Posts tonen met het label hemel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hemel. Alle posts tonen

zondag 26 juli 2026

Kies NIET

Liquid Days 4 (slot)

(vervolg van vorige blogpost)

En hier sluit Jo Marchant haar artikel in de New Scientist af, maakt de cirkel rond en brengt ons weer terug naar het idee van NU. Bij de QBists en enactivisten geen realiteit die lang geleden in één oerknal is gecreëerd en vervolgens losgelaten. Het komt voortdurend tot stand, zoals Wheeler ooit al suggereerde, “in miljarden en miljarden” kleine scheppende flitsen die overal om ons heen resoneren. Dit is een visie waarin we niet simpelweg realiteit observeren, maar er in ondergedompeld zijn. Door onze keuzes en acties, van moment tot moment, beïnvloeden we wat bestaat en wat daarna komt.

Een zeer interessant artikel dat, zoals gezegd, mooi aansluit bij de blogposts over Nagarjuna, veel stof tot nadenken geeft en tegelijk weer allerlei vragen oproept. Niet alleen over oorzaak en gevolg en leegte bijvoorbeeld, maar ook met betrekking tot het creëren van een persoonlijke hemel, het eventueel praktisch nut van manifesteren, het afkloppen van voorspoed en bezwerend zwijgen over mogelijke tegenspoed. En is er dan toch zoiets als vrije wil? Of juist niet? Bovendien lijkt het er op dat (net als in het ‘gewone’ dagelijks leven) de denkbeelden en het handelen van de een onherroepelijk ten koste gaan van de ander.

En (dit is tenslotte het bardoblog!) wat zegt het Bardo Thödol over persoonlijke zienswijzen, keuzes en het creëren van ‘realiteit’? De teksten staan vol met keuzemogelijkheden op allerlei momenten. In een blogpost van lang geleden over de zes bestaanswerelden bijvoorbeeld, kun je lezen hoe in de bardo van dharmata de dualiteit (weer) haar intrede doet. Bij de overledene ontwikkelt zich de een of andere fundamentele neiging om iets vast te grijpen, en daaruit ontstaat de ervaring van de zes rijken van de wereld. Er komen negatieve emoties op, die zich verharden tot de verschillende (‘gekleurde’) waarnemingen die samen de zes illusoire rijken van de wereld (samsara) creëren, die ons gevangen houden in de kringloop van geboorte en dood. Tijdens deze visionaire ervaringen verschijnt elk rijk samen met zijn tegenhanger (een van de dhyani-boeddha’s), die de overledene dan de mogelijkheid biedt om die speciale dwangvoorstelling los te laten en op te houden met zich vastklampen aan een vals veiligheidsgevoel, maar juist op te lossen in de overeenkomstige manifestatie van wijsheid. Helaas worden we meestal instinctief naar de zwakke lichten van die zes bestaanswerelden toegetrokken. Onze gewoontepatronen lokken ons in een wedergeboorte die bepaald wordt door de specifieke negatieve emotie die ons karma en onze bewustzijnsstroom domineert.


Ook op een ander belangrijk keuzemoment (de juiste moederschoot) in de bardo van wording, wordt de overledene als het ware voortgestuwd door de kracht van zijn karma en stevent hij rechtstreeks op de zes bestaansrijken af. Karma is in de populaire volksmond iets (geworden) van rechtvaardigheid, evenwicht, boetedoen en inlossen van schuld. Maar het lijkt toch meer op een intens dwingende macht, een optelsom van persoonlijke voorkeuren, gewoonten en keuzes, die onherroepelijk jouw toekomst bepaald.

Op het sterfmoment is er een belangrijke kans op bevrijding. Verlost van het lichaam is de karmische visie van een leven volledig uitgeput, en al het karma dat in de toekomst gecreëerd zou kunnen worden, heeft nog geen vaste vorm aangenomen. Op het moment van de dood is er een 'gat', een ruimte zwanger van onmetelijk veel mogelijkheden; het is een moment geladen met enorme kracht, waarin het enige dat echt telt is hoe onze geest dan is. Zonder lichaam onthult de geest zich als wat hij altijd al was: schepper van onze werkelijkheid.

 
De oorsprong van alle verschijnselen is je geest.
Als je niet goed op hem let snelt hij ervaringen achterna,
vindingrijk in de spelletjes van misleiding.
Als je er direct in kijkt, is hij vrij van enige basis of
oorsprong,
In wezen vrij van enig komen, blijven of gaan. 

                                                 (Jamyang Khyentse Chökyi Lodrö)

 
Je bekrompen persoonlijke zienswijze en geschiedenis bepaalt je keuze.
Maar waarom zou je ‘kiezen’?
Geen begeerte of afkeer.
Naar ‘buiten’ kijken leidt meestal tot betrokkenheid of deelname.
Kijk dus naar ‘binnen’.
Geen oordeel, geen keuze.
 
 
Diepzinnig en stil, vrij van complexiteit,
Natuurlijke, stralende helderheid,
De geest van conceptuele ideeën voorbij;
Dit is de diepte van de geest der Overwinnaars.
 
Hier valt niets te verwijderen,
Niets toe te voegen.
Het is enkel het ongerepte
Dat spontaan naar zichzelf kijkt. 

