zondag 23 augustus 2026
woensdag 12 augustus 2026
Troostdromen
In de Engelse New Scientist stond laatst een kort artikel van Alice Klein over geruststellende dromen, die vaak zouden voorkomen bij terminale patiënten. Prettige en levendige dromen en visioenen met overleden geliefden, wachtende familieleden, huisdieren en allerlei symbolen. Een bron van troost en opluchting voor de zieken die een spoedig levenseinde onder ogen moeten zien. Hun angst voor de dood vermindert en er zijn gevoelens van innerlijke vrede. Het helpt de mensen om de dood te accepteren, zeggen de onderzoekers van een recente (?) Italiaanse studie.
Deze intense dromen in een ongewisse periode lijken mij toch vooral veroorzaakt en gekleurd te worden door wat mensen doorgaans verwachten of hopen, wat betreft overgang en hiernamaals. In een eerdere blogpost zagen we al dat dit (net als bij bijna-doodervaringen) ook nog cultureel bepaald kan zijn. In India bijvoorbeeld zijn het vaker religieuze figuren die de ontvangst aan gene zijde voor hun rekening nemen. En misschien is het zelfs mogelijk dat in tijden van crisis de menselijke geest zelfbeschermend ingrijpt en verlammende doodsangst probeert te dempen met allerlei kalmerende kunstgrepen.
Toch is het niet zo dat al deze eind-van-het-leven dromen en visioenen kalm en vredig verlopen. Ongeveer tien procent is behoorlijk verontrustend. Eén van de ondervraagde patiënten kreeg te maken met een monster met haar moeders gezicht, dat haar meesleepte. Bij bijna-doodervaringen schijnt ongeveer 20 procent angstwekkend te zijn. Meer symbolisch zijn de dromen met deuren, trappen of licht. Een persoon beschrijft een barrevoetse klim naar een open deur gevuld met wit licht.
Alice Klein noemt in haar artikel ook nog een soortgelijk onderzoek van de Amerikaan Christopher Kerr, die al jaren met dit onderwerp bezig is en er regelmatig over publiceert. Hij zegt het vooral interessant te vinden dat het niet willekeurig is wie er naar je toekomt, maar dat het altijd de mensen zijn die echt van je hielden en je beschermden. Omgekeerd kan ook nog. Er is een voorbeeld van een vrouw van 70 met visioenen van haar doodgeboren eerste kind. Zij bewoog daarbij haar armen of ze een baby wiegde. Het verlies vond ze te moeilijk om over te praten, maar zijn bovennatuurlijke terugkeer bracht haar uiteindelijk troost.
De frequentie van de dromen en visioenen neemt toe naarmate de dood nadert want “dying is progressive sleep”, zegt Kerr. Sterven is een geleidelijk slaapproces. Met progressive sleep wordt hier een geleidelijk, dieper wordend slaap- of bewustzijnsverlagingproces bedoelt. Kernidee hierbij is dat mensen meestal niet sterven in een wakkere of helder bewuste toestand, maar geleidelijk wegglijden in diepe slaap en rust waarin het leven losgelaten wordt. Volgens Kerr worden de dromen levendiger en opvallender omdat de mensen voortdurend in en uit slaap zijn.
Het levenseinde heeft vaak een droevig en afschrikwekkend imago omdat er "diep ingebakken in onze overleving een instinctieve reactie op dreiging zit”. Dat de gedachte aan de dood ons kennelijk banger maakt dan de dood zelf, zagen we al in een eerdere blogpost. Maar de laatste weken van een terminale ziekte kunnen rijk zijn in liefde en betekenis, en mensen “komen onvermijdelijk tot iets van accepteren”, zegt Kerr. “Eén van de meest opvallende dingen is de afwezigheid van angst”.
woensdag 5 augustus 2026
Kaware
Dit ceremoniële masker, afkomstig uit Papoea, kun je bekijken in het Wereldmuseum (voorheen Volkenkunde) in Leiden.
Deze ceremonie benadrukt de rol van mannen in het onderhouden van de relatie met geesten en bovennatuurlijke wezens. Behalve maskers wordt er ook gebruik gemaakt van prauwen, peddels en traditionele houten gedenkpalen (mbitoro) met rituele houtsnijkunst. Deze voorouderpalen worden tijdens het kaware-ritueel opgericht om de overdracht van levenskracht en vruchtbaarheid van de voorouders naar de levende gemeenschap te symboliseren. De palen belichamen de geesten van recent overleden stamleden en mythologische helden. Hierbij staat het mythische verhaal van Mamirima en zijn dood en wederopstanding centraal.
