Posts tonen met het label terma. Alle posts tonen
Posts tonen met het label terma. Alle posts tonen

maandag 15 mei 2023

Van Karma Lingpa naar Evans-Wentz (2)

Tibet was altijd een moeilijk en ontoegankelijk land voor reizigers. Onherbergzaam gebied, de grenzen gesloten, en vreemdelingen geweerd. Dat veranderde toen de Britten er in 1903 binnenvielen, en er in slaagden handelsmissies in Gyantse en twee andere steden (niet Lhasa) te vestigen. Britse officieren reisden nu heen en weer tussen de kolonie India en Tibet. Een van hen, Major W.L. Campbell, kocht in 1919 in Gyantse een bijzonder souvenir. Het was een set blockprints van Tibetaanse uitvaartteksten, dik en zwaar en stevig gebonden. Campbell nam ze mee naar India, maar verkocht de set al weer snel door aan een Amerikaan die op een soort spirituele vakantie in Azië was, en net aangekomen in Darjeeling. Deze Amerikaan, W.Y. Evans-Wentz (1878-1965), was theosoof en een groot verzamelaar van teksten in talen die hij nooit had leren lezen. In dit geval waren dat delen van de Peaceful and Wrathful Deities: Natural Liberation through [Recognition of] Enlightened Intention door Karma Lingpa.

Walter Evans-Wentz (links) en Kazi Dawa-Samdup

Walter Evans-Wentz nam zijn aanwinst mee naar Gangtok (de hoofdstad van Sikkim) om de teksten te laten vertalen door Kazi Dawa-Samdup (1868-1922), die op dat moment leraar Engels was, en schoolhoofd van een jongensschool. In de loop van de daaropvolgende twee maanden ontmoetten de twee elkaar elke morgen voordat de schooldag begon. Maar Evans-Wentz vertrok al weer snel terug naar India, om yoga te beoefenen in een ashram in Puri. Daarna heeft hij Kazi Dawa-Samdup nog een keer in Gangtok in 1920 bezocht, kort voor diens benoeming tot Professor (Tibetaans) aan de Universiteit van Calcutta. De vertalingen die Kazi Dawa-Samdup voor Evans-Wentz maakte, verschenen uiteindelijk in drie boeken: het Tibetaans Dodenboek (1927), Tibetan Yoga and Secret Doctrines (1935) en The Tibetan Book of the Great Liberation (1954).

Het Tibetaans Dodenboek werd een bestseller. Sinds de eerste publicatie zijn er, volgens Donald Lopez, meer dan een miljoen van verkocht! Walter Evans-Wentz drukte dan wel zijn (Amerikaans-theosofische) stempel op de selectie en vertaling, maar was toch ook, op zijn manier, traditiegetrouw. Het Bardo Thödol immers is een schattekst, lang geleden geschreven en verstopt, bedoeld voor een toekomstige tijd. Het werd op het voorspelde moment teruggevonden, zes eeuwen later, waarna de geheimtaal door de ontdekker werd ontcijferd en vertaald op een manier die de tekst betekenisvol en toegankelijk maakte voor zijn tijd. En telkens opnieuw kwam de tekst tot leven op verschillende historische momenten. Voor de Engelstalige wereld was dat moment 1927, en Evans-Wentz was de man voor dat moment. Een schakel in een reeks. Lopez: “Tibetaanse ontdekkers hebben gebruikelijk ‘Ling’ als deel van hun naam, zoals in Karma Lingpa. Wat een toeval dat Evans Wentz’ middle name Yeeling was”.
 
 

Bron:
Donald S. Lopez, Jr.
The Tibetan Book of the Dead; A Biography 
Princeton University Press, 2011

maandag 1 mei 2023

Van Karma Lingpa naar Evans-Wentz (1)

Karma Lingpa vond zijn schatteksten in de veertiende eeuw, en W.Y. Evans-Wentz publiceerde een deel daarvan in 1927 als het Tibetaans Dodenboek. In de tussenliggende tijd werd de inhoud een paar keer aangepast. 
 
Dat begon waarschijnlijk al kort na Karma Lingpa’s dood, toen zijn vader en zijn zoon allerlei onvoltooide manuscripten aantroffen die iets te maken hadden met de Bardo Thödol teksten. Het lijkt erop dat Karma Lingpa’s zoon en diens leerling een centrale rol hebben gespeeld bij de vorming van dit werk. Het is moeilijk te bepalen welke delen te herleiden zijn naar Karma Lingpa zelf. Nieuw ontdekte terma’s werden in de veertiende eeuw volop gekopieerd, verspreid en geïmiteerd. Vaak met toevoeging van traditionele kennis uit andere teksten, zoals praktische handleidingen voor zielsverhuizing, mandalapatronen, visualisatiemethoden en meditatie instructies.

