dinsdag 2 november 2021

Het vagevuur als leefnet

Vandaag is het Allerzielen, volgens Wikipedia 'een dag om speciaal te bidden voor alle zielen die nog niet in de hemel zijn, maar in het vagevuur.' In Het boek Henry kwam ik een passage tegen die leuk aansluit bij mijn vorige blogpost over voorouderverering. 
 
Het boek Henry is het tweede deel van de meeslepende trilogie, geschreven door Hilary Mantel, over de Britse staatsman Thomas Cromwell (1485-1540). Hij was, ondanks zijn lage komaf, de belangrijkste raadsheer van koning Henry VIII tijdens de Engelse reformatie (een periode van grote politieke onrust). Henry had afstand genomen van Rome en zichzelf uitgeroepen tot hoofd van de Anglicaanse kerk, omdat de paus zijn eerste huwelijk niet wilde ontbinden. In de boeken van Hilary Mantel (1952) worden vooral de innerlijke conflicten van haar personages tot leven gewekt. Zij is gefascineerd door de raakvlakken tussen psychologie en het bovennatuurlijke. Op haar zevende had ze een spiritueel visioen in de tuin.
 

Op bladzijde 128 van Het boek Henry is het avond, en buiten dwarrelen er sneeuwvlokken naar beneden. Een geschikt moment voor overpeinzing. Cromwells zoon Gregory vraagt zich af:  ‘Waar wonen de doden tegenwoordig? Hebben we nu een vagevuur of niet? Ze zeggen dat het geen zin heeft om voor de lijdende zielen te bidden. We kunnen ze er niet uit bidden, zoals vroeger.’ Hij vindt het heel erg dat hij niet (meer) voor zijn moeder kan bidden. Dat ze tegen hem zeggen dat hij zijn adem verspilt omdat toch niemand hem hoort. Cromwell weet het ook niet. Hij heeft al meerdere gezinsleden verloren, en toen ze stierven had hij alles gedaan volgens de gebruiken van die tijd, dus inclusief offergaven en missen. Maar nu ligt het heel gevoelig, de koning staat zelfs geen preek over het vagevuur toe. Gregory moet dus maar eens bij de aartsbisschop informeren.

Leerstellingen komen en gaan (in 2007 nog werd ineens het bestaan van een andere zielenplaats, het zogenaamde voorgeborchte of limbo, door de Rooms-Katholieke Kerk ontkend), maar het plotselinge wegvallen van het vagevuur als tussentoestand zal bij de gemiddelde gelovige voor vraagtekens zorgen. In Mantels boek volgen wij de gedachtegang van Cromwell:

“Stel je voor hoe stil het er nu is, op die plek die geen plek is, in die wachtkamer van God waar elk uur duizend jaar duurt. Vroeger stelde je je de zielen voor in een geweldig groot net, een door God gesponnen web, waar ze veilig werden bewaard tot ze werden toegelaten tot Zijn schittering. Maar als het net wordt doorgesneden, het web verbroken, tuimelen ze dan in een ijskoud niets, vallen ze elk jaar verder weg in de leemte, totdat alle sporen zijn uitgewist?”

En op dezelfde bladzijde nog zo’n prachtig, typisch Mantel-moment (als Cromwell naar pauwenveren kijkt): “In hun weerkaatsing spreken de pauwenogen tot hem. Vergeet ons niet. Bij de wisseling van het jaar zijn we er: een fluistering, een zucht, een vederstreling bij je vandaan.”  In de boeken van Hilary Mantel zijn schimmen en geesten nooit ver weg. Terloops worden ze gesignaleerd. In boek drie van de trilogie bijvoorbeeld, ziet Thomas Cromwell de geest van Thomas Moore in de Tower.

Thomas More (1478-1535), de beroemde humanist en geleerde vriend van Erasmus, staat bekend als een wijs en fijnzinnig mens. Hij schreef Utopia, waarin hij ondermeer pleit tegen doodstraf en voor godsdienstvrijheid. Maar zelf, als gehaaide en keiharde minister, liet hij mensen vervolgen, martelen en verbranden omwille van hun religie. Zo veroordeelde hij o.a. John Frith, vertaler van een Lutheraanse bijbel, tot de brandstapel. Uiteindelijk ging Moore zelf (letterlijk) voor de bijl, na meningsverschillen met Henry VIII. In 1935 werd hij heilig verklaard door de paus en in 2000 werd Sint-Thomas More de beschermheilige van staatslieden en politici. Heel toepasselijk!

 

Bronnen:

Hilary Mantel 
Het boek Henry 
Vertaling Ine Willems 
Signatuur 2012, tweede druk

The Sunday Times, 1 april 2020

Wikipedia