Posts tonen met het label angst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label angst. Alle posts tonen

woensdag 12 augustus 2026

Troostdromen


In de Engelse New Scientist stond laatst een kort artikel van Alice Klein over geruststellende dromen, die vaak zouden voorkomen bij terminale patiënten. Prettige en levendige dromen en visioenen met overleden geliefden, wachtende familieleden, huisdieren en allerlei symbolen. Een bron van troost en opluchting voor de zieken die een spoedig levenseinde onder ogen moeten zien. Hun angst voor de dood vermindert en er zijn gevoelens van innerlijke vrede. Het helpt de mensen om de dood te accepteren, zeggen de onderzoekers van een recente (?) Italiaanse studie.

Deze intense dromen in een ongewisse periode lijken mij toch vooral veroorzaakt en gekleurd te worden door wat mensen doorgaans verwachten of hopen, wat betreft overgang en hiernamaals. In een eerdere blogpost zagen we al dat dit (net als bij bijna-doodervaringen) ook nog cultureel bepaald kan zijn. In India bijvoorbeeld zijn het vaker religieuze figuren die de ontvangst aan gene zijde voor hun rekening nemen. En misschien is het zelfs mogelijk dat in tijden van crisis de menselijke geest zelfbeschermend ingrijpt en verlammende doodsangst probeert te dempen met allerlei kalmerende kunstgrepen.

Toch is het niet zo dat al deze eind-van-het-leven dromen en visioenen kalm en vredig verlopen. Ongeveer tien procent is behoorlijk verontrustend. Eén van de ondervraagde patiënten kreeg te maken met een monster met haar moeders gezicht, dat haar meesleepte. Bij bijna-doodervaringen schijnt ongeveer 20 procent angstwekkend te zijn. Meer symbolisch zijn de dromen met deuren, trappen of licht. Een persoon beschrijft een barrevoetse klim naar een open deur gevuld met wit licht.

Alice Klein noemt in haar artikel ook nog een soortgelijk onderzoek van de Amerikaan Christopher Kerr, die al jaren met dit onderwerp bezig is en er regelmatig over publiceert. Hij zegt het vooral interessant te vinden dat het niet willekeurig is wie er naar je toekomt, maar dat het altijd de mensen zijn die echt van je hielden en je beschermden. Omgekeerd kan ook nog. Er is een voorbeeld van een vrouw van 70 met visioenen van haar doodgeboren eerste kind. Zij bewoog daarbij haar armen of ze een baby wiegde. Het verlies vond ze te moeilijk om over te praten, maar zijn bovennatuurlijke terugkeer bracht haar uiteindelijk troost.

De frequentie van de dromen en visioenen neemt toe naarmate de dood nadert want “dying is progressive sleep”, zegt Kerr. Sterven is een geleidelijk slaapproces. Met progressive sleep wordt hier een geleidelijk, dieper wordend slaap- of bewustzijnsverlagingproces bedoelt. Kernidee hierbij is dat mensen meestal niet sterven in een wakkere of helder bewuste toestand, maar geleidelijk wegglijden in diepe slaap en rust waarin het leven losgelaten wordt. Volgens Kerr worden de dromen levendiger en opvallender omdat de mensen voortdurend in en uit slaap zijn.

Het levenseinde heeft vaak een droevig en afschrikwekkend imago omdat er "diep ingebakken in onze overleving een instinctieve reactie op dreiging zit”. Dat de gedachte aan de dood ons kennelijk banger maakt dan de dood zelf, zagen we al in een eerdere blogpost. Maar de laatste weken van een terminale ziekte kunnen rijk zijn in liefde en betekenis, en mensen “komen onvermijdelijk tot iets van accepteren”, zegt Kerr. “Eén van de meest opvallende dingen is de afwezigheid van angst”. 

 

Bron:
Alice Klein
New Scientist
april 2026

maandag 25 mei 2026

Ich freue mich

Maarten ’t Hart en de dood (2-2)

In het eerste deel van deze blogpost beschreef Maarten ’t Hart (1944) hoe hij ooit een zelfmoord overwoog. De doorgaans monter ogende schrijver brengt in zijn boeken ook wel eens ‘mini-depressies’ ter sprake, die dan gelenigd worden door een troostend bezoek aan de boekhandel en de aanschaf van (afgeprijsde) boeken (meestal over componisten). Ik weet niet of Maarten in een eventueel hiernamaals gelooft, daar laat hij zich nooit over uit. Wel over de dood. Zijn vader was grafdelver en bij hem op het kerkhof zag hij ooit dit versje:

Eens was ik net als u,
die dit nu staat te lezen,
en zoals ik nu ben,
zo zult gij eenmaal wezen.
 
Een olijke variant op ‘heden ik, morgen gij’, maar voor de achtjarige Maarten een schokkende eye opener. In een van zijn autobiografieën (Dienstreizen van een thuisblijver) vertelt hij over een reportage op de begraafplaats van Warmond met een Duitse fotograaf, genaamd Tobias Todt. Het hele verhaal lijkt mij uit de duim gezogen, maar maakt wel duidelijk hoe Maarten over de dood denkt. Hij lijkt daar niet bevreesd voor, maar wel ‘doodsbang voor een ernstige ziekte’. Want dan kom je in een ziekenhuis terecht en daar kun je niet slapen, weet hij uit ervaring, en daardoor zink je steeds verder weg in een depressie. Je wilt dan dolgraag slapen en wegzinken in de diepst mogelijke slaap. ‘En wat is de diepst mogelijke slaap anders dan de dood?’  En als je zo smartelijk naar slaap kan verlangen, naar vergetelheid, naar wegzinken in een zoete sluimer, waarom je dan nog druk maken over de dood? ‘Doodzijn was toch het ultieme slapen, was toch een slaap van eeuwige jaren?’, citeert hij een boek van lang geleden.
 
