Nagarjuna 13
Verder met Nagarjuna, Grondregels van de filosofie van het midden in de vertaling van Erik Hoogcarspel. Ruim twaalf blogposts inmiddels, maar nog niet verder gekomen dan het derde vers van Hoofdstuk 1. Ik ben snel afgeleid door gerelateerde onderwerpen. Spinoza kwam al voorbij, de Sarvastivadins en ook nog kwantumfysica. En helaas, de tekst ligt mij niet, en het commentaar van Hoogcarspel ook niet. Maar dat komt allemaal voor mijn rekening. Te hoog gegrepen misschien? Niet (echt) bereid of in staat vastgeroeste denkbeelden los te laten, al is het maar voor even? Af en toe voel ik me net een Calvinistische bijbelvorser, met alle droge puntjes op de i en de 'waarheid' die uit de tekst zou moeten komen. Maar is dat wel zo? Dit is filosofie, (voor mij) gladde kunstjes met taal en woorden. Om toch wat goede zin en motivatie te behouden laat ik de chronologische volgorde van de tekst nu even los, en zoek uit de 27 hoofdstukken eerst maar wat onderwerpen die me extra interesseren. Te beginnen met 'de tijd' (hoofdstuk 19).
Maar dat maakt de zaak niet eenvoudiger. Natuurlijk niet. De kern en de boodschap van de tekst blijven hetzelfde. Daarbij vind ik het moeilijk om de de denkbeelden van die Sarvastivadins los te laten. Dat alle dharma's (fenomenen) in het verleden, heden en toekomst (tegelijk) bestaan, bijvoorbeeld. De essentie van de werkelijkheid die permanent is, ook als de verschijnselen veranderen in een aaneenschakeling van losse momenten. De filosofie van 'afhankelijk ontstaan'. En juist tegen deze Sarvastivadins lijkt Nagarjuna zich speciaal te richten. Heeft hij hun wel kunnen overtuigen? Aan oorzaak en gevolg doen ze niet, maar wel de eventuele karmische resultaten ervan. Hun theoretische probleem met karma werd 'opgelost' met de introductie van een soort tijdlijn, maar waarbij verleden- heden- toekomst elkaar toch niet zouden beïnvloeden.
Maar direct al in vers 1 van hoofdstuk 19, wijst Nagarjuna het standpunt van de Sarvastivadins af, dat verleden en toekomst nog op de een of andere manier zouden bestaan. "Als het heden en de toekomst afhankelijk zouden zijn van het verleden, dan zouden heden en toekomst tijdens het verleden moeten bestaan", zegt hij in deze vertaling. Hoezo? Dat volg ik niet. En zo zijn er meer dingen. Volgens Hoogcarspel gaan de meeste mensen ervan uit dat het verleden 'ergens anders' nog bestaat (denk aan tijdreizen), maar klopt dat niet met de dagelijkse beleving van tijd. Augustinus wordt erbij gehaald en Schopenhauer, maar uit het commentaar van Hoogcarspel blijkt soms dat hij er van uitgaat dat 'iedereen' zo wel kan zien dat Nagarjuna gelijk heeft. Aan het eind van het hoofdstuk, in het zesde vers, wordt nog geconcludeerd dat 'tijd niet bestaat'.
Het is duidelijk dat ik hier vastloop, waarschijnlijk is mijn walnoot te klein. Ik zal de tekst (blijven) lezen en lezen, bestuderen en overpeinzen. Maar erover bloggen lijkt mij (op dit moment) ijdel en zinloos, als ik het zelf al niet begrijp.
Maar dat maakt de zaak niet eenvoudiger. Natuurlijk niet. De kern en de boodschap van de tekst blijven hetzelfde. Daarbij vind ik het moeilijk om de de denkbeelden van die Sarvastivadins los te laten. Dat alle dharma's (fenomenen) in het verleden, heden en toekomst (tegelijk) bestaan, bijvoorbeeld. De essentie van de werkelijkheid die permanent is, ook als de verschijnselen veranderen in een aaneenschakeling van losse momenten. De filosofie van 'afhankelijk ontstaan'. En juist tegen deze Sarvastivadins lijkt Nagarjuna zich speciaal te richten. Heeft hij hun wel kunnen overtuigen? Aan oorzaak en gevolg doen ze niet, maar wel de eventuele karmische resultaten ervan. Hun theoretische probleem met karma werd 'opgelost' met de introductie van een soort tijdlijn, maar waarbij verleden- heden- toekomst elkaar toch niet zouden beïnvloeden.
Maar direct al in vers 1 van hoofdstuk 19, wijst Nagarjuna het standpunt van de Sarvastivadins af, dat verleden en toekomst nog op de een of andere manier zouden bestaan. "Als het heden en de toekomst afhankelijk zouden zijn van het verleden, dan zouden heden en toekomst tijdens het verleden moeten bestaan", zegt hij in deze vertaling. Hoezo? Dat volg ik niet. En zo zijn er meer dingen. Volgens Hoogcarspel gaan de meeste mensen ervan uit dat het verleden 'ergens anders' nog bestaat (denk aan tijdreizen), maar klopt dat niet met de dagelijkse beleving van tijd. Augustinus wordt erbij gehaald en Schopenhauer, maar uit het commentaar van Hoogcarspel blijkt soms dat hij er van uitgaat dat 'iedereen' zo wel kan zien dat Nagarjuna gelijk heeft. Aan het eind van het hoofdstuk, in het zesde vers, wordt nog geconcludeerd dat 'tijd niet bestaat'.
Het is duidelijk dat ik hier vastloop, waarschijnlijk is mijn walnoot te klein. Ik zal de tekst (blijven) lezen en lezen, bestuderen en overpeinzen. Maar erover bloggen lijkt mij (op dit moment) ijdel en zinloos, als ik het zelf al niet begrijp.
bron:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005
