zaterdag 18 januari 2020

Heruka

Wat de overledene in de bardo meemaakt is eigenlijk net zo hallucinair en illusionair als de zogenaamde realiteit van het leven (dat zich ook in een bardo afspeelt). Het is een illusie die je zelf voedt, dus in feite bepaalt de dode zelf de mate van pijnlijke ervaringen. Als je dit leven als tastbaar echt ervaart, zijn ook de beelden na de dood tastbaar echt. Heb je in dit leven al wat meer afstand genomen van de vermeende werkelijkheid, dan zul je de wezens in de bardo van dharmata ook met meer inzicht tegemoet treden.

En dat komt in het toornige gedeelte van deze bardo goed van pas, de overledene wordt er geconfronteerd met steeds minder vriendelijke wezens. Na alle stralende en vredige figuren verschijnen nu hun boze tegenhangers. Dat is logisch, we hebben hier te maken met dualistische krachten. Geen vreedzame goden zonder toornige goden, het zijn uiteinden van dezelfde stok, een twee-eenheid die uit het bewustzijn voortkomt, maar toch door maya (het droombestaan) buiten ons wordt geprojecteerd.

In andere tradities zouden ze bijvoorbeeld yin en yang genoemd worden. De creatieve krachten (yang) worden binnen de perken gehouden door yin. In het Bardo Thödol worden de krachten van yang (het gevoel) uitgebeeld door de goden van vrede. De beperkende, vormgevende werking van het verstand dat zich manifesteert, wordt voorgesteld door de toornige goden. Die kunnen behoorlijk enge vormen aannemen, maar het Bardo Thödol waarschuwt dat je ze juist als beschermgoden (yidam) moet herkennen. Zie het als een ontmoeting tussen goede bekenden.


Een Heruka is een machtige, agressieve heldenfiguur, een soort Hercules. De boze Heruka’s die vanaf de achtste dag in de bardo van dharmata verschijnen, zijn eigenlijk de vredige godheden: Vairochana, Vajrasattva, Ratnasambhava, Amitabha en Amoghasiddhi, maar nu in hun toornige gedaante. Ze nemen een woest gezicht aan om de overledene te helpen om met zijn onderbewuste geest contact te maken. Want hier op dit punt in de bardo aanbelandt, dreigt de overledene zijn bewuste controle te verliezen en onder dwang van onderbewuste driften en agressie te komen. Hierdoor wordt hij bang en paniekerig. De boeddha’s (in hun toornige benadering) dringen met kracht zijn bewustzijn binnen en bieden hem een machtig escorte aan, door een wereld die plotseling heel angstaanjagend is geworden.

De vijf opeenvolgende Heruka-boeddha’s, die vanaf dag acht tot en met twaalf verschijnen, lijken erg op elkaar. Maar net als hun vredige tegenhangers onderscheiden ze zich door de verschillende kleuren van de wijsheden. Hun woeste outfit staat bol van de symbolen. Bijvoorbeeld een schedelkroon die de overwinning van de vijf vergiften moet verbeelden (begeerte, haat, onwetendheid, trots en jaloezie) en een ketting van afgehakte mensenhoofden, die de overwinning van mentale verslavingen en negatieve houdingen symboliseert. De omhelzing met Krodhisvari (Godin van de Toorn) staat voor de vereniging van mededogen met wijsheid. En zo heeft alles een betekenis: het drinken uit de schedelkom, het bloed, de slangenketting, de garuda’s enzovoort.

De Heruka’s lijken dus woest en verschrikkelijk, maar als je je er mee kunt identificeren en er mee kunt samenvloeien, zijn ze een veilig en krachtig voertuig om elke denkbare moeilijkheid mee te overwinnen. Als je onbekend bent met dit soort boeddhavormen, of een sterke band hebt met een andere religie of traditie, kun je hieruit soortgelijke toornige engelen oproepen. Het christendom kent bijvoorbeeld de cherubijnen en serafijnen.



Bronnen:
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek
Mirananda, 1985