Posts tonen met het label licht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label licht. Alle posts tonen

maandag 10 november 2025

Frozen sky

Wij zijn sterrenstof. Letterlijk. Destijds al een bekende hippie slogan (denk aan Crosby Stills Nash & Young), maar hij komt ook nu nog vaak voorbij. In de vorige blogpost bijvoorbeeld, benadrukt sterrenkundige Margot Brouwer het feit dat wij gemaakt zijn van atomen die gesmeed zijn in het centrum van sterren. Voor Margot een basis voor inzicht en troost en een demping van haar (doods)angsten.

In een andere aflevering van dezelfde podcastserie (De Verwondering) kwam de dichter Ingmar Heytze aan het woord. Ook hij wordt geplaagd door vele angsten, die hij bestrijdt met een mooie en (voor hem) troostrijke gedachte: wij zijn niet alleen maar stof, maar op de een of andere manier ook van licht. Mooi gezegd, zelf zou ik het energie noemen.


En Jonathan Richman heeft weer een andere metafoor. Op de titeltrack van zijn nieuwe album zingt deze leeftijdloze rock’n’roll optimist “I was only just frozen sky anyway”. Uncut magazine vroeg hem om deze beeldspraak nader toe te lichten. Het komt uit de poetry van de Indiase guru Paramahansa Yogananda (1893-1952), vertelt Richman. Die schreef: “I am the vast blue ocean of sky… frozen sky…” Naar het schijnt was een vriend van hem net overleden en Yogananda reageerde met dit gedicht om aan te geven dat dood alleen een verandering is, van de ene manier van zijn in het universum naar een andere.

Dat is wel een beetje kort door de bocht van Jonathan. Het betreffende citaat komt uit een gezang van Yogananda, een meditatie over het identificeren van het zelf met het oneindige (gesymboliseerd door de sky). "I am a little drop of the sky — frozen sky" suggereert dat individueel bewustzijn (de “druppel”) een manifestatie van het goddelijke is, en een deeltje van de onmetelijke onstoffelijke realiteit. Een deeltje dat vanwege onze beperkte zienswijze vast lijkt te zijn (“bevroren”).

Pas toen de hele elpee af was en Jonathan Richman al het materiaal gehoord had, realiseerde hij zich dat dit album een thema heeft, namelijk (de) dood. En dat terwijl heel veel van zijn songs juist over jeugdigheid en levensgenieten gaan, merkt Uncut nog op. Klopt, zegt Richman, maar er is niks mis met contrast. Het zal ook de ‘ouwe dag’ wel zijn, vermoed ik. Jonathan is ook al weer 74.

 
bron: uncut 345, 2025
 

vrijdag 9 februari 2024

Twin Peaks en het Licht


Ken je Twin Peaks (nog)? Waarschijnlijk wel, want de veelbesproken televisieserie uit de jaren negentig, had nog een derde seizoen in 2017. De echte liefhebbers herinneren zich ongetwijfeld de dramatische aflevering 9 uit het tweede seizoen (1991), met een voortijdige ontknoping van het verhaal en de sterfscène van Leland, de vader van Laura Palmer. FBI agent Dale Cooper leidt hem daarbij keurig naar het Heldere Licht, het Licht van het Tibetaans Dodenboek. Of toch niet?

De serie Twin Peaks was bizar en vernieuwend, zeker voor die tijd, met veel ruimte voor bovennatuurlijke zaken. Regisseur David Lynch kon er veel van zijn persoonlijke interesses in kwijt, zoals muziek, mystiek, dromen, onderbewustzijn, yoga, maar ook ‘Tibet’. De dalai lama wordt geciteerd, we horen over de recente geschiedenis en orakels, en Special Agent Cooper heeft een landkaart aan de muur. Hij heeft er gereisd en hanteert nu ongebruikelijke, wat hij noemt ‘Tibetaanse onderzoeksmethoden’.  En dan die stervensbegeleiding van Leland Palmer dus, die geïnspireerd lijkt door het Tibetaans Dodenboek (Bardo Thödol). Maar daar zet ik toch een vraagteken bij.

bron afb: still
Cooper:
 
Leland,
The time has come to seek the path
Your soul has set you face-to-face with the clear light
And you’re now about to experience it in its reality wherein
all things are like the void and cloudless sky
and the naked spotless intellect is like a transparant vacuum
without circumference or center.

