Posts tonen met het label sterven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sterven. Alle posts tonen

woensdag 12 augustus 2026

Troostdromen


In de Engelse New Scientist stond laatst een kort artikel van Alice Klein over geruststellende dromen, die vaak zouden voorkomen bij terminale patiënten. Prettige en levendige dromen en visioenen met overleden geliefden, wachtende familieleden, huisdieren en allerlei symbolen. Een bron van troost en opluchting voor de zieken die een spoedig levenseinde onder ogen moeten zien. Hun angst voor de dood vermindert en er zijn gevoelens van innerlijke vrede. Het helpt de mensen om de dood te accepteren, zeggen de onderzoekers van een recente (?) Italiaanse studie.

Deze intense dromen in een ongewisse periode lijken mij toch vooral veroorzaakt en gekleurd te worden door wat mensen doorgaans verwachten of hopen, wat betreft overgang en hiernamaals. In een eerdere blogpost zagen we al dat dit (net als bij bijna-doodervaringen) ook nog cultureel bepaald kan zijn. In India bijvoorbeeld zijn het vaker religieuze figuren die de ontvangst aan gene zijde voor hun rekening nemen. En misschien is het zelfs mogelijk dat in tijden van crisis de menselijke geest zelfbeschermend ingrijpt en verlammende doodsangst probeert te dempen met allerlei kalmerende kunstgrepen.

Toch is het niet zo dat al deze eind-van-het-leven dromen en visioenen kalm en vredig verlopen. Ongeveer tien procent is behoorlijk verontrustend. Eén van de ondervraagde patiënten kreeg te maken met een monster met haar moeders gezicht, dat haar meesleepte. Bij bijna-doodervaringen schijnt ongeveer 20 procent angstwekkend te zijn. Meer symbolisch zijn de dromen met deuren, trappen of licht. Een persoon beschrijft een barrevoetse klim naar een open deur gevuld met wit licht.

Alice Klein noemt in haar artikel ook nog een soortgelijk onderzoek van de Amerikaan Christopher Kerr, die al jaren met dit onderwerp bezig is en er regelmatig over publiceert. Hij zegt het vooral interessant te vinden dat het niet willekeurig is wie er naar je toekomt, maar dat het altijd de mensen zijn die echt van je hielden en je beschermden. Omgekeerd kan ook nog. Er is een voorbeeld van een vrouw van 70 met visioenen van haar doodgeboren eerste kind. Zij bewoog daarbij haar armen of ze een baby wiegde. Het verlies vond ze te moeilijk om over te praten, maar zijn bovennatuurlijke terugkeer bracht haar uiteindelijk troost.

De frequentie van de dromen en visioenen neemt toe naarmate de dood nadert want “dying is progressive sleep”, zegt Kerr. Sterven is een geleidelijk slaapproces. Met progressive sleep wordt hier een geleidelijk, dieper wordend slaap- of bewustzijnsverlagingproces bedoelt. Kernidee hierbij is dat mensen meestal niet sterven in een wakkere of helder bewuste toestand, maar geleidelijk wegglijden in diepe slaap en rust waarin het leven losgelaten wordt. Volgens Kerr worden de dromen levendiger en opvallender omdat de mensen voortdurend in en uit slaap zijn.

Het levenseinde heeft vaak een droevig en afschrikwekkend imago omdat er "diep ingebakken in onze overleving een instinctieve reactie op dreiging zit”. Dat de gedachte aan de dood ons kennelijk banger maakt dan de dood zelf, zagen we al in een eerdere blogpost. Maar de laatste weken van een terminale ziekte kunnen rijk zijn in liefde en betekenis, en mensen “komen onvermijdelijk tot iets van accepteren”, zegt Kerr. “Eén van de meest opvallende dingen is de afwezigheid van angst”. 

 

Bron:
Alice Klein
New Scientist
april 2026

zondag 19 oktober 2025

Lichtpuntje of duistere tijd

De Toverberg is het bekende boek van Thomas Mann uit 1924. Een zeer lang verhaal dat zich geheel afspeelt in een luxe sanatorium in het Zwitserse Davos. Er zijn veel zieken die er overlijden, maar een ‘lijdensoord’ is het bepaald niet. De welgestelde patiënten blijven er soms jaren plakken. Hoofdpersoon Hans Castorp bijvoorbeeld kwam er voor een bezoek van drie weken aan zijn neef, maar rekte zijn verblijf tot maar liefst zeven jaar. 
 
Spoiler! 
Op bladzijde 670 van mijn exemplaar komt de neef, Joachim Ziemßen, te overlijden. Zijn moeder is daarbij aanwezig, en ‘kamerheer’ Behrens (de hoofdarts van het sanatorium) probeert haar te troosten met enkele (naar zijn mening) geruststellende opmerkingen over sterven en hiernamaals. Behrens: ‘Op het laatst zal hij veel slapen en zoet dromen, meen ik u te kunnen beloven, en als hij op het allerlaatst niet toevallig zou slapen, zal hij toch een korte, ongemerkte overstap maken, het zal hem tamelijk om het even zijn, daar kunt u van op aan. Dat is overigens de normale gang van zaken.’

Behrens zegt de dood te ‘kennen’ en noemt zich zelfs diens ‘oude bediende’. De dood wordt in het algemeen overschat, maar heeft toch bijna niets om het lijf. Want wat er aan vooraf gaat (ziekte, lijden), hoort immers bij het leven. De dood beleef je niet, niemand zou er iets zinnigs over kunnen zeggen, zelfs al zou je terugkomen. ‘We komen uit het duister en we gaan naar het duister, en er tussenin liggen belevenissen, maar begin en einde, geboorte en dood, worden door ons niet beleefd, ze zijn niet subjectief van aard: als gebeurtenissen horen ze volledig thuis in het domein van het objectieve, iets anders kan ik er niet van maken.’

Dit lijkt op het bekende citaat van Nabokov over het leven als slechts een kort lichtpuntje tussen twee eeuwigheden van duisternis. Heel veel mensen denken daar precies omgekeerd over, zij ervaren het leven als een duistere tijd, tussen twee perioden van licht.

