige nasmaak.
 

zaterdag 5 oktober 2024

Een grote tuin van liefde

De hemel van… Montaillou

(De hemel van… Afl. 27)

Vorig jaar overleed de Franse historicus Emmanuel Le Roy Ladurie. Hij is vooral bekend door zijn boek (gebaseerd op een inquisitie-dossier van de rooms-katholieke kerk) over het ketterse dorpje Montaillou in de Pyreneeën in de periode 1294-1324. De leef- en denkwijze van de bewoners, voornamelijk boeren en herders, werd bij het grondige onderzoek van de inquisitie uitzonderlijk goed gedocumenteerd. Rond 1325 was het definitief afgelopen met deze (laatste?) Katharen.

Het katharisme was een christelijke ketterij met invloeden uit onder andere de volkscultuur. Hiernamaals en geestenwereld speelden een grote rol, ook in het dagelijks leven. De herders en de boeren rond Montaillou waren vooral op zoek naar een hiernamaals waar hun ziel eeuwige rust zou vinden. Maar de reisroute naar hun hemel was een andere dan de ‘officiële’, voorgeschreven door de Kerk. Vandaar ook het fatale conflict met de inquisitie.

Voor een kijkje in de kathaarse hemel moet je eigenlijk ook hun versie van de zondeval kennen. Een prachtige mythe, die start met een gat in het paradijs, waardoor zielen als een sneeuwbui op aarde vallen, aangetrokken door de duivel. God merkt daar eerst niets van, maar is daarna stomverbaasd en kwaad, en zet snel zijn grote voet op het hemelse gat. Maar wel enigszins te laat, want een groot aantal zielen was al uit het paradijs getuimeld. Op de aarde zijn zij voortaan de prooi van vrouwelijke listen en gedupeerd met een lichaam van menselijk vlees, door de duivel toebereid.

Op dat moment begint de eerste fase van een cyclus: de zielsverhuizing. Op het moment van overlijden verlaten de geesten en/of zielen hun menselijke lichamen, en gaan (gekweld door vuurspuwende duivels) zo snel mogelijk op zoek naar een ander lichaam. Ze willen reïncarneren in een foetus van een dier of een mens. Met een aantal van deze incarnaties hebben de zielen kans om de cirkel weer rond te krijgen. Als ziel van een perfectus (kathaarse elite, een reine) bijvoorbeeld, gaan ze eindelijk weer terug naar het paradijs.

Als op deze manier alle goede geesten en zielen weer teruggekeerd zijn in het paradijs, zijn er geen rechtvaardige mensen meer over op aarde. Die verliest dus alle betekenis en dat maakt het einde van de wereld mogelijk. De aarde wordt de hel. De vier elementen verenigen zich, de hemel valt op de aarde, zon en maan doven uit. Het vuur laat de zee branden, die verheft zich tot een vloedgolf en blust het vuur. De aarde is dan een meer van pek en zwavel.

En hoe zit het met de hemel? Dat lijkt een knusse aangelegenheid te worden voor de gelovige bewoners van Montaillou. Allereerst wordt er op die laatste aardse dag gedanst, waarbij alle ongelovigen vertrapt worden. De rechtschapenen zijn voortaan als broeders bijeen, hun zielen verblijven in het paradijs. Dat is een grote tuin van liefde, een moederschoot waar iedereen gelijk is en alles eerlijk verdeeld wordt. Iedere ziel krijgt dezelfde portie goeds en geluk, er is eenheid, iedereen houdt van elkaar ‘zoals elke ziel de ziel van zijn vader of zijn kinderen beminde’.

Nogal een lokale situatie lijkt mij, deze hemel waar de inwoners van Montaillou in harmonie verenigd zijn. Gezellig onder ons in een harmonieus huishouden. Sociale opvattingen in plaats van de gebruikelijke religieuze voorstellingen. Geen woord over welk visioen van godzaligheid dan ook.
 


Bron:
Emmanuel Le Roy Ladurie
Montaillou
Uitgeverij Bert Bakker, 1986 (14e druk)

zaterdag 7 september 2024

Nog meer gelukzaligheid

Ik blijf nog even hangen in gelukzaligheid (als onderwerp). Het wordt ook genoemd in een tekst die bekend staat als “Het laatste testament van Longchenpa”.
 
