Posts tonen met het label boeddhagebieden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeddhagebieden. Alle posts tonen

maandag 28 april 2025

Wat ziet een boeddha in sambhogakaya?

In een vorige blogpost vroegen wij (de twijfelachtige bhiksu Chih-tao en ik) ons af wie er dan zo enorm geniet van die grote gelukzaligheid in nirvana? Nou, niemand dus, legde Hui-neng uit. Er is geen genieter of niet-genieter, er is geen zelf, er is geen dualiteit. Nirvana is voorbij alles. Hier geen ontstaan of vernietiging, maar de manifestatie van absolute rust. Klinkt goed nietwaar? Maar ‘je’ zult het dus nooit ‘ervaren’. Misschien kan een boeddha in sambhogakaya het ‘zien’? Op de drempel van nirvana doorziet hij volledig hoe de illusie tot stand komt, is tot verlichting gekomen, maar ook weer niet helemaal. Een verlichting light. Wat moet ik me daar bij voorstellen? En waar bevindt die boeddha zich?

Een overledene die het eerste en het tweede heldere licht niet begrepen heeft, beschikt weer over een (illusionair) lichaam. Zal de situatie waarschijnlijk niet herkennen en vraagt zich af of hij nu wel of niet overleden is. Vergelijkbaar misschien met het dagelijks leven. In theorie erken je dat dualiteit illusie is, maar helaas rijst telkens weer opnieuw de vraag of het wel écht zo is. In de bardo van dharmata zit een ‘totale’ bevrijding (opgaan in absolute eenheid) er niet meer in. De energie versnippert en dualiteit doet zijn intrede. Voor de boeddha in sambhogakaya speelt alles wat volgt zich op een bepaalde ‘plaats’ af, namelijk in een van de vijf boeddhagebieden. Bijvoorbeeld in het middenrijk, het Samengebalde Rijk. ‘Plaats’ is hier natuurlijk beeldspraak. De drie kaya’s zijn ook drie verschillende bewustzijnsniveaus, altijd gelijktijdig aanwezig. In sambhogakaya is de dualiteit volmaakt in evenwicht, waarbij de tegendelen elkaar als het ware neutraliseren. Het houdt alles wat ooit zal bestaan in zichzelf besloten. Een onvoorstelbaar potentieel van mogelijkheden, dat uiteenspat in de ‘tienduizend wezens’ van nirmanakaya.

Maar wat ziet nu die boeddha in sambhogakaya? Hij heeft de illusie door, staat op de rand van nirvana, maar blijft toch een beetje plakken in de dualiteit. Ziet hij hier de mogelijke toekomst? En staat die vast of kunnen de elementen nog gehutseld worden. Denk aan die puzzel metafoor laatst: is de hele puzzel gelegd, de 10.000 stukjes keurig geordend op hun eigen plek? Of zitten al die stukjes nog in de doos en is de afbeelding zelfs nog niet definitief? Volgens Sogyal Rinpoche zijn al de mogelijke verschijnselen in samsara of nirvana altijd al volmaakt en volledig geweest en zullen zij dat altijd zijn. De essentie van alles is leeg en zuiver, maar de natuur van alles is rijk aan kwaliteiten, ‘zwanger van elke mogelijkheid’. Een onophoudelijk scheppend veld, oneindig en dynamisch, altijd spontaan volmaakt.

zondag 29 november 2020

Bardo van wording: de juiste moederschoot kiezen (3)

Als een overledene aan het eind van de bardo van wording moet reïncarneren, is het van groot belang dat hij een geschikte moederschoot selecteert. Het Bardo Thödol is hem hierbij behulpzaam met een aantal diepzinnige instructies.

Hierin komt het er meestal op neer dat je je verbeeldingskracht en concentratievermogen op de juiste wijze inzet. Er is dan veel mogelijk, maar je moet wel heel voorzichtig te werk gaan en je vooral niet laten afleiden, ook al sta je onder enorme druk en word je achtervolgd door de wrekers (van karma). Als die opdagen mediteer dan over Hayagriva.

