Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen

woensdag 12 augustus 2026

Troostdromen


In de Engelse New Scientist stond laatst een kort artikel van Alice Klein over geruststellende dromen, die vaak zouden voorkomen bij terminale patiënten. Prettige en levendige dromen en visioenen met overleden geliefden, wachtende familieleden, huisdieren en allerlei symbolen. Een bron van troost en opluchting voor de zieken die een spoedig levenseinde onder ogen moeten zien. Hun angst voor de dood vermindert en er zijn gevoelens van innerlijke vrede. Het helpt de mensen om de dood te accepteren, zeggen de onderzoekers van een recente (?) Italiaanse studie.

Deze intense dromen in een ongewisse periode lijken mij toch vooral veroorzaakt en gekleurd te worden door wat mensen doorgaans verwachten of hopen, wat betreft overgang en hiernamaals. In een eerdere blogpost zagen we al dat dit (net als bij bijna-doodervaringen) ook nog cultureel bepaald kan zijn. In India bijvoorbeeld zijn het vaker religieuze figuren die de ontvangst aan gene zijde voor hun rekening nemen. En misschien is het zelfs mogelijk dat in tijden van crisis de menselijke geest zelfbeschermend ingrijpt en verlammende doodsangst probeert te dempen met allerlei kalmerende kunstgrepen.

Toch is het niet zo dat al deze eind-van-het-leven dromen en visioenen kalm en vredig verlopen. Ongeveer tien procent is behoorlijk verontrustend. Eén van de ondervraagde patiënten kreeg te maken met een monster met haar moeders gezicht, dat haar meesleepte. Bij bijna-doodervaringen schijnt ongeveer 20 procent angstwekkend te zijn. Meer symbolisch zijn de dromen met deuren, trappen of licht. Een persoon beschrijft een barrevoetse klim naar een open deur gevuld met wit licht.

Alice Klein noemt in haar artikel ook nog een soortgelijk onderzoek van de Amerikaan Christopher Kerr, die al jaren met dit onderwerp bezig is en er regelmatig over publiceert. Hij zegt het vooral interessant te vinden dat het niet willekeurig is wie er naar je toekomt, maar dat het altijd de mensen zijn die echt van je hielden en je beschermden. Omgekeerd kan ook nog. Er is een voorbeeld van een vrouw van 70 met visioenen van haar doodgeboren eerste kind. Zij bewoog daarbij haar armen of ze een baby wiegde. Het verlies vond ze te moeilijk om over te praten, maar zijn bovennatuurlijke terugkeer bracht haar uiteindelijk troost.

De frequentie van de dromen en visioenen neemt toe naarmate de dood nadert want “dying is progressive sleep”, zegt Kerr. Sterven is een geleidelijk slaapproces. Met progressive sleep wordt hier een geleidelijk, dieper wordend slaap- of bewustzijnsverlagingproces bedoelt. Kernidee hierbij is dat mensen meestal niet sterven in een wakkere of helder bewuste toestand, maar geleidelijk wegglijden in diepe slaap en rust waarin het leven losgelaten wordt. Volgens Kerr worden de dromen levendiger en opvallender omdat de mensen voortdurend in en uit slaap zijn.

Het levenseinde heeft vaak een droevig en afschrikwekkend imago omdat er "diep ingebakken in onze overleving een instinctieve reactie op dreiging zit”. Dat de gedachte aan de dood ons kennelijk banger maakt dan de dood zelf, zagen we al in een eerdere blogpost. Maar de laatste weken van een terminale ziekte kunnen rijk zijn in liefde en betekenis, en mensen “komen onvermijdelijk tot iets van accepteren”, zegt Kerr. “Eén van de meest opvallende dingen is de afwezigheid van angst”. 

 

Bron:
Alice Klein
New Scientist
april 2026

vrijdag 19 juni 2026

Paradijs Van Het Grote Niets

De hemel van…  Frank Boeijen

(De hemel van… Afl.31)

Dit jaar verscheen Paradijs Van Het Grote Niets, een nieuw album van Frank Boeijen. Vier jaar mee bezig geweest, vertelt hij op zijn website, en veel materiaal niet gebruikt. Er is een terugkerend thema: ‘de vergankelijkheid’, want ja “uw zanger wordt ouder”, zegt Frank zelf. Volgend jaar zeventig, het verbaast hem, voelt zich nog ongemakkelijk de koorknaap in het kerkelijke priesterkoor. Hij wil gewoon doorgaan zolang het kan, maar toch “Wie weet... het laatste woord…”. Luister maar naar het album, zegt Frank, “beter wordt het niet”. En inderdaad, dit is waarschijnlijk het mooiste album uit de carrière van Frank Boeijen, inclusief de periode Frank Boeijen Groep. Erg goed!

Een album bedoeld als troost en verzachting, en dat is natuurlijk mooi meegenomen bij elke vorm van vergankelijkheid. En die komt hier breed aan bod: verdriet, verlies, oude vrienden, familie, naderend einde, dementie. Zoals altijd zijn de teksten van Frank hier redelijk toegankelijk, soms wat flarderig abstract en kun je er meerdere kanten mee op, afhankelijk van je stemming.

De mooiste song is zonder twijfel het titelnummer Paradijs van het grote niets. Lijkt mij erg persoonlijk, zelfs voor Frank Boeijen. Hij beschrijft een hiernamaals, een ideale plek, die hij ‘paradijs’ noemt, maar die van hem net zo goed ‘nirvana’ of ‘hemel’ mag heten. In de loop der jaren vertelde Frank in interviews niet in een hiernamaals te geloven. “Het kan gewoon niet waar zijn” en “je komt er toch nooit achter”. Maar misschien doet inmiddels zijn katholieke opvoeding zich toch nog, toch weer, gelden? Zijn uitvaartdienst, te zijner tijd, moet dan ook ‘gewoon’ in een kerk plaatsvinden (zonder muziek).