                                                (Nyoshul Khen Rinpoche)

 

 
bronnen:
Jo Marchant
New Scientist
21 maart 2026
 
Sogyal Rinpoche
Dagend Inzicht
Servire, 1995

vrijdag 19 juni 2026

Paradijs Van Het Grote Niets

De hemel van…  Frank Boeijen

(De hemel van… Afl.31)

Dit jaar verscheen Paradijs Van Het Grote Niets, een nieuw album van Frank Boeijen. Vier jaar mee bezig geweest, vertelt hij op zijn website, en veel materiaal niet gebruikt. Er is een terugkerend thema: ‘de vergankelijkheid’, want ja “uw zanger wordt ouder”, zegt Frank zelf. Volgend jaar zeventig, het verbaast hem, voelt zich nog ongemakkelijk de koorknaap in het kerkelijke priesterkoor. Hij wil gewoon doorgaan zolang het kan, maar toch “Wie weet... het laatste woord…”. Luister maar naar het album, zegt Frank, “beter wordt het niet”. En inderdaad, dit is waarschijnlijk het mooiste album uit de carrière van Frank Boeijen, inclusief de periode Frank Boeijen Groep. Erg goed!

Een album bedoeld als troost en verzachting, en dat is natuurlijk mooi meegenomen bij elke vorm van vergankelijkheid. En die komt hier breed aan bod: verdriet, verlies, oude vrienden, familie, naderend einde, dementie. Zoals altijd zijn de teksten van Frank hier redelijk toegankelijk, soms wat flarderig abstract en kun je er meerdere kanten mee op, afhankelijk van je stemming.

De mooiste song is zonder twijfel het titelnummer Paradijs van het grote niets. Lijkt mij erg persoonlijk, zelfs voor Frank Boeijen. Hij beschrijft een hiernamaals, een ideale plek, die hij ‘paradijs’ noemt, maar die van hem net zo goed ‘nirvana’ of ‘hemel’ mag heten. In de loop der jaren vertelde Frank in interviews niet in een hiernamaals te geloven. “Het kan gewoon niet waar zijn” en “je komt er toch nooit achter”. Maar misschien doet inmiddels zijn katholieke opvoeding zich toch nog, toch weer, gelden? Zijn uitvaartdienst, te zijner tijd, moet dan ook ‘gewoon’ in een kerk plaatsvinden (zonder muziek).

En hier deelt Frank dus zijn versie van de hemel. Waar hij misschien niet in gelooft, maar wel op hoopt? Hij verwacht dat we elkaar hier weer zullen terugzien, in dit rijk der doden, van onze geliefden. Althans the good guys, want er zijn alleen maar vredelievende begripvolle onbaatzuchtige mensen. Hier geen afkeer, afgunst, oordeel. En zeker geen typisch aardse ongemakken, hij geeft een opsomming: oorlog, macht, geld, tirannen, materie, geweld en dwang. Allemaal afwezig.

Het is het paradijs van mooie dingen. Waar het vrede is. De eeuwige rust van de aanwezigheid, afwezigheid, niet te zien, niet te horen. Waar alleen liefde telt. Waar iedereen mag zijn die hij wil zijn, de anderen (the bad guys) zijn ergens anders. De hel natuurlijk, het vagevuur, het “inferno der schaamtelozen en gewetenlozen”, Frank somt er de nadelen van op, eigenlijk alle zaken die in de hemel afwezig zijn. Want daar heerst genegenheid, vergeving en vrijheid. En vooral samenzijn in het grote niets onder elkaar, met die ene geliefde of dat speciale iemand. Vertrouwd en zacht wonen we in elkaars hart, voorbij het ondraaglijk verdriet, samen in het Paradijs van het grote niets.

We worden er herboren, zien door de ogen van een kind dat alles voor het eerst ziet, daar heerst bewondering, warme omarming, daar is geen einde want dat is al geweest. Liefde zonder einde in ons paradijs. Het is kortom, ondanks de titel, een behoorlijk christelijke aangelegenheid compleet met beloning en straf en weerzien, maar in dit geval zonder opperwezen en dergelijke. De katholieke invloeden zijn duidelijk aanwezig als Frank suggereert dat je er misschien zelfs een “goedgezinde geest” wordt (een beschermengel, een engelbewaarder) die het nieuwe kind de weg wijst onderweg naar die eindeloze liefde.
 

maandag 24 november 2025

Frida Kahlo: De Droom


Deze week zijn er twee schilderijen voor een recordprijs verkocht. Een werk van Gustav Klimt en een ‘zelfportret’, getiteld De Droom (Het Bed), van Frida Kahlo. Dit laatste schilderij, gemaakt in 1940, heeft mijn bijzondere belangstelling vanwege de surrealistische verbeelding van (o.a.) de thema’s slaap, droom en dood.

Kahlo maakte in de jaren dertig en veertig vaker een zelfportret, geïnspireerd door bijvoorbeeld een ingrijpende gebeurtenis uit haar leven. Na een bijna fataal ongeluk had zij lange perioden van chronische pijn en moest vaak noodgedwongen het bed houden.

Op het schilderij zien we Frida Kahlo slapend in een soort houten hemelbed, zwevend in de wolken, die haar dromen zouden symboliseren (of anders misschien de hemel). Zij ligt onder een gouden deken, verstrikt in ranken en bladeren. ‘Het leven’, wellicht.

Meest opvallend is het skelet dat bovenop het bed ligt. Dat is wakker en omwikkeld met explosieven. Het kan elk moment fout gaan. De dood is een realiteit en onvermijdelijk. Het skelet houdt een boeket vast, waaronder springstof. Verraad dus, een Judas. In Mexico worden tijdens Pasen skeletten van papier-maché (Judas) verbrand, om zo het vernietigen van alle negatieve energieën uit te beelden. Kahlo verwerkte, naast o.a. surrealistische elementen en Katholiek symbolisme, ook Mexicaanse volkskunst in haar schilderijen. In deze cultuur leven de doden en de levenden in harmonie naast elkaar en feesten soms zelfs samen.

