Posts tonen met het label verbeelding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verbeelding. Alle posts tonen

woensdag 16 september 2026

Droomvlucht

bron afb: Efteling promotie

Laatst las ik bij Omroep Brabant dat het af en toe voorkomt dat nabestaanden as van overledenen uitstrooien in de Efteling! Niet zo heel vaak, maar toch. Vooral het Sprookjesbos en de Droomvlucht schijnen hierbij populair te zijn. Wat een gehannes zal dat zijn met zo'n urn, en dan ook nog stiekem, want niet toegestaan natuurlijk. Hoe dan ook, een merkwaardige wens van nabestaanden en/of overledene. Waarom doen mensen zoiets? Ik kan mij drie situaties voorstellen.

1. Bij wijze van grap, of geëtaleerde minachting van sterven en dood.
2. Ooit gelukkige momenten op, of een bijzondere band met de Efteling.
3. De veronderstelling dat je hier, op deze attractie, dan na je dood op de een of andere manier permanent en 'voor eeuwig' rondhangt. Weliswaar niet fysiek, maar dan toch 'geestelijk' of iets dergelijks.

Categorie 3 is (voor dit blog) veruit de meest interessante natuurlijk. Voor eeuwig rondhangen in dat oubollige sprookjesbos of die rare droomvlucht, deel uitmaken van deze fantasy-sferen met al die bizarre en wazige figuren en archetypen. Een bardo op zichzelf. En inderdaad vergelijkbaar, sterk leunend op de verbeelding van de bezoeker zelf. Zijn eigen wensen, angsten en onderbewustzijn.

Maar toch, een nepwereld. Allemaal fake! Een loze facade. Ineens, aan het eind van de dag, staat die hele machinerie stil en gaan de harde lichten aan. De complete poppenkast open en bloot, snoeren, stekkers, kasten met apparatuur en heel veel plastic. Niksigheid, Leegte.

Een mooie metafoor voor talloze situaties in het dagelijks leven (en daarna). En de Efteling fantasiewereld blijkt ineens extra realistisch en alledaags, als een medewerker vertelt dat de as altijd wordt opgeruimd aan het einde van de dag. Een stofzuiger er op, en vervolgens geleegd in de Kliko.
 

zondag 19 juli 2026

Pluriversum als Jazz improv

Liquid Days (2 van 4)

(vervolg van vorige blogpost)

Fuchs en collega’s bekeken de zaken vanuit een First-person standpunt,  met een methode om de wereld van binnenuit te begrijpen. In plaats van uitspraken te doen over ‘hoe de dingen zijn’ werk je je voorspellingen voor toekomstige gebeurtenissen voortdurend bij op basis van wat je hebt meegemaakt in het verleden. Waarschijnlijkheden (in de kwantumfysica) zijn dan een optelsom van wat iemand weet, en hebben geen betrekking op iets buiten ons. Hoe het ‘verder’ gaat is voor ieder individu verschillend. Iemand anders met zijn/haar patroon van ervaringen en overtuigingen zou tot heel andere conclusies kunnen komen. Kwantumfysica als een gids voor persoonlijke ervaring, en niet voor objectieve realiteit. Onze keuzes en acties geven vorm aan wat er gebeurt, en de vragen die we stellen bepalen wat voor ons persoonlijk ‘waar’ is.

En eigenlijk komen neurowetenschappers nu tot vergelijkbare conclusies over hoe we onze omgeving in het algemeen waarnemen. Er is meer bewijs dat we de buitenwereld niet rechtstreeks ervaren, maar als persoonlijk en voortdurend bijgewerkt model, of voorspelling. Dit wordt “predictive coding” genoemd. Als er nieuwe zintuiglijke info binnenkomt actualiseert het brein wat het over de wereld gelooft. De dingen (voorwerpen) die we waarnemen zijn de “beste gissingen” van de hersenen, afhankelijk van onze persoonlijke geschiedenis en overtuigingen. Daarom zullen we de dingen nooit zien zoals ze “echt” zijn. Het is een gepimpte benadering van ervaring, geen objectief venster op het universum daarbuiten.

Maar er is wel een belangrijk verschil. Die neurowetenschappers en ook de meeste natuurkundigen hebben de neiging om aan te nemen dat er (ondanks de verschillen in kijk op wereld) nog steeds een ‘solide echt landschap’ is dat onze perceptie te boven gaat. De ingeschatte modellen van de wereld in ons hoofd (onze bewuste ervaring) zijn ook maar een “gecontroleerde hallucinatie”. We leven in wezen nog steeds in een illusie, niet in staat om de echte wereld te bereiken.

Maar stel, er is geen solide landschap ‘daarbuiten’, dan verandert dat de betekenis van predictive coding volledig. Er is geen transcendente waarheid, zegt Fuchs. Niets bestaat vanuit een ‘Gods-eye’ perspectief, het maakt niet uit op welke individuele manieren we kijken. Daarom zou je, in plaats van onze persoonlijke werelden te behandelen als hallucinaties of modellen van de fysieke wereld, onze ervaringen ook eens kunnen bekijken als componenten van een ander soort realiteit, met eigen oorzakelijke krachten.