En hier deelt Frank dus zijn versie van de hemel. Waar hij misschien niet in gelooft, maar wel op hoopt? Hij verwacht dat we elkaar hier weer zullen terugzien, in dit rijk der doden, van onze geliefden. Althans the good guys, want er zijn alleen maar vredelievende begripvolle onbaatzuchtige mensen. Hier geen afkeer, afgunst, oordeel. En zeker geen typisch aardse ongemakken, hij geeft een opsomming: oorlog, macht, geld, tirannen, materie, geweld en dwang. Allemaal afwezig.

Het is het paradijs van mooie dingen. Waar het vrede is. De eeuwige rust van de aanwezigheid, afwezigheid, niet te zien, niet te horen. Waar alleen liefde telt. Waar iedereen mag zijn die hij wil zijn, de anderen (the bad guys) zijn ergens anders. De hel natuurlijk, het vagevuur, het “inferno der schaamtelozen en gewetenlozen”, Frank somt er de nadelen van op, eigenlijk alle zaken die in de hemel afwezig zijn. Want daar heerst genegenheid, vergeving en vrijheid. En vooral samenzijn in het grote niets onder elkaar, met die ene geliefde of dat speciale iemand. Vertrouwd en zacht wonen we in elkaars hart, voorbij het ondraaglijk verdriet, samen in het Paradijs van het grote niets.

We worden er herboren, zien door de ogen van een kind dat alles voor het eerst ziet, daar heerst bewondering, warme omarming, daar is geen einde want dat is al geweest. Liefde zonder einde in ons paradijs. Het is kortom, ondanks de titel, een behoorlijk christelijke aangelegenheid compleet met beloning en straf en weerzien, maar in dit geval zonder opperwezen en dergelijke. De katholieke invloeden zijn duidelijk aanwezig als Frank suggereert dat je er misschien zelfs een “goedgezinde geest” wordt (een beschermengel, een engelbewaarder) die het nieuwe kind de weg wijst onderweg naar die eindeloze liefde.
 

vrijdag 14 maart 2025

Met Jack op de Grand Staircase

De hemel van... Rose Dawson

(De hemel van... Afl. 28)

Vorige week zag ik (voor het eerst!) de film Titanic (1997). Die kent iedereen natuurlijk allang, dus ik doe hier niet moeilijk over spoilers. Aan het eind van de film gaat de stokoude hoofdpersoon dood, of slaapt en droomt, dat wordt aan de kijker overgelaten. Niet dat het veel verschilt, maar volgens mij overlijdt ze en belandt vervolgens in haar ideale hemel. Twee dingen vind ik daarbij opvallend, daarover straks meer.

Hoofdpersoon van de film is Rose Dawson, later Rose Calvert, maar in 1895 geboren als Rose DeWitt Bukater. In 1912 keert zij met de Titanic terug naar Amerika. Haar rijke maar onuitstaanbare verloofde is ook aan boord, en hij schenkt haar een extreem kostbaar juweel met een blauwe diamant ‘the Heart of the Ocean’, maar helaas is de romantiek ver te zoeken. Tijdens de reis worden Rose (gespeeld door Kate Winslet) en derde klasse passagier Jack Dawson, een arme jonge kunstenaar, verliefd op elkaar. Samen beleven ze van alles, zowel voor als tijdens de scheepsramp, die Rose wel overleeft maar Jack niet.

Als Rose uiteindelijk in New York arriveert, gaat ze verder onder de naam Dawson (Jacks achternaam). Zo ontwijkt ze waarschijnlijk ook haar ex verloofde en haar moeder. Haar verdere leven doet ze allerlei avontuurlijke dingen die ze Jack beloofd had te doen, en ze wordt actrice en een bekend society figuur. (Dit alles komt niet in de film voor.) Ene Mr. Calvert wordt genoemd als Rose Dawson’s echtgenoot. Daar weten we verder niets van, behalve dat hij overleden is. Als kijker kun je herleiden dat ze samen minstens twee kinderen hebben, en een kleindochter Lizzy Calvert. Rose heeft Mr. Calvert nooit verteld over Jack Dawson, op wie ze haar hele leven verliefd was. Maar het lijkt erop (gezien de foto’s en de manier waarop ze over hem spreekt) dat Rose ook van haar man Mr. Calvert hield, ze was met hem getrouwd tot zijn overlijden.

De film maakt een sprong naar 1996, 84 jaar na het zinken, als schatjagers op zoek gaan naar de beroemde blauwe diamant. Zonder succes. Rose Calvert meldt zich, en als 100 jarige surviver wordt ze op het onderzoeksschip uitgenodigd. (Deze oude Rose wordt gespeeld door Gloria Stuart, in 2010 overleden als 100 jarige.) Oude Rose vertelt haar verhaal aan de bemanning en haar kleindochter Lizzy. Als ze weer alleen is gooit ze het blauwe juweel (ja zij had hem al die tijd) in de oceaan en gaat naar bed voor de nacht. De camera glijdt langs een aantal uitgestalde fotolijstjes, als een soort samenvatting van haar leven. Rose ligt stil in bed. Ze keert terug, als geest of in een droom, naar de Titanic in de glorietijd. Gangen door, richting het A deck, linksaf en een steward opent uitnodigend de deur. Ze wordt verwacht. We zien de Grand Staircase, veel hout en glamour , waar ze ooit met Jack afsprak, en ook nu staat hij daar op haar te wachten. Rose heeft weer haar jeugdige verschijning, en de trap wordt omringt door mensen die omgekomen zijn en haar nu begroeten. Iedereen is er en ziet er mooi uit, glimlachjes en knikjes. Bovenaan de trap omhelzen Rose en Jack elkaar onder applaus.

Heel mooi allemaal, maar waar is Mr. Calvert? Rose beleeft een hereniging met Jack, haar grote liefde. En niet met de man met wie ze waarschijnlijk jarenlang getrouwd is geweest. Een gelukkig huwelijk, met kinderen en kleinkinderen. Veel mensen verwachten na hun dood een weerzien met familie en of geliefden. Dat kan dus ingewikkeld worden, althans naar aardse maatstaven. In de bijbel wordt een paar keer op dit vraagstuk ingegaan.

