Posts tonen met het label Padmasambhava. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Padmasambhava. Alle posts tonen

dinsdag 2 juni 2026

Sarvastivada

Nagarjuna 9

Verder met Nagarjuna’s Grondregels…, vers 3 van hoofdstuk 1.

Nagarjuna stelt dat er geen onafhankelijke oorzaken en gevolgen bestaan, en dat ‘de dingen’ hun zelfbestaan niet uit hun oorzaak halen. Ook de rest van het hoofdstuk gaat voornamelijk over wel of niet oorzaak en gevolg. Ik heb daar inmiddels veel over nagedacht en ook wel gediscussieerd, maar blijf er toch wat moeite mee houden. En ook voorzichtig, denk aan de woorden van Padmasambhava: “Hoewel mijn Zicht zo ruim is als de hemel, zijn mijn handelen en mijn eerbied voor oorzaak en gevolg zo fijn als meel”.

Kan het zijn dat deze stijl van uitleg mij niet ligt? Het eindeloos filosofisch geredeneer. Of is het hier juist de bedoeling dat je ‘woordenmoe’ en murw van langdurig overpeinzen een inzicht krijgt? Je vastgeroeste logische denkpatroon doorbroken, op een koan-achtige wijze? Intuïtief kan ik mij best een Nu voorstellen, of Leegte waarbij alles in een constante transitie verkeert, in samenhang met alles. Zodanig in beweging dat er nooit een ‘vast’ etiket opgeplakt kan worden.


Hoe verder? In zijn commentaar bij de tekst noemt vertaler Erik Hoogcarspel zijdelings een boeddhistische stroming waar Nagarjuna zich speciaal tot richt. Waarom doet Nagarjuna dat? Iets meer uitleg daarover zou zijn tekst wellicht wat begrijpelijker en minder abrupt maken. Op internet vind ik meer informatie over deze Sarvastivadins. Heel in het kort: een invloedrijke vroege boeddhistische school die gelooft dat alle dharma's (fenomenen) bestaan in het verleden, heden en de toekomst. De essentie van de werkelijkheid is permanent, zelfs als verschijnselen veranderen.

De Sarvastivadins gaan er van uit dat de dagelijks waarneembare wereld niet werkelijk bestaat, maar is opgebouwd uit ontelbare kleine elementen (dharma’s). Alleen deze dharma’s bestaan echt en dan ook nog maar voor héél even. Het is momentariteit, de voortdurende vergankelijkheid en verandering van alle verschijnselen. Ze ontstaan, veranderen direct en vergaan weer, wat leidt tot de filosofie van 'afhankelijk ontstaan'. De zogenaamde werkelijkheid bestaat uit een aaneenschakeling van losse momenten.

 
 
Bronnen:
diversen op internet 
 
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005

maandag 1 mei 2023

Van Karma Lingpa naar Evans-Wentz (1)

Karma Lingpa vond zijn schatteksten in de veertiende eeuw, en W.Y. Evans-Wentz publiceerde een deel daarvan in 1927 als het Tibetaans Dodenboek. In de tussenliggende tijd werd de inhoud een paar keer aangepast. 
 
Dat begon waarschijnlijk al kort na Karma Lingpa’s dood, toen zijn vader en zijn zoon allerlei onvoltooide manuscripten aantroffen die iets te maken hadden met de Bardo Thödol teksten. Het lijkt erop dat Karma Lingpa’s zoon en diens leerling een centrale rol hebben gespeeld bij de vorming van dit werk. Het is moeilijk te bepalen welke delen te herleiden zijn naar Karma Lingpa zelf. Nieuw ontdekte terma’s werden in de veertiende eeuw volop gekopieerd, verspreid en geïmiteerd. Vaak met toevoeging van traditionele kennis uit andere teksten, zoals praktische handleidingen voor zielsverhuizing, mandalapatronen, visualisatiemethoden en meditatie instructies.

