woensdag 22 juli 2026

Creëren van Realiteit

Liquid Days (3 van 4)

(vervolg van vorige blogpost)

QBism lijkt op enactivism. Deze revolutionaire filosofie van de geest stelt dat levende wezens (mensen, maar ook walvissen, planten of bacteriën) enorm verstrengeld zijn met de werelden die ze waarnemen. Voor een enactivist zijn er geen reeds bestaande omgevingen aan de ene kant, of op zichzelf staande organismen aan de andere kant, maar komen beide op uit het dynamische proces van waarneming en gewaarwording zélf.

De “innerlijke werkmodellen” (predictive coding) worden hier meer beschouwd als een soort handleiding voor het ondernemen van actie. En onze waarnemingen zijn geen voorstellingen of hallucinaties, maar onlosmakelijk verbonden met de realiteit zelf. En dat geldt voor de percepties van alle levende wezens. Een enactivistische filosoof beschreef het bestaan als “een steeds veranderend moment van de schepping”, waarin wij allemaal zowel onszelf als onze werelden vorm geven.

Zowel QBism als enactivism beloven een levende open kosmos, gebaseerd op vrijheid en vernieuwing. Maar, als er dus geen solide landschap ‘daarbuiten’ is, wat verbindt dan alle perspectieven? Want dit lijkt toch op ‘leven in je eigen bubble’, met de realiteit allemaal in onze hoofden? Nee, zegt QBism, niets is in steen gebeiteld (zelfs niet het zogenaamde ‘verleden’) totdat je een actie kiest.

Maar, één ding geldt voor iedereen: kwantum waarschijnlijkheden zijn allemaal met elkaar verbonden en absoluut niet ‘freewheeling’. Als je de ene overtuiging een duwtje geeft, dan moet je een andere ergens anders aanpassen. De details liggen voor het grijpen, maar er zijn wel beperkende grenzen voor de onderliggende structuur van wat je kunt ervaren. (Ook al kunnen we onszelf niet uit ‘het plaatje’ weglaten.) Dit is ook de reden dat Fuchs (team QBism) krachtig ontkent dat ‘de realiteit allemaal in onze hoofden (minds) zit’. Alles wat op welk willekeurig moment dan ook bestaat, omvat niet alleen de in elkaar grijpende overtuigingen en vooruitzichten, maar ook het statistische kader dat ze allemaal met elkaar verbindt. Dit pluriversum is een heel ander soort ‘uitwendige realiteit’, want het bestaat uit andere perspectieven waar we alleen maar (toevallig) tegenop kunnen lopen.

We kunnen elkaar beïnvloeden, of verrast of gedwarsboomd worden door gebeurtenissen, maar we kunnen de waarneming van iemand anders nooit echt begrijpen, of hen dwingen om dingen op een bepaalde manier te zien, of zeker weten wat ze straks zullen gaan doen. Mensen ervaren letterlijk verschillende werelden, zeggen de enactivisten, maar we kunnen wel delen. We banen ons allemaal een eigen pad binnen een evoluerend ‘netwerk’ van mogelijkheden, maar als we samenwerken en communiceren kunnen we onze perspectieven dichterbij elkaar brengen. En door dit proces kunnen we gedeelde realiteit opbouwen, bijvoorbeeld culturele mythen en verhalen, of de wereld van de fysica.

Volgens de enactivisten zijn mensen niet de enige levende wezens die zich bezig houden met voorspellen en handelen en het vormgeven van hun eigen werelden. Ook walvissen, planten, bacteriën en alle andere levensvormen nemen deel aan het creëren van realiteit. Onderzoekers hebben ontdekt dat zelfs eenvoudige netwerken van biomoleculen een zekere mate van keuzevrijheid lijken te vertonen, die naar hun eigen doelen streven. Fuchs zegt dat hij zijn onderzoek gaat uitbreiden en daar niet alleen menselijke metingen bij wil betrekken, om op die manier beter te begrijpen wat het voor onze ervaringen betekent om een deeltje van ‘de wereld’ te vormen (en te zijn).

Wordt vervolgd. 

 
 
bron:
Jo Marchant
New Scientist
21 maart 2026

zondag 19 juli 2026

Pluriversum als Jazz improv

Liquid Days (2 van 4)

(vervolg van vorige blogpost)

Fuchs en collega’s bekeken de zaken vanuit een First-person standpunt,  met een methode om de wereld van binnenuit te begrijpen. In plaats van uitspraken te doen over ‘hoe de dingen zijn’ werk je je voorspellingen voor toekomstige gebeurtenissen voortdurend bij op basis van wat je hebt meegemaakt in het verleden. Waarschijnlijkheden (in de kwantumfysica) zijn dan een optelsom van wat iemand weet, en hebben geen betrekking op iets buiten ons. Hoe het ‘verder’ gaat is voor ieder individu verschillend. Iemand anders met zijn/haar patroon van ervaringen en overtuigingen zou tot heel andere conclusies kunnen komen. Kwantumfysica als een gids voor persoonlijke ervaring, en niet voor objectieve realiteit. Onze keuzes en acties geven vorm aan wat er gebeurt, en de vragen die we stellen bepalen wat voor ons persoonlijk ‘waar’ is.

En eigenlijk komen neurowetenschappers nu tot vergelijkbare conclusies over hoe we onze omgeving in het algemeen waarnemen. Er is meer bewijs dat we de buitenwereld niet rechtstreeks ervaren, maar als persoonlijk en voortdurend bijgewerkt model, of voorspelling. Dit wordt “predictive coding” genoemd. Als er nieuwe zintuiglijke info binnenkomt actualiseert het brein wat het over de wereld gelooft. De dingen (voorwerpen) die we waarnemen zijn de “beste gissingen” van de hersenen, afhankelijk van onze persoonlijke geschiedenis en overtuigingen. Daarom zullen we de dingen nooit zien zoals ze “echt” zijn. Het is een gepimpte benadering van ervaring, geen objectief venster op het universum daarbuiten.