Ga niet zomaar de eerste de beste moederschoot binnen. In deze bardo beschik je over subtiele helderziendheid, je kent dus alle plaatsen en hun hoedanigheden. Kies dus met wijsheid. Je zou kunnen verhuizen naar een van de zuivere boeddhagebieden (boeddhaversa). Het Bardo Thödol somt er een aantal op. Het zijn wereldstelsels die in veraf gelegen dimensies bestaan, maar in de bardo kun je er (door mededogen van boeddha’s en bodhisattva’s) met je mentale lichaam en je superkrachten naar toe reizen met de snelheid van een gedachte. Naar de Tushita-hemel bijvoorbeeld, het verblijf van de toekomstige boeddha Maitreya, of naar het westelijk Gelukzalige Rijk van de boeddha Amitabha. 


Voor een zielsverhuizing naar zo’n engelenwereld moet je eerst uitbarsten in een soort drammerig pathetische klaagzang. Dat je nu al eonen lang ronddoolt in het moeras van samsara, en nog steeds niet bevrijd bent, terwijl zoveel anderen allang boeddha zijn geworden. Dat je er ziek van wordt, van samsara, die eindeloze cyclus. Je verafschuwt het en verwerpt het! Spreek dan de intentie uit dat je er NU aan wilt ontsnappen, en dat je spontaan geboren wilt worden in een lotusbloem in jouw boeddhagebied naar keuze. Neem je dat héél stellig voor, en concentreer je sterk en eenpuntig op die hemel. Als je het goed doet lukt het onmiddellijk.
 
Een wonderlijke en vooral wanhopige noodsprong, lijkt mij.
Maar dit is de bardo.

 

Bronnen:  
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa  
Het Tibetaans Dodenboek  
Servire, 1991 
 
Robert A.F. Thurman  
Het Tibetaanse Dodenboek  
Altamira-Becht,  2006  
 
Ilse Dorren  
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek  
Mirananda, 1985

zaterdag 17 augustus 2019

Bardo van dharmata, vijfde dag

De vijfde dag in de bardo van dharmata lijkt erg veel op de vier voorafgaande. In een omgeving van verblindend heldere lichten verschijnt een van de dhyani-boeddha’s en zijn team. Zij willen de overledene helpen met zijn bevrijding, maar de kans is groot dat die opnieuw angstig en paniekerig zal vluchten naar het zachte strooplicht van de bestaanswereld van deze dag. Waarschijnlijk gaat hij door naar dag zes, en dan wordt het ook nog drukker en grimmiger in de bardo. Om de dode dit alles te besparen moeten de achterblijvers het hem nog maar een keer goed uitleggen, zegt het Bardo Thödol. Noem hem bij zijn naam en lees de teksten hardop voor.


Let goed op! Nu zal de groene boeddha Amoghasiddhi voor je verschijnen. Hij komt uit het groene noordelijke boeddhagebied, het Rijk van Vergaarde Daden. Hij zit op een arendstroon, in zijn hand een dubbele vajra. Hij omhelst zijn partner Samayatara en wordt vergezeld door twee mannelijke en twee vrouwelijke bodhisattva’s. Samen verschijnen er zes boeddhavormen uit de ruimte van regenbooglicht.

Helder en priemend schijnt het groene licht van de zuiverheid van het aggregaat wilskracht. Het is de dadenvolbrengende wijsheid, verblindend en schitterend. Het stralende licht is scherp en angstaanjagend, komend vanuit het hart van het Amoghasiddhi-paar doorboort het jouw hart. Het is ondraaglijk voor je ogen. Toch moet je er niet bang van zijn. Het is het spontane spel van je eigen geest. Ontspan dus in de verheven staat. Geen activiteiten en zorgen, geen dichtbij of veraf en geen liefde of haat, maar evenwichtigheid en harmonie. Er bestaat geen verschil tussen liefde en haat, aantrekking en afkeer! Mediteer hierover, want tegelijkertijd met het scherpe wijsheidslicht schijnt het zachte, rode licht van de bestaanswereld van de jaloerse goden (asura’s, halfgoden), en die is gemaakt door afgunst. Als je verstand zwak is en je hebt lagere gedachten, ga je er zo in mee!