Het verhaal van Karma Lingpa’s vondsten wordt weer opgepikt in 1499 (ruim een eeuw na zijn overlijden) als de monnik Gyarawa een werk voltooid getiteld A Garland of Jewels. Gyarawa had de transmissie ontvangen van ene Nyida Özer, en die had hem weer van Karma Lingpa’s zoon. Gyarawa had als schrijver en editor al 25 werken over doodsrituelen op zijn naam staan, en ook deze verzameling teksten werd door hem geordend en herschikt tot een meer coherent ritueel systeem. Daarnaast gebruikte hij zijn positie als hooggeplaatste monnik om de rituelen te laten uitvoeren in belangrijke klooster-instituten in Zuid Tibet. Gyarawa speelde dus een cruciale rol in de geschiedenis van het Bardo Thödol. Waarschijnlijk is hij de (door Padmasambhava voorspelde) 'derde generatie afstammingshouder', die de cyclus breder zou gaan onderwijzen.
 

Maar in de zeventiende eeuw pas, krijgt het werk min of meer zijn huidige vorm, dankzij de inspanningen van Rigzin Nyima Drakpa (1647-1710). Deze tertön en Karma Lingpa specialist was goed gekwalificeerd om diens lessen door te geven. Rond 1680 (en misschien wel tot aan zijn dood) begon Rigzin Nyima Drakpa de verschillende transmissies te ordenen en te bewerken in een reeks van liturgieën en gebeden in 17 hoofdstukken, geschikt voor gebruik in een uitvaart ritueel. De afzonderlijke delen waren gekoppeld aan de drie standaardstadia (dood, tussenstaat en wedergeboorte). De titel was Liberation in the Intermediate State through Hearing, het Bardo Thödol. Het werk begint met aanwijzingen hoe je bevrijding kunt bereiken door het heldere licht te herkennen op het sterfmoment. Als die kans gemist wordt, verschijnen er visioenen van een mandala van 42 vredige godheden, gevolgd (op de veertiende dag) door een mandala van 58 toornige godheden. De overledene krijgt gebeden aangereikt om hulp te vragen aan boeddha’s en bodhisattva’s, en instructies voor navigatie door de bardo. Hij verwerft een mentaal lichaam, en drijft af naar een (zo gunstige mogelijke) volgende wedergeboorte.

Rigzin Nyima Drakpa schijnt een nogal controversieel figuur te zijn geweest, van wie beweerd wordt dat een van zijn voorgaande incarnaties de noodlottige partner van Karma Lingpa was. Hij was vaardig in zwarte kunsten, maar misschien heeft dat zijn aanzien juist vergroot (net als de populariteit van ‘zijn’ Bardo Thödol). Dat werd eerst in houtblokken gekerfd, en verscheen uiteindelijk eind achttiende eeuw in druk. Een lokale lama kon overigens voor uitvaart-rituelen kiezen uit een verscheidenheid van liturgiën. Het Bardo Thödol was er maar een van.
 
 

Bron:
Donald S. Lopez, Jr.
The Tibetan Book of the Dead; A Biography 
Princeton University Press, 2011

vrijdag 7 april 2023

Karma Lingpa’s schat (1)

In de achtste eeuw werd door Padmasambhava een groot aantal leringen verborgen, speciaal bedoeld voor later tijden. Een reeks teksten, later bekend als het Tibetaans Dodenboek, werd tijdens een periode van (spirituele) bloei in de veertiende eeuw ontdekt door Karma Lingpa. Een perfect moment voor het openbaren van duidelijke lessen over sterven en wedergeboorte aan een breed publiek in Tibet.
 