Welbeschouwd is dit natuurlijk niet de hemel, maar de hemel van Rose. Het is haar momentje op haar ideale plek. Zij heeft het gecreëerd, de anderen zijn niet meer dan figuranten. Wat te denken van die steward bijvoorbeeld? Gaat die nu echt na zijn dood nog eens tot in eeuwigheid de knecht uithangen? In de hemel van een ander? Die heeft natuurlijk zijn eigen hemel gecreëerd, net als de rest van de overledenen. “Wij zijn goden die rondlopen in onze eigen schepping.” 
 

donderdag 27 februari 2025

Als goden in hun schepping

Tony Parsons wordt vaak gelinkt aan de neo-advaita. Er zijn een paar boeken van hem in het Nederlands verschenen. Zijn boodschap in een korte flaptekst: “Er is geen ‘jij’ of ‘ik’, er is geen zoeker, geen verlichting en geen goeroe. Er is geen beter of slechter, er is geen pad en er valt niets te bereiken. Alles wat verschijnt is bron. Alles wat zich schijnbaar manifesteert – de wereld, het levensverhaal, de hypnotische droom van afgescheidenheid, de zoektocht naar huis – is het ene verschijnend als twee, het niets verschijnend als alles, het absolute verschijnend als het specifieke. Er is geen afgescheiden intelligentie die een bestemming weeft en er is nergens ook maar enige mogelijkheid om te kiezen. Er gebeurt helemaal niets, maar dit, zoals het is, nodigt de ogenschijnlijke zoeker uit om dat wat er al is opnieuw te ontdekken… de altijd aanwezige, onveroorzaakte, onveranderlijke onpersoonlijke stilte van waaruit onvoorwaardelijke liefde overvloeit en feestviert. Het is een wondermooi mysterie.”

De boeken zijn geschreven in dialoogvorm. Het zijn vragen uit de zaal en Parsons reacties daarop, tijdens spreekbeurten bijvoorbeeld in Amsterdam of  Berlijn.
Bijvoorbeeld deze: “Hoe komt het dat we allemaal betrokken zijn bij dezelfde droom?” In zijn antwoord zegt Parsons dat we niet dezelfde droom hebben, dat is het wonderbaarlijke, elke verschijningsvorm beschouwt ‘de muur’ als zijn unieke muur. Niemand anders in dit schijnbare bestaan ziet die muur zoals jij hem ziet. Die specifieke muur is jouw uitnodiging. Het is niet in woorden uit te leggen, meent Parsons. Wij zijn goden die rondlopen in onze eigen schepping, gelovend dat we afgescheiden mensen zijn. En als er een gevoel van afscheiding is, is er meteen ook tijdsbesef, een beweging ergens naar toe. Als je denkt dat wat je zoekt daar is, ontwijk je wat is. Je vermijdt het, want dit kan het toch zeker niet zijn? Alleen maar dit? Zo zit dat spel in elkaar.


Goden die hun eigen wereld scheppen dus. Onwillekeurig denk ik aan de overledene in de godenwereld, een van de zes bestaansrijken genoemd in het Bardo Thödol. Op het sterfmoment heeft hij de kans gehad de eenheid te herkennen, maar is daar op de een of andere manier niet in geslaagd. En nu is hij in de bardo van dharmata beland, waar de absolute energie van het heldere licht uiteenvalt en de dualiteit haar intrede doet. De zes bestaanwerelden zijn verschenen en de overledene heeft zich laten verlokken tot een wedergeboorte in de godenwereld. Niet geheel onprettig natuurlijk, maar toch weer gevangen in de kringloop van samsara.

Parsons metafoor, wij als goden in een eigen schepping, laat zien dat de valkuilen in leven en dood eigenlijk steeds dezelfde zijn. In plaats van in te zetten op het herkennen van de eenheid, creëren we onze eigen schijnwereld vol oppervlakkige afleiding. Uit gemakzucht, uit gewoonte, voor de gezelligheid. Maar vooral voor de illusie van veiligheid.

 
 
bron:
Tony Parsons
Niemand daar; Dialogen
Samsara Uitgeverij, 2004

zondag 13 augustus 2023

Te definitief

De hemel van… Judi Dench

(De hemel van… Afl.23)


Laatst zag ik de Britse actrice Judi Dench (1934) in gesprek met Louis Theroux. Het was een recent interview, in een gemoedelijke sfeer. Judi blijkt een quaker te zijn, Louis had dat ergens gelezen. Hij vraagt of ze ook bijeenkomsten bezoekt. Niet vaak genoeg, vindt Judi zelf. Als Louis zich afvraagt hoe quakers (oude Judi) het hiernamaals zien, doet ze nogal ontwijkend: “Dat moet je niet aan mij vragen.” Te melodramatisch, te naargeestig en te theologisch, zegt ze, en misschien wel te definitief. Hier is duidelijk een tere snaar geraakt. Ach, zegt Louis opbeurend, het is het hiernamaals. Misschien is het puur feesten en silent disco’s. Dat denk ik wel, antwoordt Judi met afgewende blik. En daarmee is dit interessante onderwerp afgeserveerd, en blijf ik met de vraag achter. Want hoe ziet het hiernamaals, en dan speciaal de hemel, van Judi Dench er uit? Op een aantal quaker websites zoek ik naar de antwoorden.

Dat valt nog niet mee, de quaker namelijk blijkt niet te bestaan. Het is een nogal bont gezelschap van eigenzinnige en praktische mensen, lijkt mij. En het gaat alle kanten op, van streng ascetisch tot radicaal vrijzinnig. Volgens Wikipedia zijn quakers een groep ondogmatische gelovigen, die zijn wortels vindt in de christelijke traditie. Het leven en de overgeleverde uitspraken van Jezus vormen een belangrijke inspiratiebron. Quakers geloven dat er iets van God in ieder mens is, wat door ieder mens ervaren kan worden.