En Gummbah heeft (natuurlijk) zo zijn eigen interpretatie. In zijn cartoon wordt een sullige figuur (‘leven’) vanuit de geboorte regelrecht naar de dood geschoten, dwars door een kloof ‘niets’. In zijn hand een koffertje ‘vrije wil’.

bron afb: knipsel Volkskrant

 

bron: 
Thomas Mann
De Toverberg (1924)
Vertaling Hans Driessen
De Arbeiderspers, 2012

zondag 13 juli 2025

Severance en de bardo’s (1 van 2)

Severance is (volgens mij) veruit de beste serie van dit moment, ik wacht met ongeduld op het derde seizoen. Waarschijnlijk ken je het verhaal, ik ga het hier niet verder toelichten. Deze blogpost gaat over aflevering zeven van seizoen twee, met de titel Chikai Bardo. (Er zijn dus SPOILERS.)

Chikai bardo kennen wij natuurlijk uit het Bardo Thödol, het is het sterfpunt, waar het Heldere Licht verschijnt. Een extreem belangrijk moment voor de overledene, maar velen raken tijdens het proces buiten bewustzijn. In plaats van bevrijding worden zij teruggetrokken in de cyclus van wedergeboorten. Zij hebben de Eenheid niet herkend, en blijven in de ban van illusie en dualiteit. De personages in Severance zijn ook nog eens gesplitst in twee persoonlijkheden, de outtie en de innie.


In aflevering 7 staat het huwelijk van Mark en Gemma onder druk, want Gemma wordt maar niet zwanger. Ze zijn behandeld in een kliniek van Lumon, maar de drie rondes IVF waren geen succes. Gemma staat nu kennelijk op een mailinglijst van de kliniek en ontvangt vreemde ideografische kaarten met de post, een daarvan is een afbeelding van chikai bardo. Een soortgelijk kaartje was ooit gestolen van O&D (Optics and Design) door innie Dylan. Het lijkt op twee kerels die vechten, vindt Mark. Maar Gemma antwoordt dat het hier dezelfde vent is, die tegen zichzelf vecht, om zijn eigen psyche te verslaan, ego-dood.

Aan ego death wil ik ooit een aparte blogpost wijden. Het is "compleet verlies van subjectieve zelf-identiteit" (Wikipedia). Er zijn meerdere contexten, met gerelateerde betekenissen. De connectie ego death/chikai bardo is al eerder gemaakt. In 1964 bijvoorbeeld, verscheen The Psychedelic Experience, een gids voor lsd trips, geschreven door Timothy Leary, Ralph Metzner en Richard Alpert (Ram Dass). Zij baseerden het op het Tibetaans Dodenboek (Bardo Thödol) en onderscheidden drie fasen. De eerste, "ego loss, a complete transcendence of the self and game", noemen ze chickai bardo want volgens de schrijvers is deze zogenaamde ego-death (zoals ervaren onder invloed van LSD en andere psychedelische drugs) in essentie gelijk aan het stervensproces en heeft deze een soortgelijke begeleiding nodig.

Verder met Mark en Gemma. Op een avond hoort Mark van de politie dat Gemma is overleden bij een auto-ongeluk. Wij weten niet of dit een nepverhaal is, maar Gemma is dus wel verdwenen. De kijkers weten inmiddels dat zij wordt vastgehouden bij Lumon en allerlei experimenten ondergaat. In de eerste instantie waarschijnlijk vrijwillig, later dubieus. Zij is figuurlijk ‘dood’, gedoemd om gefragmenteerd en ‘herboren’ te worden in meerdere (innie) persoonlijkheden.  Ondertussen ervaart Mark ook een soort ‘dood’ in een proces dat op den duur zijn innie en zijn outie zal doden en een nieuwe (samengevoegde) zal scheppen.

Deze Severance aflevering is enorm desoriënterend, vooral door de ogenschijnlijk random montage van terugblikken en momenten in het nu. Een caleidoscoop van indrukken en beelden van Mark en Gemma samen, of hun belevenissen apart.

Wordt vervolgd in de volgende blogpost.

dinsdag 1 april 2025

Kort lontje?

“We kunnen niet verwachten in vrede te sterven als onze levens gewelddadig zijn geweest, of als onze geest voornamelijk beheerst wordt door emoties als woede, gehechtheid, of angst. Als we goed willen sterven, moeten we dus leren goed te leven; als we hopen op een vredige dood, moeten we zorgen voor vrede in ons hart en in ons bestaan.” (Dalai Lama)

zondag 18 augustus 2024

La petite mort

In eerdere blogposts kwam het ‘zelf’ al ter sprake, een (vals) concept.
Onze verwarde geest gelooft in een zelf of ego, en ziet zichzelf als een vast en blijvend iets. Een ernstige vergissing. Op het cruciale sterfmoment bijvoorbeeld, hebben wij zo’n angst dit ‘zelf’ te verliezen, dat we geen bevrijding kunnen bereiken door op te gaan in het Heldere Licht. Leven na leven worden wij door onze eigen geest gevangen gehouden in een web van onwetendheid. 
 
Een heel ander voorbeeld van deze angst kwam ik tegen in het boek Slapen, dromen en sterven, een verslag van een ontmoeting van westerse wetenschappers met de dalai lama, waarbij gediscussieerd werd over bewustzijn. Tijdens het gespreksonderwerp slapen en dromen komt psychoanalytica Joyce McDougall  met een interessante opmerking: “De psychoanalyse kan nog een andere uitleg geven over de relatie tussen slaap en orgasme, die beide in de verbeelding kunnen worden verbonden met het idee van sterven. Mensen die lijden aan slapeloosheid en mensen die geen orgasme kunnen bereiken, kunnen in de loop van de analyse ontdekken dat hun probleem met inslapen of met het in een erotische relatie versmelten met iemand van wie ze houden, voortkomt uit de angst om zichzelf te verliezen.”
 