Longchenpa (1308-1364/69) verheugt zich hier op zijn dood, of eigenlijk het hiernamaals. Hij zal zijn “intrek nemen in het bolwerk van de grote gelukzaligheid”. 
Dit roept bij mij vragen op. Een zeer belangrijke leraar uit het Tibetaans boeddhisme streeft hier kennelijk niet naar bevrijding door op te gaan in het Heldere Licht, maar handhaaft een vorm van bewustzijn dat (na realisatie van zelfloosheid?) grote gelukzaligheid gaat ervaren in een veilige ruimte/toestand. 
Is hier sprake van tukdam? Is er verwarring ontstaan door de vertaling?
 
 
Het laatste testament van Longchenpa:

Aan een wolkenloze avondhemel staat de volle maan,
‘De Heer van de Sterren’, op het punt op te komen…
Het gezicht van mijn mededogende heer, Padmasambhava,
Trekt mij naar zich toe, en straalt zijn teder welkom uit.
Mijn vreugde in de dood is vele malen groter
Dan de vreugde van kooplui over hun onmetelijke fortuinen,
Of de triomf der goden die zich beroemen op hun overwinningen,
Of het geluk der wijzen die de extase van volmaakte absorptie
zijn binnengegaan.
Net zoals een reiziger die op weg gaat wanneer de tijd is gekomen,
Zo zal ik niet langer in deze wereld verwijlen,
Maar mijn intrek nemen in het bolwerk van de grote gelukzaligheid,
voorbij de dood.

(Vertaling uit het Engels: Rigpa vertaalcollectief)

 

Bron:
Sogyal Rinpoche
Dagend inzicht
Servire, 1995

maandag 3 juni 2024

Een vakantiehuisje dat voor je klaarstaat

De hemel van… Kitty Mulder

(De hemel van… Afl.26)

In 2014 verscheen Wat is leven? van bioloog Arjen Mulder. Het is het verslag van een persoonlijke zoektocht, die in gang werd gezet door de geboorte van zijn zoon, maar toch vooral door de dood van zijn vader. In het eerste hoofdstuk beschrijft hij diens sterfbed, terwijl het laatste hoofdstuk een I.M. is voor zijn moeder. Volgens Mulder was zij niet bang om dood te gaan, maar zag ze het met een gerust hart tegemoet. Hij geeft een anekdote:

Zijn moeder is op bezoek bij een buurvrouw wiens man net begraven is. Deze buurvrouw, zo blijkt, is zelf nogal bang voor de dood en voor het doodgaan. Moeder is verbaasd, want je weet toch waar je heen gaat? Maar nee, dat weet de buurvrouw juist niet. Moeder Mulder praat haar bij. Achteraf wist ze niet waar ze het vandaan haalde, ‘maar de geest gaf het haar in’. Ze zei: “Het is net zoiets als wanneer je een vakantiehuisje hebt geboekt. Je weet niet precies of het wat is, of de zon op het terras staat en of er een supermarkt in de buurt is. Maar je weet wel dat dat huisje daar voor je klaarstaat.” Arjen Mulder voegt daar aan toe dat het voor sommige mensen misschien altijd vakantie is, maar voor zijn moeder zeker niet. Zes kinderen en een moeilijke man, en dan nog al die ziektes en aftakeling later. Maar dat alles wordt nu dus toch nog ingehaald in dat vakantiehuisje. Hij vindt het een prachtig beeld. Hier geen knarsende hemelpoort in een ongenaakbaar hoge muur, maar een open en warm hiernamaals, buiten.

Mulders ouders waren gereformeerd, hijzelf is allang niet kerkelijk meer, heeft het geloof afgezworen op zijn negentiende. Hij is het nu grotendeels vergeten, zegt hij, en is daar blij om. Want narigheid en ellende zijn niet echt, integendeel. Het leven is juist goed en geen tranendal. En die zekerheid is de kern van het geloof, aldus Mulder, maar de christenen kijken niet goed genoeg. Godsdiensten zijn georganiseerde pogingen om de dood te ontkennen. Maar kijk eens om je heen, de bloeiende natuur, vogeltjes. Het leven zelf is de grootste ontkenning van de dood.

