Posts tonen met het label dharmakaya. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dharmakaya. Alle posts tonen

zaterdag 4 januari 2025

Wie geniet in nirvana?

In een eerdere blogpost had ik het over Longchenpa en de tekst die bekend staat als zijn ‘laatste testament’. De belangrijke leraar verheugt zich hier op de dood, om dan zijn ‘intrek te kunnen nemen in het bolwerk van de grote gelukzaligheid’. Dat riep vragen op bij mij. Wilde Longchenpa dan niet liever opgaan in het Heldere Licht? En wordt hier een vorm van bewustzijn gehandhaafd die deze grote gelukzaligheid gaat ervaren?

Die laatste vraag wordt min of meer beantwoord in De Sutra van Hui-neng, zie ik nu. Daar is sprake van ene Chih-tao, een bhiksu (boeddhistische monnik) uit Kwantung. Hij bestudeert al tien jaar de Nirvana Sutra, maar begrijpt deze nog steeds niet, zegt hij zelf. En of Hui-neng het misschien kan uitleggen.

Chih-tao: Alles is vergankelijk, maar zodra ontstaan en vernietiging ophouden te functioneren zal nirvana zich manifesteren. Eindelijk de zaligheid van absolute rust en het wegvallen van veranderingen. Maar (en daar is hij): wie ervaart dan die zaligheid? Want alle wezens hebben twee lichamen, een fysiek (dat ontstaat en afsterft) en de dharmakaya, die eeuwig is, niets kent en niets weet. Het fysieke valt uiteen (puur lijden is dat). En als de dharmakaya zou ophouden te bestaan, dan zou dit lichaam zich in dezelfde staat bevinden als onbezielde voorwerpen zoals gras, stenen enz. Dus welk lichaam ervaart de zaligheid?

De essentie van ontstaan en vernietiging (de dharma-aard) manifesteert zich in vijf functies: de vijf skandha's. Een proces dat steeds maar doorgaat. Als een activiteit of functie oprijst vanuit de essentie, dan ontstaat ze. En als ze weer door de essentie geabsorbeerd wordt, dan houdt ze op te bestaan. Als reïncarnatie bestaat, is er geen stopzetting van deze veranderingen (de levende wezens). Als er geen reïncarnatie is, dan blijven de dingen eeuwig in een staat van levenloze essentie (de onbezielde objecten). Als dit klopt, dan zou binnen de beperkingen van het nirvana geen enkel wezen kunnen bestaan. Welke zaligheid kan er dan zijn?

Hui-neng reageert knorrig. Met deze redenering zondigt Chih-tao tegen de leer en beledigt hij de Boeddha. Dit zijn precies de verkeerde inzichten waardoor mensen gaan verlangen naar een zintuiglijk bestaan met de ervaring van werelds genot. En juist voor deze mensen, slachtoffers van onwetendheid, die het samengaan van de vijf skandha's identificeren met het zelf en alle andere dingen zien als het niet-zelf, die verlangen naar een individueel bestaan en de dood verafschuwen, zonder besef van de leegheid van het werelds bestaan (een droom en een illusie), onnodig lijdend door hechting aan het wiel van de reïncarnatie, die een bewustzijnsstaat vol lijden verwarren met de staat van eeuwige zaligheid van het nirvana, en die voortdurend achter zintuiglijk plezier aan hollen, het is voor hen dat de Boeddha vol mededogen de echte zaligheid van het nirvana predikt.

Nirvana is perfect, eeuwig, kalm en helder. Onwetende mensen beschouwen dit als de dood, terwijl ketters denken dat het vernietiging is. Begrijp wat nirvana is, je moet er geen bepaalde opvatting over hebben. Het is voorbij alles. Ontkenning,  bevestiging, verleden, heden of toekomst. Alle zintuiglijke objecten en vormen, al de verschillende fenomenen als geluiden en stemmen zijn net zo onwerkelijk als een droom of een illusie. Inclusief de vijf skandha’s en het zogenaamde ego (de vijf tezamen).