 
Maarten wil vooral niet gecremeerd worden, ‘want dan worden al die hoogwaardige eiwitten die je je leven lang stuk voor stuk hebt opgebouwd in één klap vernietigd’. Hij laat de fotograaf alvast het plekje zien waar hij ooit wenst te liggen. De muziek bij de uitvaart moet in ieder geval het mooiste stukje Prokofjev bevatten, anderhalve minuut filmmuziek getiteld ‘de Tataarse steppe’. Hij lijkt zich te verheugen, want dood zijn heeft zo zijn voordelen. Als hij langs dit kerkhof fietst denkt hij altijd: als je dood bent, hoef je nooit meer op reis. Hij neuriet cantate 82 van Bach: Ich freue mich auf meinen Tod. 
 
 
 
bronnen:
Maarten ’t Hart
Een deerne in lokkend postuur
Persoonlijke kroniek 1999
De Arbeiderspers, 2000
 
Maarten ’t Hart
Dienstreizen van een thuisblijver
De Arbeiderspers, 2011

woensdag 11 maart 2026

Dat mooie hoofdje


Jan Mandijn: De verzoeking van Sint-Antonius (1550) 
Gezien in Haarlem, Frans Halsmuseum

Met onze gedachten creëren we de wereld, zei Boeddha.

De heilige Antonius schonk zijn bezittingen aan de armen en trok zich in alle eenzaamheid terug in een woestijn. Twintig jaar lang bidden en vasten en boete doen. En dit was wat hij zag. Demonen, angstvisioenen, lust en verleidelijke vrouwen.

Vooral dat laatste is natuurlijk de roep der natuur. Wijlen Leonard Cohen dacht gedurende zijn relatief korte retraite op Mount Baldy voortdurend aan vrouwen. Lees vooral zijn Book of longing (2006).

Antonius zocht de oorzaken buiten zichzelf, bij het ‘andere’, een aanval van de ‘duivel’. Kwellingen en verlokkingen om hem op de proef te stellen.

Dualiteit.

donderdag 5 maart 2026

Herpak


IN-TUSSEN lag even stil, maar ik probeer nu de draad weer op te pikken. De afgelopen maanden ontbrak het mij aan drie basisvoorwaarden: Rust en Gelegenheid tot Nadenken (en ik zie nog meer reuring mijn kant opkomen), maar op dit moment kan het.

Ik heb nog wel een interessant boek kunnen lezen: Sterrenstof zijn wij van Margot Brouwer. Deze voorheen angstige sterrenkundige wist haar doodsangst te dempen en prangende vragen te beantwoorden met een mix van werken van Spinoza, wetenschap en mystiek (o.a. advaita). Dat sloot mooi aan bij enkele onderwerpen die mij op dit moment bezighouden, zoals non-dualiteit, neo-advaita en figuren als Tony Parsons en hun boodschap.

‘Leegte’ vind ik een zeer inspirerend onderwerp, daar wil ik graag meer over nadenken, en dat met behulp van Grondregels van de filosofie van het midden, het belangrijke werk van Nagarjuna. Dat ga ik herlezen, in de vertaling van Erik Hoogcarspel. Pittige kost, maar misschien kan ik wat blogposts schrijven om het voor mezelf wat duidelijker te krijgen. Het lijkt me ook interessant om de lessen van Spinoza en Nagarjuna te vergelijken. Er zijn overeenkomsten, maar nog meer verschillen denk ik. Maar daar ben ik nu nog niet aan toe, ik hoop er later op terug te komen.

Binnenkort Nagarjuna dus.

maandag 24 november 2025

Frida Kahlo: De Droom


Deze week zijn er twee schilderijen voor een recordprijs verkocht. Een werk van Gustav Klimt en een ‘zelfportret’, getiteld De Droom (Het Bed), van Frida Kahlo. Dit laatste schilderij, gemaakt in 1940, heeft mijn bijzondere belangstelling vanwege de surrealistische verbeelding van (o.a.) de thema’s slaap, droom en dood.

Kahlo maakte in de jaren dertig en veertig vaker een zelfportret, geïnspireerd door bijvoorbeeld een ingrijpende gebeurtenis uit haar leven. Na een bijna fataal ongeluk had zij lange perioden van chronische pijn en moest vaak noodgedwongen het bed houden.

Op het schilderij zien we Frida Kahlo slapend in een soort houten hemelbed, zwevend in de wolken, die haar dromen zouden symboliseren (of anders misschien de hemel). Zij ligt onder een gouden deken, verstrikt in ranken en bladeren. ‘Het leven’, wellicht.

Meest opvallend is het skelet dat bovenop het bed ligt. Dat is wakker en omwikkeld met explosieven. Het kan elk moment fout gaan. De dood is een realiteit en onvermijdelijk. Het skelet houdt een boeket vast, waaronder springstof. Verraad dus, een Judas. In Mexico worden tijdens Pasen skeletten van papier-maché (Judas) verbrand, om zo het vernietigen van alle negatieve energieën uit te beelden. Kahlo verwerkte, naast o.a. surrealistische elementen en Katholiek symbolisme, ook Mexicaanse volkskunst in haar schilderijen. In deze cultuur leven de doden en de levenden in harmonie naast elkaar en feesten soms zelfs samen.