Naar het schijnt sliep Frida Kahlo in een hemelbed naast een skelet van papier-maché. De dunne lijn tussen slaap en dood hield haar voortdurend bezig. Zij was ook bang om te sterven in haar slaap.

zondag 16 november 2025

Roze koeken

De hemel van… Bram Bosman

(De hemel van… Afl. 30)

Bram Bosman is een fictieve figuur. Hij is de hoofdpersoon in Altijd zondag, de (autobiografische) debuutroman van Kees Versluis. Het is begin jaren 80. Bram is een jaar of 11 en groeit met zijn jongere broertje Daan op in een christelijk gezin in Pijnacker (bij Delft). Zijn ouders, Jasper en Johanna, werken bij de TH. Hun relatie is niet zo best, er is vaak ruzie. Het geloof splijt het huwelijk. Moeder Johanna klampt zich er aan vast, na haar bekering in 1980 is de zorgeloosheid in het gezin voorbij. Moeder is van de Gereformeerde Bond, de stevig orthodoxe stroming binnen de Hervormde Kerk. Zij slaat er helemaal in door en Bram neemt, in de eerste instantie, haar strenggelovige ideeën over. Hij analyseert klasgenoten en vraagt zich af of zij de hel zullen ontlopen.

Op een keer informeert hij bij zijn moeder naar het hiernamaals en de hemel (door Johanna ‘het paradijs’ genoemd). Hij vraagt zich af wat je er op aarde mee zou kunnen vergelijken. Volgens zijn moeder komt de zondag er het dichtst bij in de buurt. Je hoeft de hele dag niet te werken en kunt voortdurend bezig zijn met God en het geloof. Bram stelt zich dus de hemel voor als ‘altijd zondag’. Maar hoe zagen die er dan uit? In het gezin waren er op die dag vaak ruzies, en je moest ook nog twee keer naar de kerk. "De zondag voelde als een dikke, zwarte pantykous die over mijn hoofd werd getrokken”. Kortom de zondagen zijn juist ontzettend vervelend. Maar dan denkt Bram aan de roze koek die ze altijd kregen na de ochtendkerkdienst, met een glaasje cola erbij. Duidelijk! De hemel was waarschijnlijk het gevoel dat hij had als ze dat kregen. Maar dan voor altijd. En als de koek op was, nog eentje en nog eentje. En je werd dan niet misselijk. De hemel was werkelijk een fijne plek!

bron:
Kees Versluis
Altijd zondag
Meulenhoff, 2025

zondag 12 oktober 2025

Logisch en rechtvaardig

De ongelooflijke podcast – 17 aug. (2)

In de vorige blogpost had ik het over een aflevering van De ongelooflijke podcast, met als onderwerp bijna-doodervaringen. Inmiddels heb ik ook het tweede uur daarvan beluisterd.

Naast de presentator zitten aan tafel schrijver en theoloog Reinier Sonneveld, en de vaste theoloog van deze EO produktie, Stefan Paas, die er voor moet zorgen dat de zaak niet te veel uit de christelijke bocht vliegt. Over bde gaat het allang niet meer, de twee ‘schriftgeleerden’ (een vrijzinnig en een orthodox exemplaar) gaan uitgebreid met elkaar in de slag over het al dan niet bestaan van een eeuwige hel. Het gesprek verzandt in een eindeloze discussie, waarbij allerlei kerkvaders worden geciteerd en vertalingen die het beste in ieders straatje passen. De heren proberen elkaar af te troeven. Het gaat allang niet meer om de luisteraar, en elke eventuele vleug spiritualiteit wordt kapot geredeneerd.

Gezamenlijk standpunt is dat het verhaal van de hel (en de rest) ‘logisch en rechtvaardig’ moet zijn, liefst ook naar de huidige maatstaven. Dat blijkt nog een hele toer voor beide theologen (bijbel en christendom zijn vaak helemaal niet logisch en rechtvaardig), maar zij zitten nu eenmaal vast aan het toch wel merkwaardige christelijke verhaal dat zij ooit als basis en uitgangspunt gekozen hebben. Alle rare oosterse godsdiensten en theorieën zijn in het eerste uur van de podcast al van tafel geveegd.

Stefan Paas houdt vast aan De Geschriften, en Reinier Sonneveld probeert al redenerend een eigen variant te vinden, waar hij vrede mee kan hebben. In zijn laatste boek heeft hij daartoe de hel helemaal afgeschaft, en gaat iedereen standaard naar ‘de hemel’ (die dan eigenlijk gewoon ‘hiernamaals’ zou moeten heten, als er toch verder niets anders is). Waarbij de geneugten van de ouderwetse hemel gelukkig nog wel worden gehandhaafd. Het is er prettig toeven, met veel oude bekenden. De boodschap is dus weer: hierna wordt het leuk. Daarmee worden gelovigen al eeuwenlang zoet gehouden.

Aan het slot van de podcast wordt Sonneveld met zijn boek gecomplimenteerd via een citaat daaruit over ‘de dood’, die hij een vreselijke belediging vindt voor het leven. Er deugt helemaal niets van, totaal niet logisch of rechtvaardig.
 

zondag 15 juni 2025

Een grote zaal met fluwelen gordijnen

De hemel van… Jan Siebelink

(De hemel van… Afl. 29)

Coen Verbraak had een interview met schrijver Jan Siebelink in de podcast Over Leven van 10 mei 2025. Siebelink (87) publiceert al sinds 1975, maar werd pas in 2005 bekend bij het grote publiek met Knielen op een bed violen, een boek over zijn jeugd in een streng gelovig gezin. Er werden maar liefst 800.000 exemplaren van verkocht.

