zondag 30 juli 2023

Doorlopend feest en bruiloft

De hemel van… Jan van Brederode

(De hemel van… Afl.22)

In de vorige blogpost maakten wij kennis met de Hollandse ridder Jan van Brederode (Santpoort ca.1372 - Azincourt 1415) die in 1399, in verband met uitblijvend nageslacht, een bedevaart ondernam naar het vagevuur van Lough Derg. Ondanks alle beproevingen had deze actie helaas niet het gewenste resultaat. Geen kinderen dus, en ook allerlei andere problemen stapelden zich op. Jan raakte betrokken bij valsemunterij en diverse ‘kleine’ oorlogen in Holland, verder waren er geldzorgen en schulden. Narigheid alom, maar gedreven tot het uiterste verzon de familie een list, een oplossing voor alles. Jan en zijn vrouw Johanna zouden terugtreden als heer en vrouwe van Brederode door allebei het klooster in te gaan. Dat betekende ook ontbinding van hun huwelijk, maar met toestemming van de bisschop zouden ze niet formeel scheiden, en was er de (betaalde) optie om met pauselijke dispensatie bij elkaar terug te komen.

Jan was pas (ongeveer) dertig jaar, toen hij eind 1401 intrad bij een kartuizer orde in de Kempen. Zijn bestaan als kloosterling was niet bepaald succesvol, maar hij vergaarde wel veel roem met het vertalen van Somme le roi naar het Middelnederlands. Jan was niet echt van de boeken, maar Somme le roi was toch net iets voor hem. Een ‘koninklijk’ boek (geschreven voor Filips de Stoute) dat in grote lijnen de kerkleer uiteenzette. Mooi compact en helder, breed en divers. Bij Jan werd Des coninx summe niet alleen een vertaling, maar ook een behoorlijk persoonlijke bewerking. Jans duistere kijk op mens en wereld schemert door in zijn versie. Bitter en cynisch beschrijft hij de kwade kanten van de mens. Voor Jan is de mensenwereld duidelijk niet het ‘spirituele buitenkansje’ waar zoveel tradities de nadruk op leggen. Hij wijst de mensen erop dat bevrediging van hun aardse geneugten kortstondig is, en dat ze op die manier het vooruitzicht van een eeuwig leven wel kunnen vergeten. “We schijnen te denken dat varkens in hun mest groter geluk ervaren dan engelen in de hemel.”

Het aardse leven is een troosteloze reis richting de dood, en daarna? Allereerst het vagevuur, de verschrikkingen daarvan worden door Jan (als ervaringsdeskundige) breed uitgemeten. Bij hem is het vagevuur geen zuiverend opstapje naar de hemel, maar veel meer het voorgeborchte van de hel. En dat is volgens Jan verreweg de meest waarschijnlijke bestemming na dit leven. Hij geeft er een uitvoerige beschrijving van. Voor hem waren duivel en hel realiteit. Zonder hel geen hemel, en omgekeerd. En als je het een kon verbeelden, dan toch zeker ook het ander. Hoe ziet de hemel van Jan van Brederode er uit?

“Daar is overvloed van alles: schoonheid, rijkdom, eer, deugd, liefde, wijsheid, fijnzinnigheid, heil, vreugde en blijdschap zonder einde. Daar is geen hypocrisie noch valsheid, bedrog, vleierij, twist noch tweedracht, haat noch nijd noch afgunst.”  Kortom: alles wat de mensenwereld niet is, volgens Jan. Ook in materieel opzicht is in de hemel alles prima geregeld: “Daar lijdt niemand honger of dorst, hitte of koude, ziekte noch pijn noch kwaal noch angst noch zorg, druk of verdriet, maar daar is het doorlopend feest en bruiloft. Daar ziet men liefdevolle blikken gaan van lief naar lief.” Het doet mij denken aan het ‘paradijs op aarde’ van de Jehovah’s Getuigen. Jan blijkt een muziekliefhebber: “Daar hoort men orgelspel, harp, gitaren, allerhande luiten en violen, vedels, orgels, blazen en trommelen en allerhande melodieën. Wat lieflijk is om aan te zien, wat een genot is om te horen, wat een plezier is om te voelen, dat is daar allemaal in onbeperkte mate, zonder einde.”

 

 
Bron:
Frits van Oostrom
Nobel Streven
Prometheus, 2017