Posts tonen met het label Rudolf Steiner. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rudolf Steiner. Alle posts tonen

dinsdag 8 september 2026

Uriël

Van Hans Stolp las ik (diagonaal) het boek Leven met Engelen. Theoloog en veelschrijver Stolp (1942) lijkt mij een beste man, maar ik vind dat hij meestal wel erg doorschiet met zijn Rudolf Steiner idolatie en esoterisch christendom. Dat lijkt ook nu weer het geval. Stolp en Steiner houden erg van overzichtelijke rangordes, hiërarchieën, tijdperken en stadia. En dan zit je goed met het onderwerp engelen, want daar zijn veel soorten van, zegt Stolp.

Toch lees ik nog iets interessants in het gedeelte dat handelt over de Aartsengelen. In het jaar 746 werd Uriël door de katholieke Kerk zomaar geschrapt als erkende Aartsengel, een onderwerp dat Stolp naar eigen zeggen "mateloos intrigeert". Volgens de schrijver vermeldt de bijbel dat er zeven Aartsengelen zijn. Maar slechts vier daarvan worden hier (of in de apocriefe geschriften) met de naam genoemd: Michaël, Rafaël, Gabriël en Uriël. 


Stolp legt uit dat Uriël ("Vlam Gods") verbonden is met vuur, hij ís het of symboliseert het. Maar vuur is ook een symbool van de (Heilige) Geest, denk aan de 'tongen als van vuur' op het Pinksterfeest. Vuur als het zichtbaar teken van de Geest. En zo is Uriël dus ook nog verbonden met de Heilige Geest. Stolp voegt daar aan toe: "ons hogere Ik, die goddelijke vonk of die geest in ons, is een stukje van die Heilige Geest en wordt door de Heilige Geest tot leven geroepen." Maar zowel de geest in ons, als Uriël, werden dus geschrapt door de kerkelijke traditie! Stolp kan er niet over uit: "Kennelijk moest alles wat aan de Geest herinnerde en wat de Geest symboliseerde het veld ruimen!" 

Hij vertelt hoe dat ging met Uriël. In 746 werd op het concilie van Rome besloten dat er maar drie Aartsengelen zijn, de andere namen die circuleerden waren niet echt en moesten gecanceld worden, inclusief Uriël. Hij verdween zowel uit het lijstje van zeven, als dat van vier Aartsengelen. Alleen Michaël, Gabriël en Rafaël bleven over. Maar, zoals dat gaat, de naam Uriël bleef hardnekkig op allerlei manieren doorwerken, in de schilderkunst bijvoorbeeld (iconen). Tegelijk met Uriël moest ook de geest zelf, waarvan hij het symbool was, het veld ruimen. Stolp legt uit hoe dat in zijn werk ging. Volgens de bijbelse traditie bestaat een mens uit een lichaam, een ziel en een geest. Paulus bedoelt met "ziel" ons "ego", en met "geest" bedoelt hij de "goddelijke vonk" in ons. Maar op het concilie in 869, dit keer in Constantinopel, werd bepaald dat een mens alleen maar bestaat uit een lichaam en een ziel. Dus de geest in de mens werd hier geschrapt, voortaan bestond die slechts uit een fysiek lichaam en een ego.

Exit Uriël en exit geest in de mens. Wat zit daar achter?, vraagt Stolp zich af. Wat is hier de bijzondere reden van? Er gebeurt immers niets voor niets op aarde. Stolp meent de verklaring gevonden te hebben, en komt dan met een typisch Steiner verhaal. In de tijd van die twee concilies was de mens nog maar net begonnen aan het ontwikkelen van het verstandelijk denken in zichzelf. Daar lag alle nadruk op. Het was de eeuw waarin de mensheid de kosmische intelligentie tot zich mocht gaan nemen, en omvormen tot menselijk denken en intelligentie. De innerlijke aandacht werd geleid naar het denken en niet naar de geest. Tegenwoordig zijn we alweer een stuk verder in onze menselijke ontwikkeling. Het is de tijd waarin we weer mogen beseffen dat wij eigenlijk geestelijke en goddelijke wezens zijn, ons bewustzijn komt tot volle ontplooiing. Het is belangrijk dat we ons weer bewust worden van het werk van Uriël en van de goddelijke geest in ons. Dat we niet alleen een lichaam (fysiek en etherisch) hebben, en een ziel (astraal lichaam of ego), maar dat we ook de geest (het hogere Ik) met ons meedragen.