Vorig jaar overleed zijn vrouw Gerda, de grote liefde met wie hij zestig jaar samen was. Nu moet hij alleen verder en dat valt hem zwaar. Er zijn oude vragen en angsten over God, liefde en dood. Jan rekent uit, als hij misschien nog drie jaar zou leven, zijn dat ongeveer duizend dagen alleen. Hoe komt hij ze door? Deze lente bijvoorbeeld, het gemis is enorm. Gerda was niet gelovig, maar mocht wel als enige zijn vader voorlezen op diens sterfbed. Misschien ook omdat ze een heel mooie vrouw was.

Jan vraagt zich af hoe het nu met haar gaat. Het omhulsel is verdwenen, maar wat gebeurt er met haar geest en haar ziel? Volgens Paulus wordt ons een onvergankelijk lichaam toegedacht, zijn vader las dat heel vaak voor. Maar hoe zou dat dan zijn? Zij is nog wel ergens, denkt Jan. Hij is nieuwsgierig, want binnenkort zal hij daar zelf bijkomen. En ziet hij Gerda dan terug? Hij hoopt vurig van wel. Waarschijnlijk zit zij met zijn vader ter rechter hand Gods. En hij ziet zichzelf die grote zaal met fluwelen gordijnen binnenlopen, hij wordt verwacht, hij mag doorlopen van God. Althans, dat hoopt hij. Dan is hij daar en ze wenken naar hem. Maar hoe het er dan verder aan toe zal gaan, dat heeft hij allemaal nog te bedenken.

Hij piekert wel over het moment van de overgang, hoe zal dat gaan? Een fractie van een moment ben je er wel én je bent er niet. Maar Jan is vooral bang voor het oordeel, wat misschien op hem wacht na zijn dood. Hij heeft wellicht teveel aan zichzelf gedacht, maar toch ook wel veel goede dingen gedaan. En al die mooie boeken die hij geschreven heeft, die zullen toch ook mensen getroost hebben. Je wordt ‘gewogen’, dat is hem bijgebracht, en hij hoopt maar dat de weegschaal redelijk in evenwicht is. Hoewel zijn maatstaven maar burgerlijk zijn natuurlijk, God is veel groter.

Jan had het geloof uit zijn jeugd afgezegd en literatuur kwam ervoor in de plaats. Maar toen hij Knielen schreef ging hij zich weer helemaal verdiepen in zijn vaders boeken. En ja, de angsten van het geloof blijven toch wel heel diep in je zitten. Hij is ook wel jaloers op zijn vader die een directe band met God had. Dat zou je redding kunnen zijn als er verlossing bestaat. Toch was zijn vader ook angstig op zijn sterfbed, bang voor het oordeel. God hield zich afzijdig. Jan hoopt in ieder geval dat hij zelf de genade ontvangt om te kunnen geloven.

Hij heeft altijd een mystieke band met zijn vader gehad, en voelt zich schuldig dat hij diens verhaal gebruikt heeft voor zijn bestseller. Hij heeft daar veel geld mee verdiend, terwijl het boek misschien niet eens een duidelijk beeld geeft van dat geloof, dat hij zelf eigenlijk ook niet helemaal snapt.

Jan geniet nog wel van het leven en wil het nog niet loslaten, juist omdat hij zo bang is om dood te gaan. Maar hij voelt dat de eindigheid nu ook voor hem naderbij komt, en daarom wil hij zijn tijd zo goed mogelijk besteden. Hij moet trachten God te vinden om zo misschien nog de zaligheid te beërven. En vooral geen tijd vermorsen met voetbal kijken (op zondag nota bene) of in de zon zitten. Een bijbels schuldgevoel zegt hem dat hij dat niet verdiend. Maar met zijn veertig boeken zal hij toch niet snel beschuldigd worden van ledigheid, daar aan die hemelpoort. Hij heeft zijn talenten gebruikt en niet onder de korenmaat gezet. Maar je mag niet opscheppen, je moet nederig zijn.

vrijdag 14 maart 2025

Met Jack op de Grand Staircase

De hemel van... Rose Dawson

(De hemel van... Afl. 28)

Vorige week zag ik (voor het eerst!) de film Titanic (1997). Die kent iedereen natuurlijk allang, dus ik doe hier niet moeilijk over spoilers. Aan het eind van de film gaat de stokoude hoofdpersoon dood, of slaapt en droomt, dat wordt aan de kijker overgelaten. Niet dat het veel verschilt, maar volgens mij overlijdt ze en belandt vervolgens in haar ideale hemel. Twee dingen vind ik daarbij opvallend, daarover straks meer.

Hoofdpersoon van de film is Rose Dawson, later Rose Calvert, maar in 1895 geboren als Rose DeWitt Bukater. In 1912 keert zij met de Titanic terug naar Amerika. Haar rijke maar onuitstaanbare verloofde is ook aan boord, en hij schenkt haar een extreem kostbaar juweel met een blauwe diamant ‘the Heart of the Ocean’, maar helaas is de romantiek ver te zoeken. Tijdens de reis worden Rose (gespeeld door Kate Winslet) en derde klasse passagier Jack Dawson, een arme jonge kunstenaar, verliefd op elkaar. Samen beleven ze van alles, zowel voor als tijdens de scheepsramp, die Rose wel overleeft maar Jack niet.

Als Rose uiteindelijk in New York arriveert, gaat ze verder onder de naam Dawson (Jacks achternaam). Zo ontwijkt ze waarschijnlijk ook haar ex verloofde en haar moeder. Haar verdere leven doet ze allerlei avontuurlijke dingen die ze Jack beloofd had te doen, en ze wordt actrice en een bekend society figuur. (Dit alles komt niet in de film voor.) Ene Mr. Calvert wordt genoemd als Rose Dawson’s echtgenoot. Daar weten we verder niets van, behalve dat hij overleden is. Als kijker kun je herleiden dat ze samen minstens twee kinderen hebben, en een kleindochter Lizzy Calvert. Rose heeft Mr. Calvert nooit verteld over Jack Dawson, op wie ze haar hele leven verliefd was. Maar het lijkt erop (gezien de foto’s en de manier waarop ze over hem spreekt) dat Rose ook van haar man Mr. Calvert hield, ze was met hem getrouwd tot zijn overlijden.