Er kon inmiddels geput worden uit grofweg drie bronnen: 1. de oorspronkelijke (Indiase) verzamelingen van de basis-tantra’s, 2. de Indiase commentaren daarop van grote ingewijden, en 3. de daarna ontstane Tibetaanse secondaire literatuur. De bardo was allang een begrip, en werd uitgebreid beschreven in de soetra-teksten en commentaren, vertaald uit het Sanskriet in de eerste vijf eeuwen van het Tibetaans boeddhisme. En methodes voor het doorkruisen van de tussenstaat, zoals die in de Grote Bevrijding door Horen in de Bardo worden onderwezen, waren ook al beschikbaar via de omvangrijke tantra-literatuur. Alle sekten ontwikkelden instructies en gebeden om bevrijding uit de bardo te bereiken, of ‘de baarmoederdeur te sluiten’ om wedergeboorte (in een ongunstig rijk) te voorkomen.
 
Volgens de overleveringen bevatte ook Karma Lingpa’s ontdekte schat dit soort lessen. Er was een serie speciale leringen, gericht op de ervaringen in de bardo’s, met zes soorten van bevrijding: door horen (Bardo Thödol), door dragen, door zien, door herinneren, door proeven, en door aanraken. Bevrijding betekent hier dat iedereen die in aanraking komt met deze leer (met een open geest of in twijfel, het maakt niet uit hoe) door de kracht van deze transmissie een plotselinge flits van verlichting zal ontvangen. Het onderricht werd samengesteld door Padmasambhava, in combinatie met de sadhana (spirituele oefening) van de mandala’s van 42 vredige en 58 toornige godheden. De beoefenaar van de zes bevrijdingsinstructies praktiseert de sadhana en bestudeert de teksten, en raakt op die manier volkomen vertrouwd met de mandala’s als deel van zijn eigen ervaring.
 
  

De Guhyagarbha Tantra (de “Tantra of the Secret Essence"; de "Secret Womb Tantra") is de belangrijkste tantra tekst van de Nyingma stroming, en heeft veel invloed gehad op de Dzogchen traditie. De tantra verwijst naar een bundel van negentien teksten in de Tibetaanse canon, waarin een mandala van 42 vredige godheden en een mandala van 58 toornige godheden beschreven worden. Volgens de Amerikaanse boeddholoog John Powers is de centrale les daarvan dat alle dingen zich spontaan manifesteren, inclusief mind en fundamentele wijsheid. Verder komen er in de “Secret Womb” teksten talrijke onderwerpen aan de orde, zoals recitatie mantra’s, het beheersen van de winden en druppels in energiekanalen, de zuivering van de vijf skandha’s, de eigenschappen en activiteiten van de boeddha’s, het visualiseren van de honderd godheden, gebeden om hulp en het maken van rituele amuletten en cakes. Daarnaast troost en allerhande praktische tips voor de dwalende overledene in de bardo. Lees vooral ook Robert Thurmans beschrijving in de volgende blogpost.
 
 

Voornaamste bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht, tweede druk 2006

Donald S. Lopez, Jr.
The Tibetan Book of the Dead; A Biography 
Princeton University Press, 2011

vrijdag 31 maart 2023

Het juiste moment

In de achtste eeuw werd door Padmasambhava een groot aantal leringen verborgen, speciaal bedoeld voor later tijden. Zijn voorspelling was dat deze schatten telkens precies op het juiste moment onthuld zouden worden. De verzameling teksten, later bekend als het Tibetaans Dodenboek, werd ontdekt door Karma Lingpa in de veertiende eeuw. Waarom juist toen? En wat waren dat voor teksten? 
 
Voor iedere stroming binnen het Tibetaans boeddhisme is de Indiase oorsprong bepalend voor de geloofwaardigheid. In de elfde eeuw claimden nieuwe sekten autoriteit en invloed door teksten uit India op te halen. De ‘oude’ tradities gingen niet op reis, maar ontdekten hun eigen gezaghebbende (Indiase) teksten, die verborgen waren in het Tibetaanse landschap. Sindsdien wordt er ‘gediscussieerd’ tussen oude en nieuwe sekten of deze teksten wel of niet ‘authentiek’ (Indiaas) zouden zijn, of mogelijk in de achtste en negende eeuw in Tibet zelf zijn ontstaan. Dit ligt heel gevoelig voor de (oude) Nyingma traditie. Daarnaast wordt ook wel betwist dat Padmasambhava en andere meesters uit de achtste eeuw alle teksten (waaronder het latere Tibetaanse Dodenboek) geschreven zouden kunnen hebben.
 