 
In dit licht bezien vindt McDougall het opmerkelijk dat in Frankrijk het orgasme la petite mort (de kleine dood) wordt genoemd. Ze noemt ook Morpheus en Thanatos, slaap en dood, die in de Griekse mythologie broers zijn van elkaar. McDougall: “Om jezelf in slaap te laten zakken moet je het persoonlijke idee van het zelf loslaten en oplossen in de oorspronkelijke samensmelting met de wereld, of met de moeder of de baarmoeder. Het verliezen van het alledaagse zelf wordt zo gezien als een verlies in plaats van een verrijking. Ditzelfde kun je zeggen van mensen die niet kunnen genieten van het orgasme. Dankzij de bereidheid om onszelf te verliezen teneinde in een diepe slaap te geraken of een orgasme te beleven wordt het ook mogelijk om niet meer bang te zijn voor de dood. We zouden kunnen stellen dat slapen en het orgasme veredelde vormen van sterven zijn.”
 
De dalai lama grapt eerst nog dat in Tibet mensen met dergelijke angsten het beste in het klooster kunnen treden, maar voegt er serieuzer aan toe: “In de Tibetaans-boeddhistische literatuur staat geschreven dat men op verschillende momenten een flits van het heldere licht ervaart, onder andere wanneer men niest, flauwvalt, doodgaat, seksuele gemeenschap heeft en slaapt. Normaal hebben we een zeer sterk gevoel van ons zelf of ego, en vanuit deze subjectiviteit staan we in de wereld. Maar op deze speciale momenten is dit sterke zelfgevoel een beetje minder sterk.”
 
McDougall vraagt zich af of “er een relatie bestaat tussen de moeilijkheid om het zelf los te laten in de wakkere buitenwereld en de onwilligheid of onmogelijkheid om het grofstoffelijke lichaamsbeeld los te laten en het meer spirituele lichaamsbeeld toe te laten? Staat onze gehechtheid aan het grofstoffelijke lichaam dit loslaten niet toe?” De dalai lama denkt  dat hier wel enige overeenkomsten zijn, omdat ons zelfgevoel heel nauw met ons fysieke bestaan is verbonden. “Eigenlijk zijn er twee zelfbeelden, een grofstoffelijk en een subtiel. Het grofstoffelijke zelfgevoel is afhankelijk van het grofstoffelijke fysieke lichaam. Maar als iemand het subtiele zelfgevoel ervaart, wordt het grofstoffelijke zelf minder relevant en de angst om je zelf kwijt te raken verdwijnt.”
 
 
 
 
Bron:
Slapen, dromen en sterven;
Een onderzoek naar het bewustzijn met De Dalai Lama
Francisco J. Varela – red.
Maitreya, 1999

maandag 3 juni 2024

Een vakantiehuisje dat voor je klaarstaat

De hemel van… Kitty Mulder

(De hemel van… Afl.26)

In 2014 verscheen Wat is leven? van bioloog Arjen Mulder. Het is het verslag van een persoonlijke zoektocht, die in gang werd gezet door de geboorte van zijn zoon, maar toch vooral door de dood van zijn vader. In het eerste hoofdstuk beschrijft hij diens sterfbed, terwijl het laatste hoofdstuk een I.M. is voor zijn moeder. Volgens Mulder was zij niet bang om dood te gaan, maar zag ze het met een gerust hart tegemoet. Hij geeft een anekdote:

Zijn moeder is op bezoek bij een buurvrouw wiens man net begraven is. Deze buurvrouw, zo blijkt, is zelf nogal bang voor de dood en voor het doodgaan. Moeder is verbaasd, want je weet toch waar je heen gaat? Maar nee, dat weet de buurvrouw juist niet. Moeder Mulder praat haar bij. Achteraf wist ze niet waar ze het vandaan haalde, ‘maar de geest gaf het haar in’. Ze zei: “Het is net zoiets als wanneer je een vakantiehuisje hebt geboekt. Je weet niet precies of het wat is, of de zon op het terras staat en of er een supermarkt in de buurt is. Maar je weet wel dat dat huisje daar voor je klaarstaat.” Arjen Mulder voegt daar aan toe dat het voor sommige mensen misschien altijd vakantie is, maar voor zijn moeder zeker niet. Zes kinderen en een moeilijke man, en dan nog al die ziektes en aftakeling later. Maar dat alles wordt nu dus toch nog ingehaald in dat vakantiehuisje. Hij vindt het een prachtig beeld. Hier geen knarsende hemelpoort in een ongenaakbaar hoge muur, maar een open en warm hiernamaals, buiten.

Mulders ouders waren gereformeerd, hijzelf is allang niet kerkelijk meer, heeft het geloof afgezworen op zijn negentiende. Hij is het nu grotendeels vergeten, zegt hij, en is daar blij om. Want narigheid en ellende zijn niet echt, integendeel. Het leven is juist goed en geen tranendal. En die zekerheid is de kern van het geloof, aldus Mulder, maar de christenen kijken niet goed genoeg. Godsdiensten zijn georganiseerde pogingen om de dood te ontkennen. Maar kijk eens om je heen, de bloeiende natuur, vogeltjes. Het leven zelf is de grootste ontkenning van de dood.

De liedteksten, die zijn moeder en vader aan hen doorgaven (voor de rouwkaart), leest Mulder als gecodeerde berichten waarin zij hun manier van sterven beschrijven. Dat is opstijgen tot God in hoger, reiner gezang (zijn moeder), of met Jezus als gids over de woeste wateren (zijn vader). Arjen heeft daar soms zo zijn bedenkingen over, maar een andere keer vindt hij het eigenlijk wel best. Hij citeert ‘een Duitse schrijver’ bij wie hij ooit eens las ‘Sterben ist schwierig, sondern es gelingt’.

Ook Moeder Mulder kwam uit een gezin met traditionele ouders. Als oudste dochter werd ze thuisgehouden om voor hen te zorgen. Zij had geen uitgesproken beeld van God, hij was meer de man van de organisatie. Je kon erop vertrouwen dat het goed kwam, dus je bemoeide je er verder niet mee. Je moet gelukkig zijn met de geschenken die je krijgt, dat is het geheim van het leven. En dat leven zelf is ook een geschenk, zelfs in het verzorgingshuis, oud en ziek. Je geeft niet op, je maakt af wat je begint. Maar mag je dan wel blij zijn met je naderende dood, mag je willen sterven? Want dan zeg je eigenlijk: ik wil het geschenk van het leven niet langer. De oplossing werd gevonden in de tekst van een gezang, dat van het doodgaan zelf een uiting van dankbaarheid maakte. Sterven als hoogste, reinste loflied aan God.
 
bron afb: A. Mulder, Wat is leven?

zondag 28 april 2024

Wat is leven?