Leland,
In this moment know yourself
And abide in that state
Look to the light, Leland
Find the light

(Leland: I see it)

Into the light, Leland, don’t be afraid.

De nu rustig geworden Leland zegt dat hij (zijn overleden dochter) Laura ziet staan, in dat licht. Zij verwelkomt hem. Een krachtige scène op de grens van leven en dood, met een grandioze Cooper.

Maar, naar mijn mening, dit kan niet het Heldere Licht zijn, bedoeld in het Bardo Thödol. Dat is het zuivere heldere licht van de realiteit (dharmata), stralend op het sterfmoment. Je staat van geest is dan zuivere leegte, zonder eigenschappen of substantie of kleur. Als je die eigen blanco geest herkent als het heldere licht, smelt je daar mee samen. Op dat moment verdwijnt het bestaan in de dualiteit. De verschijning van een overleden familielid is hier niet aan de orde. 

Daar komt nog bij dat het (heldere) ‘licht’ waarschijnlijk een metafoor is. De dalai lama denkt dat je het niet letterlijk moet nemen: “In het boeddhisme worden termen als duidelijkheid en helderheid veel gebruikt met betrekking tot geest of bewustzijn. Vanuit dat standpunt is de keuze van de term 'licht' gemaakt. Helder licht is het subtielste niveau van de geest, dat als basis of bron kan worden gezien waaruit de uiteindelijke ervaring kan voortkomen. Daarom wordt het helder licht genoemd, het is een staat van de geest".

Het licht in Twin Peaks is een voorbeeld van ‘Amerikaanse spiritualiteit’. Een 'populair' licht, vaak genoemd in boeken en films (‘ga naar het licht’), en deel uitmakend van het moderne Amerikaanse gedachtegoed. Waarschijnlijk (mede) geïnspireerd door verslagen van bijna-doodervaringen, waarin lichtvisioenen beschreven worden.

vrijdag 27 oktober 2023

Symmetrie en Harmonie

De hemel van… Magnus Wallin

(De hemel van… Afl.24)

Magnus Wallin (1965) is een Zweedse kunstenaar, hij maakt onder andere korte video animaties. In de vorige blogpost werden Exit (1997) en Limbo (1999) besproken. Wallin verwerkt soms menselijk bloed of lichaamsdelen, zoals schedels en beenderen, in zijn kunstwerken. Hij lijkt mij nogal geobsedeerd door het imperfecte menselijk lichaam, en de (volgens hem) negatieve maatschappelijke bejegening van de invalide medemens.

In de hemel die Wallin schetst in zijn creaties (waarschijnlijk niet zijn hemel), is alles en iedereen perfect. Er is symmetrie en harmonie, iedereen is en doet hetzelfde. Geen gebrekkigen en geen rafelrandjes in deze utopische omgeving. In Limbo worden de misvormde hoofdpersonen zelfs door engelen verjaagd, en eindigt de film hemels met gekloonde synchroonzwemmers in een paradijselijk zwembad. Buitenbeentjes zijn nergens te bekennen.

Het zal Wallins kritiek zijn op het ultieme doel van westerse wetenschap: genetisch perfecte menselijke wezens, die een maatschappelijk perfecte wereld bewonen. Kneusjes zijn er niet welkom. Een dergelijke droom grenst aan fascisme, vindt Wallin. De illusie van een volmaakt menselijk lichaam schept en benadrukt allerlei tegenstellingen, zoals goed en kwaad, juist en fout, mooi en lelijk, nuttig en nutteloos. Doorheen de geschiedenis is er sprake van sociaal onderscheid. De belaagde invaliden in Exit bijvoorbeeld, zijn gebaseerd op tekeningen uit de 15e eeuw van Jeroen Bosch. Symmetrie en volmaaktheid zouden een goddelijke harmonie reflecteren, misvormingen boezemen ons afkeer in.