 
Toen Karma Lingpa teksten ontdekte in de veertiende eeuw, was de tijd rijp voor een schatontdekker om weer een nieuw juweel op te graven uit de nalatenschap van meester Padmasambhava. Er was sprake van een grote bloeiperiode in Tibet, vooral spiritueel, die werd gestimuleerd door het grote aantal bijzondere lama’s van de verschillende ordes. Daaronder allerlei geleerden, heiligen, wetenschappers en psychonaut-onderzoekers, van wie wordt aangenomen dat zij het vermogen van ‘helder sterven’ hadden bereikt. Ze hadden de yoga’s van het eindstadium beoefend in een leven van volledige concentratie op de verlichting, en waren geslaagd in (wat Robert Thurman zo bloemrijk noemt) ‘innerlijke ‘maanwandelingen’, zonne-‘foto’s’ en uiteindelijke helder-licht-‘foto’s’. Als ze overleden, behielden ze bewust hun vaardigheden en manifesteerden vaak wonderbaarlijke tekenen aan de achterblijvers. Ze gebruikten de gelegenheid van het sterven om van hun verworvenheid van de ‘Drie Lichamen’ te genieten en die te versterken. Bovendien kozen ze er bewust voor opnieuw vanuit het heldere licht te reïncarneren ergens in Tibet. Zo ontwikkelden ze leven na leven hun eigen verlichte vermogens.
 
 

Voornaamste bronnen: 
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa 
Het Tibetaans Dodenboek 
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman 
Het Tibetaanse Dodenboek 
Altamira-Becht, tweede druk 2006

Donald S. Lopez, Jr. 
The Tibetan Book of the Dead; A Biography  
Princeton University Press, 2011

zondag 12 maart 2023

Karma Lingpa

In de achtste eeuw verborg Padmasambhava in Tibet een groot aantal visionaire leringen (terma’s), die later door tertönen werden teruggevonden. De verzameling teksten van de Grote Bevrijding door Horen in de Bardo (het latere Tibetaans Dodenboek) werd in de veertiende eeuw ontdekt door Karma Lingpa in een grot in de Gampo Dar berg in Centraal-Tibet. Tertönen worden beschouwd als reïncarnaties van Padmasambhava’s eigen leerlingen, die hij persoonlijk tantrische initiatie had verleend. Karma Lingpa werd, zoals voorspeld door Padmasambhava, rond 1350 geboren bij de tertön Nyida Sangye. Toen Karma Lingpa vijftien was, wilde hij zelf ook schatontdekker worden. 

Donald Lopez vermeldt in zijn boek dat de gereïncarneerde leerlingen ‘the mind of clear light’ moesten manifesteren, op de manier zoals dat eeuwen daarvoor aan hun voorgaande incarnatie was uitgelegd door Padmasambhava. Dat was noodzakelijk om de schat te kunnen vinden. Het Heldere Licht manifesteert zich op het sterfmoment, maar ook gedurende een orgasme. Daarom wordt de onthulling van een schat vaak vooraf gegaan door het praktiseren van seksuele yoga met de (eveneens voorbestemde) partner. Helaas was er in het geval van Karma Lingpa iets fout gegaan. Hij had de verkeerde vrouw gekozen, bij wie hij een zoon kreeg. Volgens één verslag ging zijn vrouw er met zijn bediende vandoor, en is Karma Lingpa later door haar vergiftigd.

Een behoorlijke mismatch dus! Toch was Karma Lingpa (geassisteerd door zijn vader) twee keer succesvol met het vinden van schatteksten op de Gampo Dar berg. De eerste vondst was getiteld: Peaceful and Wrathful Deities: Natural Liberation through [recognition of] Enlightened Intention. De tweede: the Great Compassionate One, the Peaceful and Wrathful Lotus. Hoewel Karma Lingpa zelf tot de Nyingma-traditie behoorde, waren al zijn leerlingen van de Kagyü-traditie. Hij heeft de lessen van de tweede tekst met hen gedeeld, maar de leringen van de eerste tekst beperkt tot slechts één student. Sommigen beweren dat hij ook nog een ingedikte versie van yoga leringen uit de schatteksten heeft gemaakt, getiteld Instruction on the Six Bardos. 