Waar Wheeler een universum zag ‘gemaakt van informatie’, praat Fuchs in termen van acties en gevolgen. Als je de actie niet onderneemt heb je een ander universum dan wanneer je dat wel zou doen, zegt hij. En dan hangt het ook nog af van welke soort actie je onderneemt. Dit is het Pluriverse, een dynamische “tapestry” van “interacting perspectives” dat Fuchs beschrijft als een “living community of NOWs”. Een pluriversum dat niet is samengesteld uit afzonderlijke dingen die al bestaan, maar uit patronen van ervaringen, die continu tot stand komen door keuzes en acties. Het omvat alle kenmerken van onze persoonlijke werelden die van invloed zijn op wat we waarnemen en hoe we handelen. Bijvoorbeeld alles op het gebied van de natuurkunde, maar ook elke onlogische geloofsovertuiging of eenmalig ervaring. In het artikel worden hier zeer uiteenlopende voorbeelden genoemd, zoals “clicking particle detectors” en monsters onder het bed en krakende herfstbladeren.

Niet bepaald Einsteins relativiteitstheorie. Vergelijk het pluriversum maar met een jazz improvisatie of een jungle of een uitbundige menigte die los gaat. Het is een onhandelbaar, steeds veranderend, zich continu ontwikkelend samenwerkingsproject zonder masterplan maar met de vrijheid zijn eigen toekomst te vormen. Het is constante schepping, zegt Fuchs, “nature is being hammered out, as we speak”.

Wordt vervolgd.

 
 
bron:
Jo Marchant
New Scientist
21 maart 2026

vrijdag 17 juli 2026

A Living Community of NOWs

Liquid Days (1 van 4)

Eigenlijk wil ik de Grondregels… van Nagarjuna weer eens op pakken, maar een artikel in de Engelse New Scientist van maart jl. is te mooi om hier geen voorrang te krijgen. En het stuk sluit ook nog prima aan bij onderwerpen als oorzaak en gevolg en leegte.

In een van de vorige blogposts verbeeldde ik me een onmetelijk pointillistisch schilderij, een oneindige oceaan van ruimte, gevuld met losse stippen vlak naast elkaar, die samensmelten in het oog van de kijker. Een illusie van ontelbare kleine elementen, dharma’s. Het artikel In the eyes of the beholder van Jo Marchant suggereert iets soortgelijks, namelijk een dynamische tapestry, hier een aan elkaar genaaide kosmos van in elkaar grijpende perspectieven en ervaringen, een “living community of NOWs”!

Marchant wordt gefascineerd door de vraag wat NU, het heden, eigenlijk is. Het is alles, zegt ze, en het enige dat je ooit kunt ervaren of weten. Zelfs je herinneringen en plannen kun je NU pas ervaren. En toch is het gebruikelijke standpunt in de natuurkunde dat NU niet eens bestaat. In Einsteins relativiteitstheorie zijn alle tijdspunten gelijk. Elke gebeurtenis kan al worden gedaan of nog plaatsvinden, vanuit verschillende gezichtspunten. Er is geen ‘kosmische ontplooiing’ waardoor de werkelijkheid tot stand komt. Dat geeft wel een probleem: als NU een illusie zou zijn, kunnen we op dat moment niet ingrijpen om de toekomst te beïnvloeden, omdat alle gebeurtenissen en tijden al bestaan. Alles ligt al vast.

Vervolgens komt Marchant met een klassiek gedachten experiment (jaren 70) van natuurkundige John Wheeler, met een soort omkering van de normale volgorde van de tijd, waarbij onze keuzes niet alleen het heden beïnvloeden, maar ook het verleden. Voor Wheeler was de les van de kwantum mechanica dat onze realiteit niet los van ons bestaat. We kunnen een deeltje niet ‘vastpinnen’ totdat we er naar kijken, want het gaat hier niet om definitieve dingen, maar om potentieel. Door de vraag te kiezen, bepalen we wat voor soort antwoord we krijgen. Dus, zegt Wheeler, als een fenomeen niet bestaat totdat we het bekijken en beoordelen, dan moet wat aan ons verschijnt niet alleen het heden zijn, maar ook het verleden.

Ons hele universum, dichtbij en ver, verleden en toekomst, wordt NU, van moment tot moment en voortdurend tot stand gebracht door de antwoorden op vragen die we stellen. Als we andere vragen zouden stellen, of in een andere volgorde, zouden we een ander resultaat krijgen. De deeltjes die we waarnemen zijn afgeleid van ‘informatie’ die wijzelf helpen creëren. “Informatie als een nieuwe vloeistof in de wereld”.

Hoewel deze nieuwe richting dadelijk een grote vlucht nam, was Christopher Fuchs (een voormalig student van Wheeler) niet tevreden. Hij vond namelijk dat het belangrijkste punt van Wheeler hier gemist werd: dat er geen antwoord is totdat we de vraag stellen. Fuchs had zo zijn eigen interpretatie van kwantumfysica: QBism. Hij vroeg zich af wat het voor de realiteit betekent als je zegt dat het resultaat van een meting onlosmakelijk verbonden is met de meting zelf?

Wordt vervolgd.

 
 
bron:
Jo Marchant
New Scientist
21 maart 2026

woensdag 11 maart 2026

Dat mooie hoofdje


Jan Mandijn: De verzoeking van Sint-Antonius (1550) 
Gezien in Haarlem, Frans Halsmuseum

Met onze gedachten creëren we de wereld, zei Boeddha.