Het menselijk lichaam wordt meer en meer gefragmenteerd, als een soort machine, waarvan de delen makkelijk verbeterd of vervangen kunnen worden. In de animatie Skyline (2000) springt een groep atletische mannen om de beurt van een trapeze, een leegte tegemoet. Zij slaan te pletter tegen een toren en vallen in stukken neer op een onderzoekstafel in een anatomisch theater. De klokkentoren (uit het Berlijnse Olympisch Stadion) is ook te zien in Limbo. 

bron afbeeldingen: still

In Limbo wordt Wallins hemel voor de ontsnapten uit Exit getoond, maar wat is er met de anderen gebeurd, die wel door het vuur zijn gegrepen? Dat kunnen we zien in Physical Paradise (1998). Deze invaliden belanden in een soort alternatief concept van paradijs, een enorm cirkelvormig ruimtestation. De ronde constructie zou hier refereren aan de beweging om het meer in Jeroen Bosch’ Tuin der Lusten. Paradijs betekent ook tuin, en tuin is gecontroleerde natuur.

De korte animatie begint met duisternis. We arriveren in het midden van het ruimtestation, met eerst nog meer duisternis, dan kleuren. Een vriendelijke stem heet ons welkom in Physical Paradise en wenst ons een plezierige reis. Er volgt een snelle aaneenschakeling van beelden en kleuren, het is of we een lange caleidoscoop-achtige tunnel worden ingetrokken, met veel bochten. Er klinken natuurgeluiden, vogels en hawaii muziek. Aan het einde een rustig blauw en er zijn lichten. De tunnel zou hier een metafoor zijn voor verandering van bewustzijn, richting een soort van transcendentie.





Wat zou Wallin eigenlijk vinden van de hedendaagse verheerlijking van jeugd? Ouderdom en verouderen zijn nu ook defecten geworden, tekortkomingen die verborgen moet worden. Botox en lichaamscorrectie zijn overal. Hij kan, naar mijn mening, zo een aanvulling maken op zijn vierluik.

De filmpjes kun je bekijken op de website van de kunstenaar, HIER. 


Voornaamste bron:
magnuswallin. com

zaterdag 28 augustus 2021

Cloud Nine

De hemel van... Robert A. Monroe 
 
(De hemel van... Afl.17)

De Amerikaanse zakenman Robert A. Monroe (1915-1995) schreef drie boeken over zijn reizen in de astrale wereld. Hij kon zich gemakkelijk en vaak in deze tweede staat verplaatsen, nadat hij (naar eigen zeggen) een speciale techniek had ontwikkeld waarmee hij uit zijn stoffelijk lichaam kon treden.

Volgens Monroe zou de tweede staat uit drie omgevingen bestaan. Omgeving ‘twee’ lijkt een hiernamaals te zijn, waar overledenen zich (soort bij soort) ophouden in een onvoorstelbare uitgestrektheid. Er zijn ontelbare variaties en wat hemel en hel genoemd wordt, is daar maar een onderdeel van. Het gedeelte van omgeving twee dat het dichtst bij het hier en nu ligt (en er nauw mee verbonden schijnt te zijn), is een duister en naargeestig gebied. Monroe beschrijft het als “een grijs-zwarte hongerige oceaan, waar de geringste beweging knabbelende en kwellende wezens aantrekt”.  Hij vraagt zich af: zijn dit de poorten van de hel? En wie of wat zijn die wezens? In een eerdere blogpost zagen we dat antroposoof Rudolf Steiner de hel (de begeertegloed) ook in de eerste sfeer van de astrale wereld plaatst.