Traditionele opvattingen over hemel en hel worden veelal afgewezen. Een algemene quakertheorie over het hiernamaals is er niet. Het is er wel of het is er niet, de meningen zijn verdeeld. Maar echt een onderwerp is het niet. Leef nu en zet je in voor het heil van de mensheid, dat is het motto. Het leven is goed, en de liefde die mensen voor elkaar hebben is de sleutel tot de ware natuur daarvan. Liefde is tijdloos en kan niet vernietigd worden door de dood, of beperkt worden door tijd en ruimte.

Veel quakers ervaren de hemel, Gods koninkrijk, hier en nu. En wat er ook na de dood gaat gebeuren, het zal voor ons bestwil zijn. Sommigen geloven dat we na de dood een rijk van zuivere liefde zullen binnengaan, dat aansluit bij de spirituele ervaring van Gods liefde gedurende ons leven. Anderen geloven dat we tot in eeuwigheid bij Jezus zullen verblijven. Voor meer vrijzinnige quakers is het hiernamaals een zaak van gissen. De dood kan ook gewoon het einde zijn van ons bestaan.

Wat Judi Dench van een eventuele hemel verwacht, blijft dus de vraag. Net als veel andere quakers lijkt ze zich daarmee niet bezig te houden (al doet ze er wel zwaarmoedig over).

woensdag 14 december 2022

Een druppel in de oceaan

De vorige blogpost ging over de onverbrekelijke eenheid van leven en dood. Bij de geboorte komen we vanuit ongevormde eenheid in een bepaalde levensvorm terecht, en als we sterven verlaten we deze vorm weer en keren terug naar de ongevormde eenheid van de bron. Terugkeer, bron en eenheid, drie uiterst geruststellende begrippen. 
 
Laatst stond in de Volkskrant een interview met topadvocaat Barend Post (55). Daarin vertelt hij over de intense ervaring van eenheid, die hij had tijdens een operatie waarbij een hersentumor werd verwijderd. Hij werd volledig uit zijn lichaam gekatapulteerd, en kwam terecht in een andere dimensie zonder tijd en plaats. Post voelde zich een druppeltje in een oceaan, opgaand in een groter geheel, waarin alles via bewustzijn met elkaar verbonden was. Hij was alles en iedereen tegelijk, besefte dat ons ego een illusie is, en dat wij helemaal niet van elkaar afgescheiden zijn. Het extatische gevoel van liefde waarmee hij vervuld was, voelde als een goddelijke ervaring maar dan zonder opperwezen of regeltjes. Het goddelijke was overal, ook in hemzelf, een innerlijke bron die iedereen heeft. Hij voelde zich dankbaar voor het feit dat hij bestond, met een diep besef hoe bijzonder het is dat je een tijdje mens mag zijn, en hoe klein dat mensenleven is ten opzichte van de oneindigheid van ruimte en tijd.

Geen (traditionele) bijna-doodervaring, Barend Post noemt het zelf een uittreding. Het heeft zijn leven totaal op de kop gezet. Post heeft geen angst meer voor de dood, zoals vroeger, maar ging anders naar zijn sterfelijkheid kijken. Je bewustzijn blijft bestaan, daar is hij van overtuigd. Dit noemt hij zelf zijn belangrijkste les. Onze ziel gaat over in een eindeloos bewustzijn, wordt opgenomen in liefde, de oorsprong waar we allemaal vandaan komen.

Medici zullen hier waarschijnlijk zeggen dat de illusies zich juist tijdens de operatie voordeden, en dat de werkelijkheid is zoals we die waarnemen. Dat zijn hersenen een spel met hem hebben gespeeld. Barend Post weet het niet, daarvoor was zijn ervaring toch te sterk. Hij blijft de voorkeur geven aan zijn eigen benadering. Na de operatie en de terugkeer van zijn bewustzijn in zijn lichaam, voelde hij een grote afstand ten aanzien van zijn vroegere leven. Hoe moest hij verder? Hoe kon hij zijn ervaring plaatsen? Het was heel moeilijk om aansluiting te houden. Terug op kantoor was hij niet langer de typische “juridische haai” (mijn weergave –R.R.), maar werd zijn kennis voor goede doelen ingezet. Na vier jaar is hij er toch maar weggegaan en voor zichzelf begonnen als advocaat voor initiatieven die hem aanspreken en een sociale impact hebben. Al moet hij soms wel zijn ‘functionele ego’ inzetten om een doel te bereiken, want je ontkomt er in deze wereld niet aan om je ‘rol’ te spelen. Helaas. 


Bron:
De Volkskrant 
Fokke Obbema
28 oktober 2022 

zaterdag 28 augustus 2021

Cloud Nine

De hemel van... Robert A. Monroe 
 
(De hemel van... Afl.17)

De Amerikaanse zakenman Robert A. Monroe (1915-1995) schreef drie boeken over zijn reizen in de astrale wereld. Hij kon zich gemakkelijk en vaak in deze tweede staat verplaatsen, nadat hij (naar eigen zeggen) een speciale techniek had ontwikkeld waarmee hij uit zijn stoffelijk lichaam kon treden.

Volgens Monroe zou de tweede staat uit drie omgevingen bestaan. Omgeving ‘twee’ lijkt een hiernamaals te zijn, waar overledenen zich (soort bij soort) ophouden in een onvoorstelbare uitgestrektheid. Er zijn ontelbare variaties en wat hemel en hel genoemd wordt, is daar maar een onderdeel van. Het gedeelte van omgeving twee dat het dichtst bij het hier en nu ligt (en er nauw mee verbonden schijnt te zijn), is een duister en naargeestig gebied. Monroe beschrijft het als “een grijs-zwarte hongerige oceaan, waar de geringste beweging knabbelende en kwellende wezens aantrekt”.  Hij vraagt zich af: zijn dit de poorten van de hel? En wie of wat zijn die wezens? In een eerdere blogpost zagen we dat antroposoof Rudolf Steiner de hel (de begeertegloed) ook in de eerste sfeer van de astrale wereld plaatst.

