woensdag 10 april 2019

Het tweede heldere licht

Als de overledene het eerste heldere licht niet herkent heeft (wat waarschijnlijk voor bijna iedereen het geval zal zijn) en dus niet bevrijd, ontstaat alweer de volgende interessante situatie.

Als hij dus teruggedeinsd is voor de verblindende lichtflits van het oorspronkelijke primaire heldere licht, bekijkt de overledene dit ook nog even door de ‘zonnebril’ van een stralende illusoire natuur. Wat hij dan ziet is het secundaire heldere licht, dat in feite hetzelfde is als die eerste bliksemflits. Alleen is zijn blik nu vertroebeld door zijn karma, door de erfenis van een mensenleven lang dualiteit.

Dit tweede heldere licht daagt na een periode “die iets langer duurt dan de tijd die nodig is om een maaltijd te nuttigen”, nadat de ademhaling is opgehouden. “Een half uur” zegt Thurman, maar de genoemde tijdsduur is afhankelijk van diverse omstandigheden en kan eventueel zelfs verscheidene dagen voortduren. Daarom wordt het in de Tibetaanse cultuur wenselijk geacht nog enkele dagen lang geen afstand van het lichaam te doen.

Op dit punt voelt de overledene zijn bewustzijn uit het lichaam te voorschijn komen, maar hij herkent de situatie niet en vraagt zich bezorgd af of hij nu overleden is of niet? Er is geen enkele reden om aan te nemen dat iemand na zijn sterven opeens tot inzicht zou komen. (Toegepast op ons dagelijks leven: al erkent men in theorie dat alles maar illusie is, de vraag rijst telkens weer of het ook écht zo is.) De overledene voelt zich hier nog steeds verbonden met zijn geliefden en hij hoort hen huilen. Een kwetsbaar moment. Visualiseer een beschermend wezen, al naar gelang je religie of denkbeelden. Concentreer en mediteer hierop.

In dit stadium is nog veel mogelijk en daarom is het belangrijk dat de instructies uit het Bardo Thödol opnieuw gegeven worden, voordat de evolutionaire hallucinaties (de hevig verwarde projecties van karma) opkomen en de volledige doodsangst ontstaat. Deze ondersteuning moet hier ook gegeven worden aan hen die zich gedurende de bardo van het ogenblik vóór de dood niets konden herinneren, omdat zij verward waren door ernstige ziekte.

Nu de tweede tussenstaat (bardo) daagt, heeft de overledene het vermogen tot elke soort transformatie. Hij vormt hier een illusionair lichaam, een bewust geconstrueerd subtiel energielichaam, en is in staat zich overal heen te begeven. Het is als de verovering van de duisternis door zonlicht. Het bewustzijn is dan in staat weer net als voorheen te horen. Als de aanwijzingen uit het Bardo Thödol op dit moment worden gegeven én begrepen, kan de bevrijding alsnog bereikt worden.

De instructies van het Bardo Thödol zijn hier superoptimistisch en dat blijft het geval gedurende de hele tekst. Telkens wordt er gehamerd op de mogelijkheden voor de overledene. Word wakker en herken de situatie! Hoe moeilijk is het? Waarschijnlijk héél moeilijk, de meesten van ons gaan door naar de volgende ronde: dag 1 in de bardo van dharmata.




Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht, 2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek
Mirananda, 1985