Robert Monroe lijkt mij niet bijzonder godsdienstig aangelegd, maar via zijn katholieke echtgenote kent hij wel wat gebeden en heiligen. Die worden soms te hulp geroepen, als hij weer eens in een penibele situatie in de astrale wereld is beland. In zijn eerste boek (1971) geeft hij aan dat hij na twaalf jaar buitenlichamelijke ervaringen nog geen bewijzen heeft gevonden voor het bestaan van een god, of een leven na de dood in een ‘bijbelse’ hemel. Maar er is wel een plek, waarvan hij zeker weet dat het een deel vormt van de hemel zoals godsdiensten die presenteren. Hij is er drie keer geweest. Woorden schieten hem tekort om deze plaats zelfs maar bij benadering te beschrijven. Toch doet hij een poging met een verslag waar de gelukzaligheid vanaf spat. Net als in het Bardo Thödol en het Devachan is er sprake van muziek, kleuren en geluiden, en worden er kosmische geheimen onthuld.

Monroe: Het is alsof je in een warme, zachte wolk drijft, zonder boven of beneden, waar niets bestaat als afzonderlijk stukje materie. De warmte omgeeft je niet alleen, ze is van jou, ze doorspoelt je. De wolk wordt geraakt door lichtstralen met vormen en kleuren die voortdurend veranderen, en terwijl je erin baadt voelt elk daarvan goed aan, met ieder een eigen kalmerend gevoel van geluk. Het is alsof de wolken rond een eeuwigdurende, lichtende zonsondergang hangen, waarvan jij tegelijk deel uitmaakt, meeveranderend met het patroon van levende kleuren. Je reageert op de eeuwigheid van de kleuren blauw, geel, groen, rood en al hun nuances en het samenspel van deze tinten, en neemt ze in je op. Ze komen je allemaal bekend voor. Hier hoor jij Thuis.

Terwijl je langzaam en moeiteloos door de wolk zweeft, ben je geheel omgeven door muziek. Harmonieën, tere en dynamische melodieuze passages, veelstemmige contrapunt, aangrijpende boventonen roepen diepe, onsamenhangende gevoelens in je op. Hele koren van menselijk klinkende stemmen weergalmen in een lied zonder woorden. Oneindige patronen van muziek als van snaarinstrumenten worden in alle nuances van subtiele harmonie vervlochten tot regelmatig terugkerende maar zich toch ontwikkelende thema’s. Het komt niet uit een bepaalde bron, maar is overal om je heen. En jij bent er één mee, jij resoneert mee.

Het is de waarheid in haar zuiverste gedaante, misschien heb je er vroeger ooit een glimp van opgevangen, tijdens een schoonheidservaring in de natuur. En het belangrijkst van alles: je bent niet alleen. Je bent verweven met naamloze anderen die net als jij zijn, en waarmee je een totale vanzelfsprekende liefde voelt. Je bent één met het geheel, maar toch een afzonderlijk deel, je bewust van de  bron van je gehele bestaan, van een onmetelijkheid die het voorstellingsvermogen te boven gaat. Je bent in volmaakt evenwicht: mannelijk-vrouwelijk, positief-negatief, ouder-kind. Je bent het, als deel van het geheel, allemaal. Je kent het bestaan van de Vader, de Schepper. Jij bent een van zijn talloze schepsels, je weet niet hoe en waarom, maar dat is van geen belang. Je bent gelukkig omdat je hier Thuis bent.

Toch kwam Monroe telkens weer terug in zijn lichaam, met zware tegenzin en niet uit zichzelf. Nog dagenlang geplaagd door heimwee en gevoelens van eenzaamheid.

 


Bron: 
Robert A. Monroe 
Uittredingen; Experimenten buiten het lichaam 
Ankh-Hermes 1978, derde druk

vrijdag 24 mei 2019

De eenheid met God beleven

De hemel van… broeder Bernardus

(De hemel van… Afl. 7)

Dom Bernardus Peeters (51) is abt van het klooster Koningshoeven (21 monniken) in Berkel-Enschot. In mei 2019 werd hij geïnterviewd door Fokke Obbema voor de serie Zin van het leven in de Volkskrant.

Broeder Bernardus werd geboren in een katholiek gezin in Limburg. Als 18-jarige koos hij voor een bestaan als monnik onder invloed van een godservaring die hij ooit als 10-jarige had. Hij voelde zich toen opgenomen in iets zo groot dat het hem een enorm vredig en vreugdevol gevoel gaf, maar tegelijk ook wel angstaanjagend was. Een eenheidservaring, een soort samensmelting van alles, alsof er geen ‘ik’ meer was.

