donderdag 25 juni 2026

It's too hot to move, and it's too hot to think

And from this window, I can see the street below
I can hear the hit parade on the radio
There's dirty dishes piling up in the sink
But it's too hot to move, and it's too hot to think 

                                                                   Triffids

 

Deze week kom ik nergens aan toe. Er is een hittegolf en die slaat alles plat. Nadenken over gewone dingen is al niet eenvoudig, laat staan over Nagarjuna…Activiteit staat hier even op een laag pitje (zelfs Yoga).
 
 

vrijdag 19 juni 2026

Paradijs Van Het Grote Niets

De hemel van…  Frank Boeijen

(De hemel van… Afl.31)

Dit jaar verscheen Paradijs Van Het Grote Niets, een nieuw album van Frank Boeijen. Vier jaar mee bezig geweest, vertelt hij op zijn website, en veel materiaal niet gebruikt. Er is een terugkerend thema: ‘de vergankelijkheid’, want ja “uw zanger wordt ouder”, zegt Frank zelf. Volgend jaar zeventig, het verbaast hem, voelt zich nog ongemakkelijk de koorknaap in het kerkelijke priesterkoor. Hij wil gewoon doorgaan zolang het kan, maar toch “Wie weet... het laatste woord…”. Luister maar naar het album, zegt Frank, “beter wordt het niet”. En inderdaad, dit is waarschijnlijk het mooiste album uit de carrière van Frank Boeijen, inclusief de periode Frank Boeijen Groep. Erg goed!

Een album bedoeld als troost en verzachting, en dat is natuurlijk mooi meegenomen bij elke vorm van vergankelijkheid. En die komt hier breed aan bod: verdriet, verlies, oude vrienden, familie, naderend einde, dementie. Zoals altijd zijn de teksten van Frank hier redelijk toegankelijk, soms wat flarderig abstract en kun je er meerdere kanten mee op, afhankelijk van je stemming.

De mooiste song is zonder twijfel het titelnummer Paradijs van het grote niets. Lijkt mij erg persoonlijk, zelfs voor Frank Boeijen. Hij beschrijft een hiernamaals, een ideale plek, die hij ‘paradijs’ noemt, maar die van hem net zo goed ‘nirvana’ of ‘hemel’ mag heten. In de loop der jaren vertelde Frank in interviews niet in een hiernamaals te geloven. “Het kan gewoon niet waar zijn” en “je komt er toch nooit achter”. Maar misschien doet inmiddels zijn katholieke opvoeding zich toch nog, toch weer, gelden? Zijn uitvaartdienst, te zijner tijd, moet dan ook ‘gewoon’ in een kerk plaatsvinden (zonder muziek).

En hier deelt Frank dus zijn versie van de hemel. Waar hij misschien niet in gelooft, maar wel op hoopt? Hij verwacht dat we elkaar hier weer zullen terugzien, in dit rijk der doden, van onze geliefden. Althans the good guys, want er zijn alleen maar vredelievende begripvolle onbaatzuchtige mensen. Hier geen afkeer, afgunst, oordeel. En zeker geen typisch aardse ongemakken, hij geeft een opsomming: oorlog, macht, geld, tirannen, materie, geweld en dwang. Allemaal afwezig.

Het is het paradijs van mooie dingen. Waar het vrede is. De eeuwige rust van de aanwezigheid, afwezigheid, niet te zien, niet te horen. Waar alleen liefde telt. Waar iedereen mag zijn die hij wil zijn, de anderen (the bad guys) zijn ergens anders. De hel natuurlijk, het vagevuur, het “inferno der schaamtelozen en gewetenlozen”, Frank somt er de nadelen van op, eigenlijk alle zaken die in de hemel afwezig zijn. Want daar heerst genegenheid, vergeving en vrijheid. En vooral samenzijn in het grote niets onder elkaar, met die ene geliefde of dat speciale iemand. Vertrouwd en zacht wonen we in elkaars hart, voorbij het ondraaglijk verdriet, samen in het Paradijs van het grote niets.

We worden er herboren, zien door de ogen van een kind dat alles voor het eerst ziet, daar heerst bewondering, warme omarming, daar is geen einde want dat is al geweest. Liefde zonder einde in ons paradijs. Het is kortom, ondanks de titel, een behoorlijk christelijke aangelegenheid compleet met beloning en straf en weerzien, maar in dit geval zonder opperwezen en dergelijke. De katholieke invloeden zijn duidelijk aanwezig als Frank suggereert dat je er misschien zelfs een “goedgezinde geest” wordt (een beschermengel, een engelbewaarder) die het nieuwe kind de weg wijst onderweg naar die eindeloze liefde.
 

vrijdag 12 juni 2026

Mind the Gap

Nagarjuna 12
 
Vier soorten oorzaken noemt Nagarjuna in de vorige blogpost.
De meest interessante daarvan vind ik de ‘precedente oorzaak’, dat is (volgens vertaler Erik Hoogcarspel) “het verdwijnen van de vorige gedachte of bewustzijnsmoment dat het ontstaan van het volgende veroorzaakt”. Misschien is “gelegenheid biedt tot” hier een betere omschrijving?

