Posts tonen met het label Robert A. Monroe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Robert A. Monroe. Alle posts tonen

zondag 12 mei 2024

Slechte bijna-doodervaringen

Bioloog Arjen Mulder is achterdochtig wat betreft de bijna-doodervaring (BDE), het is waarschijnlijk een “val die de dood voor ons opstelt om ons het leven afhandig te maken en onze ziel uit ons lichaam te trekken”. Merkwaardig ook dat er geen paranoïde BDE variant bekend is, stelt hij in zijn boek Wat is leven? Maar dat klopt niet. Er zijn genoeg negatieve BDE ervaringen op internet te vinden, ook van voor 2014, het publicatiejaar van Mulders boek. In het tijdschrift van de Missouri State Medical Association bijvoorbeeld, van november dat jaar, staat een interessant artikel over ‘verontrustende bijna-doodervaringen’, geschreven door professor Bruce Greyson en Nancy Evans Bush.*

Uit decennialang onderzoek bleek dat 20% van de BDE’s behoorlijk verontrustend kan zijn. Dat is minder bekend, want de meeste mensen met zo’n ervaring houden liever hun mond daarover. Er is dus nauwelijks onderzoek naar gedaan. We horen eigenlijk altijd alleen maar de prettige en schitterende verhalen. De akelige BDE’s lijken vaak op de aangename, met dezelfde elementen, maar missen de positief emotionele toon. Hier gevoelens van schuld, wanhoop en vreselijke angst. En ook geen vermindering van angst voor de dood naderhand, integendeel. Het artikel geeft enkele voorbeelden van een slechte BDE:

 
Een man zweeft boven hulpbiedende artsen en schreeuwt naar ze. Ze horen hem niet. Dan schiet hij door de duisternis naar een helder licht en flitst langs schimmige mensen, kennelijk wachtende overleden familieleden. Hij is in paniek door het bizarre scenario en zijn onvermogen om dit te beïnvloeden.

Een vrouw vliegt met enorme snelheid de ruimte in, en komt op ramkoers met verblindend wit licht. Het overspoelt haar en maakt haar doodsbang.

Een vrouw ervaart haar hele leven opnieuw, vervuld van veel verdriet en depressiviteit.

Dit zijn zogenaamde ‘omgekeerde’ BDE’s.  Andere zijn ronduit ‘hels’:

Een man voelt zich in de diepten van de aarde vallen. Onderaan staan een paar hoge, roestige poorten, die hij waarneemt als de poorten van de hel. Door paniek bevangen slaagt hij erin om terug te klauteren naar het daglicht.

Een vrouw wordt begeleid door een angstaanjagend verlaten landschap en ziet een groep dwalende geesten. Ze zien er verloren uit en lijden pijn, maar haar gids geeft aan dat ze hen niet mag helpen.

Een (atheïstische) hoogleraar ervaart dat hij wordt verscheurd door kwaadaardige wezens.

Een vrouw ontmoet gruwelijke wezens met grijze gelatineachtige aanhangsels, die naar haar klauwen en zich vastgrijpen Zij kan zich de onbeschrijfelijke stank en de geluiden van hun gutturaal gekreun ook na 41 jaar nog goed herinneren.

Een vrouw doet een zelfmoordpoging, en voelt haar lichaam naar beneden glijden in een koude, donkere, waterige omgeving. De bodem lijkt op de ingang van een grot en er zijn een soort op webben. Ze hoort gehuil, gejammer, gekreun en tandengeknars. Ziet mensachtige wezens, met de vorm van een hoofd en lichaam, maar lelijk en grotesk. Ze zijn beangstigend en klinken gekweld, als in doodsangst.

Een vrouw vliegt plotseling over het ziekenhuis de diepe, lege ruimte in. Een groep cirkelvormige entiteiten vertelt haar dat ze nooit bestaan heeft, dat ze zich haar leven heeft mogen verbeelden, maar dat het een grap was. Ze was niet echt. De vrouw brengt daar feiten over haar leven tegenin, en beschrijvingen van de aarde. Maar nee, zeggen de wezens, er is nooit iets echt geweest, dit is alles wat er is. Vervolgens wordt ze alleen gelaten in de ruimte.