De heilige Antonius schonk zijn bezittingen aan de armen en trok zich in alle eenzaamheid terug in een woestijn. Twintig jaar lang bidden en vasten en boete doen. En dit was wat hij zag. Demonen, angstvisioenen, lust en verleidelijke vrouwen.

Vooral dat laatste is natuurlijk de roep der natuur. Wijlen Leonard Cohen dacht gedurende zijn relatief korte retraite op Mount Baldy voortdurend aan vrouwen. Lees vooral zijn Book of longing (2006).

Antonius zocht de oorzaken buiten zichzelf, bij het ‘andere’, een aanval van de ‘duivel’. Kwellingen en verlokkingen om hem op de proef te stellen.

Dualiteit.

zondag 8 maart 2026

Thoughts


We are what we think.

All that we are arises with our thoughts.

With our thoughts we make the world.
 

                                             The Buddha

donderdag 6 maart 2025

Richard Dawson: The Question

Het is alweer meer dan twee jaar geleden dat mijn favoriete schrijver Hilary Mantel overleed. Luisterend naar een song van Richard Dawson moest ik ineens weer aan haar denken. Dood en geestenwereld speelden een belangrijke rol in Hilary’s leven en werk, zij had een ongelukkige jeugd met allerlei metafysische ervaringen. En dat is ook het geval met Elsie, het meisje in Dawson’s song The Question. Haar jeugd (en ook latere leven) wordt ernstig ontregeld door een geest zonder hoofd. De vorige eigenaar van het huis, een stationschef, sprong voor de trein waarbij zijn hoofd abrupt van het lichaam gescheiden werd. Nu verschijnt hij regelmatig aan Elsie, hoofd onder een arm, zijn zwaargebouwde lichaam gestoken in een ouderwets spoorwegen uniform, de grijze lippen vragend: Waar ga jij heen? 
 
 
Foto Uncut/Sally Pilkington (Richards partner)
 
The Question kun je vinden op het vorige maand verschenen album End of the Middle. De ‘progressive folksongs’ van de Engelse zanger Richard Dawson (1981) zijn experimenteel en hij zingt als een valse kraai, maar ik vind het project meer dan geslaagd. Op dit album wordt de dynamiek en trauma van families verkend, lees ik in een interview met Tom Pinnock in muziekmagazine Uncut. Richard heeft een sombere periode achter de rug, maar nu gaat het wel weer. Het nummer The Question blijkt gedeeltelijk geïnspireerd door de bovennatuurlijke ervaringen van zijn moeder als jonge verpleegster in een ziekenhuis in Newcastle. Sommige daarvan verwerkte hij ook al op zijn album Henki (2021). Daarnaast werd de tekst beïnvloed door de psychische problemen van een familielid, die een figuur zonder hoofd had gehallucineerd. Er was daar een spoorlijn aan het eind van de tuin waar, zo bleek later, ooit iemand voor een trein was gesprongen, waarbij zijn hoofd was afgehakt.
 
Geesten kunnen angstaanjagend zijn, maar het idee dat er helemaal geen geesten zouden zijn, vindt Dawson nog veel angstaanjagender. Echt heel eng, maar toch ook wel behoorlijk opwindend. Het idee ‘dat het zich allemaal in de hersenen afspeelt’, daar heeft hij zijn hele leven op gebaseerd, zegt hij zelf. “Het idee dat we onze eigen wereld kunnen creëren en onze werelden kunnen samenvoegen.” 
Zei Annemiek Schrijver eigenlijk ook niet zoiets in een vorige blogpost? En is hier een (klein) raakvlak met Tony Parsons?

 

Voornaamste bron: 
Uncut, maart 2025

donderdag 27 februari 2025

Als goden in hun schepping

Tony Parsons wordt vaak gelinkt aan de neo-advaita. Er zijn een paar boeken van hem in het Nederlands verschenen. Zijn boodschap in een korte flaptekst: “Er is geen ‘jij’ of ‘ik’, er is geen zoeker, geen verlichting en geen goeroe. Er is geen beter of slechter, er is geen pad en er valt niets te bereiken. Alles wat verschijnt is bron. Alles wat zich schijnbaar manifesteert – de wereld, het levensverhaal, de hypnotische droom van afgescheidenheid, de zoektocht naar huis – is het ene verschijnend als twee, het niets verschijnend als alles, het absolute verschijnend als het specifieke. Er is geen afgescheiden intelligentie die een bestemming weeft en er is nergens ook maar enige mogelijkheid om te kiezen. Er gebeurt helemaal niets, maar dit, zoals het is, nodigt de ogenschijnlijke zoeker uit om dat wat er al is opnieuw te ontdekken… de altijd aanwezige, onveroorzaakte, onveranderlijke onpersoonlijke stilte van waaruit onvoorwaardelijke liefde overvloeit en feestviert. Het is een wondermooi mysterie.”