Maar er is wel een belangrijk verschil. Die neurowetenschappers en ook de meeste natuurkundigen hebben de neiging om aan te nemen dat er (ondanks de verschillen in kijk op wereld) nog steeds een ‘solide echt landschap’ is dat onze perceptie te boven gaat. De ingeschatte modellen van de wereld in ons hoofd (onze bewuste ervaring) zijn ook maar een “gecontroleerde hallucinatie”. We leven in wezen nog steeds in een illusie, niet in staat om de echte wereld te bereiken.

Maar stel, er is geen solide landschap ‘daarbuiten’, dan verandert dat de betekenis van predictive coding volledig. Er is geen transcendente waarheid, zegt Fuchs. Niets bestaat vanuit een ‘Gods-eye’ perspectief, het maakt niet uit op welke individuele manieren we kijken. Daarom zou je, in plaats van onze persoonlijke werelden te behandelen als hallucinaties of modellen van de fysieke wereld, onze ervaringen ook eens kunnen bekijken als componenten van een ander soort realiteit, met eigen oorzakelijke krachten.

Waar Wheeler een universum zag ‘gemaakt van informatie’, praat Fuchs in termen van acties en gevolgen. Als je de actie niet onderneemt heb je een ander universum dan wanneer je dat wel zou doen, zegt hij. En dan hangt het ook nog af van welke soort actie je onderneemt. Dit is het Pluriverse, een dynamische “tapestry” van “interacting perspectives” dat Fuchs beschrijft als een “living community of NOWs”. Een pluriversum dat niet is samengesteld uit afzonderlijke dingen die al bestaan, maar uit patronen van ervaringen, die continu tot stand komen door keuzes en acties. Het omvat alle kenmerken van onze persoonlijke werelden die van invloed zijn op wat we waarnemen en hoe we handelen. Bijvoorbeeld alles op het gebied van de natuurkunde, maar ook elke onlogische geloofsovertuiging of eenmalig ervaring. In het artikel worden hier zeer uiteenlopende voorbeelden genoemd, zoals “clicking particle detectors” en monsters onder het bed en krakende herfstbladeren.

Niet bepaald Einsteins relativiteitstheorie. Vergelijk het pluriversum maar met een jazz improvisatie of een jungle of een uitbundige menigte die los gaat. Het is een onhandelbaar, steeds veranderend, zich continu ontwikkelend samenwerkingsproject zonder masterplan maar met de vrijheid zijn eigen toekomst te vormen. Het is constante schepping, zegt Fuchs, “nature is being hammered out, as we speak”.

Wordt vervolgd.

 
 
bron:
Jo Marchant
New Scientist
21 maart 2026

vrijdag 17 juli 2026

A Living Community of NOWs

Liquid Days (1 van 4)

Eigenlijk wil ik de Grondregels… van Nagarjuna weer eens op pakken, maar een artikel in de Engelse New Scientist van maart jl. is te mooi om hier geen voorrang te krijgen. En het stuk sluit ook nog prima aan bij onderwerpen als oorzaak en gevolg en leegte.

In een van de vorige blogposts verbeeldde ik me een onmetelijk pointillistisch schilderij, een oneindige oceaan van ruimte, gevuld met losse stippen vlak naast elkaar, die samensmelten in het oog van de kijker. Een illusie van ontelbare kleine elementen, dharma’s. Het artikel In the eyes of the beholder van Jo Marchant suggereert iets soortgelijks, namelijk een dynamische tapestry, hier een aan elkaar genaaide kosmos van in elkaar grijpende perspectieven en ervaringen, een “living community of NOWs”!

Marchant wordt gefascineerd door de vraag wat NU, het heden, eigenlijk is. Het is alles, zegt ze, en het enige dat je ooit kunt ervaren of weten. Zelfs je herinneringen en plannen kun je NU pas ervaren. En toch is het gebruikelijke standpunt in de natuurkunde dat NU niet eens bestaat. In Einsteins relativiteitstheorie zijn alle tijdspunten gelijk. Elke gebeurtenis kan al worden gedaan of nog plaatsvinden, vanuit verschillende gezichtspunten. Er is geen ‘kosmische ontplooiing’ waardoor de werkelijkheid tot stand komt. Dat geeft wel een probleem: als NU een illusie zou zijn, kunnen we op dat moment niet ingrijpen om de toekomst te beïnvloeden, omdat alle gebeurtenissen en tijden al bestaan. Alles ligt al vast.

Vervolgens komt Marchant met een klassiek gedachten experiment (jaren 70) van natuurkundige John Wheeler, met een soort omkering van de normale volgorde van de tijd, waarbij onze keuzes niet alleen het heden beïnvloeden, maar ook het verleden. Voor Wheeler was de les van de kwantum mechanica dat onze realiteit niet los van ons bestaat. We kunnen een deeltje niet ‘vastpinnen’ totdat we er naar kijken, want het gaat hier niet om definitieve dingen, maar om potentieel. Door de vraag te kiezen, bepalen we wat voor soort antwoord we krijgen. Dus, zegt Wheeler, als een fenomeen niet bestaat totdat we het bekijken en beoordelen, dan moet wat aan ons verschijnt niet alleen het heden zijn, maar ook het verleden.

Ons hele universum, dichtbij en ver, verleden en toekomst, wordt NU, van moment tot moment en voortdurend tot stand gebracht door de antwoorden op vragen die we stellen. Als we andere vragen zouden stellen, of in een andere volgorde, zouden we een ander resultaat krijgen. De deeltjes die we waarnemen zijn afgeleid van ‘informatie’ die wijzelf helpen creëren. “Informatie als een nieuwe vloeistof in de wereld”.

Hoewel deze nieuwe richting dadelijk een grote vlucht nam, was Christopher Fuchs (een voormalig student van Wheeler) niet tevreden. Hij vond namelijk dat het belangrijkste punt van Wheeler hier gemist werd: dat er geen antwoord is totdat we de vraag stellen. Fuchs had zo zijn eigen interpretatie van kwantumfysica: QBism. Hij vroeg zich af wat het voor de realiteit betekent als je zegt dat het resultaat van een meting onlosmakelijk verbonden is met de meting zelf?

Wordt vervolgd.