Robert Monroe lijkt mij niet bijzonder godsdienstig aangelegd, maar via zijn katholieke echtgenote kent hij wel wat gebeden en heiligen. Die worden soms te hulp geroepen, als hij weer eens in een penibele situatie in de astrale wereld is beland. In zijn eerste boek (1971) geeft hij aan dat hij na twaalf jaar buitenlichamelijke ervaringen nog geen bewijzen heeft gevonden voor het bestaan van een god, of een leven na de dood in een ‘bijbelse’ hemel. Maar er is wel een plek, waarvan hij zeker weet dat het een deel vormt van de hemel zoals godsdiensten die presenteren. Hij is er drie keer geweest. Woorden schieten hem tekort om deze plaats zelfs maar bij benadering te beschrijven. Toch doet hij een poging met een verslag waar de gelukzaligheid vanaf spat. Net als in het Bardo Thödol en het Devachan is er sprake van muziek, kleuren en geluiden, en worden er kosmische geheimen onthuld.

Monroe: Het is alsof je in een warme, zachte wolk drijft, zonder boven of beneden, waar niets bestaat als afzonderlijk stukje materie. De warmte omgeeft je niet alleen, ze is van jou, ze doorspoelt je. De wolk wordt geraakt door lichtstralen met vormen en kleuren die voortdurend veranderen, en terwijl je erin baadt voelt elk daarvan goed aan, met ieder een eigen kalmerend gevoel van geluk. Het is alsof de wolken rond een eeuwigdurende, lichtende zonsondergang hangen, waarvan jij tegelijk deel uitmaakt, meeveranderend met het patroon van levende kleuren. Je reageert op de eeuwigheid van de kleuren blauw, geel, groen, rood en al hun nuances en het samenspel van deze tinten, en neemt ze in je op. Ze komen je allemaal bekend voor. Hier hoor jij Thuis.

Terwijl je langzaam en moeiteloos door de wolk zweeft, ben je geheel omgeven door muziek. Harmonieën, tere en dynamische melodieuze passages, veelstemmige contrapunt, aangrijpende boventonen roepen diepe, onsamenhangende gevoelens in je op. Hele koren van menselijk klinkende stemmen weergalmen in een lied zonder woorden. Oneindige patronen van muziek als van snaarinstrumenten worden in alle nuances van subtiele harmonie vervlochten tot regelmatig terugkerende maar zich toch ontwikkelende thema’s. Het komt niet uit een bepaalde bron, maar is overal om je heen. En jij bent er één mee, jij resoneert mee.

Het is de waarheid in haar zuiverste gedaante, misschien heb je er vroeger ooit een glimp van opgevangen, tijdens een schoonheidservaring in de natuur. En het belangrijkst van alles: je bent niet alleen. Je bent verweven met naamloze anderen die net als jij zijn, en waarmee je een totale vanzelfsprekende liefde voelt. Je bent één met het geheel, maar toch een afzonderlijk deel, je bewust van de  bron van je gehele bestaan, van een onmetelijkheid die het voorstellingsvermogen te boven gaat. Je bent in volmaakt evenwicht: mannelijk-vrouwelijk, positief-negatief, ouder-kind. Je bent het, als deel van het geheel, allemaal. Je kent het bestaan van de Vader, de Schepper. Jij bent een van zijn talloze schepsels, je weet niet hoe en waarom, maar dat is van geen belang. Je bent gelukkig omdat je hier Thuis bent.

Toch kwam Monroe telkens weer terug in zijn lichaam, met zware tegenzin en niet uit zichzelf. Nog dagenlang geplaagd door heimwee en gevoelens van eenzaamheid.

 


Bron: 
Robert A. Monroe 
Uittredingen; Experimenten buiten het lichaam 
Ankh-Hermes 1978, derde druk

maandag 28 juni 2021

Zuivering en transformatie

In het boek Wat gebeurt er als je sterft? zet theoloog en veelschrijver Hans Stolp de denkbeelden van Rudolf Steiner betreffende sterven en hiernamaals uiteen. Stolp is een trouwe volgeling, maar vertelt helaas niet waar Steiner de wijsheid vandaan haalt. In vorige blogposts kun je lezen hoe de overledene na het sterfmoment in de etherische wereld belandt, waar hem onder andere een indrukwekkend levenspanorama te wachten staat. Als zijn etherisch (energie)lichaam tenslotte uiteenvalt, wordt de reis voortgezet met zijn astraal lichaam. De dode wordt zich gaandeweg bewust van zijn kosmische burgerschap.

De etherische wereld ligt als een schil om de aarde, en reikt tot aan de baan die de maan om de aarde aflegt. Als de reiziger (de overledene) de sfeer van de maan binnentreedt, begint de astrale wereld: zeven sferen, elk verbonden met een bepaalde ‘planeet’. Zo passeert hij de vier maansferen, dan de sferen van Mercurius en Venus, en tenslotte de sfeer van de Zon. Maar, in de geestelijke wereld is geen sprake van ruimte, tijd of afstand. ‘Reis’ is hier een metafoor, het is meer een kwestie van bewustwording. De dode legt geen afstanden af van sfeer naar sfeer, maar zijn bewustzijn wordt ruimer en zijn waarnemingen ontwikkelen zich overeenkomstig.

De reis door de astrale sferen is een loutering, noodzakelijk voordat de dode de lichtwereld (Devachan) kan betreden. Hij moet een zuiver geestelijk wezen worden, in wie alleen maar liefde leeft. Er is geen sprake is van een oordeel, maar de reiziger wordt voortdurend geconfronteerd met wat hij gedurende zijn aardse leven voor anderen heeft betekend. Zo kan hij inzicht verwerven en (liefst zonder zelfbedrog) gevoelens en emoties verwerken. Dat zijn karmische lessen voor de volgende incarnatie. In de astrale wereld ontstaat namelijk een diep verlangen naar een wedergeboorte, om goed te doen, en om eerdere fouten goed te maken. Mensen die niet bereid of in staat zijn tot enig zelfinzicht reïncarneren direct.