Bronnen: 
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa 
Het Tibetaans Dodenboek 
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman 
Het Tibetaanse Dodenboek 
Altamira-Becht, tweede druk 2006

Donald S. Lopez, Jr. 
The Tibetan Book of the Dead; A Biography  
Princeton University Press, 2011

dinsdag 7 maart 2023

Tertönen

Aan het eind van de achtste eeuw heeft Padmasambhava op verschillende plaatsen in Tibet een groot aantal teksten verborgen. Dit waren visionaire leringen (waaronder het toekomstige Tibetaans Dodenboek) die de Tibetanen nodig zouden hebben op specifieke momenten in de toekomst. Padmasambhava droeg het vermogen om deze verborgen schatten (terma’s), terug te vinden over aan zijn 25 belangrijkste tantrische leerlingen. 
 

Na een lange periode van onderdrukking kwamen er tradities van ontdekkers van spirituele schatten op (tertönen), grote meesters die buitengewone, helderziende krachten hadden, waaronder het ‘röntgen-zien’. Ze werden vaak beschouwd als reïncarnaties van aspecten van Padmasambhava zelf of zijn leerlingen. De bardoteksten werden ontdekt door Karma Lingpa, een incarnatie van een van deze leerlingen. Er zijn allerlei verhalen over tertönen en hun vondsten van teksten in grotten, rotsen, bomen en ondergronds. Soms vonden ze zelfs schatten in hun eigen geest, die daar door hun meester in hun voorgaande levens waren verstopt en in de geheugencodes van hun spirituele genen waren verzegeld, om precies op het juiste moment te worden ontdekt. Deze traditie was in overeenstemming met een oude Indiase boeddhistische gewoonte voor grote ingewijden.

Een vaag verhaal? Misschien wel, maar Robert Thurman is daar soepel over: “Per slot van rekening gelooft men ook dat de gehele verzameling soetra- en tantra-teksten van het Mahayana in de vierde eeuw door de ingewijde Nagarjuna in het paleis van de koning der draken op de bodem van de Indische Oceaan werd ontdekt!” Volgens Thurman zijn er zowel in Tibet als in het Westen heel veel discussies geweest over de oorspronkelijkheid van de ‘schat-leringen. Maar voor ons zijn deze meningsverschillen niet erg belangrijk, vindt hij. “Want de beste manier om een tekst zoals de Grote Bevrijding door Horen in de Bardo te beoordelen is toch aan de hand van de inhoud en niet aan zijn uiterlijk. Als de inhoud ervan de hoofdstroom van het boeddhistisch onderricht tegenspreekt, als het onsamenhangend lijkt, als het onvoldoende onderbouwd lijkt en dergelijke, kan het als een grof verzinsel terzijde worden gelegd. Maar als de inhoud zich aan de spirituele traditie houdt, als het verstandig is geschreven, helder, betekenisvol en bruikbaar, dan dient het als een authentieke boeddhistische lering, een authentieke verhandeling van de boeddhistische wetenschap en een testament van boeddhistisch geloof te worden geaccepteerd. Als dat eenmaal is vastgesteld en de traditie verkondigt dat het door Padmasambhava zelf is geschreven, dan zouden wij dat ook wel kunnen accepteren”.
 