 
 
bron:
Jo Marchant
New Scientist
21 maart 2026

dinsdag 7 juli 2026

Stella Maris


In de vorige blogpost over Frank Boeijen en zijn hemel, kwamen de katholieke roots van deze Nijmeegse zanger al ter sprake. En hoewel Frank beweert niet in een hiernamaals te geloven, is daar op zijn laatste album Paradijs van het grote Niets (thema: “Vergankelijkheid”) weinig van te merken. Luister maar eens naar het prachtige titelnummer bijvoorbeeld, of naar het merkwaardige Stella Maris, een soort drieluik van heel korte delen verspreid over het album.  
 
Stella Maris, ‘Sterre der Zee’, is een Mariabeeld in een kapel in Maastricht. Frank was daar en zal er een moment van troost beleefd hebben. Op zijn website heeft hij het over ‘een offer: kaarsen, licht, warmte’. En, bijna als een verontschuldiging: het is ‘een oeroud gebruik, ook in andere culturen en religies’.
 
Het nummer Stella Maris op Franks album lijkt te gaan over de overgang van een oude vriend, die overleden is. Zijn huis is verbrand, is hij daarbij omgekomen? Dat weten we niet. “Ik ben gekomen om u te zeggen dat onze oude vriend onderweg is”, zingt Frank kennelijk tot de ‘Sterre der Zee’ Maria. En hoe kort en versnipperd dit vreemde nummer ook is, er zit veel in. Liefde, gemis, en inderdaad vergankelijkheid.
 

donderdag 25 juni 2026

It's too hot to move, and it's too hot to think

And from this window, I can see the street below
I can hear the hit parade on the radio
There's dirty dishes piling up in the sink
But it's too hot to move, and it's too hot to think 

                                                                   Triffids

 

Deze week kom ik nergens aan toe. Er is een hittegolf en die slaat alles plat. Nadenken over gewone dingen is al niet eenvoudig, laat staan over Nagarjuna…Activiteit staat hier even op een laag pitje (zelfs Yoga).
 
 

vrijdag 19 juni 2026

Paradijs Van Het Grote Niets

De hemel van…  Frank Boeijen

(De hemel van… Afl.31)

Dit jaar verscheen Paradijs Van Het Grote Niets, een nieuw album van Frank Boeijen. Vier jaar mee bezig geweest, vertelt hij op zijn website, en veel materiaal niet gebruikt. Er is een terugkerend thema: ‘de vergankelijkheid’, want ja “uw zanger wordt ouder”, zegt Frank zelf. Volgend jaar zeventig, het verbaast hem, voelt zich nog ongemakkelijk de koorknaap in het kerkelijke priesterkoor. Hij wil gewoon doorgaan zolang het kan, maar toch “Wie weet... het laatste woord…”. Luister maar naar het album, zegt Frank, “beter wordt het niet”. En inderdaad, dit is waarschijnlijk het mooiste album uit de carrière van Frank Boeijen, inclusief de periode Frank Boeijen Groep. Erg goed!

Een album bedoeld als troost en verzachting, en dat is natuurlijk mooi meegenomen bij elke vorm van vergankelijkheid. En die komt hier breed aan bod: verdriet, verlies, oude vrienden, familie, naderend einde, dementie. Zoals altijd zijn de teksten van Frank hier redelijk toegankelijk, soms wat flarderig abstract en kun je er meerdere kanten mee op, afhankelijk van je stemming.

De mooiste song is zonder twijfel het titelnummer Paradijs van het grote niets. Lijkt mij erg persoonlijk, zelfs voor Frank Boeijen. Hij beschrijft een hiernamaals, een ideale plek, die hij ‘paradijs’ noemt, maar die van hem net zo goed ‘nirvana’ of ‘hemel’ mag heten. In de loop der jaren vertelde Frank in interviews niet in een hiernamaals te geloven. “Het kan gewoon niet waar zijn” en “je komt er toch nooit achter”. Maar misschien doet inmiddels zijn katholieke opvoeding zich toch nog, toch weer, gelden? Zijn uitvaartdienst, te zijner tijd, moet dan ook ‘gewoon’ in een kerk plaatsvinden (zonder muziek).

En hier deelt Frank dus zijn versie van de hemel. Waar hij misschien niet in gelooft, maar wel op hoopt? Hij verwacht dat we elkaar hier weer zullen terugzien, in dit rijk der doden, van onze geliefden. Althans the good guys, want er zijn alleen maar vredelievende begripvolle onbaatzuchtige mensen. Hier geen afkeer, afgunst, oordeel. En zeker geen typisch aardse ongemakken, hij geeft een opsomming: oorlog, macht, geld, tirannen, materie, geweld en dwang. Allemaal afwezig.

Het is het paradijs van mooie dingen. Waar het vrede is. De eeuwige rust van de aanwezigheid, afwezigheid, niet te zien, niet te horen. Waar alleen liefde telt. Waar iedereen mag zijn die hij wil zijn, de anderen (the bad guys) zijn ergens anders. De hel natuurlijk, het vagevuur, het “inferno der schaamtelozen en gewetenlozen”, Frank somt er de nadelen van op, eigenlijk alle zaken die in de hemel afwezig zijn. Want daar heerst genegenheid, vergeving en vrijheid. En vooral samenzijn in het grote niets onder elkaar, met die ene geliefde of dat speciale iemand. Vertrouwd en zacht wonen we in elkaars hart, voorbij het ondraaglijk verdriet, samen in het Paradijs van het grote niets.

We worden er herboren, zien door de ogen van een kind dat alles voor het eerst ziet, daar heerst bewondering, warme omarming, daar is geen einde want dat is al geweest. Liefde zonder einde in ons paradijs. Het is kortom, ondanks de titel, een behoorlijk christelijke aangelegenheid compleet met beloning en straf en weerzien, maar in dit geval zonder opperwezen en dergelijke. De katholieke invloeden zijn duidelijk aanwezig als Frank suggereert dat je er misschien zelfs een “goedgezinde geest” wordt (een beschermengel, een engelbewaarder) die het nieuwe kind de weg wijst onderweg naar die eindeloze liefde.
 

vrijdag 12 juni 2026

Mind the Gap

Nagarjuna 12
 
Vier soorten oorzaken noemt Nagarjuna in de vorige blogpost.
De meest interessante daarvan vind ik de ‘precedente oorzaak’, dat is (volgens vertaler Erik Hoogcarspel) “het verdwijnen van de vorige gedachte of bewustzijnsmoment dat het ontstaan van het volgende veroorzaakt”. Misschien is “gelegenheid biedt tot” hier een betere omschrijving?

