Posts tonen met het label zien. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zien. Alle posts tonen

woensdag 22 juli 2026

Creëren van Realiteit

Liquid Days (3 van 4)

(vervolg van vorige blogpost)

QBism lijkt op enactivism. Deze revolutionaire filosofie van de geest stelt dat levende wezens (mensen, maar ook walvissen, planten of bacteriën) enorm verstrengeld zijn met de werelden die ze waarnemen. Voor een enactivist zijn er geen reeds bestaande omgevingen aan de ene kant, of op zichzelf staande organismen aan de andere kant, maar komen beide op uit het dynamische proces van waarneming en gewaarwording zélf.

De “innerlijke werkmodellen” (predictive coding) worden hier meer beschouwd als een soort handleiding voor het ondernemen van actie. En onze waarnemingen zijn geen voorstellingen of hallucinaties, maar onlosmakelijk verbonden met de realiteit zelf. En dat geldt voor de percepties van alle levende wezens. Een enactivistische filosoof beschreef het bestaan als “een steeds veranderend moment van de schepping”, waarin wij allemaal zowel onszelf als onze werelden vorm geven.

Zowel QBism als enactivism beloven een levende open kosmos, gebaseerd op vrijheid en vernieuwing. Maar, als er dus geen solide landschap ‘daarbuiten’ is, wat verbindt dan alle perspectieven? Want dit lijkt toch op ‘leven in je eigen bubble’, met de realiteit allemaal in onze hoofden? Nee, zegt QBism, niets is in steen gebeiteld (zelfs niet het zogenaamde ‘verleden’) totdat je een actie kiest.

Maar, één ding geldt voor iedereen: kwantum waarschijnlijkheden zijn allemaal met elkaar verbonden en absoluut niet ‘freewheeling’. Als je de ene overtuiging een duwtje geeft, dan moet je een andere ergens anders aanpassen. De details liggen voor het grijpen, maar er zijn wel beperkende grenzen voor de onderliggende structuur van wat je kunt ervaren. (Ook al kunnen we onszelf niet uit ‘het plaatje’ weglaten.) Dit is ook de reden dat Fuchs (team QBism) krachtig ontkent dat ‘de realiteit allemaal in onze hoofden (minds) zit’. Alles wat op welk willekeurig moment dan ook bestaat, omvat niet alleen de in elkaar grijpende overtuigingen en vooruitzichten, maar ook het statistische kader dat ze allemaal met elkaar verbindt. Dit pluriversum is een heel ander soort ‘uitwendige realiteit’, want het bestaat uit andere perspectieven waar we alleen maar (toevallig) tegenop kunnen lopen.

We kunnen elkaar beïnvloeden, of verrast of gedwarsboomd worden door gebeurtenissen, maar we kunnen de waarneming van iemand anders nooit echt begrijpen, of hen dwingen om dingen op een bepaalde manier te zien, of zeker weten wat ze straks zullen gaan doen. Mensen ervaren letterlijk verschillende werelden, zeggen de enactivisten, maar we kunnen wel delen. We banen ons allemaal een eigen pad binnen een evoluerend ‘netwerk’ van mogelijkheden, maar als we samenwerken en communiceren kunnen we onze perspectieven dichterbij elkaar brengen. En door dit proces kunnen we gedeelde realiteit opbouwen, bijvoorbeeld culturele mythen en verhalen, of de wereld van de fysica.

Volgens de enactivisten zijn mensen niet de enige levende wezens die zich bezig houden met voorspellen en handelen en het vormgeven van hun eigen werelden. Ook walvissen, planten, bacteriën en alle andere levensvormen nemen deel aan het creëren van realiteit. Onderzoekers hebben ontdekt dat zelfs eenvoudige netwerken van biomoleculen een zekere mate van keuzevrijheid lijken te vertonen, die naar hun eigen doelen streven. Fuchs zegt dat hij zijn onderzoek gaat uitbreiden en daar niet alleen menselijke metingen bij wil betrekken, om op die manier beter te begrijpen wat het voor onze ervaringen betekent om een deeltje van ‘de wereld’ te vormen (en te zijn).

Wordt vervolgd. 

