Posts tonen met het label kleur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kleur. Alle posts tonen

vrijdag 19 januari 2024

Samsara, film van Lois Patiño

Vorige week las ik in The Guardian een artikel over een opmerkelijke film die ik graag eens zou willen zien (en beleven): Samsara, van de Spaanse regisseur Lois Patiño (40). Twee verhalende delen, die gescheiden worden door een bijzonder tussenstuk, waarin de kijker 15 minuten de ogen gesloten moet houden! In dit drieluik spelen sterven, hiernamaals en Tibetaans Dodenboek een belangrijke rol. De titel Samsara verwijst naar de boeddhistische opvattingen over de cyclus van leven, dood en wedergeboorte.
 
Bron afb.: still
 
Het eerste deel van de film speelt zich af in het noorden van Laos, in Luang Prabang. Er zijn mooie natuuropnamen van bossen en watervallen, waar een jongeman wandelt met vrienden, monniken uit een van de boeddhistische kloosters in de stad. Hij bezoekt er ook Mon, een wat oudere zieke vrouw, en leest haar dan passages voor uit het Bardo Thödol (Tibetaans Dodenboek). Deze tekst beschrijft de overgangsfasen tussen overlijden en wedergeboorte, en gidst de doden door het hiernamaals. Het is de bedoeling dat het lezen hardop gebeurd (dat vind ik grappig, als je weet dat deze jongen ooit rapper wil worden).

Als Mon afscheid neemt en sterft (zij hoopt te reïncarneren als een dier), begint de onderbreking van 15 minuten, de ‘kijkers’ sluiten nu de ogen, en reizen met haar mee door het hiernamaals. De indrukwekkende transitie wordt niet bekeken, maar doorvoeld. Een wervelwind van geluiden, kleuren en flitsen wordt losgelaten op de zintuigen. Het is de interpretatie van geluidskunstenaar Xabier Erkizia van de beschrijvingen in het Bardo Thödol. Gevolgd door geluiden van over de hele wereld, door Erkizia opgenomen gedurende zijn carrière. Een meisje in Zwitserland praat met haar grootvader, een vrouw die kookt in Timor, het symboliseert plaatsen waar Mons ziel in de verleiding komt te reïncarneren. Deze sectie is “vol van kleine geheimen”, vertelt Patiño.

In het derde deel zijn we ineens in een heel ander werelddeel, bij een islamitische familie op het eiland Zanzibar. Daar wordt een geitje geboren. Het zou niet mijn eerste keuze zijn geweest.

 
Regisseur Lois Patiño (40) had al twee jaar een sluimerend idee van een film ‘om te kijken met je ogen dicht’, toen hij het Bardo Thödol tegenkwam. Dat wekte zijn interesse in hoe verschillende culturen zich het hiernamaals voorstellen, en hoe zij zich verhouden tot de dood. Scènes voor gesloten ogen koppelen met een verhaal over het hiernamaals voelde nu als de perfecte match. De film is een mix van documentaire en fictie, had een laag budget en een kleine crew (3). Er werden voornamelijk locals ingezet. Mensen met een eigen verhaal, op de rand van een belangrijke verandering. Patiño hoopt met zijn film te laten zien dat er altijd wat te kiezen valt, dat je op verschillende manieren kunt leven, maar dat het vooral jouw keuze moet zijn. En dat sluit mooi aan bij het Bardo Thödol, denk ik dan. Dat staat ook bol van veranderingen en keuzes.
 
Samsara ging in oktober vorig jaar in première, en draait eind januari in de (Engelse) bioscopen.
 
 
 
 
Voornaamste bron:
Rebecca Liu
The Guardian, 9 januari 2024

vrijdag 27 oktober 2023

Symmetrie en Harmonie

De hemel van… Magnus Wallin

(De hemel van… Afl.24)

Magnus Wallin (1965) is een Zweedse kunstenaar, hij maakt onder andere korte video animaties. In de vorige blogpost werden Exit (1997) en Limbo (1999) besproken. Wallin verwerkt soms menselijk bloed of lichaamsdelen, zoals schedels en beenderen, in zijn kunstwerken. Hij lijkt mij nogal geobsedeerd door het imperfecte menselijk lichaam, en de (volgens hem) negatieve maatschappelijke bejegening van de invalide medemens.

