Posts tonen met het label spel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label spel. Alle posts tonen

zondag 10 mei 2026

Taal

Nagarjuna 7

Vervolg van de vorige blogpost, waarin de voorzichtige conclusie getrokken werd dat vertaler Hoogcarspel’s substanties (in dit geval) hetzelfde zijn als Spinoza’s modi, waarvan zowel Nagarjuna als Spinoza lijken te beweren dat zij niet uit zichzelf bestaan. Maar bedoelen zij ook hetzelfde? Volgens Spinoza bestaat alleen God (Substantie), die eindeloos veel tijdelijke verschijningsvormen (modi) veroorzaakt, die allemaal van elkaar afhankelijk zijn.

Nagarjuna zegt dat alle dingen ontstaan in wederzijdse afhankelijkheid. En hij gaat nog veel verder, want volgens hem bestaan al die dingen eigenlijk niet eens. Hij toont aan dat die zogenaamde ‘zelfstandigheden’ (Hoogcarspel: ‘substanties’) onhoudbaar zijn. De dingen zijn duidelijk alleen maar wat ze zijn in onze ogen. Het is een kwestie van taal eigenlijk, en taal is geen afbeelding van de werkelijkheid, maar een benoemen ‘bij wijze van spreken’. Conventies, gewoonten, afspraken, de zogenaamde werkelijkheid is het speelveld van de taal, en daarom leeg van substantie/ zelfbestaan. Wat de taal noemt bestaat niet, maar is een inbeelding. Het belangrijkste obstakel voor inzicht is het geloof dat woorden naar op zich bestaande dingen verwijzen. (Zelfs de term ‘leegte’ is in sommige commentaren tot een nieuw soort substantie geworden!)
 

We moeten ons losmaken van de taal. Dat lijkt onmogelijk want er zijn altijd gedachten bijvoorbeeld, maar Nagarjuna verwijst naar momenten van diepe innerlijke vrede, waarin de dingen zijn opgehouden te bestaan. Maak de zaak eens wat transparanter door het lezen van (zijn) geschriften, denk er over na. Hopelijk leidt dat dan tot transcendente wijsheid: een totale omslag van jouw manier van denken, en waarbij je niet langer het spel van de wereld voor absoluut aanneemt. Uiterlijk zal er weinig veranderen, maar je ziet het als een spel en investeert niet meer. De begeerte naar zijn of niet zijn is weg, de illusie van de wereld, het idee dat je iets kunt gewinnen of verliezen is doorbroken. Meer esthetisch plezier, minder bezig zijn met nut en voordeel. Een heel andere manier van leven.

Wordt vervolgd.

 
 
bron:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005

donderdag 26 maart 2026

Prajnaparamitasutra

Nagarjuna 2

Grondregels van de filosofie van het midden is het meest bekende werk van Nagarjuna. Ik lees nu (langzaam aan) de vertaling van Erik Hoogcarspel uit 2005. De vorige blogpost en deze gaan over de inleiding van dit boek, en hoe belangrijk het ontdekken van de leegte is. Nagarjuna’s leer is radicaal en lijkt in de eerste instantie ingewikkeld. Alle dingen (en personen) zijn leeg, zij bestaan niet echt. Het zijn illusies, evenals de begrippen waarmee je denkt, dat zijn ook alleen maar hulpmiddelen. Als je je kunt bevrijden van alle dogma’s is er ruimte voor ervaren.

Maar leegte betekent ook weer niet dat er helemaal niets bestaat. De dingen bestaan wel én niet, iets er tussenin eigenlijk. Ze hebben geen onafhankelijk ‘zelfbestaan’, maar ontstaan in wederzijdse afhankelijkheid. Alles is vergankelijk en afhankelijk van andere dingen. Nagarjuna noemt dat “het middenpad”, iets tussen de uitersten van bestaan en niet-bestaan in. Hij laat zien dat dit net zo goed geldt voor “het ik”, dat ook niet bestaat, maar ontstaat in afhankelijkheid, vergankelijk en hecht verbonden met de rest. Die vergankelijkheid willen we liever niet onder ogen zien, we dichten onszelf en de andere dingen een “zelfbestaan” toe.
 
 
De Grondregels van.. heeft een verre oorsprong, die teruggaat naar de 1e eeuw voor onze jaartelling naar een beweging waaruit later het Mahayana boeddhisme is ontstaan. In die kringen werd de Prajnaparamitasutra (’Leerrede van de transcendente wijsheid’) geschreven. Een nieuwe  boodschap, alleen bestemd voor een elite (!). Inmiddels zijn er meerdere versies van. 
 