 
 
bron:
Jo Marchant
New Scientist
21 maart 2026

zondag 19 juli 2026

Pluriversum als Jazz improv

Liquid Days (2 van 4)

(vervolg van vorige blogpost)

Fuchs en collega’s bekeken de zaken vanuit een First-person standpunt,  met een methode om de wereld van binnenuit te begrijpen. In plaats van uitspraken te doen over ‘hoe de dingen zijn’ werk je je voorspellingen voor toekomstige gebeurtenissen voortdurend bij op basis van wat je hebt meegemaakt in het verleden. Waarschijnlijkheden (in de kwantumfysica) zijn dan een optelsom van wat iemand weet, en hebben geen betrekking op iets buiten ons. Hoe het ‘verder’ gaat is voor ieder individu verschillend. Iemand anders met zijn/haar patroon van ervaringen en overtuigingen zou tot heel andere conclusies kunnen komen. Kwantumfysica als een gids voor persoonlijke ervaring, en niet voor objectieve realiteit. Onze keuzes en acties geven vorm aan wat er gebeurt, en de vragen die we stellen bepalen wat voor ons persoonlijk ‘waar’ is.

En eigenlijk komen neurowetenschappers nu tot vergelijkbare conclusies over hoe we onze omgeving in het algemeen waarnemen. Er is meer bewijs dat we de buitenwereld niet rechtstreeks ervaren, maar als persoonlijk en voortdurend bijgewerkt model, of voorspelling. Dit wordt “predictive coding” genoemd. Als er nieuwe zintuiglijke info binnenkomt actualiseert het brein wat het over de wereld gelooft. De dingen (voorwerpen) die we waarnemen zijn de “beste gissingen” van de hersenen, afhankelijk van onze persoonlijke geschiedenis en overtuigingen. Daarom zullen we de dingen nooit zien zoals ze “echt” zijn. Het is een gepimpte benadering van ervaring, geen objectief venster op het universum daarbuiten.

Maar er is wel een belangrijk verschil. Die neurowetenschappers en ook de meeste natuurkundigen hebben de neiging om aan te nemen dat er (ondanks de verschillen in kijk op wereld) nog steeds een ‘solide echt landschap’ is dat onze perceptie te boven gaat. De ingeschatte modellen van de wereld in ons hoofd (onze bewuste ervaring) zijn ook maar een “gecontroleerde hallucinatie”. We leven in wezen nog steeds in een illusie, niet in staat om de echte wereld te bereiken.

Maar stel, er is geen solide landschap ‘daarbuiten’, dan verandert dat de betekenis van predictive coding volledig. Er is geen transcendente waarheid, zegt Fuchs. Niets bestaat vanuit een ‘Gods-eye’ perspectief, het maakt niet uit op welke individuele manieren we kijken. Daarom zou je, in plaats van onze persoonlijke werelden te behandelen als hallucinaties of modellen van de fysieke wereld, onze ervaringen ook eens kunnen bekijken als componenten van een ander soort realiteit, met eigen oorzakelijke krachten.

Waar Wheeler een universum zag ‘gemaakt van informatie’, praat Fuchs in termen van acties en gevolgen. Als je de actie niet onderneemt heb je een ander universum dan wanneer je dat wel zou doen, zegt hij. En dan hangt het ook nog af van welke soort actie je onderneemt. Dit is het Pluriverse, een dynamische “tapestry” van “interacting perspectives” dat Fuchs beschrijft als een “living community of NOWs”. Een pluriversum dat niet is samengesteld uit afzonderlijke dingen die al bestaan, maar uit patronen van ervaringen, die continu tot stand komen door keuzes en acties. Het omvat alle kenmerken van onze persoonlijke werelden die van invloed zijn op wat we waarnemen en hoe we handelen. Bijvoorbeeld alles op het gebied van de natuurkunde, maar ook elke onlogische geloofsovertuiging of eenmalig ervaring. In het artikel worden hier zeer uiteenlopende voorbeelden genoemd, zoals “clicking particle detectors” en monsters onder het bed en krakende herfstbladeren.