De boeken zijn geschreven in dialoogvorm. Het zijn vragen uit de zaal en Parsons reacties daarop, tijdens spreekbeurten bijvoorbeeld in Amsterdam of  Berlijn.
Bijvoorbeeld deze: “Hoe komt het dat we allemaal betrokken zijn bij dezelfde droom?” In zijn antwoord zegt Parsons dat we niet dezelfde droom hebben, dat is het wonderbaarlijke, elke verschijningsvorm beschouwt ‘de muur’ als zijn unieke muur. Niemand anders in dit schijnbare bestaan ziet die muur zoals jij hem ziet. Die specifieke muur is jouw uitnodiging. Het is niet in woorden uit te leggen, meent Parsons. Wij zijn goden die rondlopen in onze eigen schepping, gelovend dat we afgescheiden mensen zijn. En als er een gevoel van afscheiding is, is er meteen ook tijdsbesef, een beweging ergens naar toe. Als je denkt dat wat je zoekt daar is, ontwijk je wat is. Je vermijdt het, want dit kan het toch zeker niet zijn? Alleen maar dit? Zo zit dat spel in elkaar.


Goden die hun eigen wereld scheppen dus. Onwillekeurig denk ik aan de overledene in de godenwereld, een van de zes bestaansrijken genoemd in het Bardo Thödol. Op het sterfmoment heeft hij de kans gehad de eenheid te herkennen, maar is daar op de een of andere manier niet in geslaagd. En nu is hij in de bardo van dharmata beland, waar de absolute energie van het heldere licht uiteenvalt en de dualiteit haar intrede doet. De zes bestaanwerelden zijn verschenen en de overledene heeft zich laten verlokken tot een wedergeboorte in de godenwereld. Niet geheel onprettig natuurlijk, maar toch weer gevangen in de kringloop van samsara.

Parsons metafoor, wij als goden in een eigen schepping, laat zien dat de valkuilen in leven en dood eigenlijk steeds dezelfde zijn. In plaats van in te zetten op het herkennen van de eenheid, creëren we onze eigen schijnwereld vol oppervlakkige afleiding. Uit gemakzucht, uit gewoonte, voor de gezelligheid. Maar vooral voor de illusie van veiligheid.

 
 
bron:
Tony Parsons
Niemand daar; Dialogen
Samsara Uitgeverij, 2004

donderdag 25 juli 2024

Leven in een simulatie

De oorsprong van alle verschijnselen is je geest.
Als je niet goed op hem let snelt hij ervaringen achterna,
vindingrijk in de spelletjes van misleiding.
Als je er direct in kijkt, is hij vrij van enige basis of oorsprong,
In wezen vrij van enig komen, blijven of gaan.

                                        Jamyang Khyentse Chökyi Lodrö

 
Je verwarde geest als schepper van jouw ‘werkelijkheid’. Wij leven in een vergissing met zelf of ego, een door de geest verzonnen schijnwereld, of simulatie zo je wilt. Door SF films en allerlei complottheorieën is het tegenwoordig in bepaalde kringen hip om je publiekelijk af te vragen of we al dan niet in een simulatie zouden leven. Niet een gecreëerd door je eigen geest (stel je voor), maar door ‘anderen’. En ja dat zou zomaar kunnen, volgens Eric Schwitzgebel, filosoof te California. Hij schreef er een artikel* over in de New Scientist.

Vervolgens kwam er in de brievenrubriek** van dit tijdschrift een kleine discussie op gang.  Lawrence Ryan uit Wilsonville, Oregon (US) schreef: “When I taught undergraduates the scientific method , parsimony was a key element. I find this lacking in the suggestions that we may live in a simulation. Two scenarios (among perhaps more): our lives are the result of material evolution that gives us the consciousness and intelligence to one day program such a simulation, or another species has already materially evolved these traits to create the program that we live within. The latter is possible, but seems an unnecessary complication, as the former is sufficient to explain our existence. And how much information would be required to simulate the lives, and inner lives of more than 8 billion people? Will computer power continue to grow sufficiently to allow our simulators to generate us? Now, that is a philosophy student’s PhD thesis: what is te information load of a human simulation?

Waarop Bernd-Juergen Fischer uit Berlijn (Duitsland) reageerde met: “Your reader Lawrence Ryan is worried that the concept that our reality is a simulation is lacking in parsimony and asks: “How much information would be required to simulate the lives, and inner lives, of more than 8 billion people?” But the simulation doesn’t need to do any such thing. It only needs to simulate an “I” that believes that there are 8 billion people in the world. And for meeting one of the 8 billion, only the belief that the simulated “I” encounters some “other” with the relevant qualities needs to be simulated within the simulated “I”. The same goes for the rest of the universe: only what an “I” might know needs to be simulated. It seems to me that such a siulation would be highly parsimonious compared with the exuberance of what we take for reality.

En John Bell uit Berkhamsted, Hertfordshire (UK) viel hem bij met: “Bernd-Juergen Fischer rightly points out that a simulation of the universe would only need to take account of the inner world of the subjective “I” and whomever and whatever they interact with. Taking that concept further, most of the universe would need only be stored as a vague set of probabilities, which would only have to be set in Stone as subjective reality when te “I” observes something. Wait a minute, that sounds familiair!”

