Posts tonen met het label hel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hel. Alle posts tonen

vrijdag 19 juni 2026

Paradijs Van Het Grote Niets

De hemel van…  Frank Boeijen

(De hemel van… Afl.31)

Dit jaar verscheen Paradijs Van Het Grote Niets, een nieuw album van Frank Boeijen. Vier jaar mee bezig geweest, vertelt hij op zijn website, en veel materiaal niet gebruikt. Er is een terugkerend thema: ‘de vergankelijkheid’, want ja “uw zanger wordt ouder”, zegt Frank zelf. Volgend jaar zeventig, het verbaast hem, voelt zich nog ongemakkelijk de koorknaap in het kerkelijke priesterkoor. Hij wil gewoon doorgaan zolang het kan, maar toch “Wie weet... het laatste woord…”. Luister maar naar het album, zegt Frank, “beter wordt het niet”. En inderdaad, dit is waarschijnlijk het mooiste album uit de carrière van Frank Boeijen, inclusief de periode Frank Boeijen Groep. Erg goed!

Een album bedoeld als troost en verzachting, en dat is natuurlijk mooi meegenomen bij elke vorm van vergankelijkheid. En die komt hier breed aan bod: verdriet, verlies, oude vrienden, familie, naderend einde, dementie. Zoals altijd zijn de teksten van Frank hier redelijk toegankelijk, soms wat flarderig abstract en kun je er meerdere kanten mee op, afhankelijk van je stemming.

De mooiste song is zonder twijfel het titelnummer Paradijs van het grote niets. Lijkt mij erg persoonlijk, zelfs voor Frank Boeijen. Hij beschrijft een hiernamaals, een ideale plek, die hij ‘paradijs’ noemt, maar die van hem net zo goed ‘nirvana’ of ‘hemel’ mag heten. In de loop der jaren vertelde Frank in interviews niet in een hiernamaals te geloven. “Het kan gewoon niet waar zijn” en “je komt er toch nooit achter”. Maar misschien doet inmiddels zijn katholieke opvoeding zich toch nog, toch weer, gelden? Zijn uitvaartdienst, te zijner tijd, moet dan ook ‘gewoon’ in een kerk plaatsvinden (zonder muziek).

En hier deelt Frank dus zijn versie van de hemel. Waar hij misschien niet in gelooft, maar wel op hoopt? Hij verwacht dat we elkaar hier weer zullen terugzien, in dit rijk der doden, van onze geliefden. Althans the good guys, want er zijn alleen maar vredelievende begripvolle onbaatzuchtige mensen. Hier geen afkeer, afgunst, oordeel. En zeker geen typisch aardse ongemakken, hij geeft een opsomming: oorlog, macht, geld, tirannen, materie, geweld en dwang. Allemaal afwezig.

Het is het paradijs van mooie dingen. Waar het vrede is. De eeuwige rust van de aanwezigheid, afwezigheid, niet te zien, niet te horen. Waar alleen liefde telt. Waar iedereen mag zijn die hij wil zijn, de anderen (the bad guys) zijn ergens anders. De hel natuurlijk, het vagevuur, het “inferno der schaamtelozen en gewetenlozen”, Frank somt er de nadelen van op, eigenlijk alle zaken die in de hemel afwezig zijn. Want daar heerst genegenheid, vergeving en vrijheid. En vooral samenzijn in het grote niets onder elkaar, met die ene geliefde of dat speciale iemand. Vertrouwd en zacht wonen we in elkaars hart, voorbij het ondraaglijk verdriet, samen in het Paradijs van het grote niets.

We worden er herboren, zien door de ogen van een kind dat alles voor het eerst ziet, daar heerst bewondering, warme omarming, daar is geen einde want dat is al geweest. Liefde zonder einde in ons paradijs. Het is kortom, ondanks de titel, een behoorlijk christelijke aangelegenheid compleet met beloning en straf en weerzien, maar in dit geval zonder opperwezen en dergelijke. De katholieke invloeden zijn duidelijk aanwezig als Frank suggereert dat je er misschien zelfs een “goedgezinde geest” wordt (een beschermengel, een engelbewaarder) die het nieuwe kind de weg wijst onderweg naar die eindeloze liefde.
 

vrijdag 17 april 2026

De uitvinding van onsterfelijkheid

Het hiernamaals is verzonnen door de Victorianen. In The Green Man (1969) lees ik een passage, waarin een lokale geestelijke afrekent met het idee van onsterfelijkheid.


The Green Man
, geschreven door Kingsley Amis, is een ghost story en comedy tegelijk. Hoofdpersoon Maurice Allington (alcoholist en womanizer) heeft een eeuwenoude pub waar het spookt. Als zijn vader overleden is, drinkt Maurice na de begrafenis nog een borrel met Tom Rodney Sonnenschein, de verwijfde en eigenwijze Reverend van St. James, Fareham. De verveelde dominee is duidelijk toe aan een uitdagender parochie ergens in Londen.

Maurice is tamelijk geschokt een geestelijke te ontmoeten die in feite goddelozer is dan hijzelf, toch een behoorlijk geharde ongelovige. Hij vindt dit niet prettig. Zoals verwacht komt het gesprek op de dood, die we volgens de predikant veel te serieus nemen. Het is tenslotte al van de geboorte af een integraal onderdeel van het leven. En zeker geen toegang tot een andere wijze van bestaan of iets dergelijks, of een deel van ‘Gods plan’ (want dat is er niet).

Het hele onsterfelijkheidsgedoe is trouwens al behoorlijk uitgemolken, vindt dominee Sonnenschein. Je moet het historisch bekijken, als een voorbijgaande fase en eigenlijk bedacht door de (vroege) Victorianen vanuit een soort schuldgevoel. Zij hadden de kwaadaardigheden van de Industriële Revolutie gecreëerd, en zij konden al aanvoelen wat een afschuwelijk monster het kapitalisme zou gaan worden. Een hel op aarde. En het enige toevluchtsoord wat ze konden verzinnen om hier tegenover te zetten, was een nieuw leven. Weg van de rook en de stank en het gejammer van verhongerende kinderen. Maar nu inmiddels begint door te dringen dat kapitalisme gewoon niet voldoet en niet deugt, en dat we de maatschappij kunnen veranderen, zodat iedereen hier op aarde een zinvol en organisch bestaan krijgt, kan de onsterfelijkheid opgeruimd naar zolder.