Niet bepaald Einsteins relativiteitstheorie. Vergelijk het pluriversum maar met een jazz improvisatie of een jungle of een uitbundige menigte die los gaat. Het is een onhandelbaar, steeds veranderend, zich continu ontwikkelend samenwerkingsproject zonder masterplan maar met de vrijheid zijn eigen toekomst te vormen. Het is constante schepping, zegt Fuchs, “nature is being hammered out, as we speak”.

Wordt vervolgd.

 
 
bron:
Jo Marchant
New Scientist
21 maart 2026

vrijdag 17 juli 2026

A Living Community of NOWs

Liquid Days (1 van 4)

Eigenlijk wil ik de Grondregels… van Nagarjuna weer eens op pakken, maar een artikel in de Engelse New Scientist van maart jl. is te mooi om hier geen voorrang te krijgen. En het stuk sluit ook nog prima aan bij onderwerpen als oorzaak en gevolg en leegte.

In een van de vorige blogposts verbeeldde ik me een onmetelijk pointillistisch schilderij, een oneindige oceaan van ruimte, gevuld met losse stippen vlak naast elkaar, die samensmelten in het oog van de kijker. Een illusie van ontelbare kleine elementen, dharma’s. Het artikel In the eyes of the beholder van Jo Marchant suggereert iets soortgelijks, namelijk een dynamische tapestry, hier een aan elkaar genaaide kosmos van in elkaar grijpende perspectieven en ervaringen, een “living community of NOWs”!

Marchant wordt gefascineerd door de vraag wat NU, het heden, eigenlijk is. Het is alles, zegt ze, en het enige dat je ooit kunt ervaren of weten. Zelfs je herinneringen en plannen kun je NU pas ervaren. En toch is het gebruikelijke standpunt in de natuurkunde dat NU niet eens bestaat. In Einsteins relativiteitstheorie zijn alle tijdspunten gelijk. Elke gebeurtenis kan al worden gedaan of nog plaatsvinden, vanuit verschillende gezichtspunten. Er is geen ‘kosmische ontplooiing’ waardoor de werkelijkheid tot stand komt. Dat geeft wel een probleem: als NU een illusie zou zijn, kunnen we op dat moment niet ingrijpen om de toekomst te beïnvloeden, omdat alle gebeurtenissen en tijden al bestaan. Alles ligt al vast.

Vervolgens komt Marchant met een klassiek gedachten experiment (jaren 70) van natuurkundige John Wheeler, met een soort omkering van de normale volgorde van de tijd, waarbij onze keuzes niet alleen het heden beïnvloeden, maar ook het verleden. Voor Wheeler was de les van de kwantum mechanica dat onze realiteit niet los van ons bestaat. We kunnen een deeltje niet ‘vastpinnen’ totdat we er naar kijken, want het gaat hier niet om definitieve dingen, maar om potentieel. Door de vraag te kiezen, bepalen we wat voor soort antwoord we krijgen. Dus, zegt Wheeler, als een fenomeen niet bestaat totdat we het bekijken en beoordelen, dan moet wat aan ons verschijnt niet alleen het heden zijn, maar ook het verleden.

Ons hele universum, dichtbij en ver, verleden en toekomst, wordt NU, van moment tot moment en voortdurend tot stand gebracht door de antwoorden op vragen die we stellen. Als we andere vragen zouden stellen, of in een andere volgorde, zouden we een ander resultaat krijgen. De deeltjes die we waarnemen zijn afgeleid van ‘informatie’ die wijzelf helpen creëren. “Informatie als een nieuwe vloeistof in de wereld”.

Hoewel deze nieuwe richting dadelijk een grote vlucht nam, was Christopher Fuchs (een voormalig student van Wheeler) niet tevreden. Hij vond namelijk dat het belangrijkste punt van Wheeler hier gemist werd: dat er geen antwoord is totdat we de vraag stellen. Fuchs had zo zijn eigen interpretatie van kwantumfysica: QBism. Hij vroeg zich af wat het voor de realiteit betekent als je zegt dat het resultaat van een meting onlosmakelijk verbonden is met de meting zelf?

Wordt vervolgd.