De film maakt een sprong naar 1996, 84 jaar na het zinken, als schatjagers op zoek gaan naar de beroemde blauwe diamant. Zonder succes. Rose Calvert meldt zich, en als 100 jarige surviver wordt ze op het onderzoeksschip uitgenodigd. (Deze oude Rose wordt gespeeld door Gloria Stuart, in 2010 overleden als 100 jarige.) Oude Rose vertelt haar verhaal aan de bemanning en haar kleindochter Lizzy. Als ze weer alleen is gooit ze het blauwe juweel (ja zij had hem al die tijd) in de oceaan en gaat naar bed voor de nacht. De camera glijdt langs een aantal uitgestalde fotolijstjes, als een soort samenvatting van haar leven. Rose ligt stil in bed. Ze keert terug, als geest of in een droom, naar de Titanic in de glorietijd. Gangen door, richting het A deck, linksaf en een steward opent uitnodigend de deur. Ze wordt verwacht. We zien de Grand Staircase, veel hout en glamour , waar ze ooit met Jack afsprak, en ook nu staat hij daar op haar te wachten. Rose heeft weer haar jeugdige verschijning, en de trap wordt omringt door mensen die omgekomen zijn en haar nu begroeten. Iedereen is er en ziet er mooi uit, glimlachjes en knikjes. Bovenaan de trap omhelzen Rose en Jack elkaar onder applaus.

Heel mooi allemaal, maar waar is Mr. Calvert? Rose beleeft een hereniging met Jack, haar grote liefde. En niet met de man met wie ze waarschijnlijk jarenlang getrouwd is geweest. Een gelukkig huwelijk, met kinderen en kleinkinderen. Veel mensen verwachten na hun dood een weerzien met familie en of geliefden. Dat kan dus ingewikkeld worden, althans naar aardse maatstaven. In de bijbel wordt een paar keer op dit vraagstuk ingegaan.

Welbeschouwd is dit natuurlijk niet de hemel, maar de hemel van Rose. Het is haar momentje op haar ideale plek. Zij heeft het gecreëerd, de anderen zijn niet meer dan figuranten. Wat te denken van die steward bijvoorbeeld? Gaat die nu echt na zijn dood nog eens tot in eeuwigheid de knecht uithangen? In de hemel van een ander? Die heeft natuurlijk zijn eigen hemel gecreëerd, net als de rest van de overledenen. “Wij zijn goden die rondlopen in onze eigen schepping.” 
 

zaterdag 5 oktober 2024

Een grote tuin van liefde

De hemel van… Montaillou

(De hemel van… Afl. 27)

Vorig jaar overleed de Franse historicus Emmanuel Le Roy Ladurie. Hij is vooral bekend door zijn boek (gebaseerd op een inquisitie-dossier van de rooms-katholieke kerk) over het ketterse dorpje Montaillou in de Pyreneeën in de periode 1294-1324. De leef- en denkwijze van de bewoners, voornamelijk boeren en herders, werd bij het grondige onderzoek van de inquisitie uitzonderlijk goed gedocumenteerd. Rond 1325 was het definitief afgelopen met deze (laatste?) Katharen.

Het katharisme was een christelijke ketterij met invloeden uit onder andere de volkscultuur. Hiernamaals en geestenwereld speelden een grote rol, ook in het dagelijks leven. De herders en de boeren rond Montaillou waren vooral op zoek naar een hiernamaals waar hun ziel eeuwige rust zou vinden. Maar de reisroute naar hun hemel was een andere dan de ‘officiële’, voorgeschreven door de Kerk. Vandaar ook het fatale conflict met de inquisitie.

Voor een kijkje in de kathaarse hemel moet je eigenlijk ook hun versie van de zondeval kennen. Een prachtige mythe, die start met een gat in het paradijs, waardoor zielen als een sneeuwbui op aarde vallen, aangetrokken door de duivel. God merkt daar eerst niets van, maar is daarna stomverbaasd en kwaad, en zet snel zijn grote voet op het hemelse gat. Maar wel enigszins te laat, want een groot aantal zielen was al uit het paradijs getuimeld. Op de aarde zijn zij voortaan de prooi van vrouwelijke listen en gedupeerd met een lichaam van menselijk vlees, door de duivel toebereid.

Op dat moment begint de eerste fase van een cyclus: de zielsverhuizing. Op het moment van overlijden verlaten de geesten en/of zielen hun menselijke lichamen, en gaan (gekweld door vuurspuwende duivels) zo snel mogelijk op zoek naar een ander lichaam. Ze willen reïncarneren in een foetus van een dier of een mens. Met een aantal van deze incarnaties hebben de zielen kans om de cirkel weer rond te krijgen. Als ziel van een perfectus (kathaarse elite, een reine) bijvoorbeeld, gaan ze eindelijk weer terug naar het paradijs.

Als op deze manier alle goede geesten en zielen weer teruggekeerd zijn in het paradijs, zijn er geen rechtvaardige mensen meer over op aarde. Die verliest dus alle betekenis en dat maakt het einde van de wereld mogelijk. De aarde wordt de hel. De vier elementen verenigen zich, de hemel valt op de aarde, zon en maan doven uit. Het vuur laat de zee branden, die verheft zich tot een vloedgolf en blust het vuur. De aarde is dan een meer van pek en zwavel.