Je raakt in paniek en onder invloed van hevige jaloezie wil je wegvluchten van het stekend stralende groene licht, linea recta naar dit zachte rode licht van de asura’s, want daar wordt je blij van. Niet doen! Dit verleidelijke pad van karma is opgebouwd uit jouw sterke jaloezie en leidt tot vernietiging. Je zult in de wereld van de halfgoden terechtkomen en hier de ondraaglijke ellende van twist en strijd ondergaan. Geef je instincten op en verlang naar het stralend groene licht, concentreer je sterk op het Amoghasiddhi-paar en bid de inspiratiebede uit het Bardo Thödol. Doe dit met krachtig vertrouwen en diepgevoelde toewijding! En als je het goed doet, zul je oplossen in het regenbooglicht in het hart van de boeddha Amoghasiddhi en zijn gezellin en een sambhogakaya-boeddha worden in het noordelijke Boeddhagebied.

Het Bardo Thödol steekt hier speciaal de voorlezer(s) nog eens optimistisch een hart onder de riem: je moet de overledene blijven motiveren, steeds opnieuw, dan lukt het! Je moet het hem in vele stadia tonen. Als hij de ene wijsheid niet herkent, dan een andere zeker wel.




Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek      
Mirananda, 1985

zaterdag 13 juli 2019

Bardo van dharmata, vierde dag

Nog steeds niet in de grote eenheid opgegaan, telkens alle kansen gemist. En dat terwijl bevrijding op dag drie in de bardo van dharmata voor het grijpen lag, ‘zelfs voor de zwakste geest’. Het lijkt wel een sneer. Toch blijft het Bardo Thödol uiterst begripvol richting de overledene. Er zijn nu eenmaal mensen die maar weinig geluk hebben, zoals zij die veel kwaad gedaan hebben of die hun geloften hebben laten afglijden; zelfs nadat het hen vele malen getoond is, zullen zij het niet herkennen. Verstoord door emoties en schadelijke activiteiten worden ze bang voor de geluiden en lichten, en zullen die ontvluchten, keer op keer.


Maar op de vierde dag zijn er weer nieuwe kansen. Dan zal de groep boeddhavormen van de Boeddha Amitabha opkomen, om hen uit te nodigen. Tegelijk met (de tegenhanger van vandaag) het zwak lichtend pad van de hongerige geesten(oftewel de door emoties en afgunst opgebouwde pretawereld). Op dit punt aanbeland moet de dode nogmaals gemotiveerd worden, door hem bij zijn naam te noemen en de tekst uit het Bardo Thödol spreken:

Let goed op. Op deze vierde dag zal er een rood licht, de zuivere essentie van het element vuur, schijnen. En uit het rode westelijke Boeddhagebied zal de rode Boeddha Amitabha voor je verschijnen. Hij houdt een lotus in de hand en is gezeten op een pauwentroon, in omhelzing met zijn partner Pandaravasini. Hij wordt begeleid door de twee mannelijke bodhisattva’s Avalokiteshvara en Manjushri, en de twee vrouwelijke bodhisattva’s Gita en Aloka, zodat er zes boeddhavormen vanuit de ruimte van regenbooglichten verschijnen.

Het schitterend scherpe rode licht van de onderscheidende wijsheid, de zuiverheid van de skandha van waarneming in zijn fundamentele zuiverheid, zal versierd met lichtschijven, stralend en helder uit het hart van het Amitabha-paar komen en precies jouw hart doorboren. Het is ondraaglijk voor je ogen, maar vrees het niet! Tegelijkertijd schijnt het zachte gele licht van de hongerige geesten. Geniet hier niet van! Geef verlangen en vasthouden op!