Op geen enkel ogenblik is er in het nirvana sprake van ontstaan of vernietiging, en ook niet van het stilvallen van een dergelijk proces. Het is inderdaad de manifestatie van absolute rust en het ophouden van alle veranderingen, maar op het ogenblik dat het zich manifesteert is er zelfs geen concept van manifestatie meer. Daarom wordt het de eeuwigdurende zaligheid genoemd, zonder genieter of niet-genieter. 
 
 

 
 
Bron:
De Sutra van Hui-neng
Ankh-Hermes, 2001

zaterdag 12 oktober 2024

Levende wezens in je geest

De vorige blogpost ging over de ketters van Montaillou, dit keer wil ik het weer hebben over zenpatriarch Hui-neng. Er is een bruggetje, want ooit werd ook zen als een soort ketterij beschouwd, een oneerbiedige doctrine die onderwees dat er een speciale overbrenging buiten de soetra’s bestaat. Hui-neng (638-713) benadrukte dat we het pad op eigen kracht moeten volgen. Een mooi voorbeeld daarvan vond ik in De Sutra van Hui-neng. In dit boekje staan behalve een korte autobiografie ook enkele diepzinnige lessen.

In hoofdstuk 6 preekt Hui-neng over de essentie van de geest. We moeten onze dharmakaya verwerkelijken, de Boeddha in onze geest realiseren en onszelf bevrijden. Hui-neng vertelt hoe wij onze geest kunnen bevrijden van de smet van misdaden, boosheid, jaloersheid, hebzucht, valsheid, diefstal en haat. Hij vervolgt met een gedicht over berouw over ons gedrag in zowel verleden als toekomst, daarna volgen de vier grote beloften.

Als eerste moet zijn publiek (wij) beloven een oneindig aantal levende wezens in onze geest te bevrijden. Dat klinkt raar, maar ook weer niet. Boeddhisten geloven dat alle dingen alleen maar verschijnselen zijn die door de geest worden voortgebracht. Hui-neng legt uit wat deze belofte ‘een oneindig aantal levende wezens bevrijden’ betekent. In ieder geval niet dat hij, Hui-neng, ze zal bevrijden. En wie zijn dat dan, die levende wezens in onze geest? Hij noemt de misleidende geest, de verraderlijke geest, de boosaardige geest en nog veel meer van dat soort geesten. Dat zijn die levende wezens. Iedereen moet zichzelf bevrijden door de essentie van de geest. Dan is er sprake van echte bevrijding. Die onwetende, misleidende en ergerlijke wezens in onze geest worden bevrijd door het juiste inzicht. Daarmee (plus prajna-wijsheid) kunnen de door hun opgeworpen obstakels verwijderd worden, zodat iedereen in staat is zichzelf op eigen kracht te bevrijden.

Hui-neng heeft niks met ‘anderen’, eigenlijk bestaan ze niet eens. Zelfs het oneindig aantal te bevrijden ‘levende wezens’ is slechts een dwaling in je eigen geest. Tekortkomingen van anderen moeten we negeren, lazen we al eerder. We moeten onverschillig zijn wat betreft hun goede en slechte daden, kwaliteiten of zwakheden. Bemoei je met ‘je zelf’ en besef dat ook die een illusie is.
 