In de hemel die Wallin schetst in zijn creaties (waarschijnlijk niet zijn hemel), is alles en iedereen perfect. Er is symmetrie en harmonie, iedereen is en doet hetzelfde. Geen gebrekkigen en geen rafelrandjes in deze utopische omgeving. In Limbo worden de misvormde hoofdpersonen zelfs door engelen verjaagd, en eindigt de film hemels met gekloonde synchroonzwemmers in een paradijselijk zwembad. Buitenbeentjes zijn nergens te bekennen.

Het zal Wallins kritiek zijn op het ultieme doel van westerse wetenschap: genetisch perfecte menselijke wezens, die een maatschappelijk perfecte wereld bewonen. Kneusjes zijn er niet welkom. Een dergelijke droom grenst aan fascisme, vindt Wallin. De illusie van een volmaakt menselijk lichaam schept en benadrukt allerlei tegenstellingen, zoals goed en kwaad, juist en fout, mooi en lelijk, nuttig en nutteloos. Doorheen de geschiedenis is er sprake van sociaal onderscheid. De belaagde invaliden in Exit bijvoorbeeld, zijn gebaseerd op tekeningen uit de 15e eeuw van Jeroen Bosch. Symmetrie en volmaaktheid zouden een goddelijke harmonie reflecteren, misvormingen boezemen ons afkeer in.

Het menselijk lichaam wordt meer en meer gefragmenteerd, als een soort machine, waarvan de delen makkelijk verbeterd of vervangen kunnen worden. In de animatie Skyline (2000) springt een groep atletische mannen om de beurt van een trapeze, een leegte tegemoet. Zij slaan te pletter tegen een toren en vallen in stukken neer op een onderzoekstafel in een anatomisch theater. De klokkentoren (uit het Berlijnse Olympisch Stadion) is ook te zien in Limbo. 

bron afbeeldingen: still

In Limbo wordt Wallins hemel voor de ontsnapten uit Exit getoond, maar wat is er met de anderen gebeurd, die wel door het vuur zijn gegrepen? Dat kunnen we zien in Physical Paradise (1998). Deze invaliden belanden in een soort alternatief concept van paradijs, een enorm cirkelvormig ruimtestation. De ronde constructie zou hier refereren aan de beweging om het meer in Jeroen Bosch’ Tuin der Lusten. Paradijs betekent ook tuin, en tuin is gecontroleerde natuur.

De korte animatie begint met duisternis. We arriveren in het midden van het ruimtestation, met eerst nog meer duisternis, dan kleuren. Een vriendelijke stem heet ons welkom in Physical Paradise en wenst ons een plezierige reis. Er volgt een snelle aaneenschakeling van beelden en kleuren, het is of we een lange caleidoscoop-achtige tunnel worden ingetrokken, met veel bochten. Er klinken natuurgeluiden, vogels en hawaii muziek. Aan het einde een rustig blauw en er zijn lichten. De tunnel zou hier een metafoor zijn voor verandering van bewustzijn, richting een soort van transcendentie.





Wat zou Wallin eigenlijk vinden van de hedendaagse verheerlijking van jeugd? Ouderdom en verouderen zijn nu ook defecten geworden, tekortkomingen die verborgen moet worden. Botox en lichaamscorrectie zijn overal. Hij kan, naar mijn mening, zo een aanvulling maken op zijn vierluik.

De filmpjes kun je bekijken op de website van de kunstenaar, HIER. 


Voornaamste bron:
magnuswallin. com

zaterdag 28 augustus 2021

Cloud Nine

De hemel van... Robert A. Monroe 
 
(De hemel van... Afl.17)

De Amerikaanse zakenman Robert A. Monroe (1915-1995) schreef drie boeken over zijn reizen in de astrale wereld. Hij kon zich gemakkelijk en vaak in deze tweede staat verplaatsen, nadat hij (naar eigen zeggen) een speciale techniek had ontwikkeld waarmee hij uit zijn stoffelijk lichaam kon treden.