Nagarjuna spreekt van dharma’s (fenomenen), in dit geval alles wat zich in het bewustzijn manifesteert. Voorstellingen, verschijnselen en dus gedachten. Die zijn héél vluchtig. Ze verschijnen en verdwijnen continu, een gedachte is al bezig te verdwijnen als hij net is verschenen. We kunnen middels een gedachte ook niet een volgende gedachte sturen of juist voorkomen. Want een gedachte veroorzaakt niet de daaropvolgende gedachte, die komt namelijk vanzelf door (bij wijze van spreken) de “zuigende werking” van de verdwijnende voorgaande gedachte. Prachtig en beeldend geformuleerd!


Volgens de Sarvastivadins kun je door het vasthouden van een aanwezige gedachte het beste concentratie bereiken. Ik denk nu aan Sogyal Rinpoche. Bij hem las ik eerder dat je in meditatie je gedachtenstroom vertraagt, waardoor ‘de opening’ steeds duidelijker wordt. Gedachten nemen wij als ononderbroken waar, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is. Ontdek dat er na elke gedachte een ruimte is, zegt Sogyal. Als de ene gedachte verdwenen is, en de volgende nog niet verschenen, is er altijd een pauze, een opening waarin de pure natuur van de geest (Rigpa) zich openbaart.

Een ruimte, een pauze, een opening. Een bardo dus!
In de eerste instantie denk je dan misschien aan de tussenfasen na de dood, maar bardo ervaringen doen zich ook tijdens ons leven continu voor. Volgens Sogyal zijn ze een fundamenteel deel van onze psychologische structuur. Het leven is niets anders is dan een onophoudelijke schommeling van geboorte, dood en overgang. Maar meestal letten wij niet op de bardo’s en openingen en overgangen, maar gaat onze geest van de ene zogenaamde ‘vaste’ situatie naar de volgende. Eigenlijk is elk moment van onze ervaring een bardo, want elke gedachte en elk gevoel komen op uit de essentie van de geest, en lossen daar weer in op.

Precies op momenten van grote veranderingen en sterke overgangen krijgt de ware, oorspronkelijke natuur van onze geest (“die is als de hemel”, zegt Sogyal Rinpoche) een kans zich te openbaren. Ik denk dan natuurlijk onmiddellijk aan het sterfmoment, Chikai bardo! Waarschijnlijk de belangrijkste ‘gap’ in een mensenleven. De lichamelijke dood, het ene moment leef ‘je’ nog, het andere ben je ‘dood’. Daartussenin een onderbreking, hoe kort ook. Het heldere licht doet zich voor. Een zeer krachtige kans op bevrijding. Herken de ruimte en de eenheid, en de illusie van je ‘zelf’ of ‘ego’.

Ruimte tussen dharma’s klinkt wel prettiger dan opening, pauze of onderbreking. Minder lineair ook. Al die losse momenten, de ontelbare kleine elementen, dharma’s, verenigd in een eeuwige en oneindige oceaan van ‘ruimte’. Als in een onmetelijk pointillistisch schilderij. Losse stippen vlak naast elkaar, maar het oog van de kijker laat ze samensmelten. Een illusie.

Wordt vervolgd.

 
 
bronnen:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005
 
Sogyal Rinpoche
Dagend inzicht
Servire, 1995

dinsdag 9 juni 2026

Vier oorzaken

Nagarjuna 11

Sarvastivada, genoemd in de vorige blogpost, is een vroege boeddhistische school met interessante denkbeelden, op zich al genoeg voor een hele reeks blogposts. Misschien later? Als ik het goed begrepen heb zijn ze als verre voorloper ook van invloed geweest op het Tibetaans boeddhisme.

In het commentaar bij vers 3 van Nagarjuna’s Grondregels… brengt vertaler Erik Hoogcarspel naar voren dat de Sarvastivadins een dualistisch wereldbeeld hebben. Geest en materie zijn volledig verschillend en materie kan niet iets geestelijks veroorzaken. Maar omdat het wel duidelijk is dat de dingen om ons heen invloed hebben op onze geest, en dat dus niet met ‘gewone oorzakelijkheid’ verklaard kan worden, moeten er alternatieven bestaan, nieuwe oorzakelijkheid.