Het verhaal van Karma Lingpa’s vondsten wordt weer opgepikt in 1499 (ruim een eeuw na zijn overlijden) als de monnik Gyarawa een werk voltooid getiteld A Garland of Jewels. Gyarawa had de transmissie ontvangen van ene Nyida Özer, en die had hem weer van Karma Lingpa’s zoon. Gyarawa had als schrijver en editor al 25 werken over doodsrituelen op zijn naam staan, en ook deze verzameling teksten werd door hem geordend en herschikt tot een meer coherent ritueel systeem. Daarnaast gebruikte hij zijn positie als hooggeplaatste monnik om de rituelen te laten uitvoeren in belangrijke klooster-instituten in Zuid Tibet. Gyarawa speelde dus een cruciale rol in de geschiedenis van het Bardo Thödol. Waarschijnlijk is hij de (door Padmasambhava voorspelde) 'derde generatie afstammingshouder', die de cyclus breder zou gaan onderwijzen.
 

Maar in de zeventiende eeuw pas, krijgt het werk min of meer zijn huidige vorm, dankzij de inspanningen van Rigzin Nyima Drakpa (1647-1710). Deze tertön en Karma Lingpa specialist was goed gekwalificeerd om diens lessen door te geven. Rond 1680 (en misschien wel tot aan zijn dood) begon Rigzin Nyima Drakpa de verschillende transmissies te ordenen en te bewerken in een reeks van liturgieën en gebeden in 17 hoofdstukken, geschikt voor gebruik in een uitvaart ritueel. De afzonderlijke delen waren gekoppeld aan de drie standaardstadia (dood, tussenstaat en wedergeboorte). De titel was Liberation in the Intermediate State through Hearing, het Bardo Thödol. Het werk begint met aanwijzingen hoe je bevrijding kunt bereiken door het heldere licht te herkennen op het sterfmoment. Als die kans gemist wordt, verschijnen er visioenen van een mandala van 42 vredige godheden, gevolgd (op de veertiende dag) door een mandala van 58 toornige godheden. De overledene krijgt gebeden aangereikt om hulp te vragen aan boeddha’s en bodhisattva’s, en instructies voor navigatie door de bardo. Hij verwerft een mentaal lichaam, en drijft af naar een (zo gunstige mogelijke) volgende wedergeboorte.

Rigzin Nyima Drakpa schijnt een nogal controversieel figuur te zijn geweest, van wie beweerd wordt dat een van zijn voorgaande incarnaties de noodlottige partner van Karma Lingpa was. Hij was vaardig in zwarte kunsten, maar misschien heeft dat zijn aanzien juist vergroot (net als de populariteit van ‘zijn’ Bardo Thödol). Dat werd eerst in houtblokken gekerfd, en verscheen uiteindelijk eind achttiende eeuw in druk. Een lokale lama kon overigens voor uitvaart-rituelen kiezen uit een verscheidenheid van liturgiën. Het Bardo Thödol was er maar een van.
 
 

Bron:
Donald S. Lopez, Jr.
The Tibetan Book of the Dead; A Biography 
Princeton University Press, 2011

vrijdag 7 april 2023

Karma Lingpa’s schat (1)

In de achtste eeuw werd door Padmasambhava een groot aantal leringen verborgen, speciaal bedoeld voor later tijden. Een reeks teksten, later bekend als het Tibetaans Dodenboek, werd tijdens een periode van (spirituele) bloei in de veertiende eeuw ontdekt door Karma Lingpa. Een perfect moment voor het openbaren van duidelijke lessen over sterven en wedergeboorte aan een breed publiek in Tibet.
 
Er kon inmiddels geput worden uit grofweg drie bronnen: 1. de oorspronkelijke (Indiase) verzamelingen van de basis-tantra’s, 2. de Indiase commentaren daarop van grote ingewijden, en 3. de daarna ontstane Tibetaanse secondaire literatuur. De bardo was allang een begrip, en werd uitgebreid beschreven in de soetra-teksten en commentaren, vertaald uit het Sanskriet in de eerste vijf eeuwen van het Tibetaans boeddhisme. En methodes voor het doorkruisen van de tussenstaat, zoals die in de Grote Bevrijding door Horen in de Bardo worden onderwezen, waren ook al beschikbaar via de omvangrijke tantra-literatuur. Alle sekten ontwikkelden instructies en gebeden om bevrijding uit de bardo te bereiken, of ‘de baarmoederdeur te sluiten’ om wedergeboorte (in een ongunstig rijk) te voorkomen.
 