In 2014 verscheen Wat is leven?; Queeste van een bioloog, door Arjen Mulder (1955). Het is het relaas van een persoonlijk zoektocht, die in gang werd gezet door de dood van zijn vader en de geboorte van zijn zoon. Veel namedropping hier. Mulder voert filosofen, geleerden, ontdekkingsreizigers, schrijvers en geliefden op om mogelijke antwoorden te krijgen. Het resultaat is zijn verslag van hoe het is om mens te zijn, en je leven te delen met planten en dieren en natuurlijk de medemens.

Biologie wordt doorgaans ingedeeld bij de exacte vakken, maar voor Mulder is het net zo goed een geesteswetenschap. Niet omdat het leven in diepste wezen een psychisch proces zou zijn, en alles wat leeft bezield met bewustzijn, maar omdat er zonder leven geen ziel is. En ook geen bewustzijn, intelligentie, gevoel of intuïtie. Mulder vindt leven een proces waarin de materie geest voorbrengt, en zichzelf slimmer, gevoeliger en bewuster maakt. Het is datgene in ons wat voorkomt dat we ‘samenvallen met onszelf’, het besef (en ook wel illusie, vindt Mulder) dat je meer bent dan jezelf alleen. Er is ook nog de buitenwereld, het ‘elders dan in jezelf’, waar je kunt zijn dankzij het vermogen dat leven is. Je bent waar je blik zich bevindt, waar je oog op gericht is. En kijken doe je met meer dan je blik alleen. De fundamentele gerichtheid op elders noemt hij de ziel.

Het boek begint met bespiegelingen over de dood. Mulder heeft bijvoorbeeld grote achterdocht wat betreft bijna-doodervaringen, volgens hem een gevaarlijke valstrik van de natuur. Hij beschrijft het sterfbed van zijn vader, en de familie daaromheen. Hoe zij toekijken hoe lichaam en gezicht van de stervende  langzaam in zichzelf wegzakken. “Leven is blijkbaar iets dat je naar buiten doet, het geeft je lichaam volume, je poriën staan ervan open, het houdt je in verbinding met dat wat je zelf niet bent. Als je doodgaat word je wat je achteraf gezien de hele tijd al was. Materie.” Ademen vindt hij ook maar een materieel proces, de verplaatsing van luchtmoleculen van buiten het lichaam naar binnen en weer terug. Het maakt je lichaam niet groter dan het is, want dat doet je leven. Mulder noemt vaak de dingen die het leven doet of mogelijk maakt, maar wat is dan leven? Via het boek van Arjen Mulder zul je er niet achter komen. Het meest interessant vind ik zelf het korte interview met Francisco Varela over het Nu. Misschien later meer daarover.
 
 
 
Arjen Mulder
Wat is leven?; Queeste van een bioloog
Arbeiderspers, 2014

woensdag 17 april 2024

De bijna-doodervaring als valstrik

Bioloog Arjen Mulder heeft grote achterdocht wat betreft de bijna-doodervaring (BDE). Het zou namelijk “de val kunnen zijn die de dood voor ons opstelt om ons het leven afhandig te maken en onze ziel uit ons lichaam te trekken”, schrijft hij in zijn boek Wat is leven? (2014). Een interessante gedachte, die je niet vaak hoort.
 
 
Mulder (1955) neemt de verzamelde verhalen over BDE’s niet erg serieus: “een hele mythologie op de grens van nog-levend en al-dood”. Hij somt de bekende elementen van die wonderlijke ervaringen nog eens op. Omlaag kijken naar het eigen lichaam, tunnel en licht, gevoelens van diepe rust en vrede, totale aanvaarding en ontmoetingen met gestorven dierbaren of onbekenden. Het prachtig gekleurde licht en een liefdevol lichtwezen met een fundamentele vraag. Het overzien van het eigen leven en een waardeoordeel, ben je al goed genoeg om te sterven? Dan een hinderlijke barrière tussen dit en een volgend bestaan, en terug weer naar het aardse leven, met vergeefs verzet daartegen. De boodschap dat men helaas terug zal moeten, wordt vaak overgebracht door de verloren dierbaren. Zonder uitleg waarom, als een soort bevel. En dan verder moeten leven met tegenzin, voorgoed veranderd door de ervaring van vreugde, liefde en vrede aan gene zijde. Grote woorden als ‘universele liefde’, ‘goddelijk’, ‘alomvattend licht’, ‘eenheid met al het bestaande’.

Er is de wetenschappelijke ‘verklaring’ dat de BDE veroorzaakt wordt door zuurstofgebrek in de hersenen, maar daar hebben de bijna-doodmensen al helemaal niets aan. Als spirituele ervaringen gelijk opgaan met fysieke verschijnselen, zegt dat niets over aard en waarde ervan. Hun inzicht blijft: de dood is goed, het is beter daar. Maar waarom leven wij dan nog? Waarom hier verder ploeteren als de eenheid daar binnen handbereik ligt? De doodservaring van de teruggekeerden was zo indrukwekkend, dat ze er geen vraagtekens bij kunnen plaatsen. En precies dat is wat Mulder nog het meest verontrust. Want die bijna-doodmensen zijn heus geen onnozelaars, die ‘een bijeffect voor de hoofdzaak aanzien’ (zoals de wetenschappers beweren). Op de grens van leven en dood zijn ze bijna verleid en hadden geen verweer daartegen. Naïef gingen ze in op de invitatie om te sterven, maar werden door hun geliefden teruggestuurd.

Er is geen paranoïde BDE-variant bekend, en Mulder vindt dat raar. Die licht en liefde ervaring aan de overkant zou net zo goed een door de dood opgestelde val kunnen zijn, om ons het leven afhandig te maken en onze ziel uit het lichaam te trekken. En die strenge geliefden zijn dan je redders. In de dood en de aftakeling van een lichaam krijgt de natuur ineens weer de overhand. Daar helpt niets tegen, daar ga je dan. De natuur biedt ons eenheid en universele liefde, maar je moet wel eeuwig doodblijven.