Mamirima raakt door een conflict te water, verdrinkt in zee en zijn lichaam spoelt aan op een eiland bij de monding van een rivier. Een zwerm vogels pikt en raakt de levensaders en ledematen van zijn lijk aan, waardoor hij symbool voor symbool en bot voor bot weer tot leven wordt gewekt. Tijdens de rituelen wordt de wederopstanding van Mamirima nagebootst door deelnemers die elkaars vitale punten (zoals knieën, ellebogen en het hoofd) aanraken om levenskracht over te dragen.
diversen internet
zaterdag 1 augustus 2026
zondag 26 juli 2026
Kies NIET
Liquid Days 4 (slot)
(vervolg van vorige blogpost)
En hier sluit Jo Marchant haar artikel in de New Scientist af, maakt de cirkel rond en brengt ons weer terug naar het idee van NU. Bij de QBists en enactivisten geen realiteit die lang geleden in één oerknal is gecreëerd en vervolgens losgelaten. Het komt voortdurend tot stand, zoals Wheeler ooit al suggereerde, “in miljarden en miljarden” kleine scheppende flitsen die overal om ons heen resoneren. Dit is een visie waarin we niet simpelweg realiteit observeren, maar er in ondergedompeld zijn. Door onze keuzes en acties, van moment tot moment, beïnvloeden we wat bestaat en wat daarna komt.
Een zeer interessant artikel dat, zoals gezegd, mooi aansluit bij de blogposts over Nagarjuna, veel stof tot nadenken geeft en tegelijk weer allerlei vragen oproept. Niet alleen over oorzaak en gevolg en leegte bijvoorbeeld, maar ook met betrekking tot het creëren van een persoonlijke hemel, het eventueel praktisch nut van manifesteren, het afkloppen van voorspoed en bezwerend zwijgen over mogelijke tegenspoed. En is er dan toch zoiets als vrije wil? Of juist niet? Bovendien lijkt het er op dat (net als in het ‘gewone’ dagelijks leven) de denkbeelden en het handelen van de een onherroepelijk ten koste gaan van de ander.
En (dit is tenslotte het bardoblog!) wat zegt het Bardo Thödol over persoonlijke zienswijzen, keuzes en het creëren van ‘realiteit’? De teksten staan vol met keuzemogelijkheden op allerlei momenten. In een blogpost van lang geleden over de zes bestaanswerelden bijvoorbeeld, kun je lezen hoe in de bardo van dharmata de dualiteit (weer) haar intrede doet. Bij de overledene ontwikkelt zich de een of andere fundamentele neiging om iets vast te grijpen, en daaruit ontstaat de ervaring van de zes rijken van de wereld. Er komen negatieve emoties op, die zich verharden tot de verschillende (‘gekleurde’) waarnemingen die samen de zes illusoire rijken van de wereld (samsara) creëren, die ons gevangen houden in de kringloop van geboorte en dood. Tijdens deze visionaire ervaringen verschijnt elk rijk samen met zijn tegenhanger (een van de dhyani-boeddha’s), die de overledene dan de mogelijkheid biedt om die speciale dwangvoorstelling los te laten en op te houden met zich vastklampen aan een vals veiligheidsgevoel, maar juist op te lossen in de overeenkomstige manifestatie van wijsheid. Helaas worden we meestal instinctief naar de zwakke lichten van die zes bestaanswerelden toegetrokken. Onze gewoontepatronen lokken ons in een wedergeboorte die bepaald wordt door de specifieke negatieve emotie die ons karma en onze bewustzijnsstroom domineert.
Ook op een ander belangrijk keuzemoment (de juiste moederschoot) in de bardo van wording, wordt de overledene als het ware voortgestuwd door de kracht van zijn karma en stevent hij rechtstreeks op de zes bestaansrijken af. Karma is in de populaire volksmond iets (geworden) van rechtvaardigheid, evenwicht, boetedoen en inlossen van schuld. Maar het lijkt toch meer op een intens dwingende macht, een optelsom van persoonlijke voorkeuren, gewoonten en keuzes, die onherroepelijk jouw toekomst bepaald.
Op het sterfmoment is er een belangrijke kans op bevrijding. Verlost van het lichaam is de karmische visie van een leven volledig uitgeput, en al het karma dat in de toekomst gecreëerd zou kunnen worden, heeft nog geen vaste vorm aangenomen. Op het moment van de dood is er een 'gat', een ruimte zwanger van onmetelijk veel mogelijkheden; het is een moment geladen met enorme kracht, waarin het enige dat echt telt is hoe onze geest dan is. Zonder lichaam onthult de geest zich als wat hij altijd al was: schepper van onze werkelijkheid.
(Jamyang Khyentse Chökyi Lodrö)
(Nyoshul Khen Rinpoche)
woensdag 22 juli 2026
Creëren van Realiteit
(vervolg van vorige blogpost)
QBism lijkt op enactivism. Deze revolutionaire filosofie van de geest stelt dat levende wezens (mensen, maar ook walvissen, planten of bacteriën) enorm verstrengeld zijn met de werelden die ze waarnemen. Voor een enactivist zijn er geen reeds bestaande omgevingen aan de ene kant, of op zichzelf staande organismen aan de andere kant, maar komen beide op uit het dynamische proces van waarneming en gewaarwording zélf.