Maar, werpt Maurice nog tegen, als die Victorianen dan zo dol waren op het idee van een hiernamaals en tegelijk verteerd werden door schuldgevoelens, zou je toch denken dat ze juist veel meer geneigd waren in de hel te belanden? Precies! De dominee is het helemaal met hem eens. Ze waren compleet weg van de hel, en die zou precies worden als hun kostschool, met de enige echt intens emotionele ervaringen die ze aankonden. Slaan, geseling, afbeulen, koude baden, roeien en een angstaanjagende almachtige oude man die je voortdurend vertelde hoe nietig en waardeloos je was. Ze waren er gek op. Niet toevallig was dit het grote tijdperk van masochisme, vooral in Engeland. Het hele gebeuren is absoluut fundamenteel voor de kapitalistische psyche: liefde voor pijn en straf en ellende in het algemeen, allemaal protestantse eigenschappen. Je zou kunnen zeggen dat de onsterfelijkheid van de ziel is uitgevonden door Thomas Arnold.

 
bron:
Kingsley Amis
The Green Man
Penguin, 1988

zondag 12 oktober 2025

Logisch en rechtvaardig

De ongelooflijke podcast – 17 aug. (2)

In de vorige blogpost had ik het over een aflevering van De ongelooflijke podcast, met als onderwerp bijna-doodervaringen. Inmiddels heb ik ook het tweede uur daarvan beluisterd.

Naast de presentator zitten aan tafel schrijver en theoloog Reinier Sonneveld, en de vaste theoloog van deze EO produktie, Stefan Paas, die er voor moet zorgen dat de zaak niet te veel uit de christelijke bocht vliegt. Over bde gaat het allang niet meer, de twee ‘schriftgeleerden’ (een vrijzinnig en een orthodox exemplaar) gaan uitgebreid met elkaar in de slag over het al dan niet bestaan van een eeuwige hel. Het gesprek verzandt in een eindeloze discussie, waarbij allerlei kerkvaders worden geciteerd en vertalingen die het beste in ieders straatje passen. De heren proberen elkaar af te troeven. Het gaat allang niet meer om de luisteraar, en elke eventuele vleug spiritualiteit wordt kapot geredeneerd.

Gezamenlijk standpunt is dat het verhaal van de hel (en de rest) ‘logisch en rechtvaardig’ moet zijn, liefst ook naar de huidige maatstaven. Dat blijkt nog een hele toer voor beide theologen (bijbel en christendom zijn vaak helemaal niet logisch en rechtvaardig), maar zij zitten nu eenmaal vast aan het toch wel merkwaardige christelijke verhaal dat zij ooit als basis en uitgangspunt gekozen hebben. Alle rare oosterse godsdiensten en theorieën zijn in het eerste uur van de podcast al van tafel geveegd.

Stefan Paas houdt vast aan De Geschriften, en Reinier Sonneveld probeert al redenerend een eigen variant te vinden, waar hij vrede mee kan hebben. In zijn laatste boek heeft hij daartoe de hel helemaal afgeschaft, en gaat iedereen standaard naar ‘de hemel’ (die dan eigenlijk gewoon ‘hiernamaals’ zou moeten heten, als er toch verder niets anders is). Waarbij de geneugten van de ouderwetse hemel gelukkig nog wel worden gehandhaafd. Het is er prettig toeven, met veel oude bekenden. De boodschap is dus weer: hierna wordt het leuk. Daarmee worden gelovigen al eeuwenlang zoet gehouden.

Aan het slot van de podcast wordt Sonneveld met zijn boek gecomplimenteerd via een citaat daaruit over ‘de dood’, die hij een vreselijke belediging vindt voor het leven. Er deugt helemaal niets van, totaal niet logisch of rechtvaardig.
 

zaterdag 5 oktober 2024

Een grote tuin van liefde

De hemel van… Montaillou

(De hemel van… Afl. 27)

Vorig jaar overleed de Franse historicus Emmanuel Le Roy Ladurie. Hij is vooral bekend door zijn boek (gebaseerd op een inquisitie-dossier van de rooms-katholieke kerk) over het ketterse dorpje Montaillou in de Pyreneeën in de periode 1294-1324. De leef- en denkwijze van de bewoners, voornamelijk boeren en herders, werd bij het grondige onderzoek van de inquisitie uitzonderlijk goed gedocumenteerd. Rond 1325 was het definitief afgelopen met deze (laatste?) Katharen.

Het katharisme was een christelijke ketterij met invloeden uit onder andere de volkscultuur. Hiernamaals en geestenwereld speelden een grote rol, ook in het dagelijks leven. De herders en de boeren rond Montaillou waren vooral op zoek naar een hiernamaals waar hun ziel eeuwige rust zou vinden. Maar de reisroute naar hun hemel was een andere dan de ‘officiële’, voorgeschreven door de Kerk. Vandaar ook het fatale conflict met de inquisitie.

Voor een kijkje in de kathaarse hemel moet je eigenlijk ook hun versie van de zondeval kennen. Een prachtige mythe, die start met een gat in het paradijs, waardoor zielen als een sneeuwbui op aarde vallen, aangetrokken door de duivel. God merkt daar eerst niets van, maar is daarna stomverbaasd en kwaad, en zet snel zijn grote voet op het hemelse gat. Maar wel enigszins te laat, want een groot aantal zielen was al uit het paradijs getuimeld. Op de aarde zijn zij voortaan de prooi van vrouwelijke listen en gedupeerd met een lichaam van menselijk vlees, door de duivel toebereid.

Op dat moment begint de eerste fase van een cyclus: de zielsverhuizing. Op het moment van overlijden verlaten de geesten en/of zielen hun menselijke lichamen, en gaan (gekweld door vuurspuwende duivels) zo snel mogelijk op zoek naar een ander lichaam. Ze willen reïncarneren in een foetus van een dier of een mens. Met een aantal van deze incarnaties hebben de zielen kans om de cirkel weer rond te krijgen. Als ziel van een perfectus (kathaarse elite, een reine) bijvoorbeeld, gaan ze eindelijk weer terug naar het paradijs.

Als op deze manier alle goede geesten en zielen weer teruggekeerd zijn in het paradijs, zijn er geen rechtvaardige mensen meer over op aarde. Die verliest dus alle betekenis en dat maakt het einde van de wereld mogelijk. De aarde wordt de hel. De vier elementen verenigen zich, de hemel valt op de aarde, zon en maan doven uit. Het vuur laat de zee branden, die verheft zich tot een vloedgolf en blust het vuur. De aarde is dan een meer van pek en zwavel.