Maar misschien lijkt het inzicht van deze sutra’s en Nagarjuna alleen maar nieuw. Hoogcarspel suggereert dat de Boeddha al op hetzelfde spoor zat. Die vroeg zich lange tijd af of iemand zijn nieuwe inzichten wel zou begrijpen. Het eerste onderricht (dat later werd opgeschreven) lijkt helemaal niet zo diepzinnig. Luxe of strenge onthouding leiden niet tot verlossing, je kunt beter maat houden met alles (Boeddha noemt dit de middenweg). Niet omdat het ongezond is, of zonde van je tijd, maar omdat het zo irrelevant is. Je moet lichaam en wereldse gehechtheden niet overwinnen, maar begrijpen. Een inzicht van een totaal andere orde dus. Hoogcarspel: “Nagarjuna haalt een leerrede aan, waarin Boeddha spreekt over de middenweg als het verwerpen van het zijn en het niet zijn van de dingen. Mogelijk staat de leer van de transcendente wijsheid dichter bij het onderricht van de Boeddha dan je op het eerste gezicht zou zeggen”.

De centrale boodschap van de ‘nieuwe’ teksten is dat inspiratie, discipline, mededogen en goede werken niet helpen om een boeddha te worden. Het gaat nu om het inzicht dat bevrijding niet in het verlengde van de wereldse idealen ligt, maar daar juist haaks op staat. Monniken (en heiligen) zijn niet dichter bij de verlossing dan gewone mensen. Integendeel, zij denken nog helemaal volgens wereldse patronen en streven naar beloning en veiligheid en waardering.

De echte verlossing is een sprong in een heel andere denkwijze, of ‘taalspel’. Regeltjes en veel mediteren zijn ‘uit’ en de perfecte boeddhist is dan iemand die de transcendente wijsheid begrijpt en alle normen en feiten van de samenleving ziet als het spel van de wereld. De wereld bestaat niet zozeer, maar wordt gedaan. Beloning (bezit, reputatie) is buiten het spel (de wereld) niets waard. Om dat te begrijpen moet je de binding met het spel doorbreken. Loskomen van geloof in begrippen en dogma’s is loskomen van lijden. De bevrijding is in het hier en nu, in het alledaagse leven te vinden en kan door iedereen bereikt worden. Daar hoef je geen monnik voor te zijn, het enige dat je nodig hebt is rust en gelegenheid tot nadenken.

Wordt vervolgd.

  

bronnen:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005
 
Michiel Leezenberg
interview door Femke van Hout
Filosofie Magazine, 9 sept 2024

donderdag 24 november 2022

Petri Pong

Pong is een oeroude Atari videogame uit 1972, maar wordt nog steeds gespeeld. Onder andere door 800.000 levende hersencellen in een petri-schaaltje, ergens  in Australië. 

In het blad BBC Science Focus van deze maand staat een artikel over een internationaal team neurowetenschappers dat voor dit doel hersencellen (zowel menselijke, ontstaan uit stamcellen, als cellen afkomstig van muizenembryo’s) heeft gekweekt in een petri-schaaltje, op een speciale siliconenchip, aangesloten op een systeem dat het mogelijk maakte om ze Pong te leren spelen.

bron afb: BBC Science Focus

Hiermee werd bewijs geleverd dat hersencellen tekenen van intelligent gedrag kunnen vertonen, ook als ze geen onderdeel zijn van een volledig ontwikkeld orgaan. Volgens professor Karl Friston, een van de wetenschappers, is dit onderzoek zo vernieuwend omdat de neuronen worden voorzien van ervaringen en gevoelens en (hier cruciaal) het vermogen om te reageren op hun omgeving. Meest opvallend was dat de kweeksels leerden hoe ze hun wereld meer voorspelbaar konden maken, door er op te reageren. Hoofdonderzoeker Dr. Brett Kagan (links op foto) voegt daaraan toe: we hebben laten zien dat we kunnen interacten met levende neuronen, op een manier die ze dwingt om hun activiteiten aan te passen, zodat het uiteindelijk leidt tot een vorm van intelligentie. 
 
Dit doet mij denken aan het onderwerp van de vorige blogpost: het ontstaan van bewustzijn en de ontwikkeling van skandha’s. Heeft Dr. Kagan intelligentie gecreëerd of onwetendheid? Is er sprake van onzekerheid en angst? De kweeksels proberen hun omgeving meer voorspelbaar te maken, want dat lijkt natuurlijk veiliger. Je vraagt je ook af waar dit gaat eindigen, in welke categorie valt dit ‘bewustzijn’ dan? En is er ook bevrijding mogelijk? Tenzin Wangyal Rinpoche: ‘gewaarzijn kan zich alleen manifesteren in de geest van levende, wetende wezens, die het vermogen bezitten het te reflecteren’.

Maar misschien valt het nog wel mee, leven in dat Frankenstein-schaaltje. De neurowetenschappers gaan nu proberen om de hersencellen dronken te krijgen, om zo meer te weten over de gevolgen van drugs voor de hersenen. Continu gamen en boozen dus, voor sommigen de hemel.
 