De “innerlijke werkmodellen” (predictive coding) worden hier meer beschouwd als een soort handleiding voor het ondernemen van actie. En onze waarnemingen zijn geen voorstellingen of hallucinaties, maar onlosmakelijk verbonden met de realiteit zelf. En dat geldt voor de percepties van alle levende wezens. Een enactivistische filosoof beschreef het bestaan als “een steeds veranderend moment van de schepping”, waarin wij allemaal zowel onszelf als onze werelden vorm geven.
Zowel QBism als enactivism beloven een levende open kosmos, gebaseerd op vrijheid en vernieuwing. Maar, als er dus geen solide landschap ‘daarbuiten’ is, wat verbindt dan alle perspectieven? Want dit lijkt toch op ‘leven in je eigen bubble’, met de realiteit allemaal in onze hoofden? Nee, zegt QBism, niets is in steen gebeiteld (zelfs niet het zogenaamde ‘verleden’) totdat je een actie kiest.
Maar, één ding geldt voor iedereen: kwantum waarschijnlijkheden zijn allemaal met elkaar verbonden en absoluut niet ‘freewheeling’. Als je de ene overtuiging een duwtje geeft, dan moet je een andere ergens anders aanpassen. De details liggen voor het grijpen, maar er zijn wel beperkende grenzen voor de onderliggende structuur van wat je kunt ervaren. (Ook al kunnen we onszelf niet uit ‘het plaatje’ weglaten.) Dit is ook de reden dat Fuchs (team QBism) krachtig ontkent dat ‘de realiteit allemaal in onze hoofden (minds) zit’. Alles wat op welk willekeurig moment dan ook bestaat, omvat niet alleen de in elkaar grijpende overtuigingen en vooruitzichten, maar ook het statistische kader dat ze allemaal met elkaar verbindt. Dit pluriversum is een heel ander soort ‘uitwendige realiteit’, want het bestaat uit andere perspectieven waar we alleen maar (toevallig) tegenop kunnen lopen.
We kunnen elkaar beïnvloeden, of verrast of gedwarsboomd worden door gebeurtenissen, maar we kunnen de waarneming van iemand anders nooit echt begrijpen, of hen dwingen om dingen op een bepaalde manier te zien, of zeker weten wat ze straks zullen gaan doen. Mensen ervaren letterlijk verschillende werelden, zeggen de enactivisten, maar we kunnen wel delen. We banen ons allemaal een eigen pad binnen een evoluerend ‘netwerk’ van mogelijkheden, maar als we samenwerken en communiceren kunnen we onze perspectieven dichterbij elkaar brengen. En door dit proces kunnen we gedeelde realiteit opbouwen, bijvoorbeeld culturele mythen en verhalen, of de wereld van de fysica.
Volgens de enactivisten zijn mensen niet de enige levende wezens die zich bezig houden met voorspellen en handelen en het vormgeven van hun eigen werelden. Ook walvissen, planten, bacteriën en alle andere levensvormen nemen deel aan het creëren van realiteit. Onderzoekers hebben ontdekt dat zelfs eenvoudige netwerken van biomoleculen een zekere mate van keuzevrijheid lijken te vertonen, die naar hun eigen doelen streven. Fuchs zegt dat hij zijn onderzoek gaat uitbreiden en daar niet alleen menselijke metingen bij wil betrekken, om op die manier beter te begrijpen wat het voor onze ervaringen betekent om een deeltje van ‘de wereld’ te vormen (en te zijn).
zondag 19 juli 2026
Pluriversum als Jazz improv
(vervolg van vorige blogpost)
Fuchs en collega’s bekeken de zaken vanuit een First-person standpunt, met een methode om de wereld van binnenuit te begrijpen. In plaats van uitspraken te doen over ‘hoe de dingen zijn’ werk je je voorspellingen voor toekomstige gebeurtenissen voortdurend bij op basis van wat je hebt meegemaakt in het verleden. Waarschijnlijkheden (in de kwantumfysica) zijn dan een optelsom van wat iemand weet, en hebben geen betrekking op iets buiten ons. Hoe het ‘verder’ gaat is voor ieder individu verschillend. Iemand anders met zijn/haar patroon van ervaringen en overtuigingen zou tot heel andere conclusies kunnen komen. Kwantumfysica als een gids voor persoonlijke ervaring, en niet voor objectieve realiteit. Onze keuzes en acties geven vorm aan wat er gebeurt, en de vragen die we stellen bepalen wat voor ons persoonlijk ‘waar’ is.