 

*Eric Schwitzgebel
  Strange but true?
  New Scientist, 23 maart 2024

**New Scientist
   Views; Your letters
   11 mei, 1 en 29 juni 2024

zondag 30 juli 2023

Doorlopend feest en bruiloft

De hemel van… Jan van Brederode

(De hemel van… Afl.22)

In de vorige blogpost maakten wij kennis met de Hollandse ridder Jan van Brederode (Santpoort ca.1372 - Azincourt 1415) die in 1399, in verband met uitblijvend nageslacht, een bedevaart ondernam naar het vagevuur van Lough Derg. Ondanks alle beproevingen had deze actie helaas niet het gewenste resultaat. Geen kinderen dus, en ook allerlei andere problemen stapelden zich op. Jan raakte betrokken bij valsemunterij en diverse ‘kleine’ oorlogen in Holland, verder waren er geldzorgen en schulden. Narigheid alom, maar gedreven tot het uiterste verzon de familie een list, een oplossing voor alles. Jan en zijn vrouw Johanna zouden terugtreden als heer en vrouwe van Brederode door allebei het klooster in te gaan. Dat betekende ook ontbinding van hun huwelijk, maar met toestemming van de bisschop zouden ze niet formeel scheiden, en was er de (betaalde) optie om met pauselijke dispensatie bij elkaar terug te komen.

Jan was pas (ongeveer) dertig jaar, toen hij eind 1401 intrad bij een kartuizer orde in de Kempen. Zijn bestaan als kloosterling was niet bepaald succesvol, maar hij vergaarde wel veel roem met het vertalen van Somme le roi naar het Middelnederlands. Jan was niet echt van de boeken, maar Somme le roi was toch net iets voor hem. Een ‘koninklijk’ boek (geschreven voor Filips de Stoute) dat in grote lijnen de kerkleer uiteenzette. Mooi compact en helder, breed en divers. Bij Jan werd Des coninx summe niet alleen een vertaling, maar ook een behoorlijk persoonlijke bewerking. Jans duistere kijk op mens en wereld schemert door in zijn versie. Bitter en cynisch beschrijft hij de kwade kanten van de mens. Voor Jan is de mensenwereld duidelijk niet het ‘spirituele buitenkansje’ waar zoveel tradities de nadruk op leggen. Hij wijst de mensen erop dat bevrediging van hun aardse geneugten kortstondig is, en dat ze op die manier het vooruitzicht van een eeuwig leven wel kunnen vergeten. “We schijnen te denken dat varkens in hun mest groter geluk ervaren dan engelen in de hemel.”

Het aardse leven is een troosteloze reis richting de dood, en daarna? Allereerst het vagevuur, de verschrikkingen daarvan worden door Jan (als ervaringsdeskundige) breed uitgemeten. Bij hem is het vagevuur geen zuiverend opstapje naar de hemel, maar veel meer het voorgeborchte van de hel. En dat is volgens Jan verreweg de meest waarschijnlijke bestemming na dit leven. Hij geeft er een uitvoerige beschrijving van. Voor hem waren duivel en hel realiteit. Zonder hel geen hemel, en omgekeerd. En als je het een kon verbeelden, dan toch zeker ook het ander. Hoe ziet de hemel van Jan van Brederode er uit?

“Daar is overvloed van alles: schoonheid, rijkdom, eer, deugd, liefde, wijsheid, fijnzinnigheid, heil, vreugde en blijdschap zonder einde. Daar is geen hypocrisie noch valsheid, bedrog, vleierij, twist noch tweedracht, haat noch nijd noch afgunst.”  Kortom: alles wat de mensenwereld niet is, volgens Jan. Ook in materieel opzicht is in de hemel alles prima geregeld: “Daar lijdt niemand honger of dorst, hitte of koude, ziekte noch pijn noch kwaal noch angst noch zorg, druk of verdriet, maar daar is het doorlopend feest en bruiloft. Daar ziet men liefdevolle blikken gaan van lief naar lief.” Het doet mij denken aan het ‘paradijs op aarde’ van de Jehovah’s Getuigen. Jan blijkt een muziekliefhebber: “Daar hoort men orgelspel, harp, gitaren, allerhande luiten en violen, vedels, orgels, blazen en trommelen en allerhande melodieën. Wat lieflijk is om aan te zien, wat een genot is om te horen, wat een plezier is om te voelen, dat is daar allemaal in onbeperkte mate, zonder einde.”

 

 
Bron:
Frits van Oostrom
Nobel Streven
Prometheus, 2017

zaterdag 24 juni 2023

Gat

De vorige blogpost ging over de zesvoudige knoop en het exacte sterfmoment. Chögyam Trungpa gaf een beschrijving van de ervaring, en Robert Thurman van de gebeurtenissen op dat moment. Maar een goede uitleg over het enorme belang van het sterfmoment kwam ik gisteren nog tegen in Sogyal Rinpoche's boek Dagend Inzicht: 

(23 juni) “Je kunt het moment van de dood zien als een vreemd grensgebied in onze geest, een niemandsland waar ons enerzijds, als we de illusoire aard van ons lichaam niet beseffen, een ingrijpende, traumatische ervaring te wachten staat bij het verlies ervan, en waar ons anderzijds de mogelijkheid wordt geboden van grenzeloze vrijheid, die juist voortkomt uit de afwezigheid van datzelfde lichaam.
Wanneer we uiteindelijk bevrijd zijn van het lichaam dat ons begrip van onszelf zolang heeft bepaald en beheerst, is de karmische visie van een leven volledig uitgeput, en al het karma dat in de toekomst gecreëerd zou kunnen worden, heeft geen vaste vorm aangenomen.
Op het moment van de dood is er een 'gat', een ruimte zwanger van onmetelijk veel mogelijkheden; het is een moment geladen met enorme kracht, waarin het enige dat echt telt is hoe onze geest dan is. Ontdaan van een lichaam onthult de geest zich als wat hij altijd al was: schepper van onze werkelijkheid.”
 

