zondag 12 april 2026

Oorzakelijkheid

Nagarjuna 3

Na de inleiding HIER en HIER door Erik Hoogcarspel ben ik bij Hoofdstuk 1 (“Oorzakelijkheid”) beland van zijn vertaling van Nagarjuna’s Grondregels… Dit bestaat uit 14 verzen of karika’s.

En ik moet eerlijk bekennen: dat valt niet mee, in de eerste instantie. Nu schijnt Nagarjuna algemeen erkend ‘moeilijk’ te zijn, maar toch. En dan een heel ander moeilijk dan het Tibetaans Dodenboek, met z’n situaties, taferelen en figuren. Dit zijn korte bondige stellingen en vragen, kortom filosofie. Het geheel komt op mij over als een spel met taal (en de lezer). Hoe moet ik dit ooit in blogvorm gaan gieten? Waar ben ik aan begonnen en wat een overmoed. Ik zie dat de onderwerpen van sommige hoofdstukken mij extra aanspreken, maar ik besluit toch maar de gebruikelijke volgorde aan te houden, hopelijk wordt alles dan langzamerhand toch duidelijker. En misschien is het beter om een aantal kortere blogposts achter elkaar te plaatsen in plaats van één enorme lap tekst.

Maar na aandachtig lezen en overpeinzen merk ik dat de tekst eigenlijk best goed te begrijpen is. Bloggen om het voor mijzelf duidelijk te krijgen is dus eigenlijk niet meer nodig. Een ‘samenvatting’ dan? Dat is onmogelijk, Nagarjuna’s tekst is al enorm ingedikt en ter zake, korter kan niet. Toch wil ik graag een aantal blogpost maken over dit belangrijke boek. Ik zal er wat dingen uitlichten die me opvallen of me extra bezig houden.
 
 
Nagarjuna is dus nogal ‘ter zake’, dat wordt al duidelijk bij het eerste vers van dit eerste hoofdstuk. Hij begint hier plompverloren en zonder verdere intro met een kritiek op ‘oorzakelijkheid’, kennelijk belangrijk. Voor ons bestaat iets alleen als het een oorzaak of gevolg heeft. Onze ‘werkelijkheid’ is een structuur van oorzaken en gevolgen. Iedereen gelooft dat en vaak ten onrechte. Nagarjuna is van mening dat we ons hierdoor in het dagelijks leven telkens laten beetnemen. Reclame maakt daar trouwens ook handig misbruik van.

Er is nooit iets ontstaan, zegt Nagarjuna, helemaal niets, wat dan ook en hoe dan ook, niet uit zichzelf of uit iets anders, en ook niet zonder een oorzaak. Hij gaat door met redeneren, schrappen en vragen stellen, en komt bij vers 14 met een soort conclusie tot nu toe. Het ontstaan en dus bestaan van gevolgen is niet houdbaar, omdat iets ofwel een oorzaak is, ofwel niet, en bewezen is dat oorzaken niet kunnen voortkomen uit één van beide soorten dingen. En als er dus geen gevolgen bestaan, zijn er ook geen oorzaken, en dus ook geen dingen die geen oorzaak zijn. Is dit een cirkelredenering? Volgens Hoogcarspel ontkent Nagarjuna niet dat er zoiets bestaat als oorzaak en gevolg , want hij verwijst regelmatig naar dagelijkse dingen waarin ze een rol spelen, maar verwijt Nagarjuna zijn tegenstanders (en ons!!) oorzaak en gevolg te zien als iets met zelfbestaan. Erik Hoogcarspel gebruikt hier het woord substanties. Dat vind ik erg verwarrend. Daarover volgende keer meer.

 
 
bron:
Nagarjuna
Grondregels van de filosofie van het midden
Vertaling en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive Press, 2005