De liedteksten, die zijn moeder en vader aan hen doorgaven (voor de rouwkaart), leest Mulder als gecodeerde berichten waarin zij hun manier van sterven beschrijven. Dat is opstijgen tot God in hoger, reiner gezang (zijn moeder), of met Jezus als gids over de woeste wateren (zijn vader). Arjen heeft daar soms zo zijn bedenkingen over, maar een andere keer vindt hij het eigenlijk wel best. Hij citeert ‘een Duitse schrijver’ bij wie hij ooit eens las ‘Sterben ist schwierig, sondern es gelingt’.

Ook Moeder Mulder kwam uit een gezin met traditionele ouders. Als oudste dochter werd ze thuisgehouden om voor hen te zorgen. Zij had geen uitgesproken beeld van God, hij was meer de man van de organisatie. Je kon erop vertrouwen dat het goed kwam, dus je bemoeide je er verder niet mee. Je moet gelukkig zijn met de geschenken die je krijgt, dat is het geheim van het leven. En dat leven zelf is ook een geschenk, zelfs in het verzorgingshuis, oud en ziek. Je geeft niet op, je maakt af wat je begint. Maar mag je dan wel blij zijn met je naderende dood, mag je willen sterven? Want dan zeg je eigenlijk: ik wil het geschenk van het leven niet langer. De oplossing werd gevonden in de tekst van een gezang, dat van het doodgaan zelf een uiting van dankbaarheid maakte. Sterven als hoogste, reinste loflied aan God.
 
bron afb: A. Mulder, Wat is leven?

dinsdag 28 mei 2024

Blood and thunder

In BBC Music Magazine van deze maand staat een aardig artikel van Jeremy Pound over requiems, Music to die for. Door de eeuwen heen, vanaf de 15e eeuw tot nu, hebben allerlei bekende (en minder bekende) componisten requiems geschreven. Verscheidene daarvan worden nog steeds als meesterwerk gezien.

Met een requiem kan het alle kanten op, binnen de vaste thema’s donker en licht, razernij en rust, zijn er veel variaties mogelijk op het gebied van stijl, lengte, aantal uitvoerenden, de tekst en vooral de toon (van blood and thunder tot zacht berustend). Eigenlijk is het thema dood het enige dat ze allemaal gemeen hebben.

Het artikel geeft chronologisch een aantal bekende voorbeelden, voorzien van een handige blood and thunder rating. 
 
🔥🔥🔥🔥🔥  be very afraid
🔥🔥🔥🔥😇  day of wrath
🔥🔥🔥😇😇  judgement awaits
🔥🔥😇😇😇  it’s not all bad
🔥😇😇😇😇  rest in peace
😇😇😇😇😇  death is sweet
 
Tomás Luis de Victoria (1605)
Officium Defunctorum (Requiem)
🔥🔥😇😇😇 
 
Wolfgang Amadeus Mozart (1791)
Requiem in D minor
🔥🔥🔥😇😇
 
Hector Berlioz (1837)
Grande Messe des morts
🔥🔥🔥🔥😇
 
Johannes Brahms (1868)
A German Requiem
🔥😇😇😇😇
 
Giuseppe Verdi (1874)
Messa da Requiem
🔥🔥🔥🔥🔥
 
Garbriel Fauré (1890)
Requiem in D minor
😇😇😇😇😇
 
Herbert Howells (1932)
Requiem
😇😇😇😇😇
 
Maurice Duruflé (1947)
Requiem
🔥😇😇😇😇
 
Benjamin Britten (1962)
War Requiem
🔥🔥🔥😇😇
 
Veel verschillen dus. Brahms’ vriendelijke kijk op dood en hiernamaals bijvoorbeeld, staat haaks op het grimmige requiem van Verdi. Bij hem geen warme woorden van troost. We zijn verdoemd! is hier de boodschap. Zijn hel en verdoemenis werkstuk heeft als middelpunt het Dies Irae, maar Gabriël Fauré laat dat er helemaal uit. Deze componist beschreef de dood als een ‘vreugdevolle bevrijding’, en het requiem had hij gecomponeerd ‘voor zijn plezier’. Hij heeft eindeloos gesleuteld aan het stuk, dat ook werd uitgevoerd op zijn eigen begrafenis in 1924.
 

