Vervolg van de vorige blogpost. Via hoofdstuk 1 van Nagarjuna’s Grondregels… en de inleiding van vertaler Erik Hoogcarspel ben ik op een zijpad met Spinoza beland. Dat was niet direct de bedoeling, maar ik heb er wel veel aan gehad. Tegelijkertijd bezig zijn met Nagarjuna en Spinoza bleek prettig en leerzaam, maar nu wil ik wil me weer hoofdzakelijk op Nagarjuna en ‘leegte’ concentreren. Voor de volledigheid kijk ik nog één keer kort naar de overeenkomsten en verschillen tussen beide filosofen (althans voor zover ik denk het begrepen te hebben).
En eigenlijk hebben beide heren een ander doel (of lijkt dat maar zo?). Nagarjuna wil verlossing uit lijden bereiken (voor ons allemaal), en Spinoza wil begrip van de werkelijkheid. Nagarjuna ziet kans op bevrijding door wijsheid (prajna), want die kan leiden tot het inzien van leegte. Spinoza vindt vrijheid in het besef dat de wereld (de natuur) noodzakelijk is.
Tja, de eventuele ‘waarheid’ zal wel ergens in het ‘midden’ liggen. Of niet natuurlijk. Iedere vorm van logisch of conceptueel denken is uiteindelijk onhoudbaar, zegt Nagarjuna toch zelf. Het zijn slechts hulpmiddelen om je gehechtheid los te laten. Volgens Sogyal Rinpoche lijkt de logische geest wel interessant, maar is het de kiem van verwarring en versluiering. Je kan zomaar geobsedeerd raken door je eigen theorieën, en volledig missen waar het om gaat. En bij een Tony Parsons moet je volstrekt niet proberen ‘het’ te begrijpen, want dan wordt het helemaal niks.
Desalniettemin, wordt vervolgd.
.jpg)
.jpg)