 
Bron:
De Sutra van Hui-neng
vertaling Wong Mou-lam, 1929
Ankh-Hermes, 2001

maandag 22 februari 2021

De bardo van het ogenblik voor de dood [2]

Als de (uiterlijke) ademhaling is opgehouden, lost de prana zich op in het centrale energiekanaal, en verliest de overledene het bewustzijn. Het staat niet vast hoelang dit duurt, het is afhankelijk van de spirituele ontwikkeling van het individu. Bij aanzienlijke beoefening, concentratie en gevoeligheid, kan de innerlijke adem lange tijd aanwezig blijven. In dat geval moeten de instructies uit het Bardo Thödol herhaald worden “totdat etter uit de lichaamsopeningen vloeit”. Voor grote zondaars en ongevoelige types duurt het niet langer dan een vingerknip. Voor weer anderen duurt het ongeveer even lang als een maaltijd nuttigen. De meeste geschriften leren dat overleden personen (in en om hun centrale energiekanaal) viereneenhalve dag bewusteloos blijven. Al die tijd moet de voorlezer het heldere licht aan hen beschrijven. Als de overledene een spiritueel gevorderde was, vertel je hem dat hij nu het heldere licht ziet, en dat hij dit moet herkennen. Aan de anderen moet je het uitleggen.

Beste die en die! Nu straalt het zuivere heldere licht van de realiteit (dharmata) voor je. Herken het! Op dit ogenblik is je staat van geest van nature zuivere leegte, zonder eigenschappen of substantie, teken of kleur. Het is de realiteit, de Moeder, de Boeddha de Algoede! En het is niet zomaar blinde leegte, maar eindeloos, sprankelend en zinderend, het is de Vader, de Boeddha de Algoede. Het onafscheidelijke stel Samantabhadra en Samantabhadri, dit is de dharmakaya! Eén ogenblik verblijft je bewustzijn nu in deze uitgestrekte massa van licht. Je bent vrij van geboorte of sterven. Het is voldoende dit alles te herkennen!

Dit moet drie of zeven maal duidelijk en nauwkeurig herhaald worden. De overledene zal dan zeker bevrijding bereiken. Hij zal zich (vroeg of laat) de lessen van zijn leraar herinneren, zijn eigen blanco geest herkennen als het heldere licht en daar ondeelbaar mee verenigd worden. Met het binnengaan in het heldere licht verdwijnt het bestaan in de dualiteit. (De term licht is natuurlijk een metafoor.) Als het primaire heldere licht niet herkend wordt, of niet uit te houden is, straalt het tweede heldere licht. De overledene ziet dan een soort gefilterde versie van het eerste heldere licht.

Even de puntjes op de i: hier wordt de bardo van het ogenblik voor de dood opnieuw in twee bardo’s ingedeeld. De eerste (‘de tussenstaat van het sterfpunt van de helder-licht-realiteit’ ) heeft de overledene net meegemaakt: toen zijn bewustzijn zich in het centrale energiekanaal bevond. De tweede heeft geen naam (maar Thurman noemt het ‘de tussenstaat van het sterfpunt van de helder-licht-realiteit buiten het lichaam’). Deze bardo vindt plaats, net nadat het bewustzijn langs een ander pad dan de kruin het lichaam verlaten heeft. De prana (uit het centrale energiekanaal) is ontsnapt via het linker of rechter energiekanaal en komt uit de lichaamsopeningen naar buiten. Het bewustzijn wordt plotseling helder: dit wordt het ‘onzuivere denkbeeldige lichaam’ genoemd. Als de dode op dit moment de leer begrijpt, ontmoeten de “moeder- en kind-dharmata” elkaar, en wordt hij niet langer door karma beheerst, hij is bevrijd! “Zoals zonlicht duisternis overwint”.  

Het is het beste als de overledene het begrijpt in de eerste bardo, maar als hij de instructies hoort in de tweede bardo gaat het ook nog lukken. Een spiritueel gevorderde mediteert nu op zijn yidam, en gewone mensen mediteren op de Boeddha van Mededogen (Avalokiteshvara).

Hierna wordt alles veel moeilijker. De absolute energie van het heldere licht zal uiteenvallen tot verschillende vormen van afgezwakte energie. De vrijgelaten prana manifesteert zich dan als lichten en kleuren en visioenen. Een fundamentele neiging om iets vast te grijpen begint zich in deze staat te ontwikkelen, en daaruit ontstaat de ervaring van de zes bestaanswerelden.