 

Bronnen: 
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa 
Het Tibetaans Dodenboek 
Servire, 1991

Sogyal Rinpoche 
Het Tibetaanse boek van leven en sterven 
Servire, vijfde druk 1996

Robert A.F. Thurman 
Het Tibetaanse Dodenboek 
Altamira-Becht, tweede druk 2006

vrijdag 3 maart 2023

Terma’s


Van Padmasambhava wordt gezegd dat hij duizenden gecodeerde teksten heeft geschreven of gedicteerd aan zijn partner Yeshe Tsogyal. Vooruitlopend op de grote vervolgingen in de negende eeuw, die veel van het vroege Tibetaanse boeddhisme zouden vernietigen, verstopte Padmasambhava talrijke teksten overal in Tibet, waaronder de Grote Bevrijding door Horen in de Bardo (het Tibetaans Dodenboek).
  
Het waren visionaire leringen, die de Tibetanen nodig zouden hebben op specifieke momenten in de toekomst. Vaak bevatten de teksten zelf een voorspelling. Bijvoorbeeld dat deugdzame daden in het komende ontaarde tijdperk alleen maar rancune zouden uitlokken. Monniken zouden hun belofte van celibaat breken, en het zou bergafwaarts gaan met de wereld door verdeeldheid en strijd. Een tijd vol onrust, waarin behoefte zou zijn aan speciale instructies om te voorkomen dat mensen zouden vervallen in een negatieve wedergeboorte als dier, geest of hellewezen. Dus ten behoeve van de bewuste wezens van die slechte periode had Padmasambhava alvast een cyclus van lessen voorbereid, die door hem verborgen werd in de Gampoheuvels in centraal Tibet. En ook heel veel andere teksten en heilige voorwerpen werden op deze manier begraven op verschillende plaatsen door heel Tibet. Ze werden terma’s genoemd, verborgen schatten. Veel van de meest invloedrijke instructies over de dood, bardo's en wedergeboorte behoren tot dit genre, inclusief het werk dat we nu kennen als het Tibetaans Dodenboek. De verstopte leringen werden telkens op het juiste moment, vaak in later eeuwen, opgespoord of ontdekt door tertönen.
 
  

Bronnen: 
Donald S. Lopez, Jr. 
The Tibetan Book of the Dead; A Biography  
Princeton University Press, 2011

Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa 
Het Tibetaans Dodenboek 
Servire, 1991

Sogyal Rinpoche 
Het Tibetaanse boek van leven en sterven 
Servire, vijfde druk 1996

Robert A.F. Thurman 
Het Tibetaanse Dodenboek 
Altamira-Becht, tweede druk 2006

zondag 26 februari 2023

Padmasambhava


De Grote Bevrijding door Horen in de Bardo (het Tibetaans Dodenboek) werd, volgens de teksten zelf, samengesteld door de grote ingewijde Padmasambhava en door hem aan zijn Tibetaanse partner Yeshe Tsogyal gedicteerd, waarschijnlijk tegen het eind van de achtste eeuw.
 
 
Padmasambhava (Goeroe Rinpoche) is een semi-legendarische figuur, met de daarbij horende mythische biografie. Toen de Boeddha overleed, voorspelde hij dat Padmasambhava daarna geboren zou worden om het onderricht van de tantra’s te verspreiden. Padmasambhava kwam in de 8ste eeuw van India naar Tibet, op verzoek van de koning van Tibet. Hij gaf diepzinnige lessen aan veel leerlingen, en hij was het die het boeddhisme in Tibet vestigde. Voor de Tibetanen belichaamt Padmasambhava een kosmisch, tijdloos principe. Hij is de universele meester, talloze malen verschenen aan de meesters van Tibet. Robert Thurman noemt Padmasambhava ‘zoiets als de Tibetaanse Superman’, en ‘de grote ingewijde der ingewijden, een emanatielichaam-boeddha die over de tussenstaat kan onderwijzen omdat hij er zelf in kan reizen zoals hij dat wil.’