 
 
bron:
Jo Marchant
New Scientist
21 maart 2026

zaterdag 4 juli 2020

De blik op oneindig

De hemel van… kardinaal Eijk

(De hemel van… Afl. 13)

Kardinaal Wim Eijk (67) is aartsbisschop van Utrecht en staat aan het hoofd van de Rooms-katholieke kerk in Nederland. In december 2019 werd hij geïnterviewd door Bob Wegkamp van katholiekleven.nl voor de podcast Bob wordt heilig. Het onderwerp was hemel en hel.

Wim Eijk heeft een tot nu toe glansrijke kerkelijke carrière gehad, maar dat was niet vanzelfsprekend. Zijn eerste levensjaren waren a-religieus, zijn ouders hadden een ‘gemengd huwelijk’ en Wim was niet gedoopt. Dat werd er rond zijn zesde alsnog door moeder Eijk doorgedrukt, zodat Wim naar de katholieke basisschool kon gaan, die vlakbij was. Het was gelijk zijn eerste kennismaking met geloofszaken. Eijk zegt veel te danken te hebben aan die school en vooral aan zijn eerste juf, die diepgelovig was en de vlam aan hem wist over te dragen. Hij kreeg hier ook een ‘ouderwets’ gedegen en volledige catechese, dus inclusief vagevuur, hemel en hel. Hij heeft dit alles van meet af aan geloofd en dit geloof nooit meer verloren. Na zijn studie geneeskunde ging Wim alsnog een priesteropleiding doen

Door juf en heilige geest was er dus een verlangen naar God in zijn hart geplant. In feite verlangen alle mensen naar God, maar dat hebben ze vaak niet in de gaten omdat er te veel afleiding is door wereldse zaken en verkeerde ambities. Je moet dan ook je oog gericht houden op de eeuwigheid waar je voor bestaat. Focus daarop en je kunt je leven lang tegenstand overwinnen. Priester en bisschop zijn was ook niet altijd makkelijk. De gedachte aan eeuwigheid werkte dan relativerend. Het leven is tenslotte maar een kort stukje nu. Dat is een genadegave van God.

Verlangen naar God is hetzelfde als verlangen naar de hemel, want hemel is een ander woord voor God. De hemel is niet een plaats, maar een ‘staat’ waarin de ziel verkeert. Op het moment dat wij sterven voltrekt zich de scheiding van ziel en lichaam. Het lichaam blijft achter in afwachting van de eeuwige verrijzenis, maar de ziel gaat direct naar God. Op dat moment vindt het oordeel over jouw persoonlijk leven plaats. Dat kan betekenen dat je direct al deel krijgt aan de hemelse zaligheid. Die bestaat uit niets anders dan het zien van God, van aangezicht tot aangezicht, in afwachting van de eeuwige verrijzenis. Je staat als het ware tegenover God en je kijkt in zijn liefdevolle ogen. Veel mensen vragen zich af hoe je je dat moet voorstellen. Wij weten alleen wat daarover geopenbaard is, en dat is eigenlijk niet uit te leggen. Maar de katholieke gedachte is dat als je helemaal zuiver bent, en de menselijke deugden van geloof, hoop en liefde en de zeven gaven van de heilige geest in je hebt laten doorwerken, en Christus helemaal nagevolgd, dat je dán kunt klaarstaan om direct toegelaten te worden tot de eeuwige aanschouwing van God. Je diepste geluk en vervulling van je verlangen.

Iedereen kent de afbeeldingen van de hel, met vuur en vlammen (juist op dit moment hoor je in de podcast een klap onweer op de achtergrond), maar het is ook een staat waarin de ziel verkeert. Het schrikt mensen af, er wordt niet over gepraat. Maar dat moet je juist wel doen, benadrukt Eijk. Je moet ze behoeden, want de hel bestaat. De mens is een vrij wezen en God dwingt je niet om eeuwig bij hem te zijn. Dat is jouw keuze. Je kunt ook voor een verwijdering kiezen. Als jij een leven leidt dat in strijd is met Gods geboden, bouw je ook een bepaald moreel karakter op. En dan is het de vraag of je in Gods liefdevolle ogen kunt kijken, of je dat kunt volhouden. Heb je bijvoorbeeld altijd egoïstisch geleefd, dan merk je dat het niet matcht.

