Posts tonen met het label ziel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ziel. Alle posts tonen

dinsdag 8 september 2026

Uriël

Van Hans Stolp las ik (diagonaal) het boek Leven met Engelen. Theoloog en veelschrijver Stolp (1942) lijkt mij een beste man, maar ik vind dat hij meestal wel erg doorschiet met zijn Rudolf Steiner idolatie en esoterisch christendom. Dat lijkt ook nu weer het geval. Stolp en Steiner houden erg van overzichtelijke rangordes, hiërarchieën, tijdperken en stadia. En dan zit je goed met het onderwerp engelen, want daar zijn veel soorten van, zegt Stolp.

Toch lees ik nog iets interessants in het gedeelte dat handelt over de Aartsengelen. In het jaar 746 werd Uriël door de katholieke Kerk zomaar geschrapt als erkende Aartsengel, een onderwerp dat Stolp naar eigen zeggen "mateloos intrigeert". Volgens de schrijver vermeldt de bijbel dat er zeven Aartsengelen zijn. Maar slechts vier daarvan worden hier (of in de apocriefe geschriften) met de naam genoemd: Michaël, Rafaël, Gabriël en Uriël. 


Stolp legt uit dat Uriël ("Vlam Gods") verbonden is met vuur, hij ís het of symboliseert het. Maar vuur is ook een symbool van de (Heilige) Geest, denk aan de 'tongen als van vuur' op het Pinksterfeest. Vuur als het zichtbaar teken van de Geest. En zo is Uriël dus ook nog verbonden met de Heilige Geest. Stolp voegt daar aan toe: "ons hogere Ik, die goddelijke vonk of die geest in ons, is een stukje van die Heilige Geest en wordt door de Heilige Geest tot leven geroepen." Maar zowel de geest in ons, als Uriël, werden dus geschrapt door de kerkelijke traditie! Stolp kan er niet over uit: "Kennelijk moest alles wat aan de Geest herinnerde en wat de Geest symboliseerde het veld ruimen!" 

Hij vertelt hoe dat ging met Uriël. In 746 werd op het concilie van Rome besloten dat er maar drie Aartsengelen zijn, de andere namen die circuleerden waren niet echt en moesten gecanceld worden, inclusief Uriël. Hij verdween zowel uit het lijstje van zeven, als dat van vier Aartsengelen. Alleen Michaël, Gabriël en Rafaël bleven over. Maar, zoals dat gaat, de naam Uriël bleef hardnekkig op allerlei manieren doorwerken, in de schilderkunst bijvoorbeeld (iconen). Tegelijk met Uriël moest ook de geest zelf, waarvan hij het symbool was, het veld ruimen. Stolp legt uit hoe dat in zijn werk ging. Volgens de bijbelse traditie bestaat een mens uit een lichaam, een ziel en een geest. Paulus bedoelt met "ziel" ons "ego", en met "geest" bedoelt hij de "goddelijke vonk" in ons. Maar op het concilie in 869, dit keer in Constantinopel, werd bepaald dat een mens alleen maar bestaat uit een lichaam en een ziel. Dus de geest in de mens werd hier geschrapt, voortaan bestond die slechts uit een fysiek lichaam en een ego.

Exit Uriël en exit geest in de mens. Wat zit daar achter?, vraagt Stolp zich af. Wat is hier de bijzondere reden van? Er gebeurt immers niets voor niets op aarde. Stolp meent de verklaring gevonden te hebben, en komt dan met een typisch Steiner verhaal. In de tijd van die twee concilies was de mens nog maar net begonnen aan het ontwikkelen van het verstandelijk denken in zichzelf. Daar lag alle nadruk op. Het was de eeuw waarin de mensheid de kosmische intelligentie tot zich mocht gaan nemen, en omvormen tot menselijk denken en intelligentie. De innerlijke aandacht werd geleid naar het denken en niet naar de geest. Tegenwoordig zijn we alweer een stuk verder in onze menselijke ontwikkeling. Het is de tijd waarin we weer mogen beseffen dat wij eigenlijk geestelijke en goddelijke wezens zijn, ons bewustzijn komt tot volle ontplooiing. Het is belangrijk dat we ons weer bewust worden van het werk van Uriël en van de goddelijke geest in ons. Dat we niet alleen een lichaam (fysiek en etherisch) hebben, en een ziel (astraal lichaam of ego), maar dat we ook de geest (het hogere Ik) met ons meedragen.

Een interessant verhaal, en even dacht ik iets van een eenheidsgedachte te bespeuren. De goddelijke vonk in ons als een stukje van de (Heilige) Geest, en door de Heilige Geest tot leven geroepen. Maar uiteindelijk verzandt alles natuurlijk weer in dualiteit.

 
 
bron:
Hans Stolp
Leven met Engelen
Ankh-Hermes, 2008



woensdag 22 januari 2025

Op weg naar de muggenlamp

Deze week zag ik Soul, een Pixar animatiefilm uit 2020 over een muzikant en zijn bijna-doodervaring. Misschien heb je de film nog niet gezien, dan bevat dit stukje spoilers.
 