 

Bronnen:  
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa  
Het Tibetaans Dodenboek  
Servire, 1991 
 
Robert A.F. Thurman  
Het Tibetaanse Dodenboek  
Altamira-Becht,  2006 
 
Ilse Dorren  
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek  
Mirananda, 1985

maandag 15 februari 2021

De bardo van het ogenblik voor de dood [1]

Na de introductie en wat eerste aanwijzingen voor de stervende en zijn voorlezers, vervolgt de tekst van het Bardo Thödol met instructies voor de bardo van het ogenblik voor de dood (ook: ‘de tussenstaat van het sterfpunt’, of ‘chikai bardo’).

Deze tussenstaat is een van de zes voornaamste bardo-staten. De term bardo wordt in de tekst soms wat verwarrend gebruikt, er kan namelijk ook een fase van een bepaalde bardo mee aangeduid worden. In de bardo van het ogenblik voor de dood bijvoorbeeld, heb je twee bardo's van het heldere licht. En dit deel van de tekst heet “Het Gebed voor de Bardo van Dharmata”, terwijl dat pas de hiernavolgende tussenstaat is.

Hoewel bedoeld voor ‘yogi’s met gemiddelde vermogens’, is het onderricht prima geschikt voor alle soorten personen. Het bewustzijn is in de bardo zo flexibel, dat bevrijding voor iedereen mogelijk zou zijn. Het is het beste als de (geoefende) stervende er in slaagt de ziel uit te stoten op het moment waarop de ademhaling bijna ophoudt. Als dat niet lukt, vervolgt de tekst:

Beste die en die! Nu is de tijd voor je gekomen om de weg te zoeken. Zodra je adem stopt zal het heldere licht zich aan je voordoen. Dat is de dharmata, de realiteit, open en leeg als de ruimte, helder niets, zuivere naakte geest zonder middelpunt of horizon. Herken dit als jezelf, en blijf bij die ervaring.

Hier wordt de stervende dus aangespoord om zich met deze onbeschrijflijke oneindige transparantie te identificeren, en dit te herkennen als het essentiële zelfloze zelf. Het moet hem stevig ingeprent worden door dit voortdurend te herhalen. Helaas zal de kans groot zijn, dat hij er straks impulsief voor terugschrikt. Waarschijnlijk voelt hij angst door het verlies van elk gevoel van houvast en zal hij flauwvallen.

Hardop en duidelijk (en in de juiste volgorde) worden de tekenen des doods voorgelezen. Op het bijna-hoogtepunt hiervan, wordt de stervende/overledene aan zijn (eventuele) spirituele motivatie herinnerd. Hij kan zich vol liefde en mededogen voornemen het volmaakte boeddhaschap te bereiken, niet voor zichzelf, maar voor het heil van alle wezens in de gehele ruimte: “Ik zal voor het welzijn van alle wezens het heldere licht van de dood als de dharmakaya herkennen, en in die staat de hoogste realisatie van het Grote Zegel bereiken en de doelstellingen van alle wezens vervullen”. En anders plan B: “Als dat niet lukt, zal ik de bardo-staat herkennen zoals die is, en de Grote Zegel van de Eenwording in die bardo bereiken, en mij inzetten voor de hele oneindige ruimte vol wezens”. Laat deze houding niet verslappen! Herinner en beoefen alle meditatie-instructies die je in het verleden hebt ontvangen.

Dit moet de voorlezer duidelijk uitspreken, met de lippen dicht bij het oor. Daarna, als de (uiterlijke) ademhaling is opgehouden, wordt de stervende op zijn rechterzijde gelegd en wordt hij geholpen om zijn levensstroom (ziel) bewust uit te stoten, zoals bij phowa.