Op dat ogenblik zul je, onder invloed van krachtige begeerte, in paniek raken en doodsbang wegvluchten van het verblindende rode licht. Je voelt je aangetrokken tot het zachte gele licht van de pretawereld en gaat erop af. Je moet nu echter zonder angst het schitterende rode licht, helderscherp en stralend, als wijsheid herkennen. Richt je erop en ontspan je geest in de wetenschap dat er niets meer gedaan hoeft te worden. Voel je ertoe aangetrokken met vertrouwen en verlangen. Als je het onderkent als je eigen natuurlijke uitstraling, zul je (zelfs zonder geloven en bidden) ondeelbaar opgaan in alle beelden en lichtstralen en zul je verlichting bereiken en een boeddha worden.



Als je het niet op deze manier kunt herkennen, bid dan en denk: dit is de lichtstraal van het mededogen van de Boeddha Amitabha! Ik neem er toevlucht toe! Het is de reddinghaak van het mededogen van Amitabha. Vertrouw erop! Vlucht niet weg! Zelfs als je ervoor wegvlucht zal het je niet verlaten. Je moet niet bang zijn.

En je moet al helemaal niet gecharmeerd zijn van het zachte gele licht van de hongerige geesten. Dat is het pad van de instincten van de schadelijke activiteiten die je door je sterke gierigheid en hevig verlangen hebt opgebouwd. Als je er toch aan vasthoud zul je in de pretawereld vallen, waar je ondraaglijk zult  lijden door honger en dorst. Het is een hindernis die het pad naar bevrijding verspert. Voel je er niet toe aangetrokken, maar geef je instincten op. Vertrouw op het verblindende, heldere rode licht, richt je concentratie op Amitabha en herhaal de inspiratiebede uit het Bardo Thödol.

Als je dit met diepgevoelde toewijding doet zul je oplossen in het regenbooglicht in het hart van het Amitabha-paar en een sambhogakaya-boeddha worden in het Gelukzalige westelijke Rijk.


[dag vijf: HIER]



Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek      
Mirananda, 1985

vrijdag 28 juni 2019

Bardo van dharmata, derde dag

Dag drie in de bardo van dharmata lijkt veel op dag één en dag twee: allerlei lichten en kleuren, er verschijnt een dhyani-boeddha en er is een belangrijk keuzemoment. Tot nu toe is de overledene nog niet erg succesvol gebleken op zijn pad naar bevrijding. En waarom zou dat nu wel lukken? Gelukkig blijft het Bardo Thödol optimistisch en geeft het de overledene praktische adviezen via de nabestaanden die de tekst hardop voorlezen.


Het is vooral belangrijk om niet bang te zijn. Dus ook niet wegvluchten als de gele boeddha verschijnt. Een indrukwekkend schouwspel: zittend op een paardentroon, verenigd met zijn gezellin Mamaki, begeleid door vier bodhisattva’s, twee mannelijke en twee vrouwelijke. In zijn hand houdt hij een wensvervullend juweel. En dit alles tegen een achtergrond van regenboogstralen en lichten. Ratnasambhava, de boeddha van de wijsheid der gelijkheid*, komt je helpen. Dat moet je goed beseffen als je het stralend heldergele licht ziet priemen vanuit het hart van dit Boeddhapaar, versierd met lichtschijven en glinsterende druppels en druppeltjes. Het is het gele licht van de skandha van gevoel in zijn fundamentele zuiverheid, de wijsheid van gelijkheid.

Door je hardnekkige trots en neurotische sluiers zul je waarschijnlijk in paniek raken, en wegvluchten van dit scherpe gele licht dat zo ondraaglijk voor je ogen is. Regelrecht naar het prettige zachte blauwe licht van de mensenwereld (waarschijnlijk de meest normale loka voor een overledene op doortocht), dat tegelijk met het wijsheidslicht schijnt, en je nu enorm aantrekkelijk voorkomt. Maar doe dit vooral niet! Het is het pad van vernietiging dat voortkomt uit je schadelijke (onbewuste) neigingen die je door je sterke trots hebt verzameld. Je zult vallen en weer in de mensenwereld terechtkomen waar je zult lijden door geboorte, ziekte, ouderdom en dood en geen tijd meer zult hebben om bevrijding van het cyclische bestaan te bereiken. Terug bij af, in de modderpoel van samsara. Negeer het dus en geef je trots op, geef je onbewuste neigingen op.