Joe (46) is een muziekleraar in New York die eigenlijk liever pianist in een jazzclub zou zijn. Op een (on)gelukkige dag krijgt hij die gouden kans, maar overlijdt door een ongeval. Zijn lichaamloze ziel (uitgebeeld als een klein, witblauw figuurtje met veel rondingen) bevindt zich in het hiernamaals tussen duizenden lotgenoten die gelaten (soms opgetogen) als kuddedieren op een lange lopende band staan, schuin omhoog in een donker heelal, richting een enorm en rond wit licht. De zielen die bij het witte licht aankomen gaan daar onmiddellijk in op, met het geluid van een vlieg op een elektrische muggenlamp, zengend. De hele situatie ziet er (in mijn ogen althans) naargeestig uit, bepaald niet het gebruikelijke positieve beeld van het Heldere Licht na overlijden. Het heeft iets van een tweede dood, maar ditmaal definitief. En zo te zien overkomt dit alle zielen, er is geen versie van een hemel of hel te bekennen, en al helemaal geen verwijzing naar een (eventueel oordelende) godheid.
 

Joe wil (nog) niet dood, zeker niet met zijn juist verworven goede vooruitzicht, en probeert hier te ontsnappen. Hij keert om tegen de stroom in, maar door alle commotie belandt hij per ongeluk in een gebied waar nieuwe zielen worden opgeleid en voorbereid op het leven op aarde. Een hiervoormaals dus. De nieuwe zielen zijn net kleine kinderen, ongeleide projectielen. Zij moeten hun spark nog ontdekken, bedoeld wordt hier passie, talent, inspiratie. Het personeel bestaat uit diverse gestileerde figuren, die niet lijken op traditionele engelen. Bij afdeling opleiding zijn ze betweterig (terecht zou ik zeggen), bij de doden zijn het onverbiddelijke boekhouders die het aantal overledenen strikt bijhouden. Ook hier wordt niet echt een positief beeld geschetst. Alles moet volgens de regels, geen ruimte voor vrije geesten. 
 

Joe maakt kennis met 22, een dwarsligger die hier al duizenden jaren rondhangt. Zij/hij wil niet naar aarde. Samen bezoeken ze een derde gebied: the Zone. Dit is een plek voor (aardse) zielen die een flow beleven, maar tegelijk een valkuil voor hen die daar in vastlopen (obsessie). In dit duistere deel bewustzijn ontmoeten ze drie maffe, maar vriendelijke psychonauten, die daar rondreizen en hulp bieden aan ernstig gestrande zielen. Joe slaagt er in op aarde terug te keren, maar helaas in het verkeerde lichaam en met 22. Daarover handelt de rest van de film.
 
Wat vond ik van deze succesvolle, prijzenwinnende film? Amusant en zeer de moeite waard. Jazz en hiernamaals, dat kan al niet stuk natuurlijk. Disney stelt de minimale leeftijd hier op 6 jaar, maar dat is veel te jong. Soul is niet eng, maar de thema’s zijn zwaar: sterfelijkheid, zin van het leven en allerlei existentiële ideeën. Maar niet bepaald spiritueel. De boodschap hier lijkt te zijn ‘Pluk de dag’, alleen het leven op aarde is belangrijk, daarna wacht de dood, onmiddellijk gevolgd door uitdoving. Een uitzichtloze situatie. Daarom heeft deze film, hoe vrolijk ook, een treurige nasmaak.
 

zaterdag 5 oktober 2024

Een grote tuin van liefde

De hemel van… Montaillou

(De hemel van… Afl. 27)

Vorig jaar overleed de Franse historicus Emmanuel Le Roy Ladurie. Hij is vooral bekend door zijn boek (gebaseerd op een inquisitie-dossier van de rooms-katholieke kerk) over het ketterse dorpje Montaillou in de Pyreneeën in de periode 1294-1324. De leef- en denkwijze van de bewoners, voornamelijk boeren en herders, werd bij het grondige onderzoek van de inquisitie uitzonderlijk goed gedocumenteerd. Rond 1325 was het definitief afgelopen met deze (laatste?) Katharen.

Het katharisme was een christelijke ketterij met invloeden uit onder andere de volkscultuur. Hiernamaals en geestenwereld speelden een grote rol, ook in het dagelijks leven. De herders en de boeren rond Montaillou waren vooral op zoek naar een hiernamaals waar hun ziel eeuwige rust zou vinden. Maar de reisroute naar hun hemel was een andere dan de ‘officiële’, voorgeschreven door de Kerk. Vandaar ook het fatale conflict met de inquisitie.

Voor een kijkje in de kathaarse hemel moet je eigenlijk ook hun versie van de zondeval kennen. Een prachtige mythe, die start met een gat in het paradijs, waardoor zielen als een sneeuwbui op aarde vallen, aangetrokken door de duivel. God merkt daar eerst niets van, maar is daarna stomverbaasd en kwaad, en zet snel zijn grote voet op het hemelse gat. Maar wel enigszins te laat, want een groot aantal zielen was al uit het paradijs getuimeld. Op de aarde zijn zij voortaan de prooi van vrouwelijke listen en gedupeerd met een lichaam van menselijk vlees, door de duivel toebereid.

Op dat moment begint de eerste fase van een cyclus: de zielsverhuizing. Op het moment van overlijden verlaten de geesten en/of zielen hun menselijke lichamen, en gaan (gekweld door vuurspuwende duivels) zo snel mogelijk op zoek naar een ander lichaam. Ze willen reïncarneren in een foetus van een dier of een mens. Met een aantal van deze incarnaties hebben de zielen kans om de cirkel weer rond te krijgen. Als ziel van een perfectus (kathaarse elite, een reine) bijvoorbeeld, gaan ze eindelijk weer terug naar het paradijs.