Deze laatste lijkt me pure pesterij van een stel rondhangende entiteiten, die zich vermaken ten koste van een onzekere nieuwkomer. Heel herkenbaar. Het doet me ook wel denken aan bepaalde uittredingservaringen, beschreven door Robert A. Monroe. In ‘Omgeving twee’ van ‘zijn’ astrale wereld bijvoorbeeld, kun je het heel slecht treffen. Daar is een duister en naargeestig gebied, door Monroe beschreven als “een grijs-zwarte hongerige oceaan, waar de geringste beweging knabbelende en kwellende wezens aantrekt”. Ook Monroe vraagt zich af: zijn dit de poorten van de hel? En wie of wat zijn die wezens?
 
bron afbeeldingen: The Midnight Gospel
 
De derde soort negatieve BDE is ‘leegte’, die wordt ervaren of waargenomen. Er zijn gevoelens van eenzaamheid en isolatie:

Een vrouw voelt dat ze op water drijft, eerst vredig, maar dan angstwekkend. Ze wordt een licht in de hemel, schreeuwt zonder geluid. Draait rond en realiseert zich dat dit eeuwigheid is, zo zal het verder altijd zijn. Ze voelt de eenzaamheid en leegte en uitgestrektheid van het universum, behalve voor haar dan, een bal van licht, schreeuwend.

Een vrouw voelt zich tijdens een zelfmoordpoging een leegte ingezogen, een donkere afgrond of tunnel. Zich niet bewust van haar lichaam zoals ze het kende. Ze had het Niets verwacht, de Big Sleep, de vergetelheid, maar ontdekt nu dat ze naar een ander level gaat, en dat maakt haar doodsbang. De kracht trekt haar mee naar een plek waar ze niet heen wil, maar uiteindelijk komt ze niet verder dan de nevel.

Een man voelt zich uit zijn lichaam opstaan, plotseling zwevend in totale zwartheid. Zwarte ruimte, zonder boven of beneden, links of rechts. Er gaat een eeuwigheid voorbij, lijkt het, door hem volledig en in ellende doorleefd. Hij mag alleen nadenken.

In de negatieve BDE is het religieuze element afwezig. God of een engelachtig schepsel wordt wel verwacht, en soms aangeroepen, maar de bijna-dode is en blijft alleen. Het is enorm beangstigend. Gevoelens van absolute verschrikking, voorbij de hulp van iedereen, zelfs God.

 
Ik moet hier ook mijn mening herzien. Ik ging er tot nu toe vanuit dat de bijna-dode te zien krijgt wat hij vooraf verwachtte, de ‘bekende’ (positieve) BDE elementen dus, al dan niet cultureel bepaald. Maar dat is dus niet geval. “Geen goedaardig Lichtwezen of levensvideo, niets moois of aangenaams”, klaagt iemand in zijn verslag. Het is totaal niet te voorspellen wie welk type BDE zal hebben. Er is geen enkel bewijs dat "goede" mensen een aangename BDE zullen krijgen en de "slechte" mensen een akelige. Deugdzamen hebben soms heel akelige BDE's gemeld, terwijl criminelen en zelfmoordenaars gelukzaligheid hebben beleefd.

Dit valt voor veel bijna-doden niet te rijmen. De hel? Waarom ik, waar heb ik dit aan verdiend, en wat zijn de regels dán? Twijfel en misschien ook wel schaamte: ik ben kennelijk een heel slecht mens. En ga ik daar straks naar terug? De gebeurtenis was zo heftig dat er vaak angst blijft voor de dood, ook bij mensen die eerst niet in een hel geloofden. Het concept van de hel en de christelijke associatie met eeuwige fysieke kwelling is diepgeworteld in de westerse cultuur.

De ervaring kan een ommekeer tot gevolg hebben, beschouwd worden als een waarschuwing, men krijgt een tweede kans, het moet allemaal anders. Mensen bekeren zich, sluiten zich aan bij een kerkgemeenschap. Anderen proberen hun BDE juist te bagatelliseren of rationele verklaringen te zoeken. Als derde soort reactie wordt genoemd de ‘lange termijn’. Mensen blijven soms nog jaren- of decennialang worstelen met hun herinneringen en existentiële vragen. Zij kunnen het geen plekje geven, ook niet via psychotherapie, er is altijd onderliggende onzekerheid en angst. Veel BDE’s zijn traumatisch in hun echtheid, en hun primaire effect is een krachtig en blijvend besef dat de fysieke wereld niet de volledige ‘werkelijkheid’ is. Een overtuiging die het persoonlijke leven en de sociale relaties van de bijna-dode abrupt en permanent verstoort.