En hoe zit het met de hemel? Dat lijkt een knusse aangelegenheid te worden voor de gelovige bewoners van Montaillou. Allereerst wordt er op die laatste aardse dag gedanst, waarbij alle ongelovigen vertrapt worden. De rechtschapenen zijn voortaan als broeders bijeen, hun zielen verblijven in het paradijs. Dat is een grote tuin van liefde, een moederschoot waar iedereen gelijk is en alles eerlijk verdeeld wordt. Iedere ziel krijgt dezelfde portie goeds en geluk, er is eenheid, iedereen houdt van elkaar ‘zoals elke ziel de ziel van zijn vader of zijn kinderen beminde’.

Nogal een lokale situatie lijkt mij, deze hemel waar de inwoners van Montaillou in harmonie verenigd zijn. Gezellig onder ons in een harmonieus huishouden. Sociale opvattingen in plaats van de gebruikelijke religieuze voorstellingen. Geen woord over welk visioen van godzaligheid dan ook.
 


Bron:
Emmanuel Le Roy Ladurie
Montaillou
Uitgeverij Bert Bakker, 1986 (14e druk)

maandag 3 juni 2024

Een vakantiehuisje dat voor je klaarstaat

De hemel van… Kitty Mulder

(De hemel van… Afl.26)

In 2014 verscheen Wat is leven? van bioloog Arjen Mulder. Het is het verslag van een persoonlijke zoektocht, die in gang werd gezet door de geboorte van zijn zoon, maar toch vooral door de dood van zijn vader. In het eerste hoofdstuk beschrijft hij diens sterfbed, terwijl het laatste hoofdstuk een I.M. is voor zijn moeder. Volgens Mulder was zij niet bang om dood te gaan, maar zag ze het met een gerust hart tegemoet. Hij geeft een anekdote:

Zijn moeder is op bezoek bij een buurvrouw wiens man net begraven is. Deze buurvrouw, zo blijkt, is zelf nogal bang voor de dood en voor het doodgaan. Moeder is verbaasd, want je weet toch waar je heen gaat? Maar nee, dat weet de buurvrouw juist niet. Moeder Mulder praat haar bij. Achteraf wist ze niet waar ze het vandaan haalde, ‘maar de geest gaf het haar in’. Ze zei: “Het is net zoiets als wanneer je een vakantiehuisje hebt geboekt. Je weet niet precies of het wat is, of de zon op het terras staat en of er een supermarkt in de buurt is. Maar je weet wel dat dat huisje daar voor je klaarstaat.” Arjen Mulder voegt daar aan toe dat het voor sommige mensen misschien altijd vakantie is, maar voor zijn moeder zeker niet. Zes kinderen en een moeilijke man, en dan nog al die ziektes en aftakeling later. Maar dat alles wordt nu dus toch nog ingehaald in dat vakantiehuisje. Hij vindt het een prachtig beeld. Hier geen knarsende hemelpoort in een ongenaakbaar hoge muur, maar een open en warm hiernamaals, buiten.

Mulders ouders waren gereformeerd, hijzelf is allang niet kerkelijk meer, heeft het geloof afgezworen op zijn negentiende. Hij is het nu grotendeels vergeten, zegt hij, en is daar blij om. Want narigheid en ellende zijn niet echt, integendeel. Het leven is juist goed en geen tranendal. En die zekerheid is de kern van het geloof, aldus Mulder, maar de christenen kijken niet goed genoeg. Godsdiensten zijn georganiseerde pogingen om de dood te ontkennen. Maar kijk eens om je heen, de bloeiende natuur, vogeltjes. Het leven zelf is de grootste ontkenning van de dood.

De liedteksten, die zijn moeder en vader aan hen doorgaven (voor de rouwkaart), leest Mulder als gecodeerde berichten waarin zij hun manier van sterven beschrijven. Dat is opstijgen tot God in hoger, reiner gezang (zijn moeder), of met Jezus als gids over de woeste wateren (zijn vader). Arjen heeft daar soms zo zijn bedenkingen over, maar een andere keer vindt hij het eigenlijk wel best. Hij citeert ‘een Duitse schrijver’ bij wie hij ooit eens las ‘Sterben ist schwierig, sondern es gelingt’.

Ook Moeder Mulder kwam uit een gezin met traditionele ouders. Als oudste dochter werd ze thuisgehouden om voor hen te zorgen. Zij had geen uitgesproken beeld van God, hij was meer de man van de organisatie. Je kon erop vertrouwen dat het goed kwam, dus je bemoeide je er verder niet mee. Je moet gelukkig zijn met de geschenken die je krijgt, dat is het geheim van het leven. En dat leven zelf is ook een geschenk, zelfs in het verzorgingshuis, oud en ziek. Je geeft niet op, je maakt af wat je begint. Maar mag je dan wel blij zijn met je naderende dood, mag je willen sterven? Want dan zeg je eigenlijk: ik wil het geschenk van het leven niet langer. De oplossing werd gevonden in de tekst van een gezang, dat van het doodgaan zelf een uiting van dankbaarheid maakte. Sterven als hoogste, reinste loflied aan God.
 
bron afb: A. Mulder, Wat is leven?

dinsdag 21 mei 2024

A place where nothing ever happens

De hemel van… David Byrne

(De hemel van… Afl.25)

David Byrne (1952) ken je misschien (nog) als de zanger van Talking Heads, de avant-garde band uit de jaren 70 en 80. En anders misschien als schrijver of beeldend kunstenaar of iets anders, de man is erg veelzijdig. In 1979 schreef hij samen met gitarist Jerry Harrison het nummer Heaven, voor het album Fear of Music.