Hoogcarspel komt met het voorbeeld van letters in een boek. In feite zijn dat maar inktvlekjes, maar ze betekenen iets en kunnen daarom van veel invloed zijn op de geest van ons als lezers. Denk maar eens aan een belastingaanslag. Opvallend dat de vertaler hier met ‘letters’ komt aanzetten. Die vormen woorden, en daar heeft Sarvastivada iets mee. Fysieke en mentale onderwerpen bestaan niet werkelijk, las ik ergens, maar zijn opgebouwd uit dharma’s. Maar woorden, dat is een ander geval. Die zijn zelf dharma’s en bestaan dus wel. Er zijn drie soorten: (zelfstandig naam)woord, zin en geluid.


Er zijn vier soorten oorzaak, zegt Nagarjuna in vers 3. En géén vijfde, voegt hij daar nog aan toe. Waarom? Misschien speciaal voor de Sarvastivadins waar hij zich speciaal tot richt. Deze vier worden veelal aanvaard door allerlei boeddhistische stromingen:
 
1 de (effectieve) oorzaak
2 de objectoorzaak
3 de precedente oorzaak
4 de dominante oorzaak.

Hoogcarspel licht ze toe. Nummer 1 kennen we uit het dagelijks leven, ‘de gewone oorzaak’ zeg maar. Nummer 2, 3 en 4 zijn typisch boeddhistisch, bedoeld om (de gebeurtenissen binnen) ons bewustzijn te verklaren.

Objectoorzaken zijn de dingen zoals ze ons bij het waarnemen verschijnen, uitwendige oorzaken die ons bewustzijn bepalen en samen met de oorzaken binnen onze geest bepalen wat we denken.

De dominante oorzaak heet letterlijk ‘de hoogste heer’ – een verschijnsel dat overheerst heeft meer invloed op ons bewustzijn dan alle anderen. Twee soorten zijn er, objectief en subjectief. Hoogcarspel’s voorbeelden: 1. het is mooi weer, maar jij hebt griep en 2. het is mooi weer, maar er is een hond (waar jij een hekel aan hebt).

De precedente oorzaak bewaar ik voor de volgende blogpost.

 
 
bron:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005

zaterdag 6 juni 2026

Dharma’s

Nagarjuna 10 
 
De ‘werkelijkheid’ bestaat uit een aaneenschakeling van losse momenten.
Alle dharma's (fenomenen) bestaan tegelijk in het verleden, heden en de toekomst. De essentie van de werkelijkheid is permanent, zelfs als verschijnselen veranderen. Dat is de mening van de Sarvastivadins, een boeddhistische stroming waar Nagarjuna zich speciaal tot richt. In de vorige blogpost kwamen ze ter sprake.

Die drie genoemde dharmas bestaan op één manier tegelijk, maar het zijn geen identieke kopieën, ze verschillen per tijdspositie. Alles bestaat maar héél even (momentariteit) en verandert continu, alles ontstaat en vergaat onmiddellijk. Er is geen blijvende essentie of continuïteit tussen verleden, heden en toekomst. Een dharma volgt wel direct uit de voorgaande dharma, maar volgens het principe van afhankelijk ontstaan. Dus gebeurtenissen voorafgaand aan de dharma ‘van nu’ hebben geen invloed meer, en er wordt ook niet vooruitgelopen op hiernavolgende gebeurtenissen.

Deze uitgangspunten leveren wel problemen op. Bijvoorbeeld karma zou niet kunnen bestaan. En je eigen emoties observeren kan ook niet. Observatie en emotie spelen zich beiden in je eigen hoofd af en kunnen niet tegelijkertijd plaatsvinden. Daar werd het volgende op gevonden. Naast de dharma ‘van nu’ (het heden) bestaan er ook dharma’s uit het niet-heden, dus verleden en toekomst (andere scholen namelijk verwierpen dat). En dat maakt dan weer oorzakelijke samenhang en karmische verantwoording mogelijk. Een handeling in het verleden (een dharma) blijft “aanwezig” als opgeslagen karmisch potentieel. En een toekomstig potentieel kan al een bepaalde stemming of opvatting veroorzaken (zijn schaduw vooruit werpen!).

Een interessant, maar ook merkwaardig en ingewikkeld verhaal. Er wordt wel een soort tijdlijn geïntroduceerd, maar verleden – heden – toekomst beïnvloeden elkaar niet. Geen oorzaak en gevolg hier. Toch zijn er eventuele karmische gevolgen. En de toekomst, ligt die vast?