En hoe zit het met de hemel? Dat lijkt een knusse aangelegenheid te worden voor de gelovige bewoners van Montaillou. Allereerst wordt er op die laatste aardse dag gedanst, waarbij alle ongelovigen vertrapt worden. De rechtschapenen zijn voortaan als broeders bijeen, hun zielen verblijven in het paradijs. Dat is een grote tuin van liefde, een moederschoot waar iedereen gelijk is en alles eerlijk verdeeld wordt. Iedere ziel krijgt dezelfde portie goeds en geluk, er is eenheid, iedereen houdt van elkaar ‘zoals elke ziel de ziel van zijn vader of zijn kinderen beminde’.

Nogal een lokale situatie lijkt mij, deze hemel waar de inwoners van Montaillou in harmonie verenigd zijn. Gezellig onder ons in een harmonieus huishouden. Sociale opvattingen in plaats van de gebruikelijke religieuze voorstellingen. Geen woord over welk visioen van godzaligheid dan ook.
 


Bron:
Emmanuel Le Roy Ladurie
Montaillou
Uitgeverij Bert Bakker, 1986 (14e druk)

zondag 12 mei 2024

Slechte bijna-doodervaringen

Bioloog Arjen Mulder is achterdochtig wat betreft de bijna-doodervaring (BDE), het is waarschijnlijk een “val die de dood voor ons opstelt om ons het leven afhandig te maken en onze ziel uit ons lichaam te trekken”. Merkwaardig ook dat er geen paranoïde BDE variant bekend is, stelt hij in zijn boek Wat is leven? Maar dat klopt niet. Er zijn genoeg negatieve BDE ervaringen op internet te vinden, ook van voor 2014, het publicatiejaar van Mulders boek. In het tijdschrift van de Missouri State Medical Association bijvoorbeeld, van november dat jaar, staat een interessant artikel over ‘verontrustende bijna-doodervaringen’, geschreven door professor Bruce Greyson en Nancy Evans Bush.*

Uit decennialang onderzoek bleek dat 20% van de BDE’s behoorlijk verontrustend kan zijn. Dat is minder bekend, want de meeste mensen met zo’n ervaring houden liever hun mond daarover. Er is dus nauwelijks onderzoek naar gedaan. We horen eigenlijk altijd alleen maar de prettige en schitterende verhalen. De akelige BDE’s lijken vaak op de aangename, met dezelfde elementen, maar missen de positief emotionele toon. Hier gevoelens van schuld, wanhoop en vreselijke angst. En ook geen vermindering van angst voor de dood naderhand, integendeel. Het artikel geeft enkele voorbeelden van een slechte BDE:

 
Een man zweeft boven hulpbiedende artsen en schreeuwt naar ze. Ze horen hem niet. Dan schiet hij door de duisternis naar een helder licht en flitst langs schimmige mensen, kennelijk wachtende overleden familieleden. Hij is in paniek door het bizarre scenario en zijn onvermogen om dit te beïnvloeden.

Een vrouw vliegt met enorme snelheid de ruimte in, en komt op ramkoers met verblindend wit licht. Het overspoelt haar en maakt haar doodsbang.

Een vrouw ervaart haar hele leven opnieuw, vervuld van veel verdriet en depressiviteit.

Dit zijn zogenaamde ‘omgekeerde’ BDE’s.  Andere zijn ronduit ‘hels’:

Een man voelt zich in de diepten van de aarde vallen. Onderaan staan een paar hoge, roestige poorten, die hij waarneemt als de poorten van de hel. Door paniek bevangen slaagt hij erin om terug te klauteren naar het daglicht.

Een vrouw wordt begeleid door een angstaanjagend verlaten landschap en ziet een groep dwalende geesten. Ze zien er verloren uit en lijden pijn, maar haar gids geeft aan dat ze hen niet mag helpen.

Een (atheïstische) hoogleraar ervaart dat hij wordt verscheurd door kwaadaardige wezens.

Een vrouw ontmoet gruwelijke wezens met grijze gelatineachtige aanhangsels, die naar haar klauwen en zich vastgrijpen Zij kan zich de onbeschrijfelijke stank en de geluiden van hun gutturaal gekreun ook na 41 jaar nog goed herinneren.

Een vrouw doet een zelfmoordpoging, en voelt haar lichaam naar beneden glijden in een koude, donkere, waterige omgeving. De bodem lijkt op de ingang van een grot en er zijn een soort op webben. Ze hoort gehuil, gejammer, gekreun en tandengeknars. Ziet mensachtige wezens, met de vorm van een hoofd en lichaam, maar lelijk en grotesk. Ze zijn beangstigend en klinken gekweld, als in doodsangst.

Een vrouw vliegt plotseling over het ziekenhuis de diepe, lege ruimte in. Een groep cirkelvormige entiteiten vertelt haar dat ze nooit bestaan heeft, dat ze zich haar leven heeft mogen verbeelden, maar dat het een grap was. Ze was niet echt. De vrouw brengt daar feiten over haar leven tegenin, en beschrijvingen van de aarde. Maar nee, zeggen de wezens, er is nooit iets echt geweest, dit is alles wat er is. Vervolgens wordt ze alleen gelaten in de ruimte.

Deze laatste lijkt me pure pesterij van een stel rondhangende entiteiten, die zich vermaken ten koste van een onzekere nieuwkomer. Heel herkenbaar. Het doet me ook wel denken aan bepaalde uittredingservaringen, beschreven door Robert A. Monroe. In ‘Omgeving twee’ van ‘zijn’ astrale wereld bijvoorbeeld, kun je het heel slecht treffen. Daar is een duister en naargeestig gebied, door Monroe beschreven als “een grijs-zwarte hongerige oceaan, waar de geringste beweging knabbelende en kwellende wezens aantrekt”. Ook Monroe vraagt zich af: zijn dit de poorten van de hel? En wie of wat zijn die wezens?
 
bron afbeeldingen: The Midnight Gospel
 
De derde soort negatieve BDE is ‘leegte’, die wordt ervaren of waargenomen. Er zijn gevoelens van eenzaamheid en isolatie:

Een vrouw voelt dat ze op water drijft, eerst vredig, maar dan angstwekkend. Ze wordt een licht in de hemel, schreeuwt zonder geluid. Draait rond en realiseert zich dat dit eeuwigheid is, zo zal het verder altijd zijn. Ze voelt de eenzaamheid en leegte en uitgestrektheid van het universum, behalve voor haar dan, een bal van licht, schreeuwend.