 
 
Bron: 
BBC Music Magazine, mei 2024
Jeremy Pound

vrijdag 23 februari 2024

Een zee van leegte

In 2020 verscheen Utopia Avenue van David Mitchell, een roman over een fictieve Engelse folkrock band in de jaren 1967-1968. Er staat een mooie passage in met een interessante beschrijving van een hiernamaals. Als je het boek nog wilt lezen (aanrader), kun je hier beter stoppen vanwege de SPOILERS.
 
 
Utopia Avenue bestaat uit vier muzikanten, waaronder de (waarschijnlijk autistische) lead gitarist Jasper de Zoet. Jasper heeft een Nederlandse vader en een Engelse moeder. Hij heeft ernstige psychische problemen, zo lijkt het, maar eigenlijk is er meer aan de hand. Als je de boeken en het universum van Mitchell kent, weet je wat ik bedoel. Alle romans van David Mitchell hebben iets met elkaar te maken. Zo is Jasper bijvoorbeeld een afstammeling van Jacob de Zoet, hoofdpersoon van The Thousand Autumns of Jacob de Zoet (2010). Jasper wordt langere tijd opgenomen en behandeld in de psychiatrische instelling ‘Rijksdorp’ in Wassenaar in Nederland. Hij gebruikt medicijnen/drugs (‘queludrine’), maar als die uiteindelijk ook niet meer helpen, besluit hij er een eind aan te maken.

Via het bos loopt hij naar het Wassenaarse strand. “Duinen daalden en rezen op. Niet ver weg beukte de branding op de kust. Het helmgras zwiepte heen en weer. Meeuwen krijsten. De zee zag er vuil uit.” Het is vloed, en borden waarschuwen voor de gevaarlijke onderstroom. Naar het zuiden, aan de horizon, ziet hij Scheveningen. Acht kilometer naar het noorden Katwijk. Grijze moddertinten, grijze zandtinten, slijmerige kribben steken uit het wassende water. Jasper vult zijn rugzak met flinke kiezels en doet hem om. Dan loopt hij de zee in. Als het water tot aan zijn kin komt, wil hij zich naar voren laten vallen en zijn mond wijd openen (‘Eeuwigdurende queludrine. Een graf in zee, de enige zee, de eindeloze zee, de laatste zee.’), maar op het laatste moment wordt hij weerhouden.

Zand, duin en zee, in aanloop tot de dood. Het is een combinatie die later in het boek nog eens voorkomt, maar dan anders, onaards. Tijdens een concert zakt Jasper in elkaar. Hij ziet zijn lichaam vanaf een meter hoogte op het podium liggen, en denkt: ‘Dus het is echt waar dat je langzaam omhoog zweeft.’ Dan wordt hij met een onweerstaanbare snelheid weggevoerd. “Naar een hoog, steil duin dat verderop eindigt in een hoge heuvelkam. De wind en het zand zorgen voor de enige geluiden. Achter hem is alles blanco, en hoe scherper je kijkt hoe meer alles blanco is. Bleke lichtjes glijden op knie- of heuphoogte langs Jasper heen, in de richting van de duinkam. Een hele menigte. De wind duwt Jasper als tuimelkruid de helling op, zoals hij vast en zeker ook de bleke lichtjes omhoog blaast. Hij probeert er eentje te vangen, maar het gaat dwars door zijn hand heen. Zielen? Jasper bekijkt zijn hand. Slechts mijn herinnering aan mijn hand. Misschien zien al die bleke lichtjes zichzelf wel als een persoon. De hoge kam is nu vlakbij en komt met elke stap dichterbij. De hemel – als het tenminste de hemel is – wordt al schemerdonker. Even later – als het tenminste ‘even later’ is – staat Jasper op de hoge duinkam en kijkt de schemering in. De Schemering. De duinen lopen af naar een zee van leegte. Die lijkt zeven of acht kilometer verderop te liggen, maar Jasper betwijfelt of afstanden hier op dezelfde manier werken. De bleke lichtjes volgende contouren van de duinen, met verschillende snelheden en op verschillende hoogten, omlaag naar de zee. De ziel van Jasper de Zoet stapt van de hoge kam af…

Iemand beveelt: Terug. De ziel van Jasper de Zoet stopt op het laatste moment. De aflandige wind duwt tegen zijn ziel, harder nu. De ziel verzet zich. Er ontstaat getouwtrek…” Jasper wordt teruggeslingerd in zijn lichaam. Kan zich niet bewegen. Hij herinnert zich de duinen. De Schemering. Ik was bezig dood te gaan.