Bron: 
Sogyal Rinpoche
Dagend Inzicht
Servire, 1995

zaterdag 28 januari 2023

Zelfbescherming van de geest

In het dagboek van de Franse schrijver en Nobelprijswinnaar Roger Martin du Gard (1881-1958), uitgegeven door de Arbeiderspers in de serie privé-domein*, staat een interessante beschouwing over omgaan met doodsangst. Toen Du Gards echtgenote Hélène Foucault (na een huwelijk van 43 jaar) zeer plotseling overleed, stopte hij met zijn dagboek, maar in december 1949 noteert hij nog iets over zelfbescherming van de geest: 
 
[Door mij een beetje ingekort -RR] “Ik constateer dat de geest beschikt over een doeltreffende functie, die zich duidelijk manifesteert maar waarover weinig bekend is, die op mysterieuze wijze feilloos in werking treedt en op die momenten dat het nodig is, dwars door het bewustzijn een scherm optrekt om bepaalde al te wrede waarheden te verhullen en de veerkracht van het gemoed te sparen. Dit beschermingssysteem werkt met automatische precisie. Zodra de gedachten afdwalen en plotseling het besef doordringt van bepaalde gruwelijke feiten die het gevoel dusdanig dreigen te ontwrichten dat we ons evenwicht en ons verstand verliezen, treedt prompt de veiligheidspal in werking, wordt het afweerscherm opgetrokken, en ontsnapt de geest aan de gedachte of aan het specifieke beeld dat een marteling zou betekenen. Zo zal het gaan bij mensen die weten dat ze veroordeeld zijn tot een pijnlijke dood en die toch een normaal leven blijven leiden."
 

"Zo gaat het [ook] bij hen die door het ongeluk zijn getroffen, die een dierbare hebben verloren en die dankzij deze onbewuste controle aan de niet-aflatende obsessie ontsnappen en juist op het moment dat het heldere besef onverdraaglijk zou worden, door het scherm worden behoed. Dat de bewuste wil hier een rol in speelt is zeker. En des te doeltreffender naarmate de vrees om te lijden (een soort wegvluchten voor verdriet) sterker is. Ik denk dat we op deze tragische momenten moeten vechten tegen de macht van de verbeelding. En ook tegen de al te verlokkende bitterheid van de wanhoop. Niet zwichten voor de verleiding om weg te zinken in dat verdriet; en vanaf het begin pogingen doen ons uit die bodemloze put te hijsen waarin het verdriet ons heeft gestort; ons voor het te laat is in de concrete wereld begeven, die tijdloze, onbegrensde mensenwereld, waarvan wij een moment deel uitmaken. Dan beseffen we dat niets zo troostrijk, of liever nog zo geruststellend is als het gevoel niets te zijn, een korte vonk in een eindeloze nacht: er bestaat een soort verlossing, denk ik, voor degenen die tot dit heroïsch besef van het niets komen.”

 I. Het valt mij op dat Du Gard hier wil “vechten tegen de macht van de verbeelding”, terwijl zijn schrijversdoel juist altijd was de verbeelding tot werkelijkheid te maken, en de lezer tot een toeschouwer die zich laat meeslepen door die werkelijkheid.

II. Naast rouwverwerking is de ontsnapping aan doodsangst het onderwerp van Du Gards beschouwing. Dat vind ik extra interessant, omdat zijn grote voorbeeld Lev Tolstoj was. Deze Russische schrijver, die vaak en beeldend over sterven schreef, had namelijk zelf een enorme angst voor sterfelijkheid. Tolstoj’s uitweg hier lag in zijn persoonlijke religie, zijn mystiek godsbegrip. Hij probeerde zich de dood voor te stellen als een spirituele verlossing, een moment van extase en vrijheid waarop de geest bevrijd werd om samen te smelten met het universum, en op te gaan in een ‘universele ziel’. Misschien ‘het niets’ waar Du Gard het over heeft?
 
 

*Kijken door een sleutelgat; Dagboeken en herinneringen 
  Roger Martin du Gard 
  Vertaling Anneke Alderlieste 
  De Arbeiderspers, 2e druk 2022

dinsdag 26 juli 2022

Blauw, wit en leeg

 
Als je een AI (kunstmatige intelligentie) programma een tekening laat maken van 'de hemel' verschijnen al snel de gebruikelijke clichés. Veel aangenaam blauw, witte wolken, stralend licht, een trap (maar geen poort). Wel opvallend, in dit geval, dat er niemand te bekennen valt.
 
 
Ook 'de hel' is nogal traditioneel: veel vuur en hitte.
 