 
 
*Missouri Medicine
 The journal of the Missouri State Medical Association
 nov-dec 2014

 Nancy Evans Bush is voorzitter Emerita, Internationale Vereniging voor Nabij-Dood Studies
 Bruce Greyson is hoogleraar psychiatrie en neurologische gedragswetenschappen University of Virginia School of Medicine

vrijdag 30 juni 2023

Mens of engel?

Laatst zag ik City of Angels, een nogal drakerige film uit 1998, maar toch ook wel weer aardig vanwege de subthema's dood en engelen. Het verhaal draait om Seth, een van de engelen die hier op aarde rondhangen. Ze zijn overal om ons heen, wakend en behoedend, begeleiders als we sterven. Tot die tijd zijn ze voor ons niet zichtbaar. Seth (Nicolas Cage) krijgt gevoelens voor hartchirurg Maggie (Meg Ryan), en besluit daarom de eeuwigheid op te geven, en als sterfelijk mens verder te gaan. Dat is best wel een beslissing, maar Seth is een beetje opgejut door een andere ex-engel, ene Nathaniel Messinger, die zichzelf een hedonist noemt. Messinger eet en drinkt mateloos en houdt er een gezin op na. Hij geniet ervan en vertelt Seth dat ‘vrije wil’ niet alleen aan mensen, maar ook aan engelen is toebedeeld. Om zijn transitie in gang te zetten springt Seth van een hoog gebouw. De (letterlijk) gevallen engel kan nu pijn en genot ervaren, bloeden, voelen, proeven enzovoorts. Hij schuift aan bij Maggie. Zij overlijdt helaas al snel, Seth is bedroefd, dit is natuurlijk niet de ervaring waar hij op zat te wachten. Maar aan het eind van de film vindt hij het allemaal weer prima, mens zijn, en gaat hij fijn zwemmen in de oceaan terwijl de engelen toekijken.


Afgezien van de slechte casting (Cage vind ik de meest ongeloofwaardige engel sinds Clarence Odbody), roept deze film allerlei vragen bij me op. Bijvoorbeeld, wat moet ik hier nu mee? Is het gemiddelde mensenleven dan echt zo prettig, en al helemaal vergeleken met dat van een engel? In het Bardo Thödol wordt (in de bardo van wording) juist alles op alles gezet om een wedergeboorte, ongetwijfeld vol lijden, te voorkomen. En in de bardo van dharmata, als op dag drie de boeddha Ratnasambhava verschijnt, en de overledene waarschijnlijk in paniek wegvlucht van het scherpe gele licht, rechtstreeks naar het zachte blauwe licht van de mensenwereld, wordt hij gewaarschuwd dat vooral toch niet te doen! Hij zal namelijk vallen(!) en wéér in de mensenwereld terechtkomen. En dat betekent lijden, ziekte, ouderdom en dood en geen tijd meer hebben om bevrijding te bereiken.

Reïncarnatie vindt plaats in de modderpoel van samsara, in een van de zes bestaanswerelden, meestal opnieuw in de mensenwereld, en als het meezit als ‘engel’ in de godenwereld.  Maar volgens deze film dus zou het bestaan als engel juist minder aantrekkelijk zijn, vergeleken met dat van een mens. Ze worden voorgesteld als een emotieloze club, zwijgzaam en in het zwart gekleed, en kennelijk gekoeioneerd door een hogere macht. Bij zonsondergang staan ze groepsgewijs op het strand te luisteren naar hemelse muziek, die alleen zij kunnen horen. Dat dan weer wel.

Dat een mensenleven een buitenkansje is, waarin je ervaring kunt opdoen en ‘groeien’, wordt in veel spirituele tradities benadrukt. En sommige mensen die een uittreding hebben meegemaakt, herinneren zich een diep besef ‘hoe bijzonder het is als je een tijdje mens mag zijn’. Robert Monroe vertelde in een interview (1992) dat hij eens terug was op de gelukzalige plaats die hij Home noemt, maar er ontdekte in een soort ‘loop’ te verkeren (telkens hetzelfde stuk muziek en wolken). Dáárom was hij hier ooit vertrokken, je komt er niet verder. Maar, waarschuwt hij, te vaak terugkeren naar de mensenwereld en nieuwe ervaringen is ook weer niet goed, je raakt “locked in, er is kans op verslaving”.

