Posts tonen met het label prajna. Alle posts tonen
Posts tonen met het label prajna. Alle posts tonen

woensdag 13 mei 2026

Nagarjuna en Spinoza

Nagarjuna 8

Vervolg van de vorige blogpost. Via hoofdstuk 1 van Nagarjuna’s Grondregels… en de inleiding van vertaler Erik Hoogcarspel ben ik op een zijpad met Spinoza beland. Dat was niet direct de bedoeling, maar ik heb er wel veel aan gehad. Tegelijkertijd bezig zijn met Nagarjuna en Spinoza bleek prettig en leerzaam, maar nu wil ik wil me weer hoofdzakelijk op Nagarjuna en ‘leegte’ concentreren. Voor de volledigheid kijk ik nog één keer kort naar de overeenkomsten en verschillen tussen beide filosofen (althans voor zover ik denk het begrepen te hebben).


Overeenkomsten.
Nagarjuna en Spinoza hebben allebei radicale standpunten. Beiden weerleggen een onafhankelijke bestaan van dingen, maar benadrukken een onderling verbonden werkelijkheid. Geen dualiteit hier en geen ‘ego’.
 
Tegenstellingen.
Nagarjuna ontkent elke zelfstandige ‘substantie’, terwijl Spinoza stelt dat er één substantie (God) is, die in alles zit. Bij Nagarjuna geen onafhankelijke oorzaken en gevolgen. En volgens Spinoza komt alles voor uit enorme reeksen oorzaken, in gang gezet door God, de allesomvattende substantie, en alle dingen (modi) zijn daarvan afkomstig. Bij Nagarjuna leegte (van zelfbestaan), geen substantie bij wat dan ook.

En eigenlijk hebben beide heren een ander doel (of lijkt dat maar zo?). Nagarjuna wil verlossing uit lijden bereiken (voor ons allemaal), en Spinoza wil begrip van de werkelijkheid. Nagarjuna ziet kans op bevrijding door wijsheid (prajna), want die kan leiden tot het inzien van leegte. Spinoza vindt vrijheid in het besef dat de wereld (de natuur) noodzakelijk is.


Tja, de eventuele ‘waarheid’ zal wel ergens in het ‘midden’ liggen. Of niet natuurlijk. Iedere vorm van logisch of conceptueel denken is uiteindelijk onhoudbaar, zegt Nagarjuna toch zelf. Het zijn slechts hulpmiddelen om je gehechtheid los te laten. Volgens Sogyal Rinpoche lijkt de logische geest wel interessant, maar is het de kiem van verwarring en versluiering. Je kan zomaar geobsedeerd raken door je eigen theorieën, en volledig missen waar het om gaat. En bij een Tony Parsons moet je volstrekt niet proberen ‘het’ te begrijpen, want dan wordt het helemaal niks.

Desalniettemin, wordt vervolgd.

zaterdag 12 oktober 2024

Levende wezens in je geest

De vorige blogpost ging over de ketters van Montaillou, dit keer wil ik het weer hebben over zenpatriarch Hui-neng. Er is een bruggetje, want ooit werd ook zen als een soort ketterij beschouwd, een oneerbiedige doctrine die onderwees dat er een speciale overbrenging buiten de soetra’s bestaat. Hui-neng (638-713) benadrukte dat we het pad op eigen kracht moeten volgen. Een mooi voorbeeld daarvan vond ik in De Sutra van Hui-neng. In dit boekje staan behalve een korte autobiografie ook enkele diepzinnige lessen.

In hoofdstuk 6 preekt Hui-neng over de essentie van de geest. We moeten onze dharmakaya verwerkelijken, de Boeddha in onze geest realiseren en onszelf bevrijden. Hui-neng vertelt hoe wij onze geest kunnen bevrijden van de smet van misdaden, boosheid, jaloersheid, hebzucht, valsheid, diefstal en haat. Hij vervolgt met een gedicht over berouw over ons gedrag in zowel verleden als toekomst, daarna volgen de vier grote beloften.