Volgens Monroe zou de tweede staat uit drie omgevingen bestaan. Omgeving ‘twee’ lijkt een hiernamaals te zijn, waar overledenen zich (soort bij soort) ophouden in een onvoorstelbare uitgestrektheid. Er zijn ontelbare variaties en wat hemel en hel genoemd wordt, is daar maar een onderdeel van. Het gedeelte van omgeving twee dat het dichtst bij het hier en nu ligt (en er nauw mee verbonden schijnt te zijn), is een duister en naargeestig gebied. Monroe beschrijft het als “een grijs-zwarte hongerige oceaan, waar de geringste beweging knabbelende en kwellende wezens aantrekt”.  Hij vraagt zich af: zijn dit de poorten van de hel? En wie of wat zijn die wezens? In een eerdere blogpost zagen we dat antroposoof Rudolf Steiner de hel (de begeertegloed) ook in de eerste sfeer van de astrale wereld plaatst.

Robert Monroe lijkt mij niet bijzonder godsdienstig aangelegd, maar via zijn katholieke echtgenote kent hij wel wat gebeden en heiligen. Die worden soms te hulp geroepen, als hij weer eens in een penibele situatie in de astrale wereld is beland. In zijn eerste boek (1971) geeft hij aan dat hij na twaalf jaar buitenlichamelijke ervaringen nog geen bewijzen heeft gevonden voor het bestaan van een god, of een leven na de dood in een ‘bijbelse’ hemel. Maar er is wel een plek, waarvan hij zeker weet dat het een deel vormt van de hemel zoals godsdiensten die presenteren. Hij is er drie keer geweest. Woorden schieten hem tekort om deze plaats zelfs maar bij benadering te beschrijven. Toch doet hij een poging met een verslag waar de gelukzaligheid vanaf spat. Net als in het Bardo Thödol en het Devachan is er sprake van muziek, kleuren en geluiden, en worden er kosmische geheimen onthuld.

Monroe: Het is alsof je in een warme, zachte wolk drijft, zonder boven of beneden, waar niets bestaat als afzonderlijk stukje materie. De warmte omgeeft je niet alleen, ze is van jou, ze doorspoelt je. De wolk wordt geraakt door lichtstralen met vormen en kleuren die voortdurend veranderen, en terwijl je erin baadt voelt elk daarvan goed aan, met ieder een eigen kalmerend gevoel van geluk. Het is alsof de wolken rond een eeuwigdurende, lichtende zonsondergang hangen, waarvan jij tegelijk deel uitmaakt, meeveranderend met het patroon van levende kleuren. Je reageert op de eeuwigheid van de kleuren blauw, geel, groen, rood en al hun nuances en het samenspel van deze tinten, en neemt ze in je op. Ze komen je allemaal bekend voor. Hier hoor jij Thuis.

Terwijl je langzaam en moeiteloos door de wolk zweeft, ben je geheel omgeven door muziek. Harmonieën, tere en dynamische melodieuze passages, veelstemmige contrapunt, aangrijpende boventonen roepen diepe, onsamenhangende gevoelens in je op. Hele koren van menselijk klinkende stemmen weergalmen in een lied zonder woorden. Oneindige patronen van muziek als van snaarinstrumenten worden in alle nuances van subtiele harmonie vervlochten tot regelmatig terugkerende maar zich toch ontwikkelende thema’s. Het komt niet uit een bepaalde bron, maar is overal om je heen. En jij bent er één mee, jij resoneert mee.

Het is de waarheid in haar zuiverste gedaante, misschien heb je er vroeger ooit een glimp van opgevangen, tijdens een schoonheidservaring in de natuur. En het belangrijkst van alles: je bent niet alleen. Je bent verweven met naamloze anderen die net als jij zijn, en waarmee je een totale vanzelfsprekende liefde voelt. Je bent één met het geheel, maar toch een afzonderlijk deel, je bewust van de  bron van je gehele bestaan, van een onmetelijkheid die het voorstellingsvermogen te boven gaat. Je bent in volmaakt evenwicht: mannelijk-vrouwelijk, positief-negatief, ouder-kind. Je bent het, als deel van het geheel, allemaal. Je kent het bestaan van de Vader, de Schepper. Jij bent een van zijn talloze schepsels, je weet niet hoe en waarom, maar dat is van geen belang. Je bent gelukkig omdat je hier Thuis bent.