En eigenlijk komen neurowetenschappers nu tot vergelijkbare conclusies over hoe we onze omgeving in het algemeen waarnemen. Er is meer bewijs dat we de buitenwereld niet rechtstreeks ervaren, maar als persoonlijk en voortdurend bijgewerkt model, of voorspelling. Dit wordt “predictive coding” genoemd. Als er nieuwe zintuiglijke info binnenkomt actualiseert het brein wat het over de wereld gelooft. De dingen (voorwerpen) die we waarnemen zijn de “beste gissingen” van de hersenen, afhankelijk van onze persoonlijke geschiedenis en overtuigingen. Daarom zullen we de dingen nooit zien zoals ze “echt” zijn. Het is een gepimpte benadering van ervaring, geen objectief venster op het universum daarbuiten.
Maar er is wel een belangrijk verschil. Die neurowetenschappers en ook de meeste natuurkundigen hebben de neiging om aan te nemen dat er (ondanks de verschillen in kijk op wereld) nog steeds een ‘solide echt landschap’ is dat onze perceptie te boven gaat. De ingeschatte modellen van de wereld in ons hoofd (onze bewuste ervaring) zijn ook maar een “gecontroleerde hallucinatie”. We leven in wezen nog steeds in een illusie, niet in staat om de echte wereld te bereiken.
Maar stel, er is geen solide landschap ‘daarbuiten’, dan verandert dat de betekenis van predictive coding volledig. Er is geen transcendente waarheid, zegt Fuchs. Niets bestaat vanuit een ‘Gods-eye’ perspectief, het maakt niet uit op welke individuele manieren we kijken. Daarom zou je, in plaats van onze persoonlijke werelden te behandelen als hallucinaties of modellen van de fysieke wereld, onze ervaringen ook eens kunnen bekijken als componenten van een ander soort realiteit, met eigen oorzakelijke krachten.
Waar Wheeler een universum zag ‘gemaakt van informatie’, praat Fuchs in termen van acties en gevolgen. Als je de actie niet onderneemt heb je een ander universum dan wanneer je dat wel zou doen, zegt hij. En dan hangt het ook nog af van welke soort actie je onderneemt. Dit is het Pluriverse, een dynamische “tapestry” van “interacting perspectives” dat Fuchs beschrijft als een “living community of NOWs”. Een pluriversum dat niet is samengesteld uit afzonderlijke dingen die al bestaan, maar uit patronen van ervaringen, die continu tot stand komen door keuzes en acties. Het omvat alle kenmerken van onze persoonlijke werelden die van invloed zijn op wat we waarnemen en hoe we handelen. Bijvoorbeeld alles op het gebied van de natuurkunde, maar ook elke onlogische geloofsovertuiging of eenmalig ervaring. In het artikel worden hier zeer uiteenlopende voorbeelden genoemd, zoals “clicking particle detectors” en monsters onder het bed en krakende herfstbladeren.
Niet bepaald Einsteins relativiteitstheorie. Vergelijk het pluriversum maar met een jazz improvisatie of een jungle of een uitbundige menigte die los gaat. Het is een onhandelbaar, steeds veranderend, zich continu ontwikkelend samenwerkingsproject zonder masterplan maar met de vrijheid zijn eigen toekomst te vormen. Het is constante schepping, zegt Fuchs, “nature is being hammered out, as we speak”.
vrijdag 17 juli 2026
A Living Community of NOWs
Liquid Days (1 van 4)
Eigenlijk wil ik de Grondregels… van Nagarjuna weer eens op pakken, maar een artikel in de Engelse New Scientist van maart jl. is te mooi om hier geen voorrang te krijgen. En het stuk sluit ook nog prima aan bij onderwerpen als oorzaak en gevolg en leegte.
In een van de vorige blogposts verbeeldde ik me een onmetelijk pointillistisch schilderij, een oneindige oceaan van ruimte, gevuld met losse stippen vlak naast elkaar, die samensmelten in het oog van de kijker. Een illusie van ontelbare kleine elementen, dharma’s. Het artikel In the eyes of the beholder van Jo Marchant suggereert iets soortgelijks, namelijk een dynamische tapestry, hier een aan elkaar genaaide kosmos van in elkaar grijpende perspectieven en ervaringen, een “living community of NOWs”!
Marchant wordt gefascineerd door de vraag wat NU, het heden, eigenlijk is. Het is alles, zegt ze, en het enige dat je ooit kunt ervaren of weten. Zelfs je herinneringen en plannen kun je NU pas ervaren. En toch is het gebruikelijke standpunt in de natuurkunde dat NU niet eens bestaat. In Einsteins relativiteitstheorie zijn alle tijdspunten gelijk. Elke gebeurtenis kan al worden gedaan of nog plaatsvinden, vanuit verschillende gezichtspunten. Er is geen ‘kosmische ontplooiing’ waardoor de werkelijkheid tot stand komt. Dat geeft wel een probleem: als NU een illusie zou zijn, kunnen we op dat moment niet ingrijpen om de toekomst te beïnvloeden, omdat alle gebeurtenissen en tijden al bestaan. Alles ligt al vast.