Naar het schijnt sliep Frida Kahlo in een hemelbed naast een skelet van papier-maché. De dunne lijn tussen slaap en dood hield haar voortdurend bezig. Zij was ook bang om te sterven in haar slaap.

maandag 10 november 2025

Frozen sky

Wij zijn sterrenstof. Letterlijk. Destijds al een bekende hippie slogan (denk aan Crosby Stills Nash & Young), maar hij komt ook nu nog vaak voorbij. In de vorige blogpost bijvoorbeeld, benadrukt sterrenkundige Margot Brouwer het feit dat wij gemaakt zijn van atomen die gesmeed zijn in het centrum van sterren. Voor Margot een basis voor inzicht en troost en een demping van haar (doods)angsten.

In een andere aflevering van dezelfde podcastserie (De Verwondering) kwam de dichter Ingmar Heytze aan het woord. Ook hij wordt geplaagd door vele angsten, die hij bestrijdt met een mooie en (voor hem) troostrijke gedachte: wij zijn niet alleen maar stof, maar op de een of andere manier ook van licht. Mooi gezegd, zelf zou ik het energie noemen.


En Jonathan Richman heeft weer een andere metafoor. Op de titeltrack van zijn nieuwe album zingt deze leeftijdloze rock’n’roll optimist “I was only just frozen sky anyway”. Uncut magazine vroeg hem om deze beeldspraak nader toe te lichten. Het komt uit de poetry van de Indiase guru Paramahansa Yogananda (1893-1952), vertelt Richman. Die schreef: “I am the vast blue ocean of sky… frozen sky…” Naar het schijnt was een vriend van hem net overleden en Yogananda reageerde met dit gedicht om aan te geven dat dood alleen een verandering is, van de ene manier van zijn in het universum naar een andere.

Dat is wel een beetje kort door de bocht van Jonathan. Het betreffende citaat komt uit een gezang van Yogananda, een meditatie over het identificeren van het zelf met het oneindige (gesymboliseerd door de sky). "I am a little drop of the sky — frozen sky" suggereert dat individueel bewustzijn (de “druppel”) een manifestatie van het goddelijke is, en een deeltje van de onmetelijke onstoffelijke realiteit. Een deeltje dat vanwege onze beperkte zienswijze vast lijkt te zijn (“bevroren”).

Pas toen de hele elpee af was en Jonathan Richman al het materiaal gehoord had, realiseerde hij zich dat dit album een thema heeft, namelijk (de) dood. En dat terwijl heel veel van zijn songs juist over jeugdigheid en levensgenieten gaan, merkt Uncut nog op. Klopt, zegt Richman, maar er is niks mis met contrast. Het zal ook de ‘ouwe dag’ wel zijn, vermoed ik. Jonathan is ook al weer 74.

 
bron: uncut 345, 2025
 

maandag 3 november 2025

Sterrenstof en Spinoza

In podcastserie De Verwondering had Annemiek Schrijver een interview met sterrenkundige Margot Brouwer (1989), die haar kennis over het universum (wetenschap) combineert met filosofie en zingeving. Wij zijn sterrenstof. Wij zijn gemaakt van atomen die gesmeed zijn in het centrum van sterren.

Brouwer worstelde jarenlang met een verlammende doodsangst , die al begon in haar vroege jeugd. Ze groeide op in een christelijk gezin en kreeg het benauwd bij het idee van eeuwige duisternis. Hoe lang duurt dood zijn en de eeuwigheid, vroeg zij zich af. In feite werd de keuze voor haar studie sterrenkunde en natuurkunde ingegeven door deze angsten. Zij wilde antwoorden op haar vragen. Waar komen we echt vandaan, hoe is het universum ontstaan, de aarde, en hoe gaat het uiteindelijk verder? Margot belandde in een wereldbeeld dat heel ver afstond van haar geloof als kind. De oerknal, het ontstaan van de sterren, de aarde, de evolutie vanaf eencelligen tot de mens. Allemaal toevallig zo ontstaan, het is gewoon. De wetenschap leek haar angsten te bevestigen: er is geen zin en na de dood is er niets. De feiten hielpen niet haar gevoel van eenzaamheid op te heffen.

Het kantelpunt kwam toen ze naast haar wetenschappelijk werk de filosofie van Spinoza ging lezen, daardoor werd haar belevingswereld weer geopend en kon ze de natuurwetenschap gaan gebruiken om alsnog haar existentiële vragen te beantwoorden. Spinoza ziet God niet als iets dat buiten het universum bestaat (een mensachtige god die het universum heeft gemaakt), maar ziet God als het universum of heelal zelf, en wij zijn daar een onderdeel van, een onderdeel van God. Deze pantheïstische visie opende voor Margot de deur van de wetenschap naar filosofie en mystiek, o.a. de advaita (non-dualiteit). Ook Einstein wordt genoemd als bewonderaar van Spinoza. Wij staan niet los van alles, maar zijn er een integraal onderdeel van. De mens ervaart zichzelf en zijn gedachten en gevoelens als afgescheiden van de rest. Een soort optische illusie van het bewustzijn. Een waanbeeld dat werkt als gevangenis.

Margot ruilt haar psychiater in voor de spirituele lerares Unmani (die, zo lees ik op haar website, o.a. geïnspireerd is door Tony Parsons) en leert het leven in het hier en nu te aanvaarden. Zij ziet nu in dat het allemaal gedachten waren, gebaseerd op het idee dat ze op een soort tijdlijn leeft. Allemaal gedachten die je nu hebt, nu op dit moment. Vertrouw er niet op dat die allemaal waar zijn, maar vertrouw alleen op wat je nu direct weet, dan is er eigenlijk alleen maar dit moment. Je bent alleen maar hier en nu. Het enige moment waarop je kunt zijn is nu. Dat betekent dus dat je helemaal niet bang hoeft te zijn voor de dood, omdat er nooit een nu zal zijn waarin je dood bent. Margot werd bevrijd van haar angst. En ‘zonder doodsangst’, zegt ze, ‘is er meer ruimte voor compassie’.