Als op deze manier alle goede geesten en zielen weer teruggekeerd zijn in het paradijs, zijn er geen rechtvaardige mensen meer over op aarde. Die verliest dus alle betekenis en dat maakt het einde van de wereld mogelijk. De aarde wordt de hel. De vier elementen verenigen zich, de hemel valt op de aarde, zon en maan doven uit. Het vuur laat de zee branden, die verheft zich tot een vloedgolf en blust het vuur. De aarde is dan een meer van pek en zwavel.

En hoe zit het met de hemel? Dat lijkt een knusse aangelegenheid te worden voor de gelovige bewoners van Montaillou. Allereerst wordt er op die laatste aardse dag gedanst, waarbij alle ongelovigen vertrapt worden. De rechtschapenen zijn voortaan als broeders bijeen, hun zielen verblijven in het paradijs. Dat is een grote tuin van liefde, een moederschoot waar iedereen gelijk is en alles eerlijk verdeeld wordt. Iedere ziel krijgt dezelfde portie goeds en geluk, er is eenheid, iedereen houdt van elkaar ‘zoals elke ziel de ziel van zijn vader of zijn kinderen beminde’.

Nogal een lokale situatie lijkt mij, deze hemel waar de inwoners van Montaillou in harmonie verenigd zijn. Gezellig onder ons in een harmonieus huishouden. Sociale opvattingen in plaats van de gebruikelijke religieuze voorstellingen. Geen woord over welk visioen van godzaligheid dan ook.
 


Bron:
Emmanuel Le Roy Ladurie
Montaillou
Uitgeverij Bert Bakker, 1986 (14e druk)

zondag 11 augustus 2024

Evans-Wentz en de Diamant Sutra

Een miljard views voor commerciële ‘schaduwwerkers’ op Tiktok. Wat jammer van al die tijd en aandacht. ‘Contact leggen’ met de duistere kant van je zelf is flauwekul, er is geen zelf, er is geen dualiteit. Verdiep je ook eens in dit interessante uitgangspunt, bijvoorbeeld via de Diamant Sutra. In hoofdstuk 31 (getiteld: ‘Men moet de Conventionele Waarheid Doorprikken’) kun je lezen:
 
[De Boeddha:] ‘Subhuti, als iemand zou beweren dat de Boeddha onderricht dat een individu werkelijk bestaat, denk je dat hij mijn woorden goed begrepen heeft?’ ‘Nee, Alom Vereerde, zo iemand heeft geen goed begrip van de leer van de Tathagata, omdat de Alom Vereerde onderricht dat de termen “zelf”, “persoonlijkheid”, “ego” en “afgescheiden individualiteit” in werkelijkheid niet bestaan en alleen maar concepten zijn’. 
[Daarop sprak de Boeddha:] ‘Subhuti, zij die uitblussing van de onvergelijkbare verlichting wensen te bereiken, moeten goed beseffen dat alle dingen alleen maar concepten zijn en moeten het toekennen van eigenschappen achterwege laten. Subhuti, de Tathagata heeft verklaard dat “eigenschappen” in  werkelijkheid helemaal geen eigenschappen zijn. Ze worden alleen maar zo genoemd.’
                                                                        (NL vertaling: Filip Pieters)


Mijn exemplaar, een uitgave van Ankh Hermes uit 2001, is gebaseerd op de Engelse 1947 vertaling van A.F. Price en biedt een beknopte samenvatting van de Prajnaparamita-geschriften, waarin de ultieme leer van de leegte wordt uitgelegd. Het origineel zou, volgens zeggen, maar liefst 21 boekdelen beslaan.

Ikzelf vind dit boekje extra leuk, omdat het voorwoord werd verzorgd door een vriend van Price, niemand minder dan W.Y. Evans-Wentz, die ik een interessante figuur vindt. Hij noemt de tekst een ‘Waardevol Juweel van Transcendente Wijsheid’, en hamert erop dat we het niet alleen moeten bestuderen via ons intellect, maar vooral ook door het beoefenen van de diepste meditatie.

In de hele tekst wordt sterk de nadruk wordt gelegd op het dogma van het niet bestaan van de ziel of het ego. En dat is ‘strikt boeddhistisch’ meent Evans-Wentz, want volledig in overeenstemming met de prediking van de Boeddha. In de hele sutra komt het ontkennen door de Boeddha van het werkelijk bestaan van alle voorwerpen en concepten, zoals het ego, de ziel, alle uiterlijke verschijnselen, verdienste, en zelfs van begrippen als bevrijding en niet-bevrijding, sterk tot uiting.

Evans-Wentz vindt het fijn dat deze leer nu makkelijk en voor iedereen beschikbaar is, maar moet helaas constateren dat het voor velen, en zeker voor de onwetende massa, in essentie esoterisch blijft. Volgens hem zal dit zo blijven ‘tot het Westen de veronderstelling van intellectuele en spirituele superioriteit ten opzichte van het Oosten laat varen’. Als ik dit lees, vind ik het extra onbegrijpelijk dat hijzelf iemand als C.G. Jung het voorwoord liet verzorgen bij de uitgave van het Tibetaans Dodenboek.

Tot besluit van zijn voorwoord wijst Evans-Wentz op de noodzaak dit onderricht in de praktijk uit te testen, en de volgende raad van de (niet nader genoemde) wijzen te koesteren:

De tijd gaat snel, en er moet veel worden geleerd;
Niemand weet wanneer de dood zal toeslaan:
Pas daarom de kunst van de zwaan toe om melk uit water te halen;
En wijd je helemaal aan het volgen van het Waardevolle Pad.