Ook Sogyal Rinpoche benadrukt in zijn bekende boek hoe bijzonder het is dat je mens mag zijn: “De kwaliteit van de godenwereld mag beter lijken dan die van ons, de meesters zeggen ons dat het mensenleven oneindig meer waard is. Waarom? Juist omdat wij het gewaar-zijn en de intelligentie bezitten die de grondstoffen voor verlichting zijn; en omdat juist het lijden, waarvan het gehele mensenleven doordrongen is, de stimulans tot geestelijke transformatie is.” Volgens hem is het juist heel moeilijk en zeldzaam om in de mensenwereld terecht te komen. Hij komt met het bekende verhaal van de blinde schildpad, “die rondzwemt in de diepten van een oceaan zo groot als het universum. Aan de oppervlakte drijft een houten ring, die door de golven heen en weer geslingerd wordt. Elke honderd jaar komt de schildpad één keer boven. Volgens de boeddhisten is het moeilijker als een menselijk wezen geboren te worden dan het voor de schildpad is om boven te komen met zijn hoofd door de houten ring.”

donderdag 11 mei 2023

Duncan Trussell en Tenzin Wangyal Rinpoche

The Duncan Trussell Family Hour (DTFH) is een prettig gestoorde podcastserie, met vaak interessante interviews. Op 5 november vorig jaar bijvoorbeeld was Tenzin Wangyal Rinpoche er te gast. Zijn bijzondere boek over droomyoga, De werkelijkheid van slapen en dromen, kwam HIER en HIER al eens ter sprake. Met zijn onderricht benadrukt Tenzin Wangyal de overeenkomsten tussen slapen/dromen en sterven/bardo’s, en hoe je die kunt gebruiken als voorbereiding op de bardo ervaringen tijdens en na het sterfmoment.
 

In de podcast vertelt Tenzin Wangyal Rinpoche terloops dat zijn boek onlangs opnieuw is uitgebracht, in een herziene versie. Helaas vraagt presentator Duncan Trussell hem niet wat er dan aan veranderd is. Verder is het een interessant en soms grappig interview, dat het belang van droomyoga weer eens onder de aandacht  brengt. En natuurlijk doet Trussell dat op zijn eigen (ontregelende) wijze. Het gesprek lijkt vaak alle kanten op te gaan, maar door zijn enorme interesse en gedrevenheid komt er meestal toch iets zinnigs uitrollen. Hij vertelt Tenzin Wangyal dat hij in zijn jonge jaren behoorlijk gefascineerd was door het bekende boek van Robert Monroe over astrale projecties. Duncan ondernam allerlei pogingen om zelf tot een uittreding te komen, wat uiteindelijk ook lukte (onder invloed van drugs, dat wel). Helaas waren het voor hem zeer onprettige ervaringen. In een latere fase van zijn leven vergeleek hij de beschreven gebeurtenissen in Monroe’s boek met lucide dromen.

Het ‘droomonderricht’ van Tenzin Wangyal Rinpoche is overigens niet iets nieuws van deze tijd, er is bijvoorbeeld al sprake van in de inspiratiebeden, die deel uitmaken van de verzameling termateksten die verbonden zijn met de Bardo Thödol. De inspiratiebeden zijn geen gebeden tot een godheid (buiten ons) gericht, maar een manier om de geest te zuiveren en te richten en te inspireren. Lees bijvoorbeeld de goede voornemens maar eens in het tweede vers van De basisverzen van de zes bardo’s (hier in de vertaling* van Robert Thurman):

Nu de tussenstaat van de droom voor mij daagt,
zal ik het als een lijk in onwetendheid slapen opgeven,
en met herinnering zonder te zijn afgeleid de ervaring van de realiteit binnengaan.
Mezelf bewust van het dromen, zal ik de veranderingen als het heldere licht genieten.
Terwijl ik niet zonder herinnering slaap als een dier,
zal ik de beoefening koesteren van het mengen van slaap en realisaties!

Daar is toch geen woord Frans bij.

 

 
*Robert A.F. Thurman
  Het Tibetaanse Dodenboek
  Altamira-Becht, tweede druk 2006

zaterdag 28 augustus 2021

Cloud Nine

De hemel van... Robert A. Monroe 
 
(De hemel van... Afl.17)

De Amerikaanse zakenman Robert A. Monroe (1915-1995) schreef drie boeken over zijn reizen in de astrale wereld. Hij kon zich gemakkelijk en vaak in deze tweede staat verplaatsen, nadat hij (naar eigen zeggen) een speciale techniek had ontwikkeld waarmee hij uit zijn stoffelijk lichaam kon treden.

