zondag 12 april 2020

De gauri's, pishachi's en yogini's [2]

De twaalfde dag in de bardo van dharmata is een dramatische dag voor de overledene. Na de ontmoeting met de Karma-Heruka wordt hij ook nog ‘getrakteerd’ op de gauri's, pishachi's en yogini’s!  Toornige vrouwelijke wezens zijn het, oerkrachten die de sterk onderdrukte elementen van je psyche vertegenwoordigen. En omdat je ze ontkent, zijn ze angstaanjagend.

Ieder op hun beurt verschijnen er maar liefst achtenveertig* van deze Heruka boeddhavormen uit je hersenen. Het is verschrikkelijk, maar ook een kans! Want als je op dit moment beseft dat alles wat zich voordoet uit je eigen stralende inzicht is ontstaan, zul je onmiddellijk een boeddha in sambhogakaya worden!

Het is een bont en gevarieerd gezelschap,  maar zonder uitzondering afschrikwekkend. Het Bardo Thödol drukt de overledene nog eens op het hart om vooral niet bang te zijn. Dat zal niet meevallen, denk ik. Maar wat er ook verschijnt, het zijn toch echt je eigen projecties! Dit alles is het spel van je eigen geest. Herken dit! Herinner je op dit belangrijke en beslissende punt de instructies van je leraar!

De tekst van het Bardo Thödol geeft de dode een complete opsomming van deze achtenveertig toornige wezens, met daarbij hun naam, eventuele bijnaam, kleur, met welk dierenhoofd en het deel van je hersenen waaruit ze oprijst. Verder wordt de specifieke activiteit van elke godin genoemd en het eventueel daarbij betrokken attribuut (symbool). Denk daarbij aan knotsen, schedelnappen, haken, stroppen, ketens en vajra's. Er wordt veel met lijken rondgesjouwd, lichaamsdelen worden afgerukt en opgegeten en er wordt bloed gedronken.


De gauri’s (W.Y. Evans-Wentz noemt ze de kerima) zijn een groep van acht godinnen met mensachtige hoofden en gezichten met drie ogen, waarvan een verticaal in het midden van het voorhoofd. Ze hebben twee armen en twee benen. Ze verschijnen uit je eigen hersenen in de vorm die precies jou het meest angst aanjaagt. Ze omringen de vijf heruka’s. Het zijn indrukwekkende bewakers van heilige (begraaf)plaatsen en van krachtpunten in het land. Gauri’s betekent witten, maar ze hebben allemaal een andere kleur. Als groep zijn ze vernoemd naar de eerste: Gauri, en dat is de enige die wit is.


De pishachi’s  zijn acht vleesetende godinnen met vogel- en dierenkoppen die (net als hun lichamen) verschillende kleuren hebben. Hun naam betekent gestreept of bont. Het zijn weerzinwekkende kannibalen, maar Thurman noemt ze toch engelen in zijn vertaling. Want het zijn natuurlijk wel je yidams! Herken dat! Verder verschijnen de vier poortwachter-godinnen,  vanuit het noorden, oosten, zuiden en westen van je hersenen. Ook de pishachi’s worden gelinkt aan heilige plaatsen en omringen de vijf heruka’s.

 

De yogini’s worden ook wel de Ishvari-godinnen genoemd. Dat zijn de vrouwelijke tegenhangers van bekende Indiase goden (zoals Brahma, Indra en Kumara), maar hier zijn het boeddhavormen van de subtiele werelden van de innerlijke ervaring van gevorderde ingewijden. Je kunt hier eventueel ook toornige engelen uit je eigen cultuur inpassen. Zie die dan als iconen van de spirituele wezens die in je eigen psyche leven.

De yogini’s hebben dierenhoofden omdat ze ook de machten van de natuur vertegenwoordigen. Als je vrede met ze sluit, kun je een evenwichtige staat bereiken van jouw (cultureel bepaalde) beeld van de goddelijke wereld en van de levende aanwezigheid in je natuurlijke omgeving.

Er verschijnen achtentwintig yogini’s. Zes uit het westen (van je hersenen), zes uit het zuiden, zes uit het oosten, zes uit het noorden en tenslotte nog de vier buitenste poortwachter-yogini’s. 


* De tekst van het Bardo Thödol vermeldt er achtenvijftig. Hier zijn de vijf Heruka’s en hun partners meegeteld.



Bronnen: 
Francesca Fremantle en Chögyam Trungpa
Het Tibetaans Dodenboek
Servire, 1991

Robert A.F. Thurman
Het Tibetaanse Dodenboek
Altamira-Becht,  2006

Ilse Dorren
Tocht door twee werelden; Gids voor het Tibetaanse Dodenboek       
Mirananda, 1985