Volgens de overleveringen bevatte ook Karma Lingpa’s ontdekte schat dit soort lessen. Er was een serie speciale leringen, gericht op de ervaringen in de bardo’s, met zes soorten van bevrijding: door horen (Bardo Thödol), door dragen, door zien, door herinneren, door proeven, en door aanraken. Bevrijding betekent hier dat iedereen die in aanraking komt met deze leer (met een open geest of in twijfel, het maakt niet uit hoe) door de kracht van deze transmissie een plotselinge flits van verlichting zal ontvangen. Het onderricht werd samengesteld door Padmasambhava, in combinatie met de sadhana (spirituele oefening) van de mandala’s van 42 vredige en 58 toornige godheden. De beoefenaar van de zes bevrijdingsinstructies praktiseert de sadhana en bestudeert de teksten, en raakt op die manier volkomen vertrouwd met de mandala’s als deel van zijn eigen ervaring.
 
  

De Guhyagarbha Tantra (de “Tantra of the Secret Essence"; de "Secret Womb Tantra") is de belangrijkste tantra tekst van de Nyingma stroming, en heeft veel invloed gehad op de Dzogchen traditie. De tantra verwijst naar een bundel van negentien teksten in de Tibetaanse canon, waarin een mandala van 42 vredige godheden en een mandala van 58 toornige godheden beschreven worden. Volgens de Amerikaanse boeddholoog John Powers is de centrale les daarvan dat alle dingen zich spontaan manifesteren, inclusief mind en fundamentele wijsheid. Verder komen er in de “Secret Womb” teksten talrijke onderwerpen aan de orde, zoals recitatie mantra’s, het beheersen van de winden en druppels in energiekanalen, de zuivering van de vijf skandha’s, de eigenschappen en activiteiten van de boeddha’s, het visualiseren van de honderd godheden, gebeden om hulp en het maken van rituele amuletten en cakes. Daarnaast troost en allerhande praktische tips voor de dwalende overledene in de bardo. Lees vooral ook Robert Thurmans beschrijving in de volgende blogpost.
 
 

Voornaamste bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht, tweede druk 2006

Donald S. Lopez, Jr.
The Tibetan Book of the Dead; A Biography 
Princeton University Press, 2011

vrijdag 31 maart 2023

Het juiste moment

In de achtste eeuw werd door Padmasambhava een groot aantal leringen verborgen, speciaal bedoeld voor later tijden. Zijn voorspelling was dat deze schatten telkens precies op het juiste moment onthuld zouden worden. De verzameling teksten, later bekend als het Tibetaans Dodenboek, werd ontdekt door Karma Lingpa in de veertiende eeuw. Waarom juist toen? En wat waren dat voor teksten? 
 
Voor iedere stroming binnen het Tibetaans boeddhisme is de Indiase oorsprong bepalend voor de geloofwaardigheid. In de elfde eeuw claimden nieuwe sekten autoriteit en invloed door teksten uit India op te halen. De ‘oude’ tradities gingen niet op reis, maar ontdekten hun eigen gezaghebbende (Indiase) teksten, die verborgen waren in het Tibetaanse landschap. Sindsdien wordt er ‘gediscussieerd’ tussen oude en nieuwe sekten of deze teksten wel of niet ‘authentiek’ (Indiaas) zouden zijn, of mogelijk in de achtste en negende eeuw in Tibet zelf zijn ontstaan. Dit ligt heel gevoelig voor de (oude) Nyingma traditie. Daarnaast wordt ook wel betwist dat Padmasambhava en andere meesters uit de achtste eeuw alle teksten (waaronder het latere Tibetaanse Dodenboek) geschreven zouden kunnen hebben.
 