Vervolgens komt Marchant met een klassiek gedachten experiment (jaren 70) van natuurkundige John Wheeler, met een soort omkering van de normale volgorde van de tijd, waarbij onze keuzes niet alleen het heden beïnvloeden, maar ook het verleden. Voor Wheeler was de les van de kwantum mechanica dat onze realiteit niet los van ons bestaat. We kunnen een deeltje niet ‘vastpinnen’ totdat we er naar kijken, want het gaat hier niet om definitieve dingen, maar om potentieel. Door de vraag te kiezen, bepalen we wat voor soort antwoord we krijgen. Dus, zegt Wheeler, als een fenomeen niet bestaat totdat we het bekijken en beoordelen, dan moet wat aan ons verschijnt niet alleen het heden zijn, maar ook het verleden.
Ons hele universum, dichtbij en ver, verleden en toekomst, wordt NU, van moment tot moment en voortdurend tot stand gebracht door de antwoorden op vragen die we stellen. Als we andere vragen zouden stellen, of in een andere volgorde, zouden we een ander resultaat krijgen. De deeltjes die we waarnemen zijn afgeleid van ‘informatie’ die wijzelf helpen creëren. “Informatie als een nieuwe vloeistof in de wereld”.
Hoewel deze nieuwe richting dadelijk een grote vlucht nam, was Christopher Fuchs (een voormalig student van Wheeler) niet tevreden. Hij vond namelijk dat het belangrijkste punt van Wheeler hier gemist werd: dat er geen antwoord is totdat we de vraag stellen. Fuchs had zo zijn eigen interpretatie van kwantumfysica: QBism. Hij vroeg zich af wat het voor de realiteit betekent als je zegt dat het resultaat van een meting onlosmakelijk verbonden is met de meting zelf?
dinsdag 7 juli 2026
Stella Maris
In de vorige blogpost over Frank Boeijen en zijn hemel, kwamen de katholieke roots van deze Nijmeegse zanger al ter sprake. En hoewel Frank beweert niet in een hiernamaals te geloven, is daar op zijn laatste album Paradijs van het grote Niets (thema: “Vergankelijkheid”) weinig van te merken. Luister maar eens naar het prachtige titelnummer bijvoorbeeld, of naar het merkwaardige Stella Maris, een soort drieluik van heel korte delen verspreid over het album.
donderdag 25 juni 2026
It's too hot to move, and it's too hot to think
Triffids
vrijdag 19 juni 2026
Paradijs Van Het Grote Niets
(De hemel van… Afl.31)
Dit jaar verscheen Paradijs Van Het Grote Niets, een nieuw album van Frank Boeijen. Vier jaar mee bezig geweest, vertelt hij op zijn website, en veel materiaal niet gebruikt. Er is een terugkerend thema: ‘de vergankelijkheid’, want ja “uw zanger wordt ouder”, zegt Frank zelf. Volgend jaar zeventig, het verbaast hem, voelt zich nog ongemakkelijk de koorknaap in het kerkelijke priesterkoor. Hij wil gewoon doorgaan zolang het kan, maar toch “Wie weet... het laatste woord…”. Luister maar naar het album, zegt Frank, “beter wordt het niet”. En inderdaad, dit is waarschijnlijk het mooiste album uit de carrière van Frank Boeijen, inclusief de periode Frank Boeijen Groep. Erg goed!
Een album bedoeld als troost en verzachting, en dat is natuurlijk mooi meegenomen bij elke vorm van vergankelijkheid. En die komt hier breed aan bod: verdriet, verlies, oude vrienden, familie, naderend einde, dementie. Zoals altijd zijn de teksten van Frank hier redelijk toegankelijk, soms wat flarderig abstract en kun je er meerdere kanten mee op, afhankelijk van je stemming.
De mooiste song is zonder twijfel het titelnummer Paradijs van het grote niets. Lijkt mij erg persoonlijk, zelfs voor Frank Boeijen. Hij beschrijft een hiernamaals, een ideale plek, die hij ‘paradijs’ noemt, maar die van hem net zo goed ‘nirvana’ of ‘hemel’ mag heten. In de loop der jaren vertelde Frank in interviews niet in een hiernamaals te geloven. “Het kan gewoon niet waar zijn” en “je komt er toch nooit achter”. Maar misschien doet inmiddels zijn katholieke opvoeding zich toch nog, toch weer, gelden? Zijn uitvaartdienst, te zijner tijd, moet dan ook ‘gewoon’ in een kerk plaatsvinden (zonder muziek).