Nagarjuna spreekt van dharma’s (fenomenen), in dit geval alles wat zich in het bewustzijn manifesteert. Voorstellingen, verschijnselen en dus gedachten. Die zijn héél vluchtig. Ze verschijnen en verdwijnen continu, een gedachte is al bezig te verdwijnen als hij net is verschenen. We kunnen middels een gedachte ook niet een volgende gedachte sturen of juist voorkomen. Want een gedachte veroorzaakt niet de daaropvolgende gedachte, die komt namelijk vanzelf door (bij wijze van spreken) de “zuigende werking” van de verdwijnende voorgaande gedachte. Prachtig en beeldend geformuleerd!


Volgens de Sarvastivadins kun je door het vasthouden van een aanwezige gedachte het beste concentratie bereiken. Ik denk nu aan Sogyal Rinpoche. Bij hem las ik eerder dat je in meditatie je gedachtenstroom vertraagt, waardoor ‘de opening’ steeds duidelijker wordt. Gedachten nemen wij als ononderbroken waar, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is. Ontdek dat er na elke gedachte een ruimte is, zegt Sogyal. Als de ene gedachte verdwenen is, en de volgende nog niet verschenen, is er altijd een pauze, een opening waarin de pure natuur van de geest (Rigpa) zich openbaart.

Een ruimte, een pauze, een opening. Een bardo dus!
In de eerste instantie denk je dan misschien aan de tussenfasen na de dood, maar bardo ervaringen doen zich ook tijdens ons leven continu voor. Volgens Sogyal zijn ze een fundamenteel deel van onze psychologische structuur. Het leven is niets anders is dan een onophoudelijke schommeling van geboorte, dood en overgang. Maar meestal letten wij niet op de bardo’s en openingen en overgangen, maar gaat onze geest van de ene zogenaamde ‘vaste’ situatie naar de volgende. Eigenlijk is elk moment van onze ervaring een bardo, want elke gedachte en elk gevoel komen op uit de essentie van de geest, en lossen daar weer in op.

Precies op momenten van grote veranderingen en sterke overgangen krijgt de ware, oorspronkelijke natuur van onze geest (“die is als de hemel”, zegt Sogyal Rinpoche) een kans zich te openbaren. Ik denk dan natuurlijk onmiddellijk aan het sterfmoment, Chikai bardo! Waarschijnlijk de belangrijkste ‘gap’ in een mensenleven. De lichamelijke dood, het ene moment leef ‘je’ nog, het andere ben je ‘dood’. Daartussenin een onderbreking, hoe kort ook. Het heldere licht doet zich voor. Een zeer krachtige kans op bevrijding. Herken de ruimte en de eenheid, en de illusie van je ‘zelf’ of ‘ego’.

Ruimte tussen dharma’s klinkt wel prettiger dan opening, pauze of onderbreking. Minder lineair ook. Al die losse momenten, de ontelbare kleine elementen, dharma’s, verenigd in een eeuwige en oneindige oceaan van ‘ruimte’. Als in een onmetelijk pointillistisch schilderij. Losse stippen vlak naast elkaar, maar het oog van de kijker laat ze samensmelten. Een illusie.

Wordt vervolgd.

 
 
bronnen:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005
 
Sogyal Rinpoche
Dagend inzicht
Servire, 1995

dinsdag 9 juni 2026

Vier oorzaken

Nagarjuna 11

Sarvastivada, genoemd in de vorige blogpost, is een vroege boeddhistische school met interessante denkbeelden, op zich al genoeg voor een hele reeks blogposts. Misschien later? Als ik het goed begrepen heb zijn ze als verre voorloper ook van invloed geweest op het Tibetaans boeddhisme.

In het commentaar bij vers 3 van Nagarjuna’s Grondregels… brengt vertaler Erik Hoogcarspel naar voren dat de Sarvastivadins een dualistisch wereldbeeld hebben. Geest en materie zijn volledig verschillend en materie kan niet iets geestelijks veroorzaken. Maar omdat het wel duidelijk is dat de dingen om ons heen invloed hebben op onze geest, en dat dus niet met ‘gewone oorzakelijkheid’ verklaard kan worden, moeten er alternatieven bestaan, nieuwe oorzakelijkheid.

Hoogcarspel komt met het voorbeeld van letters in een boek. In feite zijn dat maar inktvlekjes, maar ze betekenen iets en kunnen daarom van veel invloed zijn op de geest van ons als lezers. Denk maar eens aan een belastingaanslag. Opvallend dat de vertaler hier met ‘letters’ komt aanzetten. Die vormen woorden, en daar heeft Sarvastivada iets mee. Fysieke en mentale onderwerpen bestaan niet werkelijk, las ik ergens, maar zijn opgebouwd uit dharma’s. Maar woorden, dat is een ander geval. Die zijn zelf dharma’s en bestaan dus wel. Er zijn drie soorten: (zelfstandig naam)woord, zin en geluid.


Er zijn vier soorten oorzaak, zegt Nagarjuna in vers 3. En géén vijfde, voegt hij daar nog aan toe. Waarom? Misschien speciaal voor de Sarvastivadins waar hij zich speciaal tot richt. Deze vier worden veelal aanvaard door allerlei boeddhistische stromingen:
 
1 de (effectieve) oorzaak
2 de objectoorzaak
3 de precedente oorzaak
4 de dominante oorzaak.

Hoogcarspel licht ze toe. Nummer 1 kennen we uit het dagelijks leven, ‘de gewone oorzaak’ zeg maar. Nummer 2, 3 en 4 zijn typisch boeddhistisch, bedoeld om (de gebeurtenissen binnen) ons bewustzijn te verklaren.

Objectoorzaken zijn de dingen zoals ze ons bij het waarnemen verschijnen, uitwendige oorzaken die ons bewustzijn bepalen en samen met de oorzaken binnen onze geest bepalen wat we denken.