 
Toen Karma Lingpa teksten ontdekte in de veertiende eeuw, was de tijd rijp voor een schatontdekker om weer een nieuw juweel op te graven uit de nalatenschap van meester Padmasambhava. Er was sprake van een grote bloeiperiode in Tibet, vooral spiritueel, die werd gestimuleerd door het grote aantal bijzondere lama’s van de verschillende ordes. Daaronder allerlei geleerden, heiligen, wetenschappers en psychonaut-onderzoekers, van wie wordt aangenomen dat zij het vermogen van ‘helder sterven’ hadden bereikt. Ze hadden de yoga’s van het eindstadium beoefend in een leven van volledige concentratie op de verlichting, en waren geslaagd in (wat Robert Thurman zo bloemrijk noemt) ‘innerlijke ‘maanwandelingen’, zonne-‘foto’s’ en uiteindelijke helder-licht-‘foto’s’. Als ze overleden, behielden ze bewust hun vaardigheden en manifesteerden vaak wonderbaarlijke tekenen aan de achterblijvers. Ze gebruikten de gelegenheid van het sterven om van hun verworvenheid van de ‘Drie Lichamen’ te genieten en die te versterken. Bovendien kozen ze er bewust voor opnieuw vanuit het heldere licht te reïncarneren ergens in Tibet. Zo ontwikkelden ze leven na leven hun eigen verlichte vermogens.
 
 

Voornaamste bronnen: 
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa 
Het Tibetaans Dodenboek 
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman 
Het Tibetaanse Dodenboek 
Altamira-Becht, tweede druk 2006

Donald S. Lopez, Jr. 
The Tibetan Book of the Dead; A Biography  
Princeton University Press, 2011

zondag 12 maart 2023

Karma Lingpa

In de achtste eeuw verborg Padmasambhava in Tibet een groot aantal visionaire leringen (terma’s), die later door tertönen werden teruggevonden. De verzameling teksten van de Grote Bevrijding door Horen in de Bardo (het latere Tibetaans Dodenboek) werd in de veertiende eeuw ontdekt door Karma Lingpa in een grot in de Gampo Dar berg in Centraal-Tibet. Tertönen worden beschouwd als reïncarnaties van Padmasambhava’s eigen leerlingen, die hij persoonlijk tantrische initiatie had verleend. Karma Lingpa werd, zoals voorspeld door Padmasambhava, rond 1350 geboren bij de tertön Nyida Sangye. Toen Karma Lingpa vijftien was, wilde hij zelf ook schatontdekker worden. 

Donald Lopez vermeldt in zijn boek dat de gereïncarneerde leerlingen ‘the mind of clear light’ moesten manifesteren, op de manier zoals dat eeuwen daarvoor aan hun voorgaande incarnatie was uitgelegd door Padmasambhava. Dat was noodzakelijk om de schat te kunnen vinden. Het Heldere Licht manifesteert zich op het sterfmoment, maar ook gedurende een orgasme. Daarom wordt de onthulling van een schat vaak vooraf gegaan door het praktiseren van seksuele yoga met de (eveneens voorbestemde) partner. Helaas was er in het geval van Karma Lingpa iets fout gegaan. Hij had de verkeerde vrouw gekozen, bij wie hij een zoon kreeg. Volgens één verslag ging zijn vrouw er met zijn bediende vandoor, en is Karma Lingpa later door haar vergiftigd.

Een behoorlijke mismatch dus! Toch was Karma Lingpa (geassisteerd door zijn vader) twee keer succesvol met het vinden van schatteksten op de Gampo Dar berg. De eerste vondst was getiteld: Peaceful and Wrathful Deities: Natural Liberation through [recognition of] Enlightened Intention. De tweede: the Great Compassionate One, the Peaceful and Wrathful Lotus. Hoewel Karma Lingpa zelf tot de Nyingma-traditie behoorde, waren al zijn leerlingen van de Kagyü-traditie. Hij heeft de lessen van de tweede tekst met hen gedeeld, maar de leringen van de eerste tekst beperkt tot slechts één student. Sommigen beweren dat hij ook nog een ingedikte versie van yoga leringen uit de schatteksten heeft gemaakt, getiteld Instruction on the Six Bardos. 


Bronnen: 
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa 
Het Tibetaans Dodenboek 
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman 
Het Tibetaanse Dodenboek 
Altamira-Becht, tweede druk 2006

Donald S. Lopez, Jr. 
The Tibetan Book of the Dead; A Biography  
Princeton University Press, 2011

dinsdag 7 maart 2023

Tertönen

Aan het eind van de achtste eeuw heeft Padmasambhava op verschillende plaatsen in Tibet een groot aantal teksten verborgen. Dit waren visionaire leringen (waaronder het toekomstige Tibetaans Dodenboek) die de Tibetanen nodig zouden hebben op specifieke momenten in de toekomst. Padmasambhava droeg het vermogen om deze verborgen schatten (terma’s), terug te vinden over aan zijn 25 belangrijkste tantrische leerlingen. 
 