Dit is het ultieme wetenschappelijke experiment, vindt Margot. Het enige wat ze kan weten is dat ze dit moment is en dat ze in dit moment is, dat is volgens haar God. De tijd gaat niet voorbij, zegt Einstein, dus het is als een dimensie, het is als ruimte, het bestaat allemaal tegelijkertijd. Er is dus altijd een plekje in de tijd waar je bent. Die ene uiting van God, namelijk jij. Als je dat beseft, dat je niet bang hoeft te zijn voor de dood, dan kun je ook je eigen belang iets losser vasthouden en dan kun je leven met minder angst. Dus je eigen identiteit misschien ook wat minder serieus nemen, want ook die verandert. (Leegte!) Eigenlijk is de hele persoon die ik denk te zijn helemaal gebaseerd op ideeën en herinneringen.

Margot vindt nu dat ze het christendom waarmee ze opgegroeid is, te letterlijk nam en ziet de meer symbolische betekenis van al die oude teksten. Ze gaat ook weer naar de kerk.

zondag 15 juni 2025

Een grote zaal met fluwelen gordijnen

De hemel van… Jan Siebelink

(De hemel van… Afl. 29)

Coen Verbraak had een interview met schrijver Jan Siebelink in de podcast Over Leven van 10 mei 2025. Siebelink (87) publiceert al sinds 1975, maar werd pas in 2005 bekend bij het grote publiek met Knielen op een bed violen, een boek over zijn jeugd in een streng gelovig gezin. Er werden maar liefst 800.000 exemplaren van verkocht.

Vorig jaar overleed zijn vrouw Gerda, de grote liefde met wie hij zestig jaar samen was. Nu moet hij alleen verder en dat valt hem zwaar. Er zijn oude vragen en angsten over God, liefde en dood. Jan rekent uit, als hij misschien nog drie jaar zou leven, zijn dat ongeveer duizend dagen alleen. Hoe komt hij ze door? Deze lente bijvoorbeeld, het gemis is enorm. Gerda was niet gelovig, maar mocht wel als enige zijn vader voorlezen op diens sterfbed. Misschien ook omdat ze een heel mooie vrouw was.

Jan vraagt zich af hoe het nu met haar gaat. Het omhulsel is verdwenen, maar wat gebeurt er met haar geest en haar ziel? Volgens Paulus wordt ons een onvergankelijk lichaam toegedacht, zijn vader las dat heel vaak voor. Maar hoe zou dat dan zijn? Zij is nog wel ergens, denkt Jan. Hij is nieuwsgierig, want binnenkort zal hij daar zelf bijkomen. En ziet hij Gerda dan terug? Hij hoopt vurig van wel. Waarschijnlijk zit zij met zijn vader ter rechter hand Gods. En hij ziet zichzelf die grote zaal met fluwelen gordijnen binnenlopen, hij wordt verwacht, hij mag doorlopen van God. Althans, dat hoopt hij. Dan is hij daar en ze wenken naar hem. Maar hoe het er dan verder aan toe zal gaan, dat heeft hij allemaal nog te bedenken.

Hij piekert wel over het moment van de overgang, hoe zal dat gaan? Een fractie van een moment ben je er wel én je bent er niet. Maar Jan is vooral bang voor het oordeel, wat misschien op hem wacht na zijn dood. Hij heeft wellicht teveel aan zichzelf gedacht, maar toch ook wel veel goede dingen gedaan. En al die mooie boeken die hij geschreven heeft, die zullen toch ook mensen getroost hebben. Je wordt ‘gewogen’, dat is hem bijgebracht, en hij hoopt maar dat de weegschaal redelijk in evenwicht is. Hoewel zijn maatstaven maar burgerlijk zijn natuurlijk, God is veel groter.

Jan had het geloof uit zijn jeugd afgezegd en literatuur kwam ervoor in de plaats. Maar toen hij Knielen schreef ging hij zich weer helemaal verdiepen in zijn vaders boeken. En ja, de angsten van het geloof blijven toch wel heel diep in je zitten. Hij is ook wel jaloers op zijn vader die een directe band met God had. Dat zou je redding kunnen zijn als er verlossing bestaat. Toch was zijn vader ook angstig op zijn sterfbed, bang voor het oordeel. God hield zich afzijdig. Jan hoopt in ieder geval dat hij zelf de genade ontvangt om te kunnen geloven.

Hij heeft altijd een mystieke band met zijn vader gehad, en voelt zich schuldig dat hij diens verhaal gebruikt heeft voor zijn bestseller. Hij heeft daar veel geld mee verdiend, terwijl het boek misschien niet eens een duidelijk beeld geeft van dat geloof, dat hij zelf eigenlijk ook niet helemaal snapt.

Jan geniet nog wel van het leven en wil het nog niet loslaten, juist omdat hij zo bang is om dood te gaan. Maar hij voelt dat de eindigheid nu ook voor hem naderbij komt, en daarom wil hij zijn tijd zo goed mogelijk besteden. Hij moet trachten God te vinden om zo misschien nog de zaligheid te beërven. En vooral geen tijd vermorsen met voetbal kijken (op zondag nota bene) of in de zon zitten. Een bijbels schuldgevoel zegt hem dat hij dat niet verdiend. Maar met zijn veertig boeken zal hij toch niet snel beschuldigd worden van ledigheid, daar aan die hemelpoort. Hij heeft zijn talenten gebruikt en niet onder de korenmaat gezet. Maar je mag niet opscheppen, je moet nederig zijn.

zondag 18 augustus 2024

La petite mort

In eerdere blogposts kwam het ‘zelf’ al ter sprake, een (vals) concept.
Onze verwarde geest gelooft in een zelf of ego, en ziet zichzelf als een vast en blijvend iets. Een ernstige vergissing. Op het cruciale sterfmoment bijvoorbeeld, hebben wij zo’n angst dit ‘zelf’ te verliezen, dat we geen bevrijding kunnen bereiken door op te gaan in het Heldere Licht. Leven na leven worden wij door onze eigen geest gevangen gehouden in een web van onwetendheid. 
 