 

Bronnen:  
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa  
Het Tibetaans Dodenboek  
Servire, 1991 
 
Robert A.F. Thurman  
Het Tibetaanse Dodenboek  
Altamira-Becht,  2006  
 
Ilse Dorren 
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek  
Mirananda, 1985

vrijdag 14 juni 2019

Bardo van dharmata, tweede dag

Op de tweede dag in de bardo van dharmata verschijnt de Boeddha Vajrasattva. Een nieuwe kans voor de overledene die dag één verprutst heeft. Hij is weggevlucht voor de blauwe lichtstralen van dharmadatu en heeft zich ook niet de hemel laten inloodsen. Hij is ondanks de tips van het Bardo Thödol en ondanks het opzeggen van de gebeden in verwarring geraakt, dankzij zijn saldo aan schadelijke activiteiten en agressie.

 
De blauwe Boeddha Vajrasattva-Akshobhya verschijnt vanuit het blauwe oostelijke boeddhagebied. In zijn hand een vijfpuntige vajra, hij zit op een olifantentroon en omhelst zijn partner Boeddha Lochana. Twee mannelijke en twee vrouwelijke bodhisattva’s vergezellen hem. Er straalt een intens wit licht (de zuivere essentie van het element water).

De oorspronkelijke eenheid kun je hier niet meer rechtstreeks waarnemen, maar nog wel indirect. Dharmakaya wordt weerspiegeld (Vajrasattva is de boeddha van de ‘weerspiegelende wijsheid’) en dit stralend helderwitte licht, de zuiverheid van de skandha van vorm, schittert je priemend en indringend tegemoet vanuit het hart van het Vajrasattva-paar. Het is ondraaglijk voor je ogen. Je raakt in paniek (een gevolg van haat) en doodsbang voor het stralende witte licht wil je vluchten, rechtstreeks naar het zachte rookkleurige licht van de hellen, dat tegelijkertijd met het felle licht van de wijsheid schijnt.

Een riskant keuzemoment. Laat je je escorteren door het team van Vajrasattva, of sla je, onder invloed van je slechte karma, de richting naar de hellen in? Het Bardo Thödol drukt de achterblijvers op het hart de overledene toch vooral te blijven motiveren. Noem hem bij zijn naam en lees hem hardop voor. De adviezen van het Bardo Thödol zijn geheugensteuntjes voor de overledene. De teksten zijn pas zinvol als je tijdens het leven al vertrouwd raakt met de gebeurtenissen en probeert de werkelijkheid te doorgronden.


Het is heel belangrijk om niet bang te zijn. Wees juist blij met het scherpe en verblindend witte licht, het is wijsheid. Herken dit! Vertrouw erop, verlang er naar, roep het aan. Het is de reddingshaak van licht, het schijnsel van Vajrasattva die je komt begeleiden door de verschrikkingen van de bardo. Laat je dus niet inpalmen door het milde rokerige licht van de hellen. Het lijkt wel sympathiek, maar dit pad van vernietiging komt voort uit je schadelijke activiteiten en sterke haat. Je zult vallen en in de hel wegzinken in het moeras van ondraaglijk lijden, zonder kans op ontsnapping. De vertaling van Trungpa spreekt over hellewezens waar je mee te maken krijgt. Kortom: hier moet je niet zijn! Negeer deze hindernis die je bevrijding blokkeert, en geef je agressie op.

Richt je op het schitterende witte licht, concentreer je intens op Vajrasattva en bid vol toewijding de inspiratiebede. Dán zul je oplossen in het regenbooglicht in het hart van Varjasattva, en een sambhogakaya-boeddha worden in het oostelijke boeddhagebied van Volmaakte Vreugde.

Als het wéér niet lukt, zal de overledene op de derde dag de Boeddha Ratnasambhava ontmoeten. Dat is prettig geregeld in het mahayana-boeddhisme: niet meteen onafwendbaar en definitief hemel of hel, maar telkens nieuwe mogelijkheden en keuzen.



Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek
Mirananda, 1985

vrijdag 7 juni 2019

Sambhogakaya-boeddha

Op de eerste dag in de bardo van dharmata kan de overledene kiezen tussen het stralende blauwe licht van Vairochana en het zachte witte licht van de godenwereld. Het is het eerste keuzemoment in een reeks. Wordt er gekozen voor een van de dhyani-boeddha’s, of voor een van de zes bestaanswerelden?

Het is opvallend dat het te bereiken boeddhaschap (bij keuze 1) vanaf hier aan een beperking onderhevig is, namelijk dat het boeddhaschap in sambhogakaya je deel zal zijn. Dat is niet gering natuurlijk, maar toch niet meer de hoofdprijs van totale bevrijding.

De totale bevrijding, die wel zeker is als je op het moment van sterven, of onmiddellijk daarna, het heldere licht herkent en je daardoor ‘blijvende verbonden met het dharmakaya wordt’. Je gaat op in het heldere licht, wordt een met de absolute eenheid, met God (hier niet in de betekenis van een persoonlijk opperwezen).

Je krijgt nog een tweede kans op verlossing in dharmakaya, als je tenminste het secundaire heldere licht kunt doorschouwen. Maar daarna versnippert de energie en wordt opgedeeld in verschillende elementen. De dualiteit doet dan haar intrede.

De tweeheid is al volledig aanwezig in sambhogakaya, maar wel in een toestand van volmaakt evenwicht waarbij de tegendelen elkaar als het ware neutraliseren.
De overledene die volledig doorziet hoe de illusie tot stand komt, staat onherroepelijk op de drempel van nirvana. Hij komt tot verlichting, maar alles wat volgt speelt zich nog wel op een bepaalde plaats af.



Bron:
Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek      
Mirananda, 1985

vrijdag 31 mei 2019

Dharmakaya, sambhogakaya en nirmanakaya

De absolute werkelijkheid is onvoorstelbaar en niet in woorden te vatten. Zij is voor het menselijk denken versluierd. Deze sluier wordt dharmakaya genoemd. Dharmakaya is zuiver bestaan, zonder attributen. Die horen thuis in de wereld van de dualiteit, waar elke eigenschap haar tegenhanger heeft.

Om het ontstaan van de tweeheid te verklaren heeft de Tibetaanse filosofie een symbolisch proces ontworpen. Zoiets als de geboorte van het heelal, de oerknal. In dharmakaya had een mysterieuze samentrekking plaats. Het onbeperkte beperkte zich en er ontstond een onvoorstelbaar iets dat alle attributen die ooit zouden bestaan in zichzelf opgesloten hield. In deze fase was alles nog volmaakt in evenwicht en vreugdevol. Deze eigenlijk onbeschrijfelijke situatie wordt aangeduid met de naam sambhogakaya, de sluier van vreugdevol ervaren.

Natuurlijk spatte sambhogakaya uiteen en vormde de ‘tienduizend wezens’. Ook dat proces is onbegrijpelijk en versluierd. Deze sluier van de schepping wordt nirmanakaya genoemd.

Dharmakaya, samboghakaya en nirmanakaya zijn altijd gelijktijdig aanwezig, tijd bestaat alleen maar in onze waarneming. De drie kaya’s symboliseren ook drie verschillende bewustzijnsniveaus. In zijn Engelse vertaling van het Bardo Thödol heeft Lama Kazi Dawa-Samdup het over body, lichaam dus, in plaats van sluier of gewaad. De drie sluiers (lichamen) samen worden de trikaya genoemd, een soort heilige Drievuldigheid.

Dharmakaya wordt vaak gesymboliseerd door een boeddhafiguur, meestal de Boeddha Amitabha (de boeddha van het grenzeloze licht). Sambhogakaya wordt verbeeld door de vijf dhyani-boeddha’s. Elk van deze boeddha’s, voorgesteld op een troon die bij zijn functie past, duidt een bepaald aspect van sambhogakaya aan. Hij wordt vergezeld door zijn vrouwelijke partner, een of meerdere bodhisattva’s en een hele menigte andere wezens.

