Vervolg van de vorige blogpost, waarin de voorzichtige conclusie getrokken werd dat vertaler Hoogcarspel’s substanties (in dit geval) hetzelfde zijn als Spinoza’s modi, waarvan zowel Nagarjuna als Spinoza lijken te beweren dat zij niet uit zichzelf bestaan. Maar bedoelen zij ook hetzelfde? Volgens Spinoza bestaat alleen God (Substantie), die eindeloos veel tijdelijke verschijningsvormen (modi) veroorzaakt, die allemaal van elkaar afhankelijk zijn.
We moeten ons losmaken van de taal. Dat lijkt onmogelijk want er zijn altijd gedachten bijvoorbeeld, maar Nagarjuna verwijst naar momenten van diepe innerlijke vrede, waarin de dingen zijn opgehouden te bestaan. Maak de zaak eens wat transparanter door het lezen van (zijn) geschriften, denk er over na. Hopelijk leidt dat dan tot transparante wijsheid: een totale omslag van jouw manier van denken, en waarbij je niet langer het spel van de wereld voor absoluut aanneemt. Uiterlijk zal er weinig veranderen, maar je ziet het als een spel en investeert niet meer. De begeerte naar zijn of niet zijn is weg, de illusie van de wereld, het idee dat je iets kunt gewinnen of verliezen is doorbroken. Meer esthetisch plezier, minder bezig zijn met nut en voordeel. Een heel andere manier van leven.
Wordt vervolgd.