Na een lange periode van onderdrukking kwamen er tradities van ontdekkers van spirituele schatten op (tertönen), grote meesters die buitengewone, helderziende krachten hadden, waaronder het ‘röntgen-zien’. Ze werden vaak beschouwd als reïncarnaties van aspecten van Padmasambhava zelf of zijn leerlingen. De bardoteksten werden ontdekt door Karma Lingpa, een incarnatie van een van deze leerlingen. Er zijn allerlei verhalen over tertönen en hun vondsten van teksten in grotten, rotsen, bomen en ondergronds. Soms vonden ze zelfs schatten in hun eigen geest, die daar door hun meester in hun voorgaande levens waren verstopt en in de geheugencodes van hun spirituele genen waren verzegeld, om precies op het juiste moment te worden ontdekt. Deze traditie was in overeenstemming met een oude Indiase boeddhistische gewoonte voor grote ingewijden.

Een vaag verhaal? Misschien wel, maar Robert Thurman is daar soepel over: “Per slot van rekening gelooft men ook dat de gehele verzameling soetra- en tantra-teksten van het Mahayana in de vierde eeuw door de ingewijde Nagarjuna in het paleis van de koning der draken op de bodem van de Indische Oceaan werd ontdekt!” Volgens Thurman zijn er zowel in Tibet als in het Westen heel veel discussies geweest over de oorspronkelijkheid van de ‘schat-leringen. Maar voor ons zijn deze meningsverschillen niet erg belangrijk, vindt hij. “Want de beste manier om een tekst zoals de Grote Bevrijding door Horen in de Bardo te beoordelen is toch aan de hand van de inhoud en niet aan zijn uiterlijk. Als de inhoud ervan de hoofdstroom van het boeddhistisch onderricht tegenspreekt, als het onsamenhangend lijkt, als het onvoldoende onderbouwd lijkt en dergelijke, kan het als een grof verzinsel terzijde worden gelegd. Maar als de inhoud zich aan de spirituele traditie houdt, als het verstandig is geschreven, helder, betekenisvol en bruikbaar, dan dient het als een authentieke boeddhistische lering, een authentieke verhandeling van de boeddhistische wetenschap en een testament van boeddhistisch geloof te worden geaccepteerd. Als dat eenmaal is vastgesteld en de traditie verkondigt dat het door Padmasambhava zelf is geschreven, dan zouden wij dat ook wel kunnen accepteren”.
 
 

Bronnen: 
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa 
Het Tibetaans Dodenboek 
Servire, 1991

Sogyal Rinpoche 
Het Tibetaanse boek van leven en sterven 
Servire, vijfde druk 1996

Robert A.F. Thurman 
Het Tibetaanse Dodenboek 
Altamira-Becht, tweede druk 2006

vrijdag 3 maart 2023

Terma’s


Van Padmasambhava wordt gezegd dat hij duizenden gecodeerde teksten heeft geschreven of gedicteerd aan zijn partner Yeshe Tsogyal. Vooruitlopend op de grote vervolgingen in de negende eeuw, die veel van het vroege Tibetaanse boeddhisme zouden vernietigen, verstopte Padmasambhava talrijke teksten overal in Tibet, waaronder de Grote Bevrijding door Horen in de Bardo (het Tibetaans Dodenboek).
  
Het waren visionaire leringen, die de Tibetanen nodig zouden hebben op specifieke momenten in de toekomst. Vaak bevatten de teksten zelf een voorspelling. Bijvoorbeeld dat deugdzame daden in het komende ontaarde tijdperk alleen maar rancune zouden uitlokken. Monniken zouden hun belofte van celibaat breken, en het zou bergafwaarts gaan met de wereld door verdeeldheid en strijd. Een tijd vol onrust, waarin behoefte zou zijn aan speciale instructies om te voorkomen dat mensen zouden vervallen in een negatieve wedergeboorte als dier, geest of hellewezen. Dus ten behoeve van de bewuste wezens van die slechte periode had Padmasambhava alvast een cyclus van lessen voorbereid, die door hem verborgen werd in de Gampoheuvels in centraal Tibet. En ook heel veel andere teksten en heilige voorwerpen werden op deze manier begraven op verschillende plaatsen door heel Tibet. Ze werden terma’s genoemd, verborgen schatten. Veel van de meest invloedrijke instructies over de dood, bardo's en wedergeboorte behoren tot dit genre, inclusief het werk dat we nu kennen als het Tibetaans Dodenboek. De verstopte leringen werden telkens op het juiste moment, vaak in later eeuwen, opgespoord of ontdekt door tertönen.
 