Arjen Mulder noemt in dit verband de Engelse schrijver T.F. Powys (1875-1953). In zijn verhalen worden simpele dorpelingen soms aangesproken door ‘de natuur’, die ze tot zelfdoding probeert aan te zetten. Deze T.F. Powys heeft een vreemd, meewarig oeuvre geschreven. De mensen deugen niet, en de natuur deugt nog minder. Als je denkt bevrijding te vinden, verlies je juist alles wat je hebt. De dood is een list van de natuur om je je leven afhandig te maken, maar tegelijk de enige uitweg uit de misère. Mulder weet niet of Powys zijn lezers in de maling neemt of juist het ultieme inzicht deelachtig laat worden. Bij elke uitnodiging om dood te gaan moet je heel goed opletten. Het is verstandig een tijdje te wachten tot het overwaait, zoals Powys zelf soms weken achtereen deed. En Mulder voegt daar aan toe: “De BDE is geen bewijs dat het aan gene zijde pas echt prettig wordt, maar een teken dat je zo lang mogelijk uit die contreien weg moet blijven: ze schuwen er geen middel om je bij de lurven te grijpen. Ze slaan toe waar je het kwetsbaarst bent – de pijn of benauwdheid waarmee je kampt in je benarde situatie van drenkeling of zieke – en ze onderdrukken die ellende chemisch, waardoor je vrede en opluchting deelachtig wordt. Maar als het werkelijk zo schitterend is na de dood, heeft het geen zin dat wij hier nog leven. En wij zijn er nog steeds, en met steeds meer ook. Dat suggereert dat het leven bedoeld is voor iets anders dan doodgaan, dat er een ander einddoel is.”

Zoveel grimmigheid ben ik tot nu toe alleen nog bij Castaneda tegengekomen. Volgens de sjamaan Don Juan heeft de dood twee stadia. Eerst een oppervlakkige bezwijming met een ervaring van lichtheid, en gevoelens van geluk en compleetheid, alsof alles in de wereld tot rust is gekomen. Maar deze vage toestand verdwijnt al snel en je ontdekt dat je toch weer jezelf bent, waarna je nieuwe regionen binnentreedt, regionen van barsheid en macht. Dit tweede stadium is de werkelijke ontmoeting met de dood. Die barst nu op je los, uit volle macht en in kalme razernij, tot hij je leven in het niets oplost.

 
Arjen Mulder
Wat is leven?; Queeste van een bioloog
Arbeiderspers, 2014

vrijdag 5 januari 2024

Oratorium Tibetaans Dodenboek (2)

bron afb: still

Rond de kerstdagen zag ik bij KRO-NCRV de documentaire Goed leven, goed sterven, over het gelijknamige project van Xiaoyong Chen en Sebo Ebbens. Van de uitvoering van dit bijzondere oratorium (gebaseerd op het Tibetaans Dodenboek) met koor, orgel, percussie, cello’s en boventoonzang, was helaas weinig te zien. De kijker moest het doen met een paar fragmenten. Het ontstaan van dit muziekstuk was het onderwerp van de reportage, zo bleek.

Musici en andere medewerkers kwamen aan het woord. De voorbereiding van Kailash (het oratorium) bleek voor de meesten van hen een indringende ervaring. Omdat de vier overgangsstadia tussen leven en dood (en opnieuw leven) centraal staan, werd men soms extra aan een overleden dierbare herinnerd. Iedereen had zo zijn eigen persoonlijke ervaringen en verhaal (wie niet?) en/of werd zich meer bewust van de eigen sterfelijkheid.

Niet alle medewerkers leken mij geheel op de hoogte wat Tibetaans Dodenboek, bardo’s en boeddhisme eigenlijk inhouden. Maar dat maakt natuurlijk helemaal niets uit verder. Je kunt bijvoorbeeld ook zonder theosofische bagage heel goed genieten van het werk van Mondriaan, en aan een gemiddelde Matthäus Passion werken ook veel heidenen mee. Verder was er minstens één koorlid die het Dodenboek verwarde met de bestseller van Sogyal Rinpoche, Het Tibetaanse boek van leven en sterven. Maar ook dat komt vaker voor. Sebo Ebbens legde het allemaal nog eens uit. We zien hoe hij diverse groepjes de basisbegrippen bijbrengt.

Maar wat is dan goed sterven, volgens Ebbens? 1. Acceptatie 2. Met je aandacht erbij blijven 3. Vertrouwd zijn met je eigen geest. Die vertrouwdheid kun je (bij leven) ontwikkelen door je te leren ontspannen in moeilijke emoties, zoals boosheid en verdriet. Een goed leven helpt je straks tijdens het stervensproces, benadrukt Ebbens. Uiteindelijk gaat het Tibetaans Dodenboek niet over de doden, maar biedt een goed perspectief (op sterven) van waaruit je beter in het leven kan staan."

Misschien kun je de uitzending HIER nog bekijken.

vrijdag 16 juni 2023

De zesvoudige knoop

Bron afb: still Tukdam documentaire

In de blogpost over tukdam zagen we dat de grens tussen leven en dood helemaal niet zo duidelijk is, en dat sterven een proces is. Maar binnen dit proces is er toch een moment aan te wijzen, dat beschouwd kan worden als het echte ogenblik van sterven. Waarschijnlijk het meest belangrijke moment in leven en sterven, met de unieke kans op bevrijding als het Heldere Licht zich aandient. Robert Thurman geeft in zijn vertaling van het Tibetaans Dodenboek een erg goede beschrijving van de gebeurtenissen tijdens chikai bardo.

Als ‘de witte vloeistof’ en ‘de rode vloeistof’ elkaar uiteindelijk bij het hart ontmoeten, sluiten ze het bewustzijn in. De stervende ziet verschillende vormen van licht (of pure duisternis) en verliest vervolgens het bewustzijn. Hier gaat hij de sfeer van helder-licht-transparantie in, een ervaring van een bijzonder soort niet-dualistisch bewustzijn.