Loutering in een tijdelijke staat, alvorens een hogere wereld te betreden? Dat lijkt wel erg op het katholieke vagevuur, vindt Hans Stolp ook. Hij noemt de astrale wereld een zielenwereld, een oord van begeerte waar vele termen voor zijn, bijvoorbeeld kamaloka*. Intussen moet de overledene ook nog afrekenen met zijn aardse verslavingen, die zijn namelijk afgedrukt in zijn astraal lichaam. Verlangen naar een sigaret, of alcohol, koffie, seks, spullen. Bevrediging is niet langer mogelijk, hij moet dit overwinnen en loslaten.

De reis door met name de maansferen is niet altijd een pretje. De eerste sfeer is begeertegloed, de hel. Daar heerst duisternis, eenzaamheid en beproeving. Gelukkig zullen de meeste overledenen dit gebied razendsnel passeren via een beschermende doorgang: de tunnel, die zo vaak genoemd wordt in bijna-doodervaringen! Dat vind ik een erg leuke vondst.

In een volgende blogpost meer over de lichtwereld volgens Steiner.

 

*Kamaloka: de wereld van verlangens en geneugten, het rijk waar de ‘duivel’ Mara het meest actief is. Verdeeld in zes bestaansvlakken, bevolkt door hellewezens, preta’s, dieren, mensen en lagere godheden. In essentie zijn al deze rijken te beschouwen als een staat van bewustzijn. De zes bestaanswerelden uit het Bardo Thödol!

 

Voornaamste bron: 
Hans Stolp 
Wat gebeurt er als je doodgaat? 
AnkhHermes 2021, 10e druk

zondag 20 juni 2021

Terugblik in beeld en klank

Theoloog Hans Stolp is idolaat van Rudolf Steiner. In zijn boek Wat gebeurt er als je doodgaat? beschrijft Stolp sterven en hiernamaals, geheel volgens het gedachtegoed van de Oostenrijkse esotericus. 
 

Op het sterfmoment (zie vorige blogpost) verlaten het etherisch (energie)lichaam en het astraal lichaam via de kruin het fysiek lichaam. Dat staat ook vermeld in het Bardo Thödol. Ik neem aan dat Steiner, met zijn theosofische verleden, bekend was met deze Tibetaanse teksten. Nu treedt de stervende een totaal andere wereld binnen, een bijzonder moment, niets is hier zoals het op aarde was. Stolp illustreert dit met een interessante omdraaiing: voor de achterblijvers lijkt het of de stervende hen verlaat, en achterlaat om een hogere wereld binnen te gaan, maar voor de stervende is het juist andersom. Zijn fysiek lichaam valt van hem af en glijdt weg, steeds verder, terwijl ook zijn geliefden (en de aarde) zich van hem afbewegen. Het lijkt of ze hem in de steek laten. Hij moet zich helemaal opnieuw oriënteren, het begin van een ingrijpend en allesomvattend transformatieproces: de overledene wordt omgevormd tot bewoner van de geestelijke werelden, een geestelijk wezen.

Voor hem is het nu vreugde alom, zij het dat de mate daarvan bepaald wordt door zijn niveau van bewustzijn en voorbereiding. Er zijn ook overledenen die pas na een lange tijd ‘wakker worden’. Begin dus al tijdens je aardse leven met voorbereiden, het Bardo Thödol hamert daar ook op! De overledene beseft dat geest sterker is dan materie, en dat maakt enorme indruk. Voor hem gaat het licht nu ‘aan’. Hij krijgt inzicht in het eigenlijke geheim van het stralende lichtwezen dat hem begeleid, de Zonnegeest, de kosmische Geest, die anderen Jezus Christus noemen. Hij snapt nu de zin van het leven op aarde: dat is de liefde die van Jezus Christus uitgaat. Hij gaat een bewuste verbinding aan met dit lichtwezen, wat ook weer veel vreugde genereert. De veelheid aan indrukken en prikkels doen de dode duizelen. Hij valt bijna flauw, maar wordt weer wakker en zich bewust van de situatie door concentratie op zijn voormalige fysieke lichaam. Dit zal nog vaker nodig blijken op de lange reis. Hij ziet ook een lege plek op aarde, zijn plek, die openblijft tot hij weer reïncarneert. Voor hem een extra reden tot blijdschap: het leven was kennelijk (toch) zinvol.

Alle herinneringen van de overledene zijn opgeslagen in zijn etherisch lichaam, en nu krijgt hij ze allemaal weer voorgeschoteld, in beeld en klank (een soort ‘kosmische muziek’). Deze terugblik, dit levenspanorama duurt ongeveer drie dagen, en van de overledene wordt inzicht en reflectie in volstrekte eerlijkheid verwacht. Hij wordt bijgestaan door het lichtwezen, nu Heer van het Karma genoemd. Hier wordt ‘de schaduw van ons leven’ (Jung) verwerkt, de verdrongen duistere kant die ons achtervolgt. Als je deze, inclusief je angsten, durft te zien en te doorgronden, ontneem je hem de macht. Ook hier: werk er tijdens je leven al aan. In een tweede beeldenstroom komen alle aardse gedachten aan bod. Alles wat ‘binnen’ de overledene was, is nu buiten hem, zichtbaar voor iedereen. Dit hoort bij zijn transformatie tot geestelijk wezen, geen geheimen, maar transparantie. Binnen wordt buiten, buiten wordt binnen.

Na drie dagen valt het etherisch lichaam uiteen, en wordt één met de etherische wereld, het lost er in op. Maar de essentie van de zojuist afgedraaide film, het levenspanorama, wordt door de dode meegenomen op reis. Dit “extract” wordt geabsorbeerd door zijn astraal lichaam, het is de ‘kiem’ voor een reïncarnatie.

