vrijdag 5 juli 2019

Bommel in de bardo

Marten Toonder: De Grote Onthaler

Let op: spoilers.

Het langste Bommelverhaal, De Grote Onthaler (1977), is tegelijk het meest interessante. Waarschijnlijk is er geen andere strip van Marten Toonder (1912-2005) die zoveel reacties, positief en negatief, heeft opgeleverd.

Heer Bommel en zijn jonge vriend Tom Poes maken een autotochtje in een afgelegen en vreugdeloze landstreek en raken zonder benzine. Terwijl Tom Poes op zoek gaat naar brandstof, komt Bommel via een vervallen en verlaten stationnetje in een soort hiernamaals terecht.

Heel amusant, maar ook met veel stof tot nadenken. Toonder is hier eens helemaal los gegaan. Het verhaal staat vol verwijzingen naar religie, filosofie en mythes. Veel (NRC)krantenlezers waren boos omdat ze van mening waren dat God belachelijk gemaakt werd, als een soort (sadistische) marionettenspeler die de levens van de machteloze mensen totaal manipuleert. Het schijnt dat Marten Toonder hier een beetje van geschrokken is. De boekversie van de krantenstrip ging vergezeld van een disclaimer en er werden wijzigingen in aangebracht (censuur!). Het verhaal zou geen aanklacht tegen het opperwezen zijn, maar een aanklacht tegen domheid van de gelovigen. Bij een speciale uitgave in 1982 werd het verhaal evenwel teruggecensureerd en kwam Toonder zelfs met nog meer religieus geladen termen en een verwijzing naar een vuilnishoop (Job!).



De meeste humorloze kritiek kwam uit de hoek van de monotheïstische godsdiensten, met name de protestante varianten. Dat is logisch, want juist daar valt het meest te herkennen. Alles gaat volgens het Plan van de onzichtbare Grote Onthaler, die alles bestuurt en uitstippelt. Niemand kent het waarom en doel, men loopt in raadsels rond. Volg vooral je eigen nietige gedachten niet. Deze oppermachtige (man) wordt geassisteerd door een stam Gorromieten, die een soort ‘bijbelse taal’ hanteren. Het is streng verboden de rol van de Grote Onthaler over te nemen (Bommel doet een poging) om zelf almachtig te worden. Dan wordt je neergestort in de onderwereld. Als uiteindelijk de nevels optrekken, ziet de menigte de Grote Onthaler. Dat is het einde, slechts chaos rest dan nog.

Voor de oplettende lezertjes staat het verhaal vol hints en clichés. Erg leuk is dat. Natuurlijk de treinreis (veel gebruikt in de literatuur) zonder retourtjes, een baan zonder einde en een conducteur met een doodskop. De horloges staan stil (buiten de tijd zijn) en Bommel vindt  het een ‘dooie boel’. De referenties naar het hiernamaals zijn vaak nogal traditioneel met (uiteraard) een tunnel, een tussenstation (‘Limbus’), een reisgeleider, een gevleugelde official, een wachtkamer met vele gemakken, een keuze uit een lange rij deuren, nevel en het geluid van ‘vele klaroenen’.


Voor liefhebbers van de klassieken lijkt het verhaal soms een mythe met een heldenreis. Er is een doel, een gigant, een soort onderwereld, een moeizaam pad, een doolhof met toren en natuurlijk de held die de Acht Monsters bevecht.



Maar je kunt er net zo goed de bardo in herkennen: lichtgevende nevels, verwarring, een doel, begeleiding, terugschrikken en weigeren, de verlichting die met ervaring komt, een donkere gang en verlangen naar warmte, rust en gastvrijheid, diepe afgronden, ongerustheid, angst, de wens om terug te keren, diepe slaap, maskers waar je doorheen moet zien, door haatgevoelens aan elkaar verbonden zijn, een opening met licht en het moeras (van samsara). Heel mooi gevonden is ‘de Strijd tegen de Acht Monsters’. Monsters (misstanden) die uit het binnenste voortkomen, vroeger of later moet iedereen ze bestrijden. Uiteindelijk blijken alle acht monsters slechts één.

Net als in het Bardo Thödol zijn de meeste in het verhaal genoemde zaken evengoed van toepassing op het dagelijks leven: de wonderlijke wegen van het lot, dat stilstand achteruitgang betekent, en gadegeslagen worden door een opperwezen. Grappig en leerzaam is ‘de dag van het moeras’, als er een trein vol Rommeldammers arriveert. De menigte raakt volgens Plan verzeild in het door de Grote Onthaler gecreëerde moeras, waar de modder snel stijgt. Eenlingen hebben hier een streepje voor. Alleen zij hebben hier een kans op een hogere plek om zodoende niet ten onder te gaan. Te zijner tijd mogen ze zelfs hun eigen deur kiezen.