Na de inleiding HIER en HIER door Erik Hoogcarspel ben ik bij Hoofdstuk 1 (“Oorzakelijkheid”) beland van zijn vertaling van Nagarjuna’s Grondregels… Dit bestaat uit 14 verzen of karika’s.
En ik moet eerlijk bekennen: dat valt niet mee, in de eerste instantie. Nu schijnt Nagarjuna algemeen erkend ‘moeilijk’ te zijn, maar toch. En dan een heel ander moeilijk dan het Tibetaans Dodenboek, met z’n situaties, taferelen en figuren. Dit zijn korte bondige stellingen en vragen, kortom filosofie. Het geheel komt op mij over als een spel met taal (en de lezer). Hoe moet ik dit ooit in blogvorm gaan gieten? Waar ben ik aan begonnen en wat een overmoed. Ik zie dat de onderwerpen van sommige hoofdstukken mij extra aanspreken, maar ik besluit toch maar de gebruikelijke volgorde aan te houden, hopelijk wordt alles dan langzamerhand toch duidelijker. En misschien is het beter om een aantal kortere blogposts achter elkaar te plaatsen in plaats van één enorme lap tekst.
Er is nooit iets ontstaan, zegt Nagarjuna, helemaal niets, wat dan ook en hoe dan ook, niet uit zichzelf of uit iets anders, en ook niet zonder een oorzaak. Hij gaat door met redeneren, schrappen en vragen stellen, en komt bij vers 14 met een soort conclusie tot nu toe. Het ontstaan en dus bestaan van gevolgen is niet houdbaar, omdat iets ofwel een oorzaak is, ofwel niet, en bewezen is dat oorzaken niet kunnen voortkomen uit één van beide soorten dingen. En als er dus geen gevolgen bestaan, zijn er ook geen oorzaken, en dus ook geen dingen die geen oorzaak zijn. Is dit een cirkelredenering? Volgens Hoogcarspel ontkent Nagarjuna niet dat er zoiets bestaat als oorzaak en gevolg , want hij verwijst regelmatig naar dagelijkse dingen waarin ze een rol spelen, maar verwijt Nagarjuna zijn tegenstanders (en ons!!) oorzaak en gevolg te zien als iets met zelfbestaan. Erik Hoogcarspel gebruikt hier het woord substanties. Dat vind ik erg verwarrend. Daarover volgende keer meer.