Volgens Bernardus valt God niet te bewijzen, hij is er of niet, je voelt zijn aanwezigheid of niet. Het gaat niet over ons intellect, maar over ervaring.
We moeten wegkomen van het institutionele, rationele geloof en terug naar het ervaren van het Goddelijke, de mystieke stroming van het christendom. Die ruimte en vrijheid wordt je nú gegeven. Het leven is geen vervelende tussenruimte waarin je van God weg bent, waarna het na de dood allemaal goed komt. Je kan en mag nú gelukkig zijn, en het daarmee aan de slag gaan is volgens Bernardus de zin van ons leven. Hij wil de eenheid met God beleven, dat is voor hem het hoogste geluk.

Voor broeder Bernardus is de dood de doorgang naar een ander leven. Hier kan de eenheid met God worden beleefd. We zijn bij hem vandaan gekomen en gaan ook weer naar hem terug. Ons lichaam blijft hier achter en vergaat, en onze ziel leeft verder. Denkend aan de dood visualiseert hij geen hemelpoort en geen Petrus, maar wel licht. Een nieuw licht, dat God vertegenwoordigt. Voor Bernardus is God nooit een man met een lange baard op een wolkje geweest. Hij stelt zich God niet als een persoon voor, maar als liefde. Onze taal is niet toereikend genoeg om dit uit te drukken, het is heel moeilijk te verwoorden. De eenheid met God kun je alleen ervaren. Het is een persoonlijk licht, waarin de ziel zijn nieuwe ruimte vindt.

Dit lijkt op het eerste gezicht precies wat de Bardo Thödol ons vertelt. De overledene die opgaat in een licht, en (weer) één wordt met liefde, met God (die geen persoon is). Iets wat je ook al in je aardse bestaan zou kunnen ervaren. En dit alles moet je dan niet intellectueel begrijpen, maar ervaren (en herkennen).

Toch is er ook een groot verschil. Broeder Bernardus beroept zich wat betreft het licht na de dood op de oude katholieke liturgie. In die interpretatie “leeft” de ziel (‘die hier zijn nieuwe ruimte vindt’) kennelijk voort, in eenheid met God. Terwijl in de boeddhistische variant het ‘ik’ oplost in de eenheid, in het licht.


 



Link:

Het interview in de Volkskrant vind je HIER (€).

donderdag 18 april 2019

De bardo van dharmata

De overledene die het heldere licht én het ‘tweede’ heldere licht niet herkend heeft, gaat door naar de volgende ronde: de bardo van dharmata. Dat zal vrijwel iedereen overkomen, op een enkele ‘vergevorderde’ na die zich al tijdens het leven verdiept heeft in de teksten en meditatie.

In de bardo van dharmata (ook: ‘de tussenstaat van de realiteit’, of ‘chönyid bardo’) wordt de overledene geconfronteerd met hallucinaties, zijn eigen verwarde projecties van karma. Maar deze bardo biedt ook voordelen en heeft een grote kracht. Het is dan ook erg belangrijk dat juist nu de betreffende tekst uit het Bardo Thödol hardop aan de overledene wordt voorgelezen. Daarin wordt weer benadrukt dat alles wat je ziet een weerspiegeling is van de eigen gedachtenwereld. (H)erkenning van dit feit is de sleutel tot verlossing. Net als in het leven zijn ook na de dood alle beelden in feite illusies.

In deze fase ziet de overledene de achterblijvers, maar zij zien hem niet. Hij hoort ze roepen, maar zij horen hem niet. Ze huilen en jammeren, bij maaltijden wordt geen rekening meer met hem gehouden, zijn kleren worden verwijderd en zijn bed wordt uit elkaar gehaald. Wat een verlatenheid! Wanhoop slaat toe en dan doen zich ook nog allerlei verschijnselen voor: geluiden, kleurige lichten en lichtstralen. Angst, schrik en paniek verzwakken de overledene.