Bron: 
BBC Science Focus 
November 2022

vrijdag 1 juni 2018

Ilse Dorren: Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek


Dit kleine oranje boekje heeft ooit het Bardo Thödol voor mij leesbaar en toegankelijk gemaakt. Als je het nog ergens antiquarisch tegenkomt, aarzel dan niet om het aan te schaffen. Tocht door twee werelden is namelijk de leukste en meest uitnodigende introductie tot het Bardo Thödol die je je kunt wensen. Op opgewekte toon bespreekt Ilse Dorren de inhoud van dit boek, bijna alsof het een bordspel betreft. Kansen, keuzes, ontmoetingen, gevaren en valkuilen in de bardo’s en de raadgevingen (tips en trucs) die het Bardo Thödol hiervoor biedt.

In slechts 104 bladzijden laat de schrijfster op inspirerende wijze zien hoe je deze wonderlijke tekst (ook) kunt lezen, interpreteren en (volgens de inleiding) “beléven”. Daarnaast komen allerlei interessante aanvullende onderwerpen aan bod, zoals religie en filosofie, yoga-anatomie en boeddhisme in het algemeen. Ilse Dorren legt veel nadruk op het belang van het nastreven van eenheid en het loslaten van dualiteit, volgens haar het uiteindelijke doel van het Bardo Thödol.

Het Tibetaans Dodenboek als praktische handleiding voor de stervende/overledene is meer dan een geschrift alleen. Het is een filosofisch systeem dat van de veelheid vóór de dood naar de eenheid van het primaire heldere licht leidt​, om via een steeds bontere en onvriendelijker wordende veelheid door chönyid bardo en sidpa bardo weer aan te landen bij de allerlaatste meditatie om de volgende moederschoot te sluiten. Als dat niet lukt, waaiert de ervaring weer uit tot de veelkleurigheid van het menselijke bestaan, men is dan weer terug aan de start.

De vijf Dhyani Boeddha's

De dood is waarschijnlijk een schokkende en confronterende gebeurtenis, maar rekent tegelijk af met een groot aantal hindernissen. Hierdoor worden ruimere mogelijkheden geschapen om het illusionaire karakter van het leven te doorzien, boeddhaschap en bevrijding liggen (net als in het aardse bestaan) binnen handbereik, maar om ze te kunnen pakken moet men klaarblijkelijk allerlei situaties doorstaan, of beter: doorzien. Situaties die in deze droom ("dood" en "levend") vanuit ons eigen ik worden geprojecteerd. (H)erkenning hiervan biedt bevrijding.

De samensteller van het Bardo Thödol gaat er van uit dat hij de overledene oud nieuws brengt. De tekst is geen onthulling maar een geheugensteuntje. Wie ver gevorderd is stort zich zonder bedenken in het peilloze licht, maar dat zijn uitzonderingen. De meesten zullen er voor terugdeinzen, de situatie niet doorzien en onvermijdelijk verder reizen. Maar het Tibetaans Dodenboek blijft positief, er zijn telkens weer nieuwe mogelijkheden voor de overledene. Na elke keus volgt een nieuw bewustzijnsniveau met andere beelden en opties.

Mahakala

Het Bardo Thödol is duidelijk ingesteld op eenvoudige mensen en volksgeloof. Er wordt een bonte verscheidenheid aan symboliek geïntroduceerd, waarmee vervolgens stuk voor stuk wordt afgerekend. De symbolen zijn noodzakelijke hulpmiddelen om het onuitsprekelijke te verbeelden, om onze verbeelding vast te houden en een bepaalde richting uit te stuwen. De Tibetaanse goden, de boeddha's en hun hele entourage - alle verschijningen zijn slechts zinnebeelden. Het Bardo Thödol benadrukt keer op keer dat een doorschouwen van de situatie het kiezen overbodig maakt. Je kunt je trouwens afvragen of iedereen met dezelfde symbolen te maken zal krijgen, of zoals Ilse Dorren het stelt: "Het is een dubieuze kwestie of een pas overleden vuilnisman uit Sint-Job-in-het-Goor opeens Amogha Siddhi met zijn kruisvormige dorje op zijn harpijentroon zal zien zitten". 

Maar in welke vorm onze illusie zich ook aandient, herkenning laat alle dreiging in het niet verdwijnen. Omdat dit ook geldt voor "het alledaagse leven", is het verstandig je de wijsheden en vaardigheden nu al eigen te maken. Het Bardo Thödol is een reisgids door beide werelden, lezen en herlezen dus. Net als dit fijne boekje van Ilse Dorren.

 
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek
Ilse Dorren
Mirananda, 1985​​
104 blz.