Hoewel deze boeddha’s en hun entourage natuurlijk zuiver symbolisch bedoeld worden, zijn het ook weer niet totaal verzinsels. Ze beelden krachten uit die in ons en in de kosmos werkzaam zijn, energiestromen die binnen het kader van de dualiteit wel degelijk ervaren kunnen worden. De werking van sambhogakaya zal zich in verschillende gedaanten manifesteren, net hoe iemands godsdienst is.




Bron:
Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek      
Mirananda, 1985

dinsdag 21 mei 2019

Dharmadhatu

Op de eerste dag in de bardo van dharmata, wordt de overledene geconfronteerd met het intens schitterende blauwe licht van dharmadhatu. Het priemt hem bijna ondraaglijk tegemoet vanuit het hart van de Boeddha Vairochana en zijn partner.

Moderne denkrichtingen maken onderscheid tussen het wezen (essentie) en het bestaan (existentie) van de dingen. Maar deze begrippen kunnen natuurlijk niet van toepassing zijn op de absolute eenheid, omdat die elke indeling te boven gaat. Daarom moeten we ook in geval weer terugvallen op de taal van tekens en beelden, die de werkelijkheid niet dekt, maar er wel naar verwijst. 


Dharmakaya is dan de sluier die over de oergrond van alles ligt gespreid. Het symboliseert het bestaan (de existentie) van het eeuwige principe. Het ongrijpbare wezen daarvan (de essentie) is dharmadatu. En omdat alles wat bestaat, alleen in schijn bestaat en de éénheid de enige werkelijkheid is, is dharmadhatu het diepste wezen van alle dingen.

In feite keren het eerste en tweede heldere licht hier dus nog één keer terug.




Bron:
Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek      
Mirananda, 1985

donderdag 2 mei 2019

Bardo van dharmata, eerste dag

De overledene die het heldere licht én het ‘tweede’ heldere licht niet herkend heeft, gaat door naar de volgende ronde: de bardo van dharmata.
Hij zal er de vredige en toornige godheden ontmoeten.

De overledene ontwaakt uit een verdoving en vraagt zich af wat hem overkomen is. Het Bardo Thödol (hardop voorgelezen door een achterblijver) legt het nog maar eens uit: je bent vier en een halve dag buiten bewustzijn geweest en je bevindt je in de bardo. Herken dit!



Het cyclische bestaan is nu opgeschort, en daarom zie je alle dingen als lichten en beelden (boeddhavormen). De gehele ruimte vult zich met de schittering van een blauw licht en vanuit het middenrijk, de allesdoordringende cirkel, zal de Boeddha Vairochana voor je verschijnen. Hij zit op een leeuwentroon en houdt een wiel met acht spaken in zijn hand. Hij is verenigd met zijn partner Akasha Dhatvishvari.

Het blauwe licht van de wijsheid van de uiteindelijke realiteit, of ook: de natuurlijke zuiverheid van de skandha (aggregaat) van bewustzijn, is ondraaglijk oogverblindend, angstaanjagend en intens. Het is de wijsheid van de dharmadhatu, stralend, helder, scherp en schitterend. Het priemt je tegemoet vanuit het hart van Vairochana en zijn gezellin.

De Boeddha Vairochana is het beginpunt van de goddelijke manifestatie. Hij verkeert eigenlijk nog in de werkelijkheid van het dharmakaya, maar heeft toch al één kant van zijn wezen naar de wereld van de dualiteit gericht. In de Tibetaanse mystiek is Vairochana de witte boeddha, die de 'wijsheid van de werkelijkheid' symboliseert.



Tijd voor een keuzemoment, want tegelijk met het heldere blauwe licht wordt je benaderd door het zachte, witte licht van de goden. Het doorboort je. Door je slechte karma raak je angstig en in paniek wil je vluchten uit de wijsheid van dharmadhatu met haar stralend blauwe licht. Het zachte, witte licht van de goden spreekt je veel meer aan en je gaat er op af.

