Nagarjuna 2
Grondregels van de filosofie van het
midden is het meest
bekende werk van Nagarjuna. Ik lees nu (langzaam aan) de vertaling van Erik
Hoogcarspel uit 2005. De vorige blogpost en deze gaan over de inleiding van dit
boek, en hoe belangrijk het ontdekken van de leegte is. Nagarjuna’s leer is radicaal en lijkt in de eerste
instantie ingewikkeld. Alle dingen (en personen) zijn leeg, zij bestaan niet
echt. Het zijn illusies, evenals de begrippen waarmee je denkt, dat zijn ook alleen
maar hulpmiddelen. Als je je kunt bevrijden van alle dogma’s is er ruimte voor ervaren.
Maar leegte
betekent ook weer niet dat er helemaal niets bestaat. De dingen bestaan wel én
niet, iets er tussenin eigenlijk. Ze hebben geen onafhankelijk ‘zelfbestaan’,
maar ontstaan in wederzijdse
afhankelijkheid. Alles is vergankelijk en afhankelijk van andere dingen.
Nagarjuna noemt dat “het middenpad”, iets tussen de uitersten van bestaan en
niet-bestaan in. Hij laat zien dat dit net zo goed geldt voor “het ik”, dat ook
niet bestaat, maar ontstaat in
afhankelijkheid, vergankelijk en hecht verbonden met de rest. Die vergankelijkheid
willen we liever niet onder ogen zien, we dichten onszelf en de andere dingen
een “zelfbestaan” toe.
De Grondregels van.. heeft een verre
oorsprong, die teruggaat naar de 1e eeuw voor onze jaartelling naar
een beweging waaruit later het Mahayana boeddhisme is ontstaan. In die kringen werd de Prajnaparamitasutra
(’Leerrede van de transcendente wijsheid’) geschreven. Een nieuwe boodschap, alleen bestemd voor een elite (!).
Inmiddels zijn er meerdere versies van.
Maar misschien lijkt het inzicht van deze sutra’s
en Nagarjuna alleen maar nieuw. Hoogcarspel suggereert dat de Boeddha al op
hetzelfde spoor zat. Die vroeg zich lange tijd af of iemand zijn nieuwe
inzichten wel zou begrijpen. Het eerste onderricht (dat later werd opgeschreven)
lijkt helemaal niet zo diepzinnig. Luxe of strenge onthouding leiden niet tot
verlossing, je kunt beter maat houden met alles (Boeddha noemt dit de middenweg).
Niet omdat het ongezond is, of zonde van je tijd, maar omdat het zo irrelevant
is. Je moet lichaam en wereldse gehechtheden niet overwinnen, maar begrijpen.
Een inzicht van een totaal andere orde dus. Hoogcarspel: “Nagarjuna haalt een
leerrede aan, waarin Boeddha spreekt over de middenweg als het verwerpen van
het zijn en het niet zijn van de dingen. Mogelijk staat de leer van de
transcendente wijsheid dichter bij het onderricht van de Boeddha dan je op het
eerste gezicht zou zeggen”.
De centrale boodschap van de ‘nieuwe’ teksten is
dat inspiratie, discipline, mededogen en goede werken niet helpen om een
boeddha te worden. Het gaat nu om het inzicht dat bevrijding niet in het
verlengde van de wereldse idealen ligt, maar daar juist haaks op staat. Monniken
(en heiligen) zijn niet dichter bij de verlossing dan gewone mensen. Integendeel,
zij denken nog helemaal volgens wereldse patronen en streven naar beloning en
veiligheid en waardering.
De echte verlossing is een sprong in een heel andere
denkwijze, of ‘taalspel’. Regeltjes en veel mediteren zijn ‘uit’ en de perfecte
boeddhist is dan iemand die de transcendente wijsheid begrijpt en alle normen
en feiten van de samenleving ziet als het spel van de wereld. De wereld
bestaat niet zozeer, maar wordt gedaan. Beloning (bezit, reputatie) is
buiten het spel (de wereld) niets waard. Om dat te begrijpen moet je de binding
met het spel doorbreken. Loskomen van geloof in begrippen en dogma’s is
loskomen van lijden. De
bevrijding is in het hier en nu, in het alledaagse leven te vinden en kan door
iedereen bereikt worden. Daar hoef je geen monnik voor te zijn, het enige dat
je nodig hebt is rust en gelegenheid tot nadenken.
Wordt
vervolgd.
bronnen:
Nagarjuna
Grondregels
van de filosofie van het midden
Vertaling
en commentaar: Erik Hoogcarspel
Olive
Press, 2005
Michiel
Leezenberg
interview
door Femke van Hout
Filosofie
Magazine, 9 sept 2024