Robert Thurman: “Op dit punt ontvouwt zich een belangrijke structuur van het gewone leven, die bekend staat als de zesvoudige knoop bij het hartchakra. De linker- en rechterkanalen hebben het centrum van het hartchakra strak omsloten vanaf het moment van onze conceptie in dit leven, en de daaropvolgende ontwikkeling van het centrale zenuwsysteem vindt plaats rond deze zesvoudige knoop. Als die volkomen losgaat, verlaat ons bijzonder subtiele bewustzijn zijn locatie, voortgestuwd door onze evolutionaire motivatie. Dit is het echte moment van sterven; het is de tussenstaat van het sterfpunt. Het is de subtielst mogelijke staat voor een wezen. Alles wat er over gezegd wordt doet er onrecht aan. Het bijzonder subtiele helder licht-bewustzijn is voorbij alle dualiteit van eindigheid en oneindigheid, tijd en eeuwigheid, subject en object, zelf en de ander, bewustzijn en bewusteloosheid, zelfs onwetendheid en verlichting. Het is een staat die zo transparant is dat iemand die er niet op is voorbereid er dwars doorheen zal kijken en het niet eens zal opmerken”.

Een prachtige beschrijving van de gebeurtenissen op het sterfmoment. Maar de mooiste beschrijving (totnutoe) van de ervaring van sterven wordt geleverd door Chögyam Trungpa HIER (laatste alinea).

 
 
 
Bron:
Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht, tweede druk 2006

maandag 22 mei 2023

Tukdam

Eerder dit jaar zag ik bij kro-ncrv Tukdam; Between Worlds, deze documentaire kan interessant zijn als je nog twijfelt over orgaandonatie. De grens tussen leven en dood is namelijk helemaal niet zo duidelijk. In ‘het Westen’ is iemand overleden als hersendood wordt vastgesteld. Tibetaans heelmeester Ngawang Jinpa is het daar (in de film) niet mee eens. Okay, geen hersenactiviteit, hartslag of adem, maar niet dood. “Het sterven is nog gaande, dat is een proces. Het eindigen van de grove elementen is niet de dood.”


Tukdam
refereert aan meditatiebeoefening, maar betekent letterlijk puur van geest/hart. In meditatie ben je ‘in tukdam’. Sommige beoefenaars zijn in staat om zelfs na hun dood in meditatie te blijven, en door de transformatie van hun geest ook het proces van lichamelijke ontbinding te vertragen. Vaak blijven ze rechtop zitten, en hun lichaam vertoont dagenlang (soms zelfs weken lang) geen tekenen van verval. Het bewustzijn is nog aanwezig en behoedt het lichaam voor ontbinding. Vanuit Tibetaans-boeddhistisch standpunt is deze persoon nog niet overleden. In de documentaire gaan neurowetenschappers onder leiding van Richard Davidson en met toestemming van de dalai lama, op onderzoek uit bij de Tibetaanse gemeenschap in India, veelal in kloosters en kluizenaarshutten in de Himalaya.
 
bron afbeeldingen: still
 
Tijdens het sterven doen zich allerlei kansen voor op volledige verlichting. Het Bardo Thödol vertelt ons hoe. Er zijn drie opeenvolgende fasen. Tijdens chikai bardo stort het lichaam in (zoals beschreven in ‘de tekenen des doods’), en verliest haar levensondersteunende functies, zintuiglijke waarneming, cognitieve vaardigheden, en emoties. ‘De witte vloeistof’ (de mannelijke essentie) daalt vanaf het neuro-centrum bij de kruin neer naar het hart, en ‘de rode vloeistof’ (de vrouwelijke essentie) stijgt van het navelcentrum op naar het hart. De stervende ziet verschillende vormen van licht. Zodra de rode en witte essenties samenvloeien bij het hart, verliest de stervende het bewustzijn. Hij bevind zich in een volkomen lege, wezenloze staat, verliest alle gevoel van individualiteit en is voor een ogenblik in de staat van Grond-Luminescentie (het Heldere Licht). Hij heeft een kort moment de kans om de ware natuur van bestaan te realiseren en zich volledig te richten op de Werkelijkheid, niet gehinderd door concepten, gedachten, vooroordelen en emoties. Een ervaren meditatie beoefenaar met diep inzicht in leegte zal het moment kunnen (be)grijpen, verblijven in die staat, en samensmelten met dharmakaya.

Maar bij de overledene die het niet lukt, komen de gewone neigingen weer op in de vorm van gedachten en emoties en hun projecties. In chönyid bardo wordt hij geconfronteerd met allerlei visioenen, stralen, geluiden en traumatische nachtmerries. De indrukken van zijn vijf innerlijke elementen, psychologische componenten, ontvouwen zich in de vorm van externe beelden en figuren. Afhankelijk van iemands beleving, kunnen deze verschijnselen ervaren worden als vreeswekkende bardokrachten of als overweldigende energieën van verlichting. Het ontzagwekkende blauwe licht in de bardo kan hij beschouwen als de expansieve energie van verlichting (of de boeddha Vairocana), het witte licht als de onveranderlijke energie van verlichting (of de boeddha Aksobhya), enzovoort. Sommige beoefenaars vinden dat je de zuivere en open stroom van verlichte energieën niet zou moeten voorstellen als vermenselijkte boeddha’s.

De overledene die geen bevrijding heeft bereikt in de eerste twee bardostaten, belandt in sidpa bardo, waar het bewustzijn actief wedergeboorte zoekt in de kringloop van het bestaan.

 
De beoefening van tukdam vindt plaats op de grens van chikhai bardo en chönyid bardo. Stervenden die in meditatie verkeren en slagen in deze tussenstaten, rusten in tukdam, ze ervaren transformatie van geest en lichaam. Als een gevolg daarvan ondergaan ze ook niet de gebruikelijke desintegratie. De spieren blijven stevig, de huid glanzend, en het lichaam ruikt niet en blijft zelfs een beetje warm rond de hartstreek. Soms zien de nabestaanden verschijnselen zoals regenbogen of vreemde lichten. In de film zegt de dalai lama: “De geest functioneert op veel niveaus. Normaal op een heel grof niveau met vijf zintuigen, maar tijdens slaap en dromen bijvoorbeeld weer op een ander level. En bij diepe droomloze slaap en flauwvallen nog wat dieper. Op het moment van de dood wordt het meest diepe niveau van bewustzijn bereikt. In tukdam blijf je daar, met het diepste niveau van subtiele energie.