Volgens Monroe zou de tweede staat uit drie omgevingen bestaan. Omgeving ‘twee’ lijkt een hiernamaals te zijn, waar overledenen zich (soort bij soort) ophouden in een onvoorstelbare uitgestrektheid. Er zijn ontelbare variaties en wat hemel en hel genoemd wordt, is daar maar een onderdeel van. Het gedeelte van omgeving twee dat het dichtst bij het hier en nu ligt (en er nauw mee verbonden schijnt te zijn), is een duister en naargeestig gebied. Monroe beschrijft het als “een grijs-zwarte hongerige oceaan, waar de geringste beweging knabbelende en kwellende wezens aantrekt”.  Hij vraagt zich af: zijn dit de poorten van de hel? En wie of wat zijn die wezens? In een eerdere blogpost zagen we dat antroposoof Rudolf Steiner de hel (de begeertegloed) ook in de eerste sfeer van de astrale wereld plaatst.

Robert Monroe lijkt mij niet bijzonder godsdienstig aangelegd, maar via zijn katholieke echtgenote kent hij wel wat gebeden en heiligen. Die worden soms te hulp geroepen, als hij weer eens in een penibele situatie in de astrale wereld is beland. In zijn eerste boek (1971) geeft hij aan dat hij na twaalf jaar buitenlichamelijke ervaringen nog geen bewijzen heeft gevonden voor het bestaan van een god, of een leven na de dood in een ‘bijbelse’ hemel. Maar er is wel een plek, waarvan hij zeker weet dat het een deel vormt van de hemel zoals godsdiensten die presenteren. Hij is er drie keer geweest. Woorden schieten hem tekort om deze plaats zelfs maar bij benadering te beschrijven. Toch doet hij een poging met een verslag waar de gelukzaligheid vanaf spat. Net als in het Bardo Thödol en het Devachan is er sprake van muziek, kleuren en geluiden, en worden er kosmische geheimen onthuld.

Monroe: Het is alsof je in een warme, zachte wolk drijft, zonder boven of beneden, waar niets bestaat als afzonderlijk stukje materie. De warmte omgeeft je niet alleen, ze is van jou, ze doorspoelt je. De wolk wordt geraakt door lichtstralen met vormen en kleuren die voortdurend veranderen, en terwijl je erin baadt voelt elk daarvan goed aan, met ieder een eigen kalmerend gevoel van geluk. Het is alsof de wolken rond een eeuwigdurende, lichtende zonsondergang hangen, waarvan jij tegelijk deel uitmaakt, meeveranderend met het patroon van levende kleuren. Je reageert op de eeuwigheid van de kleuren blauw, geel, groen, rood en al hun nuances en het samenspel van deze tinten, en neemt ze in je op. Ze komen je allemaal bekend voor. Hier hoor jij Thuis.

Terwijl je langzaam en moeiteloos door de wolk zweeft, ben je geheel omgeven door muziek. Harmonieën, tere en dynamische melodieuze passages, veelstemmige contrapunt, aangrijpende boventonen roepen diepe, onsamenhangende gevoelens in je op. Hele koren van menselijk klinkende stemmen weergalmen in een lied zonder woorden. Oneindige patronen van muziek als van snaarinstrumenten worden in alle nuances van subtiele harmonie vervlochten tot regelmatig terugkerende maar zich toch ontwikkelende thema’s. Het komt niet uit een bepaalde bron, maar is overal om je heen. En jij bent er één mee, jij resoneert mee.

Het is de waarheid in haar zuiverste gedaante, misschien heb je er vroeger ooit een glimp van opgevangen, tijdens een schoonheidservaring in de natuur. En het belangrijkst van alles: je bent niet alleen. Je bent verweven met naamloze anderen die net als jij zijn, en waarmee je een totale vanzelfsprekende liefde voelt. Je bent één met het geheel, maar toch een afzonderlijk deel, je bewust van de  bron van je gehele bestaan, van een onmetelijkheid die het voorstellingsvermogen te boven gaat. Je bent in volmaakt evenwicht: mannelijk-vrouwelijk, positief-negatief, ouder-kind. Je bent het, als deel van het geheel, allemaal. Je kent het bestaan van de Vader, de Schepper. Jij bent een van zijn talloze schepsels, je weet niet hoe en waarom, maar dat is van geen belang. Je bent gelukkig omdat je hier Thuis bent.

Toch kwam Monroe telkens weer terug in zijn lichaam, met zware tegenzin en niet uit zichzelf. Nog dagenlang geplaagd door heimwee en gevoelens van eenzaamheid.

