zaterdag 15 mei 2021

De bardo van Saunders en de bardo van wording

De vorige blogpost ging over Lincoln in de bardo, de bekroonde roman uit 2017 van de Amerikaanse schrijver George Saunders. 
 
  
In dit boek wordt verteld hoe Willie, het elfjarig zoontje van de Amerikaanse president Lincoln, in februari 1862 overlijdt en in een geestenwereld terechtkomt. Saunders noemt deze tussenstaat de Bardo, maar zijn versie heeft nog maar weinig te maken met de bardo uit het Tibetaans boeddhisme. Met wat goede wil kun je de omstandigheden misschien nog enigszins vergelijken met de bardo van wording, een van de tussenstaten die beschreven worden in het Bardo Thödol (Tibetaans Dodenboek). Het zoeken naar overeenkomsten en verschillen verhoogt het leesplezier van dit toch al opmerkelijke boek. 
 
(Let op: SPOILERS)

De geesten in het boek van Saunders beseffen niet dat ze dood zijn, en dat is (soms) een overeenkomst met de Tibetaanse bardo. In de tekst van het Bardo Thödol wordt de overledene meerdere malen attent gemaakt op zijn hoedanigheid. Hij beschikt nu over een nieuw en flexibel lichaam, en dat is ook het geval in Saunders bardo, maar dan anders. In de Tibetaanse bardo heeft dit lichaam superheldachtige mogelijkheden, maar bij Saunders is het een ware molensteen. Het sterfmoment of gewoonten en zorgen uit het vorige leven beïnvloeden voortdurend de vorm en massa ervan, een meestal bizarre karikatuur met groteske details.

In beide bardo’s is het niet aangenaam toeven, en de overledene ervaart een soms sterke drang om er weg te gaan. In de bardo van wording wordt hij tegen wil en dank voortgestuwd door zijn karma, op weg naar een nieuwe pijnlijke incarnatie in een van de zes bestaanswerelden (of naar bevrijding, als hij de instructies van het Bardo Thödol goed opvolgt). De dode in Saunders bardo wil helemaal niet verder en handhaaft zoveel mogelijk zijn aardse gewoonten. Hij beschouwt de situatie, zijn ‘ziekte’, als een storend intermezzo. Straks gaat hij de draad weer oppakken.

Saunders geesten worden regelmatig bezocht door een soort engelen, die hen liefdevol en behoedzaam proberen over te halen deze plek te verlaten en vooral verder te gaan. Voorafgaand zijn er allerlei tekenen, en dan volgt er een lange, zeer aantrekkelijke stoet die door iedereen anders wordt waargenomen. Deze bezoekjes worden door de geesten ontzettend gevreesd en ze proberen zich er wanhopig voor af te sluiten. Aan het einde van zo’n ‘aanval’, zoals zij het noemen, wordt er geïnventariseerd wie er nu weer bezweken en (met letterlijk een knal en een flits) ‘heengegaan’ is.  

Ook de overledene in de Tibetaanse bardo kan op hulp van allerlei boeddha’s en boddhisattva’s rekenen, maar hij moet er wel zelf om vragen. Daarnaast heeft hij de waardevolle ondersteuning van zijn nabestaanden die de onmisbare instructies van het Bardo Thödol hardop aan hem voorlezen. De dode kan hen wel horen en zien, maar niet met ze communiceren. Zo ook in Saunders bardo, en ook hier veroorzaken achterblijvers soms ergernis en wanhoop. Ze gaan niet goed met de erfenis en de spullen om. Zaken worden vergeten of veranderd of tenietgedaan. En als ze rouwen en snikken, ervaart de dode dit letterlijk als pijnlijk geprik van kleine dolkjes. Hij troost de nabestaanden, maar wordt niet opgemerkt.

De bardo van Saunders is begrensd. Het ijzeren hek van de begraafplaats kan niet overschreden worden. De dode in de bardo van wording is beter af, met zijn superlichaam kan hij zich zonder belemmering overal naar toe bewegen (op twee plaatsen na).

In de Tibetaanse bardo vindt een oordeel plaats. Bij Saunders is dat pas het geval als de overledene de bardo toch verlaten heeft. In een zonovergoten bouwwerk vol kleuren en diamanten wordt gekeken hoe hij geleefd heeft. Er is sprake van een vorst, engelen en een glimp van helse wezens en vuur. Een extra reden om toch maar in de ‘vertrouwde’ bardo te blijven rondhangen, vindt de dode dominee die het overkomen is. Maar tegelijk vraagt hij zich af of deze ervaring vol hoop en angst misschien de vrucht is van zijn religie en zijn eigen geest. 
 
Lincoln in de Bardo 
George Saunders 
De Geus, 2017 
349 blz.