Herken en erken liever het stralend heldere gele licht als wijsheid. Wees ontspannen, eerbiedig en vol vertrouwen. Het is de natuurlijke energie van je eigen geest! Verlang er naar en bid de inspiratiebede (uit het Bardo Thödol), terwijl je sterk concentreert op de Boeddha Ratnasambhava. Je zult dan oplossen in het regenbooglicht van het Ratnasambhava-paar en een sambhogakaya-boeddha worden in het zuidelijke zuivere boeddhagebied.

Geschreven voor ‘de gewone man’ introduceert het Bardo Thödol hier het gebed, want geloof ‘dat het werkt’ en een beetje goede wil en kennis zijn eigenlijk al voldoende. De overledene richt zich tot symbolen van de totale eenheid.  En zelfs als je er niet in gelooft of er voor bidt, zullen alle lichten en stralen en vormen ondeelbaar met je versmelten. Je zult een boeddha worden en verlichting bereiken. Of zoals Thurman het in zijn vertaling formuleert:  “Als de overledene deze gelijkschakelende wijsheid op deze manier herkent, is er geen twijfel mogelijk dat zelfs de zwakste geest zal worden bevrijd”.

En anders is er altijd nog dag vier in de bardo van dharmata.



*Zoals eerder gezegd is de dualiteit al volledig aanwezig in sambhogakaya, maar wel in een toestand van volmaakt evenwicht. Goed en kwaad, liefde en haat, leven en dood: al deze illusies neutraliseren elkaar, omdat ze in exact gelijke mate aanwezig zijn. Deze wijsheid der gelijkheid wordt gesymboliseerd door de gele boeddha Ratnasambhava.



Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek      
Mirananda, 1985

vrijdag 14 juni 2019

Bardo van dharmata, tweede dag

Op de tweede dag in de bardo van dharmata verschijnt de Boeddha Vajrasattva. Een nieuwe kans voor de overledene die dag één verprutst heeft. Hij is weggevlucht voor de blauwe lichtstralen van dharmadatu en heeft zich ook niet de hemel laten inloodsen. Hij is ondanks de tips van het Bardo Thödol en ondanks het opzeggen van de gebeden in verwarring geraakt, dankzij zijn saldo aan schadelijke activiteiten en agressie.

 
De blauwe Boeddha Vajrasattva-Akshobhya verschijnt vanuit het blauwe oostelijke boeddhagebied. In zijn hand een vijfpuntige vajra, hij zit op een olifantentroon en omhelst zijn partner Boeddha Lochana. Twee mannelijke en twee vrouwelijke bodhisattva’s vergezellen hem. Er straalt een intens wit licht (de zuivere essentie van het element water).

De oorspronkelijke eenheid kun je hier niet meer rechtstreeks waarnemen, maar nog wel indirect. Dharmakaya wordt weerspiegeld (Vajrasattva is de boeddha van de ‘weerspiegelende wijsheid’) en dit stralend helderwitte licht, de zuiverheid van de skandha van vorm, schittert je priemend en indringend tegemoet vanuit het hart van het Vajrasattva-paar. Het is ondraaglijk voor je ogen. Je raakt in paniek (een gevolg van haat) en doodsbang voor het stralende witte licht wil je vluchten, rechtstreeks naar het zachte rookkleurige licht van de hellen, dat tegelijkertijd met het felle licht van de wijsheid schijnt.

Een riskant keuzemoment. Laat je je escorteren door het team van Vajrasattva, of sla je, onder invloed van je slechte karma, de richting naar de hellen in? Het Bardo Thödol drukt de achterblijvers op het hart de overledene toch vooral te blijven motiveren. Noem hem bij zijn naam en lees hem hardop voor. De adviezen van het Bardo Thödol zijn geheugensteuntjes voor de overledene. De teksten zijn pas zinvol als je tijdens het leven al vertrouwd raakt met de gebeurtenissen en probeert de werkelijkheid te doorgronden.