Maar zijn de beoefenaars in tukdam nu wel of niet bevrijd? De documentaire geeft daar geen antwoord op. Het lijkt wel of ze blijven ‘plakken’ in hun ontmoeting met het Heldere Licht. Zij kunnen de ervaring langer oprekken. Maar wat is het voordeel daarvan? Kennelijk herkennen ze het Heldere Licht wel, verblijven erin, maar smelten er niet onmiddellijk mee samen. Misschien uiteindelijk wel, en anders lukt het misschien nog in chönyid bardo, als de beoefenaars de verlichte energieën van die staat herkennen en zich daarmee verbinden. Zij bereiken dan de sambhogakaya staat van verlichting.

Misschien speelt (ook) de tijdbeleving een rol? Na de dood gelden andere tijdsnormen en dat is voor iedereen weer anders, afhankelijk van de spirituele ontwikkeling van het individu. Bij aanzienlijke beoefening, concentratie en gevoeligheid, kan de innerlijke adem lange tijd aanwezig blijven. In dat geval moeten de instructies uit het Bardo Thödol herhaald worden “totdat etter uit de lichaamsopeningen vloeit”. Dat laatste gebeurt dan ook als de persoon ‘ontwaakt uit tukdam’ en het bewustzijn het lichaam verlaat. Dat is het werkelijke moment van overlijden, en het lichaam wordt alsnog een lijk.

De documentaire kun je HIER misschien nog zien.

 
 
Bronnen:
Karma Phuntsho
Tukdam: Spiritual Practice
Mandala, Bhutan Cultural Library
 
Tukdam
2doc kro-ncrv
8 januari 2023

donderdag 16 maart 2023

Janwillem van de Wetering: Death for Dummies

Janwillem van de Wetering (1931-2008) was een veelzijdig man. Misschien ken je hem (nog) van zijn politieromans of zenboeken. In 2021 verscheen een biografie door Marjan Beijering. In het slothoofdstuk  vertelt ze hoe Van de Wetering in zijn laatste jaren heeft gewerkt aan een boek over sterven en de dood: Death for Dummies (later Dying for Dummies). Dat boek zou ik natuurlijk heel graag willen lezen, maar helaas is het niet afgemaakt of gepubliceerd. Misschien was dat ook helemaal niet Janwillems bedoeling, en schreef hij het gewoon voor zichzelf (zoals ik dit blog voor mijzelf maak). 
 
 
Waarschijnlijk begon Van de Wetering rond 2003 na te denken over Death for Dummies. In die periode werd hij veel met ziekte en dood in zijn omgeving geconfronteerd, en ook hijzelf werd ernstig ziek. Alle vragen over zingeving werden extra actueel door de ervaring dat (ook) zijn leven eindig was. Hij moest de dood nu serieus onder ogen zien. Zou hij na zijn overlijden inderdaad terechtkomen in een andere sfeer? Wat als hij terug moest keren naar de aarde? Hij wilde weten wat er na zijn dood zou gebeuren. Er is nog flink gelachen om de titel. Dat was zijn manier om met de dood (een favoriet onderwerp) om te gaan. Vrienden zeggen nu: 'Hij scheen een idee te hebben over wat er zou gebeuren als hij daar eenmaal zou zijn'. Maar misschien toch niet. In het  interview To Infinity and Beyond (2004), uitgezonden door de BOS, heeft Van de Wetering namelijk zo zijn twijfels: “Ik zit nu in het laatste vakje. Ik heb altijd gedacht er komt nog van alles. Of het nu leuker wordt of niet leuker, het is in ieder geval geheel anders. Een heel ander soort ervaring.” En zijn eerste reactie op de dood: “Hé leuk! Reizen! Wie weet wat er allemaal gaat gebeuren” (hij hoopt trompet te spelen), zwakt hij af met: “Maakt me toch een beetje bibberig. Je stapt wel ergens in waar je geen verstand van hebt. Het lijkt me enig, maar je weet het nooit”. Ondanks de laconieke houding, was hij wel degelijk bang. Met Death for Dummies probeerde hij zijn angst in woorden te vatten, een soort handleiding 'hoe te sterven', geïnspireerd op het grafschrift van Marcel Duchamp (‘Trouwens, het zijn altijd de anderen die sterven’). Toen hij in 2006 en 2007 nog zieker werd, sloeg de paniek toe. Zijn vertrouwensman in die tijd was een ex-priester.
 

Tussen januari 2007 en juli 2008 werd er intensief gewerkt aan Death for Dummies en Dying for Dummies. Een niet zo heel dik boek (samen nog geen 40.000 woorden) maar waarschijnlijk heeft Janwillem er veel over nagedacht en lang aan gewerkt. In beide versies (geschreven in het Engels) onderzoekt hij zijn leven vanuit het perspectief van de naderende dood. Het lijkt alsof de stukken geschreven zijn als een stroom van gedachten en herinneringen. De eerste versie, Death for Dummies, was gebaseerd op citaten en verhalen die Van de Wetering hoorde door ontmoetingen met mensen. Die waren voor hem belangrijker dan geschriften. Religie vond hij vaak iets dat mensen (kennelijk) nodig hebben om met moeilijke dingen om te kunnen gaan. Tijdens een spiritistische seance vroeger bij hem thuis, was ooit de geest van een Delftse medestudent verschenen in de vorm van een engel, ‘want dat beeld herkennen de mensen’. Er zijn veel verwijzingen naar sjamanistische wijsheden en de native Americans, maar de oosterse boeken leerden hem niets over de dood.

Het tweede manuscript, Dying for Dummies, is veel uitgebreider en ingedeeld zoals de bardo’s. Het eerste stadium beschrijft het leven en vormt het grootste deel van het verhaal. In Zuivere Leegte (2000) verbindt Van de Wetering de bardo-ervaringen met de sadgoeroe. De lessen van zijn zenmeester Oda Sesso blijken waardevol: alle gebeurtenissen in een mensenleven zijn dromen, en de overgang naar de dood is dat ook. Maar je moet ook weer niet luchtig doen over de dood. Als jonge zenstudent overwoog Van de Wetering zelfmoord, omdat hij wilde weten wat erna zou komen. Hij was niet bang voor de dood, dacht hij, maar Oda Sesso leerde hem inzien dat hij er wel degelijk bang voor was. En dat was helemaal niet erg, zelfs de Dalai Lama gaf toe dat hij bang was voor de dood. Een open, nieuwsgierige houding is de beste manier om doodsangst tegemoet te treden. Verandering hoort nu eenmaal bij het leven; geboorte en dood zijn een voortdurende beweging. Stilstaan is geen optie. Hoewel Van de Wetering afstand had genomen van het boeddhisme, staat de Hartsoetra centraal in zijn verhaal: niets bestaat op zichzelf en alles wat we waarnemen is een product van onze geest.
 