Toch kwam Monroe telkens weer terug in zijn lichaam, met zware tegenzin en niet uit zichzelf. Nog dagenlang geplaagd door heimwee en gevoelens van eenzaamheid.

 


Bron: 
Robert A. Monroe 
Uittredingen; Experimenten buiten het lichaam 
Ankh-Hermes 1978, derde druk

dinsdag 20 juli 2021

Scheppende vormen en kosmische klanken

De hemel van... Hans Stolp 

(De hemel van... Afl.16)

Hans Stolp (1942) was jarenlang pastor bij de omroep IKON. Hij heeft theologie gestudeerd en is vooral geïnteresseerd in esoterisch christendom. Stolp schreef meer dan 60 boeken, waaronder Wat gebeurt er als je doodgaat? Het antwoord op deze vraag kunnen we, wat hem betreft, integraal vinden in de leerstellingen van de Oostenrijkse antroposoof Rudolf Steiner (1861-1925). Dat is voor hem ‘de grote meester die we nodig hebben in deze tijd’. De dood is geen einde, maar een overgang naar een leven in een hoger bewustzijn. Voor Stolp is dit geen theorie, maar een persoonlijk doorleeft inzicht. Hij is zelf in staat om ervaringen uit (wat hij noemt) de overkant te ontvangen, en vertelt uitsluitend dingen die kloppen met wat hij zelf gezien heeft.

In zijn boek zet Hans de ideeën van Steiner overzichtelijk op een rij. Als we sterven hebben we geen eeuwige rust, maar er volgt juist een periode van geestelijke arbeid. Het is hard werken aan de overkant. De overledene volgt een enorm traject, waarin hij transformeert tot geestelijk wezen. Hij is eigenlijk nooit uitgestudeerd. De term ‘rust zacht’  is dan ook volledig misplaatst. De overledene reist door de zeven sferen van de astrale wereld en ondergaat loutering en karmische lessen.

In de zevende sfeer wonen de engelen. Hier begint wat je een hemel zou kunnen noemen, al gebruikt Hans dit woord zelf niet. In deze (zonne)sfeer is warmte en liefde en ook de overledene gaat meer op een engel lijken. Hij opent zich en ervaart hoe het universele gevoel van de kosmos hem vervult. Hij wordt zich bewust van de ‘wereldmuziek’ die alles doortrilt. Een volmaakte harmonie, uitdrukking van het wezen van de kosmos, die ook hem omvormt. Kosmische geheimen, zoals bewustwording van het wezen van Christus, lichten voor hem op.

Nu is de reiziger klaar voor de overgang van de astrale wereld naar de lichtwereld, het Devachan. Hij laat zijn astraal lichaam achter, en neemt alleen het ‘extract’ mee (de essentie en geestelijke winst van zijn voorbije leven). Vrij van verdriet, teleurstelling en angst gaat de overledene als lichtwezen verder. Hans kijkt er enorm naar uit, hij heeft een onbeschrijfelijk verlangen naar de overkant. Zijn intens diepe band met Christus en aartsengel Michaël betekent alles voor hem. Als straks de klus geklaard is, komt hij écht thuis.

Ook de reis in het Devachan voert door zeven sferen. Hier mag de reiziger alles wat hij in zijn aardse leven heeft geleerd, omzetten in nieuwe vermogens die hem van pas komen in zijn volgende incarnatie. Na de werelden van Mars, Jupiter en Satunus volgt de vierde sfeer van het Devachan. Die is niet langer in woorden te vatten, en voor slechts weinigen te doen. En dan moeten de 5e, 6e en 7e sfeer nog volgen.