Een interessant verhaal, en even dacht ik iets van een eenheidsgedachte te bespeuren. De goddelijke vonk in ons als een stukje van de (Heilige) Geest, en door de Heilige Geest tot leven geroepen. Maar uiteindelijk verzandt alles natuurlijk weer in dualiteit.

 
 
bron:
Hans Stolp
Leven met Engelen
Ankh-Hermes, 2008



donderdag 18 juli 2024

Schaduwwerken als Plan B

De twaalfde dag in de bardo van dharmata is behoorlijk heftig voor de overledene, dan ontmoet hij de gauri's, pishachi's en yogini’s. Toornige vrouwelijke wezens, oerkrachten die de sterk onderdrukte elementen van zijn psyche vertegenwoordigen. Heel akelig, maar toch ook weer een kans! Ze zijn angstaanjagend omdat ze ontkend worden. Het Bardo Thödol drukt de overledene nog eens op het hart om vooral niet bang te zijn op dit belangrijke en beslissende moment. Want als hij nu beseft dat alles wat zich voordoet uit zijn eigen stralende inzicht is ontstaan, zal hij onmiddellijk een boeddha in sambhogakaya worden! Wat er ook verschijnt, het zijn toch echt je eigen projecties. Herken dus het spel van je eigen geest.

Het is een mooi voorbeeld van het nut om reeds bij leven met de verdrongen en duistere kant van je zelf in het reine te komen. Zoiets had Rudolf Steiner ook al bedacht. Hij vond het belangrijk om nu al je schaduwzijde te verwerken, want anders krijg je dat allemaal in het hiernamaals op je bord. Daar komen straks al je herinneringen voorbij, in beeld en klank samengevat in een levenspanorama, waarover gereflecteerd moet worden, begeleid door het lichtwezen de Heer van Karma.


Het is dus prima dat schaduwwerken ineens (weer) mateloos populair lijkt te zijn, dankzij nota bene Tiktok. De oude ideeën van C.G. Jung zijn hier opnieuw afgestoft, en met groot commercieel succes.

Maar…

In feite is het allemaal flauwekul natuurlijk, in het beste geval een Plan B. Er is namelijk geen zelf, laat staan een schaduwzijde daarvan. Wij leven in een vergissing, het gevolg van een foute mindset van onze verwarde geest, die gelooft in dualiteit, zelf en ego. Wij zien onszelf als een vast en blijvend iets, maar zijn slechts een verzameling neigingen: de vijf skandha’s.

De oorsprong van bewustzijn is een bijzondere energie, het Heldere Licht, dat ook een ogenblik straalt op het moment van sterven. Een krachtige gelegenheid tot bevrijding, want als je dit Heldere Licht herkent, zul je er (weer) ondeelbaar mee verenigd worden. Het lijkt mij dus verstandig om dáár je aandacht op te richten. Bardo van dharmata, levenspanorama’s, en heel veel andere deining blijft je dan verder bespaard.

woensdag 13 september 2023

Een vaste begeleider

Commentaar van C.G. Jung bij het Tibetaans Dodenboek  (1/5)

In 1927 publiceerde de Amerikaanse theosoof Walter Evans-Wentz ‘zijn’ Engelse vertaling van het Tibetaans Dodenboek, in 1935 verscheen daarvan (in Zwitserland) een uitgave in het Duits. De Zwitserse psychiater en psycholoog Carl Gustav Jung (1875-1961) schreef er een uitvoerige inleiding bij.

Jung had het eigenlijk helemaal niet zo op theosofen en antroposofen, zo blijkt soms uit zijn brieven. Hij kende er veel persoonlijk en hij las hun boeken ook wel, maar “heeft altijd tot zijn spijt ontdekt dat deze mensen zich van alles en nog wat verbeelden en allerlei dingen beweren waarvoor zij totaal incapabel zijn om enig bewijs te tonen”. Rudolf Steiner vond hij ‘waardeloos’, behalve dan misschien op christelijk en westers esoterisch terrein, daar werden veel gezichtspunten gedeeld. Ook was hij niet bepaald positief over Oosterse filosofieën in het algemeen, en yoga of de wet van karma in het bijzonder.

Maar toch, in zijn inleiding doet Jung erg enthousiast en hij stelt dat het Tibetaans Dodenboek (door hem consequent Bardo Thödol genoemd) al vanaf de eerste publicatie zijn ‘vaste begeleider’ is geweest, waaraan hij vele stimulerende ideeën en ontdekkingen te danken heeft, plus veel fundamentele inzichten. En daarom wil hij nu met zijn psychologisch commentaar ‘de fantastische wereld van ideeën en problemen die deze verhandeling behelst iets begrijpelijker maken voor de westerse geest.’