Het manuscript van Dying for Dummies eindigt abrupt. Op 4 juli 2008 is Janwillem van de Wetering overleden. Hij heeft niet tot het einde toe willen wachten op de dood. Na zijn laatste dagen in een ziekenhuisbed, luisterend naar jazz cd’s, afscheid, morfine, weggegleden in zijn slaap. In de Volkskrant stond een mooi afscheidsgedicht, een dag na zijn dood geschreven door zijn vriend Leo Vroman.

[fragment] 
 
'nu je nog maar een beetje 
dood bent vraag ik mij levend af: 
Ben je al tevreden? Weet je 
nu meer dan je eergisteren wist?'
 

 

Voornaamste bron: 
Marjan Beijering 
Op zoek naar het ongerijmde; 
Leven en werk van Janwillem van de Wetering 
Asoka, 2021

zaterdag 4 februari 2023

Doodsangst

In de vorige blogpost zagen we hoe de Franse schrijver Roger Martin du Gard probeerde te ontsnappen aan zijn doodsangst. Een zekere angst voor de dood zal bij de meeste mensen wel aanwezig zijn, maar er zijn ook extreme gevallen bekend. Lev Tolstoj bijvoorbeeld, en Sigmund Freud, om nog maar eens een grote naam te noemen. 
 
Maar uit recente studies zou nu blijken dat ‘we’ de dood juist opvallend positief tegemoet treden. Volgens een artikel in Trouw* zouden veel mensen positief gestemd zijn, en liefde en dankbaarheid voelen, als het zover is. Gevoelens van angst en verdriet bij de gedachte aan je laatste uur zijn dus helemaal niet nodig, zeggen Amerikaanse en Duitse wetenschappers. Zij hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar de emoties van mensen die denken aan hun toekomstige dood, tegenover mensen die werkelijk voor hun dood staan. Die laatste groep was meestal niet zo somber als verwacht, maar juist positiever en optimistischer. Ze voelden meer vrede.

De gedachte aan de dood maakt ons kennelijk banger dan de dood zelf. Hoe kan dat? Daar zijn een aantal psychologische verklaringen voor. Zo hebben mensen de neiging een ongunstige gebeurtenis uit zijn context te halen en te isoleren. Deze negatieve focus is er vooral als we denken aan een (slechte) gebeurtenis in de toekomst. We kunnen er de context moeilijk bij indenken, terwijl deze ook positief kan zijn. Daar komt bij dat onze eerdere herinneringen aan de dood (uiteraard van een ander) zelden goed zijn. Emoties als angst en verlatenheid domineren, en deze treurige gevoelens bepalen vervolgens de gedachten aan onze eigen dood. Maar in de praktijk blijken we ons uiteindelijk op de hoopgevende kanten van een gebeurtenis te richten, ook als het gaat om de dood. Als er tijd is om dat vooruitzicht te verwerken, kunnen mensen hun sterven aanvaarden en zelfs als een positieve gebeurtenis beschouwen. Of in ieder geval minder slecht dan ze eerst dachten. Tijd is dus wel belangrijk, de wetenschappers betwijfelen of mensen zonder verwerkingstijd ook zo gelukkig zijn.
 

De Terror Management Theory (TMT) zegt dat het handelen van de mens wordt bepaald door zijn omgang met (en angst voor) de dood. Een factor in die omgang kan religie zijn. Er zijn bijvoorbeeld studies gepubliceerd, waaruit zou blijken dat religieuze mensen minder bang zijn om te sterven. Maar daar staan weer studies tegenover die juist het tegendeel laten zien. Ook leeftijd kan een rol spelen. Jonge mensen zouden meer focus hebben op negatieve informatie, terwijl ouderen zich meer richten op positiviteit. Deze positieve focus heeft onder meer tot gevolg dat ook het naderend einde minder negatief wordt beschouwd door ouderen dan door jongeren. Maar als de dood eenmaal nadert, lijkt dit verschil te verdwijnen. Jonge mensen treden het einde net zo positief tegemoet als ouderen. Al deze studies hebben niet veel bewijs opgeleverd voor de suggestie van de TMT dat doodsangst het handelen van de mens bepaalt. De menselijke geest heeft de bijzondere gave om een situatie, hoe verschrikkelijk ook, een plaats te geven en te verwerken en zo de angst voor het eigen sterven overwinnen. In veel gevallen is het erger iemand van wie je houdt te verliezen dan zelf te sterven.
 

*Bron:
  Trouw, 11 december 2022 
  Monique Siemsen

zaterdag 21 januari 2023

Overpeinzing bij het zeildoek


Sterven is… God ontmoeten! Bent U bereid?
 
 
Affiches met dit soort teksten zie je soms langs de snelweg staan, of ook wel op andere drukke punten met veel publiek. Waarschijnlijk worden ze geplaatst in opdracht van een christelijke stichting met een sterke zendingsdrift en (te) veel geld, want goedkoop zal het niet zijn. De verschillende uitingen hebben vaak een vermanend karakter en zijn soms wat betweterig van toon. De plakkaten, in dit geval op stevig zeildoek, zijn (daarom?) ook wel eens doelwit van vernieling.

Het is waarschijnlijk niet de bedoeling van de steile refo-adverteerders, maar je zou de tekst ook anders kunnen interpreteren. Je zou God dan kunnen beschouwen als Helder Licht, de Oorsprong, de Bron. Sterven is teruggaan naar de Bron. Dat is fijn en juist, lijkt mij. Maar dan moet je dat wel herkennen en zien, en vooral niet bang zijn op het moment suprême van overlijden! Als je daar tijdens je leven al aan werkt, heb je veel betere kansen als het zover is. Je moet dus vóór-bereid zijn.

Hetzelfde verhaal, maar dan anders. (En minstens zo vermanend, eigenlijk.)