 


Bron: 
Robert A. Monroe 
Uittredingen; Experimenten buiten het lichaam 
Ankh-Hermes 1978, derde druk

maandag 16 augustus 2021

Astraal reizen met Robert Monroe

De Amerikaanse zakenman Robert A. Monroe (1915-1995) had een speciaal paranormaal talent: hij kon naar believen zijn lichaam tijdelijk verlaten, en bewust door verschillende aardse en astrale dimensies reizen. Als pionier op het gebied van astrale projecties schreef hij daar drie boeken over. 
 
De eerste uittreding* was Monroe spontaan overkomen, maar later ontwikkelde hij bepaalde technieken om deze ervaringen, die ook wel op lucide dromen lijken, bewust op te wekken. Met zijn niet fysieke, astraal lichaam verplaatst Monroe zich dan in de astrale wereld. Hijzelf spreekt liever over een tweede lichaam** en een tweede staat. Astraal vindt hij een vaag begrip, meer iets voor occult gedoe en bijgelovige dwaasheden uit een ver verleden.
 
 
In zijn eerste boek (1971) beschrijft Robert Monroe de drie omgevingen die, naar zijn mening, in deze tweede staat schijnen te bestaan. Omgeving I komt hem daarbij het meest geloofwaardig voor. Het is een soort hier en nu, zonder vreemde gebeurtenissen, wezens of plaatsen. Een wereld die wij kennen via onze zintuigen, met mensen en plaatsen die ook feitelijk bestaan in de stoffelijke wereld. Omgeving III is een merkwaardige wereld, bíjna identiek aan de onze, maar met een rare, onbegrijpelijke twist.

Omgeving II lijkt veel op het traditionele gene zijde, waar mensen naar toe gaan wanneer ze sterven. Er zijn allerlei wezens met wie je in contact kunt treden, en Monroe ontmoet er soms personen die overleden zijn. Hij beschrijft parkachtige landschappen, waar nieuw aangekomen doden worden opgewacht door vrienden. Sommige overledenen creëren allerlei aardse voorwerpen, waar ze kennelijk aan gehecht zijn, om hun nieuwe omgeving op te leuken. Dat kan gemakkelijk, want gedachten vormen hier de bron van bestaan. Zij veroorzaken energie, leven, figuren. Je bent zoals je denkt, en voorzien van een zeer soepel en rekbaar tweede lichaam, dat elke vorm kan aannemen die je maar wil. Het doet sterk denken aan de bardo van wording, zoals beschreven in het Bardo Thödol. Monroe vermoedt dat het wezenlijke zelf (de ziel) in omgeving II “slechts een georganiseerde werveling of verdraaiing vormt van het basismateriaal”.

In deze sfeer is het constant opletten geblazen. Elke hardnekkige emotie, of zelfs een kleine terloopse gedachte op een verkeerd moment, buigt je reis af in een daarmee samenhangende richting. Je constante drijfveren, gevoelens en verlangens, hebben je bestemming volledig vastgelegd (karma!). En, net als in de bardo, is angst hier een terugkerend motief. Angst voor het onbekende, voor vreemde (niet-stoffelijke) wezens, voor de dood, voor God, voor het overtreden van regels, voor pijn. Je wordt voortdurend opgejaagd door je diepste verlangens en meest panische angsten. Emoties die in de stoffelijke wereld zorgvuldig onderdrukt worden, razen hier onverhuld op volle kracht. Het is overdonderend. En alles ook nog open en bloot, zichtbaar voor ‘de anderen’. Hier geen afgeschermd innerlijk ik, of verhulling in de vorm van aanpassing of remmingen. Geen geheimen, maar transparantie.

Uiteindelijk kan de overledene toch weer verder. Er zijn ontelbare mogelijkheden in omgeving II, maar het is dan wel ‘soort zoekt soort’ (net als in de bardo). Ben je een zeer slecht mens, dan beland je in een sector met gelijkgezinden. Er zijn talloze denkbare variaties, de onmetelijkheid en dimensies van omgeving II gaan ons voorstellingsvermogen te boven. Wat hemel en hel genoemd wordt, is maar een onderdeel van deze uitgestrektheid. Daarover meer in een volgende blogpost.
 

 * Er bestaat (nog) geen algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs dat uittredingen ook daadwerkelijk plaatsvinden.

**Monroe vermeldt het bestaan van een koord, dat de verbinding van het stoffelijke met het tweede lichaam onderhoudt. Het wordt vaak genoemd bij bijna-doodervaringen en in de esoterische literatuur

 

Voornaamste bron: 
Robert A. Monroe 
Uittredingen; Experimenten buiten het lichaam 
Ankh-Hermes 1978, derde druk