Volgens zijn mythische biografie is Padmasambhava ontstaan uit de mond van de kosmische Boeddha Amitabha, en in de vorm van een meteoor met een regenboogstaart naar de aarde gevlogen en geland in het Dhanakosha-meer in Noordwest-India. Daar groeide later een juwelen lotus in het water, waaruit een stralend kind verscheen, dat door de koning van dat land werd geadopteerd. Na een leven dat eeuwen duurde en waarin hij onvoorstelbare wijsheid en vaardigheden verwierf, reisde hij naar Tibet om de wilde stamgoden van dat bergland te temmen. Hij schreef hier vele diepzinnige teksten die hij in afgesloten schatkisten verborg (terma’s) om door toekomstige generaties te laten vinden. Nadat hij Tibet had ‘getemd’ en er beschaving had gebracht, vertrok hij naar zijn eigen zuivere gebied en paradijs, waar hij volgens sommige Tibetanen nog altijd verblijft.

Donald Lopez houdt iets meer een slag om de arm. Volgens hem is het onduidelijk of Padmasambhava een historische figuur was. En zijn bijdrage aan de Tibetaanse cultuur zou dan (volgens recent onderzoek) meer met de introductie van bepaalde irrigatietechnieken te maken kunnen hebben. Maar om onduidelijke redenen onderging hij in de daaropvolgende eeuwen een verheerlijking, en transformeerde tot de Precious Guru, veruit de meest geweldige van de Indiase meesters die zich ooit in Tibet hebben vertoond.

Dus wie was Padmasambhava nu precies? Was hij echt een spirituele superman? Leeft hij nog? Wat betreft Robert Thurman hoeven we ons om dit soort vragen niet echt druk te maken, en kunnen we gewoon de teksten bestuderen en gebruiken. Natuurlijk zijn wij als moderne mensen minder geneigd te verwachten dat zulke dingen waar zijn, (hoewel de meesten van ons het stiekem nog steeds hopen natuurlijk.)
 
 

Bronnen: 
Robert A.F. Thurman 
Het Tibetaanse Dodenboek 
Altamira-Becht, tweede druk 2006

Sogyal Rinpoche 
Het Tibetaanse boek van leven en sterven 
Servire, vijfde druk 1996
 
Donald S. Lopez, Jr. 
The Tibetan Book of the Dead; A Biography  
Princeton University Press, 2011

zaterdag 25 februari 2023

Tibetaans Dodenboek, van termatekst naar bestseller


De eigenlijke naam van het Tibetaans Dodenboek is Bardo Tödrol Chenmo, wat de Grote Bevrijding door Horen in de Bardo betekent. Het bardo-onderricht is al heel oud, en maakt deel uit van de zogenaamde dzogchen-tantra’s. De Bardo Tödrol Chenmo zelf is weer onderdeel van een cyclus van leringen die door de meester Padmasambhava doorgegeven en in de veertiende eeuw door de Tibetaanse mysticus Karma Lingpa geopenbaard is. Hoe deze teksten uit de achtste eeuw uiteindelijk bij de theosofische geleerde W. Y. Evans-Wentz terechtkwamen, en voor het eerst in 1927 gepubliceerd werden als het Tibetaans Dodenboek,  kun je lezen in The Tibetan Book of the Dead; A Biography door Donald S. Lopez Jr.
 
 
In een korte reeks blogposts wil ik laten zien hoe dat gegaan is. De onderwerpen zijn onder andere terma’s, tertönen en Karma Lingpa. Morgen de eerste: Padmasambhava.

zaterdag 31 oktober 2020

Bardo van wording: het blokkeren van de moederschoot (2)

Aan het eind van de bardo van wording moet de overledene alles op alles zetten om een reïncarnatie te voorkomen. Het Bardo Thödol geeft je vijf diepzinnige instructies om de moederschoot te blokkeren. Daar hangt veel van af, dus volg ze goed op en laat je niet afleiden.