Een vrouw voelt zich tijdens een zelfmoordpoging een leegte ingezogen, een donkere afgrond of tunnel. Zich niet bewust van haar lichaam zoals ze het kende. Ze had het Niets verwacht, de Big Sleep, de vergetelheid, maar ontdekt nu dat ze naar een ander level gaat, en dat maakt haar doodsbang. De kracht trekt haar mee naar een plek waar ze niet heen wil, maar uiteindelijk komt ze niet verder dan de nevel.

Een man voelt zich uit zijn lichaam opstaan, plotseling zwevend in totale zwartheid. Zwarte ruimte, zonder boven of beneden, links of rechts. Er gaat een eeuwigheid voorbij, lijkt het, door hem volledig en in ellende doorleefd. Hij mag alleen nadenken.

In de negatieve BDE is het religieuze element afwezig. God of een engelachtig schepsel wordt wel verwacht, en soms aangeroepen, maar de bijna-dode is en blijft alleen. Het is enorm beangstigend. Gevoelens van absolute verschrikking, voorbij de hulp van iedereen, zelfs God.

 
Ik moet hier ook mijn mening herzien. Ik ging er tot nu toe vanuit dat de bijna-dode te zien krijgt wat hij vooraf verwachtte, de ‘bekende’ (positieve) BDE elementen dus, al dan niet cultureel bepaald. Maar dat is dus niet geval. “Geen goedaardig Lichtwezen of levensvideo, niets moois of aangenaams”, klaagt iemand in zijn verslag. Het is totaal niet te voorspellen wie welk type BDE zal hebben. Er is geen enkel bewijs dat "goede" mensen een aangename BDE zullen krijgen en de "slechte" mensen een akelige. Deugdzamen hebben soms heel akelige BDE's gemeld, terwijl criminelen en zelfmoordenaars gelukzaligheid hebben beleefd.

Dit valt voor veel bijna-doden niet te rijmen. De hel? Waarom ik, waar heb ik dit aan verdiend, en wat zijn de regels dán? Twijfel en misschien ook wel schaamte: ik ben kennelijk een heel slecht mens. En ga ik daar straks naar terug? De gebeurtenis was zo heftig dat er vaak angst blijft voor de dood, ook bij mensen die eerst niet in een hel geloofden. Het concept van de hel en de christelijke associatie met eeuwige fysieke kwelling is diepgeworteld in de westerse cultuur.

De ervaring kan een ommekeer tot gevolg hebben, beschouwd worden als een waarschuwing, men krijgt een tweede kans, het moet allemaal anders. Mensen bekeren zich, sluiten zich aan bij een kerkgemeenschap. Anderen proberen hun BDE juist te bagatelliseren of rationele verklaringen te zoeken. Als derde soort reactie wordt genoemd de ‘lange termijn’. Mensen blijven soms nog jaren- of decennialang worstelen met hun herinneringen en existentiële vragen. Zij kunnen het geen plekje geven, ook niet via psychotherapie, er is altijd onderliggende onzekerheid en angst. Veel BDE’s zijn traumatisch in hun echtheid, en hun primaire effect is een krachtig en blijvend besef dat de fysieke wereld niet de volledige ‘werkelijkheid’ is. Een overtuiging die het persoonlijke leven en de sociale relaties van de bijna-dode abrupt en permanent verstoort.

 
 
*Missouri Medicine
 The journal of the Missouri State Medical Association
 nov-dec 2014

 Nancy Evans Bush is voorzitter Emerita, Internationale Vereniging voor Nabij-Dood Studies
 Bruce Greyson is hoogleraar psychiatrie en neurologische gedragswetenschappen University of Virginia School of Medicine

zondag 20 augustus 2023

Handbaskets & wheelbarrows

Deze (al wat oudere) cartoon van Randolph Itch heb ik nooit begrepen, niemand in mijn omgeving trouwens. 
 

En ook deze grap laatst was een raadsel voor me. Maar, omdat er nu twee keer sprake was een handbasket in combinatie met iets religieus, ben ik gericht gaan zoeken op internet.

Daar vond ik al snel de mij onbekende Amerikaanse uitdrukking Going to hell in a handbasket. Die wordt soms gebruikt als iets in snel tempo uit de hand loopt of verslechtert. Of in situaties waar mislukking of zelfs complete ondergang onvermijdelijk zijn. 

Waar komt dit gezegde vandaan? Dat is niet helemaal duidelijk. Het wordt in verband gebracht met de Amerikaanse burgeroorlog, de goldrush, guillotines, en schilderijen van Jeroen Bosch. Maar met de hel heeft het in ieder geval niets te maken. Dat geldt dan weer wel voor de veel oudere variant going to heaven in a wheelbarrow. 
 
Op dit prachtige fragment van een glas in lood raam (van rond 1500) in St Mary’s church in Fairford, wordt een mevrouw in een kruiwagen afgevoerd door een blauwe duivel. Op rolletjes, wieltjes, waarschijnlijk richting de hel.

zondag 30 juli 2023

Doorlopend feest en bruiloft

De hemel van… Jan van Brederode

(De hemel van… Afl.22)

In de vorige blogpost maakten wij kennis met de Hollandse ridder Jan van Brederode (Santpoort ca.1372 - Azincourt 1415) die in 1399, in verband met uitblijvend nageslacht, een bedevaart ondernam naar het vagevuur van Lough Derg. Ondanks alle beproevingen had deze actie helaas niet het gewenste resultaat. Geen kinderen dus, en ook allerlei andere problemen stapelden zich op. Jan raakte betrokken bij valsemunterij en diverse ‘kleine’ oorlogen in Holland, verder waren er geldzorgen en schulden. Narigheid alom, maar gedreven tot het uiterste verzon de familie een list, een oplossing voor alles. Jan en zijn vrouw Johanna zouden terugtreden als heer en vrouwe van Brederode door allebei het klooster in te gaan. Dat betekende ook ontbinding van hun huwelijk, maar met toestemming van de bisschop zouden ze niet formeel scheiden, en was er de (betaalde) optie om met pauselijke dispensatie bij elkaar terug te komen.