Het is heel belangrijk om niet bang te zijn. Wees juist blij met het scherpe en verblindend witte licht, het is wijsheid. Herken dit! Vertrouw erop, verlang er naar, roep het aan. Het is de reddingshaak van licht, het schijnsel van Vajrasattva die je komt begeleiden door de verschrikkingen van de bardo. Laat je dus niet inpalmen door het milde rokerige licht van de hellen. Het lijkt wel sympathiek, maar dit pad van vernietiging komt voort uit je schadelijke activiteiten en sterke haat. Je zult vallen en in de hel wegzinken in het moeras van ondraaglijk lijden, zonder kans op ontsnapping. De vertaling van Trungpa spreekt over hellewezens waar je mee te maken krijgt. Kortom: hier moet je niet zijn! Negeer deze hindernis die je bevrijding blokkeert, en geef je agressie op.

Richt je op het schitterende witte licht, concentreer je intens op Vajrasattva en bid vol toewijding de inspiratiebede. Dán zul je oplossen in het regenbooglicht in het hart van Varjasattva, en een sambhogakaya-boeddha worden in het oostelijke boeddhagebied van Volmaakte Vreugde.

Als het wéér niet lukt, zal de overledene op de derde dag de Boeddha Ratnasambhava ontmoeten. Dat is prettig geregeld in het mahayana-boeddhisme: niet meteen onafwendbaar en definitief hemel of hel, maar telkens nieuwe mogelijkheden en keuzen.



Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek
Mirananda, 1985

woensdag 15 mei 2019

De vredige en toornige godheden

In een vorige blogpost waren we in de bardo van dharmata beland. Op dag één om precies te zijn. Hier ontmoet de overledene de Boeddha Vairochana, de eerste van de vijf vredige godheden: de dhyani-boeddha’s en hun entourage. Natuurlijk zijn ze stuk voor stuk symbolen, want ook hier dient de realiteit zich versluierd achter een menigte attributen aan. De bedoeling is dat je de symbolen ook als zodanig herkent. Degenen die zich bij de boeddhistische beelden niet op hun gemak voelen, kunnen die vervangen door figuren of symbolen die hen op hun gemak stellen.


Als je de dhyani-boeddha’s samen zou afbeelden in de vorm van een mandala, is Vairochana de middelste. Hij is het centrum van een set van vijf boeddhagebieden: werelden die uit de energieën van de verlichting zijn opgebouwd. Mocht je er een Jezus-figuur, vergezeld door een groep engelen, voor in de plaats stellen, moet je wel dit idee van een middelpunt handhaven. En dan ook het soort wijsheid waar het hier om gaat: de transmutatie van het proces van bewustzijn en de verslaving aan onwetendheid, met daarbij de noodzaak om op dit punt de aandacht op de hemelen te richten met de aspiratie van een boeddhagebied binnen te gaan.

Zolang de wereld van de dualiteit voorduurt, zal er namelijk telkens een keuze uit twee mogelijkheden zijn. In dit geval dus het stralende blauwe licht van Vairochana of het zachte witte licht van de godenwereld (hemel). Het Bardo Thödol geeft ze in symbolen aan en benadrukt keer op keer dat het doorzien van de situatie kiezen overbodig maakt. (Dit geldt ook voor het aardse leven.)

Elke manifestatie van een dhyani-boeddha loopt parallel aan de verschijning van een van de zes bestaanswerelden (sferen): de wereld van de goden, halfgoden, mensen, dieren, hongerige geesten of de hel. De boeddha’s willen de zielen helpen geen belichaming in die gebrekkige bestaanswerelden te zoeken, maar hen naar een meer ideale en op de verlichting gerichte omgeving brengen, waar ze op weg naar hun bevrijding sneller vooruitgang kunnen boeken.