  

Bronnen: 
Donald S. Lopez, Jr. 
The Tibetan Book of the Dead; A Biography  
Princeton University Press, 2011

Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa 
Het Tibetaans Dodenboek 
Servire, 1991

Sogyal Rinpoche 
Het Tibetaanse boek van leven en sterven 
Servire, vijfde druk 1996

Robert A.F. Thurman 
Het Tibetaanse Dodenboek 
Altamira-Becht, tweede druk 2006

zondag 26 februari 2023

Padmasambhava


De Grote Bevrijding door Horen in de Bardo (het Tibetaans Dodenboek) werd, volgens de teksten zelf, samengesteld door de grote ingewijde Padmasambhava en door hem aan zijn Tibetaanse partner Yeshe Tsogyal gedicteerd, waarschijnlijk tegen het eind van de achtste eeuw.
 
 
Padmasambhava (Goeroe Rinpoche) is een semi-legendarische figuur, met de daarbij horende mythische biografie. Toen de Boeddha overleed, voorspelde hij dat Padmasambhava daarna geboren zou worden om het onderricht van de tantra’s te verspreiden. Padmasambhava kwam in de 8ste eeuw van India naar Tibet, op verzoek van de koning van Tibet. Hij gaf diepzinnige lessen aan veel leerlingen, en hij was het die het boeddhisme in Tibet vestigde. Voor de Tibetanen belichaamt Padmasambhava een kosmisch, tijdloos principe. Hij is de universele meester, talloze malen verschenen aan de meesters van Tibet. Robert Thurman noemt Padmasambhava ‘zoiets als de Tibetaanse Superman’, en ‘de grote ingewijde der ingewijden, een emanatielichaam-boeddha die over de tussenstaat kan onderwijzen omdat hij er zelf in kan reizen zoals hij dat wil.’

Volgens zijn mythische biografie is Padmasambhava ontstaan uit de mond van de kosmische Boeddha Amitabha, en in de vorm van een meteoor met een regenboogstaart naar de aarde gevlogen en geland in het Dhanakosha-meer in Noordwest-India. Daar groeide later een juwelen lotus in het water, waaruit een stralend kind verscheen, dat door de koning van dat land werd geadopteerd. Na een leven dat eeuwen duurde en waarin hij onvoorstelbare wijsheid en vaardigheden verwierf, reisde hij naar Tibet om de wilde stamgoden van dat bergland te temmen. Hij schreef hier vele diepzinnige teksten die hij in afgesloten schatkisten verborg (terma’s) om door toekomstige generaties te laten vinden. Nadat hij Tibet had ‘getemd’ en er beschaving had gebracht, vertrok hij naar zijn eigen zuivere gebied en paradijs, waar hij volgens sommige Tibetanen nog altijd verblijft.

Donald Lopez houdt iets meer een slag om de arm. Volgens hem is het onduidelijk of Padmasambhava een historische figuur was. En zijn bijdrage aan de Tibetaanse cultuur zou dan (volgens recent onderzoek) meer met de introductie van bepaalde irrigatietechnieken te maken kunnen hebben. Maar om onduidelijke redenen onderging hij in de daaropvolgende eeuwen een verheerlijking, en transformeerde tot de Precious Guru, veruit de meest geweldige van de Indiase meesters die zich ooit in Tibet hebben vertoond.

Dus wie was Padmasambhava nu precies? Was hij echt een spirituele superman? Leeft hij nog? Wat betreft Robert Thurman hoeven we ons om dit soort vragen niet echt druk te maken, en kunnen we gewoon de teksten bestuderen en gebruiken. Natuurlijk zijn wij als moderne mensen minder geneigd te verwachten dat zulke dingen waar zijn, (hoewel de meesten van ons het stiekem nog steeds hopen natuurlijk.)
 