Als eerste moet zijn publiek (wij) beloven een oneindig aantal levende wezens in onze geest te bevrijden. Dat klinkt raar, maar ook weer niet. Boeddhisten geloven dat alle dingen alleen maar verschijnselen zijn die door de geest worden voortgebracht. Hui-neng legt uit wat deze belofte ‘een oneindig aantal levende wezens bevrijden’ betekent. In ieder geval niet dat hij, Hui-neng, ze zal bevrijden. En wie zijn dat dan, die levende wezens in onze geest? Hij noemt de misleidende geest, de verraderlijke geest, de boosaardige geest en nog veel meer van dat soort geesten. Dat zijn die levende wezens. Iedereen moet zichzelf bevrijden door de essentie van de geest. Dan is er sprake van echte bevrijding. Die onwetende, misleidende en ergerlijke wezens in onze geest worden bevrijd door het juiste inzicht. Daarmee (plus prajna-wijsheid) kunnen de door hun opgeworpen obstakels verwijderd worden, zodat iedereen in staat is zichzelf op eigen kracht te bevrijden.

Hui-neng heeft niks met ‘anderen’, eigenlijk bestaan ze niet eens. Zelfs het oneindig aantal te bevrijden ‘levende wezens’ is slechts een dwaling in je eigen geest. Tekortkomingen van anderen moeten we negeren, lazen we al eerder. We moeten onverschillig zijn wat betreft hun goede en slechte daden, kwaliteiten of zwakheden. Bemoei je met ‘je zelf’ en besef dat ook die een illusie is.
 


 
Bron:
De Sutra van Hui-neng
vertaling Wong Mou-lam, 1929
Ankh-Hermes, 2001

zondag 1 september 2024

Zuiverheid en de essentie van de geest

De interviews van Duncan Trussell in zijn podcast verlopen vaak erg chaotisch. Toch levert het vaak iets op, althans voor mij. Dat was ook weer het geval bij zijn gesprek met Robert Thurman. Na zo’n drie kwartier gewauwel over politiek (wat naar mijn mening niet in deze podcast thuishoort) slaagde Trussell er in om het interview alsnog een boeddhistische wending te geven. En aan het slot riep Thurman nog iets over onze basis ‘realiteit’ die (in tegenstelling tot het leven=lijden uit de vier edele waarheden) uitermate plezierig en vreugdevol is. Gelukzalig, zeg maar.

Dit trof mij, want iets dergelijks (maar dan anders) was ik ook net tegengekomen in het boekje De Sutra van Hui-neng: ‘De essentie van de geest is intrinsiek zuiver, laat dit nu voor eens en voorgoed tot je doordringen.’ De zenpatriarch roept ons op dit zelf te beoefenen en (zo) op eigen kracht het Boeddhaschap te verwerven. Zijn subtip is hier: houdt je geest onverstoorbaar, laat je vooral niet meeslepen door de omstandigheden, met als sub-subtip: negeer de tekortkomingen van anderen. Wees onverschillig wat betreft hun goede en slechte daden, kwaliteiten of zwakheden.


Hui-neng (638-713), de Zesde Patriarch van Zen in China, wordt vaak beschouwd als dé geestelijke vader van de zentraditie. Hij neemt in de geschiedenis van Zen een unieke plaats in omdat hij sterk benadrukte dat men vooral door prajna de verlichting bereikt, en niet alleen door de absorptie in het stil neerzitten (dhyana). Als arme ongeletterde houthakker zou Hui-neng de verlichting bereikt hebben toen hij iemand de Diamant-Sutra hoorde opzeggen. De Sutra van Hui-neng (ook: Platform Sutra) bevat een korte autobiografie en enkele diepzinnige lessen, en is net als de Diamant Sutra een centrale lering van de Boeddhistische traditie.

Hui-neng benadrukt overigens dat we ook weer niet moeten vastlopen in al die zuiverheid. Aandacht besteden aan de geest en aan zuiverheid is namelijk een struikelblok op het pad. Want de geest is voornamelijk misleidend, een illusie, we moeten we er geen aandacht aan besteden. En ook niet aan zuiverheid dus. Zoals gezegd: onze ware aard is intrinsiek zuiver, en als we erin slagen alle begoochelingen van ons af te schudden, dan zal er in onze aard niets dan zuiverheid zijn, omdat het onze illusies zijn die tathata (‘zo-heid’) verbergen. Als we onze geest speciaal gaan opdragen aandacht te besteden aan zuiverheid, dan creëren we alleen maar een extra illusie, namelijk de illusie van zuiverheid.

 
 
 
Bron:
De Sutra van Hui-neng
vertaling Wong Mou-lam, 1929
Ankh-Hermes, 2001