De astrale wereld wordt gedomineerd door kleuren, maar hier in het Devachan (de geestelijke wereld) zijn het klanken: energie, trilling, scheppende kracht. Met oerbeelden van bewegende, creërende vormen. De oerbeelden léven, het zijn bouwplannen van de hogere wezens. De reiziger wordt er één mee, ontvangt kracht en schenkt zijn extract. Waarschijnlijk zal hij in slaap vallen en onbewust verder reizen, de lichtwereld is te overweldigend voor de overledene. Hij stijgt verder op, nog bóven het Devachan. Het is een onvoorstelbare omgeving, de wereld van de Goddelijke Drie-eenheid.

Dan volgt wat het middernachtelijk uur genoemd wordt, een keerpunt. Vanaf hier wordt de reiziger voorbereid op zijn wedergeboorte op aarde. De terugtocht, door alle sferen, duurt 250 jaar. Zijn bewustzijn wordt teruggedempt tot het droombewustzijn van een pasgeboren kind, dan volgt de reïncarnatie.
 
 

 

Voornaamste bron: 
Hans Stolp 
Wat gebeurt er als je doodgaat? 
AnkhHermes 2021, 10e druk 
 
Overige bronnen: 
diverse interviews 2012-heden 
Wikipedia

zondag 13 juni 2021

Sterven volgens Steiner

Hans Stolp (1942) is theoloog en schrijver. Ik las zijn boek met de intrigerende titel Wat gebeurt er als je doodgaat? Volgens Stolp is de dood niet het einde, maar een overgang naar een hogere wereld, een leven in een hoger bewustzijn. Zijn uitgangspunt is, dat de vraag van de titel ruimschoots beantwoord wordt door alles wat Rudolf Steiner over dit onderwerp beweerd heeft. 

Rudolf Steiner (1861-1925) was een Oostenrijkse esotericus, in Nederland misschien vooral ‘bekend’ vanwege de Vrije scholen. Steiner was ooit een kopstuk van de Theosofische Vereniging, maar na onenigheid binnen het bestuur ging hij in 1912 verder met zijn eigen (antroposofische) beweging. Steiners missie was: laten zien dat er een geestelijke wereld is, die ook doorwerkt in de mens en in de materiële wereld. 


In de eerste drie eeuwen van het christendom was er nog duidelijk inzicht over de geestelijke werelden na de dood. Helaas veranderde dit na een splitsing in twee groepen christelijke stromingen: 1. de bouwers van het instituut (de kerk), en 2. spirituele christenen bij wie eigen autoriteit en innerlijk weten een rol spelen. Het esoterisch christendom van groep 2 is bijna vernietigd door groep 1, maar verborgen verder gegaan en uiteindelijk door Rudolf Steiner opnieuw aan het licht gebracht, op een nieuwe manier. Aldus Stolp.

In het verhaal van Stolp/Steiner legt de overledene aan de overkant een schier eindeloos traject af, waarin hij door een voortdurende transformatie heengaat. Hij moet van alles leren, erkennen, verwerken en verbeteren. Het kan nuttig zijn om je daar nu, tijdens leven, al op voor te bereiden en bewust te worden van die hogere wereld. Want hoe groter je inzicht, hoe meer je daar zult zien.

Niemand gaat alleen door de poort van de dood. De stervende wordt begeleid door engelen en gestorven geliefden, maar hij kan ze alleen zien als hij genoeg liefdeskracht heeft opgebouwd. Er is sprake van diepe vreugde en een bijzonder lichtwezen (eventueel Jezus Christus), dat liefde uitstraalt. Het is een ervaring als thuiskomen. Dit kennen we ook uit verslagen van bijna-doodervaringen.

De stervende voelt hoe zijn geestelijke lichamen (het etherische en astrale) zich losmaken van zijn fysieke lichaam. Een mens heeft drie lichamen: 1. fysiek, 2. etherisch (energielichaam, prana, om en door het fysiek lichaam), 3. astraal (de basis van de drager van ons bewustzijn: de ziel). Dit astraal lichaam vormt een twee-eenheid met de ziel, het overlapt en omhult in een schitterende kleurenpracht. Hierin leeft het Ik, dat uit twee delen bestaat: 1. het lagere ik (ego), en 2. het hogere Ik. Hier doorheen werkt de geest, waarbij het hogere Ik en de geest nauw verbonden zijn. Ook zij vormen een twee-eenheid.

