woensdag 29 april 2026

Substantie

Nagarjuna 4

Verder met de Grondregels… van Nagarjuna, hoofdstuk 1. De vorige keer eindigde met een opmerking over het woord substanties, dat vertaler Erik Hoogcarspel op een (voor mij) verwarrende wijze gebruikt. Substantie namelijk, heeft in de filosofie meestal, en bij Spinoza (1632-1677) al  helemaal, een geheel andere betekenis. Ik zag hier liever het woord zelfbestaan, dat ik in de nieuwe vertaling van Michiel Leezenberg tegenkwam. Dus: Nagarjuna wijst ons in vers 1 en 14 erop dat oorzaak en gevolg géén zelfbestaan hebben. De vertaling van Leezenberg ken ik verder (nog) niet, maar ik zag dat ‘oorzaak’ bij hem ook wel ‘conditie’ heet (in de betekenis van ‘toestand’ of ‘voorwaarde’), en ‘gevolg’ heet dan ‘actie’ of ‘effect’. Dat past soms inderdaad beter, maar ‘oorzaak en gevolg’ klinken dan weer boeddhistischer.

In vers 2 (de volgorde van 2 en 3 zou ooit omgedraaid zijn) zegt Nagarjuna dat in de oorzaken van dingen geen zelfbestaan zit, en als er geen zelfbestaan is, dan is er ook geen ander bestaan.

Hoogcarspel gebruikt ook hier weer ‘substantie’ en vermeldt dat dit woord een vertaling is van (Sanskriet) svabhava dat ‘uit zichzelf zijn’ betekent, wat dan ook weer de gebruikelijke filosofische definitie van het begrip substantie zou zijn. Een substantie heeft vaste eigenschappen, ‘gekend’ of waargenomen, of niet, dat maakt niet uit. Hij is wat hij is. Hoogcarspel geeft een ‘stoel’ als voorbeeld en noemt als tegenhanger een ‘woord’. Want dat bestaat niet uit zichzelf, maar op grond van een conventie, namelijk de betekenis die wij er aan geven en die zichzelf niet toont maar geleerd moet worden. Volgens Hoogcarspel is dat wat betreft het woord substantie ‘zelfstandigheid’ in de filosofische betekenis en ‘spul’ of ‘goedje’ in een andere.

Vervolgens maakt hij zijn uitleg nodeloos extra ingewikkeld door Spinoza erbij te betrekken en diens definitie te citeren: ‘iets dat uit zichzelf bestaat en uit zichzelf gekend wordt’. Dat klopt, maar Spinoza bedoelt hier wel iets heel anders en zeker geen stoel! Er is maar één substantie, en dat is God. Ik pak het dunne boekje van Jan Knol en het dikke van Margot Brouwer er maar eens bij.

Knol zegt dat Spinoza voor God heel vaak het woord substantie gebruikt, en dat dit van het Latijnse woord substare komt, dat letterlijk ‘eronder staan’ betekent. God is de ene substantie die is. Al wat bestaat, maakt deel uit van deze ene substantie die onveranderlijk, onvergankelijk, allesomvattend en de fundering van alles is.

Wordt vervolgd.

 
 
bronnen:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005
  
Jan Knol
En je zult spinazie eten
Wereldbibliotheek 2016, tiende druk

donderdag 23 april 2026

vrijdag 17 april 2026

De uitvinding van onsterfelijkheid

Het hiernamaals is verzonnen door de Victorianen. In The Green Man (1969) lees ik een passage, waarin een lokale geestelijke afrekent met het idee van onsterfelijkheid.


The Green Man
, geschreven door Kingsley Amis, is een ghost story en comedy tegelijk. Hoofdpersoon Maurice Allington (alcoholist en womanizer) heeft een eeuwenoude pub waar het spookt. Als zijn vader overleden is, drinkt Maurice na de begrafenis nog een borrel met Tom Rodney Sonnenschein, de verwijfde en eigenwijze Reverend van St. James, Fareham. De verveelde dominee is duidelijk toe aan een uitdagender parochie ergens in Londen.

Maurice is tamelijk geschokt een geestelijke te ontmoeten die in feite goddelozer is dan hijzelf, toch een behoorlijk geharde ongelovige. Hij vindt dit niet prettig. Zoals verwacht komt het gesprek op de dood, die we volgens de predikant veel te serieus nemen. Het is tenslotte al van de geboorte af een integraal onderdeel van het leven. En zeker geen toegang tot een andere wijze van bestaan of iets dergelijks, of een deel van ‘Gods plan’ (want dat is er niet).

Het hele onsterfelijkheidsgedoe is trouwens al behoorlijk uitgemolken, vindt dominee Sonnenschein. Je moet het historisch bekijken, als een voorbijgaande fase en eigenlijk bedacht door de (vroege) Victorianen vanuit een soort schuldgevoel. Zij hadden de kwaadaardigheden van de Industriële Revolutie gecreëerd, en zij konden al aanvoelen wat een afschuwelijk monster het kapitalisme zou gaan worden. Een hel op aarde. En het enige toevluchtsoord wat ze konden verzinnen om hier tegenover te zetten, was een nieuw leven. Weg van de rook en de stank en het gejammer van verhongerende kinderen. Maar nu inmiddels begint door te dringen dat kapitalisme gewoon niet voldoet en niet deugt, en dat we de maatschappij kunnen veranderen, zodat iedereen hier op aarde een zinvol en organisch bestaan krijgt, kan de onsterfelijkheid opgeruimd naar zolder.