Zwaan? Melk uit water? Dat zei mij niets. Ik kon daar moeilijk uitleg over vinden, maar uiteindelijk kwam ik terecht op de website van een yogacentrum, waar uitgelegd werd dat de zwaan symbool is van onderscheidingsvermogen. Er wordt beweerd dat als je een zwaan een bakje met water en melk voorzet, zij de melk zal opdrinken en het water laten staan. Want de zwaan weet wat waardevol is en wat niet, weet wat blijvend is en wat voorbij gaat. Viveka heet dat in het Sanskriet.

zondag 28 april 2024

Wat is leven?

In 2014 verscheen Wat is leven?; Queeste van een bioloog, door Arjen Mulder (1955). Het is het relaas van een persoonlijk zoektocht, die in gang werd gezet door de dood van zijn vader en de geboorte van zijn zoon. Veel namedropping hier. Mulder voert filosofen, geleerden, ontdekkingsreizigers, schrijvers en geliefden op om mogelijke antwoorden te krijgen. Het resultaat is zijn verslag van hoe het is om mens te zijn, en je leven te delen met planten en dieren en natuurlijk de medemens.

Biologie wordt doorgaans ingedeeld bij de exacte vakken, maar voor Mulder is het net zo goed een geesteswetenschap. Niet omdat het leven in diepste wezen een psychisch proces zou zijn, en alles wat leeft bezield met bewustzijn, maar omdat er zonder leven geen ziel is. En ook geen bewustzijn, intelligentie, gevoel of intuïtie. Mulder vindt leven een proces waarin de materie geest voorbrengt, en zichzelf slimmer, gevoeliger en bewuster maakt. Het is datgene in ons wat voorkomt dat we ‘samenvallen met onszelf’, het besef (en ook wel illusie, vindt Mulder) dat je meer bent dan jezelf alleen. Er is ook nog de buitenwereld, het ‘elders dan in jezelf’, waar je kunt zijn dankzij het vermogen dat leven is. Je bent waar je blik zich bevindt, waar je oog op gericht is. En kijken doe je met meer dan je blik alleen. De fundamentele gerichtheid op elders noemt hij de ziel.

Het boek begint met bespiegelingen over de dood. Mulder heeft bijvoorbeeld grote achterdocht wat betreft bijna-doodervaringen, volgens hem een gevaarlijke valstrik van de natuur. Hij beschrijft het sterfbed van zijn vader, en de familie daaromheen. Hoe zij toekijken hoe lichaam en gezicht van de stervende  langzaam in zichzelf wegzakken. “Leven is blijkbaar iets dat je naar buiten doet, het geeft je lichaam volume, je poriën staan ervan open, het houdt je in verbinding met dat wat je zelf niet bent. Als je doodgaat word je wat je achteraf gezien de hele tijd al was. Materie.” Ademen vindt hij ook maar een materieel proces, de verplaatsing van luchtmoleculen van buiten het lichaam naar binnen en weer terug. Het maakt je lichaam niet groter dan het is, want dat doet je leven. Mulder noemt vaak de dingen die het leven doet of mogelijk maakt, maar wat is dan leven? Via het boek van Arjen Mulder zul je er niet achter komen. Het meest interessant vind ik zelf het korte interview met Francisco Varela over het Nu. Misschien later meer daarover.
 
 
 
Arjen Mulder
Wat is leven?; Queeste van een bioloog
Arbeiderspers, 2014

maandag 8 april 2024

Dier en ziel


Volgens deze cartoon gaan dieren rechtstreeks naar ‘de hemel’. Veel mensen zullen het daar (heimelijk) wel mee eens zijn, al hangt dat natuurlijk wel af van de aaibaarheid van hun lievelingen. De rest schuiven ze net zo makkelijk de oven of braadpan in.

Hebben dieren dan ‘een ziel’? Architect H.P. Berlage, onderwerp van de vorige blogpost, was daar stellig van overtuigd. (Maar planten werden door hem toch net iets hoger aangeslagen). En in de film Samsara van de Spaanse regisseur Lois Patiño reïncarneert een zieke vrouw in Laos als een geitje op Zanzibar. 

De dierenwereld is een van de zes bestaansrijken (bewustzijnstoestanden) waar je in terecht kunt komen. Het staat niet bepaald hoog aangeschreven. In het Bardo Thödol komt deze bestaanswereld twee keer ter sprake. Helemaal aan het eind als de overledene 'gefaald' heeft, en door de enorm dwingende kracht van karma toch een wedergeboorte moet accepteren. Hij kan dan nog proberen een gunstige moederschoot te kiezen. Als hij als dier geboren dreigt te worden, ziet hij in een soort mist holen in de grond, grotten en strohutten. Niet binnengaan, is hier het advies. 