De dominante oorzaak heet letterlijk ‘de hoogste heer’ – een verschijnsel dat overheerst heeft meer invloed op ons bewustzijn dan alle anderen. Twee soorten zijn er, objectief en subjectief. Hoogcarspel’s voorbeelden: 1. het is mooi weer, maar jij hebt griep en 2. het is mooi weer, maar er is een hond (waar jij een hekel aan hebt).

De precedente oorzaak bewaar ik voor de volgende blogpost.

 
 
bron:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005

zaterdag 6 juni 2026

Dharma’s

Nagarjuna 10 
 
De ‘werkelijkheid’ bestaat uit een aaneenschakeling van losse momenten.
Alle dharma's (fenomenen) bestaan tegelijk in het verleden, heden en de toekomst. De essentie van de werkelijkheid is permanent, zelfs als verschijnselen veranderen. Dat is de mening van de Sarvastivadins, een boeddhistische stroming waar Nagarjuna zich speciaal tot richt. In de vorige blogpost kwamen ze ter sprake.

Die drie genoemde dharmas bestaan op één manier tegelijk, maar het zijn geen identieke kopieën, ze verschillen per tijdspositie. Alles bestaat maar héél even (momentariteit) en verandert continu, alles ontstaat en vergaat onmiddellijk. Er is geen blijvende essentie of continuïteit tussen verleden, heden en toekomst. Een dharma volgt wel direct uit de voorgaande dharma, maar volgens het principe van afhankelijk ontstaan. Dus gebeurtenissen voorafgaand aan de dharma ‘van nu’ hebben geen invloed meer, en er wordt ook niet vooruitgelopen op hiernavolgende gebeurtenissen.

Deze uitgangspunten leveren wel problemen op. Bijvoorbeeld karma zou niet kunnen bestaan. En je eigen emoties observeren kan ook niet. Observatie en emotie spelen zich beiden in je eigen hoofd af en kunnen niet tegelijkertijd plaatsvinden. Daar werd het volgende op gevonden. Naast de dharma ‘van nu’ (het heden) bestaan er ook dharma’s uit het niet-heden, dus verleden en toekomst (andere scholen namelijk verwierpen dat). En dat maakt dan weer oorzakelijke samenhang en karmische verantwoording mogelijk. Een handeling in het verleden (een dharma) blijft “aanwezig” als opgeslagen karmisch potentieel. En een toekomstig potentieel kan al een bepaalde stemming of opvatting veroorzaken (zijn schaduw vooruit werpen!).

Een interessant, maar ook merkwaardig en ingewikkeld verhaal. Er wordt wel een soort tijdlijn geïntroduceerd, maar verleden – heden – toekomst beïnvloeden elkaar niet. Geen oorzaak en gevolg hier. Toch zijn er eventuele karmische gevolgen. En de toekomst, ligt die vast?


Helaas besteedt Eric Hoogcarspel in zijn inleiding niet veel aandacht aan de Sarvastivadins. Misschien komt dat later nog? Bij vers 3 vermeldt hij dat ze een dualistisch wereldbeeld hebben, waarin geest en materie absoluut verschillend zijn. En daarom kan materie niet iets geestelijks veroorzaken. Dat vind ik interessant, want zegt Spinoza dat ook niet? De ‘attributen’ materie en geest, waarmee de enige substantie (God) zich uitdrukt in eindeloos veel ‘modi’, gaan parallel aan elkaar, maar kunnen elkaar niet beïnvloeden. Het zijn twee kanten van dezelfde zaak (God), één en dezelfde substantie, maar dan vanuit verschillende standpunten gezien (dus hier géén dualiteit!). Gods denken is gelijk aan zijn handelen, alles wat op gebied van de materie gebeurt heeft z’n parallel op het gebied van de geest (en omgekeerd).
 
 
 
 
Bronnen:
diversen op internet
 
Jan Knol
En je zult spinazie eten
Wereldbibliotheek 2016, tiende druk
 
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005

vrijdag 5 juni 2026

Prijs


Aan de 1½ lezer van dit blog,

Ben je toevallig op IN-TUSSEN verzeild geraakt, en heb je twijfels over de inhoud en kwaliteit van dit blog? Weet dan dat het een weergave is van mijn persoonlijke zoektocht, geschreven voor mijzelf, ik benadruk het nog maar eens: het is mijn blog. Ik weet niets en doe ook niet alsof. Ik zou mijn gedachten ook in een dik cahier kunnen noteren bijvoorbeeld, maar internet werkt (in dit geval) nu eenmaal veel beter. Er is dan wel kans op enig misprijzen en dergelijke, de vorige blogpost leverde een ‘mild vrolijke’ reactie op van een mij overigens welgezinde lezer. Aanleiding was mijn opmerking dat ik mij “intuïtief best een Nu of Leegte kan voorstellen”. Inderdaad, dit verdient geen schoonheidsprijs, of in dit geval scherpzinnigheidsprijs, maar denk dan aan de woorden van Suzuki Roshi:

De geest van een beginner biedt vele mogelijkheden, die van een deskundige maar weinig.

Morgen weer Nagarjuna.

dinsdag 2 juni 2026

Sarvastivada

Nagarjuna 9

Verder met Nagarjuna’s Grondregels…, vers 3 van hoofdstuk 1.

Nagarjuna stelt dat er geen onafhankelijke oorzaken en gevolgen bestaan, en dat ‘de dingen’ hun zelfbestaan niet uit hun oorzaak halen. Ook de rest van het hoofdstuk gaat voornamelijk over wel of niet oorzaak en gevolg. Ik heb daar inmiddels veel over nagedacht en ook wel gediscussieerd, maar blijf er toch wat moeite mee houden. En ook voorzichtig, denk aan de woorden van Padmasambhava: “Hoewel mijn Zicht zo ruim is als de hemel, zijn mijn handelen en mijn eerbied voor oorzaak en gevolg zo fijn als meel”.