Op het sterfmoment verlaten het etherisch en astraal lichaam het fysiek lichaam via de kruinchakra, maar zij blijven via een zilveren koord met het fysiek lichaam verbonden. Zolang het koord heel blijft, is terugkeer mogelijk. Dit is een bekend gegeven bij bijna-doodervaringen. Als deze ‘navelstreng’ verbroken wordt, treedt de dood definitief in.

In een volgende blogpost meer over de etherische wereld volgens Steiner.

 

Voornaamste bron:
Hans Stolp 
Wat gebeurt er als je doodgaat? 
AnkhHermes 2021, 10e druk

zaterdag 17 oktober 2020

Bardo van wording: op het randje

Na het angstwekkende oordeel van Yama kan het snel gaan voor de overledene in de bardo van wording. Hij begrijpt het waarschijnlijk nog steeds niet en stevent rechtstreeks op een wedergeboorte af.

Op dit punt aanbeland, vervaagt je oude lichaam, en je toekomstige lichaam wordt steeds duidelijker. Je wordt verdrietig en ontevreden en bent bereid elk lichaam te accepteren wat zich nu voordoet, het maakt je niet uit, je gaat overal op af. De lichten van de zes bestaanswerelden schijnen weer (wit voor de goden, rood voor de halfgoden, blauw voor de mensen, groen voor de dieren, geel voor de preta’s en rookkleurig voor de hellen), maar het meest helder schijnt het licht van het rijk waar jij geboren zult worden. Het komt op in je bewustzijn, en ook je lichaam neemt die kleur aan. Maar let op! Welk licht hier ook schijnt, mediteer erover alsof het Avalokiteshvara is, en niet een bestaanswereld. Koppel het aan de Boeddha van Mededogen! (Robert Thurman voegt hier aan toe: of Jezus voor de christenen, Krishna voor de hindoes, enzovoort.) Dit is de essentie van de instructies en het blokkeert de wedergeboorte. 

Nu gaat het heel snel. Je hebt een benauwd visioen van beklemmende duisternis en storm en buien. Er wordt jacht op je gemaakt, maar je ontsnapt. Naar een ellendige plaats als je geen verdiensten hebt, en naar een plaats van vreugde als je positieve energie hebt. Alle tekenen van het land en de plaats waar je geboren zult worden komen nu op. De situatie is uiterst penibel, je staat op de rand van een wedergeboorte! Je moet nu echt alles op alles zetten om dat te voorkomen. Luister daarom extra aandachtig naar de instructies. Zelfs jij, met je armzalige beoefening, kan het snappen. Let dus goed op!

Het Bardo Thödol geeft nu een aantal instructies om in te grijpen in het mechanische proces van de wedergeboorte. De moederschoot moet geblokkeerd worden, maar allereerst wordt geprobeerd om de dode er überhaupt van te weerhouden een moederschoot binnen te gaan. Hij moet afrekenen met de verwarrende wereld van de illusie. Dat gaat zo (in het kort): visualiseer nu duidelijk je yidam (of Avalokiteshvara). Hij verschijnt scherp en levendig, maar als een illusie zonder eigen werkelijkheid, zoals de maan in het water. Laat hem dan oplossen, van buiten naar binnen toe. Mediteer over het heldere licht en leegte.

Wat valt hier op? Naast het beeld van de maan, weerspiegeld in water (niet onbekend in de zentraditie), toch vooral hoe het Bardo Thödol nu teruggrijpt op bardodag 1: mediteer op het heldere licht! De dode moet zich hier eerst tot een machtige beschermer wenden, om vervolgens te beseffen dat die welbeschouwd ook maar verbeelding is (of beter: ook ‘maar’ een onscheidbaar onderdeel van het ‘grote geheel’, net als jij!), en zich uiteindelijk opnieuw concentreren op het heldere licht.

In het Tibetaans boeddhisme zijn meer van dit soort vormen van meditatie bekend. Het blijft natuurlijk zeer de vraag of een dode in de bardo dit zonder oefening kan volbrengen.