Jan was pas (ongeveer) dertig jaar, toen hij eind 1401 intrad bij een kartuizer orde in de Kempen. Zijn bestaan als kloosterling was niet bepaald succesvol, maar hij vergaarde wel veel roem met het vertalen van Somme le roi naar het Middelnederlands. Jan was niet echt van de boeken, maar Somme le roi was toch net iets voor hem. Een ‘koninklijk’ boek (geschreven voor Filips de Stoute) dat in grote lijnen de kerkleer uiteenzette. Mooi compact en helder, breed en divers. Bij Jan werd Des coninx summe niet alleen een vertaling, maar ook een behoorlijk persoonlijke bewerking. Jans duistere kijk op mens en wereld schemert door in zijn versie. Bitter en cynisch beschrijft hij de kwade kanten van de mens. Voor Jan is de mensenwereld duidelijk niet het ‘spirituele buitenkansje’ waar zoveel tradities de nadruk op leggen. Hij wijst de mensen erop dat bevrediging van hun aardse geneugten kortstondig is, en dat ze op die manier het vooruitzicht van een eeuwig leven wel kunnen vergeten. “We schijnen te denken dat varkens in hun mest groter geluk ervaren dan engelen in de hemel.”

Het aardse leven is een troosteloze reis richting de dood, en daarna? Allereerst het vagevuur, de verschrikkingen daarvan worden door Jan (als ervaringsdeskundige) breed uitgemeten. Bij hem is het vagevuur geen zuiverend opstapje naar de hemel, maar veel meer het voorgeborchte van de hel. En dat is volgens Jan verreweg de meest waarschijnlijke bestemming na dit leven. Hij geeft er een uitvoerige beschrijving van. Voor hem waren duivel en hel realiteit. Zonder hel geen hemel, en omgekeerd. En als je het een kon verbeelden, dan toch zeker ook het ander. Hoe ziet de hemel van Jan van Brederode er uit?

“Daar is overvloed van alles: schoonheid, rijkdom, eer, deugd, liefde, wijsheid, fijnzinnigheid, heil, vreugde en blijdschap zonder einde. Daar is geen hypocrisie noch valsheid, bedrog, vleierij, twist noch tweedracht, haat noch nijd noch afgunst.”  Kortom: alles wat de mensenwereld niet is, volgens Jan. Ook in materieel opzicht is in de hemel alles prima geregeld: “Daar lijdt niemand honger of dorst, hitte of koude, ziekte noch pijn noch kwaal noch angst noch zorg, druk of verdriet, maar daar is het doorlopend feest en bruiloft. Daar ziet men liefdevolle blikken gaan van lief naar lief.” Het doet mij denken aan het ‘paradijs op aarde’ van de Jehovah’s Getuigen. Jan blijkt een muziekliefhebber: “Daar hoort men orgelspel, harp, gitaren, allerhande luiten en violen, vedels, orgels, blazen en trommelen en allerhande melodieën. Wat lieflijk is om aan te zien, wat een genot is om te horen, wat een plezier is om te voelen, dat is daar allemaal in onbeperkte mate, zonder einde.”

 

 
Bron:
Frits van Oostrom
Nobel Streven
Prometheus, 2017

vrijdag 21 juli 2023

Een blik op het vagevuur

In Nobel Streven, de biografie van Jan van Brederode, geschreven door Frits van Oostrom, staat een mooie passage over de bedevaart die deze Hollandse ridder naar Lough Derg maakte. Een krankzinnig verhaal.

Lough Derg is een bedevaartsplaats in het uiterste noordwesten van Ierland, en hoewel volgens The Guardian de ‘toughest pilgrimage in the world’, tegenwoordig (in de zomermaanden) toch nog goed voor zo’n 15.000 pelgrims per jaar. In het verleden was de animo voor een dergelijke reis beduidend minder, maar het was dan ook geen fijne plek. In een grot op het piepkleine (90x25 meter) Station Island bijvoorbeeld, kon je er alvast een blik werpen op het hemels vagevuur. In de vijfde eeuw was Sint Patrick door Christus zelf op deze locatie attent gemaakt, heel geschikt om twijfelaars aan het hiernamaals over de streep te trekken.


Vanaf de zevende eeuw was het eilandje in het ‘rode meer’ een heiligdom, waar je alvast kon wennen aan het leven na de dood. En dan vooral de helse afdaling, en niet een hemelse preview via het vagevuur. Meer confrontatie dan pelgrimage dus, een soort aardse hellevaart. Sinds 1147 circuleerden er gruwelijk beeldende verslagen over de helse kwellingen, vlammen en schare duivels. Daar kwamen weinig mensen op af, maar rond 1400 raakte vooral de elite alsnog geïnteresseerd. De beloning was dan ook niet mis: volledige vrijwassing van schuld. Erg handig bijvoorbeeld bij oorlogsmisdaden.

Jan van Brederode werd rond 1372 geboren in Santpoort. In 1398, na bijna zeven jaar huwelijk, hadden hij en zijn vrouw Johanna nog steeds geen kinderen. Er was al van alles geprobeerd, maar misschien rustte er een vloek op hun vruchtbaarheid? Daarom werd uiteindelijk het zwaarste middel ingezet: een bedevaart naar het vagevuur van Sint Patrick, aan het einde van de wereld in het westen. De meest ridderlijke en eervolle pelgrimstocht van allemaal. Jan was hiermee waarschijnlijk de allereerste uit de hele Lage Landen.

De lange reis in de extreem strenge winter van 1399, duurde voor Jan waarschijnlijk een maand. Onderweg moest hij bisschoppen om toestemming vragen voor entree tot de gewijde grot, en op het eiland zelf nog diverse rituelen en instructies ondergaan. Biechten en daarna vasten, vijftien dagen op water en brood. Er wordt hem herhaaldelijk gevraagd het plan te laten varen, en Jan moet alvast een plek aanwijzen waar hij eventueel begraven wil worden, in het geval dat, en tenslotte (luguber) nog een dodenmis voor hemzelf bijwonen. Vervolgens in processie naar de grot, door de nauwe toegang (1 meter bij 60 cm) afdalen in de diepte, waarna het poortje wordt afgesloten plus een rotsblok voor de ingang. 

 
Een ware beproeving, en dat is dan nog maar het voorprogramma. Natuurlijk kwam er erg veel suggestie en stemmingmakerij bij kijken. Maar tijdens de urenlange nachtelijke wake in de stikdonkere ruimte, moet diep in de grot gekrijs hebben geklonken, van de helse angsten die bezoekers daar wezenlijk beleefden. De verslagen van de Europese ridders zijn ijzingwekkend, zeker voor moderne begrippen. Maar de zogenaamde ooggetuigenverslagen komen niet erg geloofwaardig over, zij lijken teveel op elkaar en op de bekende verslagen uit de twaalfde eeuw.
 