Kan het zijn dat deze stijl van uitleg mij niet ligt? Het eindeloos filosofisch geredeneer. Of is het hier juist de bedoeling dat je ‘woordenmoe’ en murw van langdurig overpeinzen een inzicht krijgt? Je vastgeroeste logische denkpatroon doorbroken, op een koan-achtige wijze? Intuïtief kan ik mij best een Nu voorstellen, of Leegte waarbij alles in een constante transitie verkeert, in samenhang met alles. Zodanig in beweging dat er nooit een ‘vast’ etiket opgeplakt kan worden.


Hoe verder? In zijn commentaar bij de tekst noemt vertaler Erik Hoogcarspel zijdelings een boeddhistische stroming waar Nagarjuna zich speciaal tot richt. Waarom doet Nagarjuna dat? Iets meer uitleg daarover zou zijn tekst wellicht wat begrijpelijker en minder abrupt maken. Op internet vind ik meer informatie over deze Sarvastivadins. Heel in het kort: een invloedrijke vroege boeddhistische school die gelooft dat alle dharma's (fenomenen) bestaan in het verleden, heden en de toekomst. De essentie van de werkelijkheid is permanent, zelfs als verschijnselen veranderen.

De Sarvastivadins gaan er van uit dat de dagelijks waarneembare wereld niet werkelijk bestaat, maar is opgebouwd uit ontelbare kleine elementen (dharma’s). Alleen deze dharma’s bestaan echt en dan ook nog maar voor héél even. Het is momentariteit, de voortdurende vergankelijkheid en verandering van alle verschijnselen. Ze ontstaan, veranderen direct en vergaan weer, wat leidt tot de filosofie van 'afhankelijk ontstaan'. De zogenaamde werkelijkheid bestaat uit een aaneenschakeling van losse momenten.

 
 
Bronnen:
diversen op internet 
 
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005

vrijdag 29 mei 2026

Shaping chairs

bron afbn: bbc news

Op BBC news las ik een artikel over Alice en Gavin Munro, een stel uit Derbyshire. Zij laten bomen groeien in de vorm van een stoel, een proces dat meestal zes tot negen jaar duurt. Daarna moet het hout nog een jaar drogen. De Munro’s zijn inmiddels 20 jaar aan het experimenteren.
 

Grappig dit! Vooral omdat “een stoel” in de toelichting door de vertaler van Nagarjuna’s Grondregels… genoemd wordt als het voorbeeld van een substantie met vaste eigenschappen. “Een stoel is wat hij is”. Substanties worden geacht zelfstandig, onveranderlijk en onafhankelijk te zijn, maar Nagarjuna toont telkens aan dat dit onhoudbaar is. De dingen zijn alleen maar wat ze zijn in onze ogen! Een stoel is voor ons een stoel, maar niet voor een vogel.

En nog leuker, uitgerekend een boom wordt in het boeddhisme vaak gebruikt als voorbeeld om ‘afhankelijk ontstaan’ te illustreren, de onderlinge samenhang en interconnectie. Niets bestaat op zichzelf, alles is verbonden.

 
 
bronnen:
BBC.com, 18 mei 2026 
 
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005

maandag 25 mei 2026

Ich freue mich

Maarten ’t Hart en de dood (2-2)

In het eerste deel van deze blogpost beschreef Maarten ’t Hart (1944) hoe hij ooit een zelfmoord overwoog. De doorgaans monter ogende schrijver brengt in zijn boeken ook wel eens ‘mini-depressies’ ter sprake, die dan gelenigd worden door een troostend bezoek aan de boekhandel en de aanschaf van (afgeprijsde) boeken (meestal over componisten). Ik weet niet of Maarten in een eventueel hiernamaals gelooft, daar laat hij zich nooit over uit. Wel over de dood. Zijn vader was grafdelver en bij hem op het kerkhof zag hij ooit dit versje:

Eens was ik net als u,
die dit nu staat te lezen,
en zoals ik nu ben,
zo zult gij eenmaal wezen.
 
Een olijke variant op ‘heden ik, morgen gij’, maar voor de achtjarige Maarten een schokkende eye opener. In een van zijn autobiografieën (Dienstreizen van een thuisblijver) vertelt hij over een reportage op de begraafplaats van Warmond met een Duitse fotograaf, genaamd Tobias Todt. Het hele verhaal lijkt mij uit de duim gezogen, maar maakt wel duidelijk hoe Maarten over de dood denkt. Hij lijkt daar niet bevreesd voor, maar wel ‘doodsbang voor een ernstige ziekte’. Want dan kom je in een ziekenhuis terecht en daar kun je niet slapen, weet hij uit ervaring, en daardoor zink je steeds verder weg in een depressie. Je wilt dan dolgraag slapen en wegzinken in de diepst mogelijke slaap. ‘En wat is de diepst mogelijke slaap anders dan de dood?  En als je zo smartelijk naar slaap kan verlangen, naar vergetelheid, naar wegzinken in een zoete sluimer, waarom je dan nog druk maken over de dood? ‘Doodzijn was toch het ultieme slapen, was toch een slaap van eeuwige jaren?’, citeert hij een boek van lang geleden.
 
 
Maarten wil vooral niet gecremeerd worden, ‘want dan worden al die hoogwaardige eiwitten die je je leven lang stuk voor stuk hebt opgebouwd in één klap vernietigd’. Hij laat de fotograaf alvast het plekje zien waar hij ooit wenst te liggen. De muziek bij de uitvaart moet in ieder geval het mooiste stukje Prokofjev bevatten, anderhalve minuut filmmuziek getiteld ‘de Tataarse steppe’. Hij lijkt zich te verheugen, want dood zijn heeft zo zijn voordelen. Als hij langs dit kerkhof fietst denkt hij altijd: als je dood bent, hoef je nooit meer op reis. Hij neuriet cantate 82 van Bach: Ich freue mich auf meinen Tod
 
 
 
bronnen:
Maarten ’t Hart
Een deerne in lokkend postuur
Persoonlijke kroniek 1999
De Arbeiderspers, 2000
 
Maarten ’t Hart
Dienstreizen van een thuisblijver
De Arbeiderspers, 2011

dinsdag 19 mei 2026

Geen verplichtingen meer

Maarten ’t Hart en de dood (1-2)

Ik droomde een keer dat ik bij de wastafel in mijn badkamer stond. Er lag water onder vanwege een lekkende sifon. Dat was flink balen (ik heb een lange geschiedenis met lekkages), maar ineens besefte ik dat dit misschien een droom was. Om dat te testen bukte ik om even mijn handen door het water te halen, want dat kun je in een droom niet voelen, dacht ik. Maar helaas, kletsnat natuurlijk. Wat een opluchting toen ik wakker werd!