Een heel ander voorbeeld van deze angst kwam ik tegen in het boek Slapen, dromen en sterven, een verslag van een ontmoeting van westerse wetenschappers met de dalai lama, waarbij gediscussieerd werd over bewustzijn. Tijdens het gespreksonderwerp slapen en dromen komt psychoanalytica Joyce McDougall  met een interessante opmerking: “De psychoanalyse kan nog een andere uitleg geven over de relatie tussen slaap en orgasme, die beide in de verbeelding kunnen worden verbonden met het idee van sterven. Mensen die lijden aan slapeloosheid en mensen die geen orgasme kunnen bereiken, kunnen in de loop van de analyse ontdekken dat hun probleem met inslapen of met het in een erotische relatie versmelten met iemand van wie ze houden, voortkomt uit de angst om zichzelf te verliezen.”
 
 
In dit licht bezien vindt McDougall het opmerkelijk dat in Frankrijk het orgasme la petite mort (de kleine dood) wordt genoemd. Ze noemt ook Morpheus en Thanatos, slaap en dood, die in de Griekse mythologie broers zijn van elkaar. McDougall: “Om jezelf in slaap te laten zakken moet je het persoonlijke idee van het zelf loslaten en oplossen in de oorspronkelijke samensmelting met de wereld, of met de moeder of de baarmoeder. Het verliezen van het alledaagse zelf wordt zo gezien als een verlies in plaats van een verrijking. Ditzelfde kun je zeggen van mensen die niet kunnen genieten van het orgasme. Dankzij de bereidheid om onszelf te verliezen teneinde in een diepe slaap te geraken of een orgasme te beleven wordt het ook mogelijk om niet meer bang te zijn voor de dood. We zouden kunnen stellen dat slapen en het orgasme veredelde vormen van sterven zijn.”
 
De dalai lama grapt eerst nog dat in Tibet mensen met dergelijke angsten het beste in het klooster kunnen treden, maar voegt er serieuzer aan toe: “In de Tibetaans-boeddhistische literatuur staat geschreven dat men op verschillende momenten een flits van het heldere licht ervaart, onder andere wanneer men niest, flauwvalt, doodgaat, seksuele gemeenschap heeft en slaapt. Normaal hebben we een zeer sterk gevoel van ons zelf of ego, en vanuit deze subjectiviteit staan we in de wereld. Maar op deze speciale momenten is dit sterke zelfgevoel een beetje minder sterk.”
 
McDougall vraagt zich af of “er een relatie bestaat tussen de moeilijkheid om het zelf los te laten in de wakkere buitenwereld en de onwilligheid of onmogelijkheid om het grofstoffelijke lichaamsbeeld los te laten en het meer spirituele lichaamsbeeld toe te laten? Staat onze gehechtheid aan het grofstoffelijke lichaam dit loslaten niet toe?” De dalai lama denkt  dat hier wel enige overeenkomsten zijn, omdat ons zelfgevoel heel nauw met ons fysieke bestaan is verbonden. “Eigenlijk zijn er twee zelfbeelden, een grofstoffelijk en een subtiel. Het grofstoffelijke zelfgevoel is afhankelijk van het grofstoffelijke fysieke lichaam. Maar als iemand het subtiele zelfgevoel ervaart, wordt het grofstoffelijke zelf minder relevant en de angst om je zelf kwijt te raken verdwijnt.”
 
 
 
 
Bron:
Slapen, dromen en sterven;
Een onderzoek naar het bewustzijn met De Dalai Lama
Francisco J. Varela – red.
Maitreya, 1999

maandag 3 juni 2024

Een vakantiehuisje dat voor je klaarstaat

De hemel van… Kitty Mulder

(De hemel van… Afl.26)

In 2014 verscheen Wat is leven? van bioloog Arjen Mulder. Het is het verslag van een persoonlijke zoektocht, die in gang werd gezet door de geboorte van zijn zoon, maar toch vooral door de dood van zijn vader. In het eerste hoofdstuk beschrijft hij diens sterfbed, terwijl het laatste hoofdstuk een I.M. is voor zijn moeder. Volgens Mulder was zij niet bang om dood te gaan, maar zag ze het met een gerust hart tegemoet. Hij geeft een anekdote:

Zijn moeder is op bezoek bij een buurvrouw wiens man net begraven is. Deze buurvrouw, zo blijkt, is zelf nogal bang voor de dood en voor het doodgaan. Moeder is verbaasd, want je weet toch waar je heen gaat? Maar nee, dat weet de buurvrouw juist niet. Moeder Mulder praat haar bij. Achteraf wist ze niet waar ze het vandaan haalde, ‘maar de geest gaf het haar in’. Ze zei: “Het is net zoiets als wanneer je een vakantiehuisje hebt geboekt. Je weet niet precies of het wat is, of de zon op het terras staat en of er een supermarkt in de buurt is. Maar je weet wel dat dat huisje daar voor je klaarstaat.” Arjen Mulder voegt daar aan toe dat het voor sommige mensen misschien altijd vakantie is, maar voor zijn moeder zeker niet. Zes kinderen en een moeilijke man, en dan nog al die ziektes en aftakeling later. Maar dat alles wordt nu dus toch nog ingehaald in dat vakantiehuisje. Hij vindt het een prachtig beeld. Hier geen knarsende hemelpoort in een ongenaakbaar hoge muur, maar een open en warm hiernamaals, buiten.