 

Bronnen: 
Robert A.F. Thurman 
Het Tibetaanse Dodenboek 
Altamira-Becht, tweede druk 2006

Sogyal Rinpoche 
Het Tibetaanse boek van leven en sterven 
Servire, vijfde druk 1996
 
Donald S. Lopez, Jr. 
The Tibetan Book of the Dead; A Biography  
Princeton University Press, 2011

zaterdag 25 februari 2023

Tibetaans Dodenboek, van termatekst naar bestseller


De eigenlijke naam van het Tibetaans Dodenboek is Bardo Tödrol Chenmo, wat de Grote Bevrijding door Horen in de Bardo betekent. Het bardo-onderricht is al heel oud, en maakt deel uit van de zogenaamde dzogchen-tantra’s. De Bardo Tödrol Chenmo zelf is weer onderdeel van een cyclus van leringen die door de meester Padmasambhava doorgegeven en in de veertiende eeuw door de Tibetaanse mysticus Karma Lingpa geopenbaard is. Hoe deze teksten uit de achtste eeuw uiteindelijk bij de theosofische geleerde W. Y. Evans-Wentz terechtkwamen, en voor het eerst in 1927 gepubliceerd werden als het Tibetaans Dodenboek,  kun je lezen in The Tibetan Book of the Dead; A Biography door Donald S. Lopez Jr.
 
 
In een korte reeks blogposts wil ik laten zien hoe dat gegaan is. De onderwerpen zijn onder andere terma’s, tertönen en Karma Lingpa. Morgen de eerste: Padmasambhava.

woensdag 11 januari 2023

The Tibetan Book of the Dead; A Biography

Het Tibetaans Dodenboek (ook: Bardo Thödol) is de meest bekende boeddhistische tekst in het Westen, sinds de eerste publicatie in het Engels in 1927 zijn er meer dan een miljoen exemplaren van verkocht. Donald S. Lopez Jr. (1952) is professor Buddhist and Tibetan Studies aan de universiteit van Michigan. Hij onderzocht oorsprong en geschiedenis van deze tekst en kwam tot de conclusie: “Het Tibetaans Dodenboek is niet echt Tibetaans, niet echt een boek en gaat niet echt over de dood”. 
 
In 2011 publiceerde Lopez bij de Princeton University Press The Tibetan Book of the Dead; A Biography. In deze korte, maar fascinerende wetenschappelijke studie voor een breed publiek, wordt in 185 bladzijden het vreemde verhaal verteld van de vertaling en transformatie van een verzameling relatief obscure Tibetaans boeddhistische teksten van onzekere afkomst, naar één enkel Engelstalig boek, dat uiteindelijk wereldwijd een tijdloze spirituele klassieker werd. De ‘biography’ door Donald Lopez is een must voor iedereen die geïnteresseerd is in het Tibetaans Dodenboek. Boeiend en informatief, en met de juiste dosering (mild) scepticisme.
 

De hoofdrolspeler in dit verhaal is Walter Evans-Wentz (1878-1965), een excentrieke geleerde en spiritueel zoeker uit Trenton, New Jersey. Hoewel hij nooit in Tibet was geweest, en de taal niet sprak of las, werd het Tibetaans Dodenboek door deze theosoof gecreëerd en benoemd. Donald Lopez laat zien dat het boek (daardoor) veel meer Amerikaans is dan Tibetaans, en dat het alleen vanuit dat perspectief op de juiste manier gelezen en begrepen kan worden. De eeuwige populariteit van het Tibetaans dodenboek zou niet alleen voortkomen uit de oorsprong (‘magisch en mysterieus Tibet’), maar ook uit de manier waarop Evans-Wentz de tekst vertaald heeft in de taal van een zeer Amerikaanse spiritualiteit. Naast een filosofische interesse in leven na de dood is er de traditie van de ‘gevonden’ tekst als een bewaarplaats voor oude wijsheid. Lopez beschrijft hier onder meer het visionaire begin van het mormonisme, en trekt interessante parallellen met de Tibetaanse teksten, die deel uitmaken van een traditie van verborgen en later teruggevonden geschriften. Evans-Wentz liet ze naar het Engels omzetten door de occultist Kazi Dawa-Samdup, en zocht daarna naar overeenkomsten met theosofische denkbeelden, om er zo de (voor hem) juiste draai aan te kunnen geven.