Toch schijnen er wel dingen te zijn die je in een droom niet kunt doen. Klokkijken bijvoorbeeld, of lezen. Maarten ’t Hart (1944) beweert iets anders. In zijn ‘persoonlijke kroniek 1999’ (Een deerne in lokkend postuur) herinnert hij zich een ‘ongewoon heldere droom’ uit 1971 waarin hij de krant las, en daarbij zijn eigen overlijdensadvertentie tegenkwam. Hij prentte zich de datum scherp in: 14 april 1987. Lange tijd heeft hij gedacht dat de droom zou uitkomen, maar die angst (?) is inmiddels (1999) door de tijd ingehaald. Toch betwijfelt Maarten nog steeds of hij het jaar 2000 wel zal halen, want gelet op zijn enorme roekeloosheid in het verkeer is het ‘een groot wonder dat hij nog steeds leeft’.

Is hier (onbewust) sprake van een doodswens? In hetzelfde boek lees ik bij 17 september een indringende passage, getiteld Thanatos (de god van de zachte dood). Hier beschrijft Maarten hoe hij vanuit de woonkamer van zijn zus het balkon oploopt. Ze woont hoog in een flat met een schitterend uitzicht. Het is zonnig warm met een goudkleurig en betoverend septemberlicht. Hij staat daar en kijkt naar beneden en voelt zich sprakeloos gelukkig. Diep onder hem ligt een zonovergoten groen grasveld. Hij herinnert zich psalmteksten en denkt aan het heelal, mysterieus maar doelloos.

Terwijl hij zich dicht tegen de balkonrand aandrukt lijkt het haast alsof het grasveld zich aanbiedt. Zwevend op de vleugels van de wind zou hij er vredig op kunnen neerdalen. Hij moet alleen even op die rand klauteren. De wind suist, achter hem de stemmen uit de kamer, en naarmate de seconden verstrijken lijkt het steeds aanlokkelijker om te springen. Aan al zijn problemen zou in één klap een einde komen. Hij somt ze voor ons op. Geen ondraaglijk lijden zo te zien, maar irritante ongemakken en werkdruk en allerlei verplichtingen. Dan ziet hij op het grasveld een meisje met een hondje en denkt dan aan zijn eigen hondje Roef. Het kost hem nog wel de grootste moeite om zich weer los te maken van die balkonrand, want ‘wat kan het opeens geweldig aantrekkelijk lijken om dood te zijn!’ 

Is dit verhaal geïnspireerd door het werk van T.F. Powys (1875-1953)? Maarten ’t Hart zou een bewonderaar zijn van deze merkwaardige Engelse schrijver, maar dat heb ik nergens concreet kunnen vinden. Bij Powys is de dood een list van de natuur om je je leven afhandig te maken, maar tegelijk de enige uitweg uit de misère.

 
bron afb: knipsel Parool

 
bron:
Maarten ’t Hart
Een deerne in lokkend postuur
Persoonlijke kroniek 1999
De Arbeiderspers, 2000

woensdag 13 mei 2026

Nagarjuna en Spinoza

Nagarjuna 8

Vervolg van de vorige blogpost. Via hoofdstuk 1 van Nagarjuna’s Grondregels… en de inleiding van vertaler Erik Hoogcarspel ben ik op een zijpad met Spinoza beland. Dat was niet direct de bedoeling, maar ik heb er wel veel aan gehad. Tegelijkertijd bezig zijn met Nagarjuna en Spinoza bleek prettig en leerzaam, maar nu wil ik wil me weer hoofdzakelijk op Nagarjuna en ‘leegte’ concentreren. Voor de volledigheid kijk ik nog één keer kort naar de overeenkomsten en verschillen tussen beide filosofen (althans voor zover ik denk het begrepen te hebben).


Overeenkomsten.
Nagarjuna en Spinoza hebben allebei radicale standpunten. Beiden weerleggen een onafhankelijke bestaan van dingen, maar benadrukken een onderling verbonden werkelijkheid. Geen dualiteit hier en geen ‘ego’.
 
Tegenstellingen.
Nagarjuna ontkent elke zelfstandige ‘substantie’, terwijl Spinoza stelt dat er één substantie (God) is, die in alles zit. Bij Nagarjuna geen onafhankelijke oorzaken en gevolgen. En volgens Spinoza komt alles voor uit enorme reeksen oorzaken, in gang gezet door God, de allesomvattende substantie, en alle dingen (modi) zijn daarvan afkomstig. Bij Nagarjuna leegte (van zelfbestaan), geen substantie bij wat dan ook.

En eigenlijk hebben beide heren een ander doel (of lijkt dat maar zo?). Nagarjuna wil verlossing uit lijden bereiken (voor ons allemaal), en Spinoza wil begrip van de werkelijkheid. Nagarjuna ziet kans op bevrijding door wijsheid (prajna), want die kan leiden tot het inzien van leegte. Spinoza vindt vrijheid in het besef dat de wereld (de natuur) noodzakelijk is.


Tja, de eventuele ‘waarheid’ zal wel ergens in het ‘midden’ liggen. Of niet natuurlijk. Iedere vorm van logisch of conceptueel denken is uiteindelijk onhoudbaar, zegt Nagarjuna toch zelf. Het zijn slechts hulpmiddelen om je gehechtheid los te laten. Volgens Sogyal Rinpoche lijkt de logische geest wel interessant, maar is het de kiem van verwarring en versluiering. Je kan zomaar geobsedeerd raken door je eigen theorieën, en volledig missen waar het om gaat. En bij een Tony Parsons moet je volstrekt niet proberen ‘het’ te begrijpen, want dan wordt het helemaal niks.

