Posts tonen met het label poort. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poort. Alle posts tonen

maandag 3 juni 2024

Een vakantiehuisje dat voor je klaarstaat

De hemel van… Kitty Mulder

(De hemel van… Afl.26)

In 2014 verscheen Wat is leven? van bioloog Arjen Mulder. Het is het verslag van een persoonlijke zoektocht, die in gang werd gezet door de geboorte van zijn zoon, maar toch vooral door de dood van zijn vader. In het eerste hoofdstuk beschrijft hij diens sterfbed, terwijl het laatste hoofdstuk een I.M. is voor zijn moeder. Volgens Mulder was zij niet bang om dood te gaan, maar zag ze het met een gerust hart tegemoet. Hij geeft een anekdote:

Zijn moeder is op bezoek bij een buurvrouw wiens man net begraven is. Deze buurvrouw, zo blijkt, is zelf nogal bang voor de dood en voor het doodgaan. Moeder is verbaasd, want je weet toch waar je heen gaat? Maar nee, dat weet de buurvrouw juist niet. Moeder Mulder praat haar bij. Achteraf wist ze niet waar ze het vandaan haalde, ‘maar de geest gaf het haar in’. Ze zei: “Het is net zoiets als wanneer je een vakantiehuisje hebt geboekt. Je weet niet precies of het wat is, of de zon op het terras staat en of er een supermarkt in de buurt is. Maar je weet wel dat dat huisje daar voor je klaarstaat.” Arjen Mulder voegt daar aan toe dat het voor sommige mensen misschien altijd vakantie is, maar voor zijn moeder zeker niet. Zes kinderen en een moeilijke man, en dan nog al die ziektes en aftakeling later. Maar dat alles wordt nu dus toch nog ingehaald in dat vakantiehuisje. Hij vindt het een prachtig beeld. Hier geen knarsende hemelpoort in een ongenaakbaar hoge muur, maar een open en warm hiernamaals, buiten.

Mulders ouders waren gereformeerd, hijzelf is allang niet kerkelijk meer, heeft het geloof afgezworen op zijn negentiende. Hij is het nu grotendeels vergeten, zegt hij, en is daar blij om. Want narigheid en ellende zijn niet echt, integendeel. Het leven is juist goed en geen tranendal. En die zekerheid is de kern van het geloof, aldus Mulder, maar de christenen kijken niet goed genoeg. Godsdiensten zijn georganiseerde pogingen om de dood te ontkennen. Maar kijk eens om je heen, de bloeiende natuur, vogeltjes. Het leven zelf is de grootste ontkenning van de dood.

De liedteksten, die zijn moeder en vader aan hen doorgaven (voor de rouwkaart), leest Mulder als gecodeerde berichten waarin zij hun manier van sterven beschrijven. Dat is opstijgen tot God in hoger, reiner gezang (zijn moeder), of met Jezus als gids over de woeste wateren (zijn vader). Arjen heeft daar soms zo zijn bedenkingen over, maar een andere keer vindt hij het eigenlijk wel best. Hij citeert ‘een Duitse schrijver’ bij wie hij ooit eens las ‘Sterben ist schwierig, sondern es gelingt’.

Ook Moeder Mulder kwam uit een gezin met traditionele ouders. Als oudste dochter werd ze thuisgehouden om voor hen te zorgen. Zij had geen uitgesproken beeld van God, hij was meer de man van de organisatie. Je kon erop vertrouwen dat het goed kwam, dus je bemoeide je er verder niet mee. Je moet gelukkig zijn met de geschenken die je krijgt, dat is het geheim van het leven. En dat leven zelf is ook een geschenk, zelfs in het verzorgingshuis, oud en ziek. Je geeft niet op, je maakt af wat je begint. Maar mag je dan wel blij zijn met je naderende dood, mag je willen sterven? Want dan zeg je eigenlijk: ik wil het geschenk van het leven niet langer. De oplossing werd gevonden in de tekst van een gezang, dat van het doodgaan zelf een uiting van dankbaarheid maakte. Sterven als hoogste, reinste loflied aan God.
 
bron afb: A. Mulder, Wat is leven?

dinsdag 29 augustus 2023

Roel en Bella

 
Roel van Duijn (1943) is een voormalig politicus en activist, bedenker van provobeweging en kabouterpartij. Hij zet zich al decennia in voor bescherming van natuur en milieu, maar voert tegenwoordig vooral strijd tegen wanen en complottheorieën. Daarnaast is Van Duijn (als ervaringsdeskundige) consulent voor liefdesverdriet. Hij schreef verschillende boeken, waaronder Panies dagboek (1971). Daarin een interessante passage over de dood, uitgelegd met behulp van een boom.

“De dood is het begin van een terugreis naar het punt van voor de geboorte. Dat weet ik nu. Want zien mensen die bijna sterven maar het overleven niet vaak een film van hun leven in hun hersens razendsnel achterstevoren afdraaien? De dood is de terugkeer van de tak naar de kern van de stam. Maar na zijn dood blijft het wezen van de tak, want het was er al voor zijn geboorte. De eerste wet van de thermodynamica zegt: energie kan noch worden geschapen noch worden vernietigd. De kern van de stam is daar waar hij noch levend noch dood is. Angst voor de dood is evengoed als angst voor het leven, een poging je van de werkelijkheid van het bestaan en van al het bestaande te isoleren.”