Wat goed dit! Die hoge duinkam, zielen op weg naar een zee van leegte. Het doet me een beetje denken aan Bring Up the Bodies (2012), waarin Hilary Mantel de hoofdpersoon Thomas Cromwell laat mijmeren over het vagevuur, “die wachtkamer van God waar elk uur duizend jaar duurt”. Wat gebeurt er met de zielen als dit ‘web’ wordt verbroken? “Tuimelen ze dan in een ijskoud niets, vallen ze elk jaar verder weg in de leemte, totdat alle sporen zijn uitgewist?” 

 
 
David Mitchell
Utopia Avenue
Vertaling: H. Damsma en N. Miedema
Meulenhoff, 2020

vrijdag 19 januari 2024

Samsara, film van Lois Patiño

Vorige week las ik in The Guardian een artikel over een opmerkelijke film die ik graag eens zou willen zien (en beleven): Samsara, van de Spaanse regisseur Lois Patiño (40). Twee verhalende delen, die gescheiden worden door een bijzonder tussenstuk, waarin de kijker 15 minuten de ogen gesloten moet houden! In dit drieluik spelen sterven, hiernamaals en Tibetaans Dodenboek een belangrijke rol. De titel Samsara verwijst naar de boeddhistische opvattingen over de cyclus van leven, dood en wedergeboorte.
 
Bron afb.: still
 
Het eerste deel van de film speelt zich af in het noorden van Laos, in Luang Prabang. Er zijn mooie natuuropnamen van bossen en watervallen, waar een jongeman wandelt met vrienden, monniken uit een van de boeddhistische kloosters in de stad. Hij bezoekt er ook Mon, een wat oudere zieke vrouw, en leest haar dan passages voor uit het Bardo Thödol (Tibetaans Dodenboek). Deze tekst beschrijft de overgangsfasen tussen overlijden en wedergeboorte, en gidst de doden door het hiernamaals. Het is de bedoeling dat het lezen hardop gebeurd (dat vind ik grappig, als je weet dat deze jongen ooit rapper wil worden).

Als Mon afscheid neemt en sterft (zij hoopt te reïncarneren als een dier), begint de onderbreking van 15 minuten, de ‘kijkers’ sluiten nu de ogen, en reizen met haar mee door het hiernamaals. De indrukwekkende transitie wordt niet bekeken, maar doorvoeld. Een wervelwind van geluiden, kleuren en flitsen wordt losgelaten op de zintuigen. Het is de interpretatie van geluidskunstenaar Xabier Erkizia van de beschrijvingen in het Bardo Thödol. Gevolgd door geluiden van over de hele wereld, door Erkizia opgenomen gedurende zijn carrière. Een meisje in Zwitserland praat met haar grootvader, een vrouw die kookt in Timor, het symboliseert plaatsen waar Mons ziel in de verleiding komt te reïncarneren. Deze sectie is “vol van kleine geheimen”, vertelt Patiño.

In het derde deel zijn we ineens in een heel ander werelddeel, bij een islamitische familie op het eiland Zanzibar. Daar wordt een geitje geboren. Het zou niet mijn eerste keuze zijn geweest.

 
Regisseur Lois Patiño (40) had al twee jaar een sluimerend idee van een film ‘om te kijken met je ogen dicht’, toen hij het Bardo Thödol tegenkwam. Dat wekte zijn interesse in hoe verschillende culturen zich het hiernamaals voorstellen, en hoe zij zich verhouden tot de dood. Scènes voor gesloten ogen koppelen met een verhaal over het hiernamaals voelde nu als de perfecte match. De film is een mix van documentaire en fictie, had een laag budget en een kleine crew (3). Er werden voornamelijk locals ingezet. Mensen met een eigen verhaal, op de rand van een belangrijke verandering. Patiño hoopt met zijn film te laten zien dat er altijd wat te kiezen valt, dat je op verschillende manieren kunt leven, maar dat het vooral jouw keuze moet zijn. En dat sluit mooi aan bij het Bardo Thödol, denk ik dan. Dat staat ook bol van veranderingen en keuzes.
 
Samsara ging in oktober vorig jaar in première, en draait eind januari in de (Engelse) bioscopen.
 
 
 
 
Voornaamste bron:
Rebecca Liu
The Guardian, 9 januari 2024