De tekst van het Bardo Thödol legt hier de overledene nog maar eens uit dat hij toch echt dood is, dat dat iedereen overkomt, dat hij ‘het ogenblik voor de dood’ niet herkend heeft en daarom hier moet ronddwalen. Er wordt hem opnieuw uitgelegd dat er zes bardo’s zijn, dat hij zich nu in de bardo van dharmata bevindt en dat hierna de bardo van wording (van een volgend leven) zal worden ervaren. De overledene krijgt nog een van de gebeden van de tussenstaat en wat belangrijke vuistregels mee: niet verlangen, niet hechten, en vooral: alles wat zich maar voordoet, hoe angstaanjagend ook, herkennen als je eigen projectie. Als je dit essentiële punt van de leer niet begrijpt, zul je dwalen in samsara. Geef dus niet toe aan je angst, kijk er doorheen, blijf op je gemak.

“Als je lichaam en geest zich van elkaar scheiden zal de dharmata verschijnen, zuiver en helder, en toch moeilijk te onderscheiden, stralend en schitterend, met angstaanjagende helderheid, glinsterend als een luchtspiegeling boven een veld in het voorjaar. Wees er niet bevreesd voor, wees niet verbijsterd. Dit is de natuurlijke straling van je eigen dharmata, herken deze dus.”

“Een geweldig gedreun van donder zal zich in het licht voordoen, het natuurlijke geluid van dharmata, als van duizend donderslagen tegelijk. Dit is het natuurlijke geluid van je eigen dharmata, wees dus niet bevreesd of verbijsterd.”

Ten overvloede wijst het Bardo Thödol er ook nog droogjes op dat je nergens bang voor hoeft te zijn, je bent namelijk al dood. En in plaats van een stoffelijk, heb je nu een mentaal lichaam “van onbewuste neigingen”. Weet dat dit de bardo is.

De overledene zal nu de vredige en toornige godheden gaan ontmoeten.



Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek      
Mirananda, 1985


zondag 26 augustus 2018

Manifestaties van prana in de bardo

In een eerdere blogpost had ik het over de “vloeiende, vibrerende wereld van geluid, licht, kleur” die je in de bardo’s kunt verwachten, allemaal heftige manifestaties van energie.

Energie speelt ook een rol in het zeer lezenswaardige boek van Tenzin Wangyal Rinpoche over droomyoga. Hij beschrijft hierin onder meer ons energielichaam en de rol van prana (basisenergie, levensenergie). De serieuze beoefenaars van yoga zullen met deze termen en begrippen bekend zijn: “Energiebanen, prana en chakra’s spelen zowel in de dood als in het leven een rol. De meeste mystieke ervaringen en ook ervaringen in de tussentoestand na de dood zijn het gevolg van het open– en dichtgaan van energiepunten".

"Veel verhalen over de verschijnselen van bijnadoodervaringen bevatten beschrijvingen van allerlei lichten en visioenen die mensen hebben als het stervensproces begint. Volgens de Tibetaanse traditie hebben deze verschijnselen te maken met de beweging van prana. De energiekanalen worden geassocieerd met verschillende elementen; wanneer bij het sterven de elementen oplossen en de energiekanalen uiteenvallen, manifesteert de vrijgelaten energie zich als licht en kleur. De leer beschrijft heel gedetailleerd welk gekleurd licht correspondeert met het oplossen van welk kanaal, waar het zich in het lichaam bevindt en met welke emotie het te maken heeft.

Er bestaat aanzienlijk veel variatie hoe deze lichten zich aan mensen voordoen bij hun dood, omdat ze zowel gerelateerd zijn aan de negatieve emotionele aspecten als de positieve wijsheidsaspecten van het bewustzijn. Over het algemeen ervaart de mens emoties als hij sterft, en de emotie die de overhand heeft bepaalt de lichten en kleuren die zich manifesteren. Dikwijls is er in het begin alleen een ervaring van gekleurde lichten waarin één kleur dominant is, maar het kan ook voorkomen dat er een paar kleuren de boventoon voeren of dat of dat er een combinatie is van vele kleuren.