Mulders ouders waren gereformeerd, hijzelf is allang niet kerkelijk meer, heeft het geloof afgezworen op zijn negentiende. Hij is het nu grotendeels vergeten, zegt hij, en is daar blij om. Want narigheid en ellende zijn niet echt, integendeel. Het leven is juist goed en geen tranendal. En die zekerheid is de kern van het geloof, aldus Mulder, maar de christenen kijken niet goed genoeg. Godsdiensten zijn georganiseerde pogingen om de dood te ontkennen. Maar kijk eens om je heen, de bloeiende natuur, vogeltjes. Het leven zelf is de grootste ontkenning van de dood.

De liedteksten, die zijn moeder en vader aan hen doorgaven (voor de rouwkaart), leest Mulder als gecodeerde berichten waarin zij hun manier van sterven beschrijven. Dat is opstijgen tot God in hoger, reiner gezang (zijn moeder), of met Jezus als gids over de woeste wateren (zijn vader). Arjen heeft daar soms zo zijn bedenkingen over, maar een andere keer vindt hij het eigenlijk wel best. Hij citeert ‘een Duitse schrijver’ bij wie hij ooit eens las ‘Sterben ist schwierig, sondern es gelingt’.

Ook Moeder Mulder kwam uit een gezin met traditionele ouders. Als oudste dochter werd ze thuisgehouden om voor hen te zorgen. Zij had geen uitgesproken beeld van God, hij was meer de man van de organisatie. Je kon erop vertrouwen dat het goed kwam, dus je bemoeide je er verder niet mee. Je moet gelukkig zijn met de geschenken die je krijgt, dat is het geheim van het leven. En dat leven zelf is ook een geschenk, zelfs in het verzorgingshuis, oud en ziek. Je geeft niet op, je maakt af wat je begint. Maar mag je dan wel blij zijn met je naderende dood, mag je willen sterven? Want dan zeg je eigenlijk: ik wil het geschenk van het leven niet langer. De oplossing werd gevonden in de tekst van een gezang, dat van het doodgaan zelf een uiting van dankbaarheid maakte. Sterven als hoogste, reinste loflied aan God.
 
bron afb: A. Mulder, Wat is leven?

zondag 12 mei 2024

Slechte bijna-doodervaringen

Bioloog Arjen Mulder is achterdochtig wat betreft de bijna-doodervaring (BDE), het is waarschijnlijk een “val die de dood voor ons opstelt om ons het leven afhandig te maken en onze ziel uit ons lichaam te trekken”. Merkwaardig ook dat er geen paranoïde BDE variant bekend is, stelt hij in zijn boek Wat is leven? Maar dat klopt niet. Er zijn genoeg negatieve BDE ervaringen op internet te vinden, ook van voor 2014, het publicatiejaar van Mulders boek. In het tijdschrift van de Missouri State Medical Association bijvoorbeeld, van november dat jaar, staat een interessant artikel over ‘verontrustende bijna-doodervaringen’, geschreven door professor Bruce Greyson en Nancy Evans Bush.*

Uit decennialang onderzoek bleek dat 20% van de BDE’s behoorlijk verontrustend kan zijn. Dat is minder bekend, want de meeste mensen met zo’n ervaring houden liever hun mond daarover. Er is dus nauwelijks onderzoek naar gedaan. We horen eigenlijk altijd alleen maar de prettige en schitterende verhalen. De akelige BDE’s lijken vaak op de aangename, met dezelfde elementen, maar missen de positief emotionele toon. Hier gevoelens van schuld, wanhoop en vreselijke angst. En ook geen vermindering van angst voor de dood naderhand, integendeel. Het artikel geeft enkele voorbeelden van een slechte BDE:

 
Een man zweeft boven hulpbiedende artsen en schreeuwt naar ze. Ze horen hem niet. Dan schiet hij door de duisternis naar een helder licht en flitst langs schimmige mensen, kennelijk wachtende overleden familieleden. Hij is in paniek door het bizarre scenario en zijn onvermogen om dit te beïnvloeden.

Een vrouw vliegt met enorme snelheid de ruimte in, en komt op ramkoers met verblindend wit licht. Het overspoelt haar en maakt haar doodsbang.

Een vrouw ervaart haar hele leven opnieuw, vervuld van veel verdriet en depressiviteit.

Dit zijn zogenaamde ‘omgekeerde’ BDE’s.  Andere zijn ronduit ‘hels’:

Een man voelt zich in de diepten van de aarde vallen. Onderaan staan een paar hoge, roestige poorten, die hij waarneemt als de poorten van de hel. Door paniek bevangen slaagt hij erin om terug te klauteren naar het daglicht.

Een vrouw wordt begeleid door een angstaanjagend verlaten landschap en ziet een groep dwalende geesten. Ze zien er verloren uit en lijden pijn, maar haar gids geeft aan dat ze hen niet mag helpen.

Een (atheïstische) hoogleraar ervaart dat hij wordt verscheurd door kwaadaardige wezens.

Een vrouw ontmoet gruwelijke wezens met grijze gelatineachtige aanhangsels, die naar haar klauwen en zich vastgrijpen Zij kan zich de onbeschrijfelijke stank en de geluiden van hun gutturaal gekreun ook na 41 jaar nog goed herinneren.