De vorige instructie ging over begeerte en afkeer, en nu wordt uitgelegd hoe onwerkelijk alle zich voordoende verschijnselen in wezen zijn. Die man, die vrouw, de stormen en alle andere enge projecties, het zijn allemaal luchtspiegelingen. Dus waarom zou je bang zijn? Of verlangen hebben? Dat heeft totaal geen nut, sterker nog, dan geef je het een waarde, je doet alsof het echt is. Maar het is slechts verbeelding, een projectie van je geest, en zelfs die bestaat niet eens! Je hebt al ontzettend lang in samsara rondgedwaald omdat je dacht dat alles echt was. En voor je het weet dwaal je er nog langer rond en zul je vreselijk lijden. Het is maar een droom, een illusie! Niet echt, ook niet voor even! Mediteer daarop, concentreer je eenpuntig op deze overtuiging. Vernietig zo je geloof in een zelf en de werkelijkheid van alle verschijnselen. Laat deze vrijheid op je bewustzijnsstroom inwerken en begrijp het niet werkelijk bestaan van de kosmos.

Dat is zware kost wat de opgejaagde, niet geoefende dode hier op de valreep nog even voorgeschoteld krijgt. Meer iets om al bij leven langdurig en grondig te bestuderen. Het is misschien de meest gevorderde lering van Boeddha: het bevrijdende inzicht dat alle dingen waarheid-status missen, en dat daarom onze waarheid-gewoonten (het waarnemen van een ding alsof het een onafhankelijk bestaand ding-op-zichzelf is) begoochelingen zijn. Padmasambhava (de samensteller van het Bardo Thödol) vindt deze gevorderde leringen juist zeer geschikt voor de bardo. Je hebt er een unieke kans, bent extreem buigzaam en negen keer zo slim.

De vijfde instructie is een meditatie op het heldere licht:‘alle dingen zijn mijn eigen geest en mijn geest is leegte, vrij van schepping en vernietiging’. Terwijl je dit denkt, houd je je geest open en ontspannen ‘zoals water dat in water uitgeschonken wordt’. Door je geest natuurlijk en vrij te laten rusten, kun je er zeker van zijn dat de ingang tot de moederschoot afgesloten wordt. Mediteer net zo lang door tot de baarmoederingang gesloten is.

 

Bronnen: 
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa  
Het Tibetaans Dodenboek  
Servire, 1991 
 
Robert A.F. Thurman  
Het Tibetaanse Dodenboek  
Altamira-Becht,  2006
 
Ilse Dorren  
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek  
Mirananda, 1985

zaterdag 13 juni 2020

Avalokiteshvara


Wat hebben Kwanyin, Boeddha Amitabha, de Dalai Lama en Padmasambhava met elkaar gemeen? Dit: ze worden allevier in verband gebracht met Avalokiteshvara.

Avalokiteshvara is de Boeddha van Mededogen. Hij is de ‘Heer die niet wegkijkt van het lijden’, de reddende figuur voor elke deelnemer aan de Tibetaanse cultuur. Een machtige boeddhavorm, die naar alle voelende wezens kijkt en die hen helpt lijden te voorkomen en geluk te ontdekken. Volgens de tekst van het Bardo Thödol is Avalokiteshvara de perfecte ‘standaard-yidam’ voor de gewone mens, die altijd op hem kan rekenen en terugvallen.


Avalokiteshvara (Chenrezig) is in de hele boeddhistische wereld het archetype van universeel mededogen. Hij is onmetelijk lang geleden al boeddha geworden, maar heeft gezworen dichtbij de noodlijdende wezens te zullen blijven om hen te helpen bevrijding en geluk te bereiken.

In zijn hemelse gedaante is hij nauw verbonden met Boeddha Amitabha. De Dalai Lama zou een emanatie van hem zijn, evenals Padmasambhava (de samensteller van het Bardo Thödol).Bovendien is hij gerelateerd aan de toornige boeddhavormen die de wezens tegen het kwaad beschermen, zoals Hayagriva (de Koning met de Paardennek, een van de vier toornige poortwachters).

In zijn vrouwelijke vormen wordt Avalokiteshvara in verband gebracht met verzorgende moederfiguren, zoals de Witte Tara en Kwanyin (Guanyin). Maar ook met toornige beschermsters, zoals de Groene Tara, Shri Devi en anderen. 


Bron: 
Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006