Everyone is trying
To get to the bar
The name of the bar
The bar is called heaven

Heaven is a place
A place where nothing
Nothing ever happens

It's hard to imagine that
Nothing at all
Could be so exciting
Could be this much fun

There is a party
Everyone is there
Everyone will leave
At exactly the same time

(fragment)

Ik heb het vaak gedraaid, en ben er altijd vanuit gegaan dat hier iemands ideale hemel wordt beschreven, en dat het positief bedoeld is allemaal. Niet vanwege die bar, maar omdat iedereen er is, en vooral omdat er geruststellend weinig gebeurd. Maar dat zegt meer iets over mij natuurlijk, ik weet niet of dit echt David Byrne’s hemelse wens is. Waarschijnlijk vindt hij het maar een saaie boel, misschien is het zelfs sarcastisch bedoeld. Het is het algemene beeld van de hemel, een plaats waar je verder leeft met je favoriete bezigheden, tot in de eeuwigheid.

Bij nadere beschouwing hoeft de song ook helemaal niet over de hemel te gaan, maar over een bar die De Hemel heet. Die zijn er, en de tekst klopt dan nog steeds. David zou ooit gezegd hebben dat dit lied over een bestaande gaybar handelt, genaamd Heaven. Maar dat heb ik verder nergens kunnen vinden. En ‘bar’ kan in het Engels ook nog een blokkade of hindernis betekenen, die je bereikt of passeert. Dan wordt het verhaal weer anders. Behalve ‘a place where nothing ever happens’ en een bar, is de hemel in dit nummer ook nog een feest, en een zelfde kus die telkens opnieuw begint.

Drummer van de band Chris Frantz vindt de filosofische tekst maar zozo. Hij heeft er niets mee, met het idee dat de hemel een plaats zou zijn waar helemaal nooit iets gebeurd. “I understand it’s kind of a zen thing, but I didn’t really connect with it.” Maar de muziek vindt hij prima, en hij vergelijkt het zelfs met Neil Young. En inderdaad, het heeft wel iets van zijn countryrock.

Ik weet niet of David Byrne religieus is opgevoed. Zijn vaders familie was katholiek en die van zijn moeder Presbyteriaans. David denkt dat sektarische conflicten misschien een rol hebben gespeeld bij de emigratie van het gezinnetje Byrne (hij was drie) van Schotland naar de USA. Natuurlijk wilden ze economische verbetering, maar waarschijnlijk ook vrij zijn van al dat religieus gemengde huwelijk gedoe. Het was behoorlijk benauwend, volgens David. Zijn antwoord op de vraag Is there a God? luidt: “I would say yes, but in a form so strange and so convoluted and so unusual for us that we will never, ever comprehend it.”

 
Hieronder de complete tekst van Heaven
 
Everyone is trying
To get to the bar
The name of the bar
The bar is called heaven

The band in heaven
They play my favorite song
Play it one more time
Play it all night long

Heaven
Heaven is a place
A place where nothing
Nothing ever happens
Heaven
Heaven is a place
A place where nothing
Nothing ever happens

There is a party
Everyone is there
Everyone will leave
At exactly the same time

It's hard to imagine that
Nothing at all
Could be so exciting
Could be this much fun

Heaven
Heaven is a place
A place where nothing
Nothing ever happens
Heaven
Heaven is a place
A place where nothing
Nothing ever happens

When this kiss is over
It will start again
It will not be any different
It will be exactly the same

It's hard to imagine
That nothing at all
Could be so exciting
Could be this much fun

Heaven
Heaven is a place
A place where nothing
Nothing ever happens
Heaven
Heaven is a place
A place where nothing
Nothing ever happens

Tekst: Jerry Harrison David Byrne 


bronnen:
diverse muziekrubrieken op internet

maandag 8 april 2024

Dier en ziel


Volgens deze cartoon gaan dieren rechtstreeks naar ‘de hemel’. Veel mensen zullen het daar (heimelijk) wel mee eens zijn, al hangt dat natuurlijk wel af van de aaibaarheid van hun lievelingen. De rest schuiven ze net zo makkelijk de oven of braadpan in.

Hebben dieren dan ‘een ziel’? Architect H.P. Berlage, onderwerp van de vorige blogpost, was daar stellig van overtuigd. (Maar planten werden door hem toch net iets hoger aangeslagen). En in de film Samsara van de Spaanse regisseur Lois Patiño reïncarneert een zieke vrouw in Laos als een geitje op Zanzibar. 

De dierenwereld is een van de zes bestaansrijken (bewustzijnstoestanden) waar je in terecht kunt komen. Het staat niet bepaald hoog aangeschreven. In het Bardo Thödol komt deze bestaanswereld twee keer ter sprake. Helemaal aan het eind als de overledene 'gefaald' heeft, en door de enorm dwingende kracht van karma toch een wedergeboorte moet accepteren. Hij kan dan nog proberen een gunstige moederschoot te kiezen. Als hij als dier geboren dreigt te worden, ziet hij in een soort mist holen in de grond, grotten en strohutten. Niet binnengaan, is hier het advies. 

De dierenwereld wordt voor het eerst genoemd op de zevende dag in de bardo van dharmata. Dat is een vreselijke en intense dag vol angstaanjagende verschijningen, verschrikkelijk kabaal en priemende lichten. Het is onverdraaglijk en daarom wil de overledene wegvluchten naar het aantrekkelijk milde groene licht van het dierenrijk. Trap daar niet in! Het Bardo Thödol is duidelijk. Want je zult vallen en in een door onwetendheid gedomineerde bestaanswereld terechtkomen. Daar zul je de oneindige ellende van domheid, verdoving en slavernij ondergaan, zonder ook maar enige kans op ontsnapping. Ook hier beter van niet dus. 

zondag 12 november 2023

Trippy eagle of souls

bron afb.: The Guardian

In de boekenrubriek van The Guardian, bij de bespreking van het boek Weird Medieval Guys van Olivia M. Swarthout, kwam ik deze opmerkelijke middeleeuwse afbeelding tegen. Het is een voorstelling van de stralende adelaar uit La Divina Commedia. Dante en zijn gids Beatrice reizen door de hemel en ontmoeten deze vogel, die is samengesteld uit de zielen van alle rechtvaardigen. Swarthout vindt het “such a powerful image and quite trippy”.
 