Toch zullen de ervaringen in de grot op Station Island heftig zijn geweest. Vierentwintig uur in snijdende kou, met blote voeten op de rotsen, in het aardedonker, totaal teruggeworpen op zichzelf, bedwelmd door slaaptekort en walmende schimmels (drugs). Dit alles kan de pelgrims behoorlijk vatbaar hebben gemaakt voor allerlei sensaties, nachtmerries, hallucinaties en visioenen. Sommige bezoekers zullen in de grot van Sint Patrick een ervaring hebben doorgemaakt als van na de dood, compleet met de pijn van verdoemenis. Een persoonlijke en interactieve Jeroen Bosch beleving.

In 1497 liet de paus de grot verzegelen, na klachten van een Hollandse pelgrim over bedrog en geldklopperij. Maar de pelgrims bleven komen.

 
 
 
Voornaamste bron:
Frits van Oostrom
Nobel Streven
Prometheus, 2017

woensdag 7 juni 2023

Hell in the UK


Volgens een recent onderzoek zijn er tegenwoordig in het VK meer jongeren dan ouderen die in de hel geloven. Je zou denken dat voorstellingen van hellevuur en eeuwige verdoemenis horen bij de meer duistere eeuwen, maar dat klopt dus niet. Britse millennials (1980-1999) en Generatie Z (1997-2012) zijn vaker geneigd in de hel te geloven dan hun babyboomer landgenoten (1945-1955). En het blijkt dat jonge mensen, hoewel ze in het algemeen toch minder religieus zijn, ook meer in leven na de dood geloven dan de oudere generaties.

Bij een ander onderzoek zagen we al dat jonge mensen dikwijls meer focus hebben op negatieve informatie, terwijl ouderen zich meer richten op positiviteit. Deze positieve focus heeft misschien tot gevolg dat de kans op een eventuele hel lager wordt ingeschat door ouderen dan door jongeren. Maar als de dood eenmaal nadert, lijkt dit verschil te verdwijnen. Jonge mensen treden het einde net zo positief tegemoet als ouderen.

Uit het recente onderzoek, dat werd uitgevoerd door het Policy Institute van King’s College Londen, kwam naar voren dat 49% van de Britten zegt in God te geloven (in 1981 was dat nog 75%). Daarmee hoort het VK nu bij de zes minst religieuze landen. Geloof in een hemel zakte er van 57% in 1981 naar 41% vorig jaar, terwijl geloof in hel en leven na de dood stabiel bleef op respectievelijk 26% en 46%. Uitgesplitst naar leeftijd zegt 32% van de ondervraagden onder de 40 jaar in de hel te geloven, tegen 18% van de ondervraagden tussen 59 en 77 jaar. Er wordt geloofd in leven na de dood door 52% van de  jongere generaties, en 37% van de ouderen.

Bobby Duffy, directeur van het Policy Institute, vertelt in The Guardian dat de culturele gehechtheid aan georganiseerde godsdienst afneemt in het VK, maar dat het geloof dat er ‘iets’ is na dit leven stevig overeind blijft, en dan vooral onder de jongste generaties. Die hebben (kennelijk) grotere behoefte aan een geloof dat er ‘meer is dan dit’. Het ‘cultureel Christendom’ is aanzienlijk gedaald onder mensen die geboren zijn in het VK, terwijl religie wereldwijd gezien nog steeds een groeimarkt is. 33% van de Britten noemt zichzelf ‘een religieus persoon’, 46% niet religieus, en 21% atheïst (4% in 1981). Volwassenen onder de 40 jaar noemen zichzelf eerder atheïst dan oudere mensen, maar zeggen tegelijkertijd ook dat ze geloven in de hel. De onderzoekers vinden dat ‘een interessant raadsel’. Maar waarom? Jouw hel creëer je tenslotte zelf, atheïst of niet. Niet een plek, maar een proces in je bewustzijn, een ervaringsniveau. En ook het eventuele ‘oordeel’ na de dood vel jij zelf. In het Bardo Thödol beleeft de overledene de 'Heer van de Dood' (Yama) als een afzonderlijk wezen, maar in feite is hij het toch zelf die zich een spiegel voorhoudt voor een onbarmhartig moment met een genadeloze analyse.

Volgens Duffy "is het niet waarschijnlijk dat religieus geloof helemaal zal verdwijnen in het VK, maar het blijft wel afnemen. Een langzame en onvermijdelijke neergang, die misschien nog gestopt kan worden als de georganiseerde religies aansluiting kunnen vinden met het bredere verlangen naar nog iets anders na dit leven". Een beloning in het hiernamaals dus? Maar dat is toch de wortel die gelovigen al eeuwenlang wordt voorgehouden?

 
 
Bron:
The Guardian, 19 mei 2023

dinsdag 26 juli 2022

Blauw, wit en leeg

 
Als je een AI (kunstmatige intelligentie) programma een tekening laat maken van 'de hemel' verschijnen al snel de gebruikelijke clichés. Veel aangenaam blauw, witte wolken, stralend licht, een trap (maar geen poort). Wel opvallend, in dit geval, dat er niemand te bekennen valt.
 
 
Ook 'de hel' is nogal traditioneel: veel vuur en hitte.
 
 
Een AI interpretatie van 'hiernamaals'.

zaterdag 28 augustus 2021

Cloud Nine

De hemel van... Robert A. Monroe 
 
(De hemel van... Afl.17)

De Amerikaanse zakenman Robert A. Monroe (1915-1995) schreef drie boeken over zijn reizen in de astrale wereld. Hij kon zich gemakkelijk en vaak in deze tweede staat verplaatsen, nadat hij (naar eigen zeggen) een speciale techniek had ontwikkeld waarmee hij uit zijn stoffelijk lichaam kon treden.