Een mooi voorbeeld van oude teksten die gebruikt worden om autoriteit te verschaffen aan opvattingen en religies. Is hier nu sprake van een demystificatie? Je zou kunnen bedenken dat Evans-Wentz hier elke willekeurige Oosterse tekst had kunnen kiezen, uit z’n context halen en er dan een vergelijkbaar verhaal van maken. Toch lijkt me dat niet helemaal eerlijk ten opzichte van deze ijverige theosoof. Het resultaat van zijn inspanningen zal niet per se (helemaal) onjuist zijn. De geschriften in kwestie zijn Tibetaans, en maakten oorspronkelijk deel uit van een verzameling van honderden stervensteksten, ooit verborgen voor latere openbaring. Er is dus materiaal genoeg voorhanden om te bestuderen en te vergelijken.

The Tibetan Book of the Dead; A Biography 
Donald S. Lopez, Jr. 
Princeton University Press, 2011

woensdag 16 december 2020

Bardo Thödol (slot)

Na de allerlaatste instructies voor de overledene die, in verband met zijn aanstaande wedergeboorte, een moederschoot moet uitkiezen, zijn we bij het slot van het Bardo Thödol (het Tibetaans Dodenboek) aangekomen. Deze schitterende tekst, die in het dagelijks leven (in feite ook een bardo) net zo prima van pas komt, zou je zelfs van achteren naar voren kunnen lezen! De boodschap van het Bardo Thödol is éénheid (boeddhaschap). Wie zichzelf bevrijdt van de dualiteit, laat vanuit dat bewustzijnsniveau ook de tweeheid bij anderen verdwijnen.

Het laatste stukje tekst is een kort nawoord, een soort flaptekst waarin het geschrift van harte wordt aanbevolen. Daarnaast wordt de leergierige leek aangemoedigd toch vooral meer lessen (die met het Bardo Thödol verband houden) toe te voegen en te lezen. Doe dat onafgebroken en leer de betekenis ervan uit het hoofd. En als je de voortekenen herkent, en weet dat jouw tijdstip van sterven komt, moet je (als dat nog lukt) dit onderricht hardop aan jezelf voorlezen en erover nadenken. Misschien kunnen vrienden het voor je doen. “Zonder twijfel zul je worden bevrijd”.

Voer alle instructies op de juiste wijze uit. De yogi met het hoogste inzicht zal de uitstoting van het bewustzijn realiseren op het sterfmoment. Hij hoeft dus niet door de bardo te dwalen. Onder dit level herkent slechts een ervaren enkeling de helderheid van de daaropvolgende bardo (van dharmata). Hij wordt een boeddha. Een minder ontwikkelde wordt op een of ander moment (wanneer de vredige en toornige projecties zich voordoen) bevrijd in overeenstemming met zijn karma en intellectuele aanleg. Er zijn heel veel stadia, en daar zit vast wel een passende voor hem bij. Degene met erg slecht karma komt er minder goed vanaf. Hij moet verder dwalen, neerwaarts naar de bardo van wording. Gelukkig krijgt hij nog vele malen uitleg, zodat hij op enig moment de situatie toch zal herkennen en bevrijding bereiken. Zelfs de minste onder de minderen, zoals de dieren, keren terug uit de lagere rijken door toevlucht te nemen. Zij kunnen een kostbaar menselijk lichaam verwerven, met alle mogelijkheden van dien. Bijvoorbeeld in hun volgende leven een heilige goeroe ontmoeten, die hen instructies geeft, waardoor ze bevrijd worden.

Het Bardo Thödol is een onovertroffen geschenk! Het biedt zelfs de grootste knoeier verlossende shortcuts op de lange weg naar verlichting. Wees dan wel positief! Beoefening is niet vereist, maar je moet luisteren en lezen, je laten overtuigen en bevrijden door de diepzinnige instructie. Deze leer leidt ook grote zondaren over het geheime pad. Onthoud de woorden en hun betekenis en je zult bevrijd worden in de bardo van het ogenblik van de dood, zelfs als je opgejaagd wordt door zeven honden. En zelfs de boeddha’s van verleden, heden en toekomst zouden niks beters kunnen vinden dan deze leer, als ze er naar zouden zoeken.

Want dit is “de bardo-instructie die mensen bevrijdt, het diepzinnige innerlijkste wezen, De Grote Bevrijding door Horen. Deze schat werd ontdekt door de siddha Karma Lingpa in de berg van Gampo-dar. Moge deze de dharma en alle voelende wezens ten goede komen.

Sarva Mangalam!”

 

Bronnen:  
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa  
Het Tibetaans Dodenboek  
Servire, 1991 
 
Robert A.F. Thurman 
Het Tibetaanse Dodenboek  
Altamira-Becht,  2006  
 
Ilse Dorren 
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek  
Mirananda, 1985