Vervolgens begint het licht verschillende beelden te vormen, net als in een droom: van huizen, kastelen, mandala’s, mensen, godheden, of wat dan ook; alles is mogelijk. Wanneer we sterven kunnen we dat soort visioenen in verband brengen met entiteiten uit samsara, en in dat geval worden we door onze reacties erop naar een nieuwe geboorte gevoerd; of we zien ze als meditatieve ervaringen, waardoor we een kans op bevrijding hebben of tenminste de mogelijkheid om onze volgende geboorte bewust in een positieve richting te sturen.”

Tenzin Wangyal Rinpoche


Dit zou zo de flaptekst of een korte introductie van het Bardo Thödol kunnen zijn! Tenzin Wangyal Rinpoche geeft ons hier een prachtige en heldere samenvatting van het stervensproces en daarna.


Bron:
Tenzin Wangyal Rinpoche
De werkelijkheid van slapen en dromen
Elmar, 1999

dinsdag 26 juni 2018

Licht uit. Of juist aan?

​ 
Lang geleden hoorde ik een Nederlandse cabaretier mijmeren over een overleden vriend bij wie "het licht was uitgegaan, of juist aan". Dit is geen exact citaat, ik weet niet meer precies hoe het gezegd is of door wie. Het zal Youp van 't Hek wel geweest zijn, met zo'n alcoholisch-diepzinnige overpeinzing in aanloop tot een zwaarmoedig lied over de beperkte tijd die ons gegeven is en de klok die doortikt.

Maar waarom is juist dit stukje conference blijven hangen? Misschien is het de suggestie dat het na zijn dood niet alleen dóórging voor die vriend, maar dat hij vervolgens ​ook nog eens een soort alwetend zou zijn geworden. Dat hij nu zou doorhebben "hoe het in elkaar steekt" allemaal. Ik zie daarbij een stripfiguur voor me met zo'n oplichtend lampje boven het hoofd. Ahaa!

Dat merk ik vaker, dat mensen verwachten dat de dingen na hun overlijden eindelijk duidelijk zullen worden, dat alles toch nog op z'n plek valt. Dat zij, vanaf hun wolk, superieur zullen zijn ten opzichte van de tobbende overlevenden die in het duister tasten. Terwijl ik juist denk dat dat wel eens vies kan tegenvallen en dat het hiernamaals gewoon een nieuwe fase of versie van onwetendheid zal zijn. Een andere droom waarin je (opnieuw) enkel jouw stukje van 'het geheel' waarneemt, of denkt waar te nemen. Het blijft dus tobben, maar dan anders. 

Ilse Dorren zegt in haar boek Tocht door twee werelden iets soortgelijks: “Er is geen enkele reden om aan te nemen dat iemand na zijn sterven opeens tot inzicht zou komen. Het waarschijnlijkst is dat – zij het op een iets ander niveau – het proces dat ‘ik’ heet, gewoon dóórgaat.” De meesten onder ons zullen dat niet erg vinden. Als het maar vertrouwd is en verdooft. Je ziet het ook aan de verwachtingen die mensen tegenwoordig over het hiernamaals, over de hemel hebben. Ook hier is het prettig verder suffen. Vaak is het een voortzetting van hun huidige leven, maar dan minus rottigheid en obstakels.

Het Bardo Thödol moet de overledene er telkens aan herinneren in welke toestand hij zich bevind (dood) en vooral waar (de bardo). Ilse Dorren: “Na de schrik voor het primaire heldere licht, begint hij zich af te vragen of hij nu wel écht dood is." De meesten zullen er niets van begrijpen of herkennen en zullen uiteindelijk, als de (zelfgecreëerde) bardoverschijningen alsmaar angstaanjagerder worden, sterk verlangen naar iets vertrouwds. Zij vluchten in een nieuwe incarnatie en het hele circus begint opnieuw. Terug naar af.

Als er al een "licht aangaat" in het hiernamaals, dan is dat maar heel even: bij het dagen van het Heldere Licht.