Volgens Monroe zou de tweede staat uit drie omgevingen bestaan. Omgeving ‘twee’ lijkt een hiernamaals te zijn, waar overledenen zich (soort bij soort) ophouden in een onvoorstelbare uitgestrektheid. Er zijn ontelbare variaties en wat hemel en hel genoemd wordt, is daar maar een onderdeel van. Het gedeelte van omgeving twee dat het dichtst bij het hier en nu ligt (en er nauw mee verbonden schijnt te zijn), is een duister en naargeestig gebied. Monroe beschrijft het als “een grijs-zwarte hongerige oceaan, waar de geringste beweging knabbelende en kwellende wezens aantrekt”.  Hij vraagt zich af: zijn dit de poorten van de hel? En wie of wat zijn die wezens? In een eerdere blogpost zagen we dat antroposoof Rudolf Steiner de hel (de begeertegloed) ook in de eerste sfeer van de astrale wereld plaatst.

Robert Monroe lijkt mij niet bijzonder godsdienstig aangelegd, maar via zijn katholieke echtgenote kent hij wel wat gebeden en heiligen. Die worden soms te hulp geroepen, als hij weer eens in een penibele situatie in de astrale wereld is beland. In zijn eerste boek (1971) geeft hij aan dat hij na twaalf jaar buitenlichamelijke ervaringen nog geen bewijzen heeft gevonden voor het bestaan van een god, of een leven na de dood in een ‘bijbelse’ hemel. Maar er is wel een plek, waarvan hij zeker weet dat het een deel vormt van de hemel zoals godsdiensten die presenteren. Hij is er drie keer geweest. Woorden schieten hem tekort om deze plaats zelfs maar bij benadering te beschrijven. Toch doet hij een poging met een verslag waar de gelukzaligheid vanaf spat. Net als in het Bardo Thödol en het Devachan is er sprake van muziek, kleuren en geluiden, en worden er kosmische geheimen onthuld.

Monroe: Het is alsof je in een warme, zachte wolk drijft, zonder boven of beneden, waar niets bestaat als afzonderlijk stukje materie. De warmte omgeeft je niet alleen, ze is van jou, ze doorspoelt je. De wolk wordt geraakt door lichtstralen met vormen en kleuren die voortdurend veranderen, en terwijl je erin baadt voelt elk daarvan goed aan, met ieder een eigen kalmerend gevoel van geluk. Het is alsof de wolken rond een eeuwigdurende, lichtende zonsondergang hangen, waarvan jij tegelijk deel uitmaakt, meeveranderend met het patroon van levende kleuren. Je reageert op de eeuwigheid van de kleuren blauw, geel, groen, rood en al hun nuances en het samenspel van deze tinten, en neemt ze in je op. Ze komen je allemaal bekend voor. Hier hoor jij Thuis.

Terwijl je langzaam en moeiteloos door de wolk zweeft, ben je geheel omgeven door muziek. Harmonieën, tere en dynamische melodieuze passages, veelstemmige contrapunt, aangrijpende boventonen roepen diepe, onsamenhangende gevoelens in je op. Hele koren van menselijk klinkende stemmen weergalmen in een lied zonder woorden. Oneindige patronen van muziek als van snaarinstrumenten worden in alle nuances van subtiele harmonie vervlochten tot regelmatig terugkerende maar zich toch ontwikkelende thema’s. Het komt niet uit een bepaalde bron, maar is overal om je heen. En jij bent er één mee, jij resoneert mee.

Het is de waarheid in haar zuiverste gedaante, misschien heb je er vroeger ooit een glimp van opgevangen, tijdens een schoonheidservaring in de natuur. En het belangrijkst van alles: je bent niet alleen. Je bent verweven met naamloze anderen die net als jij zijn, en waarmee je een totale vanzelfsprekende liefde voelt. Je bent één met het geheel, maar toch een afzonderlijk deel, je bewust van de  bron van je gehele bestaan, van een onmetelijkheid die het voorstellingsvermogen te boven gaat. Je bent in volmaakt evenwicht: mannelijk-vrouwelijk, positief-negatief, ouder-kind. Je bent het, als deel van het geheel, allemaal. Je kent het bestaan van de Vader, de Schepper. Jij bent een van zijn talloze schepsels, je weet niet hoe en waarom, maar dat is van geen belang. Je bent gelukkig omdat je hier Thuis bent.

Toch kwam Monroe telkens weer terug in zijn lichaam, met zware tegenzin en niet uit zichzelf. Nog dagenlang geplaagd door heimwee en gevoelens van eenzaamheid.

 


Bron: 
Robert A. Monroe 
Uittredingen; Experimenten buiten het lichaam 
Ankh-Hermes 1978, derde druk

maandag 28 juni 2021

Zuivering en transformatie

In het boek Wat gebeurt er als je sterft? zet theoloog en veelschrijver Hans Stolp de denkbeelden van Rudolf Steiner betreffende sterven en hiernamaals uiteen. Stolp is een trouwe volgeling, maar vertelt helaas niet waar Steiner de wijsheid vandaan haalt. In vorige blogposts kun je lezen hoe de overledene na het sterfmoment in de etherische wereld belandt, waar hem onder andere een indrukwekkend levenspanorama te wachten staat. Als zijn etherisch (energie)lichaam tenslotte uiteenvalt, wordt de reis voortgezet met zijn astraal lichaam. De dode wordt zich gaandeweg bewust van zijn kosmische burgerschap.

De etherische wereld ligt als een schil om de aarde, en reikt tot aan de baan die de maan om de aarde aflegt. Als de reiziger (de overledene) de sfeer van de maan binnentreedt, begint de astrale wereld: zeven sferen, elk verbonden met een bepaalde ‘planeet’. Zo passeert hij de vier maansferen, dan de sferen van Mercurius en Venus, en tenslotte de sfeer van de Zon. Maar, in de geestelijke wereld is geen sprake van ruimte, tijd of afstand. ‘Reis’ is hier een metafoor, het is meer een kwestie van bewustwording. De dode legt geen afstanden af van sfeer naar sfeer, maar zijn bewustzijn wordt ruimer en zijn waarnemingen ontwikkelen zich overeenkomstig.

De reis door de astrale sferen is een loutering, noodzakelijk voordat de dode de lichtwereld (Devachan) kan betreden. Hij moet een zuiver geestelijk wezen worden, in wie alleen maar liefde leeft. Er is geen sprake is van een oordeel, maar de reiziger wordt voortdurend geconfronteerd met wat hij gedurende zijn aardse leven voor anderen heeft betekend. Zo kan hij inzicht verwerven en (liefst zonder zelfbedrog) gevoelens en emoties verwerken. Dat zijn karmische lessen voor de volgende incarnatie. In de astrale wereld ontstaat namelijk een diep verlangen naar een wedergeboorte, om goed te doen, en om eerdere fouten goed te maken. Mensen die niet bereid of in staat zijn tot enig zelfinzicht reïncarneren direct.

