vrijdag 21 juli 2023

Een blik op het vagevuur

In Nobel Streven, de biografie van Jan van Brederode, geschreven door Frits van Oostrom, staat een mooie passage over de bedevaart die deze Hollandse ridder naar Lough Derg maakte. Een krankzinnig verhaal.

Lough Derg is een bedevaartsplaats in het uiterste noordwesten van Ierland, en hoewel volgens The Guardian de ‘toughest pilgrimage in the world’, tegenwoordig (in de zomermaanden) toch nog goed voor zo’n 15.000 pelgrims per jaar. In het verleden was de animo voor een dergelijke reis beduidend minder, maar het was dan ook geen fijne plek. In een grot op het piepkleine (90x25 meter) Station Island bijvoorbeeld, kon je er alvast een blik werpen op het hemels vagevuur. In de vijfde eeuw was Sint Patrick door Christus zelf op deze locatie attent gemaakt, heel geschikt om twijfelaars aan het hiernamaals over de streep te trekken.


Vanaf de zevende eeuw was het eilandje in het ‘rode meer’ een heiligdom, waar je alvast kon wennen aan het leven na de dood. En dan vooral de helse afdaling, en niet een hemelse preview via het vagevuur. Meer confrontatie dan pelgrimage dus, een soort aardse hellevaart. Sinds 1147 circuleerden er gruwelijk beeldende verslagen over de helse kwellingen, vlammen en schare duivels. Daar kwamen weinig mensen op af, maar rond 1400 raakte vooral de elite alsnog geïnteresseerd. De beloning was dan ook niet mis: volledige vrijwassing van schuld. Erg handig bijvoorbeeld bij oorlogsmisdaden.

Jan van Brederode werd rond 1372 geboren in Santpoort. In 1398, na bijna zeven jaar huwelijk, hadden hij en zijn vrouw Johanna nog steeds geen kinderen. Er was al van alles geprobeerd, maar misschien rustte er een vloek op hun vruchtbaarheid? Daarom werd uiteindelijk het zwaarste middel ingezet: een bedevaart naar het vagevuur van Sint Patrick, aan het einde van de wereld in het westen. De meest ridderlijke en eervolle pelgrimstocht van allemaal. Jan was hiermee waarschijnlijk de allereerste uit de hele Lage Landen.

De lange reis in de extreem strenge winter van 1399, duurde voor Jan waarschijnlijk een maand. Onderweg moest hij bisschoppen om toestemming vragen voor entree tot de gewijde grot, en op het eiland zelf nog diverse rituelen en instructies ondergaan. Biechten en daarna vasten, vijftien dagen op water en brood. Er wordt hem herhaaldelijk gevraagd het plan te laten varen, en Jan moet alvast een plek aanwijzen waar hij eventueel begraven wil worden, in het geval dat, en tenslotte (luguber) nog een dodenmis voor hemzelf bijwonen. Vervolgens in processie naar de grot, door de nauwe toegang (1 meter bij 60 cm) afdalen in de diepte, waarna het poortje wordt afgesloten plus een rotsblok voor de ingang. 

 
Een ware beproeving, en dat is dan nog maar het voorprogramma. Natuurlijk kwam er erg veel suggestie en stemmingmakerij bij kijken. Maar tijdens de urenlange nachtelijke wake in de stikdonkere ruimte, moet diep in de grot gekrijs hebben geklonken, van de helse angsten die bezoekers daar wezenlijk beleefden. De verslagen van de Europese ridders zijn ijzingwekkend, zeker voor moderne begrippen. Maar de zogenaamde ooggetuigenverslagen komen niet erg geloofwaardig over, zij lijken teveel op elkaar en op de bekende verslagen uit de twaalfde eeuw.
 

Toch zullen de ervaringen in de grot op Station Island heftig zijn geweest. Vierentwintig uur in snijdende kou, met blote voeten op de rotsen, in het aardedonker, totaal teruggeworpen op zichzelf, bedwelmd door slaaptekort en walmende schimmels (drugs). Dit alles kan de pelgrims behoorlijk vatbaar hebben gemaakt voor allerlei sensaties, nachtmerries, hallucinaties en visioenen. Sommige bezoekers zullen in de grot van Sint Patrick een ervaring hebben doorgemaakt als van na de dood, compleet met de pijn van verdoemenis. Een persoonlijke en interactieve Jeroen Bosch beleving.

In 1497 liet de paus de grot verzegelen, na klachten van een Hollandse pelgrim over bedrog en geldklopperij. Maar de pelgrims bleven komen.

 
 
 
Voornaamste bron:
Frits van Oostrom
Nobel Streven
Prometheus, 2017