Jung roemt de toegankelijkheid van de tekst, niet alleen voor de Boeddhistisch ingewijde, maar ook voor de leek die zijn kennis van het leven wil verbreden. Evenwel blijft hij het boek een gids voor de gestorvene noemen (‘net als het Egyptisch Dodenboek’), met een door de vertaler passend gekozen titel. Iets als dit hebben we in het Westen helemaal niet, hoewel misschien een beetje bij de katholieke kerk. Maar echt complete instructies om de overledene te helpen, vind je eigenlijk alleen in het Bardo Thödol. En dan zo gedetailleerd en afgesteld, dat het lijkt of deze oude meesters zelf een blik hebben geworpen in de vierde dimensie, en de sluier van grote levensgeheimen even hebben kunnen oplichten.

 

 
 
Voornaamste bronnen:
Psychologisch commentaar door Carl Gustav Jung
Het Tibetaanse Dodenboek
Walter Evans-Wentz
Ankh Hermes, 2017

Donald S. Lopez, Jr.
The Tibetan Book of the Dead; A Biography 
Princeton University Press, 2011

dinsdag 20 juli 2021

Scheppende vormen en kosmische klanken

De hemel van... Hans Stolp 

(De hemel van... Afl.16)

Hans Stolp (1942) was jarenlang pastor bij de omroep IKON. Hij heeft theologie gestudeerd en is vooral geïnteresseerd in esoterisch christendom. Stolp schreef meer dan 60 boeken, waaronder Wat gebeurt er als je doodgaat? Het antwoord op deze vraag kunnen we, wat hem betreft, integraal vinden in de leerstellingen van de Oostenrijkse antroposoof Rudolf Steiner (1861-1925). Dat is voor hem ‘de grote meester die we nodig hebben in deze tijd’. De dood is geen einde, maar een overgang naar een leven in een hoger bewustzijn. Voor Stolp is dit geen theorie, maar een persoonlijk doorleeft inzicht. Hij is zelf in staat om ervaringen uit (wat hij noemt) de overkant te ontvangen, en vertelt uitsluitend dingen die kloppen met wat hij zelf gezien heeft.

In zijn boek zet Hans de ideeën van Steiner overzichtelijk op een rij. Als we sterven hebben we geen eeuwige rust, maar er volgt juist een periode van geestelijke arbeid. Het is hard werken aan de overkant. De overledene volgt een enorm traject, waarin hij transformeert tot geestelijk wezen. Hij is eigenlijk nooit uitgestudeerd. De term ‘rust zacht’  is dan ook volledig misplaatst. De overledene reist door de zeven sferen van de astrale wereld en ondergaat loutering en karmische lessen.

In de zevende sfeer wonen de engelen. Hier begint wat je een hemel zou kunnen noemen, al gebruikt Hans dit woord zelf niet. In deze (zonne)sfeer is warmte en liefde en ook de overledene gaat meer op een engel lijken. Hij opent zich en ervaart hoe het universele gevoel van de kosmos hem vervult. Hij wordt zich bewust van de ‘wereldmuziek’ die alles doortrilt. Een volmaakte harmonie, uitdrukking van het wezen van de kosmos, die ook hem omvormt. Kosmische geheimen, zoals bewustwording van het wezen van Christus, lichten voor hem op.

Nu is de reiziger klaar voor de overgang van de astrale wereld naar de lichtwereld, het Devachan. Hij laat zijn astraal lichaam achter, en neemt alleen het ‘extract’ mee (de essentie en geestelijke winst van zijn voorbije leven). Vrij van verdriet, teleurstelling en angst gaat de overledene als lichtwezen verder. Hans kijkt er enorm naar uit, hij heeft een onbeschrijfelijk verlangen naar de overkant. Zijn intens diepe band met Christus en aartsengel Michaël betekent alles voor hem. Als straks de klus geklaard is, komt hij écht thuis.

Ook de reis in het Devachan voert door zeven sferen. Hier mag de reiziger alles wat hij in zijn aardse leven heeft geleerd, omzetten in nieuwe vermogens die hem van pas komen in zijn volgende incarnatie. Na de werelden van Mars, Jupiter en Satunus volgt de vierde sfeer van het Devachan. Die is niet langer in woorden te vatten, en voor slechts weinigen te doen. En dan moeten de 5e, 6e en 7e sfeer nog volgen.