Dat is absoluut niet de bedoeling!, waarschuwt het Bardo Thödol. Het witte licht is namelijk een hindernis die het pad van de bevrijding verspert. Kijk er niet naar, verlang er niet naar, hecht er niet aan! Als je je er door laat verleiden, zul je ronddwalen in de godenwereld (de hemel) en de zes bestaanswerelden (loka's). Richt je in plaats daarvan op het stralende blauwe licht, wees er niet bang voor, hoe stralend en scherp het ook is. Het is het heldere licht van de hoogste wijsheid, de lichtstraal van de boeddha die de wijsheid van de dharmadathu wordt genoemd. Voel je er door aangetrokken en neem er je toevlucht toe. Het is de manier waarop Vairochana je op het gevaarvolle pad van de bardo komt escorteren. Concentreer je intens op Vairochana, met vertrouwen en eerbied. Zeg het gebed op dat het Bardo Thödol je souffleert. Als je dat met diepgevoelde toewijding doet, zul je oplossen in het regenbooglicht in het hart van het Vairochana-paar en een sambhogakaya-boeddha worden in het middenrijk.

Dat is dan wel niet de hoofdprijs van totale bevrijding, maar toch héél wat en voor de meesten van ons helaas nog niet haalbaar. De godenwereld, de hemel is natuurlijk ook geen kwade keus (als er tenminste toegang verleend wordt), maar vroeger of later zul je toch weer verder moeten. Het Bardo Thödol is er dan ook niet enthousiast over.

Op de tweede dag in de bardo van dharmata zal de overledene de Boeddha Vajrasattva ontmoeten.



Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek      
Mirananda, 1985

maandag 14 januari 2019

Amitabha

Amitabha is het eerste woord van het Bardo Thödol (in de vertaling van Robert Thurman). Amitabha is Sanskriet en betekent ‘grenzeloos licht’. Hij is de boeddha van het westelijk boeddhagebied (Sukhavati) en het hoofd van de Lotus-familie van tantrische archetypische Boeddhavormen.

Het Bardo Thödol, de handleiding voor de tussenstaten, begint met een kort eerbetoon aan de spirituele leraren die de drie Kaya’s belichamen: Amitabha (Dharmakaya), de Vredige en Toornige Lotusgodheden (Sambhogakaya) en Padmasambhava (Nirmanakaya). In deze aanroeping is Amitabha dus symbool van dharmakaya, het Waarheidlichaam, het aspect van het Boeddhaschap dat verbonden is met de uiteindelijke realiteit.

Volgens Robert Thurman kan de moderne beoefenaar deze aanroeping best vervangen door een van de drie-eenheid, dualiteit of eenheid die hij zelf als allerheiligst beschouwt, want het gaat erom dat die hem helpt zich zo comfortabel en zeker mogelijk te voelen.



Verderop in het Bardo Thödol (op de vierde dag in het Chönyid bardo om precies te zijn) komen we Amitabha nog eens tegen. Dit keer als de rode boeddha, de boeddha van de onderscheidende wijsheid. Een andere pet, dat kan allemaal in het Bardo Thödol. Het gaat hier immers niet om goden, maar om zinnebeelden.

In Tocht door twee werelden zegt Ilse Dorren hierover: “We hebben telkens met nadruk vastgesteld dat al deze boeddha’s en hun hele entourage zuiver symbolisch zijn bedoeld. Toch moeten we er ons voor hoeden ze als louter gedachtespinsels af te doen. Ze beelden krachten uit die in ons en in de kosmos werken en die energiestromen zijn binnen het kader van de dualiteit wel degelijk speurbaar. Naar gelang van iemands godsdienst zal de werking van de sambhogakaya zich in verschillende gedaanten manifesteren.”