Het is waar, Roel van Duijn is nogal een boomknuffelaar, en hij zegt ook met ze te communiceren. De subtitel van dit boek is dan ook Gesprekken met een rode beuk. Roel wendt zich met enige regelmaat tot een boom in het Westerpark (Amsterdam) en probeert op die manier contact te krijgen met de oude natuurgod Pan (vandaar ‘Panies’). Onder het lover van de boom ‘Bella’ verdiept hij zich in de oorsprong van de wereld, en komt daarbij tot theorieën die moeilijk te volgen zijn.

Roel van Duijn werd geboren in een theosofisch gezin in Den Haag en ruimdenkend opgevoed, alle godsdiensten werden bestudeerd. Zijn vader brak met de theosofie omdat hij de leiders niet democratisch vond. Ook Roel voelt zich geen theosoof meer, hij is vooral sceptisch over de organisatievorm. Hij gelooft in reïncarnatie en vindt het een positieve gedachte dat de ziel ergens naar toe gaat en een manifestatie zoekt. Daar is geen bewijs voor, maar dat hoeft ook niet, voor het tegendeel is ook geen bewijs. Roel gelooft erin en voelt zich er goed bij, ervaart rust en harmonie. Karma en reïncarnatie zijn voor hem de kern van alle godsdiensten, maar hij heeft geen overtuigingsdrang. Het concept van een goddelijke ordening vindt hij moeilijk, want daar is de mens dan onderdeel van, terwijl die juist altijd voor wanorde zorgt. Hij gelooft in een goddelijke vonk, maar dan in alles, niet alleen in de mens. Ongeveer zoals bij Spinoza, god is de natuur en de mens is onderdeel daarvan.

Terug naar Panies dagboek. Dinsdagochtend, 15 juni. Roel loopt rondjes om de stam van de beuk. Onder het gewelf van takken en bladeren mijmert hij over zijn in 1962 overleden vader Gerard, “zoals hij gedurende enige dagen na zijn overlijden opgebaard lag bij ons thuis in de grote achterkamer. De uitdrukking van zijn gelaat straalde een onkwetsbare schoonheid uit. Niet een toevallige schoonheid was het maar een schoonheid die onmiddellijk voortkwam uit de gevoelens die er tussen mijn vader en ons tijdens zijn gang door de gouden poort werden uitgewisseld.” Hij steekt een blad van de boom in zijn mond om de smaak van de dood te proeven en overpeinst dood en boom (zie bovenaan). Groen gras glanst in de regen en omcirkelt de boom. De bruine beuk is en blijft het middelpunt, de contouren van zijn kroon steken prachtig af tegen de hemel. Roel is één met het beeld van de boom en drukt zich tegen de ronde stam. ‘Ineens wordt Bella hol en word ik een boom in haar.’

Kortom, sympathieke jaren 60 en 70 naïviteit. Met misschien een extra kruidensigaret hier en daar? Wie zal het zeggen.



Roel van Duijn
Panies dagboek
Meulenhoff, 1971
 
Overige bronnen:
Podcast voor de ziel, 2 juli 2022
NRC, 11 december 1971

dinsdag 26 juli 2022

Blauw, wit en leeg

 
Als je een AI (kunstmatige intelligentie) programma een tekening laat maken van 'de hemel' verschijnen al snel de gebruikelijke clichés. Veel aangenaam blauw, witte wolken, stralend licht, een trap (maar geen poort). Wel opvallend, in dit geval, dat er niemand te bekennen valt.
 
 
Ook 'de hel' is nogal traditioneel: veel vuur en hitte.
 
 
Een AI interpretatie van 'hiernamaals'.

zaterdag 10 november 2018

Geen poort

De hemel van… Kim Putters

(De hemel van… Afl. 5)

Eerlijk gezegd had ik nog niet eerder van de heer Kim Putters (45) gehoord. In het dagelijks leven is hij directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en daarnaast hoogleraar zorgbeleid, onderwerpen die mij niet ontzettend bezighouden. Maar laatst werd hij interessant geïnterviewd door Fokke Obbema voor de mooie serie reflecties over leven en dood in de Volkskrant. In deze reeks interviews gaat Obbema op zoek naar de zin van het leven.

Kim Putters is katholiek opgevoed, maar door familieomstandigheden ook deels protestant. Inmiddels is hij (daar kun je dan op wachten) niet heel gelovig meer, maar noemt zich nog wel “ietsist”.

Wat is de zin van ons leven? Daar is Putters nog niet helemaal uit. Hij denkt dat het in het algemeen neerkomt op leren van andere mensen, daar vervolgens goed mee doen en er uiteindelijk zelf ook gelukkig van worden. Hij gelooft niet dat het leven een test is om te kijken of je het goede of het kwade in je hebt, waarna je al dan niet het eeuwige leven krijgt. Maar wel dat het uitmaakt hoe je hebt geleefd.

Is er iets na de dood? Dat is voor hem de allerlastigste vraag. Kim Putters vindt het moeilijk te accepteren dat het eindigt, je wilt toch een stipje aan de horizon. Een stipje waarvan hij denkt dat dat er ook is. Hij hoopt op een vervolg, dat je ziel opstijgt en in een soort hemel een plekje vindt, zoiets. Maar dan zonder een poort. Kim Putters denkt dat mensen een ziel hebben die in de kern het goede in zich draagt, die je inborst omvat van wie je als mens bent.



Link:
Het interview door Fokke Obbema in de Volkskrant (€) HIER