En hier deelt Frank dus zijn versie van de hemel. Waar hij misschien niet in gelooft, maar wel op hoopt? Hij verwacht dat we elkaar hier weer zullen terugzien, in dit rijk der doden, van onze geliefden. Althans the good guys, want er zijn alleen maar vredelievende begripvolle onbaatzuchtige mensen. Hier geen afkeer, afgunst, oordeel. En zeker geen typisch aardse ongemakken, hij geeft een opsomming: oorlog, macht, geld, tirannen, materie, geweld en dwang. Allemaal afwezig.
Het is het paradijs van mooie dingen. Waar het vrede is. De eeuwige rust van de aanwezigheid, afwezigheid, niet te zien, niet te horen. Waar alleen liefde telt. Waar iedereen mag zijn die hij wil zijn, de anderen (the bad guys) zijn ergens anders. De hel natuurlijk, het vagevuur, het “inferno der schaamtelozen en gewetenlozen”, Frank somt er de nadelen van op, eigenlijk alle zaken die in de hemel afwezig zijn. Want daar heerst genegenheid, vergeving en vrijheid. En vooral samenzijn in het grote niets onder elkaar, met die ene geliefde of dat speciale iemand. Vertrouwd en zacht wonen we in elkaars hart, voorbij het ondraaglijk verdriet, samen in het Paradijs van het grote niets.
vrijdag 12 juni 2026
Mind the Gap
Nagarjuna spreekt van dharma’s (fenomenen), in dit geval alles wat zich in het bewustzijn manifesteert. Voorstellingen, verschijnselen en dus gedachten. Die zijn héél vluchtig. Ze verschijnen en verdwijnen continu, een gedachte is al bezig te verdwijnen als hij net is verschenen. We kunnen middels een gedachte ook niet een volgende gedachte sturen of juist voorkomen. Want een gedachte veroorzaakt niet de daaropvolgende gedachte, die komt namelijk vanzelf door (bij wijze van spreken) de “zuigende werking” van de verdwijnende voorgaande gedachte. Prachtig en beeldend geformuleerd!
Volgens de Sarvastivadins kun je door het vasthouden van een aanwezige gedachte het beste concentratie bereiken. Ik denk nu aan Sogyal Rinpoche. Bij hem las ik eerder dat je in meditatie je gedachtenstroom vertraagt, waardoor ‘de opening’ steeds duidelijker wordt. Gedachten nemen wij als ononderbroken waar, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is. Ontdek dat er na elke gedachte een ruimte is, zegt Sogyal. Als de ene gedachte verdwenen is, en de volgende nog niet verschenen, is er altijd een pauze, een opening waarin de pure natuur van de geest (Rigpa) zich openbaart.
Precies op momenten van grote veranderingen en sterke overgangen krijgt de ware, oorspronkelijke natuur van onze geest (“die is als de hemel”, zegt Sogyal Rinpoche) een kans zich te openbaren. Ik denk dan natuurlijk onmiddellijk aan het sterfmoment, Chikai bardo! Waarschijnlijk de belangrijkste ‘gap’ in een mensenleven. De lichamelijke dood, het ene moment leef ‘je’ nog, het andere ben je ‘dood’. Daartussenin een onderbreking, hoe kort ook. Het heldere licht doet zich voor. Een zeer krachtige kans op bevrijding. Herken de ruimte en de eenheid, en de illusie van je ‘zelf’ of ‘ego’.
Ruimte tussen dharma’s klinkt wel prettiger dan opening, pauze of onderbreking. Minder lineair ook. Al die losse momenten, de ontelbare kleine elementen, dharma’s, verenigd in een eeuwige en oneindige oceaan van ‘ruimte’. Als in een onmetelijk pointillistisch schilderij. Losse stippen vlak naast elkaar, maar het oog van de kijker laat ze samensmelten. Een illusie.
Wordt vervolgd.
dinsdag 9 juni 2026
Vier oorzaken
Sarvastivada, genoemd in de vorige blogpost, is een vroege boeddhistische school met interessante denkbeelden, op zich al genoeg voor een hele reeks blogposts. Misschien later? Als ik het goed begrepen heb zijn ze als verre voorloper ook van invloed geweest op het Tibetaans boeddhisme.
In het commentaar bij vers 3 van Nagarjuna’s Grondregels… brengt vertaler Erik Hoogcarspel naar voren dat de Sarvastivadins een dualistisch wereldbeeld hebben. Geest en materie zijn volledig verschillend en materie kan niet iets geestelijks veroorzaken. Maar omdat het wel duidelijk is dat de dingen om ons heen invloed hebben op onze geest, en dat dus niet met ‘gewone oorzakelijkheid’ verklaard kan worden, moeten er alternatieven bestaan, nieuwe oorzakelijkheid.