Een vrouw doet een zelfmoordpoging, en voelt haar lichaam naar beneden glijden in een koude, donkere, waterige omgeving. De bodem lijkt op de ingang van een grot en er zijn een soort op webben. Ze hoort gehuil, gejammer, gekreun en tandengeknars. Ziet mensachtige wezens, met de vorm van een hoofd en lichaam, maar lelijk en grotesk. Ze zijn beangstigend en klinken gekweld, als in doodsangst.

Een vrouw vliegt plotseling over het ziekenhuis de diepe, lege ruimte in. Een groep cirkelvormige entiteiten vertelt haar dat ze nooit bestaan heeft, dat ze zich haar leven heeft mogen verbeelden, maar dat het een grap was. Ze was niet echt. De vrouw brengt daar feiten over haar leven tegenin, en beschrijvingen van de aarde. Maar nee, zeggen de wezens, er is nooit iets echt geweest, dit is alles wat er is. Vervolgens wordt ze alleen gelaten in de ruimte.

Deze laatste lijkt me pure pesterij van een stel rondhangende entiteiten, die zich vermaken ten koste van een onzekere nieuwkomer. Heel herkenbaar. Het doet me ook wel denken aan bepaalde uittredingservaringen, beschreven door Robert A. Monroe. In ‘Omgeving twee’ van ‘zijn’ astrale wereld bijvoorbeeld, kun je het heel slecht treffen. Daar is een duister en naargeestig gebied, door Monroe beschreven als “een grijs-zwarte hongerige oceaan, waar de geringste beweging knabbelende en kwellende wezens aantrekt”. Ook Monroe vraagt zich af: zijn dit de poorten van de hel? En wie of wat zijn die wezens?
 
bron afbeeldingen: The Midnight Gospel
 
De derde soort negatieve BDE is ‘leegte’, die wordt ervaren of waargenomen. Er zijn gevoelens van eenzaamheid en isolatie:

Een vrouw voelt dat ze op water drijft, eerst vredig, maar dan angstwekkend. Ze wordt een licht in de hemel, schreeuwt zonder geluid. Draait rond en realiseert zich dat dit eeuwigheid is, zo zal het verder altijd zijn. Ze voelt de eenzaamheid en leegte en uitgestrektheid van het universum, behalve voor haar dan, een bal van licht, schreeuwend.

Een vrouw voelt zich tijdens een zelfmoordpoging een leegte ingezogen, een donkere afgrond of tunnel. Zich niet bewust van haar lichaam zoals ze het kende. Ze had het Niets verwacht, de Big Sleep, de vergetelheid, maar ontdekt nu dat ze naar een ander level gaat, en dat maakt haar doodsbang. De kracht trekt haar mee naar een plek waar ze niet heen wil, maar uiteindelijk komt ze niet verder dan de nevel.

Een man voelt zich uit zijn lichaam opstaan, plotseling zwevend in totale zwartheid. Zwarte ruimte, zonder boven of beneden, links of rechts. Er gaat een eeuwigheid voorbij, lijkt het, door hem volledig en in ellende doorleefd. Hij mag alleen nadenken.

In de negatieve BDE is het religieuze element afwezig. God of een engelachtig schepsel wordt wel verwacht, en soms aangeroepen, maar de bijna-dode is en blijft alleen. Het is enorm beangstigend. Gevoelens van absolute verschrikking, voorbij de hulp van iedereen, zelfs God.

 
Ik moet hier ook mijn mening herzien. Ik ging er tot nu toe vanuit dat de bijna-dode te zien krijgt wat hij vooraf verwachtte, de ‘bekende’ (positieve) BDE elementen dus, al dan niet cultureel bepaald. Maar dat is dus niet geval. “Geen goedaardig Lichtwezen of levensvideo, niets moois of aangenaams”, klaagt iemand in zijn verslag. Het is totaal niet te voorspellen wie welk type BDE zal hebben. Er is geen enkel bewijs dat "goede" mensen een aangename BDE zullen krijgen en de "slechte" mensen een akelige. Deugdzamen hebben soms heel akelige BDE's gemeld, terwijl criminelen en zelfmoordenaars gelukzaligheid hebben beleefd.

Dit valt voor veel bijna-doden niet te rijmen. De hel? Waarom ik, waar heb ik dit aan verdiend, en wat zijn de regels dán? Twijfel en misschien ook wel schaamte: ik ben kennelijk een heel slecht mens. En ga ik daar straks naar terug? De gebeurtenis was zo heftig dat er vaak angst blijft voor de dood, ook bij mensen die eerst niet in een hel geloofden. Het concept van de hel en de christelijke associatie met eeuwige fysieke kwelling is diepgeworteld in de westerse cultuur.

De ervaring kan een ommekeer tot gevolg hebben, beschouwd worden als een waarschuwing, men krijgt een tweede kans, het moet allemaal anders. Mensen bekeren zich, sluiten zich aan bij een kerkgemeenschap. Anderen proberen hun BDE juist te bagatelliseren of rationele verklaringen te zoeken. Als derde soort reactie wordt genoemd de ‘lange termijn’. Mensen blijven soms nog jaren- of decennialang worstelen met hun herinneringen en existentiële vragen. Zij kunnen het geen plekje geven, ook niet via psychotherapie, er is altijd onderliggende onzekerheid en angst. Veel BDE’s zijn traumatisch in hun echtheid, en hun primaire effect is een krachtig en blijvend besef dat de fysieke wereld niet de volledige ‘werkelijkheid’ is. Een overtuiging die het persoonlijke leven en de sociale relaties van de bijna-dode abrupt en permanent verstoort.