In een volgende blogpost meer over de astrale wereld volgens Steiner.

 

 

Voornaamste bron: 
Hans Stolp 
Wat gebeurt er als je doodgaat? 
AnkhHermes 2021, 10e druk

zondag 13 juni 2021

Sterven volgens Steiner

Hans Stolp (1942) is theoloog en schrijver. Ik las zijn boek met de intrigerende titel Wat gebeurt er als je doodgaat? Volgens Stolp is de dood niet het einde, maar een overgang naar een hogere wereld, een leven in een hoger bewustzijn. Zijn uitgangspunt is, dat de vraag van de titel ruimschoots beantwoord wordt door alles wat Rudolf Steiner over dit onderwerp beweerd heeft. 

Rudolf Steiner (1861-1925) was een Oostenrijkse esotericus, in Nederland misschien vooral ‘bekend’ vanwege de Vrije scholen. Steiner was ooit een kopstuk van de Theosofische Vereniging, maar na onenigheid binnen het bestuur ging hij in 1912 verder met zijn eigen (antroposofische) beweging. Steiners missie was: laten zien dat er een geestelijke wereld is, die ook doorwerkt in de mens en in de materiële wereld. 


In de eerste drie eeuwen van het christendom was er nog duidelijk inzicht over de geestelijke werelden na de dood. Helaas veranderde dit na een splitsing in twee groepen christelijke stromingen: 1. de bouwers van het instituut (de kerk), en 2. spirituele christenen bij wie eigen autoriteit en innerlijk weten een rol spelen. Het esoterisch christendom van groep 2 is bijna vernietigd door groep 1, maar verborgen verder gegaan en uiteindelijk door Rudolf Steiner opnieuw aan het licht gebracht, op een nieuwe manier. Aldus Stolp.

In het verhaal van Stolp/Steiner legt de overledene aan de overkant een schier eindeloos traject af, waarin hij door een voortdurende transformatie heengaat. Hij moet van alles leren, erkennen, verwerken en verbeteren. Het kan nuttig zijn om je daar nu, tijdens leven, al op voor te bereiden en bewust te worden van die hogere wereld. Want hoe groter je inzicht, hoe meer je daar zult zien.

Niemand gaat alleen door de poort van de dood. De stervende wordt begeleid door engelen en gestorven geliefden, maar hij kan ze alleen zien als hij genoeg liefdeskracht heeft opgebouwd. Er is sprake van diepe vreugde en een bijzonder lichtwezen (eventueel Jezus Christus), dat liefde uitstraalt. Het is een ervaring als thuiskomen. Dit kennen we ook uit verslagen van bijna-doodervaringen.

De stervende voelt hoe zijn geestelijke lichamen (het etherische en astrale) zich losmaken van zijn fysieke lichaam. Een mens heeft drie lichamen: 1. fysiek, 2. etherisch (energielichaam, prana, om en door het fysiek lichaam), 3. astraal (de basis van de drager van ons bewustzijn: de ziel). Dit astraal lichaam vormt een twee-eenheid met de ziel, het overlapt en omhult in een schitterende kleurenpracht. Hierin leeft het Ik, dat uit twee delen bestaat: 1. het lagere ik (ego), en 2. het hogere Ik. Hier doorheen werkt de geest, waarbij het hogere Ik en de geest nauw verbonden zijn. Ook zij vormen een twee-eenheid.

Op het sterfmoment verlaten het etherisch en astraal lichaam het fysiek lichaam via de kruinchakra, maar zij blijven via een zilveren koord met het fysiek lichaam verbonden. Zolang het koord heel blijft, is terugkeer mogelijk. Dit is een bekend gegeven bij bijna-doodervaringen. Als deze ‘navelstreng’ verbroken wordt, treedt de dood definitief in.

In een volgende blogpost meer over de etherische wereld volgens Steiner.

 

Voornaamste bron:
Hans Stolp 
Wat gebeurt er als je doodgaat? 
AnkhHermes 2021, 10e druk

zaterdag 24 april 2021

Lincoln in de Bardo (George Saunders)

 
In 2017 verscheen Lincoln in de Bardo, de eerste roman van de Amerikaanse schrijver George Saunders (1958). Hij kreeg er de prestigieuze Booker Prize voor. Saunders was eerst vooral bekend om zijn korte verhalen.

Het is februari 1862. President Abraham Lincoln is ontroostbaar als zijn zoontje Willie (11) overlijdt na een kort ziekbed. Het jongetje wordt bijgezet in een crypte, maar zijn vader kan hem nog niet loslaten en gaat ’s nachts terug naar de begraafplaats om het dode lichaam in zijn armen te nemen. Hij heeft een zware tijd als president (het land is in burgeroorlog), en nu wordt hij ook nog verscheurd door verdriet om zijn kind. Lincolns bezoek veroorzaakt grote opwinding onder de vele geesten die op de begraafplaats rondwaren, maar daar merkt hij niets van.

De dode Willie bevindt zich in de bardo. In het Tibetaans boeddhisme is dat de tussenstaat tussen overlijden en reïncarnatie (of bevrijding), maar Saunders versie van ‘de bardo’ heeft daar niet veel meer mee te maken. In feite heeft hij alleen de naam, het begrip, gekaapt en daar vervolgens zijn eigen fantasie op losgelaten. In interviews geeft hij dit zelf ook toe. Hij heeft elementen ingevoegd uit christelijke en Egyptische hiernamaals, om het wat algemener en minder vastomlijnd te maken. Met de voor velen wellicht exotische term ‘bardo’ wil hij voorkomen dat de (westerse) lezer allerlei ingesleten vooroordelen en verwachtingen wat betreft het hiernamaals mee laat spelen. Persoonlijk vind ik dat een beetje goedkoop effectbejag. Bardo roept bij mij juist allerlei precieze verwachtingen op, die nu niet worden waargemaakt. De titel van het boek is daarmee misleidend, en bovendien is het niet eens Lincoln die in dit hiernamaals verblijft, maar zijn zoontje. Met enige goede wil zou je kunnen zeggen dat de situatie nog het meest lijkt op de bardo van wording, een van de tussenstaten die beschreven worden in het Bardo Thödol (Tibetaans Dodenboek).