Hoogcarspel komt met het voorbeeld van letters in een boek. In feite zijn dat maar inktvlekjes, maar ze betekenen iets en kunnen daarom van veel invloed zijn op de geest van ons als lezers. Denk maar eens aan een belastingaanslag. Opvallend dat de vertaler hier met ‘letters’ komt aanzetten. Die vormen woorden, en daar heeft Sarvastivada iets mee. Fysieke en mentale onderwerpen bestaan niet werkelijk, las ik ergens, maar zijn opgebouwd uit dharma’s. Maar woorden, dat is een ander geval. Die zijn zelf dharma’s en bestaan dus wel. Er zijn drie soorten: (zelfstandig naam)woord, zin en geluid.
Er zijn vier soorten oorzaak, zegt Nagarjuna in vers 3. En géén vijfde, voegt hij daar nog aan toe. Waarom? Misschien speciaal voor de Sarvastivadins waar hij zich speciaal tot richt. Deze vier worden veelal aanvaard door allerlei boeddhistische stromingen:
Hoogcarspel licht ze toe. Nummer 1 kennen we uit het dagelijks leven, ‘de gewone oorzaak’ zeg maar. Nummer 2, 3 en 4 zijn typisch boeddhistisch, bedoeld om (de gebeurtenissen binnen) ons bewustzijn te verklaren.
Objectoorzaken zijn de dingen zoals ze ons bij het waarnemen verschijnen, uitwendige oorzaken die ons bewustzijn bepalen en samen met de oorzaken binnen onze geest bepalen wat we denken.
De dominante oorzaak heet letterlijk ‘de hoogste heer’ – een verschijnsel dat overheerst heeft meer invloed op ons bewustzijn dan alle anderen. Twee soorten zijn er, objectief en subjectief. Hoogcarspel’s voorbeelden: 1. het is mooi weer, maar jij hebt griep en 2. het is mooi weer, maar er is een hond (waar jij een hekel aan hebt).
De precedente oorzaak bewaar ik voor de volgende blogpost.
zaterdag 6 juni 2026
Dharma’s
Die drie genoemde dharmas bestaan op één manier tegelijk, maar het zijn geen identieke kopieën, ze verschillen per tijdspositie. Alles bestaat maar héél even (momentariteit) en verandert continu, alles ontstaat en vergaat onmiddellijk. Er is geen blijvende essentie of continuïteit tussen verleden, heden en toekomst. Een dharma volgt wel direct uit de voorgaande dharma, maar volgens het principe van afhankelijk ontstaan. Dus gebeurtenissen voorafgaand aan de dharma ‘van nu’ hebben geen invloed meer, en er wordt ook niet vooruitgelopen op hiernavolgende gebeurtenissen.
Deze uitgangspunten leveren wel problemen op. Bijvoorbeeld karma zou niet kunnen bestaan. En je eigen emoties observeren kan ook niet. Observatie en emotie spelen zich beiden in je eigen hoofd af en kunnen niet tegelijkertijd plaatsvinden. Daar werd het volgende op gevonden. Naast de dharma ‘van nu’ (het heden) bestaan er ook dharma’s uit het niet-heden, dus verleden en toekomst (andere scholen namelijk verwierpen dat). En dat maakt dan weer oorzakelijke samenhang en karmische verantwoording mogelijk. Een handeling in het verleden (een dharma) blijft “aanwezig” als opgeslagen karmisch potentieel. En een toekomstig potentieel kan al een bepaalde stemming of opvatting veroorzaken (zijn schaduw vooruit werpen!).
Een interessant, maar ook merkwaardig en ingewikkeld verhaal. Er wordt wel een soort tijdlijn geïntroduceerd, maar verleden – heden – toekomst beïnvloeden elkaar niet. Geen oorzaak en gevolg hier. Toch zijn er eventuele karmische gevolgen. En de toekomst, ligt die vast?
Helaas besteedt Eric Hoogcarspel in zijn inleiding niet veel aandacht aan de Sarvastivadins. Misschien komt dat later nog? Bij vers 3 vermeldt hij dat ze een dualistisch wereldbeeld hebben, waarin geest en materie absoluut verschillend zijn. En daarom kan materie niet iets geestelijks veroorzaken. Dat vind ik interessant, want zegt Spinoza dat ook niet? De ‘attributen’ materie en geest, waarmee de enige substantie (God) zich uitdrukt in eindeloos veel ‘modi’, gaan parallel aan elkaar, maar kunnen elkaar niet beïnvloeden. Het zijn twee kanten van dezelfde zaak (God), één en dezelfde substantie, maar dan vanuit verschillende standpunten gezien (dus hier géén dualiteit!). Gods denken is gelijk aan zijn handelen, alles wat op gebied van de materie gebeurt heeft z’n parallel op het gebied van de geest (en omgekeerd).