De dierenwereld wordt voor het eerst genoemd op de zevende dag in de bardo van dharmata. Dat is een vreselijke en intense dag vol angstaanjagende verschijningen, verschrikkelijk kabaal en priemende lichten. Het is onverdraaglijk en daarom wil de overledene wegvluchten naar het aantrekkelijk milde groene licht van het dierenrijk. Trap daar niet in! Het Bardo Thödol is duidelijk. Want je zult vallen en in een door onwetendheid gedomineerde bestaanswereld terechtkomen. Daar zul je de oneindige ellende van domheid, verdoving en slavernij ondergaan, zonder ook maar enige kans op ontsnapping. Ook hier beter van niet dus. 

maandag 1 april 2024

Plant en ziel

De Nederlandse architect en stedenbouwkundige H.P. Berlage (1856-1934) maakte in 1923 een reis naar Indonesië (toen nog Nederlands-Indië). Hij hield daar lezingen en gaf bouwadviezen aan gemeenten, o.a. Batavia. Tijdens deze reis hield hij een dagboek bij, dat in 1931 gepubliceerd werd. Op 16 maart beschrijft hij een gelukkige dag. Aankomst in Colombo en door de patrijspoort werpt hij een eerste snelle blik op “een Indische stad”. Voor hem een “Openbaring van landschappelijke aard, omdat de plantengroei in het Oosten alles overheerst. Het landschap wordt er gekarakteriseerd door de plant; haar groen, en welk een groen, in alle mogelijke variëteiten is daarin beslissend.”

Veel mooi groen dus, daar in Colombo. En het ligt over alles heen gespreid, schrijft Berlage. Geen stukje of topje van de ondergrond is nog te zien, evenmin als een overgang van de groene kust naar zee. De eilanden drijven als “groenboeketten” op het water, en Berlage noemt in dit verband Multatuli’s vergelijking met een ‘gordel van smaragd’. Aan boord wordt genoten van het boek Indienfahrt (1916) van de Duitse schrijver Waldemar Bonsels (in 1912 ook nog de bedenker van Maja de bij!). Behalve “een prachtige inleiding tot de geheimzinnige Indische geest”, verbeeldt Bonsels in zijn boek treffend de heerschappij van dieren (hier een koningstijger) en de tijd dat die nog alleen op aarde leefden. Maar Berlage zelf zou deze waardigheid eerder aan de plant willen toekennen, “die als oerbegin van alle leven toch zeker het eerstgeboorterecht bezit.” Hij benoemt haar majesteit en stelt dat de plant (evenals het dier) een ziel bezit, “Dat zal toch geen bioloog meer durven ontkennen”, voegt hij daar ferm aan toe.

In de dagboeknotities volgt nog een jubelgedicht op de natuur (van Java), en er is een “eerste rit in de nieuwe omgeving naar de Boeddhistische tempel, ter kennismaking met die categorie der bouwkunst.” Berlage vindt het gebouw teleurstellend gerestaureerd.

 
Plant en ziel, ik vind het wel een sympathiek idee. Bij planten denk ik (zeker in het voorjaar) ook aan kracht, drang, energie. Dus waarom geen “bewustzijn”? Maar de stellige overtuiging dat ‘de plant’ een ziel bezit had ik bij een rationalist als H.P. Berlage niet verwacht. Misschien had hij op deze reis wat animistische ideeën opgepikt, zoals die op bepaalde Indonesische eilanden (bijvoorbeeld Soemba) voorkomen. Of misschien was Berlage theosoof? Daar kan ik geen aanwijzingen voor vinden. Waarschijnlijk is hij geen lid geweest van een dergelijke vereniging, maar wordt wel vaak genoemd en zelfs geclaimd hier en daar. In 2004 verscheen “Het Web der Schepping. Theosofie en kunst in Nederland van Lauweriks tot Mondriaan”, een dissertatie van Marty Bax (1956). Zij verdiepte zich in de relatie tussen kunst en westerse esoterie rond 1900. Bax toont aan dat de theosofie destijds veel Nederlandse kunstenaars en architecten heeft beïnvloed. Via de kunstacademies werden deze ideeën naar een breed publiek gecommuniceerd. Ook kunstenaars en ontwerpers, die zelf geen neiging hadden om lid van een loge te worden, werden zo beïnvloed door hun collega’s. Architect H.P. Berlage wordt door Bax een “freischweber” genoemd, die duidelijk door esoterische ideeën werd beïnvloed.

 

H.P. Berlage 
Mijn Indische reis; gedachten over cultuur en kunst
W.L. en J. Brusse’s Uitgeversmij, 1931

vrijdag 23 februari 2024

Een zee van leegte

In 2020 verscheen Utopia Avenue van David Mitchell, een roman over een fictieve Engelse folkrock band in de jaren 1967-1968. Er staat een mooie passage in met een interessante beschrijving van een hiernamaals. Als je het boek nog wilt lezen (aanrader), kun je hier beter stoppen vanwege de SPOILERS.
 
 
Utopia Avenue bestaat uit vier muzikanten, waaronder de (waarschijnlijk autistische) lead gitarist Jasper de Zoet. Jasper heeft een Nederlandse vader en een Engelse moeder. Hij heeft ernstige psychische problemen, zo lijkt het, maar eigenlijk is er meer aan de hand. Als je de boeken en het universum van Mitchell kent, weet je wat ik bedoel. Alle romans van David Mitchell hebben iets met elkaar te maken. Zo is Jasper bijvoorbeeld een afstammeling van Jacob de Zoet, hoofdpersoon van The Thousand Autumns of Jacob de Zoet (2010). Jasper wordt langere tijd opgenomen en behandeld in de psychiatrische instelling ‘Rijksdorp’ in Wassenaar in Nederland. Hij gebruikt medicijnen/drugs (‘queludrine’), maar als die uiteindelijk ook niet meer helpen, besluit hij er een eind aan te maken.