Loutering in een tijdelijke staat, alvorens een hogere wereld te betreden? Dat lijkt wel erg op het katholieke vagevuur, vindt Hans Stolp ook. Hij noemt de astrale wereld een zielenwereld, een oord van begeerte waar vele termen voor zijn, bijvoorbeeld kamaloka*. Intussen moet de overledene ook nog afrekenen met zijn aardse verslavingen, die zijn namelijk afgedrukt in zijn astraal lichaam. Verlangen naar een sigaret, of alcohol, koffie, seks, spullen. Bevrediging is niet langer mogelijk, hij moet dit overwinnen en loslaten.

De reis door met name de maansferen is niet altijd een pretje. De eerste sfeer is begeertegloed, de hel. Daar heerst duisternis, eenzaamheid en beproeving. Gelukkig zullen de meeste overledenen dit gebied razendsnel passeren via een beschermende doorgang: de tunnel, die zo vaak genoemd wordt in bijna-doodervaringen! Dat vind ik een erg leuke vondst.

In een volgende blogpost meer over de lichtwereld volgens Steiner.

 

*Kamaloka: de wereld van verlangens en geneugten, het rijk waar de ‘duivel’ Mara het meest actief is. Verdeeld in zes bestaansvlakken, bevolkt door hellewezens, preta’s, dieren, mensen en lagere godheden. In essentie zijn al deze rijken te beschouwen als een staat van bewustzijn. De zes bestaanswerelden uit het Bardo Thödol!

 

Voornaamste bron: 
Hans Stolp 
Wat gebeurt er als je doodgaat? 
AnkhHermes 2021, 10e druk

zaterdag 14 november 2020

Bardo van wording: de juiste moederschoot kiezen (1)

Aan het eind van de bardo van wording kan de overledene een reïncarnatie voorkomen door de moederschoot te blokkeren. Het Bardo Thödol vertelt hem hoe en waarom.

Maar misschien heeft deze dode amper een goede daad verricht, en zoveel neurotische sluiers dat hij niet bevrijd kan worden, ondanks alle tips en trucs die hij inmiddels aangereikt heeft gekregen. Helaas dan, de kracht en macht van karma zijn intens dwingend. Als de moederschoot zich tot nog toe niet gesloten heeft, moet hij het misschien maar opgeven en zijn wedergeboorte accepteren. In dat geval is het wel belangrijk dat hij toch op z’n minst de juiste moederschoot kiest.

Het Bardo Thödol blijft ook hier behulpzaam. Het biedt de overledene een totaalbegeleiding op zijn reis door de bardo. Van de veelheid vóór de dood naar de eenheid van het Heldere Licht, en via de bardo van dharmata en de bardo van wording, in een steeds bonter en grimmiger wordende veelheid, naar de laatste poging om de moederschoot te blokkeren: een meditatie op het Heldere Licht (de eenheid). Daarna waaiert de beleving weer uit tot de veelheid van het menselijk bestaan en is de cirkel weer rond.

De achterblijvers noemen de dode drie keer bij zijn naam en lezen de tekst hardop voor. Beste dode, luister goed. Het is je vaak uitgelegd, maar je hebt er niets van begrepen. Nu is de tijd gekomen om een lichaam aan te nemen. Hier zijn de instructies om de beste moederschoot te selecteren. Houd ze in gedachten, begrijp ze en wees niet afgeleid maar concentreer!

Daarna worden uitvoerig de kenmerken van het werelddeel waar je geboren zult worden met je doorgenomen, natuurlijk wel gebaseerd op de antieke boeddhistische kosmologie. Je kunt kieskeurig zijn, kennelijk zit er nog volop rek in de keuzemogelijkheden. Er zijn bijvoorbeeld tips over bepaalde locaties waar de situatie wel heerlijk comfortabel is, maar waar je toch niet moet zijn omdat de dharma (de leer van Boeddha) er niet floreert. En een bepaalde plaats in het zuiden, genaamd Rozenappeleiland, wordt juist extra aanbevolen. Luxueuze, comfortabele woningen, als je kunt moet je daar binnengaan.

Over het algemeen ga je terug naar de mensenwereld of wordt je in de godenwereld herboren (misschien is geest of engel hier een beter woord), maar een geboorte in een ander bestaansrijk is ook mogelijk. Elk van de zes bestaanswerelden is een bewustzijnstoestand. Ze kunnen elkaar doorkruisen en omgeven. Een spook leeft in zijn eigen sfeer, maar kan contact met mensen maken. Godheden spelen een rol op aarde en vergezellen ons welwillend of vertoornd in het hiernamaals.

Als je in de godenwereld herboren zult worden, zie je hemelse bouwwerken van vele verdiepingen, gemaakt van allerlei edelstenen. (Dit lijkt op de hemelse stad en de pearly gates uit de christelijke mythologie.) Kun je naar binnen? Doen! De halfgoden (asura’s) zien plezierige bossen of draaiende wielen van vuur. Ga daar in ieder geval niet binnen, maar bied in gedachten weerstand. Word je een dier, dan ontwaar je in een soort mist holen in de grond, grotten en strohutten. Niet binnengaan. Preta’s zien boomstompen en zwarte vormen omhoog steken. Duisternis, schaduwen, ondiepe holen en zwarte stukken grond. Ga daar zeker niet heen. Wees intens moedig en bied in gedachten weerstand. Als je als hellewezen geboren zult worden, hoor je liederen die gezongen worden door mensen met een slecht karma. Je zult merken dat je in een duister land terecht bent gekomen, met zwarte en rode huizen, met zwarte vuurplaatsen en zwarte wegen. Je zult er in de hellen verstrikt raken en ondraaglijke pijn door hitte en kou ondergaan, waar je niet aan kunt ontsnappen. De echt zware gevallen zullen hier hulpeloos naar binnen moeten gaan, maar als je kunt moet je dit absoluut vermijden! Wees heel voorzichtig, toon wilskracht en blokkeer de moederschoot. Mobiliseer de kracht van de drang naar bevrijding! 

 

Bronnen:  
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa  
Het Tibetaans Dodenboek  
Servire, 1991 
 
Robert A.F. Thurman  
Het Tibetaanse Dodenboek  
Altamira-Becht,  2006 
 
Ilse Dorren  
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek  
Mirananda, 1985