Ik heb de betreffende passage even opgezocht in mijn exemplaar van de Divina Commedia, vooral omdat ik benieuwd was hoe de interpretatie van Gustave Doré er uit zou zien. De adelaar wordt opgevoerd in de Negentiende Zang (Paradiso). De verenigde rechtvaardigen zitten hier duidelijk op één lijn, zij spreken met één stem. De adelaar zegt ‘ik’ en niet ‘wij’. Dante gebruikt de gelegenheid om een kwestie ter sprake te brengen die hem erg dwarszit, namelijk de uitbanning van de deugdzame heidenen uit het Paradijs. En dan ook nog het bestaan van een uitverkoren volk! Hij vindt dat erg moeilijk te aanvaarden. De adelaar gaat daarop in en bespreekt het leerstuk uitgebreid, maar op koele en strenge wijze, in drie opeenvolgende Canti (19,20,21). Het komt erop neer dat het menselijk begrip zeer beperkt is, en dat Gods wegen en besluiten ondoorgrondelijk en rechtvaardig zijn.
 
Dit is de illustratie van Gustave Doré (1832-1883):
 

 
Bronnen:
The Guardian, 28 oktober 2023

Dante Alighieri
Divina Commedia
Bruna, 1988

vrijdag 27 oktober 2023

Symmetrie en Harmonie

De hemel van… Magnus Wallin

(De hemel van… Afl.24)

Magnus Wallin (1965) is een Zweedse kunstenaar, hij maakt onder andere korte video animaties. In de vorige blogpost werden Exit (1997) en Limbo (1999) besproken. Wallin verwerkt soms menselijk bloed of lichaamsdelen, zoals schedels en beenderen, in zijn kunstwerken. Hij lijkt mij nogal geobsedeerd door het imperfecte menselijk lichaam, en de (volgens hem) negatieve maatschappelijke bejegening van de invalide medemens.

In de hemel die Wallin schetst in zijn creaties (waarschijnlijk niet zijn hemel), is alles en iedereen perfect. Er is symmetrie en harmonie, iedereen is en doet hetzelfde. Geen gebrekkigen en geen rafelrandjes in deze utopische omgeving. In Limbo worden de misvormde hoofdpersonen zelfs door engelen verjaagd, en eindigt de film hemels met gekloonde synchroonzwemmers in een paradijselijk zwembad. Buitenbeentjes zijn nergens te bekennen.

Het zal Wallins kritiek zijn op het ultieme doel van westerse wetenschap: genetisch perfecte menselijke wezens, die een maatschappelijk perfecte wereld bewonen. Kneusjes zijn er niet welkom. Een dergelijke droom grenst aan fascisme, vindt Wallin. De illusie van een volmaakt menselijk lichaam schept en benadrukt allerlei tegenstellingen, zoals goed en kwaad, juist en fout, mooi en lelijk, nuttig en nutteloos. Doorheen de geschiedenis is er sprake van sociaal onderscheid. De belaagde invaliden in Exit bijvoorbeeld, zijn gebaseerd op tekeningen uit de 15e eeuw van Jeroen Bosch. Symmetrie en volmaaktheid zouden een goddelijke harmonie reflecteren, misvormingen boezemen ons afkeer in.

Het menselijk lichaam wordt meer en meer gefragmenteerd, als een soort machine, waarvan de delen makkelijk verbeterd of vervangen kunnen worden. In de animatie Skyline (2000) springt een groep atletische mannen om de beurt van een trapeze, een leegte tegemoet. Zij slaan te pletter tegen een toren en vallen in stukken neer op een onderzoekstafel in een anatomisch theater. De klokkentoren (uit het Berlijnse Olympisch Stadion) is ook te zien in Limbo

bron afbeeldingen: still

In Limbo wordt Wallins hemel voor de ontsnapten uit Exit getoond, maar wat is er met de anderen gebeurd, die wel door het vuur zijn gegrepen? Dat kunnen we zien in Physical Paradise (1998). Deze invaliden belanden in een soort alternatief concept van paradijs, een enorm cirkelvormig ruimtestation. De ronde constructie zou hier refereren aan de beweging om het meer in Jeroen Bosch’ Tuin der Lusten. Paradijs betekent ook tuin, en tuin is gecontroleerde natuur.

De korte animatie begint met duisternis. We arriveren in het midden van het ruimtestation, met eerst nog meer duisternis, dan kleuren. Een vriendelijke stem heet ons welkom in Physical Paradise en wenst ons een plezierige reis. Er volgt een snelle aaneenschakeling van beelden en kleuren, het is of we een lange caleidoscoop-achtige tunnel worden ingetrokken, met veel bochten. Er klinken natuurgeluiden, vogels en hawaii muziek. Aan het einde een rustig blauw en er zijn lichten. De tunnel zou hier een metafoor zijn voor verandering van bewustzijn, richting een soort van transcendentie.





Wat zou Wallin eigenlijk vinden van de hedendaagse verheerlijking van jeugd? Ouderdom en verouderen zijn nu ook defecten geworden, tekortkomingen die verborgen moet worden. Botox en lichaamscorrectie zijn overal. Hij kan, naar mijn mening, zo een aanvulling maken op zijn vierluik.

De filmpjes kun je bekijken op de website van de kunstenaar, HIER


Voornaamste bron:
magnuswallin. com