Via het bos loopt hij naar het Wassenaarse strand. “Duinen daalden en rezen op. Niet ver weg beukte de branding op de kust. Het helmgras zwiepte heen en weer. Meeuwen krijsten. De zee zag er vuil uit.” Het is vloed, en borden waarschuwen voor de gevaarlijke onderstroom. Naar het zuiden, aan de horizon, ziet hij Scheveningen. Acht kilometer naar het noorden Katwijk. Grijze moddertinten, grijze zandtinten, slijmerige kribben steken uit het wassende water. Jasper vult zijn rugzak met flinke kiezels en doet hem om. Dan loopt hij de zee in. Als het water tot aan zijn kin komt, wil hij zich naar voren laten vallen en zijn mond wijd openen (‘Eeuwigdurende queludrine. Een graf in zee, de enige zee, de eindeloze zee, de laatste zee.’), maar op het laatste moment wordt hij weerhouden.

Zand, duin en zee, in aanloop tot de dood. Het is een combinatie die later in het boek nog eens voorkomt, maar dan anders, onaards. Tijdens een concert zakt Jasper in elkaar. Hij ziet zijn lichaam vanaf een meter hoogte op het podium liggen, en denkt: ‘Dus het is echt waar dat je langzaam omhoog zweeft.’ Dan wordt hij met een onweerstaanbare snelheid weggevoerd. “Naar een hoog, steil duin dat verderop eindigt in een hoge heuvelkam. De wind en het zand zorgen voor de enige geluiden. Achter hem is alles blanco, en hoe scherper je kijkt hoe meer alles blanco is. Bleke lichtjes glijden op knie- of heuphoogte langs Jasper heen, in de richting van de duinkam. Een hele menigte. De wind duwt Jasper als tuimelkruid de helling op, zoals hij vast en zeker ook de bleke lichtjes omhoog blaast. Hij probeert er eentje te vangen, maar het gaat dwars door zijn hand heen. Zielen? Jasper bekijkt zijn hand. Slechts mijn herinnering aan mijn hand. Misschien zien al die bleke lichtjes zichzelf wel als een persoon. De hoge kam is nu vlakbij en komt met elke stap dichterbij. De hemel – als het tenminste de hemel is – wordt al schemerdonker. Even later – als het tenminste ‘even later’ is – staat Jasper op de hoge duinkam en kijkt de schemering in. De Schemering. De duinen lopen af naar een zee van leegte. Die lijkt zeven of acht kilometer verderop te liggen, maar Jasper betwijfelt of afstanden hier op dezelfde manier werken. De bleke lichtjes volgende contouren van de duinen, met verschillende snelheden en op verschillende hoogten, omlaag naar de zee. De ziel van Jasper de Zoet stapt van de hoge kam af…

Iemand beveelt: Terug. De ziel van Jasper de Zoet stopt op het laatste moment. De aflandige wind duwt tegen zijn ziel, harder nu. De ziel verzet zich. Er ontstaat getouwtrek…” Jasper wordt teruggeslingerd in zijn lichaam. Kan zich niet bewegen. Hij herinnert zich de duinen. De Schemering. Ik was bezig dood te gaan.

Wat goed dit! Die hoge duinkam, zielen op weg naar een zee van leegte. Het doet me een beetje denken aan Bring Up the Bodies (2012), waarin Hilary Mantel de hoofdpersoon Thomas Cromwell laat mijmeren over het vagevuur, “die wachtkamer van God waar elk uur duizend jaar duurt”. Wat gebeurt er met de zielen als dit ‘web’ wordt verbroken? “Tuimelen ze dan in een ijskoud niets, vallen ze elk jaar verder weg in de leemte, totdat alle sporen zijn uitgewist?” 

 
 
David Mitchell
Utopia Avenue
Vertaling: H. Damsma en N. Miedema
Meulenhoff, 2020

zondag 12 november 2023

Trippy eagle of souls

bron afb.: The Guardian

In de boekenrubriek van The Guardian, bij de bespreking van het boek Weird Medieval Guys van Olivia M. Swarthout, kwam ik deze opmerkelijke middeleeuwse afbeelding tegen. Het is een voorstelling van de stralende adelaar uit La Divina Commedia. Dante en zijn gids Beatrice reizen door de hemel en ontmoeten deze vogel, die is samengesteld uit de zielen van alle rechtvaardigen. Swarthout vindt het “such a powerful image and quite trippy”.
 

Ik heb de betreffende passage even opgezocht in mijn exemplaar van de Divina Commedia, vooral omdat ik benieuwd was hoe de interpretatie van Gustave Doré er uit zou zien. De adelaar wordt opgevoerd in de Negentiende Zang (Paradiso). De verenigde rechtvaardigen zitten hier duidelijk op één lijn, zij spreken met één stem. De adelaar zegt ‘ik’ en niet ‘wij’. Dante gebruikt de gelegenheid om een kwestie ter sprake te brengen die hem erg dwarszit, namelijk de uitbanning van de deugdzame heidenen uit het Paradijs. En dan ook nog het bestaan van een uitverkoren volk! Hij vindt dat erg moeilijk te aanvaarden. De adelaar gaat daarop in en bespreekt het leerstuk uitgebreid, maar op koele en strenge wijze, in drie opeenvolgende Canti (19,20,21). Het komt erop neer dat het menselijk begrip zeer beperkt is, en dat Gods wegen en besluiten ondoorgrondelijk en rechtvaardig zijn.
 