Desalniettemin, wordt vervolgd.

zondag 10 mei 2026

Taal

Nagarjuna 7

Vervolg van de vorige blogpost, waarin de voorzichtige conclusie getrokken werd dat vertaler Hoogcarspel’s substanties (in dit geval) hetzelfde zijn als Spinoza’s modi, waarvan zowel Nagarjuna als Spinoza lijken te beweren dat zij niet uit zichzelf bestaan. Maar bedoelen zij ook hetzelfde? Volgens Spinoza bestaat alleen God (Substantie), die eindeloos veel tijdelijke verschijningsvormen (modi) veroorzaakt, die allemaal van elkaar afhankelijk zijn.

Nagarjuna zegt dat alle dingen ontstaan in wederzijdse afhankelijkheid. En hij gaat nog veel verder, want volgens hem bestaan al die dingen eigenlijk niet eens. Hij toont aan dat die zogenaamde ‘zelfstandigheden’ (Hoogcarspel: ‘substanties’) onhoudbaar zijn. De dingen zijn duidelijk alleen maar wat ze zijn in onze ogen. Het is een kwestie van taal eigenlijk, en taal is geen afbeelding van de werkelijkheid, maar een benoemen ‘bij wijze van spreken’. Conventies, gewoonten, afspraken, de zogenaamde werkelijkheid is het speelveld van de taal, en daarom leeg van substantie/ zelfbestaan. Wat de taal noemt bestaat niet, maar is een inbeelding. Het belangrijkste obstakel voor inzicht is het geloof dat woorden naar op zich bestaande dingen verwijzen. (Zelfs de term ‘leegte’ is in sommige commentaren tot een nieuw soort substantie geworden!)
 

We moeten ons losmaken van de taal. Dat lijkt onmogelijk want er zijn altijd gedachten bijvoorbeeld, maar Nagarjuna verwijst naar momenten van diepe innerlijke vrede, waarin de dingen zijn opgehouden te bestaan. Maak de zaak eens wat transparanter door het lezen van (zijn) geschriften, denk er over na. Hopelijk leidt dat dan tot transcendente wijsheid: een totale omslag van jouw manier van denken, en waarbij je niet langer het spel van de wereld voor absoluut aanneemt. Uiterlijk zal er weinig veranderen, maar je ziet het als een spel en investeert niet meer. De begeerte naar zijn of niet zijn is weg, de illusie van de wereld, het idee dat je iets kunt gewinnen of verliezen is doorbroken. Meer esthetisch plezier, minder bezig zijn met nut en voordeel. Een heel andere manier van leven.

Wordt vervolgd.

 
 
bron:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005

dinsdag 5 mei 2026

Modi

Nagarjuna 6

Vervolg van de vorige blogpost. Via Nagarjuna ben ik dus bij Spinoza terechtgekomen. Erik Hoogcarspel gebruikt in zijn vertaling van Nagarjuna’s Grondregels… regelmatig het woord ‘substantie’, maar op een andere manier dan Spinoza.

In de vorige blogpost zagen we dat er volgens Spinoza maar één (‘super’)substantie is, namelijk God. Die is oneindig, er kan dus geen andere substantie naast bestaan. Enkel God bestaat. En aangezien er maar één Substantie bestaat, is God de uiteindelijke oorzaak van alle bestaanswijzen. Alle dingen die niet zichzelf veroorzaken worden door God verklaard of veroorzaakt. Ze bestaan, zegt Spinoza, ‘in God’. Margot Brouwer geeft in haar boek een mooi rijtje voorbeelden: “planten, dieren, mensen, jijzelf, zon, maan, sterren, de natuurwetten en zelfs het universum”. En Jan Knol doet hetzelfde in zijn boek: “stenen, tijgers, kleuren, gassen, politiek, vakbonden en mensen en eindeloos zo voort”. Zoals we al zagen in de vorige blogpost worden al deze dingen modi genoemd.

De substantie, zegt Jan Knol, drukt zich via de attributen materie en geest uit in eindeloos veel modi (verschijningsvormen). Eindige, tijdelijke openbaringen van het eeuwige universum (God), waarin alles bestaat, verrijst en weer ondergaat. Wij beschouwen al die dingen als opzichzelfstaand, maar dat is dus fout. Zij zijn “in iets anders”, namelijk in de attributen van de ene substantie, en kunnen (en moeten) alleen van daaruit begrepen worden. Alles hangt van iets anders af, niets is zijn eigen oorzaak, of bestaat uit eigen kracht. Alles en iedereen is van elkaar afhankelijk. Modi hebben altijd hun oorzaak in iets wat op zijn beurt zijn oorzaak heeft in iets wat op zijn beurt ook weer zijn oorzaak heeft in iets en eindeloos zo voort. Maar uiteindelijk komt je dan uit bij God, de oorzaak die zonder oorzaak is, de oorzaak van alles. Alleen God is zijn eigen oorzaak en van niets afhankelijk om te kunnen bestaan en begrepen te kunnen worden.
 
 
Terug naar Nagarjuna en zijn Grondregels… en de inleiding door vertaler Erik Hoogcarspel.

Er is dus die nieuwe leer van de transcendente wijsheid, en Nagarjuna wil die filosofisch onderbouwen. Volgens hem breekt het inzicht door zodra iemand ophoudt overal substanties te zien, dat wil zeggen iemand ziet wel substanties maar is er tegelijk van doordrongen dat die er niet zijn. Om de zaken minder ingewikkeld te maken, houd ik hier even het woord substanties aan in de betekenis die Hoogcarspel (en “de filosofie”) er aan geeft, dus “iets dat uit zichzelf bestaat en dat zélf voor z’n kenmerken zorgt”. Ook Hoogcarspel komt met een paar voorbeelden: letters, spoorboekje, windkracht. Wij hebben net gezien dat Spinoza dit modi noemt, en dat ze niet uit zichzelf bestaan! Beweren Nagarjuna en Spinoza nu hetzelfde?

 
 
bronnen:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005
  
Jan Knol
En je zult spinazie eten
Wereldbibliotheek 2016, tiende druk 
 
Margot Brouwer
Sterrenstof zijn wij
Querido Facto, 2025