 

Bronnen: 
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa 
Het Tibetaans Dodenboek 
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman 
Het Tibetaanse Dodenboek 
Altamira-Becht,  2006 
 
Ilse Dorren 
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek 
Mirananda, 1985

zaterdag 18 januari 2020

Heruka

Wat de overledene in de bardo meemaakt is eigenlijk net zo hallucinair en illusionair als de zogenaamde realiteit van het leven (dat zich ook in een bardo afspeelt). Het is een illusie die je zelf voedt, dus in feite bepaalt de dode zelf de mate van pijnlijke ervaringen. Als je dit leven als tastbaar echt ervaart, zijn ook de beelden na de dood tastbaar echt. Heb je in dit leven al wat meer afstand genomen van de vermeende werkelijkheid, dan zul je de wezens in de bardo van dharmata ook met meer inzicht tegemoet treden.

En dat komt in het toornige gedeelte van deze bardo goed van pas, de overledene wordt er geconfronteerd met steeds minder vriendelijke wezens. Na alle stralende en vredige figuren verschijnen nu hun boze tegenhangers. Dat is logisch, we hebben hier te maken met dualistische krachten. Geen vreedzame goden zonder toornige goden, het zijn uiteinden van dezelfde stok, een twee-eenheid die uit het bewustzijn voortkomt, maar toch door maya (het droombestaan) buiten ons wordt geprojecteerd.

In andere tradities zouden ze bijvoorbeeld yin en yang genoemd worden. De creatieve krachten (yang) worden binnen de perken gehouden door yin. In het Bardo Thödol worden de krachten van yang (het gevoel) uitgebeeld door de goden van vrede. De beperkende, vormgevende werking van het verstand dat zich manifesteert, wordt voorgesteld door de toornige goden. Die kunnen behoorlijk enge vormen aannemen, maar het Bardo Thödol waarschuwt dat je ze juist als beschermgoden (yidam) moet herkennen. Zie het als een ontmoeting tussen goede bekenden.


Een Heruka is een machtige, agressieve heldenfiguur, een soort Hercules. De boze Heruka’s die vanaf de achtste dag in de bardo van dharmata verschijnen, zijn eigenlijk de vredige godheden: Vairochana, Vajrasattva, Ratnasambhava, Amitabha en Amoghasiddhi, maar nu in hun toornige gedaante. Ze nemen een woest gezicht aan om de overledene te helpen om met zijn onderbewuste geest contact te maken. Want hier op dit punt in de bardo aanbelandt, dreigt de overledene zijn bewuste controle te verliezen en onder dwang van onderbewuste driften en agressie te komen. Hierdoor wordt hij bang en paniekerig. De boeddha’s (in hun toornige benadering) dringen met kracht zijn bewustzijn binnen en bieden hem een machtig escorte aan, door een wereld die plotseling heel angstaanjagend is geworden.

De vijf opeenvolgende Heruka-boeddha’s, die vanaf dag acht tot en met twaalf verschijnen, lijken erg op elkaar. Maar net als hun vredige tegenhangers onderscheiden ze zich door de verschillende kleuren van de wijsheden. Hun woeste outfit staat bol van de symbolen. Bijvoorbeeld een schedelkroon die de overwinning van de vijf vergiften moet verbeelden (begeerte, haat, onwetendheid, trots en jaloezie) en een ketting van afgehakte mensenhoofden, die de overwinning van mentale verslavingen en negatieve houdingen symboliseert. De omhelzing met Krodhisvari (Godin van de Toorn) staat voor de vereniging van mededogen met wijsheid. En zo heeft alles een betekenis: het drinken uit de schedelkom, het bloed, de slangenketting, de garuda’s enzovoort.

De Heruka’s lijken dus woest en verschrikkelijk, maar als je je er mee kunt identificeren en er mee kunt samenvloeien, zijn ze een veilig en krachtig voertuig om elke denkbare moeilijkheid mee te overwinnen. Als je onbekend bent met dit soort boeddhavormen, of een sterke band hebt met een andere religie of traditie, kun je hieruit soortgelijke toornige engelen oproepen. Het christendom kent bijvoorbeeld de cherubijnen en serafijnen.



Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek
Mirananda, 1985