Dit is de illustratie van Gustave Doré (1832-1883):
 

 
Bronnen:
The Guardian, 28 oktober 2023

Dante Alighieri
Divina Commedia
Bruna, 1988

zaterdag 4 november 2023

Ego, geest en zelf

In het uitgebreide commentaar (1935) van C.G. Jung op het Tibetaans Dodenboek, kwam ik een citaat tegen van zijn collega Sigmund Freud, die ooit als eerste opgemerkt zou hebben dat ‘het ego de ware locatie van de angst is’. Diezelfde week las ik ergens een quote van de Indiase meester Shantideva (8e eeuw): ‘Alle leed en angst komen voort uit de geest, en het grijpen naar een zelf.’

Ego, geest, zelf? Bedoelen de heren hier nu precies hetzelfde?

Freud bracht met zijn opmerking ‘een ware en diep intuïtieve overtuiging onder woorden’, vond Jung, want ‘diep in elk ego schuilt de angst voor het zelfoffer’. De onbewuste krachten willen zich juist volledig uiten. Iedereen die streeft naar zelfverwerkelijking (individuatie) krijgt onherroepelijk met deze angst te maken, want bij het ‘totale zelf’ hoort natuurlijk ook datgene waar je bang voor bent, en waarvan je misschien dacht verlost te zijn.

De term ego heeft Freud bedacht (het woord komt uit het Latijn en betekent ‘ik’). De menselijke psyche werd door hem verdeeld in drie verschillende bewustzijnsniveaus: ego, id en superego. Het ego is het rationele en praktische deel van onze persoonlijkheid en werkt gedeeltelijk bewust en deels onbewust. Het is wat je denkt over jezelf, je zelfbeeld. Id is dan het primitieve dierlijke instinct, diep in het onderbewuste.

 
In het Tibetaans boeddhisme is ego een ander verhaal. In een vorige blogpost beschrijft Chögyam Trungpa de ontwikkeling van de vijf skandha’s, de vijf ‘aggregaten’. Het zijn de basiselementen van onze ervaring: vorm, gevoel, perceptie, mentale formaties en bewustzijn. Het is maar een verzameling neigingen, maar onze verwarde geest ziet zichzelf als een vast en blijvend iets. Hij gelooft in een zelf of ego. En zo leven wij in een vergissing en zien niet wat we werkelijk zijn. Op het cruciale sterfmoment herkennen wij (daardoor) het Heldere Licht niet, en worden leven na leven (door de geest) in een web van onwetendheid gevangen gehouden. De geest is de schepper van onze werkelijkheid.

Twee versies ego, twee keer zelfbedrog. Niets is wat het lijkt. Je houdt vast, je houdt af, je hebt angst.

De christelijke traditie zet daar iets definitiefs naast: de onsterfelijke ziel. Opgaan in hemelse eenheid bij, met, naast God, is hier het hoogst haalbare. Het boeddhisme doet niet aan ziel. Het bewustzijn (de geest) kan op het sterfmoment volledig samensmelten met het Heldere Licht, de Eenheid (God, zo je wilt). Maar als dit niet lukt, ga je door naar een volgende incarnatie. Er is continuïteit. De gewone neigingen komen dan weer op, in de vorm van gedachten en emoties en hun projecties. In de bardo van dharmata ontvouwen zich de indrukken van de vijf innerlijke elementen. Afhankelijk van je beleving, ervaar je deze beelden en figuren als angstaanjagende bardokrachten, óf als overweldigende energieën van verlichting.

 
 
Voornaamste inspiratie:
Psychologisch commentaar door Carl Gustav Jung
Het Tibetaanse Dodenboek
Walter Evans-Wentz
Ankh Hermes, 2017
 
Sogyal Rinpoche
Dagend inzicht
Servire, 1995

maandag 24 april 2023

Geesten in Polynesië

Een vorige blogpost ging over Manao Tupapau, een schilderij van Paul Gauguin uit 1892, ook wel Spirit of the Dead Watching genoemd. Volgens Gauguin wilde hij met dit mysterieuze werk de Polynesische angst voor de tupapau (geesten van doden) verbeelden. Geloof in geesten was en is wijdverspreid in de Polynesische cultuur, maar tegenwoordig toch wat minder. Het woord qaitu verwijst naar de geest van een overledene, en tupuqua heeft een wat bredere betekenis, daarmee worden alle bovennatuurlijke wezens bedoeld. In veel legenden zijn geesten betrokken bij aangelegenheden van levenden. Ze zouden ook ziekte kunnen veroorzaken of zelfs je lichaam binnendringen. Bij bezetenheid spreekt het slachtoffer vaak met de stem van een overledene. Er wordt geprobeerd de geest te bepraten of uit te drijven met sterke medicijnen van planten. Die worden ook gebruikt als de genezing van een patiënt vertraagd wordt door een kwade geest. Sommige van de oude legendes gaan uit van een dubbelziel die in het lichaam woont. Eentje die je nooit verlaat, en een andere die door bezweringen kan worden weggetoverd van het lichaam. 
 
