The Green Man, geschreven door Kingsley Amis, is een ghost story en comedy tegelijk. Hoofdpersoon Maurice Allington (alcoholist en womanizer) heeft een eeuwenoude pub waar het spookt. Als zijn vader overleden is, drinkt Maurice na de begrafenis nog een borrel met Tom Rodney Sonnenschein, de verwijfde en eigenwijze Reverend van St. James, Fareham. De verveelde dominee is duidelijk toe aan een uitdagender parochie ergens in Londen.
Maurice is tamelijk geschokt een geestelijke te ontmoeten die in feite goddelozer is dan hijzelf, toch een behoorlijk geharde ongelovige. Hij vindt dit niet prettig. Zoals verwacht komt het gesprek op de dood, die we volgens de predikant veel te serieus nemen. Het is tenslotte al van de geboorte af een integraal onderdeel van het leven. En zeker geen toegang tot een andere wijze van bestaan of iets dergelijks, of een deel van ‘Gods plan’ (want dat is er niet).
Het hele onsterfelijkheidsgedoe is trouwens al behoorlijk uitgemolken, vindt dominee Sonnenschein. Je moet het historisch bekijken, als een voorbijgaande fase en eigenlijk bedacht door de (vroege) Victorianen vanuit een soort schuldgevoel. Zij hadden de kwaadaardigheden van de Industriële Revolutie gecreëerd, en zij konden al aanvoelen wat een afschuwelijk monster het kapitalisme zou gaan worden. Een hel op aarde. En het enige toevluchtsoord wat ze konden verzinnen om hier tegenover te zetten, was een nieuw leven. Weg van de rook en de stank en het gejammer van verhongerende kinderen. Maar nu inmiddels begint door te dringen dat kapitalisme gewoon niet voldoet en niet deugt, en dat we de maatschappij kunnen veranderen, zodat iedereen hier op aarde een zinvol en organisch bestaan krijgt, kan de onsterfelijkheid opgeruimd naar zolder.
Maar, werpt Maurice nog tegen, als die Victorianen dan zo dol waren op het idee van een hiernamaals en tegelijk verteerd werden door schuldgevoelens, zou je toch denken dat ze juist veel meer geneigd waren in de hel te belanden? Precies! De dominee is het helemaal met hem eens. Ze waren compleet weg van de hel, en die zou precies worden als hun kostschool, met de enige echt intens emotionele ervaringen die ze aankonden. Slaan, geseling, afbeulen, koude baden, roeien en een angstaanjagende almachtige oude man die je voortdurend vertelde hoe nietig en waardeloos je was. Ze waren er gek op. Niet toevallig was dit het grote tijdperk van masochisme, vooral in Engeland. Het hele gebeuren is absoluut fundamenteel voor de kapitalistische psyche: liefde voor pijn en straf en ellende in het algemeen, allemaal protestantse eigenschappen. Je zou kunnen zeggen dat de onsterfelijkheid van de ziel is uitgevonden door Thomas Arnold.