Na een aantal dagen in de bardo van dharmata, waarbij op elke dag (‘dag’ is een vertaalkeuze en wordt hier figuurlijk bedoeld) een van de vredige dhyani-boeddha’s kennelijk tevergeefs aan hem verschenen is, wordt de overledene geconfronteerd met steeds minder vriendelijke wezens. Allereerst de toornige godheden, in feite de tegenhangers (de ‘andere kant’) van de dhyani-boeddha’s, want we hebben hier te maken met dualistische krachten. In andere tradities zouden ze bijvoorbeeld yin en yang genoemd worden.

De creatieve krachten (yang) worden binnen de perken gehouden door yin. In het Bardo Thödol worden de krachten van yang (het gevoel) uitgebeeld door de goden van vrede. De beperkende, vormgevende werking van het zich manifesterende verstand wordt voorgesteld door de toornige goden. Die kunnen behoorlijk enge vormen aannemen, maar het Bardo Thödol waarschuwt dat je ze juist als beschermgoden moet herkennen. Zie het als een ontmoeting tussen goede bekenden.
 



Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991
 

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek      
Mirananda, 1985

donderdag 2 mei 2019

Bardo van dharmata, eerste dag

De overledene die het heldere licht én het ‘tweede’ heldere licht niet herkend heeft, gaat door naar de volgende ronde: de bardo van dharmata.
Hij zal er de vredige en toornige godheden ontmoeten.

De overledene ontwaakt uit een verdoving en vraagt zich af wat hem overkomen is. Het Bardo Thödol (hardop voorgelezen door een achterblijver) legt het nog maar eens uit: je bent vier en een halve dag buiten bewustzijn geweest en je bevindt je in de bardo. Herken dit!



Het cyclische bestaan is nu opgeschort, en daarom zie je alle dingen als lichten en beelden (boeddhavormen). De gehele ruimte vult zich met de schittering van een blauw licht en vanuit het middenrijk, de allesdoordringende cirkel, zal de Boeddha Vairochana voor je verschijnen. Hij zit op een leeuwentroon en houdt een wiel met acht spaken in zijn hand. Hij is verenigd met zijn partner Akasha Dhatvishvari.

Het blauwe licht van de wijsheid van de uiteindelijke realiteit, of ook: de natuurlijke zuiverheid van de skandha (aggregaat) van bewustzijn, is ondraaglijk oogverblindend, angstaanjagend en intens. Het is de wijsheid van de dharmadhatu, stralend, helder, scherp en schitterend. Het priemt je tegemoet vanuit het hart van Vairochana en zijn gezellin.

De Boeddha Vairochana is het beginpunt van de goddelijke manifestatie. Hij verkeert eigenlijk nog in de werkelijkheid van het dharmakaya, maar heeft toch al één kant van zijn wezen naar de wereld van de dualiteit gericht. In de Tibetaanse mystiek is Vairochana de witte boeddha, die de 'wijsheid van de werkelijkheid' symboliseert.



Tijd voor een keuzemoment, want tegelijk met het heldere blauwe licht wordt je benaderd door het zachte, witte licht van de goden. Het doorboort je. Door je slechte karma raak je angstig en in paniek wil je vluchten uit de wijsheid van dharmadhatu met haar stralend blauwe licht. Het zachte, witte licht van de goden spreekt je veel meer aan en je gaat er op af.

Dat is absoluut niet de bedoeling!, waarschuwt het Bardo Thödol. Het witte licht is namelijk een hindernis die het pad van de bevrijding verspert. Kijk er niet naar, verlang er niet naar, hecht er niet aan! Als je je er door laat verleiden, zul je ronddwalen in de godenwereld (de hemel) en de zes bestaanswerelden (loka's). Richt je in plaats daarvan op het stralende blauwe licht, wees er niet bang voor, hoe stralend en scherp het ook is. Het is het heldere licht van de hoogste wijsheid, de lichtstraal van de boeddha die de wijsheid van de dharmadathu wordt genoemd. Voel je er door aangetrokken en neem er je toevlucht toe. Het is de manier waarop Vairochana je op het gevaarvolle pad van de bardo komt escorteren. Concentreer je intens op Vairochana, met vertrouwen en eerbied. Zeg het gebed op dat het Bardo Thödol je souffleert. Als je dat met diepgevoelde toewijding doet, zul je oplossen in het regenbooglicht in het hart van het Vairochana-paar en een sambhogakaya-boeddha worden in het middenrijk.