Maar, werpt Maurice nog tegen, als die Victorianen dan zo dol waren op het idee van een hiernamaals en tegelijk verteerd werden door schuldgevoelens, zou je toch denken dat ze juist veel meer geneigd waren in de hel te belanden? Precies! De dominee is het helemaal met hem eens. Ze waren compleet weg van de hel, en die zou precies worden als hun kostschool, met de enige echt intens emotionele ervaringen die ze aankonden. Slaan, geseling, afbeulen, koude baden, roeien en een angstaanjagende almachtige oude man die je voortdurend vertelde hoe nietig en waardeloos je was. Ze waren er gek op. Niet toevallig was dit het grote tijdperk van masochisme, vooral in Engeland. Het hele gebeuren is absoluut fundamenteel voor de kapitalistische psyche: liefde voor pijn en straf en ellende in het algemeen, allemaal protestantse eigenschappen. Je zou kunnen zeggen dat de onsterfelijkheid van de ziel is uitgevonden door Thomas Arnold.

 
bron:
Kingsley Amis
The Green Man
Penguin, 1988

zondag 12 april 2026

Oorzakelijkheid

Nagarjuna 3

Na de inleiding HIER en HIER door Erik Hoogcarspel ben ik bij Hoofdstuk 1 (“Oorzakelijkheid”) beland van zijn vertaling van Nagarjuna’s Grondregels… Dit bestaat uit 14 verzen of karika’s.

En ik moet eerlijk bekennen: dat valt niet mee, in de eerste instantie. Nu schijnt Nagarjuna algemeen erkend ‘moeilijk’ te zijn, maar toch. En dan een heel ander moeilijk dan het Tibetaans Dodenboek, met z’n situaties, taferelen en figuren. Dit zijn korte bondige stellingen en vragen, kortom filosofie. Het geheel komt op mij over als een spel met taal (en de lezer). Hoe moet ik dit ooit in blogvorm gaan gieten? Waar ben ik aan begonnen en wat een overmoed. Ik zie dat de onderwerpen van sommige hoofdstukken mij extra aanspreken, maar ik besluit toch maar de gebruikelijke volgorde aan te houden, hopelijk wordt alles dan langzamerhand toch duidelijker. En misschien is het beter om een aantal kortere blogposts achter elkaar te plaatsen in plaats van één enorme lap tekst.

Maar na aandachtig lezen en overpeinzen merk ik dat de tekst eigenlijk best goed te begrijpen is. Bloggen om het voor mijzelf duidelijk te krijgen is dus eigenlijk niet meer nodig. Een ‘samenvatting’ dan? Dat is onmogelijk, Nagarjuna’s tekst is al enorm ingedikt en ter zake, korter kan niet. Toch wil ik graag een aantal blogpost maken over dit belangrijke boek. Ik zal er wat dingen uitlichten die me opvallen of me extra bezig houden.
 
 
Nagarjuna is dus nogal ‘ter zake’, dat wordt al duidelijk bij het eerste vers van dit eerste hoofdstuk. Hij begint hier plompverloren en zonder verdere intro met een kritiek op ‘oorzakelijkheid’, kennelijk belangrijk. Voor ons bestaat iets alleen als het een oorzaak of gevolg heeft. Onze ‘werkelijkheid’ is een structuur van oorzaken en gevolgen. Iedereen gelooft dat en vaak ten onrechte. Nagarjuna is van mening dat we ons hierdoor in het dagelijks leven telkens laten beetnemen. Reclame maakt daar trouwens ook handig misbruik van.

Er is nooit iets ontstaan, zegt Nagarjuna, helemaal niets, wat dan ook en hoe dan ook, niet uit zichzelf of uit iets anders, en ook niet zonder een oorzaak. Hij gaat door met redeneren, schrappen en vragen stellen, en komt bij vers 14 met een soort conclusie tot nu toe. Het ontstaan en dus bestaan van gevolgen is niet houdbaar, omdat iets ofwel een oorzaak is, ofwel niet, en bewezen is dat oorzaken niet kunnen voortkomen uit één van beide soorten dingen. En als er dus geen gevolgen bestaan, zijn er ook geen oorzaken, en dus ook geen dingen die geen oorzaak zijn. Is dit een cirkelredenering? Volgens Hoogcarspel ontkent Nagarjuna niet dat er zoiets bestaat als oorzaak en gevolg , want hij verwijst regelmatig naar dagelijkse dingen waarin ze een rol spelen, maar verwijt Nagarjuna zijn tegenstanders (en ons!!) oorzaak en gevolg te zien als iets met zelfbestaan. Erik Hoogcarspel gebruikt hier het woord substanties. Dat vind ik erg verwarrend. Daarover volgende keer meer.

 
 
bron:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005