De astrale wereld wordt gedomineerd door kleuren, maar hier in het Devachan (de geestelijke wereld) zijn het klanken: energie, trilling, scheppende kracht. Met oerbeelden van bewegende, creërende vormen. De oerbeelden léven, het zijn bouwplannen van de hogere wezens. De reiziger wordt er één mee, ontvangt kracht en schenkt zijn extract. Waarschijnlijk zal hij in slaap vallen en onbewust verder reizen, de lichtwereld is te overweldigend voor de overledene. Hij stijgt verder op, nog bóven het Devachan. Het is een onvoorstelbare omgeving, de wereld van de Goddelijke Drie-eenheid.

Dan volgt wat het middernachtelijk uur genoemd wordt, een keerpunt. Vanaf hier wordt de reiziger voorbereid op zijn wedergeboorte op aarde. De terugtocht, door alle sferen, duurt 250 jaar. Zijn bewustzijn wordt teruggedempt tot het droombewustzijn van een pasgeboren kind, dan volgt de reïncarnatie.
 
 

 

Voornaamste bron: 
Hans Stolp 
Wat gebeurt er als je doodgaat? 
AnkhHermes 2021, 10e druk 
 
Overige bronnen: 
diverse interviews 2012-heden 
Wikipedia

maandag 28 juni 2021

Zuivering en transformatie

In het boek Wat gebeurt er als je sterft? zet theoloog en veelschrijver Hans Stolp de denkbeelden van Rudolf Steiner betreffende sterven en hiernamaals uiteen. Stolp is een trouwe volgeling, maar vertelt helaas niet waar Steiner de wijsheid vandaan haalt. In vorige blogposts kun je lezen hoe de overledene na het sterfmoment in de etherische wereld belandt, waar hem onder andere een indrukwekkend levenspanorama te wachten staat. Als zijn etherisch (energie)lichaam tenslotte uiteenvalt, wordt de reis voortgezet met zijn astraal lichaam. De dode wordt zich gaandeweg bewust van zijn kosmische burgerschap.

De etherische wereld ligt als een schil om de aarde, en reikt tot aan de baan die de maan om de aarde aflegt. Als de reiziger (de overledene) de sfeer van de maan binnentreedt, begint de astrale wereld: zeven sferen, elk verbonden met een bepaalde ‘planeet’. Zo passeert hij de vier maansferen, dan de sferen van Mercurius en Venus, en tenslotte de sfeer van de Zon. Maar, in de geestelijke wereld is geen sprake van ruimte, tijd of afstand. ‘Reis’ is hier een metafoor, het is meer een kwestie van bewustwording. De dode legt geen afstanden af van sfeer naar sfeer, maar zijn bewustzijn wordt ruimer en zijn waarnemingen ontwikkelen zich overeenkomstig.

De reis door de astrale sferen is een loutering, noodzakelijk voordat de dode de lichtwereld (Devachan) kan betreden. Hij moet een zuiver geestelijk wezen worden, in wie alleen maar liefde leeft. Er is geen sprake is van een oordeel, maar de reiziger wordt voortdurend geconfronteerd met wat hij gedurende zijn aardse leven voor anderen heeft betekend. Zo kan hij inzicht verwerven en (liefst zonder zelfbedrog) gevoelens en emoties verwerken. Dat zijn karmische lessen voor de volgende incarnatie. In de astrale wereld ontstaat namelijk een diep verlangen naar een wedergeboorte, om goed te doen, en om eerdere fouten goed te maken. Mensen die niet bereid of in staat zijn tot enig zelfinzicht reïncarneren direct.

Loutering in een tijdelijke staat, alvorens een hogere wereld te betreden? Dat lijkt wel erg op het katholieke vagevuur, vindt Hans Stolp ook. Hij noemt de astrale wereld een zielenwereld, een oord van begeerte waar vele termen voor zijn, bijvoorbeeld kamaloka*. Intussen moet de overledene ook nog afrekenen met zijn aardse verslavingen, die zijn namelijk afgedrukt in zijn astraal lichaam. Verlangen naar een sigaret, of alcohol, koffie, seks, spullen. Bevrediging is niet langer mogelijk, hij moet dit overwinnen en loslaten.