 
Een AI interpretatie van 'hiernamaals'.

woensdag 22 december 2021

Pros en cons van een creatieve geest

Bestaan geesten wel of niet? Wetenschapsjournalist Stephen Kelly komt, in een artikel in BBC Science Focus, tot de conclusie van ‘absoluut niet’. Niet echt  verrassend natuurlijk, in een dergelijk tijdschrift. Kelly verbaast zich over de goedgelovigheid van mensen, maar legt (enigszins kort door de bocht) uit hoe dat komt en waar het toe kan leiden. Hij baseert zich op diverse onderzoeken en enquêtes uit de periode 1990-2016. 
 
Volgens Kelly bestaan geesten dus niet, maar 45 procent van de Amerikanen denkt van wel. En Britten zouden eerder in spoken geloven, dan in het bestaan van God. Hoe komt dat? Volgens een professor met de toepasselijke naam Wiseman zou dat twee oorzaken kunnen hebben: 1. persoonlijke ervaring – veel mensen bijvoorbeeld claimen een paranormale ervaring na het verlies van een geliefde, 2. de populaire media. Hoewel je de meeste ervaringen tegenwoordig gemakkelijk kunt wegrationaliseren. Dubbelbelichte foto’s bijvoorbeeld, die zie je niet zo vaak meer. Dit soort geesten zijn verdwenen met de komst van de telefooncamera’s.
 
Mensen hebben een open, fantasierijke, creatieve geest, aldus Wiseman. En we beelden ons graag een wereld in die geen pijn of lijden kent, en waar onze geliefden nog steeds met ons zijn. We zoeken altijd naar patronen en modellen. Die zijn er wel vaak, maar soms schieten we door. Dan zien we patronen die er niet zijn. Dat is de prijs die we betalen voor deze creativiteit, waaraan Wiseman ook het geloof in geesten linkt. De meeste psychologische eigenschappen zijn bij iedereen hetzelfde, maar sommige zijn meer specifiek voor bepaalde mensen. Als je bijvoorbeeld al geneigd bent om menselijke eigenschappen toe te schrijven aan dieren of objecten (antropomorfiseren), zul je ook eerder in spoken en geesten geloven. Personen met een dergelijke psychologische fantasie zijn heel ruimdenkend en creatief, volgens Wiseman, en kunnen ook helemaal opgaan in een toneelstuk of film. 

Maar tegelijk zijn ze ook meer vatbaar voor manipulatie. Als deze mensen op de juiste wijze worden voorbereid en in de week gelegd, zullen ze waarschijnlijk eerder in paranormale zaken geloven. De introductie van een prikkel beïnvloed een volgende prikkel. Zo nam een onderzoeker twee groepen mensen mee naar een voormalige bioscoop. Aan groep 1 werd verteld dat het om een architectuur rondleiding ging. Zij verwachten dan ook geen onregelmatigheden of iets abnormaals. Maar groep 2 kreeg te horen dat het hier spookte, en zie daar, sommige mensen in de groep begonnen dingen te ervaren. Dubbelzinnigheid, vaagheid en suggestie kan je observatie en ervaring beïnvloeden. Goochelaars en helderzienden maken hier ook flink gebruik van.

Professor Wiseman blijft wel optimistisch, er zijn hier voor- en nadelen. Maar je kunt het een niet zonder het andere hebben. De enorme energie van het menselijk geloof, en de capaciteit om de ervaring van realiteit te kleuren en vormen, laat ons vaak laat geloven in dwaze of sinistere zaken. Maar het kan bijvoorbeeld ook leiden tot grote wetenschappelijke vorderingen, zoals iemand op de maan zetten. Dat leek ooit zo goed als onmogelijk. Maar het vermogen om sterk in iets te geloven, ook al is het bewijs minimaal, stelt ons in staat  verbazingwekkende dingen te doen.

Ik vind het artikel van Stephen Kelly een beetje oppervlakkig, maar interessant genoeg omdat hij de menselijke neiging om te geloven en de realiteit te (ver)vormen ook koppelt aan sinistere zaken als complottheorieën. Een zeer actueel onderwerp, waar hij helaas niet verder op ingaat.

In het Bardo Thödol wordt ook een beroep gedaan op de menselijke verbeeldingskracht, die is van groot belang. Je moet vooral spelen met je fantasie en creativiteit, dingen visualiseren waarvan je eigenlijk vermoed dat ze niet bestaan. Door je waarneming heenkijken en abstract denken.Zo kun je een situatie kneden en omvormen, en je positie in de bardo (of je toekomstige wedergeboorte) verbeteren.

 

Bron: 
Stephen Kelly: Do ghosts exist? 
BBC Science Focus, november 2021

dinsdag 16 maart 2021

Manifesteren

De wereld van de dualiteit is een kneedbare droom, en na de dood wordt dat nog wat makkelijker omdat de materiële bindingen zijn weggevallen. Voor de overledene in de laatste fase van de bardo van wording, komt er een moment dat hij een wedergeboorte zal moeten accepteren. Er zit niets anders op, hij heeft er kennelijk niets van begrepen. De instructies van het Bardo Thödol helpen hem hier een geschikte moederschoot te kiezen. Met gepaste intentie en de juiste inzet, en flink wat verbeeldingskracht en concentratie, is er veel mogelijk. Hij kan zijn wat hij maar wil! Of hij er nu in gelooft of niet.