vrijdag 5 juni 2026
Prijs
Aan de 1½ lezer van dit blog,
Ben je toevallig op IN-TUSSEN verzeild geraakt, en heb je twijfels over de inhoud en kwaliteit van dit blog? Weet dan dat het een weergave is van mijn persoonlijke zoektocht, geschreven voor mijzelf, ik benadruk het nog maar eens: het is mijn blog. Ik weet niets en doe ook niet alsof. Ik zou mijn gedachten ook in een dik cahier kunnen noteren bijvoorbeeld, maar internet werkt (in dit geval) nu eenmaal veel beter. Er is dan wel kans op enig misprijzen en dergelijke, de vorige blogpost leverde een ‘mild vrolijke’ reactie op van een mij overigens welgezinde lezer. Aanleiding was mijn opmerking dat ik mij “intuïtief best een Nu of Leegte kan voorstellen”. Inderdaad, dit verdient geen schoonheidsprijs, of in dit geval scherpzinnigheidsprijs, maar denk dan aan de woorden van Suzuki Roshi:
De geest van een beginner biedt vele mogelijkheden, die van een deskundige maar weinig.
Morgen weer Nagarjuna.
dinsdag 2 juni 2026
Sarvastivada
Verder met Nagarjuna’s Grondregels…, vers 3 van hoofdstuk 1.
Nagarjuna stelt dat er geen onafhankelijke oorzaken en gevolgen bestaan, en dat ‘de dingen’ hun zelfbestaan niet uit hun oorzaak halen. Ook de rest van het hoofdstuk gaat voornamelijk over wel of niet oorzaak en gevolg. Ik heb daar inmiddels veel over nagedacht en ook wel gediscussieerd, maar blijf er toch wat moeite mee houden. En ook voorzichtig, denk aan de woorden van Padmasambhava: “Hoewel mijn Zicht zo ruim is als de hemel, zijn mijn handelen en mijn eerbied voor oorzaak en gevolg zo fijn als meel”.
Kan het zijn dat deze stijl van uitleg mij niet ligt? Het eindeloos filosofisch geredeneer. Of is het hier juist de bedoeling dat je ‘woordenmoe’ en murw van langdurig overpeinzen een inzicht krijgt? Je vastgeroeste logische denkpatroon doorbroken, op een koan-achtige wijze? Intuïtief kan ik mij best een Nu voorstellen, of Leegte waarbij alles in een constante transitie verkeert, in samenhang met alles. Zodanig in beweging dat er nooit een ‘vast’ etiket opgeplakt kan worden.
Hoe verder? In zijn commentaar bij de tekst noemt vertaler Erik Hoogcarspel zijdelings een boeddhistische stroming waar Nagarjuna zich speciaal tot richt. Waarom doet Nagarjuna dat? Iets meer uitleg daarover zou zijn tekst wellicht wat begrijpelijker en minder abrupt maken. Op internet vind ik meer informatie over deze Sarvastivadins. Heel in het kort: een invloedrijke vroege boeddhistische school die gelooft dat alle dharma's (fenomenen) bestaan in het verleden, heden en de toekomst. De essentie van de werkelijkheid is permanent, zelfs als verschijnselen veranderen.
De Sarvastivadins gaan er van uit dat de dagelijks waarneembare wereld niet werkelijk bestaat, maar is opgebouwd uit ontelbare kleine elementen (dharma’s). Alleen deze dharma’s bestaan echt en dan ook nog maar voor héél even. Het is momentariteit, de voortdurende vergankelijkheid en verandering van alle verschijnselen. Ze ontstaan, veranderen direct en vergaan weer, wat leidt tot de filosofie van 'afhankelijk ontstaan'. De zogenaamde werkelijkheid bestaat uit een aaneenschakeling van losse momenten.
vrijdag 29 mei 2026
Shaping chairs
![]() |
| bron afbn: bbc news |
Op BBC news las ik een artikel over Alice en Gavin Munro, een stel uit Derbyshire. Zij laten bomen groeien in de vorm van een stoel, een proces dat meestal zes tot negen jaar duurt. Daarna moet het hout nog een jaar drogen. De Munro’s zijn inmiddels 20 jaar aan het experimenteren.
Grappig dit! Vooral omdat “een stoel” in de toelichting door de vertaler van Nagarjuna’s Grondregels… genoemd wordt als het voorbeeld van een substantie met vaste eigenschappen. “Een stoel is wat hij is”. Substanties worden geacht zelfstandig, onveranderlijk en onafhankelijk te zijn, maar Nagarjuna toont telkens aan dat dit onhoudbaar is. De dingen zijn alleen maar wat ze zijn in onze ogen! Een stoel is voor ons een stoel, maar niet voor een vogel.
En nog leuker, uitgerekend een boom wordt in het boeddhisme vaak gebruikt als voorbeeld om ‘afhankelijk ontstaan’ te illustreren, de onderlinge samenhang en interconnectie. Niets bestaat op zichzelf, alles is verbonden.


.jpg)
.jpg)









.jpg)
.jpg)