zondag 18 augustus 2024

La petite mort

In eerdere blogposts kwam het ‘zelf’ al ter sprake, een (vals) concept.
Onze verwarde geest gelooft in een zelf of ego, en ziet zichzelf als een vast en blijvend iets. Een ernstige vergissing. Op het cruciale sterfmoment bijvoorbeeld, hebben wij zo’n angst dit ‘zelf’ te verliezen, dat we geen bevrijding kunnen bereiken door op te gaan in het Heldere Licht. Leven na leven worden wij door onze eigen geest gevangen gehouden in een web van onwetendheid. 
 
Een heel ander voorbeeld van deze angst kwam ik tegen in het boek Slapen, dromen en sterven, een verslag van een ontmoeting van westerse wetenschappers met de dalai lama, waarbij gediscussieerd werd over bewustzijn. Tijdens het gespreksonderwerp slapen en dromen komt psychoanalytica Joyce McDougall  met een interessante opmerking: “De psychoanalyse kan nog een andere uitleg geven over de relatie tussen slaap en orgasme, die beide in de verbeelding kunnen worden verbonden met het idee van sterven. Mensen die lijden aan slapeloosheid en mensen die geen orgasme kunnen bereiken, kunnen in de loop van de analyse ontdekken dat hun probleem met inslapen of met het in een erotische relatie versmelten met iemand van wie ze houden, voortkomt uit de angst om zichzelf te verliezen.”
 
 
In dit licht bezien vindt McDougall het opmerkelijk dat in Frankrijk het orgasme la petite mort (de kleine dood) wordt genoemd. Ze noemt ook Morpheus en Thanatos, slaap en dood, die in de Griekse mythologie broers zijn van elkaar. McDougall: “Om jezelf in slaap te laten zakken moet je het persoonlijke idee van het zelf loslaten en oplossen in de oorspronkelijke samensmelting met de wereld, of met de moeder of de baarmoeder. Het verliezen van het alledaagse zelf wordt zo gezien als een verlies in plaats van een verrijking. Ditzelfde kun je zeggen van mensen die niet kunnen genieten van het orgasme. Dankzij de bereidheid om onszelf te verliezen teneinde in een diepe slaap te geraken of een orgasme te beleven wordt het ook mogelijk om niet meer bang te zijn voor de dood. We zouden kunnen stellen dat slapen en het orgasme veredelde vormen van sterven zijn.”
 
De dalai lama grapt eerst nog dat in Tibet mensen met dergelijke angsten het beste in het klooster kunnen treden, maar voegt er serieuzer aan toe: “In de Tibetaans-boeddhistische literatuur staat geschreven dat men op verschillende momenten een flits van het heldere licht ervaart, onder andere wanneer men niest, flauwvalt, doodgaat, seksuele gemeenschap heeft en slaapt. Normaal hebben we een zeer sterk gevoel van ons zelf of ego, en vanuit deze subjectiviteit staan we in de wereld. Maar op deze speciale momenten is dit sterke zelfgevoel een beetje minder sterk.”
 
McDougall vraagt zich af of “er een relatie bestaat tussen de moeilijkheid om het zelf los te laten in de wakkere buitenwereld en de onwilligheid of onmogelijkheid om het grofstoffelijke lichaamsbeeld los te laten en het meer spirituele lichaamsbeeld toe te laten? Staat onze gehechtheid aan het grofstoffelijke lichaam dit loslaten niet toe?” De dalai lama denkt  dat hier wel enige overeenkomsten zijn, omdat ons zelfgevoel heel nauw met ons fysieke bestaan is verbonden. “Eigenlijk zijn er twee zelfbeelden, een grofstoffelijk en een subtiel. Het grofstoffelijke zelfgevoel is afhankelijk van het grofstoffelijke fysieke lichaam. Maar als iemand het subtiele zelfgevoel ervaart, wordt het grofstoffelijke zelf minder relevant en de angst om je zelf kwijt te raken verdwijnt.”
 
 
 
 
Bron:
Slapen, dromen en sterven;
Een onderzoek naar het bewustzijn met De Dalai Lama
Francisco J. Varela – red.
Maitreya, 1999