Dan zijn er ook nog mensen die Jezus wel willen volgen, maar op een bepaald punt hebben gefaald. Ze hebben nog wel gebiecht voor ze stierven, maar kunnen het toch bij God nog niet aan. Zij gaan dan naar het vagevuur. Dat is een tijdelijke staat waarin de ziel verkeert, een vorm van uitzuivering, een soort boete om zo ver te groeien in liefde tot God, dat je hem uiteindelijk in de ogen kan kijken. Gods barmhartigheid strekt zich zo ver uit dat hij zelfs nog een aanbod hiervan heeft na de dood.
 
De denkbeelden van kardinaal Eijk zijn soms vergelijkbaar met de tekst van het Bardo Thödol. ‘De hemel is niet een plaats, maar een staat van de ziel’: de bardo is ook meer een proces in je bewustzijn dan een plek. En de zes bestaanswerelden zijn ook ervaringsniveaus. Dat ‘egoïsme fout is’: hoe verder je verwijderd raakt van de Werkelijkheid (de eenheid), hoe meer je met de dualiteit geconfronteerd wordt. En vooral: terugdeinzen voor God (het primaire heldere licht) is in feite een veroordeling van jezelf. Het is te fel voor jou, je kunt het ‘niet in de ogen kijken’. Je kunt er niet in opgaan en een worden met God.



Link:
De podcast van Bob Wegkamp vind je HIER.

zaterdag 10 augustus 2019

Don Juan vindt het Tibetaans Dodenboek onzin

Carlos Castaneda (1925-1998) was een (Zuid-)Amerikaanse schrijver en antropoloog die in de jaren 70 in een viertal boeken verslag deed over zijn leerjaren bij de Mexicaanse sjamaan don Juan (Matus), een Yaqui Indiaan. Castaneda werd ingewijd in magische rituelen om de “niet-gewone werkelijkheid” te beheersen. Daarbij werden hallucinogene drugs gebruikt, zoals peyotl en bepaalde paddenstoelen. Het is dus de vraag in hoeverre zijn waarneming van eventuele bovennatuurlijke verschijnselen is verkleurd door drugs. Castaneda’s boeken bereikten een soort cultstatus, maar later waren er ook twijfels over het waarheidsgehalte ervan, en zelfs of don Juan ooit bestaan heeft.

Castaneda
 
In een van zijn vele gesprekken met de sjamaan probeert Castaneda diens opvattingen over de dood te leren kennen. Hij leest hem delen uit het Tibetaans Dodenboek (Bardo Thödol) voor. Don Juan kent deze teksten niet, maar schijnt zeer geïnteresseerd, ook al vindt hij het onzin en begrijpt hij niet waarom de Tibetanen over de dood spreken alsof dit net zoiets was als het leven. Hij denkt niet dat de Tibetanen zien, want wanneer een man leert zien, is geen enkel ding dat hij kent van overwegend belang. Indien de Tibetanen konden zien zouden ze meteen door hebben dat geen enkel ding nog hetzelfde is. Zodra we zien, is er niets bekend; niets blijft zoals we het steeds gekend hebben toen we nog niet zagen.

Als Castaneda suggereert dat de Tibetanen misschien op een andere manier zien, beaamt don Juan dat zien niet hetzelfde is voor iedereen. Maar dat betekent nog niet dat de betekenissen van het leven van overwegend belang zijn. Wanneer men leert zien, blijft geen enkel ding hetzelfde. En de dood is niet iets als om het even wat. Daarom denkt don Juan dat het iets anders moet zijn waarover de Tibetanen praten, in elk geval niet over de dood. Misschien zien de Tibetanen werkelijk, en in dat geval moeten zij er zich rekenschap van gegeven hebben dat hetgeen zij zien nergens op slaat, en hebben zij al die onzin opgeschreven omdat het voor hen geen verschil uitmaakt. En in dit geval is hetgeen zij schreven helemáál geen onzin.



Bron:
Carlos Castaneda
Een aparte werkelijkheid
De Bezige Bij, 1991, zevende druk