 
 
*Missouri Medicine
 The journal of the Missouri State Medical Association
 nov-dec 2014

 Nancy Evans Bush is voorzitter Emerita, Internationale Vereniging voor Nabij-Dood Studies
 Bruce Greyson is hoogleraar psychiatrie en neurologische gedragswetenschappen University of Virginia School of Medicine

woensdag 24 april 2024

Chill?

 
bron: sigmund.nl

Bioloog Arjen Mulder beschouwt de bijna-doodervaring als een geniepige valstrik van de natuur, maar de jongere in deze cartoon vond het "best chill" allemaal.

Dan is hij waarschijnlijk een uitzondering, want uit recente studies blijkt dat jonge mensen juist vaker bang zijn voor de dood dan ouderen. Er zijn ook meer jongeren dan ouderen die in de hel geloven. Een verklaring zou zijn dat zij meer focussen op negatieve informatie.

vrijdag 12 januari 2024

Zijnsvergetelheid

In december kreeg ik Stervelingen kado, een bundel interviews van Fokke Obbema over sterfelijkheid en de zin van het leven. Net iets voor mij. In het derde interview vertelt journalist Koen Haegens aan Obbema dat hij er bijna geweest was, zomaar in november 2019. Voor hem, kerngezonde bijna veertiger, was dat heel onverwacht. En ook nu, een langdurige operatie en drie jaren van herstel verder, heeft hij nog steeds last van doodsangst en nachtmerries. Zich inmiddels sterk bewust van zijn sterfelijkheid, ervaart hij tijd als gelimiteerd en kostbaar. En dat terwijl de meeste mensen ermee omgaan alsof het niet op kan. Tijdinflatie noemt hij dat. Hoe meer je ervan hebt, des te minder het waard wordt. Kennelijk heeft de mens een eindpunt nodig.

Koen Haegens wil daarom pleiten voor ‘toegewijde tijd’ en schreef een boek. Toegewijde tijd is de tegenhanger van ‘verstrooide tijd’, het is gebaseerd op een bewuste keuze met een doel, creëert een blijvende herinnering en stelt je in staat een verhaal te vertellen. Je kunt hem extra ervaren door bewust de dood voor ogen te houden, dat laadt je leven op, maar geeft helaas wel weer doodsangst. Want het is eigenlijk geen doen natuurlijk, om telkens je sterfelijkheid te doorvoelen. Dus je moet je eindigheid juist niet onder ogen zien, zijnsvergetelheid, dat is voor Haegens nodig om overeind te blijven in het leven.

Het doet mij denken aan Karel van het Reve. Die was ooit tijdens de Koude Oorlog correspondent voor het Parool in Moskou. Op de vraag of hij daar niet bang was om afgeluisterd te worden, was zijn antwoord dat je er wel rekening mee moest houden dat je afgeluisterd werd, maar dat je niet moet denken dat je afgeluisterd werd, want anders kreeg je Sovjetkolder.

Er is de tegenstelling sterfelijkheidsbewustzijn en zijnsvergetelheid. En die moet je op spanning houden, volgens Haegens. Vitaliserende kracht versus zorgeloosheid, dat houdt de pees van de boog gespannen. Leef met het besef dat dat niet vanzelfsprekend is, maar vergeet op gezette tijden je sterfelijkheid weer. Kom los van je zorgen en sleur, relativeer, bekijk wat echt belangrijk is in je korte leven.

Zou leven in het hier en nu misschien helpen, om toegewijde tijd te ervaren, vraagt Obbema. Maar nee, dat vind Haegens toch te schraal. Want waar blijft dan de ruimte voor de reflectie op wat je hebt gedaan en wat je nog wilt gaan doen? En dat heb je echt nodig. Het hier en nu kan je wel een blij gevoel geven, maar het geeft geen richting. En dat moet, vind Haegens, geef een pijl aan je tijd.

Ik vind het verhaal van Koen Haegens nogal op zichzelf gericht. Het gaat alleen maar over hem en zijn beperkte tijd, en dat het zomaar ineens afgelopen kan zijn. Maar dat geldt natuurlijk ook voor anderen, geliefden bijvoorbeeld. Je zou je toegewijde tijd ook kunnen gebruiken om tijdens je leven liefde en waardering te tonen, wanneer die ander het nog kan horen. Daarnaast speelt een eventueel hiernamaals bij Haegens kennelijk ook geen rol. Geen woord daarover. Terwijl die mogelijkheid toch een goede oplossing zou kunnen zijn voor zijn krampachtige beleving van tijd. 


 

Bron:
Fokke Obbema
Stervelingen
Atlas Contact, 2023

zondag 26 november 2023

Sisser

Laatst dacht ik dat ik dood ging. 
Althans, ik hield daar serieus rekening mee. 
’s Nachts voelde ik mij onwel, iets aan mijn hoofd? Ik dacht aan allerlei mensen die ik ooit gekend heb, maar die nu erg dood waren. Hadden zij dit ook beleefd? En was het nu mijn beurt? Slapen durfde ik niet meer, want zou ik dan nog wel wakker worden? En hoe?

De mogelijkheid overviel mij, onverwacht en abrupt. Terwijl ik toch dagelijks bezig ben met sterfelijkheid en bardoblog. Ik voelde mij belachelijk, maar niet bang. Dat vond ik opmerkelijk. De situatie was interessant, maar kwam mij ontzettend ongelegen. Ik ben veel te jong, en wil graag nog wat jaartjes voortkeutelen met mijn partner. Wij hebben het best goed, realiseerde ik mij eens te meer. En dan al dat gedoe en narigheid waarmee die nu ineens opgezadeld zou worden! Medelijden en twijfel streden om voorrang. Was ik wel aardig genoeg geweest? Ik kan een enorme mopperkont zijn.

Hoewel alles (dit keer) met een sisser afliep, is er nog veel stof voor overpeinzing.