Dat is dan wel niet de hoofdprijs van totale bevrijding, maar toch héél wat en voor de meesten van ons helaas nog niet haalbaar. De godenwereld, de hemel is natuurlijk ook geen kwade keus (als er tenminste toegang verleend wordt), maar vroeger of later zul je toch weer verder moeten. Het Bardo Thödol is er dan ook niet enthousiast over.

Op de tweede dag in de bardo van dharmata zal de overledene de Boeddha Vajrasattva ontmoeten.



Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek      
Mirananda, 1985

maandag 21 januari 2019

Amida Nyorai


In de bekende boeddhazaal van Museum Volkenkunde in Leiden staat een groot bronzen beeld uit Japan (1716) dat Amida Nyorai voorstelt. Volgens het bijschrift “de Hemelse Boeddha van het Westen, de Boeddha van het Oneindige Licht, van de ondergaande zon en van het hiernamaals. Hij zetelt in het Westers Paradijs, niet zozeer een plaats als wel een toestand waarin mensen herboren worden, bevrijd van alle lijden van het aardse bestaan.”

Amida is de Japanse naam van Amitabha, de “rode boeddha” van de vorige blogpost. Het Westers Paradijs, ook Zuiver Land genoemd, is gecreëerd door Amitabha als toevlucht voor hen die zoveel negatief karma hebben verzameld dat zij niet in staat zijn zelf de verlichting te kunnen verkrijgen. Aanhangers van deze vooral in Oost-Azië populaire tak van het boeddhisme geloven dat  Amitabha Boeddha hiermee een alternatieve training biedt om Verlichting te verkrijgen, in plaats van diepdoorgrondend mediteren. Devotie naar Amitabha zou leiden tot het Zuiver Land waar de Verlichting makkelijker is te verkrijgen.

maandag 14 januari 2019

Amitabha

Amitabha is het eerste woord van het Bardo Thödol (in de vertaling van Robert Thurman). Amitabha is Sanskriet en betekent ‘grenzeloos licht’. Hij is de boeddha van het westelijk boeddhagebied (Sukhavati) en het hoofd van de Lotus-familie van tantrische archetypische Boeddhavormen.

Het Bardo Thödol, de handleiding voor de tussenstaten, begint met een kort eerbetoon aan de spirituele leraren die de drie Kaya’s belichamen: Amitabha (Dharmakaya), de Vredige en Toornige Lotusgodheden (Sambhogakaya) en Padmasambhava (Nirmanakaya). In deze aanroeping is Amitabha dus symbool van dharmakaya, het Waarheidlichaam, het aspect van het Boeddhaschap dat verbonden is met de uiteindelijke realiteit.

Volgens Robert Thurman kan de moderne beoefenaar deze aanroeping best vervangen door een van de drie-eenheid, dualiteit of eenheid die hij zelf als allerheiligst beschouwt, want het gaat erom dat die hem helpt zich zo comfortabel en zeker mogelijk te voelen.



Verderop in het Bardo Thödol (op de vierde dag in het Chönyid bardo om precies te zijn) komen we Amitabha nog eens tegen. Dit keer als de rode boeddha, de boeddha van de onderscheidende wijsheid. Een andere pet, dat kan allemaal in het Bardo Thödol. Het gaat hier immers niet om goden, maar om zinnebeelden.

In Tocht door twee werelden zegt Ilse Dorren hierover: “We hebben telkens met nadruk vastgesteld dat al deze boeddha’s en hun hele entourage zuiver symbolisch zijn bedoeld. Toch moeten we er ons voor hoeden ze als louter gedachtespinsels af te doen. Ze beelden krachten uit die in ons en in de kosmos werken en die energiestromen zijn binnen het kader van de dualiteit wel degelijk speurbaar. Naar gelang van iemands godsdienst zal de werking van de sambhogakaya zich in verschillende gedaanten manifesteren.”