Ik moest hier aan denken toen ik in een (toch serieuze) krant een artikel las over manifesteren, een hippe methode om zelf je ideale leven te creëren. Door je doelen duidelijk uit te denken, te formuleren en te visualiseren, zou je ze ook daadwerkelijk en snel kunnen bereiken. Op spirituele (vage) wijze: je zendt je intenties uit naar het universum en krijgt dat vervolgens terug.

Het lijkt wat op de boodschap van The Secret, een internationale bestseller uit 2006. Geluk en succes zou je zelf kunnen scheppen door middel van je gedachten. Het is vooral belangrijk de juiste wens te formuleren. Dat is een prettig idee. Zelf heb ik toch ook wel minstens een of twee sterke situaties meegemaakt, waarin ‘het hele universum samenspande’ om mij een zet in de goede richting te geven. Wensvervulling of orde? Hier viel alles precies op z’n plek.

Mensen hebben behoefte aan zingeving, en een behoefte om te geloven dat ze hun leven kunnen beheersen. In 1984 was er de zelfhulpbestseller Je kunt je leven helen van Louise Hay, met de positieve invloed van gedachten als thema. Onze ervaringen zijn de uiterlijke gevolgen van onze innerlijke gedachten, en die kies je zelf. Alles wat er buiten je gebeurt is een weerspiegeling van je innerlijk denken, jij hebt de controle.

En dat is ook het geval als je het driestappenplan van manifesteren volgt: 1. intentie (wat wil je bereiken), 2. doen of dit doel al bereikt is (om te voelen hoe dat is), 3. actie ondernemen. Of het ook werkt? Daar is geen enkel wetenschappelijk bewijs van bekend. Maar manifesteren kan wel degelijk effect hebben natuurlijk, want er gebeurt weer eens wat. En kansen zullen niet toenemen, maar wel sneller opgemerkt worden.

Boeddhistisch leraar Chögyam Trungpa (1939-1987) zou het waarschijnlijk niet gewaardeerd hebben. Allemaal afleiding van het NU, en we hebben toch al zo de neiging in de toekomst te leven. Door onze verwachting een ideaal doel te zullen realiseren, verkleurt onze kijk op het leven. Daardoor missen we de voordelen van het heden, wij zijn totaal in de ban van het geïdealiseerde doel. Typisch ego: toekomst- en resultaatgericht denken, met een wensdroom die zo nodig in de praktijk gebracht moet worden. Door dit doel te visualiseren en daar heel hard naar toe te werken, word je ongevoelig voor het moment van nu, je verblijft in de toekomst.*
 

 

*Chögyam Trungpa 
  Spiritueel materialisme doorsnijden 
  Servire 1999, tweede druk

zondag 29 november 2020

Bardo van wording: de juiste moederschoot kiezen (3)

Als een overledene aan het eind van de bardo van wording moet reïncarneren, is het van groot belang dat hij een geschikte moederschoot selecteert. Het Bardo Thödol is hem hierbij behulpzaam met een aantal diepzinnige instructies.

Hierin komt het er meestal op neer dat je je verbeeldingskracht en concentratievermogen op de juiste wijze inzet. Er is dan veel mogelijk, maar je moet wel heel voorzichtig te werk gaan en je vooral niet laten afleiden, ook al sta je onder enorme druk en word je achtervolgd door de wrekers (van karma). Als die opdagen mediteer dan over Hayagriva.

Ga niet zomaar de eerste de beste moederschoot binnen. In deze bardo beschik je over subtiele helderziendheid, je kent dus alle plaatsen en hun hoedanigheden. Kies dus met wijsheid. Je zou kunnen verhuizen naar een van de zuivere boeddhagebieden (boeddhaversa). Het Bardo Thödol somt er een aantal op. Het zijn wereldstelsels die in veraf gelegen dimensies bestaan, maar in de bardo kun je er (door mededogen van boeddha’s en bodhisattva’s) met je mentale lichaam en je superkrachten naar toe reizen met de snelheid van een gedachte. Naar de Tushita-hemel bijvoorbeeld, het verblijf van de toekomstige boeddha Maitreya, of naar het westelijk Gelukzalige Rijk van de boeddha Amitabha


Voor een zielsverhuizing naar zo’n engelenwereld moet je eerst uitbarsten in een soort drammerig pathetische klaagzang. Dat je nu al eonen lang ronddoolt in het moeras van samsara, en nog steeds niet bevrijd bent, terwijl zoveel anderen allang boeddha zijn geworden. Dat je er ziek van wordt, van samsara, die eindeloze cyclus. Je verafschuwt het en verwerpt het! Spreek dan de intentie uit dat je er NU aan wilt ontsnappen, en dat je spontaan geboren wilt worden in een lotusbloem in jouw boeddhagebied naar keuze. Neem je dat héél stellig voor, en concentreer je sterk en eenpuntig op die hemel. Als je het goed doet lukt het onmiddellijk.
 
Een wonderlijke en vooral wanhopige noodsprong, lijkt mij.
Maar dit is de bardo.

 

Bronnen:  
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa  
Het Tibetaans Dodenboek  
Servire, 1991 
 
Robert A.F. Thurman  
Het Tibetaanse Dodenboek  
Altamira-Becht,  2006  
 
Ilse Dorren  
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek  
Mirananda, 1985