woensdag 12 augustus 2026

Troostdromen


In de Engelse New Scientist stond laatst een kort artikel van Alice Klein over geruststellende dromen, die vaak zouden voorkomen bij terminale patiënten. Prettige en levendige dromen en visioenen met overleden geliefden, wachtende familieleden, huisdieren en allerlei symbolen. Een bron van troost en opluchting voor de zieken die een spoedig levenseinde onder ogen moeten zien. Hun angst voor de dood vermindert en er zijn gevoelens van innerlijke vrede. Het helpt de mensen om de dood te accepteren, zeggen de onderzoekers van een recente (?) Italiaanse studie.

Deze intense dromen in een ongewisse periode lijken mij toch vooral veroorzaakt en gekleurd te worden door wat mensen doorgaans verwachten of hopen, wat betreft overgang en hiernamaals. In een eerdere blogpost zagen we al dat dit (net als bij bijna-doodervaringen) ook nog cultureel bepaald kan zijn. In India bijvoorbeeld zijn het vaker religieuze figuren die de ontvangst aan gene zijde voor hun rekening nemen. En misschien is het zelfs mogelijk dat in tijden van crisis de menselijke geest zelfbeschermend ingrijpt en verlammende doodsangst probeert te dempen met allerlei kalmerende kunstgrepen.

Toch is het niet zo dat al deze eind-van-het-leven dromen en visioenen kalm en vredig verlopen. Ongeveer tien procent is behoorlijk verontrustend. Eén van de ondervraagde patiënten kreeg te maken met een monster met haar moeders gezicht, dat haar meesleepte. Bij bijna-doodervaringen schijnt ongeveer 20 procent angstwekkend te zijn. Meer symbolisch zijn de dromen met deuren, trappen of licht. Een persoon beschrijft een barrevoetse klim naar een open deur gevuld met wit licht.

Alice Klein noemt in haar artikel ook nog een soortgelijk onderzoek van de Amerikaan Christopher Kerr, die al jaren met dit onderwerp bezig is en er regelmatig over publiceert. Hij zegt het vooral interessant te vinden dat het niet willekeurig is wie er naar je toekomt, maar dat het altijd de mensen zijn die echt van je hielden en je beschermden. Omgekeerd kan ook nog. Er is een voorbeeld van een vrouw van 70 met visioenen van haar doodgeboren eerste kind. Zij bewoog daarbij haar armen of ze een baby wiegde. Het verlies vond ze te moeilijk om over te praten, maar zijn bovennatuurlijke terugkeer bracht haar uiteindelijk troost.

De frequentie van de dromen en visioenen neemt toe naarmate de dood nadert want “dying is progressive sleep”, zegt Kerr. Sterven is een geleidelijk slaapproces. Met progressive sleep wordt hier een geleidelijk, dieper wordend slaap- of bewustzijnsverlagingproces bedoelt. Kernidee hierbij is dat mensen meestal niet sterven in een wakkere of helder bewuste toestand, maar geleidelijk wegglijden in diepe slaap en rust waarin het leven losgelaten wordt. Volgens Kerr worden de dromen levendiger en opvallender omdat de mensen voortdurend in en uit slaap zijn.

Het levenseinde heeft vaak een droevig en afschrikwekkend imago omdat er "diep ingebakken in onze overleving een instinctieve reactie op dreiging zit”. Dat de gedachte aan de dood ons kennelijk banger maakt dan de dood zelf, zagen we al in een eerdere blogpost. Maar de laatste weken van een terminale ziekte kunnen rijk zijn in liefde en betekenis, en mensen “komen onvermijdelijk tot iets van accepteren”, zegt Kerr. “Eén van de meest opvallende dingen is de afwezigheid van angst”. 

 

Bron:
Alice Klein
New Scientist
april 2026