Helaas besteedt Eric Hoogcarspel in zijn inleiding niet veel aandacht aan de Sarvastivadins. Misschien komt dat later nog? Bij vers 3 vermeldt hij dat ze een dualistisch wereldbeeld hebben, waarin geest en materie absoluut verschillend zijn. En daarom kan materie niet iets geestelijks veroorzaken. Dat vind ik interessant, want zegt Spinoza dat ook niet? De ‘attributen’ materie en geest, waarmee de enige substantie (God) zich uitdrukt in eindeloos veel ‘modi’, gaan parallel aan elkaar, maar kunnen elkaar niet beïnvloeden. Het zijn twee kanten van dezelfde zaak (God), één en dezelfde substantie, maar dan vanuit verschillende standpunten gezien (dus hier géén dualiteit!). Gods denken is gelijk aan zijn handelen, alles wat op gebied van de materie gebeurt heeft z’n parallel op het gebied van de geest (en omgekeerd).
 
 
 
 
Bronnen:
diversen op internet
 
Jan Knol
En je zult spinazie eten
Wereldbibliotheek 2016, tiende druk
 
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005

vrijdag 5 juni 2026

Prijs


Aan de 1½ lezer van dit blog,

Ben je toevallig op IN-TUSSEN verzeild geraakt, en heb je twijfels over de inhoud en kwaliteit van dit blog? Weet dan dat het een weergave is van mijn persoonlijke zoektocht, geschreven voor mijzelf, ik benadruk het nog maar eens: het is mijn blog. Ik weet niets en doe ook niet alsof. Ik zou mijn gedachten ook in een dik cahier kunnen noteren bijvoorbeeld, maar internet werkt (in dit geval) nu eenmaal veel beter. Er is dan wel kans op enig misprijzen en dergelijke, de vorige blogpost leverde een ‘mild vrolijke’ reactie op van een mij overigens welgezinde lezer. Aanleiding was mijn opmerking dat ik mij “intuïtief best een Nu of Leegte kan voorstellen”. Inderdaad, dit verdient geen schoonheidsprijs, of in dit geval scherpzinnigheidsprijs, maar denk dan aan de woorden van Suzuki Roshi:

De geest van een beginner biedt vele mogelijkheden, die van een deskundige maar weinig.

Morgen weer Nagarjuna.

dinsdag 2 juni 2026

Sarvastivada

Nagarjuna 9

Verder met Nagarjuna’s Grondregels…, vers 3 van hoofdstuk 1.

Nagarjuna stelt dat er geen onafhankelijke oorzaken en gevolgen bestaan, en dat ‘de dingen’ hun zelfbestaan niet uit hun oorzaak halen. Ook de rest van het hoofdstuk gaat voornamelijk over wel of niet oorzaak en gevolg. Ik heb daar inmiddels veel over nagedacht en ook wel gediscussieerd, maar blijf er toch wat moeite mee houden. En ook voorzichtig, denk aan de woorden van Padmasambhava: “Hoewel mijn Zicht zo ruim is als de hemel, zijn mijn handelen en mijn eerbied voor oorzaak en gevolg zo fijn als meel”.

Kan het zijn dat deze stijl van uitleg mij niet ligt? Het eindeloos filosofisch geredeneer. Of is het hier juist de bedoeling dat je ‘woordenmoe’ en murw van langdurig overpeinzen een inzicht krijgt? Je vastgeroeste logische denkpatroon doorbroken, op een koan-achtige wijze? Intuïtief kan ik mij best een Nu voorstellen, of Leegte waarbij alles in een constante transitie verkeert, in samenhang met alles. Zodanig in beweging dat er nooit een ‘vast’ etiket opgeplakt kan worden.


Hoe verder? In zijn commentaar bij de tekst noemt vertaler Erik Hoogcarspel zijdelings een boeddhistische stroming waar Nagarjuna zich speciaal tot richt. Waarom doet Nagarjuna dat? Iets meer uitleg daarover zou zijn tekst wellicht wat begrijpelijker en minder abrupt maken. Op internet vind ik meer informatie over deze Sarvastivadins. Heel in het kort: een invloedrijke vroege boeddhistische school die gelooft dat alle dharma's (fenomenen) bestaan in het verleden, heden en de toekomst. De essentie van de werkelijkheid is permanent, zelfs als verschijnselen veranderen.

De Sarvastivadins gaan er van uit dat de dagelijks waarneembare wereld niet werkelijk bestaat, maar is opgebouwd uit ontelbare kleine elementen (dharma’s). Alleen deze dharma’s bestaan echt en dan ook nog maar voor héél even. Het is momentariteit, de voortdurende vergankelijkheid en verandering van alle verschijnselen. Ze ontstaan, veranderen direct en vergaan weer, wat leidt tot de filosofie van 'afhankelijk ontstaan'. De zogenaamde werkelijkheid bestaat uit een aaneenschakeling van losse momenten.

 
 
Bronnen:
diversen op internet 
 
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005