In Saunders tussenstaat verblijven de overledenen die niet weten dat ze dood zijn, of dit niet willen erkennen. Ze kunnen het aardse bestaan (nog) niet loslaten en hangen als geest rond op de begraafplaats. Zij denken dat ze ziek zijn, en dat deze situatie maar tijdelijk is. Hun doodskist is een krankenkist, de tombe is een krankenhuis. Deze omgeving is voor kinderen extra schadelijk. Daarom proberen drie goede geesten Willie verder te helpen. Als vader Lincoln hem nu maar zou kunnen loslaten, dan is hij vrij en kan hij deze bardo verlaten.

Lincoln in de bardo is een vreemd, maar prachtig boek over rouw en verwerking. Vol inlevingsvermogen wordt beschreven hoe mensen zich hardnekkig blijven vasthouden aan liefde, terwijl het toch allemaal voorbij is. Een verhaal met (gelukkig) ook veel ruimte voor absurde humor en gestoorde figuren, zoals we dat bij Saunders gewend zijn. Ik kan het iedereen aanraden.

In een volgende blogpost zal ik wat overeenkomsten en verschillen behandelen, tussen George Saunders bardo en de Tibetaanse bardo van wording. 
 
 
Lincoln in de Bardo 
George Saunders 
De Geus, 2017 
349 blz.

zondag 15 maart 2020

Angst voor de dood

In het Bardo Thödol is het beheersen (of beter: negeren) van angst een belangrijk onderwerp. J. Krishnamurti (1895-1986) heeft ook vaak gesproken over angst, vooral over doodsangst, de basisangst waaruit alle angst voortkomt.

Krishnamurti roept vaak tegenstrijdige gevoelens bij mij op. Als je de teksten van zijn vele toespraken door de jaren heen leest, komt het vaak op hetzelfde neer. Je zou er bijna één zuivere basistoespraak uit kunnen destilleren, lijkt het wel. Krishnamurti behandelt meestal dezelfde thema’s, op heldere en logische wijze. Toch heb ik vaak het gevoel dat je het net niet kunt vatten. Je gaat er een heel eind in mee, maar dan nét dat laatste stukje. Dat kan (en zal) aan mij liggen natuurlijk, maar ik heb het idee dat veel mensen onder zijn toehoorders dezelfde ervaring hebben. Dat zie je aan de toon van de toespraken, die vaak heel korzelig is en ongeduldig. Iemand die het voor de zoveelste keer uitlegt: zien jullie het dan niet?! Het kan zijn dat Krishnamurti juist aan dit ongrijpbare zijn gezag en aanzien ontleent. Hij weet iets, en jij niet. Maar daarmee doe je hem waarschijnlijk toch tekort. Hij probeert oprecht contact te leggen, tot communicatie te komen met zijn publiek. Hij wil het probleem gezamenlijk en diepgaand onderzoeken, met de nadruk op gezamenlijk. Krishnamurti wil juist geen goeroe of geestelijk leider zijn, en al helemaal geen volgelingen.

Voor deze blogpost las ik nog eens een toespraak uit 1959 (9 december). Hier een kleine en onvolledige samenvatting:

Angst is de wortel van het probleem. Wij moeten angst onderzoeken en de fundamentele angst ontdekken. Niet vluchten in afleiding. Angst voor de dood wordt gerationaliseerd. Wij zijn bang voor de dood omdat wij die niet echt kennen. Misschien is de dood wat wij ‘God’ noemen, het meest uitzonderlijke ‘iets’ dat leeft en beweegt en toch geen einde of begin heeft.

De dood betekent werkelijk het einde van alles wat je kent. Dat is een feit. Het idee aan je eind te komen, het onbekende binnen te gaan, is voor ons een gruwel. Het idee van doodgaan is zo afschrikwekkend omdat de geest slechts aan één ding gewend is: continuïteit door middel van het geheugen. Op het moment dat je geest vrij is van gehechtheid, is hij ook vrij van gevoel van continuïteit door middel van gehechtheid. Je bent gehecht aan dingen omdat je bang bent dat je zonder gehechtheid niets bent. En als aan dit gevoel van continuïteit door gehechtheid een volkomen einde komt, dan zul je weten wat de dood is.

Er kan geen vrijheid van angst bestaan als je je angst niet doorleeft. Het verleden is de voedingsbodem voor angst. Je zult ontdekken dat totale afwezigheid van angst alleen bestaat in beëindiging. Als de dood komt neemt hij je mee en vernietigt je onmiddellijk. Kun je niet op dezelfde manier je haat, afgunst, trots, gehechtheid aan geloof, opvattingen, ideeën enzovoort onmiddellijk geheel en al laten vallen, loslaten? Er is geen andere manier, want dat zou weer een vorm van continuïteit zijn. Het loslaten van dit alles betekent sterven, iedere dag en iedere minuut. Er bestaat geen scheiding tussen leven en dood. Het einde van alle ambitie, de uitzonderlijke toestand van ‘niets zijn’ kennen, dat is doodgaan.

Je zult ontdekken dat liefde, leven en sterven een en hetzelfde zijn. De geest is alleen vrij als het opeengestapelde geheugen wegvalt. Creatie ligt in beëindiging, niet in continuïteit. Alleen in beëindiging is totaal handelen en dat handelen is leven, liefhebben en sterven. Liefde kent ook geen gevoel van continuïteit, liefde is een volkomen zuiverheid van gevoel.  Als je lief wilt hebben, moet je sterven. Dood is liefde. Die twee zijn niet te scheiden. 


Bron afb.: still


Bron:
Leven en dood
Krishnamurti
Altamira-Becht, 1993