De reis door met name de maansferen is niet altijd een pretje. De eerste sfeer is begeertegloed, de hel. Daar heerst duisternis, eenzaamheid en beproeving. Gelukkig zullen de meeste overledenen dit gebied razendsnel passeren via een beschermende doorgang: de tunnel, die zo vaak genoemd wordt in bijna-doodervaringen! Dat vind ik een erg leuke vondst.

In een volgende blogpost meer over de lichtwereld volgens Steiner.

 

*Kamaloka: de wereld van verlangens en geneugten, het rijk waar de ‘duivel’ Mara het meest actief is. Verdeeld in zes bestaansvlakken, bevolkt door hellewezens, preta’s, dieren, mensen en lagere godheden. In essentie zijn al deze rijken te beschouwen als een staat van bewustzijn. De zes bestaanswerelden uit het Bardo Thödol!

 

Voornaamste bron: 
Hans Stolp 
Wat gebeurt er als je doodgaat? 
AnkhHermes 2021, 10e druk

zondag 20 juni 2021

Terugblik in beeld en klank

Theoloog Hans Stolp is idolaat van Rudolf Steiner. In zijn boek Wat gebeurt er als je doodgaat? beschrijft Stolp sterven en hiernamaals, geheel volgens het gedachtegoed van de Oostenrijkse esotericus. 
 

Op het sterfmoment (zie vorige blogpost) verlaten het etherisch (energie)lichaam en het astraal lichaam via de kruin het fysiek lichaam. Dat staat ook vermeld in het Bardo Thödol. Ik neem aan dat Steiner, met zijn theosofische verleden, bekend was met deze Tibetaanse teksten. Nu treedt de stervende een totaal andere wereld binnen, een bijzonder moment, niets is hier zoals het op aarde was. Stolp illustreert dit met een interessante omdraaiing: voor de achterblijvers lijkt het of de stervende hen verlaat, en achterlaat om een hogere wereld binnen te gaan, maar voor de stervende is het juist andersom. Zijn fysiek lichaam valt van hem af en glijdt weg, steeds verder, terwijl ook zijn geliefden (en de aarde) zich van hem afbewegen. Het lijkt of ze hem in de steek laten. Hij moet zich helemaal opnieuw oriënteren, het begin van een ingrijpend en allesomvattend transformatieproces: de overledene wordt omgevormd tot bewoner van de geestelijke werelden, een geestelijk wezen.

Voor hem is het nu vreugde alom, zij het dat de mate daarvan bepaald wordt door zijn niveau van bewustzijn en voorbereiding. Er zijn ook overledenen die pas na een lange tijd ‘wakker worden’. Begin dus al tijdens je aardse leven met voorbereiden, het Bardo Thödol hamert daar ook op! De overledene beseft dat geest sterker is dan materie, en dat maakt enorme indruk. Voor hem gaat het licht nu ‘aan’. Hij krijgt inzicht in het eigenlijke geheim van het stralende lichtwezen dat hem begeleid, de Zonnegeest, de kosmische Geest, die anderen Jezus Christus noemen. Hij snapt nu de zin van het leven op aarde: dat is de liefde die van Jezus Christus uitgaat. Hij gaat een bewuste verbinding aan met dit lichtwezen, wat ook weer veel vreugde genereert. De veelheid aan indrukken en prikkels doen de dode duizelen. Hij valt bijna flauw, maar wordt weer wakker en zich bewust van de situatie door concentratie op zijn voormalige fysieke lichaam. Dit zal nog vaker nodig blijken op de lange reis. Hij ziet ook een lege plek op aarde, zijn plek, die openblijft tot hij weer reïncarneert. Voor hem een extra reden tot blijdschap: het leven was kennelijk (toch) zinvol.

Alle herinneringen van de overledene zijn opgeslagen in zijn etherisch lichaam, en nu krijgt hij ze allemaal weer voorgeschoteld, in beeld en klank (een soort ‘kosmische muziek’). Deze terugblik, dit levenspanorama duurt ongeveer drie dagen, en van de overledene wordt inzicht en reflectie in volstrekte eerlijkheid verwacht. Hij wordt bijgestaan door het lichtwezen, nu Heer van het Karma genoemd. Hier wordt ‘de schaduw van ons leven’ (Jung) verwerkt, de verdrongen duistere kant die ons achtervolgt. Als je deze, inclusief je angsten, durft te zien en te doorgronden, ontneem je hem de macht. Ook hier: werk er tijdens je leven al aan. In een tweede beeldenstroom komen alle aardse gedachten aan bod. Alles wat ‘binnen’ de overledene was, is nu buiten hem, zichtbaar voor iedereen. Dit hoort bij zijn transformatie tot geestelijk wezen, geen geheimen, maar transparantie. Binnen wordt buiten, buiten wordt binnen.