 
Na de dood reist een geest normaal gesproken naar de sky world of naar de onderwereld, maar sommigen blijven op aarde. De Hawaïanen geloofden in aumakua, geesten van voorouders die bij de levenden bleven. Zij werden vergoddelijkt tot beschermende familiegoden, die soms fysieke vormen aannamen (dieren, planten, rotsen). Voor de Polynesiërs was de onderwereld de plek waar de zielen van gewone mensen naar toe gingen. Het was een dorre woestenij zonder water, gras, bloemen of bomen. Een rijk van schemering en schaduwen. Ik moet hierbij denken aan de bardo van wording met zijn grijze nevel: “grijs als het licht van morgenschemering in het najaar, niet dag en niet nacht”. Geesten die in de onderwereld verbleven waren onzichtbaar voor mensen, behalve voor een enkeling met buitengewone talenten. En ook dat komt overeen met de overledenen in de bardo van wording, die waargenomen kunnen worden door helderzienden of yogi’s en goden die dit soort vermogens hebben ontwikkeld.
 
 
Zielen die achterbleven op aarde konden aan mensen verschijnen. Soms overdag, meestal ’s nachts. Ze zwerven langs het strand tussen zonsondergang en zonsopgang. Ronddwalend omdat ze geen behoorlijke ceremonie hebben gehad, of omdat demonen ze iets aangedaan hebben toen ze wilden oversteken naar de andere wereld. Na verloop van tijd worden deze zwervende geesten zelf ook kwaadaardige demonen. Ze gaan dwalen rond speciale plaatsen, zoals de geboorteplek of sterfplek, om daar hun kans af te wachten om een onschuldige levende ziel kwaad te doen.
 
 

Voornaamste bronnen:
diverse Wikipedia

dinsdag 16 augustus 2022

Abortus en reïncarnatie

Dit jaar werd de abortuswetgeving in de VS drastisch aangepast. Hierdoor laaide de discussie ook in Nederland weer (even) op. Op deze plek neem ik geen standpunt in, daar is dit blog niet voor bedoeld. 

Net als alle religies, en vrijwel iedereen die in enige mate spiritueel geïnteresseerd is, gaan we op dit weblog uit van een ziel, een bewustzijn dat na de lichamelijke dood “verder gaat”. In het algemeen wordt aangenomen dat de dood plaatsvindt als dit bewustzijn het stoffelijke lichaam verlaat om aan zijn reis door het hiernamaals te beginnen. Een zeer speciaal moment.

Een ander interessant moment is het, wanneer reïncarnatie bestaat en deze 'ziel' een nieuwe lichaam binnentreedt. Wanneer en hoe vindt dat dan plaats? Op of na het moment van de geboorte? In een van de fases daarvóór? Dit vraagstuk mis ik wel in de hele discussie. Ook bij de tegenstanders van abortus, vaak afkomstig uit (orthodox) christelijke hoek. Die hebben natuurlijk sowieso niets met zielsverhuizing.


In het interessante boek Tussen twee levens (1986) van de Canadese regressietherapeut dr. Joel L. Whitton (1945-2017) kwam ik deze vragen wel tegen. In zijn boek gaat Whitton er vanuit dat reïncarnatie waar is, en dat de dood niet meer is dan de drempel van een tussenstaat tussen twee opeenvolgende levens in. Zijn proefpersonen zijn onder hypnose diep in dit schemergebied doorgedrongen, en hun getuigenissen in Tussen twee levens belichten een grotendeels onbekend gebied van de menselijke ervaring. Het leven na de dood is gelijk aan het leven voor de geboorte, en de meesten van ons hebben talloze malen als entiteit zonder lichaam in deze wereld een verblijfplaats gehad.

De ervaringen van de proefpersonen van Whitton (in het boek remigranten genoemd, wat ik niet zo’n goede vertaling vind) zijn niet bepaald eensluidend. Er worden bijvoorbeeld heel verschillende tijden aangegeven waarop ze zich bewust werden zich in een lichaam te bevinden. Dat varieert van enige maanden vóór de geboorte tot, inderdaad, het moment dat zij uit de baarmoeder te voorschijn kwamen. Vaak wordt vermeld dat ze ‘boven de moeder zweefden’ en haar allerlei aanwijzingen gaven om hun beider welzijn te bevorderen. Verstandig eten, welke muziek luisteren, niet roken en geen alcohol. Soms werd er alvast een naam voor het nog ongeboren kind doorgegeven.

Tussen twee levens kan dus geen definitief antwoord geven op de belangrijke vragen van deze blogpost, daarvoor spreken de getuigenissen elkaar teveel tegen. Misschien is het bij iedereen weer verschillend? Volgens Whitton wordt de kwestie extra ingewikkeld omdat er twee soorten geheugens zijn, dat van de hersenen en dat van de ziel. Het is uiterst moeilijk om te bepalen of de onder hypnose verkerende remigrant boodschappen uit het centrale zenuwstelsel overbrengt, of vanuit de aanwezigheid van het eeuwige ‘Ik’.

Whitton: “Voor deze onzekerheid, hoewel ze relevant is voor het hoogoplopende debat ten aanzien van abortus, bestaat vooralsnog geen oplossing. We kunnen alleen vaststellen dat, in het geval er een ziel aanwezig is in het lichaam waarop abortus wordt gepleegd, dit gelijk staat aan moord; als dat niet het geval is doet de aborteur in wezen niets kwalijkers dan het verwijderen van wat lichaamsweefsel”. Dit probleem wordt nog moeilijker als er wordt uitgegaan van een reïncarnatie zonder voorafgaand tussenbestaan, zoals bij de Druzen in Libanon of de Jains in India.

 

Bron: 
Tussen twee levens 
Dr. Joel L. Whitton en Joe Fisher 
Kosmos, 1992