Na drie dagen valt het etherisch lichaam uiteen, en wordt één met de etherische wereld, het lost er in op. Maar de essentie van de zojuist afgedraaide film, het levenspanorama, wordt door de dode meegenomen op reis. Dit “extract” wordt geabsorbeerd door zijn astraal lichaam, het is de ‘kiem’ voor een reïncarnatie.

In een volgende blogpost meer over de astrale wereld volgens Steiner.

 

 

Voornaamste bron: 
Hans Stolp 
Wat gebeurt er als je doodgaat? 
AnkhHermes 2021, 10e druk

zondag 13 juni 2021

Sterven volgens Steiner

Hans Stolp (1942) is theoloog en schrijver. Ik las zijn boek met de intrigerende titel Wat gebeurt er als je doodgaat? Volgens Stolp is de dood niet het einde, maar een overgang naar een hogere wereld, een leven in een hoger bewustzijn. Zijn uitgangspunt is, dat de vraag van de titel ruimschoots beantwoord wordt door alles wat Rudolf Steiner over dit onderwerp beweerd heeft. 

Rudolf Steiner (1861-1925) was een Oostenrijkse esotericus, in Nederland misschien vooral ‘bekend’ vanwege de Vrije scholen. Steiner was ooit een kopstuk van de Theosofische Vereniging, maar na onenigheid binnen het bestuur ging hij in 1912 verder met zijn eigen (antroposofische) beweging. Steiners missie was: laten zien dat er een geestelijke wereld is, die ook doorwerkt in de mens en in de materiële wereld. 


In de eerste drie eeuwen van het christendom was er nog duidelijk inzicht over de geestelijke werelden na de dood. Helaas veranderde dit na een splitsing in twee groepen christelijke stromingen: 1. de bouwers van het instituut (de kerk), en 2. spirituele christenen bij wie eigen autoriteit en innerlijk weten een rol spelen. Het esoterisch christendom van groep 2 is bijna vernietigd door groep 1, maar verborgen verder gegaan en uiteindelijk door Rudolf Steiner opnieuw aan het licht gebracht, op een nieuwe manier. Aldus Stolp.

In het verhaal van Stolp/Steiner legt de overledene aan de overkant een schier eindeloos traject af, waarin hij door een voortdurende transformatie heengaat. Hij moet van alles leren, erkennen, verwerken en verbeteren. Het kan nuttig zijn om je daar nu, tijdens leven, al op voor te bereiden en bewust te worden van die hogere wereld. Want hoe groter je inzicht, hoe meer je daar zult zien.

Niemand gaat alleen door de poort van de dood. De stervende wordt begeleid door engelen en gestorven geliefden, maar hij kan ze alleen zien als hij genoeg liefdeskracht heeft opgebouwd. Er is sprake van diepe vreugde en een bijzonder lichtwezen (eventueel Jezus Christus), dat liefde uitstraalt. Het is een ervaring als thuiskomen. Dit kennen we ook uit verslagen van bijna-doodervaringen.

De stervende voelt hoe zijn geestelijke lichamen (het etherische en astrale) zich losmaken van zijn fysieke lichaam. Een mens heeft drie lichamen: 1. fysiek, 2. etherisch (energielichaam, prana, om en door het fysiek lichaam), 3. astraal (de basis van de drager van ons bewustzijn: de ziel). Dit astraal lichaam vormt een twee-eenheid met de ziel, het overlapt en omhult in een schitterende kleurenpracht. Hierin leeft het Ik, dat uit twee delen bestaat: 1. het lagere ik (ego), en 2. het hogere Ik. Hier doorheen werkt de geest, waarbij het hogere Ik en de geest nauw verbonden zijn. Ook zij vormen een twee-eenheid.

Op het sterfmoment verlaten het etherisch en astraal lichaam het fysiek lichaam via de kruinchakra, maar zij blijven via een zilveren koord met het fysiek lichaam verbonden. Zolang het koord heel blijft, is terugkeer mogelijk. Dit is een bekend gegeven bij bijna-doodervaringen. Als deze ‘navelstreng’ verbroken wordt, treedt de dood definitief in.

In een volgende blogpost meer over de etherische wereld volgens Steiner.

 

Voornaamste bron:
Hans Stolp 
Wat gebeurt er als je doodgaat? 
AnkhHermes 2021, 10e druk